inspraak Michiel van Gasteren KB
Tekst van het document
Inspraak 1 december 2025 Voorzitter, raadsleden, luchtvaartveiligheid behoort tot de zwaarst gewogen veiligheidsnormen die de overheid kent. Dat juist dít thema in de beantwoording zo licht wordt opgevat, is bestuurlijk gezien uitzonderlijk en vraagt om correctie. De gemeente verwijst in de nota van beantwoording naar het provinciale OER alsof daarmee zou zijn aangetoond dat onze polders “kansrijk te maken” zijn voor windturbines. Maar bij navraag bij de toetsingscommissie CNS en ILT is één feit onomstotelijk: er is géén enkele luchtvaarttoets of advies uitgevoerd, niet door de gemeente en niet door de provincie. U baseert een conclusie op iets wat niet bestaat. En alsof dat niet ernstig genoeg is, presenteert u internationale luchtvaartveiligheidsnormen als een politieke keuze. Maar dat zijn ze niet. Dit zijn bindende ICAO- en LIB-regels waar geen enkele gemeente, provincie of wethouder iets aan te “wegen” heeft. En laat ik u daarvoor de woorden van het Rijk meegeven: In de nota van toelichting bij het Luchthaven indelingsbesluit Schiphol staat in paragraaf 3.2.8 een specifieke uitleg met betrekking tot de risico’s van windturbines in de nabijheid van de luchthaven. Kort gezegd komt dat hierop neer: Het LIB bevat speciale toetszones om te voorkomen dat hoge of bewegende objecten, zoals windturbines, de vliegveiligheid en luchtverkeersapparatuur verstoren.
Windturbines vormen extra risico’s vanwege hun hoogte, materiaal, draaiende wieken en slechte zichtbaarheid bij slecht weer. Daarom worden ze internationaal als gevaarlijke objecten beschouwd. Het kabinet stemt het LIB af op internationale ICAO-regels en stelt een specifieke toetszone in waarbinnen windturbines moeten worden beoordeeld op hun effecten op radar, navigatieapparatuur en vliegprocedures. Grote windturbines zijn uitzonderlijk toegestaan met een verklaring van geen bezwaar, na toetsing van hun mogelijke verstorende werking. Uit artikel 8.9 lid 4 Wet Luchtvaart wordt deze verklaring van geen bezwaar geweigerd met het oog op de veiligheid in verband met de nabijheid van de luchthaven. De uitzonderlijke gevallen dat er wel een verklaring van geen bezwaar wordt afgegeven is wanneer de windturbine in de schaduw staat van een reeds bestaand object, zoals bijvoorbeeld bij TATA steel of de Amsterdamse haven. Dat is hier niet het geval. De kans dat er voor 1 à 2 windturbines in het open landschap van onze polders een verklaring van geen bezwaar wordt afgegeven is nagenoeg nihil. Voorzitter, hier staat het. Zwart op wit: op grond van deze regelgeving is plaatsing van windturbines in deze polders niet verenigbaar met het geldende recht. En tóch heeft de gemeente zoekgebieden in de LES vastgesteld: • • • •
zonder enige luchtvaartanalyse, zonder overleg met ILT, LVNL of Schiphol, zonder feitelijke onderbouwing, en met verwijzing naar een document dat ten tijde van de terinzagelegging niet bestond. 1
Dat is niet alleen ondeugdelijk gemotiveerd. Dat is besluitvorming in strijd met internationaal recht, in strijd met nationaal recht, en in strijd met de Awb. De LES en de zoekgebieden zijn daarmee juridisch onhoudbaar, onrechtmatig tot stand gekomen, en feitelijk gebaseerd op niets. Dank u wel.
2
1. Waarom dit onderwerp juridisch zo zwaar weegt Windturbines in de omgeving van Schiphol vallen onder strikte internationale luchtvaartveiligheidsnormen (ICAO). Nederland is wettelijk verplicht deze normen toe te passen via het Luchthavenindelingbesluit (LIB) en de Wet luchtvaart. Deze regels laten géén beleidsvrijheid: Gemeenten en provincies móeten deze veiligheidstoetsen volgen. Het LIB schrijft voor dat elk mogelijk windturbinegebied binnen de radar-, navigatie- of procedurele veiligheidszones verplicht moet worden getoetst door ILT en LVNL, voordat zo’n gebied beleidswaarde krijgt.
2. De LES is juridisch ongeldig voor windenergie De Lokale Energie Strategie (LES) is wel vastgesteld, maar niet volgens de wettelijke vereisten voor windlocaties. Bij de totstandkoming van de LES: is géén advies gevraagd aan ILT of LVNL, zijn géén radar- of navigatieanalyses uitgevoerd, zijn tóch zoekgebieden aangewezen voor windturbines. Dit is strijdig met de dwingendrechtelijke bepalingen in art. 2.2.2, 2.2.2a en 2.2.4 LIB. • • •
Daarom geldt juridisch: • • •
de LES is voor windenergie ondeugdelijk voorbereid, de zoekgebieden zijn niet uitvoerbaar, de LES kan niet dienen als onderbouwing voor nieuw beleid.
Kort gezegd: de LES heeft op het punt van windenergie geen rechtsgeldige status.
3. Waarom windturbines in dit gebied vrijwel uitgesloten zijn Het LIB classificeert windturbines als ‘gevaarlijke objecten’ vanwege hoogte, reflectie en draaiende wieken. Daarom moeten turbines in en rondom de toetszones (zoals weergegeven op de LIB-kaarten) worden beoordeeld op effecten op: • • •
radar, navigatie, landings- en startprocedures.
Een verklaring van geen bezwaar (art. 8.9 Wet luchtvaart) wordt geweigerd wanneer de veiligheid ook maar enigszins in het geding is. In open poldergebied – zonder hoge omgevingsobjecten – is de kans op een positief luchtvaartadvies nagenoeg nul. De gemeente had deze juridische werkelijkheid moeten erkennen vóórdat zoekgebieden werden vastgesteld.
3
4. Wat betekent dit voor de Omgevingsvisie? De Omgevingsvisie moet op basis van de Omgevingswet en de Awb worden onderbouwd met actueel, juist en juridisch houdbaar beleid. Wanneer de Omgevingsvisie verwijst naar de LES voor windenergie: • dan baseert de gemeente zich op een document dat onrechtmatig en onzorgvuldig is voorbereid; • ontstaat een onterechte indruk richting inwoners dat windturbines hier “kansrijk” zijn; • loopt de gemeente het risico dat de Omgevingsvisie – of daarop gebaseerd beleid – in bezwaar of beroep wordt vernietigd wegens strijd met hoger recht. Een bestuursrechter zal oordelen dat een visie die rust op een onuitvoerbare LES niet deugdelijk is gemotiveerd en in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel.
5. Waarom het noodzakelijk is alle verwijzingen naar de LES te schrappen Zolang de LES in de Omgevingsvisie blijft staan: • • • •
ontstaat beleidswaarde voor zoekgebieden die feitelijk en juridisch niet bestaan; zullen toekomstige documenten (programma’s, uitwerkingen, vergunningen) zich ten onrechte op de LES gaan beroepen; creëert de gemeente verwarring, zowel bestuurlijk als richting inwoners; zet de gemeente zichzelf mogelijk jarenlang juridisch vast.
Daarom is verwijdering van deze verwijzingen de enige rechtmatige en zorgvuldige optie. Voorzi<er, dank u. Michiel van Gasteren michielvangasteren@kpnmail.nl
4