Gemeente Kaag en Braassem Transitievisie Warmte 2022
Tekst van het document
•
Efficiëntie en transporteerbaarheid: het percentage bruikbare energie ten opzichte van de hoeveelheid energie die nodig is (bruikbaar gedeeld door bruikbaar plus verlies) en in hoeverre deze energie efficiënt verplaatst kan worden.
De zeven genoemde alternatieven van Kaag en Braassem langs de meetlat: •
Collectief 1 > verwarmen met restwarmte van bijvoorbeeld een tuinbouwbedrijf Dit alternatief is zeer betrouwbaar en vraagt om relatief weinig aanpassingen aan woningen en gebouwen. Toch valt het voor vrijwel iedereen af vanwege de betaalbaarheid, beschikbaarheid, efficiëntie en transporteerbaarheid.
•
Collectief 2 > verwarmen met warmte afkomstig diep uit de aardbodem of het Braassemermeer Dit alternatief is betrouwbaar, duurzaam en vergt afhankelijk van de bron relatief weinig aanpassingen aan de woningen en gebouwen. Op basis van de huidige beschikbaarheid, betaalbaarheid, efficiëntie en transporteerbaarheid is het op dit moment echter geen realistisch alternatief.
•
Collectief 3 > voor het aansluiten of aanhaken op een nog aan te leggen (regionaal) warmtenet Hiervoor geldt hetzelfde als voor het alternatief collectief 2. Dit alternatief is betrouwbaar, duurzaam en vergt afhankelijk van de bron relatief weinig aanpassingen aan de woningen en gebouwen. Echter, op basis van de huidige beschikbaarheid, betaalbaarheid, efficiëntie en transporteerbaarheid is het op dit moment geen realistisch alternatief.
•
Individueel 1 > volledig elektrisch verwarmen met een boiler voor het warme water uit de kraan en een elektrische CV Dit alternatief vraagt veel van het netwerk omdat het elektriciteitsverbruik fors stijgt. Daarnaast zijn er enige aanpassingen in de woning (bedrading, andere cv en boiler voor warm tapwater) noodzakelijk. Het behoort echter tot de mogelijkheden zolang de elektriciteit die wordt gebruikt, duurzaam wordt opgewekt en het elektriciteitsnet het aankan.
2* Ruimte voor voetnoot
Transitievisie Warmte
34
•
Individueel 2 > verwarmen met warmte uit eigen omgeving Er zijn drie soorten warmtepompen beschikbaar die hiervoor ingezet kunnen worden: de luchtwarmtepomp, de waterwarmtepomp en de bodemwarmtepomp. De luchtwarmtepomp Een luchtwarmtepomp is vrijwel in elke woning of in elk gebouw toepasbaar (beschikbaar) maar vraagt, wanneer dit op grote schaal wordt toegepast, wel om een verzwaring van het energienet. Ook de woning moet aangepast worden (ruimte voor installatie, gasloos koken en in verband met de betaalbaarheid moet er geïsoleerd worden). Het spreekt voor zich dat het gebruik van duurzame energie de duurzaamheid van de luchtwarmtepomp vergroot. Een luchtwarmtepomp kan naar alle waarschijnlijkheid voor een aanzienlijk deel van de inwoners en ondernemers het alternatief voor aardgas gaan worden. De waterwarmtepomp Een waterwarmtepomp is als alternatief vergelijkbaar met de luchtwarmtepomp met één groot verschil. De waterwarmtepomp kan alleen toegepast worden in woningen en gebouwen die in de nabijheid van meren, plassen, vaarten, sloten of ander oppervlaktewater staan. Een waterwarmtepomp kan naar alle waarschijnlijkheid voor een aanzienlijk deel van de inwoners en ondernemers het alternatief voor aardgas worden. De bodemwarmtepomp Een waterwarmtepomp is als alternatief vergelijkbaar met de luchtwarmtepomp.
Een bodemwarmtepomp kan naar alle waarschijnlijkheid voor een aanzienlijk deel van de inwoners en ondernemers het alternatief voor aardgas worden.
•
Individueel 2a > gedeeltelijk verwarmen met een warmtepomp, aangevuld met elektrische verwarming (combinatie van alternatief 1 en 2).
•
Individueel 2b > gedeeltelijk verwarmen met een warmtepomp, aangevuld met een zonneboiler, zonnecollectoren of zonnepanelen die niet alleen duurzame elektriciteit maar ook duurzame warmte leveren, de zogenoemde PVT-panelen.
Aanvullende informatie individuele aanpak - betaalbaarheid De kosten om van het aardgas over te stappen naar een individueel duurzaam alternatief verschillen per woning en gebouw. Ze worden voornamelijk bepaald door de keuze voor de nieuwe manier van verwarmen in combinatie met: • Het bouwjaar van de woning, het type (vrijstaand, rijtjeshuis, appartement, etc.), het volume en de ligging. • De graad van isolatie (dubbele beglazing, dakisolatie, vloerisolatie, muurisolatie). Hoe beter geïsoleerd, hoe goedkoper het alternatief. • Het bestaande verwarmingssysteem: hoge temperatuur verwarming (inclusief radiatoren) met een cv-ketel (is op den duur duurder) of lage temperatuur verwarming (inclusief radiatoren) met een cv-ketel (is op den duur goedkoper). • Aanschaf en aansluiting van een warmtepomp met voldoende vermogen al dan niet met het systeem om elektrisch of met gas bij te verwarmen. • Of er bij het aanpassen van de woning of het gebouw meegelift kan worden met een natuurlijk moment, zoals een geplande (grote) verbouwing, verandering van eigenaar (verhuizing/verkoop) of het noodgedwongen vervangen van de cv-ketel.
2* Ruimte voor voetnoot
Transitievisie Warmte
35
5. Draagvlak
2* Ruimte voor voetnoot
Transitievisie Warmte
36
In de toekomst koken de meeste inwoners niet of minder op gas en worden winkels en bedrijven op een andere manier dan via gas verwarmd. Een duurzaam Kaag en Braassem gaat anders zijn, anders dan het Kaag en Braassem zoals we dat nu kennen. Hoe anders, dat weten we nog niet. Wat we wel weten is dat als we het goed en verstandig aanpakken, Kaag en Braassem duurzamer, gezonder, schoner en leefbaarder wordt. Alle betrokkenen in onze gemeente zullen met de overstap naar duurzame warmte in aanraking komen. Zo worden alle nieuwbouwwoningen al gasloos opgeleverd, zijn er al sportclubs met zonnepanelen op de daken van kantines en zijn veel ondernemers al bezig met het nemen energiebesparende maatregelen. Omdat de stap naar duurzame warmte iedereen in Kaag en Braassem raakt, is draagvlak een belangrijk uitgangspunt. Dit hoofdstuk gaat over de gewenste verandering en het verkrijgen van draagvlak voor die verandering. Wat is draagvlak, hoe belangrijk is het, in welke mate is het aanwezig in Kaag en Braassem en hoe ziet het eruit?
Gedragsverandering Alles om ons heen verandert, continu. De overstap naar duurzame warmte is maar een van de vele veranderingen die nu en in de komende jaren op ons pad komen in Kaag en Braassem. Veranderen is niet makkelijk, temeer omdat we gewend zijn aan bepaalde gewoonten of gebruiken. Veranderen is ook niet makkelijk als we niet weten hoe we moeten veranderen of niet weten of de verandering betaalbaar is en wat de verandering oplevert aan comfort en duurzaamheid. Gelukkig zijn er veel inwoners, ondernemers en initiatieven zoals Leimuiden Duurzaam die al gestart zijn met isoleren en het plaatsen van zonnepanelen en warmtepompen. Deze ervaringsdeskundigen leren ons dat de overstap van fossiele warmte naar duurzame warmte niet eenvoudig gaat zijn in Kaag en Braassem, maar wel haalbaar. De overstap naar duurzame warmte vraagt om twee soorten verandering. Ten eerste een technische aanpassing aan de woning, het bedrijfsgebouw en de (sport)kantine. Ten tweede een gedragsverandering: mensen moeten zelf willen veranderen, bewuster om leren gaan met energie en nieuwe gewoonten aanleren zoals gasloos koken. In deze warmtevisie is de technische verandering al uitvoerig aan bod gekomen in tegenstelling tot de noodzakelijke gedragsverandering. In dit hoofdstuk staat daarom de gedragsverandering centraal. In Nederland maken we al heel lang gebruik van fossiele brandstoffen.
De manier waarop we wonen, werken en samenleven, is helemaal ingericht op het gebruik van fossiele brandstoffen. Nu we gezamenlijk gaan werken aan een schoon en leefbaar Kaag en Braassem zonder fossiele brandstoffen zullen we daar in ons leven, in ons gedrag en in onze omgeving rekening mee moeten gaan houden. Wat houdt dat precies in, rekening houden met? Sommige dingen zullen beter worden en sommige dingen zullen minder vanzelfsprekend worden. In Nederland hebben we een van de meest betrouwbare energienetwerken ter wereld. Daarnaast is energie in Nederland, dankzij de gaswinning in Groningen, altijd goedkoop geweest in vergelijking met de landen om ons heen. Mede daarom springen we niet altijd zuinig en spaarzaam met energie om.
2* Ruimte voor voetnoot
Transitievisie Warmte
37
Als we de overstap naar een energieneutraal en duurzaam Kaag en Braassem willen maken, dan zullen we om te beginnen anders moeten omspringen met ons energieverbruik. De buurtbegeleiders van Leimuiden Duurzaam, de energiecoaches van Kaag en Braassem en het onafhankelijke energieloket van de gemeente (het Duurzaam Bouwloket) zijn het met elkaar eens: de weg van aardgas naar duurzame warmte begint met de bewustwording dat warm douchewater en een warme huiskamer niet vanzelfsprekend zijn. Het begint met gedragsverandering. Uit onderzoek weten we dat bij gedragsverandering meerdere factoren een rol spelen (Burg, 2016) 15*. In zijn algemeenheid kan gezegd worden dat gedragsverandering pas lukt als mensen gemotiveerd zijn. De motivatie om te veranderen wordt onder andere beïnvloed door de sociale norm (wordt iets geaccepteerd), eigen effectiviteit en beschikbare middelen en informatie. Uit de vorige hoofdstukken blijkt dat het, vanuit technisch oogpunt gezien, mogelijk is om over te stappen van fossiele naar duurzame warmte. De logische vervolgvraag is: willen we het ook? Is er voldoende draagvlak voor?
Draagvlak De vraag die centraal staat in dit onderdeel van de warmtevisie is of er maatschappelijke draagvlak is in Kaag en Braassem voor de overstap naar duurzame warmte. Wat de inwoners van Kaag en Braassem onder (maatschappelijk) draagvlak verstaan loopt uiteen. Een inwoner uit Nieuwe Wetering noemt het “wanneer mensen het snappen”, een inwoner van Oud Ade spreekt over “de mensen moeten het willen” en weer anderen hebben het over “steun”, “het leeft onder mensen”, “het wordt belangrijk gevonden” en “het wordt breed gedragen door de mensen”. Maatschappelijk draagvlak zal in deze warmtevisie op twee manieren worden gedefinieerd: 1. Zijn mensen zich ervan bewust dat er een opgave is om over te stappen van fossiele naar duurzame warmte? 2. Zijn mensen bereid om de overstap naar een bepaald duurzaam alternatief daadwerkelijk te zetten? Waarom twee definities? Een inwoner van Kaag formuleerde het als volgt: “Er zijn twee soorten draagvlak. Draagvlak voor het probleem en draagvlak voor de oplossing.” Omdat ze allebei van belang zijn voor de warmtetransitie in Kaag en Braassem, gebruiken we beide definities.
Belang van draagvlak Vrijwel iedereen die bij het proces rondom de warmtevisie betrokken is geweest, heeft aangegeven dat een beetje draagvlak voor duurzame warmte in Kaag en Braassem niet voldoende is. “Wanneer we met mensen in gesprek gaan is breed draagvlak nodig: 5% of 10% is niet voldoende, het moet minstens 70% zijn”, aldus een inwoner van Kaag en Braassem. Hoe belangrijk is draagvlak? Volgens Miller, Iles en Jonas (2013)16* is het creëren of het aanwezig zijn van draagvlak de belangrijkste factor voor een succesvolle energietransitie. Een ander onderzoek (Miller, Richter en O’Leary, 2015) 17* stelt dat er doorgaans met name veel aandacht wordt besteed aan het technische deel van het vraagstuk, maar dat er een betere balans nodig is tussen de techniek en draagvlak.
15* Uit: Burg, 2016. Gezondheidsvoorlichting en gedragsverandering. 16* Uit: Miller, Iles & Jones, 2013. The Social Dimensions of Energy Transitions. 2* Ruimte voorRichter voetnoot 17* Uit: Miller, & O’Leary, 2015. Socio-energy systems design
Transitievisie Warmte
38
Uit de gesprekken met focusgroepen en belanghebbenden die de TCW gevoerd heeft, blijkt dat een bepaald deel van de inwoners en ondernemers uit Kaag en Braassem het eens zijn met de onderzoekers. Tijdens de gesprekken met focusgroepen is gevraagd in hoeverre zij draagvlak, duurzaamheid, betaalbaarheid, beschikbaarheid en betrouwbaarheid belangrijke factoren vinden in de overstap van fossiel naar duurzaam. Wat blijkt? Draagvlak, zowel de mate waarin mensen zich bewust zijn van de noodzaak als de mate waarin mensen het ook willen, wordt als zeer belangrijk of heel belangrijk gezien. Draagvlak wordt door de meeste mensen minstens net zo belangrijk als duurzaamheid en betaalbaarheid’ gevonden: “omdat het daar mee begint”. Beschikbaarheid en betrouwbaarheid bestempelt men over het algemeen als iets minder belangrijk. Wat verder duidelijk wordt, is dat de eerste vorm van draagvlak (bewustzijn van het belang van de opgave) als logische eerste stap wordt gezien in een succesvolle warmtetransitie. Daarna komt pas draagvlak voor de oplossing en het willen maken van de overstap. Met andere woorden, mensen moeten eerst ervaren dat er een probleem of een opgave is. Pas daarna moet er gekeken worden of voldoende mensen willen overstappen en wat het beste alternatief voor aardgas is.
Dat is een belangrijk punt omdat in Kaag en Braassem het duurzame alternatief voor veel inwoners een individueel alternatief wordt. Mensen zullen dus - al dan niet geholpen, ondersteund of deels ontzorgd - vooral zelf in de eigen woningen en gebouwen stappen moeten zetten. Als er te snel voorbij wordt gegaan aan het eerste soort draagvlak (bewustwording van de opgave), dan zal dat naar alle waarschijnlijkheid leiden tot weinig actie of zelfs weerstand. Of het kan ertoe leiden dat inwoners en ondernemers van Kaag en Braassem geen verantwoordelijkheid voelen om zelf aan de slag te gaan in de eigen woning of onderneming. Omdat inwoners en ondernemers draagvlak (beide vormen) zo belangrijk vinden, wordt het meegenomen als een van de belangrijke uitgangspunten in de prioritering (welke kern eerst), planning en plannen van aanpak voor de overstap van gas naar een duurzaam alternatief.
Draagvlak in Kaag en Braassem Draagvlak voor de overstap naar duurzame warmte is dus belangrijk, maar is het ook aanwezig in Kaag en Braassem? En zo ja, waar zit het dan? Uit onderzoek van het CBS (2021) 18* blijkt dat 85% van de mensen uit Nederland van 18 jaar of ouder het belangrijk vindt dat de overheid zich bezighoudt met klimaatbeleid. Afgaande op een raadpleging van het inwonerspanel (2020) 19* is het draagvlak voor de opgave in Kaag en Braassem vergelijkbaar met het landelijke gemiddelde: 84% van de respondenten vindt dat er werk gemaakt moet worden van duurzaamheid (waaronder het besparen en het opwekken van duurzame energie, alsmede het verminderen van afval en het duurzaam omgaan met grondstoffen en materialen). Verder vindt 73% van de respondenten dat zowel de gemeente, als de inwoners en de bedrijven aan de slag moeten met duurzaamheid.
18* Van: CBS, 2021. Klimaatverandering en energietransitie: opvattingen en gedrag van Nederlanders in 2020. Geraadpleegd via https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/rapportages/2021/klimaatverandering-en-energietransitieopvattingen-en-gedrag-van-nederlanders-in-2020?onepage=true. 19* Uit: raadpleging van het inwonerspanel in het kader van de roadshow energie- en warmtetransitie die plaatsvond 2* september Ruimte voor2020. voetnoot in
Transitievisie Warmte
39
Echter, uit gesprekken met woningeigenaren, huurders, initiatieven en energiecoaches klinkt ook een ander geluid. Volgens hen leeft de opgave nog te weinig onder een te groot deel van de inwoners van Kaag en Braassem. “Ze vinden de overstap naar duurzame warmte nog niet belangrijk.” Of: “veel mensen denken: het zal mijn tijd wel duren.” Duurzaamheid leeft vooral binnen een kleine groep koplopers en intrinsiek gemotiveerden. Een groot deel van deze kopgroep gaat meteen actief aan de slag binnen de eigen woning en wil op (korte termijn) graag overstappen op een duurzaam alternatief. Wat verder opvalt is dat beide soorten draagvlak in Kaag en Braassem (bewust zijn van het belang en de bereidheid tot het nemen van actie) groter worden naarmate er meer aansprekende voorbeelden zijn. Actieve inwoners lijken elkaar aan te steken: als iemand in een straat maatregelen treft, volgen anderen. Ook is er volgens inwoners een stijgende lijn zichtbaar: de groep koplopers wordt langzaam maar gestaag groter, voornamelijk vanwege het elkaar aansteken en inspireren. Dit wordt ook wel de sociale norm en sociale beïnvloeding genoemd: duurzame warmte en duurzame energie wordt in Kaag en Braassem alsmaar normaler.
Opvallende lokale kenmerken die iets zeggen over de bereidheid om in actie te komen (tweede vorm van draagvlak) in Kaag en Braassem zijn: • Energiecoöperatie Leimuiden Duurzaam werkt met haar buurtbegeleiders in het eigen dorp en Bilderdam hard aan draagvlak voor de energietransitie. • Er komen naar verhouding veel aanvragen voor een bezoek van een energiecoach uit Woubrugge. • De aanvragen van duurzaamheidsleningen komen voornamelijk uit Roelofarendsveen, Leimuiden, Rijnsaterwoude, Woubrugge en Rijpwetering.
Wegen naar meer draagvlak in Kaag en Braassem De TCW concludeert op basis van bovenstaande dat het maatschappelijk draagvlak belangrijk is en op dit moment nog bij een te kleine groep in Kaag en Braassem aanwezig is. In de optiek van de TCW moet de overstap van fossiele naar duurzame warmte daarom beginnen met: • Het vergroten van het bewustzijn van inwoners en ondernemers dat een overstap naar duurzame warmte belangrijk is en (op den duur) onvermijdelijk. • Het ondersteunen van inwoners en ondernemers die (individueel of collectief) actief werken aan de overstap van fossiel naar duurzaam verwarmen. Deze groep kan een goed voorbeeld worden voor dorpsgenoten die ook over willen stappen. Daarbij zijn de volgende uitgangspunten belangrijk: • De gemeente heeft een belangrijke rol in het vergroten en het stimuleren van het algemene draagvlak maar is niet als enige verantwoordelijk: ook de rijksoverheid, de dorpen en de inwoners zelf hebben een rol in het creëren van draagvlak, aldus de verschillende belanghebbenden. • Acties om beide soorten draagvlak (bewustzijn van de opgave en de bereidheid over te stappen) in Kaag en Braassem te creëren en te vergroten zouden voornamelijk gericht moeten worden op de inwoners die op het terrein van de warmtetransitie tot de koplopers behoren.
Zij kunnen de zogenoemde olievlek vormen waardoor buurtgenoten ook aan willen sluiten bij deze veranderingen. Hoewel draagvlak op zichzelf belangrijk is, weegt het als uitgangspunt zwaarder wanneer er wordt gedacht aan een collectief duurzaam alternatief (warmtenet).
2* Ruimte voor voetnoot
Transitievisie Warmte
40
6. Samenspel en rolverdeling
2* Ruimte voor voetnoot
Transitievisie Warmte
41
De gemeente krijgt een belangrijke verantwoordelijkheid toebedeeld in het creëren van draagvlak voor de overstap naar een duurzaam en energieneutraal Kaag en Braassem. “Zij staan tenslotte het dichtst bij de burger,” aldus een inwoner uit Nieuwe Wetering. Maar ook inwoners en ondernemers zelf hebben een verantwoordelijkheid omdat, zoals een inwoner uit Hoogmade het omschrijft, “Zij zijn onder de streep de eigenaar van het huis, of de winkel.” En andere belanghebbenden van de gebouwde omgeving – zoals onder meer de bewonersinitiatieven, huurders, woningcorporaties, de netbeheerder en het hoogheemraadschap – mogen eveneens niet worden vergeten. “Het moet dus met elkaar”, aldus een inwoner van Kaag, “de mensen moeten het zelf doen, maar de gemeente heeft daar ook zeker een rol in.” De overstap naar een duurzaam verwarmd Kaag en Braassem wordt dus een samenspel tussen verschillende betrokkenen en belanghebbenden. Dit hoofdstuk gaat over hoe het samenspel vorm zou moeten krijgen.
Uitgangspunten van het samenspel en de rolverdeling Er zijn in Kaag en Braassem veel partijen betrokken bij de overstap van fossiele naar duurzame warmte. Zo zijn er twee energiecoöperaties en meerdere actieve energiecoaches en buurtbegeleiders actief. Daarnaast zijn de beide woningbouwcorporaties (Stichting MeerWonen en Woondiensten Aarwoude), ieder op hun eigen manier, gestart met het verduurzamen van (huur)woningen. Verder zijn er meerdere grote gebieds- en projectontwikkelingen met uiteenlopende belanghebbenden, zijn er actieve (sport)verenigingen en dorpsraden die van duurzaamheid een speerpunt maken en speelt de netbeheerder ook een belangrijke rol. Tot slot zijn er natuurlijk individuele huurders en woningeigenaren die zelf al met de overstap bezig zijn of deze al gemaakt hebben. Een juiste rolverdeling en samenspel, in de literatuur regelmatig aangeduid als participatie, zorgt voor betere ontwikkelingen binnen het proces en het draagt bij aan de gemeenschap (Iyer-Raniga & Treloar, 2000) 20*. Participatie en samenwerking kosten echter wel tijd. Het is daarom belangrijk om participatie, net als draagvlak, in een vroeg stadium mee te nemen in het proces.
In de gemeente Kaag en Braassem leggen we de volgende samenwerkingsuitgangspunten voor de overstap naar duurzame warmte vast: • Streven naar gedeeld eigenaarschap: Binnen de opgave is er sprake van gedeelde zeggenschap en gedeelde verantwoordelijkheid op basis van gelijkwaardigheid. • Gebruikmaken van sociale cohesie en het dorpsgevoel: In Kaag en Braassem is er in veel kernen sprake van een sterk dorpsgevoel. Deze sociale cohesie kan benut worden in de transitie. • Ruimte geven aan initiatieven: Er moet voldoende ruimte zijn voor initiatieven van onderaf, ruimte voor de verschillen tussen dorpen en ruimte voor de inzet van lokale kennis en deskundigheid. Deze uitgangspunten sluiten aan bij de uitgangspunten die worden genoemd in de Omgevingsvisie van de gemeente (hoofdstuk Samenwerken).
2* Ruimte 20* Uit: Iyer-Raniga voor voetnoot & Treloar, 2000. The context of participation in sustainable development.
Transitievisie Warmte
42
Rol van de gemeente De gemeenten in Nederland hebben de regie gevraagd en gekregen over het verduurzamen van de gebouwde omgeving. Een gemeente kan grotendeels zelf bepalen hoe die regierol ingevuld wordt. Echter, er zijn ook een aantal (standaard) wettelijke verantwoordelijkheden. Bij de regierol in de overstap van fossiele naar duurzame warmte horen de volgende wettelijke verantwoordelijkheden voor de gemeente: • Beleidsontwikkeling: er wordt van de gemeente verwacht dat zij beleid opstelt (het opstellen van deze warmtevisie is daar een voorbeeld van). • Regulering: er wordt van de gemeente verwacht dat zij invulling geeft aan bepaalde wetten zoals het erop toezien dat nieuwbouw gasloos is. • Communicatie: er wordt van de gemeente verwacht dat zij regelmatig communiceert over de warmtetransitie richting alle belanghebbenden. De gemeente Kaag en Braassem geeft als procesregisseur invulling aan bovenstaande verantwoordelijkheden op basis van de eerdergenoemde uitgangspunten. Dit houdt onder meer in dat beleid ontwikkeld wordt in een gelijkwaardige samenwerking (co-creatie/samen doen/samen leren) met (een vertegenwoordiging van) de belanghebbenden. Dat leidt tot de volgende drie basiskeuzes: • Een zorgvuldige en gezamenlijke aanpak moet leidend zijn, meer nog dan het tempo dat opgelegd wordt door het landelijke beleid.
• Er moet een aanpak per dorp komen en dus niet een aanpak per straat, per wijk of per buurt. • De mate waarin inwoners en ondernemers invloed willen uitoefenen, bepaalt volgens welke van de volgende vier volgende mogelijkheden zij betrokken worden: samen praten, samen denken, samen besluiten, samen doen (= zelfbestuur). In haar rol als procesregisseur zal de gemeente nadrukkelijk • niet zelf op zoek gaan naar duurzame warmte; • geen warmtebedrijf oprichten; • niet snel (mede-)eigenaar worden van een warmtebedrijf; • niet zelf huizen of andere gebouwen gaan isoleren of van het aardgas halen, buiten haar eigen vastgoed om.
Algemene rol van aanjager, wegwijzer en ondersteuner uitgelicht Uit de bijeenkomsten van de TCW, de gesprekken met focusgroepen, inwoners en belanghebbenden blijkt dat de gemeente naast de wettelijke verantwoordelijkheid als procesregisseur een rol heeft te vervullen als betrouwbaar baken in de overstap van fossiel naar duurzaam verwarmen. De gemeente zou drie algemene aanvullende rollen (nog nadrukkelijker) in moeten vullen. Met algemeen wordt in dit verband bedoeld dat de gemeente ten aanzien van alle inwoners en ondernemers op dezelfde manier acteert, ongeacht in welk dorp men woonachtig is of werkt.
2* Ruimte voor voetnoot
Transitievisie Warmte
43
Inwoners en ondernemers omschrijven die drie rollen als aanjager, wegwijzer en ondersteuner. Wanneer de gemeente deze rollen invult, helpt dat hen om vervolgens zelf stappen te kunnen zetten. De drie rollen worden als volgt beschreven: 1. Aanjager: zichtbaar zijn en actief sturen op meer draagvlak, met daarbij de opmerking dat inwoners hier in hun straat, in hun buurt en in hun dorp ook een rol voor zichzelf zien weggelegd (sluit aan op de uitkomsten van hoofdstuk 4). 2.
Wegwijzer: het geven van voorlichting en het aanbieden van toegankelijke, onafhankelijke informatie en kennis aan inwoners en ondernemers. De voorlichting en informatievoorziening moet helder, eenduidig en inhoudelijk consequent zijn, ook als de gemeente ervoor kiest om dit zelf te verzorgen.
3.
Ondersteuner: voor zover de gemeente daar invloed op heeft, ervoor zorgdragen dat de overstap naar een fossielvrij verwarmde woning of bedrijf financieel en regeltechnisch aantrekkelijk is en/of blijft voor iedereen.
“Inwoners en ondernemers willen deels ontzorgd worden en de drempel moet een stukje worden verlaagd. Dan willen mensen wel”, aldus een inwoner van Woubrugge. In Kaag en Braassem lijkt daarmee een groot deel van de inwoners en ondernemers te denken en te handelen op basis van het what’s-in-it-for-me-principe. Door invulling te geven aan de rollen, die overigens goed aansluiten op de technische uitkomst dat het merendeel van de inwoners en ondernemers uiteindelijk zelf aan de slag moet met een individuele duurzame oplossing, wordt de what’s-in-it-for-me-vraag beantwoord.
Samenspel Tot dusverre is er in de warmtevisie vooral ingezoomd op de verschillende rollen van de gemeente. Maar, zoals al eerder gesteld, zijn er meerdere partijen betrokken en verantwoordelijk, zoals de woningeigenaren, huurders en ondernemers zelf. In dit onderdeel leggen we het vergrootglas op de samenwerking tussen de gemeente en de overige betrokkenen. Want, zoals een inwoner uit Roelofarendsveen het omschrijft: “We moeten toewerken naar een niveau waar we met elkaar kunnen doorbouwen”. Hoe dat met elkaar doorbouwen en het samenspel eruit gaat zien, hangt af van het dorp, wat er speelt en wie er actief is: in Leimuiden timmert Leimuiden Duurzaam hard aan de duurzame weg, in Rijpwetering gebeurt van alles op het Hertogspark en in Hoogmade ziet de dorpsraad misschien een bepaalde rol voor zichzelf weggelegd in de overstap van fossiel naar duurzaam verwarmen. Hoe het samenspel concreet vorm krijgt, is afhankelijk van wat bij ieder dorp past. De reacties uit de gesprekken met focusgroepen en inwoners zijn op dit moment te divers om daar in deze warmtevisie iets zinnigs over te kunnen zeggen. De een zegt “meer dwang – er moet meer sturing vanuit de overheid komen want we hebben geen tijd te verliezen”, terwijl de ander zegt “het gaat nu veel te snel, in ons dorp moeten ze het eerst snappen”.
In Kaag en Braassem ligt het voor de hand dat er in de komende periode (tot 2030 – één dorp per jaar) per dorp wordt gekeken hoe het samenspel eruit moet komen te zien. Vanwege het ontbreken van voldoende capaciteit en middelen is het onmogelijk om in ieder dorp gelijktijdig te starten met een dorpsaanpak. Daarom is het verstandig om in het uitwerken van plannen van aanpak prioriteit te geven aan bestaande initiatieven en de manier waarop zij willen samenwerken.
2* Ruimte voor voetnoot
Transitievisie Warmte
44
De punten die tot op zekere hoogte wel algemeen en overal naar voren komen, en zodoende de basis voor het samenspel vormen, zijn: • Straten, dorpen of initiatieven die bepaalde collectieve maatregelen willen treffen of een eigen warmtebedrijf willen opzetten moeten kunnen rekenen op een gemeente die ondersteunt en faciliteert, mochten ze daar behoefte aan hebben. • Bovenstaande geldt ook wanneer straten, dorpen of initiatieven willen onderzoeken of kleinschalige collectieve oplossingen (lokale warmtenetten in een bepaalde buurt) kansrijk zijn. • Dorpen die dat willen moeten in Kaag en Braassem als energiecoöperatie of lokaal warmtebedrijf ((deels) eigenaar) kunnen opereren, voor de warmte of energie die in die dorpen wordt geconsumeerd. • Bovenstaande geldt ook wanneer het mogelijk wordt om aan te sluiten op een (regionaal) warmtenet. In een gerichte dorpsaanpak, passend bij de kenmerken van de dorpen van Kaag en Braassem, ligt samenwerking met de volgende partijen voor de hand: • Lokale energiecoöperaties, initiatieven, koplopers (zowel woningeigenaren als huurders) installateurs en energiecoaches uit het dorp die mee willen praten, denken, besluiten en doen (= zelfbestuur). • Stichting MeerWonen en Woondiensten Aarwoude bezitten samen 28% van het totale aantal woningen in Kaag en Braassem (ruim 3.200 woningen).
De beide woningcorporaties werken momenteel aan de eigen duurzaamheidsdoelstellingen: de een door in één keer een deel van het bezit gasloos te maken en de ander door eerst aan de slag te gaan met isolatie en zonnepanelen. In de toekomst zal er, naast de aanpak per dorp en de ervaringen van huurders, op basis van jaarlijkse prestatieafspraken bepaald worden wat er wanneer wordt opgepakt. • Netbeheerder Liander beheert het huidige gasnet- en elektriciteitsnet in Kaag en Braassem. Omdat een groot deel van de woningen en gebouwen waarschijnlijk gaan overstappen naar duurzame elektriciteit, zullen de kabels in de grond verzwaard moeten worden en zal er bovengronds meer ruimte voor transformatorhuisjes moeten komen. Daar moet veel voor gebeuren, vandaar dat ruimte op het net een belangrijke rol speelt in het bepalen van de planning: waar en wanneer welke stappen gezet kunnen worden. • Het Hoogheemraadschap van Rijnland is, vanwege het vele (oppervlakte)water dat als potentieel duurzaam alternatief kan dienen, ook een belangrijke gesprekspartner.
2* Ruimte voor voetnoot
Transitievisie Warmte
45
7. Conclusies
2* Ruimte voor voetnoot
Transitievisie Warmte
46
Op basis van • theoretische oriëntatie • eigen deskundigheid • gesprekken met inwoners, ondernemers en organisaties • de uitgangspunten duurzaamheid, betaalbaarheid, beschikbaarheid, betrouwbaarheid, efficiëntie en transportbeerbaarheid, draagvlak en het samenspel tussen alle belanghebbenden concludeert de TCW het volgende: •
De landschappelijke inrichting van Kaag en Braassem kenmerkt zich door verspreide bewoning, dorpskernen van beperkte omvang en relatief weinig warmtevraag. Dit alles maakt het gebied ongeschikt voor grootschalige, centraal georiënteerde oplossingen, zoals bijvoorbeeld één warmtenet voor een dorp. Dat betekent dat de overstap van fossiele naar duurzame warmte in Kaag en Braassem vooral gaat bestaan uit kleinschalige en individuele oplossingen per gebouw.
•
Het is de verwachting dat de overstap van fossiele naar duurzame warmte stapsgewijs gaat plaatsvinden, mede omdat het hoofdzakelijk om individuele oplossingen gaat. Er is tijd nodig om te kunnen versnellen: de koplopers worden gevolgd door een groeiende groep inwoners en ondernemers (sneeuwbaleffect). De warmtetransitie in Kaag en Braassem kan een zichzelf versterkende ontwikkeling worden als deze aangejaagd wordt door duidelijke communicatie en adequate ondersteuning. Ook zal er slim gebruikgemaakt moeten worden van natuurlijke momenten om woning of gebouwen aan te passen, zoals een geplande (grote) verbouwing of een verandering van eigenaar/huurder.
•
De eerste stap bestaat uit het terugdringen van de energievraag en het onnodige energieverlies (laaghangend fruit). Energie die bespaard wordt hoeft uiteindelijk niet omgezet te worden naar duurzame energie: door energie te besparen hoeft Kaag en Braassem uiteindelijk per saldo minder duurzame energie op te wekken.
•
Grote collectieve oplossingen (alternatief collectief 2 en 3) of kleinschalige collectieve oplossingen (collectief 1 of een klein aantal woningen en gebouwen met dezelfde bron (vooral water)) moeten niet uitgesloten worden. Op dit moment is het echter onwaarschijnlijk dat dit voor Kaag en Braassem realistische alternatieven zijn voor aardgas.
•
Netbeheerder Liander verwacht dat de gemeente regie neemt over de infrastructurele aanpassingen die noodzakelijk zijn om de warmtetransitie tijdig te realiseren. De capaciteit van het bestaande elektriciteitsnet is onvoldoende om in de toekomstige energievraag van duurzame warmte, vervoer en decentrale opwek te voorzien. Dat betekent dat een groot deel van de middenspannings- en laagspanningsnetten verzwaard en uitgebreid moeten worden. Ook zullen er middenspanningsruimtes bijgeplaatst moeten worden. Hiervoor is extra fysieke ruimte nodig, zowel boven- als ondergronds. Er zal bij alle toekomstige ontwikkelingen in de openbare ruimte, rekening gehouden moeten worden met deze omvangrijke infrastructurele opgave.
•
Om tot een succesvolle warmtetransitie te komen is het noodzakelijk dat alle betrokkenen beseffen dat er een gezamenlijke opgave ligt waar iedereen een zekere mate van verantwoordelijkheid voor draagt. Het lijkt erop dat dit draagvlak nog te weinig aanwezig is in Kaag en Braassem. Er zal geïnvesteerd moeten worden in communicatie en voorlichting om het draagvlak te vergroten.
2* Ruimte voor voetnoot
Transitievisie Warmte
47
•
Uit de gesprekken met focusgroepen blijkt dat als het besef voor de opgave aanwezig is, inwoners en ondernemers van Kaag en Braassem snel over gaan tot het verduurzamen van de eigen woning of het eigen gebouw. Wanneer buren, dorpsgenoten of bekenden in de nabijheid het goede voorbeeld geven, wordt dit gedrag versterkt.
•
Inwoners en ondernemers die de overstap willen maken, moeten vooral ontzorgd, geholpen en ondersteund worden middels persoonlijk contact en onafhankelijke informatie. Goed ondersteunde en goed uitgeruste coaches, bewonersinitiatieven zoals Leimuiden Duurzaam, bereidwillige dorpsgenoten en lokale leveranciers en installateurs die het eerlijke verhaal vertellen, spelen daarin een belangrijke rol.
•
Start daar waar de gemeenschap, of dat nu een energiecoöperatie, een dorpsraad of een sportclub is, gezamenlijk al aan de duurzame weg timmert. Uit de gesprekken met de focusgroepen blijkt dat de sociale cohesie in Kaag en Braassem bovengemiddeld is. Goede voorbeelden doen volgen. Bewoners van dezelfde straat, gebouw of type woning zouden geïnspireerd door anderen met elkaar ook stappen kunnen zetten.
•
De technische oplossingen voor de overstap van fossiele naar duurzame warmte zijn continu aan vernieuwing en verbetering onderhevig. Het is belangrijk dat de kennis over en ervaringen met technische oplossingen toegankelijk gemaakt worden en gedeeld worden met inwoners en ondernemers.
•
De rol die een inwoner, verhuurder, ondernemer of publiek bestuurder in de overstap van fossiele naar duurzame en schone warmte heeft, is niet gelijk. De verantwoordelijkheid die iedereen draagt voor het proces is echter wel gelijk: de transitie stokt bij iedere inwoner of ondernemer die niet meedoet. Om te voorkomen dat naar de ander wordt gekeken en vooral wordt afgewacht is gelijkwaardigheid een belangrijk uitgangspunt. Geen speler is belangrijker dan de ander. Deze gelijkwaardigheid is cruciaal in de besluitvorming, communicatie en organisatie van het proces van warmtetransitie.
•
Gelijkwaardigheid laat onverlet dat op de gemeente meer wordt gelet dan op andere spelers in dit proces. Derhalve is de gemeente het aan zichzelf en haar bewoners verplicht haar voorbeeldfunctie optimaal te vervullen. Ze mag geen aanleiding geven aan anderen om af te haken of niet in beweging te komen.
•
Het is van groot belang om gedurende de planperiode goed geïnformeerd te blijven over nieuwe ontwikkelingen en innovaties die ook in Kaag en Braassem zouden kunnen worden toegepast. Nieuwe technieken kunnen de overstap van fossiele naar duurzame warmte mogelijk versnellen.
2* Ruimte voor voetnoot
Transitievisie Warmte
48
8. Stappen tot 2025 en 2030
2* Ruimte voor voetnoot
Transitievisie Warmte
49
Op basis van de conclusies komt de TCW tot de volgende aan te bevelen stappen voor de komende acht tot tien jaar. 1.
Het terugbrengen van de energievraag en het energieverlies in de gebouwde omgeving op basis van de volgende doelstellingen 21*.
• •
In 2025 is het totale energieverbruik in de woningen (huur en privébezit) 578 TJ. In 2025 is het totale energieverbruik in commerciële dienstverlening (winkels, kantoren en bedrijfsgebouwen) 128 TJ. In 2025 22* is het totale energieverbruik in de publieke dienstverlening (gemeentehuis, scholen en (sport)kantines) 63 TJ.
•
• • •
2.
In 2030 is het totale energieverbruik in de woningen (huur en privébezit) 510 TJ. In 2030 is het totale energieverbruik in commerciële dienstverlening (winkels, kantoren en bedrijfsgebouwen) 98 TJ. In 2030 23* is het totale energieverbruik in de publieke dienstverlening (gemeentehuis, scholen en (sport)kantines) 55 TJ. Tot 2030 wordt ieder jaar een van de elf dorpskernen geselecteerd 24* voor het opstellen van een plan van aanpak.
De criteria op basis waarvan gekozen wordt zijn: • Het draagvlak voor zowel de opgave als de oplossing. • De mate waarin inwoners en ondernemers betrokken willen worden: samen praten, samen denken, samen besluiten en/of samen doen (= zelfbestuur). • De geschiktheid van het elektriciteitsnet (is er nog voldoende ruimte). • In hoeverre kan er in de nabije toekomst aangehaakt kan worden bij het oplossen van andere maatschappelijke opgaven in zowel het fysieke als het sociale domein. Er wordt per dorp een onafhankelijke trekker benoemd die met de belanghebbenden en betrokkenen een plan van aanpak opstelt om het op den duur vervangen van het aardgas door een economisch en maatschappelijk verantwoord alternatief mogelijk te maken.
Met de kennis van nu lijkt dit in veel gevallen een van onderstaande individuele varianten te zijn. 1 Het volledig elektrisch verwarmen met een elektrische cv en een boiler voor warm water uit de kraan. 2 Het volledig verwarmen met warmte uit de eigen omgeving (de ondiepe bodem, oppervlaktewater en lucht) met behulp van een warmtepomp. 2a Het deels verwarmen met warmte uit de eigen omgeving (de ondiepe bodem, oppervlakte water en lucht) met behulp van een warmtepomp, aangevuld met elektrische verwarming. 2b Het deels verwarmen met warmte uit de eigen omgeving (de ondiepe bodem, oppervlakte water en lucht) met behulp van een warmtepomp, aangevuld met een zonneboiler, zonnecollectoren of PVT-panelen (zonnepanelen).
21* Ter referentie: het energieverbruik in periode van 2014 t/m 2019 in de woningen is gedaald van 622 naar 609 TJ, in de commerciële dienstverlening gestegen van 138 naar 143 TJ en in de publieke dienstverlening gedaald van 68 naar 67 TJ. 22* De doelstellingen voor 2025 zijn gebaseerd op de besparingsdoelstellingen in Omgevingsvisie – hoofdstuk ‘Energie & Grondstoffen in Kaag en Braassem’. 23* De doelstellingen voor 2030 zijn gebaseerd op de besparingsdoelstellingen (15% minder in 2030 t.o.v. 2014) die in de RES 1.0 staan + 3% vanwege aanvullende focus op energiebesparing. 24* Een dorp of een bewonersinitiatief uit een dorp van Kaag en Braassem moet zich ook kunnen aanmelden voor het opstellen van een plan en een aanpak. In de periode tot 2030 moet er twee keer in één jaar twee dorpsaanpakken plaatsvinden.
Transitievisie Warmte
50
Echter, (kleinschalige) collectieve warmtenetten op basis van warmte uit de directe omgeving (aardwarmte en oppervlaktewater) of het aansluiten op een (regionaal) warmtenetwerk moeten niet helemaal worden uitgesloten. Na 2030 is het koffiedik kijken. Ontwikkelingen waar de gemeente afhankelijk van is en beperkt invloed op heeft, zoals technische innovaties, gaan op dit moment hard. Maar als Kaag en Braassem van 2022 tot en met 2030 stappen zet met het isoleren van woningen en gebouwen en in een aantal dorpskernen het aardgas weet te vervangen, dan wordt er een forse slag geslagen.
2* Ruimte voor voetnoot
Transitievisie Warmte
51
Bijlage 1 | Samenstelling TransitieCommissie Warmte Leden De leden van de TCW die betrokken waren bij de totstandkoming van de Transitievisie Warmte van Kaag en Braassem zijn: • Dimmy van Dongen • Ed Bongers • Gerard Hofland • Hans van Dijk • Kirsten van Muiden • Marisol Salamanca • Marleen Bakker • Paul van der Zwet • Reinder Sanders • Rob van der Hoorn • Stijn van der Geest • Sander Koot (Stichting MeerWonen) • Guido van Enckevort (gemeente Kaag en Braassem) Erik Ruts heeft als gespreksleider en moderator het gehele proces begeleid.
Opdrachtomschrijving De TCW bestaat uit een groep van elf betrokken inwoners die, samen met de gemeente en woningbouwcorporaties Stichting MeerWonen en Woondiensten Aarwoude, in opdracht van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Kaag en Braassem, verkent op welke manier Kaag en Braassem over kan stappen van aardgas naar duurzame warmtealternatieven. De TCW wil: • laten zien dat deze overstap haalbaar, grijpbaar en dichtbij is; • de overstap inzichtelijk en behapbaar maken; • dat de overstap in Kaag en Braassem op een praktische en pragmatische wijze wordt aangevlogen; • draagvlak creëren voor de overstap naar duurzame warmte in de verschillende gemeenschappen van Kaag en Braassem; • dat de kennis en kunde die in de samenleving aanwezig is ten goede komt aan diezelfde samenleving en daarmee aan de verschillende gemeenschappen van Kaag en Braassem; • laten zien dat inwoners kunnen meedenken, meebeslissen, meedoen, dat zij zeggenschap en invloed hebben; • dat de gemeente, ondanks haar regisseursrol, de warmtetransitie niet oplegt aan inwoners en ondernemers.
Transitievisie Warmte
52
De TCW wil komen tot een warmtevisie die voor iedereen in Kaag en Braassem te begrijpen is, die praktisch en integraal is, die een duidelijk tijdspad kent en die advies geeft over de manier waarop er draagvlak kan worden gecreëerd voor de overstap naar duurzame warmte. De TCW gaat daarom: • Inventariseren welke technische mogelijkheden er in de gemeente Kaag en Braassem zijn om over te stappen naar duurzame warmtealternatieven. • Peilen hoeveel (maatschappelijk) draagvlak er in de dorpen van Kaag en Braassem is voor deze technische mogelijkheden en de toekomstige overstap naar duurzame warmte. • Nagaan of de opgave per wijk, per dorp of breder moet worden aangepakt. • Bekijken en onderzoeken wat mensen en gemeenschappen eventueel zelf zouden willen en kunnen doen en op basis daarvan advies geven over welke rol de gemeente waar zou moeten pakken. Afsluitend wil de TCW bovenstaande informatie aanbieden aan de gemeente (college en gemeenteraad) en aan inwoners en ondernemers en deze te helpen met een handelingsperspectief (hoe en waar zou een inwoner of ondernemer kunnen beginnen).
Transitievisie Warmte
53
Bijlage 2 | Totstandkoming Transitievisie Warmte Na de oproep en oprichting van de TCW is deze in totaal dertien keer bij elkaar gekomen over een periode van acht maanden (begin juni 2021 t/m januari 2022). In de totstandkoming van de Transitievisie Warmte heeft de TCW met verschillende betrokkenen en belanghebbenden gepraat en informatie ingewonnen. De volgende betrokkenen en belanghebbenden zijn gesproken en hebben input geleverd voor deze Transitievisie Warmte: • Gedurende de beurs ‘Huis en Energie’ in Vijfhuizen (gemeente Haarlemmermeer) is in het weekend van 12, 13 en 14 november (2021) gesproken met circa 110 inwoners en ondernemers aan de hand van een gespreksleidraad, enquête en online vragenlijst. • Er is gesproken met (de afvaardiging van) vier dorpsraden, drie energiecoaches, de beide huurdersbelangenverenigingen, energiecoöperatie Leimuiden Duurzaam, netbeheerder Liander, ambtenaren van de gemeente Kaag en Braassem (uit het sociale en fysieke domein) en een partij die werkt aan een verkenning naar de mogelijkheden voor een regionaal warmtenet. Daarnaast heeft de TCW gebruikgemaakt van informatie die reeds beschikbaar was en waarbij, voornamelijk door de gemeente Kaag en Braassem zelf, in een eerder stadium is geparticipeerd. Het gaat daarbij met name om de volgende informatie: • In 2018 heeft de gemeente Kaag en Braassem deelgenomen aan een regionaal traject.
Onder begeleiding van CE Delft en APPM is de gemeente Kaag en Braassem samen met andere gemeenten uit de buurt, netbeheerder Liander, verschillende woningcorporaties, het hoogheemraadschap en de Omgevingsdienst West-Holland gestart met een eerste verkenning: CE Delft heeft in die verkenning met het CEGOIA-model berekend welke duurzame warmtetechniek, op basis van de laagste maatschappelijke kosten, waar precies de meest logische keuze is in Kaag en Braassem. De gemeente Kaag en Braassem heeft vervolgens, samen met CE Delft en APPM, gekeken naar welke aanvullende uitgangspunten, naast maatschappelijke kosten, belangrijk zouden moeten zijn. Deze stap heeft geleid tot een eerste globaal overzicht van duurzame warmtebronnen per wijk.
Transitievisie Warmte
54
•
-
-
•
-
-
In 2019 heeft de gemeente Kaag en Braassem twee verdiepende vervolgstappen gezet. Deze vervolgstappen hadden tot doel om te onderzoeken of de grove berekeningen uit stap 1 enigszins klopte of mogelijk aangescherpt zouden moeten worden: De eerste verdiepende vervolgstap was, in nauwe samenwerking met het bewonersinitiatief uit Rijnsaterwoude (Ons Warm Onthaal), het onderzoeken of een collectief systeem op basis van thermische energie uit oppervlaktewater (TEO), een technisch, economisch, duurzaam en haalbaar alternatief is voor de energievoorziening van het dorp Rijnsaterwoude. IF Technology en AT Osborne hebben dit onderzocht. De tweede verdiepende vervolgstap omvatte het laten doorrekenen van drie geselecteerde wijken in Kaag en Braassem door The Early Birds. In overleg met de woningcorporaties, Liander, het Hoogheemraadschap en twee energiecoaches is er gekeken of een collectief systeem in zijn algemeenheid (dus niet alleen op basis van TEO maar ook op basis van andere bronnen) financieel gezien concurrerend kan zijn met individuele all-electric-oplossingen (iedereen een eigen warmtepomp) en zo ja, onder welk voorwaarden. In 2020 is er een derde vervolgstap gezet in het beantwoorden van de vraag hoe we in de toekomst voldoende duurzame energie kunnen opwekken en gebruiken.
Het betrof het in gesprek gaan met inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden over wat belangrijk wordt gevonden in de overgang (transitie) naar duurzame warmte. Dit gesprek zag er als volgt uit: Eind 2019 zijn er via het inwonerspanel 241 inwoners geraadpleegd rondom het thema duurzaamheid/energietransitie. Deze raadpleging vond plaats in het kader van de totstandkoming van de eerste Omgevingsvisie. Eind 2020 zijn er via het inwonerspanel 362 inwoners geraadpleegd over de energietransitie in zijn algemeenheid en de warmtetransitie in het bijzonder. Eind 2020 is er tijdens vier bijeenkomsten gesproken met 142 inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden over onder meer de uitgangspunten van de energie- en warmtetransitie en over de rolverdeling (wie zou wat moeten doen).
Transitievisie Warmte
55
Bijlage 3 | Gebruikte bronnen en aanvullende broninformatie Bij de totstandkoming is gebruikgemaakt van met name de volgende rapporten (in alfabetische volgorde): • Aanzet TVW – gemeente Kaag en Braassem door CE Delft. • Haalbaarheidsstudie TEO in Kaag en Braassem door IF Technology en AT Osborne. • Raadpleging Energie- & Warmtetransitie Roadshow door Moventem. • Resultaten – Technologische & Economische Analyse door de The Early Birds. Deze rapporten zijn in bezit van en vrij opvraagbaar bij de gemeente Kaag en Braassem. Naast bovenstaande rapporten zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Burg, 2016. Gezondheidsvoorlichting en gedragsverandering. • CBS, 2021. Klimaatverandering en energietransitie: opvattingen en gedrag van Nederlanders in 2020. Geraadpleegd via https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/rapportages/2021/ klimaatverandering-en-energietransitie-opvattingen-en-gedrag-van-nederlanders-in2020?onepage=true. • Iyer-Raniga & Treloar, 2000. The context of participation in sustainable development. • Klimaatmonitor, 2021. Energieverbruik in Kaag en Braassem. Geraadpleegd via: https://klimaatmonitor.databank.nl/dashboard/dashboard/energieverbruik • Milieu Centraal & Nibud, 2021. Energie en water. Geraadpleegd via: https://www.nibud.nl/consumenten/energie-en-water/ • Miller, Iles & Jonas, 2013. The Social Dimensions of Energy Transitions. • Miller, Richter & O’Leary, 2015.
Socio-energy systems design. • Papa, Wijnant-Timmerman & Van Leeuwen, 2019. Warmtenetten: Technische karakterisering. Geraadpleegd van http://www.wiefm.eu/wp-content/uploads/2019/05/eindrapport-wiefmWP4-technische-karakterisering.pdf
Transitievisie Warmte
56