CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

Financiële verordening (was - wordt)

Gemeenteraad 18 december 2023, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Financiële verordeningen, Controleprotocol en Visie op control.5.124 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Financiële verordening art 213a GW : was / wordt: Was Financiële verordening Kaag en Braassem 2020 Artikel 1 begripsbepaling In deze verordening wordt verstaan onder: - administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd;

Wordt Financiële verordening Kaag en Braassem 2023 Artikel 1: begripsbepaling In deze verordening wordt verstaan onder: - administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd;

- afdeling: iedere organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke organisatie met een eigen rechtstreekse verantwoordelijkheid aan het college;

- afdeling: iedere organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke organisatie met een eigen rechtstreekse verantwoordelijkheid aan het college;

- inkomsten: totaal van de baten voor toevoegingen en onttrekkingen van reserves;

- inkomsten: totaal van de baten voor toevoegingen en onttrekkingen van reserves;

- netto schuld per inwoner: bruto schuld minus de omvang van de geldelijke bezittingen gedeeld door het aantal inwoners op 31 december van het begrotingsjaar. Onder bruto schuld wordt verstaan het totaal van langlopende leningen, kortlopende schulden, crediteurenvorderingen en overlopende passiva. Onder geldelijke bezittingen wordt verstaan het totaal van leningen aan deelnemingen, leningen aan overige verbonden partijen, leningen aan derden, langlopende uitzettingen, kortlopende uitzettingen, debiteurenvorderingen, liquide middelen en overlopende activa;

- netto schuld per inwoner: bruto schuld minus de omvang van de geldelijke bezittingen gedeeld door het aantal inwoners op 31 december van het begrotingsjaar. Onder bruto schuld wordt verstaan het totaal van langlopende leningen, kortlopende schulden, crediteurenvorderingen en overlopende passiva. Onder geldelijke bezittingen wordt verstaan het totaal van leningen aan deelnemingen, leningen aan overige verbonden partijen, leningen aan derden, langlopende uitzettingen, kortlopende uitzettingen, debiteurenvorderingen, liquide middelen en overlopende activa;

- overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarin de gemeente, al dan niet tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te bepalen of een onderneming in de vorm van een personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt;

- overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarin de gemeente, al dan niet tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te bepalen of een onderneming in de vorm van een personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt. - rechtmatigheidsverantwoording: de rapportage van het college waarbij aangegeven wordt in welke mate de totstandkoming van de financiële beheershandelingen en de vastlegging daarvan overeenstemmen met de relevante wet- en regelgeving.

opmerking

opgenomen conform VNG MODEL

Was Financiële verordening Kaag en Braassem 2020 Artikel 2 programma indeling 1. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een programma-indeling voor die raadsperiode vast. 2. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode op voorstel van het college de taakvelden per programma vast. 3. De raad stelt op voorstel van het college per programma de beleidsindicatoren vast. Het voorstel van het college bevat ten minste de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. 4. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode vast over welke onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen van de begroting en de jaarstukken kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd. Artikel 3: Planning- en controlcyclus Voor aanvang van een begrotingsjaar wordt de planning- en controlcyclus opgesteld. In overleg met de griffie wordt dit afgestemd met het vergaderschema van de raad. In het vergaderschema zijn in elk geval de data opgenomen voor het aanbieden door het college en het vaststellen door de raad van: de jaarstukken, de richtnota, de voortgangsmonitor met financiële rapportage en de programmabegroting met de meerjarenraming. Artikel 4: Inrichting begroting en jaarstukken 1.

Bij de begroting en de jaarstukken worden onder elk van de programma’s de baten en de lasten per programma weergegeven. Verder worden hierin het overzicht van algemene dekkingsmiddelen, het overzicht van de overhead en het overzicht van de baten en lasten per taakveld weergegeven. 2. Bij de uiteenzetting van de financiële positie van de begroting wordt rekening gehouden met de nieuwe investeringen en lopende investeringen. Van de nieuwe investeringen wordt per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven. 3. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in begroting wordt in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg

Wordt Financiële verordening Kaag en Braassem 2023 Artikel 2: programma indeling 1. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een programma-indeling voor die raadsperiode vast. 2. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode op voorstel van het college per programma vast: a. de taakvelden, en b. de beleidsindicatoren. Het voorstel van het college bevat in ieder geval de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a. van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. 3. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode vast over welke onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen van de begroting en de jaarstukken kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd. Artikel 3: Planning- en controlcyclus Voor aanvang van een begrotingsjaar wordt de planning- en controlcyclus opgesteld. In overleg met de griffie wordt dit afgestemd met het vergaderschema van de raad. In het vergaderschema zijn in elk geval de data opgenomen voor het aanbieden door het college en het vaststellen door de raad van: a. de jaarstukken, b. de richtnota, c. de voortgangsmonitor met financiële rapportage en d. de programmabegroting met de meerjarenraming. Artikel 4: inrichting begroting en jaarstukken 1. Bij de begroting en de jaarstukken worden onder elk van de programma’s de baten en de lasten per programma weergegeven.

Verder worden hierin het overzicht van algemene dekkingsmiddelen, het overzicht van de overhead en het overzicht van de baten en lasten per taakveld weergegeven. 2. Bij de uiteenzetting van de financiële positie van de begroting wordt rekening gehouden met de nieuwe investeringen en lopende investeringen. Van de nieuwe investeringen wordt per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven. 3. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in begroting wordt in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als

opmerking

Tekst afgekort conform VNG Model

Ongewijzigd. Iets andere layout

Ongewijzigd

Was Financiële verordening Kaag en Braassem 2020 van de begroting, de meerjarenraming, de investeringen en de grondexploitatie. In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven en inkomsten weergegeven.

Wordt Financiële verordening Kaag en Braassem 2023 gevolg van de begroting, de meerjarenraming, de investeringen en de grondexploitatie. 4. In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven en inkomsten weergegeven.

opmerking

Artikel 5: Kaders begroting 1. Het college biedt voor de zomer aan de raad een richtnota aan met een voorstel voor de inhoudelijke richting (de integrale monitor) en de financiële kaders voor het uitwerken van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De raad stelt de financiële kaders en de inhoudelijke richting vast.

Artikel 5: Kaders begroting 1. Het college biedt voor de zomer aan de raad een richtnota aan met een voorstel voor de inhoudelijke richting (de integrale monitor) en de financiële kaders voor het uitwerken van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De raad stelt de financiële kaders en de inhoudelijke richting vast.

Ongewijzigd

Artikel 6: Autorisatie begroting en investeringskredieten 1. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma. 2. Bij de begrotingsvaststelling autoriseert de raad de investeringskredieten van het komende begrotingsjaar. De overige nieuwe investeringen worden in het meerjarenperspectief opgenomen. 3. Het college informeert de raad als het verwacht, dat de lasten van een taakveld of een prioriteit de geautoriseerde lasten dreigen te overschrijden, de investeringsuitgaven van een investeringskrediet het geautoriseerde investeringskrediet dreigen te overschrijden, of de baten van een taakveld of een prioriteit de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden. 4. Bij de behandeling van de tussenrapportages in de raad doet het college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde budgetten en de investeringskredieten en het bijstellen van het beleid. 5. Voor een investering (waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd), legt het college vooraf aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan de raad voor.

Artikel 6: Autorisatie begroting en investeringskredieten 1. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma. 2. Bij de begrotingsvaststelling autoriseert de raad de investeringskredieten van het komende begrotingsjaar. De overige nieuwe investeringen worden in het meerjarenperspectief opgenomen. 3. Het college informeert de raad als het verwacht, dat de lasten van een taakveld programma of een prioriteit de geautoriseerde lasten dreigen te overschrijden, de investeringsuitgaven van een investeringskrediet het geautoriseerde investeringskrediet dreigen te overschrijden, of de baten van een taakveld programma of een prioriteit de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden. 4. Bij de behandeling van de tussenrapportages in de raad doet het college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde budgetten en de investeringskredieten en het bijstellen van het beleid. 5. Voor een investering (waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd), legt het college vooraf aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan de raad voor.

Artikel 7: Tussentijdse rapportage / voortgangsmonitor

Artikel 7: Tussentijdse rapportage / voortgangsmonitor

Gewijzigd: wordt programma!! Verder ongewijzigd gelaten

Was Financiële verordening Kaag en Braassem 2020 1. Het college informeert de raad door middel van een tussentijdse rapportage over de realisatie van de begroting van de gemeente. De rapportage wordt in het najaar aangeboden aan de raad. 2. De tussenrapportages bevatten een uiteenzetting over de uitvoering en de bijstelling van het beleid en een overzicht met de bijgestelde raming van de baten en de lasten per programma en de realisatie en raming van de besteding van de investeringskredieten. 3. In de tussenrapportage (en de jaarrekening) worden afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de baten en de lasten per taakveld in de begroting groter dan € 15.000 toegelicht.

Artikel 8: Informatieplicht Het college besluit niet over: a. de aan- en verkoop van goederen, werken en diensten waarbij het geraamde bedrag hoger is dan € 500.000; b. het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties groter dan € 50.000 dan nadat de raad is geïnformeerd over het voornemen en hiertoe in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen.

Wordt Financiële verordening Kaag en Braassem 2023 1. Het college informeert de raad door middel van een tussentijdse rapportage over de realisatie van de begroting van de gemeente. De rapportage wordt in het najaar aangeboden aan de raad. 2. De tussenrapportage bevat een uiteenzetting over de uitvoering en de bijstelling van het beleid en een overzicht met de bijgestelde raming van a. de baten en de lasten per programma; b. het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen; c. het overzicht van de overhead en vennootschapsbelasting; d. het totale saldo van de baten en lasten, volgend uit de onderdelen a, b en c; e. de toevoegingen en onttrekkingen aan reserves; f. het resultaat, volgend uit de onderdelen d en e; g. de (meerjaren)raming van de besteding van de investeringskredieten. 3. In de tussenrapportage (en de jaarrekening) worden afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de baten en de lasten per taakveld in de begroting groter dan € 50.000 toegelicht. Art 8. Jaarstukken 1. Gelijktijdig met het aanbieden van de jaarstukken biedt het college de raad het voorstel aan over de bestemming van het jaarrekeningresultaat. 2. Vooruitlopend op het bestemmingsvoorstel over het jaarrekeningresultaat kan het college de raad voorstellen om restantmiddelen op onderdelen van het rekeningresultaat over te hevelen naar het volgende begrotingsjaar. Artikel 9. Informatieplicht 1.

In het kader van de actieve informatieplicht beslissen burgemeester en wethouders niet over: a. de aan- en verkoop van goederen, werken en diensten waarbij het geraamde bedrag hoger is dan € 500.000; b. het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties groter dan € 50.000. c. het verstrekken van kapitaal aan instellingen en ondernemingen, dan nadat de raad is geïnformeerd over het voornemen en hiertoe in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van burgemeester en wethouders te brengen.

opmerking

Model VNG (artikel 7 lid 2) is wat uitgebreider gedeeltelijk aangepast.

Bedrag van 15K aangepast naar 50K Nieuwe tekst/artikel opgenomen conform VNG Model

lid c toegevoegd.

Was Financiële verordening Kaag en Braassem 2020

Wordt Financiële verordening Kaag en Braassem 2023

opmerking

Artikel 9: EMU-saldo Artikel 10: Waardering en afschrijving vaste activa Activa worden onder aftrek van bijdragen van derden geactiveerd. 1. Activa worden afgeschreven volgens de methodiek en de termijnen zoals vermeld in de bijlage afschrijvingsbeleid bij deze verordening. 2. Aan investeringen wordt pas in het eerste jaar na het jaar van ingebruikname volledige rente en afschrijving toegerekend. 3. Bij investeringen die over meerdere jaren lopen en waarvan ingebruikname langer duurt wordt over de boekwaarde per 1 januari rente berekend. 4. Bij alle investeringen wordt een rentepercentage gehanteerd dat jaarlijks bij de begroting wordt vastgesteld.

Artikel 10: EMU-saldo Artikel 11: Waardering en afschrijving vaste activa 1. Activa worden onder aftrek van bijdragen van derden geactiveerd. 2. Activa worden afgeschreven volgens de methodiek en de termijnen zoals vermeld in de bijlage afschrijvingsbeleid bij deze verordening. 3. Aan investeringen wordt pas in het eerste jaar na het jaar van ingebruikname volledige rente en afschrijving toegerekend. 4. Bij investeringen die over meerdere jaren lopen en waarvan ingebruikname langer duurt, wordt over de boekwaarde per 1 januari rente berekend. 5. Burgemeester en wethouders bieden de raad periodiek een meerjareninvesteringsplan aan, waarbij inzicht wordt verschaft in de geplande investeringen en de daarmee gepaard gaande kapitaallasten voor de komende meerjarenperiode. Artikel 12 Voorziening voor oninbare vorderingen

Ongewijzigd Lid 4 oude verordening klopt niet meer (bijstelling bij jaarrekening). Dus eruit gehaald, is ook gewoon BBVeis.

Artikel 11 Voorziening voor oninbare vorderingen

Lid 5 toegevoegd. Ongewijzigd

Was Financiële verordening Kaag en Braassem 2020 Artikel 12: Reserves en voorzieningen 1. Het college is verantwoordelijk voor een actuele nota Risicomanagement en weerstandsvermogen. Iedere vier jaar wordt de nota geactualiseerd en door de Raad vastgesteld. 2. Het college biedt de raad jaarlijks bij de behandeling van de begroting een nota reserves en voorzieningen aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en behandeld: a.de vorming en besteding van reserves; b.de vorming en besteding van voorzieningen; en 3. Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve wordt minimaal aangegeven: a) het specifieke doel van de reserve; b) de voeding van de reserve; c) de minimale en maximale hoogte van de reserve; en d) de maximale looptijd. 4. Als een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen binnen de aangegeven maximale looptijd niet heeft geleid tot een investering, valt de bestemmingsreserve vrij en wordt deze aan de algemene reserve toegevoegd.

Wordt Financiële verordening Kaag en Braassem 2023 Artikel 13: Reserves en voorzieningen 1. Het college is verantwoordelijk voor een actuele nota Risicomanagement en weerstandsvermogen. Iedere vier jaar wordt de nota geactualiseerd en door de Raad vastgesteld. 2. Het college biedt de raad jaarlijks bij de behandeling van de begroting een nota reserves en voorzieningen aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en behandelt: a. de vorming en besteding van reserves; b. de vorming en besteding van voorzieningen; en 3. Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve wordt minimaal aangegeven: a. het specifieke doel van de reserve; b. de voeding van de reserve; c. de minimale en maximale hoogte van de reserve; en d. de maximale looptijd. 4. Als een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen binnen de aangegeven maximale looptijd niet heeft geleid tot een investering, valt de bestemmingsreserve vrij en wordt deze aan de algemene reserve toegevoegd.

opmerking

Artikel 13 Kostprijsberekening Artikel 14 Prijzen economische activiteiten Artikel 15 Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen Artikel 16 Financieringsfunctie Artikel 17 Onderhoud kapitaalgoederen

Artikel 14 Kostprijsberekening Artikel 15 Prijzen economische activiteiten Artikel 16 Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen Artikel 17 Financieringsfunctie Artikel 20: Onderhoud kapitaalgoederen

Ongewijzigd Ongewijzigd Ongewijzigd

Ongewijzigd

Ongewijzigd Ongewijzigd

Was Financiële verordening Kaag en Braassem 2020 Artikel 18 Grondbeleid 1. Het college biedt de raad ten minste eens in de vier jaar ter vaststelling een nota grondbeleid aan. In de nota wordt aandacht besteed aan: a. de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de gemeente; b. te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten; c. het verloop van de grondvoorraad; d. de uitgangspunten voor de verkoopprijzen van gronden 2. Het college biedt de raad jaarlijks de grondprijzenbrief aan, waarin de actuele grondprijzen van de bij de gemeente in eigendom zijnde gronden zijn opgenomen Artikel 22. Paragraaf grondbeleid 1. In de paragraaf grondbeleid bij de begroting en de jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 16 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a. het verloop van de grondvoorraad b. de te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten;

Artikel 19: paragraaf lokale heffingen / bedrijfsvoering Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf lokale heffingen dan wel de paragraaf Bedrijfsvoering naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a. de kostentoerekening van de (geraamde) rentekosten b. de (geraamde) overheadkosten aan de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht. Artikel 20: Paragraaf Financiering

Wordt Financiële verordening Kaag en Braassem 2023 Artikel 23. Paragraaf grondbeleid 1. In de paragraaf grondbeleid bij de begroting en de jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 16 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a. het verloop van de grondvoorraad; b. de te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten. 2. Het college biedt de raad ten minste eens in de vier jaar ter vaststelling een nota grondbeleid aan. In de nota wordt aandacht besteed aan: a. de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de gemeente; b. te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten; c. het verloop van de grondvoorraad; d. de uitgangspunten voor de verkoopprijzen van gronden. 3. Het college biedt de raad jaarlijks de grondprijzenbrief aan, waarin de actuele grondprijzen van de bij de gemeente in eigendom zijnde gronden zijn opgenomen. 4. De voorziening voor de verliesgevende grondexploitaties wordt gewaardeerd tegen contante waarde

opmerking

Artikel 18. Paragraaf Lokale heffingen Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf lokale heffingen naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a. de kostentoerekening van de (geraamde) rentekosten b. de (geraamde) overheadkosten aan de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht.

Ongewijzigd gelaten, behalve stukje inzake par. Bedrijfsvoering eruit gelaten

Zie artikel 21: Paragraaf financiering

Ongewijzigd

Artikel 18 en 22 samengevoegd tot één artikel conform VNG model

Lid 4 opgenomen conform VNG Model.

Was Financiële verordening Kaag en Braassem 2020 Artikel 21: Paragraaf Weerstandsvermogen & risicobeheersing 1. In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bij de begroting en de jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 11 van het Besluitbegroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op een analyse van de weerstandsratio in relatie tot de door de raad hiervoor gestelde kaders. 2. Voor het in beeld brengen van de weerstandscapaciteit van de gemeente wordt beoordeeld of de gemeente bij een risicoscenario de verplichtingen in de toekomst kan blijven nakomen zonder dat de uitgaven aan en de investeringen in noodzakelijke publieke voorzieningen in de knel komen.

Wordt Financiële verordening Kaag en Braassem 2023 Artikel 19: Paragraaf Weerstandsvermogen & risicobeheersing 1. In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bij de begroting en de jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op een analyse van de weerstandsratio in relatie tot de door de raad hiervoor gestelde kaders. 2. Voor het in beeld brengen van de weerstandscapaciteit van de gemeente wordt beoordeeld of de gemeente bij een risicoscenario de verplichtingen in de toekomst kan blijven nakomen zonder dat de uitgaven aan en de investeringen in noodzakelijke publieke voorzieningen in de knel komen.

Artikel 22: Paragraaf Grondbeleid

Samengevoegd met artikel 23.

Artikel 23: Administratie De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor: a. het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente als geheel en in de afdelingen; b. het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden en contracten; c. het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het maken van kostencalculaties; d. het bevorderen en het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de

Artikel 22. Bedrijfsvoering Het college neemt in de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval een toelichting op alle afwijkingen in rechtmatigheid, die in de rechtmatigheidsverantwoording zijn opgenomen en eventueel welke maatregelen worden genomen om deze afwijkingen in de toekomst te voorkomen; Artikel 24: Administratie De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor: a. het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente als geheel en in de afdelingen; b. het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden en contracten; c. het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het maken van kostencalculaties; d. het bevorderen en het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de

opmerking

Niet aangepast in afwachting van nieuw beleid.

Minimaal noodzakelijke (Kadernota rechtmatigheid 2023) toegevoegd Ongewijzigd

Was Financiële verordening Kaag en Braassem 2020 begroting en relevante wet- en regelgeving; e. het verstrekken van vereiste informatie aan het rijk, de provincie en de Europese Unie, alsmede aan andere instellingen die specifieke verantwoordingsverplichtingen opleggen aan de gemeente; en f. de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving.

Wordt Financiële verordening Kaag en Braassem 2023 begroting en relevante wet- en regelgeving; e. het verstrekken van vereiste informatie aan het rijk, de provincie en de Europese Unie, alsmede aan andere instellingen die specifieke verantwoordingsverplichtingen opleggen aan de gemeente; en f. de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving.

opmerking

Artikel 24: Financiële organisatie Het college draagt zorgt voor: a. een eenduidige indeling van de financiële organisatie en een toewijzing van de gemeentelijke taken aan de afdelingen; b. een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden; c. de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten; d. de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie; e. de te maken afspraken met de afdelingen over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen; f. de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van de lasten en baten aan de taakvelden; g. het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten; h. het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen en i. het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan.

Artikel 25. Financiële organisatie

Ongewijzigd

Het college draagt zorgt voor: a. een eenduidige indeling van de financiële organisatie en een toewijzing van de gemeentelijke taken aan de afdelingen; b. een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden; c. de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten; d. de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie; e. de te maken afspraken met de afdelingen over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen; f. de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van de lasten en baten aan de taakvelden; g. het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten; h. het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen en i. het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan.

Was Financiële verordening Kaag en Braassem 2020 Artikel 25: interne controle 1. Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder a, van de Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder b, van de Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen tot herstel. 2. Het college zorgt voor de systematische controle van de registratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van de gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de uitstaande leningen, de opgenomen leningen en de kortlopende schulden jaarlijks worden gecontroleerd. Bij afwijkingen in de registratie neemt het college maatregelen voor herstel van de tekortkomingen. NB: In verordening 2020 zijn artikelen 26 en 27 slotbepalingen. In de verordening 2023 is een apart hoofdstuk 6 Rechtmatigheidsverantwoording toegevoegd.

Wordt Financiële verordening Kaag en Braassem 2023 Artikel 26. Interne controle 1. Het college zorgt voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen rapporteert het college daarover in de rechtmatigheidsverantwoording, zoals beschreven in artikel 22 onder f. Daarnaast informeert het college de raad over genomen maatregelen tot herstel van de tekortkomingen. 2. Het college zorgt voor de systematische controle van de registratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van de gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de uitstaande leningen, de opgenomen leningen en de kortlopende schulden jaarlijks worden gecontroleerd. Bij afwijkingen in de registratie neemt het college maatregelen voor herstel van de tekortkomingen. Art 27. Verantwoordings-en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording 1. De raad stelt vast op welke wijze hij door middel van de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken, naast de verplichte onderdelen van deze paragraaf, wil worden geïnformeerd over rechtmatigheid. 2. In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteert het college aan de raad over afwijkingen met een verantwoordingsgrens van 1% van de totale lasten van de gemeente, inclusief de dotaties aan de reserves. 3.

In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde rechtmatigheidsfouten of -onduidelijkheden vanaf € 150.000 nader toegelicht. Artikel 28. Voorwaardencriterium 1. Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur. 2. Het college biedt de raad jaarlijks ter vaststelling een

opmerking

Lid 1 aangepast conform VNG Model

Opgenomen conform VNG model

Opgenomen conform VNG model.

Was Financiële verordening Kaag en Braassem 2020

Wordt Financiële verordening Kaag en Braassem 2023 normenkader rechtmatigheid aan. Dit kader bestaat uit alle relevante (interne) wet- en regelgeving waaruit financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien. 1. Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen. 2. De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door de raad is geautoriseerd, zoals is opgenomen in artikel 6. 3. Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde kredietbedrag. Een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totaal bedrag van het krediet, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd. 4. Uitgangspunt is dat iedere overschrijding van het geautoriseerd programmalastenbudget als begrotingsonrechtmatig wordt beschouwd. Overschrijdingen van het programmalastenbudget worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: a. Er is sprake van een overschrijding van lasten waarbij direct gerelateerde baten de overschrijding compenseren. b. Er is sprake van een overschrijding van lasten op een openeinde regeling. c.

De overschrijding van lasten is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage. d. De overschrijding van lasten is door de raad uiterlijk 15 februari van het jaar volgend op het betreffend verslagjaar geautoriseerd door middel van een raadsbesluit op een separaat ingediend raadsvoorstel uiterlijk 31 december van het betreffend verslagjaar. Er is dus op 31 december van dat verslagjaar nog geen formele begrotingswijziging voor dat jaar door de raad vastgesteld maar later en wel uiterlijk 15 februari van het jaar volgend op het betreffend verslagjaar. 5. De na het moment van de door de raad laatst vastgestelde tussentijdse rapportage over het betreffend verslagjaar geconstateerde over- en/of onderschrijdingen van

opmerking

Opgenomen conform VNG model Aanvulling: Afspraken over acceptabele begrotingsonrechtmatig. in lid 4d en li d 5.

Was Financiële verordening Kaag en Braassem 2020

Wordt Financiële verordening Kaag en Braassem 2023 programmabaten-budgetten resp. onderschrijdingen van programmalasten- en/of investeringskredietbudgetten voor dat verslagjaar betreffen op zichzelf acceptabele begrotingsonrechtmatigheden, mits deze soort afwijking(en) uiterlijk bij of met de jaarrekening over dat verslagjaar aan de raad worden gemeld en toegelicht. Artikel 31 Misbruik en oneigenlijk gebruik- criterium 1. Het misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en gemeentelijke eigendommen bij financiële beheershandelingen. 2. Het college zorg voor en legt de regels vast voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen.

opmerking

Opgenomen conform VNG model

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=3908ed68-8c28-45ca-910f-83e9cfb802a2