CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

Eindrapport verkenning Kaag en Braassem

Gemeenteraad 22 april 2026, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Vervolgproces van de verkenning.2.280 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Eindrapport verkenning Kaag en Braassem

Opdracht De gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart 2026 hebben in de gemeente Kaag en Braassem geleid tot de volgende zetelverdeling: •

Samen Kaag en Braassem: 5 zetels

•

Kern11: 5 zetels

•

CDA: 3 zetels

•

D66: 3 zetels

•

Pro Kaag en Braassem: 3 zetels

•

VVD: 2 zetels

Na de installatie van de raad heeft één raadslid zich afgesplitst van de fractie Kern11 en is verdergegaan als zelfstandig raadslid. Dit resulteert in een zetelverdeling waarbij Kern11 vier zetels telt. Ten opzichte van de vorige bestuursperiode is sprake van een duidelijke verschuiving in de zetelverdeling. Dit heeft geleid tot een gewijzigd krachtenveld en gewijzigde onderlinge verhoudingen binnen de gemeenteraad. Samen Kaag en Braassem heeft als grootste fractie het initiatief genomen voor de start van de formatie Deze fractie heeft de verkenner verzocht te onderzoeken welke samenwerkingsvorm(en) het meest kansrijk zijn voor de totstandkoming van een stabiel, effectief en gedragen gemeentebestuur voor de komende bestuursperiode.

Werkwijze en proces In de verkenningsfase zijn gesprekken gevoerd met alle partijen in de gemeenteraad die na de verkiezingen voor bestuurlijk Kaag en Braassem in beeld waren als partij in het bestuurlijke circuit. In deze gesprekken is zowel aandacht besteed aan inhoudelijke beleidsopgaven als aan de gewenste bestuursstijl en samenwerking in een nieuwe bestuursperiode. Na de eerste gespreksronde heb ik een tussenrapportage uitgebracht op 13 april jl. De fracties met de grootste zetelwinst zijn daarin verzocht hun standpunten nader uit te werken op thema’s waar de verschillen het meest uitgesproken waren. Op basis van deze uitwerkingen is een vervolggesprek gevoerd met alle partijen, gericht op het verkennen van draagvlak voor een gezamenlijke inhoudelijke koers.

Algemene uitgangspunten van de verkenning

De verkenning was gericht op het opstellen van een programmatische basis die kan dienen als fundament voor een stabiel bestuur van Kaag en Braassem. Daarbij zijn consequent twee sporen onderscheiden: 1. Inhoudelijke opgaven en standpunten 2. Bestuursstijl en stabiel bestuur

Ad 1. Inhoudelijke opgaven en standpunten In alle gesprekken is benadrukt dat een stabiel bestuur vraagt om: • • •

naleving van wet- en regelgeving, het functioneren als betrouwbare samenwerkingspartner en, het voeren van een financieel gezond beleid.

Alle fracties onderschrijven deze uitgangspunten. Tegelijkertijd is gebleken dat binnen dit kader ruimte wordt gezien voor verschillende accenten en interpretaties, zoals het zoeken naar alternatieven, het maken van uitzonderingen of het expliciet benoemen van grenzen. “We hoeven niet het braafste jongetje uit de klas te zijn”, “soms is nee ook een antwoord”, “laten we eerst nog eens zoeken naar alternatieven”, “in gesprek met elkaar, kunnen we t misschien nog veranderen, beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald”. Deze nuanceringen nemen echter niet weg dat het uitgangspunt van stabiliteit en betrouwbaarheid breed wordt gedeeld. Het vertrekpunt blijft de ingezette koers van de gemeente Kaag en Braassem voor een stabiel bestuur en betrouwbare overheid. De hoofdlijnen van deze koers zijn vastgelegd in de vastgestelde meerjarenbegroting en diverse visiedocumenten. In de gesprekken was aandacht voor de standpunten en ambities van de verschillende fracties die deze koers raken. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen: -

Koers houden : voortzetten Opnemen of aanvullen : nieuwe dingen toevoegen Accenten (ver)zetten : aanpassen Koers wijzigen : moet anders

Bevindingen en conclusies met betrekking tot inhoudelijke spoor: Uit de gesprekken blijkt dat voor een groot deel van de beleidsterreinen de bestaande koers kan worden voortgezet, eventueel met beperkte accentverschuivingen. Slechts op enkele thema’s is sprake van wezenlijk afwijkende standpunten. Twee onderwerpen zijn daarbij nadrukkelijk benoemd: Braassemerland Samen Kaag en Braassem is over dit onderwerp het meest uitgesproken. Zij staan voor

heroverweging van de eerder ingezette koers ten aanzien van de extra woningen. Andere partijen geven aan dat zij open staan voor verbeteringen van de plannen, binnen de bestaande kaders, maar zijn terughoudend wat betreft het overdoen van eerder doorlopen processen. Samen Kaag en Braassem geeft hierbij nadrukkelijk aan onvoldoende meegenomen te zijn in de procesgang van het college naar de raad ten opzichte van de voorgelegde keuzes. Asielopvang (AZC) Kern11 is uitgesproken tegen grootschalige opvang, vanwege het ontwrichtende effect op dorpskernen. De partij heeft het uitgangspunt ‘kijk wat binnen de gemeente passend en haalbaar is’. Kern11 wil dat dit leidend is voor de omvang van de opvang. Kleinschalige opvang op meerdere locaties wordt daarbij als alternatief gezien. Als dergelijke opvang niet mogelijk blijkt, vindt Kern11 het verdedigbaar om af te wijken van de normen van de spreidingswet. In beginsel is juist gekeken naar waar partijen inhoudelijke overeenkomsten zien bij elkaar en in de bestuurlijke opgaven voor Kaag en Braassem. In de basis zou er breed draagvlak kunnen zijn en gevonden kunnen worden voor het voortzetten van de ingeslagen richting op hoofdlijnen. Hierbij moet wel aandacht zijn voor bepaalde accentverschuivingen.

Partijen die het dichtst bij elkaar liggen, wat betreft gewenste accentveranderingen (zoals meer aandacht voor groenbeleid, bouwen niet los zien van ontsluiting, sturing op sociaal domein houden) , zijn SKB, CDA en D66. De standpunten van VVD en Pro liggen daar niet ver vanaf, maar daarbij spelen soms net weer andere accenten. Kern 11 stelt zich als nieuwe partij het meest uitgesproken op als het gaat om dingen anders doen. Ze refereren niet direct aan de inhoudelijke dossiers en geven aan als nieuwe partij hier nog niet zo goed zicht op te hebben. De ‘trendbreuk’ waar ze voor staan, gaat vooral over de manier waarop dingen gedaan moeten worden: meer betrekken van inwoners, beter aansluiten op wat er in de kernen speelt en geluid van inwoners daadwerkelijk horen en daar iets mee doen.

Conclusies inhoudelijk spoor Alles overwegende constateer ik dat: • •

•

Voor veel inhoudelijke punten voor het voortzetten van de koers voor Kaag en Braassem zou draagvlak bij de meerderheid of de gehele raad gevonden kunnen worden. Voor een brede inhoudelijke onderlegger voor de opgaven voor de komende jaren is een nadere uitwerking en duiding nodig, zodat duidelijk wordt waar de accenten anders moeten. Voor het expliciete standpunt van Samen Kaag en Braassem over het heroverwegen van Braassemerland, moet meer uitgewerkt worden. De heroverweging dient, samen met een aanpak, duidelijk geformuleerd te worden. Zo kan voor dit standpunt breder draagvlak gerealiseerd worden.

Met in achtneming van bovenstaande denk ik dat er een voldoende brede basis aanwezig is om gezamenlijk te werken aan een inhoudelijk kader voor de komende bestuursperiode. Advies Om hier invulling aan te geven, is mijn voorstel dat Samen Kaag en Braassem, CDA en D66 (‘motorblok’) met elkaar bekijken hoe zij een eerste basis voor een akkoord kunnen opstellen.

Daarbij is het van belang om met elkaar de scherpte op te zoeken bij standpunten die van elkaar verschillen. Hiervoor dienen afspraken gemaakt te worden, zodat duidelijk is hoe men hiermee om wil gaan. Ook moet dit in relatie gezien worden tot de verantwoordelijkheden raad en mandaat college. Daarbij wil ik nadrukkelijk meegeven in gesprek te gaan met andere partijen om te bekijken of en hoe ook hun standpunten en ambities zoals participatie en betrokkenheid van inwoners, mogelijk een plek kunnen krijgen in het akkoord.

Gezien de inhoudelijke overeenkomsten zou het mijns inziens mogelijk moeten zijn om uiteindelijk met elkaar te komen tot een brede en uitvoerbare programmatische basis voor de komende jaren.

Ad 2. Bestuursstijl en stabiel bestuur In alle gesprekken is uitvoerig gesproken over het belang van een stabiel bestuur. Fatsoenlijke omgangsvormen en het naleven van gemeenschappelijke normen en waarden worden door alle partijen als randvoorwaardelijk gezien. Tegelijkertijd blijkt dat partijen verschillend aankijken tegen rolopvattingen van de raad, het college en inwoners. Deze verschillen zijn op zichzelf legitiem, maar kunnen bij grote tegenstellingen de samenwerking onder druk zetten en daarmee een risico vormen voor bestuurlijke stabiliteit. Ook zijn kenmerken genoemd die bijdragen aan stabiel bestuur, zoals bestuurlijke ervaring, inhoudelijke deskundigheid, verbindend vermogen en kennis van gemeentelijke opgaven en processen. Van meerdere kanten is benadrukt dat het nieuwe bestuur voortbouwt op lopende dossiers en bestaande opgaven. Zij stapt daarmee op een rijdende trein en dient hier ook zo mee om te gaan. Dit vraagt om bestuurlijke ervaring en inzicht in het krachtenveld waarin wordt geopereerd. Dit draagt vervolgens bij aan de stabiliteit in het (dagelijks) bestuur. In het verlengde hiervan zijn vraagtekens gezet bij de mate waarin een nieuwe partij gezien kan worden als een betrouwbare (dagelijkse) bestuurspartner.

Als veel zaken nieuw zijn, dossiers aandacht vragen en in algemene zin gemeentelijke (bestuurs)ervaring ontbreekt, heeft het interne proces in de partij en in samenwerking met anderen veel aandacht nodig. In de gesprekken is vastgesteld dat het combineren van interne partijontwikkeling met een grote bestuurlijke verantwoordelijkheid een te grote belasting vormt en als een substantieel risico wordt gezien. Tenslotte is meermaals benoemd dat een stabiel college bestuurlijke ervaring en inhoudelijke deskundigheid moet hebben, maar vooral dat wethouders “van en voor’ de hele raad zijn. Stabiel bestuur is dus een vraagstuk voor alle bestuurslagen én gaat over omgangsvormen. Alles overwegende leidt dit tot de volgende inzichten en conclusies:

1. Stabiel bestuur gaat over gezamenlijke normen en waarden en deze met elkaar naleven. Het wordt aanbevolen om nog scherpe(re) afspraken te maken over verankering en sturing hierop. 2. Bestuursstijlen en stabiel bestuur zijn brede begrippen. De wijze waarop iedereen zijn rol invult en er respect en vertrouwen is naar elkaar, heeft invloed op de samenwerking, de besluitvorming en het zijn van een betrouwbare overheid. 3. Om te kunnen sturen en besturen is het, los van de inhoudelijke richting, van belang om enigszins gelijke rolopvattingen te hebben. Dit heeft betrekking op de rol van de raad en het college, maar ook de rollen in relatie tot inwoners. 4. Voor rust in de partij is bestuurlijke ervaring, continuïteit, en weten wat er van je verwacht wordt in de samenwerking, nodig. Als dit (nog) niet zo, dan wordt dit gezien als risico. 5. Een stabiel college is een college met brede steun vanuit de raad, waarbij inhoudelijke deskundigheid ook een plek moet krijgen.

Op basis van bestuursstijl en rolopvattingen liggen Samen Kaag en Braassem, CDA, D66 en VVD het dichtst bij elkaar. Met vertegenwoordigers van deze partijen acht ik het mogelijk om een stabiel college te vormen. Kern11 staat qua bestuursstijl en ervaring het verst hiervan af en wordt op dit moment niet gezien als een betrouwbare pijler voor een nieuw college. Pro Kaag en Braassem staat bestuurlijk dichter bij de andere partijen, maar bevindt zich intern in een heroriëntatiefase na het verkiezingsverlies. Advies: Om te komen tot een stabiel en gedragen college is een zorgvuldig en transparant proces nodig, waarin zowel kwaliteit als samenwerking centraal staan. Dit proces loopt parallel aan het opstellen van het akkoord, maar kent een eigen fasering en verantwoordelijkheden. Mijn voorstel is dat het eerder genoemde ‘motorblok’ van drie partijen, aangevuld met de VVD als vierde betrokken partij , aan de lat staan om met elkaar te zorgen voor een stabiel college. Deze partijen erkennen met elkaar dat de kwaliteit van het college als geheel doorslaggevend is voor het succes van de bestuursperiode. Iedere partij levert uiteindelijk één wethouder, zodat het college een duidelijke afspiegeling vormt van de samenwerking. Daarbij acht ik het wenselijk om een stevig selectieproces voor wethouders te starten.

Met deze aanpak wordt gewerkt aan een college dat niet alleen politiek gedragen is, maar ook beschikt over de kwaliteit en samenhang die nodig zijn om de ambities uit het raadsakkoord waar te maken. Na de behandeling van dit eindrapport door de raad, legt de verkenner een schriftelijk voorstel over het te volgen proces en de samenstelling van de commissie ter consultatie aan de onderhandelaars van de partijen. Daarin zal in ieder geval het volgende worden opgenomen: •

Er wordt gewerkt met een onafhankelijke sollicitatiecommissie. Bestaande uit twee à drie personen met ervaring en kennis van de besturen en lokale context, maar zonder

directe binding met de betrokken partijen. De vier partijen stellen uiteindelijk de commissie in. •

De opdracht aan de commissie is tweeledig: het opstellen van profielschetsen (1) en het begeleiden van de selectie.(2)

•

Bij opstellen van het profiel moet gekeken worden naar individuele kwaliteiten, maar ook naar het collectief van het college. Daarbij is bestuurlijke ervaring, inhoudelijke kennis, verbindend vermogen, complementariteit tussen de wethouders en diversiteit van het team relevant.

•

Alle vier partijen zouden mijns inziens elk twee kandidaten kunnen voordragen, waarbij zowel interne als externe kandidaten mogelijk zijn.

•

De portefeuille Ruimtelijke Ordening (waaronder Braassemerland) vraagt aantoonbare deskundigheid en ervaring én zou mijns inziens toegewezen moeten worden aan Samen Kaag en Braassem. Op deze manier kan de grootste partij met haar uitgesproken standpunt verantwoordelijkheid nemen.

Vervolg: Na afronding van deze rapportage werkt de raad gezamenlijk verder aan het inhoudelijke fundament voor de komende periode. Daarbij is het van belang om steeds te beseffen dat samenwerking noodzakelijk is om effectieve resultaten te realiseren voor de inwoners van Kaag en Braassem. Zij zijn gebaat bij een stabiel bestuur dat samenwerkt, transparant handelt en optreedt als een betrouwbare partner. Dit vraagt om een actieve samenwerking, waarin raadsleden elkaar opzoeken en per thema duidelijk bepalen of de bestaande koers wordt vastgehouden, aangevuld, van accenten wordt voorzien of wordt gewijzigd. Ambtelijke ondersteuning is daarbij essentieel om te voorzien in de benodigde inhoudelijke kennis en expertise.

Om het proces van totstandkoming van een college en de totstandkoming van de inhoudelijke koers verder te brengen, is het gewenst de ingezette lijn te volgen en te begeleiden. Uiteraard is het aan de betrokken partijen of zij de volgende fasen met ondergetekende voortzetten. Gelet op de bevindingen en het doorlopen traject ligt het verbinden van informatiefase en formatiefase voor de hand. De bereidheid bestaat. De afweging daarover is aan anderen. Als afsluiting van deze verkenning wil ik iedereen hartelijk danken voor de inzet en betrokkenheid. De flexibiliteit voor het vrijmaken van tijd voor de gesprekken, de open en constructieve sfeer in de gesprekken en het zorgvuldig voorbereiden van de gesprekken en de professionele ambtelijke ondersteuning hebben dit proces in belangrijke mate mogelijk gemaakt.

Met vriendelijke groet,

Marja Spreij

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=f5756e51-3923-4c8e-897f-4f78b33a1a28