Conceptbegroting 2027 ODWH
Tekst van het document
€0
€0
€0
Bijenlandschap
€ 150
€ 150
€ 150
Aanpak gezonde en veilige circulaire economie
€ 45
€0
€0
Projectleiding AT-pool
€ 19
€0
€0
Extra inzet ZZS
€8
€0
€0
€ 639
€ 782
€ 700
Totale aanvullend budget PZH
Begroting 2027
(20 april 2026)
30 / 45
4.3
Meerjarenraming
4.3.1 Korte toelichting op meerjarenbegroting De belangrijkste verwerkte effecten in de meerjarenbegroting zijn: • Er is uitgegaan van een vooralsnog ongewijzigd takenpakket en gaan voor de komende jaren uit van hetzelfde aantal uren als het Dienstplan 2026. • Wijzigingen in het takenpakket kunnen in de toekomst leiden tot een bijstelling van de begroting.
Overzicht van baten en lasten
Baten en Lasten (bedragen x €1000)
Begroting Begroting Begroting 2028 2029 2030
Baten 4.3.1 - Inkomensoverdrachten - Rijk
-€ 1.000
-€ 1.000
-€ 1.000
4.3.2 - Inkomensoverdrachten - gemeenten
-€ 16.207
-€ 16.710
-€ 17.225
4.3.4 - Inkomensoverdrachten - provincies
-€ 3.416
-€ 3.503
-€ 3.593
-€ 59
-€ 61
-€ 63
€0
€0
€0
-€ 350
-€ 350
-€ 350
4.3.6 - Inkomensoverdrachten - overige overheden 4.3.8 - Inkomensoverdrachten - overige instellingen en personen 5.1 - Rente Totaal Baten
-€ 21.032 -€ 21.624 -€ 22.231
Lasten 1.1 - Salarissen en sociale lasten
€ 15.801
€ 16.165
€ 16.579
3.5.1 - Ingeleend personeel
€ 1.032
€ 1.032
€ 970
3.8 - Overige goederen en diensten
€ 3.965
€ 3.998
€ 4.031
4.2 - Subsidies
€ 1.000
€ 1.000
€ 1.000
€ 38
€ 38
€ 38
€ 21.836
€ 22.233
€ 22.618
€ 804
€ 609
€ 387
7.1 - Mutatie reserves
-€ 804
-€ 609
-€ 387
Saldo na bestemming
€0
€0
€0
(20 april 2026)
31 / 45
7.3 - Afschrijvingen Totaal lasten Saldo Baten en Lasten Bestemming resultaat
Begroting 2027
Overzicht van de baten per gemeente en overige inkomsten Begroting Begroting Begroting 2028 2029 2030
Bijdrage deelnemer (x € 1.000) Hillegom
€ 1.022
€ 1.054
€ 1.086
Kaag en Braassem
€ 1.479
€ 1.525
€ 1.573
Katwijk
€ 1.253
€ 1.292
€ 1.332
Leiden
€ 3.964
€ 4.086
€ 4.212
Leiderdorp
€ 699
€ 721
€ 743
Lisse
€ 917
€ 946
€ 975
Nieuwkoop
€ 1.467
€ 1.513
€ 1.560
Noordwijk
€ 2.186
€ 2.253
€ 2.322
€0
€0
€0
€ 706
€ 728
€ 750
Provincie Zuid-Holland
€ 2.866
€ 2.953
€ 3.043
Teylingen
€ 1.308
€ 1.349
€ 1.390
Voorschoten
€ 551
€ 568
€ 586
Zoeterwoude
€ 655
€ 675
€ 696
Totaal Werkplan Deelnemers
€ 19.073
€ 19.663
€ 20.268
Overig inkomsten (x € 1.000)
Begroting Begroting Begroting 2028 2029 2030
Noordwijk (Bouwtaken) Oegstgeest
Provincie Zuid-Holland (aanvullend)
€ 550
€ 550
€ 550
€ 1.000
€ 1.000
€ 1.000
Overige overheden
€ 59
€ 61
€ 63
Rente inkomsten
€ 350
€ 350
€ 350
Totaal Overig
€ 1.959
€ 1.961
€ 1.963
Rijk (subsidies)
De aanvullende opdracht van de Provincie Zuid-Holland bestaat uit: Aanvullend budget PZH (x € Begroting Begroting Begroting 1.000) 2028 2029 2030 Spoed en nazorg
€ 500
€ 500
€ 500
Briks-advisering
€ 50
€ 50
€ 50
Totale aanvullend budget PZH
€ 550
€ 550
€ 550
Begroting 2027
(20 april 2026)
32 / 45
4.4
Reserves en voorzieningen
Het meerjarig beeld van de reserves en voorzieningen ziet er als volgt uit: Eigen vermogen (x €1.000)
2025
2026
2027
2028
2029
2030
€ 1.037
€ 1.115
€ 1.115
€ 1.115
€ 1.115
€ 1.115
Bestemmingsreserve personele ontwikkeling
€0
€0
€0
€0
€0
€0
Bestemmingsreserve Opleidingsbudget
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€ 665
€ 702
€0
€0
€0
€0
€ 3.000
€ 1.800
€ 996
€ 387
€0
€ 1.152
€ 1.152
€ 1.152
€ 1.152
€ 1.152
Algemene reserve
Bestemmingsreserve Innovatiebudget Bestemmingsreserve Taakstelling Bestemmingsreserve Frictiekosten Noordwijk Bestemmingsreserve subsidie Geluidsanering
€ 1.152
Onverdeeld resultaat
€ 838
€0
€0
€0
€0
€0
Totaal eigen vermogen
€ 3.691
€ 5.968
€ 4.066
€ 3.262
€ 2.653
€ 2.266
Voorzieningen (x €1.000)
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Voorziening verlofsparen
€ 585
€ 785
€ 985
€ 1.185
€ 1.385
€ 1.585
Voorziening premie aanvullen WW
€ 40
€ 40
€ 40
€ 40
€ 40
€ 40
Totaal voorzieningen
€ 625
€ 825
€ 1.025
€ 1.225
€ 1.425
€ 1.625
In bovenstaande tabel is de bestemmingsreserve frictievergoeding al meegenomen welke Noordwijk eind 2026 aan de dienst zal overmaken.
4.5
Geprognotiseerde balans
De werkelijke balans voor het jaar 2025 en de geprognotiseerde balans voor de jaren 2026 tot en met 2030 ziet er als volgt uit: Realisatie 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Begroting 2030
Vaste activa
€ 215
€ 267
€ 139
€ 101
€ 63
€ 25
A123 - Materiële vaste activa: Bedrijfsgebouwen
€ 215
€ 267
€ 139
€ 101
€ 63
€ 25
€ 16.535
€ 15.342
€ 15.953
€ 15.387
€ 15.016
€ 14.867
Balans (x €1.000)
Vlottende activa A221 - Uitzettingen: Vorderingen op openbare lichamen
€ 1.030
A225a - Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een looptijd < 1 jaar
€ 14.850
€ 14.642
€ 15.274
€ 14.708
€ 14.337
€ 14.188
€ 379
€ 400
€ 379
€ 379
€ 379
€ 379
A23 - Liquide middelen (kas- en banksaldi) A29c - Overlopende activa: Nog te ontvangen bijdragen van overige overheid
€ 72
A29d - Overlopende activa: Overige overlopende activa
€ 204
€ 300
€ 300
€ 300
€ 300
€ 300
Totaal activa
€ 16.750
€ 15.609
€ 16.092
€ 15.488
€ 15.079
€ 14.892
Eigen vermogen
€ -3.691
€ -1.014
€ -4.066
€ -3.262
€ -2.653
€ -2.266
P111 - Algemene reserve
€ -1.037
€ -1.702
€ -1.115
€ -1.115
€ -1.115
€ -1.115
P112 - Bestemmingsreserves
€ -1.817
€ -2.952
€ -2.148
€ -1.539
€ -1.152
P114 - Saldo van rekening
€ -838
€ 688
€0
€0
€0
€0
Voorzieningen
€ -625
€ -595
€ -1.025
€ -1.225
€ -1.425
€ -1.625
P12 - Voorzieningen Kortlopende schulden
€ -625
€ -595
€ -1.025
€ -1.225
€ -1.425
€ -1.625
€ -12.434
€ -14.000
€ -11.000
€ -11.000
€ -11.000
€ -11.000
P213 - Vlottende schuld: Overige vlottende schulden
€ -5.483
€ -4.000
€ -3.000
€ -3.000
€ -3.000
€ -3.000
P29c - Overlopende passiva: Vooruit ontvangen bijdragen van overige overheid
€ -6.951
€ -10.000
€ -8.000
€ -8.000
€ -8.000
€ -8.000
€ -16.750
€ -15.609
€ -16.092
€ -15.488
€ -15.079
€ -14.892
(20 april 2026)
33 / 45
Totaal passiva
Begroting 2027
4.6
EMU-Saldo
De begroting van de dienst is opgesteld conform een (gemodificeerd) stelsel van baten en lasten. Het EMU-saldo gaat niet uit van baten en lasten, maar gaat uit van ontvangsten en uitgaven van de overheidsorganisatie, berekend op transactiebasis en overeenkomstig de voorschriften van het Europese systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie. Als gevolg van Europese regelgeving mogen EU-lidstaten een begrotingstekort (EMU-saldo) hebben van maximaal 3% van het bruto binnenlands product (BBP). Aan dit maximale tekort van 3% hebben, naast de Rijksoverheid, ook de decentrale overheden een aandeel. Zoals eerder aangegeven werkt de EMUsystematiek op een andere manier dan het (gemodificeerde) baten- en lastenstelsel dat de gemeentelijke organisaties hanteren. Investeringen tellen bijvoorbeeld niet mee in het stelsel van baten en lasten, daarbij wordt uitgegaan van de afschrijvingslasten van de investeringen. Investeringen in een jaar tellen echter wel volledig mee in het EMU-saldo. Bij een sluitende begroting kan een gemeente daardoor toch een negatief EMU-saldo hebben. In EMU-termen betekent een negatief saldo dat de uitgaven hoger zijn dan de inkomsten. EMU Saldo (x €1.000) Omschrijving
Realisatie 2025
1
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c). (Een nadelig saldo wordt negatief weergegeven).
2
Afschrijvingen ten laste van de exploitatie
+
3
Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie minus de vrijval van de voorzieningen ten bate van de exploitatie.
+
Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd.
-
Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4.
+
Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa: Baten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs), voor zover niet op exploitatie verantwoord.
+
Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. (alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan).
-
Baten bouwgrondexploitatie: Baten voorzover transacties niet op exploitatie verantwoord.
+
Lasten op balanspost Voorzieningen voorzover deze transacties met derden betreffen.
-
Lasten ivm transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van bovenstaande posten.
-
4 5
6
7
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Begroting 2030
€
838
€
-688
€
-1.902
€
-804
€
-609
€
-387
€
38
€
45
€
38
€
38
€
38
€
38
€
-
€
50
€
-
€
-
€
-
€
-
€
625
€
595
€
1.025
€
1.225
€
1.425
€
1.625
8 9
10
11
Verkoop van effecten.
a
Gaat u effecten verkopen? (ja/nee).
b
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
250
€ -1.288
€ -2.889
€ -1.991
€ -1.996
€ -1.974
Zo ja wat is bij verkoop de verwachte boekwinst op de exploitatie? Berekende EMU-saldo
4.7
€
Vennootschapsbelasting (VPB)
Voor wettelijke taken en plustaken zijn de omgevingsdiensten vrijgesteld van VPB plicht.
Begroting 2027
(20 april 2026)
34 / 45
5. Paragrafen
Begroting 2027
(20 april 2026)
35 / 45
5. Paragrafen In dit hoofdstuk staan de verplichte paragrafen conform de richtlijnen van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Voor de dienst zijn alleen de paragrafen Financiering, Bedrijfsvoering en Risicoparagraaf van toepassing. Alleen de relevante paragrafen zijn in detail uitgewerkt en gaan over het weerstandsvermogen, risicomanagement en de financiering van de dienst, de ontwikkeling en verbeteringen in de bedrijfsvoering en het onderhoud van kapitaalgoederen.
5.1
Weerstandsvermogen
Het weerstandsvermogen geeft een indicatie hoe robuust de (meerjaren-)begroting is en geeft inzicht in de financiële draagkracht van de dienst indien zich onvoorziene gebeurtenissen voordoen. Een sluitende meerjarenbegroting zonder toereikende buffer betekent dat elke onvoorziene financiële tegenvaller direct dwingt tot maatregelen om alsnog een structureel sluitende begroting te houden. In dat geval staat het beleid van de dienst ook direct onder druk. Daarom heeft de dienst op elk moment voldoende weerstandscapaciteit nodig. In de Nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement die op 2 november 2015 door het algemeen bestuur is vastgesteld, zijn de uitgangspunten vastgesteld voor het bepalen van de risico's in euro's en de hoogte van het weerstandsvermogen. Hiermee wordt voldaan aan de wens van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. In het plan van aanpak Programma Robuustheid is opgenomen dat de dienst een voorstel maakt voor een hernieuwde Nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement, die meer aansluit bij de actualiteit. Het weerstandsvermogen is het saldo van de weerstandscapaciteit en de financiële gevolgen van de risico's.
Het weerstandsvermogen geeft samen met het begrotingsresultaat, het verloop van de investeringen, financiering, reserves en voorzieningen en de uitkomsten van de meerjarenraming een indicatie van de financiële positie van de dienst. De paragraaf weerstandsvermogen bevat volgens de voorschriften vanuit het BBV ten minste: a. het beleid betreffende de weerstandscapaciteit en de risico's b. een inventarisatie van de weerstandscapaciteit c. een inventarisatie van de risico's.
5.1.2
Omvang weerstandsvermogen
Als gevolg van de terugname van de bouwtaak door de gemeente Noordwijk en zoals uit de risicoinventarisatie in onderstaande paragrafen blijkt, stijgt de omvang van het weerstandsvermogen boven de maximale omvang van de reserve, zoals die in de Gemeenschappelijke Regeling bepaald is. De maximale omvang van de algemene reserve mag 5% van de verwachte omzet bedragen. Dit bedraagt: Bepaling omvang weerstandsvermogen (x €1.000)
Begroting 2027
Verwachte omzet Norm weerstandsvermogen Maximale omvang algemene reserve
€ 5% €
Begroting 2027
20.608 1.030
(20 april 2026)
36 / 45
Op basis van de risicoanalyse en inschatting wordt de risico impact bepaald. Het weerstandsvermogen is ruim voldoende om deze impact op te vangen. Bepaling vrije ruimte algemene reserve (x €1.000) Verwachte algemene reserve Risico impact Vrije ruimte in de algemene reserve
Begroting 2027 € 1.115 € 700 € 415
In de onderstaande paragrafen staat de volledige inventarisatie van de risico's nader uitgewerkt. Vervolgens is de verwachte omvang van de risico's ingeschat, rekening houdend met doorgevoerde beheersmaatregelen. Op basis van de spelregels in de nota weerstandsvermogen en risicomanagement is vervolgens de financiële impact van het risico bepaald. De omvang van de risico impact geeft uiteindelijk de benodigde omvang van de algemene reserve weer. Het is niet de inschatting dat alle risico’s daadwerkelijk zullen plaats vinden. De dienst heeft de juiste beheersmaatregelen getroffen om de risico’s te beperken. Mochten de risico’s toch plaats vinden, dan zal de dienst deze proberen op te vangen binnen de exploitatie.
5.1.3
Risicomanagement
In de tabel hieronder zijn alle risico’s volledig geïnventariseerd, de verwachte omvang wordt ingeschat met beheersmaatregelen in overweging. Financiële impact wordt bepaald volgens de regels in de nota weerstandsvermogen en risicomanagement, wat resulteert in de benodigde omvang van de algemene reserve. Beheersmaatregelen met een structureel effect zijn meegenomen in de financiële impact van de risico’s, per risico staat de gekozen aanpak en het (structurele) effect vermeld. De bedragen zijn onderdeel van de eerdere risico-impactbepaling.
Risico
S1.
S2.
S3.
Risico X Risico- Restrisico € 1.000 klasse X € 1.000
Naam risico
Toelichting gekozen aanpak
Prijsontwikkelingen niet gecompenseerd in de indexatie.
Accepteren: Bij de vaststelling wordt het indexcijfer van de commissie Financiële Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen gebruikt, definitief vastgesteld door het Algemeen Bestuur in de kadernota.
€0
75%
€0
Verminderen: De dienst werft actief op de Heeft de organisatie voldoende arbeidsmarkt via “Werken in het Westen” kritische massa om haar en digitale kanalen. De samenwerking (wettelijke) taken te kunnen “Betere Wereldbaan” bevordert de uitvoeren (robuustheid). samenwerking tussen de vijf omgevingsdiensten.
€ 700
50%
€ 350
De dienst heeft te maken met Verminderen: De organisatie stuurt op het een stuwmeer niet opgenomen verminderen van de stuwmeren op een verlofuren. verantwoordelijke manier.
€ 400
75%
€ 300
Begroting 2027
(20 april 2026)
37 / 45
S4.
Ondanks de steeds toenemende automatiseringsgraad, ook in het kader van de diverse regelgevingen is het de vraag of de dienst in staat is om dit te realiseren. (Informatiseringskosten)
Verminderen: Hoewel het huidige informatiseringsproject is afgerond, moeten we ons blijven aanpassen aan voortdurende veranderingen om de efficiëntie, effectiviteit en veiligheid van onze informatiesystemen te waarborgen en toekomstige uitdagingen en kansen te anticiperen.
€ 500
10%
Totaal risico impact
€ 700
I = Incidenteel en S= structureel
5.1.4
Financiële kengetallen
Gemeenten, provincies en gemeenschappelijke regelingen moeten, in de paragraaf Weerstandsvermogen in zowel de jaarrekening als in de meerjarenbegroting, een set van vijf financiële kengetallen opnemen. Dit zijn kengetallen voor de netto schuldquote, solvabiliteitsratio, structurele exploitatieruimte, grondexploitatie en belastingcapaciteit. De laatste twee zijn voor de dienst niet van toepassing. Kengetallen Realisatie 2025 Netto schuldquote -17% Solvabiliteitsratio 22% Structurele exploitatieruimte -2%
5.1.5
Begroting 2026 -6% 6% -9%
Begroting 2027 -24% 25% -21%
Netto schuldquote
De netto schuldquote geeft de verhouding weer van de schuldenlast van de dienst ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie.
5.1.6
Solvabiliteitsratio
De solvabiliteitsratio geeft de verhouding weer van het eigen vermogen ten opzichte van de totale passiva en geeft aan in welke mate de dienst het eigen vermogen kan inzetten voor de dekking van de schulden (in hoeverre is de dienst in staat aan haar financiële verplichtingen te voldoen?). Hoe hoger dit percentage, des te groter de weerbaarheid van de organisatie.
5.1.7
Structurele exploitatieruimte
De structurele exploitatieruimte geeft antwoord op de vraag of de dienst voldoende structurele baten heeft om de structurele lasten te dekken. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Door de ontwikkelingen in het kader van het Interbestuurlijk programma VTH (IPB-VTH) en dan met name de robuustheidscriteria op het gebied van opleidingen en innovatie heeft de dienst te maken met een structureel tekort binnen de exploitatie. Dit kan voor nu worden opgevangen door incidentele baten, echter is dit in het meerjarig perspectief geen gezonde situatie. Daarnaast is de taakstelling van 6% het gevolg van het hogere percentage vanaf 2026. De dienst zal onderzoeken welke maatregelen nodig zijn en met voorstellen komen om de financiële situatie weer gezond te maken.
Begroting 2027
€ 50
(20 april 2026)
38 / 45
5.2
Financiering
Volgens de Wet FIDO (Wet Financiering Decentrale Overheden) is elke gemeente of gemeenschappelijke regeling verplicht een financieringsparagraaf in haar begroting en jaarrekening op te nemen. Daarin worden de ontwikkelingen aangegeven met betrekking tot de kasgeldlimiet, de ontwikkelingen wat betreft de renterisiconorm, de verwachte toe- en/of afname van geldleningen of uitzettingen en het verdere beleid ten aanzien van de treasury.
5.2.1
Rentevisie
De dienst heeft geen leningen lopen. Deze worden ook niet verwacht.
5.2.2 Risicobeheer Deze paragraaf geeft een inschatting van de risico’s die de dienst gedurende de begroting kan lopen. Onder risico’s worden verstaan koers- en valutarisico’s en de risico’s ten aanzien van rente. Voor de dienst is geen van deze onderdelen van toepassing.
5.2.3 Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is bedoeld om de renterisico’s op kortlopende (opgenomen) geldleningen te beperken. Jaarlijks wordt door het ministerie aangegeven welk bedrag een gemeente mag financieren met kortlopende geldleningen: de kasgeldlimiet. Het betreft een percentage (8,2%) van het totaal van de begroting. Deze limiet mag gedurende het begrotingsjaar in principe niet worden overschreden. Als de kasgeldlimiet structureel wordt overschreden moet de kortlopende schuld omgezet worden in een langlopende schuld. De toegestane kasgeldlimiet is als volgt bepaald: Kasgeldlimiet (x €1.000) Begrotingstotaal (lasten) Bij ministeriële regeling vastgesteld percentage Kasgeldlimiet
Begroting 2027 € 22.510 8,20% € 1.846
Dit betekent dat de omvang van de vlottende korte schuld minus de vlottende middelen dit bedrag niet mag overschrijden. Dit is voor de dienst niet het geval.
5.3
Bedrijfsvoering
5.3.1
Personeel
Personeel en organisatie Voor 2026 en verder, met een doorkijk tot en met 2027, wordt rekening gehouden met aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt en een toenemende vergrijzing van de beroepsbevolking. De dienst zet in op voortzetting van de samenwerking met de vijf Zuid-Hollandse omgevingsdiensten op het terrein van arbeidsmarktbenadering en gezamenlijke wervingsactiviteiten, waaronder deelname aan het gezamenlijke traineeprogramma en activiteiten gericht op arbeidsmarktpositionering. Het uitgangspunt om de inzet van externe inhuur waar mogelijk te beperken, blijft ongewijzigd. De opleidingsinspanningen zijn vanaf 2026 primair gericht op het onderhouden van de vereisten uit de Kwaliteitscriteria. Binnen het bestaande opleidingsbudget wordt daarnaast ruimte benut voor gerichte persoonlijke en professionele ontwikkeling ter ondersteuning van doorstroom en
Begroting 2027
(20 april 2026)
39 / 45
behoud van medewerkers. Ter uitvoering hiervan wordt een Learning Management Systeem (LMS) geïmplementeerd. De marktoriëntatie hiervoor is gestart; eventuele financiële consequenties worden separaat voorgelegd. Het team HR blijft werken aan het optimaliseren en automatiseren van HR-processen en het versterken van datagedreven sturing. HR-rapportages en kengetallen worden gebruikt door teamleiders en het managementteam bij de uitvoering en bijsturing van het personeelsbeleid, gericht op het borgen van voldoende en gekwalificeerde capaciteit binnen de vastgestelde financiële kaders.
5.3.2 Informatisering en automatisering In 2027 ligt de nadruk op de implementatie en ingebruikname van de in 2026 voorbereide en getoetste oplossingen op het gebied van informatievoorziening. Deze inzet is gericht op het structureel verbeteren van de informatievoorziening aan deelnemers en het versterken van de sturings- en verantwoordingsinformatie binnen de organisatie. De dienst beschikt over een informatiesysteem en expertise die voldoen aan de geldende standaarden. In 2027 wordt ingezet op verdere doorontwikkeling en benutting van bestaande systemen, waaronder verbeteringen in data-integratie, datakwaliteit en procesondersteuning. Dit stelt de organisatie in staat om bestaande investeringen effectiever in te zetten en toekomstbestendig te blijven. Samenwerking met andere omgevingsdiensten blijft een belangrijk uitgangspunt, onder meer op het terrein van data-innovatie en compliance. De dienst participeert daartoe in gezamenlijke initiatieven, zoals het Datalab en het IB&P-team Zuid-Holland, binnen de vastgestelde financiële en organisatorische kaders.
5.3.3 Planning & control In 2027 versterken we de Planning & control-cyclus verder om de dienstverlening te optimaliseren. Dit omvat: • Aanscherping van interne controles volgens de nieuwe rechtmatigheidsregels. • Verdieping van de aansluiting op het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) voor een uniforme en transparante financiële sturing. De Planning & control-cyclus – bestaande uit de Kadernota, Begroting, Tussentijdse rapportages en Jaarstukken – biedt een gestructureerd en helder kader voor sturing, verantwoording en continue verbetering van de bedrijfsvoering. Daarnaast wordt ingezet op verdere digitalisering en datagedreven werken om efficiëntie en inzicht te vergroten. Om onze expertise te versterken, zetten we actief in op kennisdeling met andere omgevingsdiensten, zodat we blijven leren en onze werkwijze verder kunnen professionaliseren.
5.3.4 Communicatie In 2027 wordt uitvoering gegeven aan de in 2026 vastgestelde communicatiestrategie en de positionering van Communicatie nabij het managementteam. Dit waarborgt korte lijnen, een consistente interne informatievoorziening en een tijdige en zorgvuldige afhandeling van persvragen, in het licht van blijvend verhoogde maatschappelijke en media-aandacht voor het werk van omgevingsdiensten. Daarnaast wordt rekening gehouden met de ontwikkeling van een mondige en digitaal vaardige burger, wat leidt tot hogere verwachtingen ten aanzien van transparantie, bereikbaarheid en begrijpelijkheid van informatie. De communicatie-inzet in 2027 is gericht op het ondersteunen van deze informatiebehoefte, zowel richting burgers en deelnemers als intern binnen de organisatie.
Begroting 2027
(20 april 2026)
40 / 45
De nadruk ligt daarbij op beheer en doorontwikkeling van de digitale, toegankelijke website en op het versterken van interne en teamgerichte communicatie, binnen de vastgestelde organisatorische en financiële kaders.
5.4
Onderhoud kapitaalgoederen
De paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen bevat op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) in ieder geval de volgende kapitaalgoederen: wegen, riolering, water, groen en gebouwen. Voor de dienst is geen van deze onderdelen van toepassing. Het gebouw waar de dienst is gevestigd, wordt gehuurd. Volgens de financiële verordening worden investeringen van meer dan € 5.000 per activum geactiveerd, met lineaire afschrijvingstermijnen per activumsoort. In de begroting is rekening gehouden met een jaarlijkse investering van € 100.000, inclusief de bijbehorende afschrijvingen.
6. Ondertekening Aldus vastgesteld door het algemeen bestuur van Omgevingsdienst West-Holland d.d. 13 juli 2026, de voorzitter,
de secretaris,
A.M. North
M.E. Krul-Seen
Begroting 2027
(20 april 2026)
41 / 45
7. Bijlagen
Begroting 2027
42 / 45
7.1
Informatie verbonden partijen
Deze gegevens zijn bestemd voor de paragraaf verbonden partijen van de deelnemers. Informatie voor verbonden partijen A. Naam en de gevestigde plaats Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst West-Holland, gevestigd te Leiden. B. Het openbaar belang dat op deze wijze De regeling is getroffen ter ondersteuning van de belangen van de deelnemers op het gebied van behartigd wordt omgeving en milieu, met name ter behartiging van het gemeentelijk belang van de beleidsontwikkeling op het gebied van omgeving en milieu, alsmede gericht op een efficiënte en doelmatige uitvoering van de gemeentelijke en provinciale taken en bevoegdheden als bedoeld in artikel 6, eerste lid van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst West-Holland. C. Het belang dat de provincie onderscheidenlijk De stemverhouding (het belang) 2026 is gebaseerd op de initiële begroting 2026 vastgesteld door de gemeente in de verbonden partij heeft aan het dagelijks bestuur in de vergadering van 19 januari 2026. Het overzicht stemverhouding 2026 is het begin en de verwachte omvang aan het hierna opgenomen. einde van het begrotingsjaar D.
De verwachte omvang van het eigen Eigen vermogen aan het begin en einde van het begrotingsjaar: vermogen en het vreemd vermogen van de 1-1-2027: € 5.968.430 verbonden partij aan het begin en aan het einde 31-12-2027: € 4.066.430 van het begrotingsjaar Vreemd vermogen aan het begin en einde van het begrotingsjaar: 1-1-2027: € 11.825.193 31-12-2027: € 12.025.193 E. De verwachte omvang van het financiële Het verwachte resultaat voor begrotingsjaar 2027 bedraagt € 0 als gevolg van de taakstelling zal het resultaat van de dienst in het tekort ten laste worden gebracht van de bestemmingsreserve taakstelling en bestemmingsreserve begrotingsjaar frictiekosten Noordwijk.
Begroting 2027
43 / 45
7.2
Begroting naar taakvelden
De verdeling van de baten en de lasten met het bijbehorende saldo verdeeld naar taakvelden. Wij verwijzen naar hoofdstuk 4 ‘Financiële Kader’ voor de definities van de taakvelden. (Bedragen x €1000)
Realisatie 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
0.1 Bestuur
€0
€ 58
€ 58
€0
€ 67
€ 67
0.4 Overhead
-€ 399
€ 4.590
€ 4.191
-€ 350
€ 4.665
€ 4.315
7.4 Milieubehe er
-€ 14.997
€ 12.872
-€ 2.125
-€ 13.352
€ 11.652
8.1 Ruimtelijke ordening
-€ 3.637
€ 3.050
-€ 587
-€ 3.622
8.3 Wonen en bouwen
-€ 6.132
€ 3.757
-€ 2.375
Totaal
-€ 25.166
€ 24.328
-€ 838
Baten
Begroting 2028
Lasten
Saldo
€ 65
€ 65
-€ 350
€ 4.319
€ 3.969
-€ 1.700
-€ 20.258
€ 18.126
€ 3.140
-€ 482
€0
-€ 5.961
€ 4.449
-€ 1.512
-€ 23.285
€ 23.973
€ 688
Baten
Begroting 2029
Lasten
Saldo
€ 65
€ 65
-€ 350
€ 4.185
€ 3.835
-€ 2.132
-€ 20.682
€ 17.586
€0
€0
€0
€0
€0
€0
-€ 20.608
€ 22.510
€ 1.902
Baten
Begroting 2030
Lasten
Saldo
€ 65
€ 65
-€ 350
€ 4.264
€ 3.914
-€ 3.096
-€ 21.274
€ 17.904
€0
€0
€0
€0
€0
€0
-€ 21.032
€ 21.836
€ 804
Baten
Lasten
Saldo
€ 65
€ 65
-€ 350
€ 4.341
€ 3.991
-€ 3.370
-€ 21.881
€ 18.212
-€ 3.669
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
-€ 21.624
€ 22.233
€ 609
-€ 22.231
€ 22.618
€ 387
Bestemmin g resultaat Storting in reserves
-€ 838
€0
€0
€0
€0
€0
Onttrekking uit reserves
€0
-€ 688
€ 1.902
€ 804
-€ 609
-€ 387
Mutatie reserves
-€ 838
-€ 688
€ 1.902
€ 804
-€ 609
-€ 387
Saldo na bestemmin g
-€ 0
€0
-€ 0
€0
€0
€0
Begroting 2027
44 / 45
7.3
Stemverhoudingen
De stemverhouding 2026 is als volgt: Deelnemer Hi l l egom
Begroting Stemverhouding stemverhouding stemverhouding 2026 2026 in % 2026 2025 in % 989
5
5%
4%
Ka a g en Bra a s em
1.309
6
6%
6%
Ka twi jk
1.136
5
5%
4%
Lei den
3.699
17
17%
18%
Lei derdorp
653
3
3%
3%
Li s s e
848
4
4%
4%
Ni euwkoop
1.324
6
6%
6%
Noordwi jk
5.500
25
25%
27%
Oegs tgees t
659
3
3%
3%
Teyl i ngen
1.202
5
5%
6%
Voors choten
479
2
2%
2%
Zoeterwoude
615
3
3%
4%
Provi nci e Zui d-Hol l a nd
3.523
16
16%
13%
Totaal
21.936
100
100%
100%
* vastgesteld door het dagelijks bestuur in de vergadering van 19 januari 2026.
Begroting 2027
45 / 45