CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

BJ1278 Watertakenplan 2024-2027 Kaag en Braassem HOOFDRAPPORT_eindconcept_06112023

Gemeenteraad 18 december 2023, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Watertakenplan 2024-2027.17.994 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

RAPPORT Watertakenplan 2024-2027 - Hoofdrapport Zaaknummer: 585531 Gemeente Kaag en Braassem Klant:

Gemeente Kaag en Braassem

Referentie: BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001 Status:

Definitief/1

Datum:

6 november 2023

Open

HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.

Laan 1914 no.35 3818 EX Amersfoort Water & Maritime Trade register number: 56515154 +31 88 348 20 00 T +31 33 463 36 52 F info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W

Titel document: Watertakenplan 2024-2027

- Hoofdrapport Zaaknummer: 585531 Sub titel: Gemeente Kaag en Braassem Referentie: BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001 Status: 1/Definitief Datum: 6 november 2023 Projectnaam: Watertakenplan Kaag en Braassem Projectnummer: BJ1278 Auteur(s): Marco de Kraker

Clustermanager Beheer & Projecten, Juridische Zaken & Veiligheid, Gecontroleerd door: Middelen, Bestuursondersteuning, Buitendienst Datum: 15 mei – 15 september 2023 Goedgekeurd door:

Datum:

Classificatie Open

6 november 2023

WATERTAKENPLAN 2024-2027

BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

ii

Open

Samenvatting Kaag en Braassem wil een gezonde en klimaatbestendige gemeente zijn We willen samen met onze inwoners en andere belanghebbenden werken aan een veilige, gezonde, robuuste en klimaatbestendige leefomgeving en gemeentelijk afvalwatersysteem. We doen dit tegen de laagst mogelijke maatschappelijke kosten. Meerjarige doorkijk Dit Watertakenplan beschrijft hoe we de aankomende jaren (2024-2027) invulling geven aan onze wettelijke watertaken en hoe het plan bijdraagt aan onze ambities. We vervullen onze wettelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater. Daarnaast willen we een stapje extra doen. De inwoners van onze gemeente moeten fijn kunnen (blijven) wonen, werken en leven. We anticiperen op klimaatverandering. Vanuit de gemeentelijke watertaken kunnen we een bijdrage leveren aan deze ambitie. De opzet van het Watertakenplan is grotendeels dezelfde als het voorgaande GRP en houdt rekening met de overgang naar de Omgevingswet per 2024. De komst van de Omgevingswet betekent dat de planverplichting voor het opstellen van een GRP of Watertakenplan verdwijnt. Wel blijven de drie watertaken bestaan, net als de verplichting om de financiën te verantwoorden. Die onderwerpen krijgen met de komst van de Omgevingswet een plek in de omgevingsvisie, het omgevingsplan en het programma water en riolering.

We hebben dit watertakenplan zo ingedeeld dat de onderdelen relatief eenvoudig overgenomen kunnen worden in de toekomstige planvormen. Het plan beschrijft de (beleids)kaders en we gaan in op de visie en ambitie voor de komende jaren. In het programma water en riolering wordt per zorgplicht aangegeven hoe wij in de nieuwe planperiode hier invulling aan geven. Tot slot wordt in het Watertakenplan ingegaan op wat daarvoor nodig is: de middelen, de ontwikkeling van de rioolheffing en de benodigde personele capaciteit. Een goede basis Uit de evaluatie van het huidige GRP blijkt dat we de basis op orde hebben; de kwaliteit van verschillende onderdelen is in orde. We houden daarom vast aan ons beheer en onderhoudsregime, zoals het reinigen en inspecteren van de riolering (inzicht in kwalitatieve staat) en de ingeslagen weg ten aanzien van het grotendeels zelf uitvoeren van gemalenbeheer. Een groot deel van de geplande maatregelen hebben we uitgevoerd of zijn momenteel in voorbereiding of uitvoering:  Stresstest en programma klimaatadaptatie  Vervanging van riolering op diverse locaties en waar nodig zijn pompen en gemalen vervangen.  Klimaatadaptieve maatregelen op verschillende locaties. We hebben bijvoorbeeld verharde oppervlakten afgekoppeld tijdens rioolvervangingswerkzaamheden. Hierdoor hoeft de riolering minder ‘schoon’ hemelwaterwater van piekbuien te verwerken.

 In het kader van actie Steenbreek hebben we dit jaar gestart om met onze bewoners te werken aan het onttegelen c.q. vergroenen van tuinen.  We werken aan structurele maatregelen om de kans op wateroverlast te reduceren; een voorbeeld is Polder voor elkaar waarin we samen met het Hoogheemraadschap van Rijnland onderzoek doen naar oplossingsrichtingen voor de huidige problemen in (onder andere) Noord- en Zuideinde.

Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V.. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderzins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. 6 november 2023

WATERTAKENPLAN 2024-2027

BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

iii

Open

2024-2027: Doorgaan en stap voor stap naar een klimaatbestendige openbare ruimte Onze ambitie is een klimaatbestendige inrichting van de openbare ruimte in 2050. We zijn op de goede weg. De basis is op orde en we werken aan een klimaatbestendige openbare ruimte. We moeten en willen meer maatregelen nemen. Dit doen we in stappen. En we liften waar het kan direct mee met kansen die zich voordoen, zoals rioolvervanging, wegreconstructies, herinrichtingen en andere ontwikkelingen. Bij ieder inrichtingsproject houden we rekening met klimaatadaptatie. De kernwoorden voor de komende jaren zijn: klimaatbestendig, robuust en duurzaam, doelmatigheid, communicatie en participatie. Onderstaande tabel bevat een totaaloverzicht van de maatregelen en onderzoeken in 2024-2027:

Investeringen riolering Het rioolstelsel moet onderhouden worden. We willen het systeem nu maar ook in de toekomst op orde hebben zodat problemen in de openbare ruimte en de volksgezondheid voorkomen worden. Het is dan ook belangrijk dat er voldoende inzet en middelen beschikbaar is voor het rioolstelsel. Dit vraagt investeringen. In totaal investeren we de komende vier jaar € 12,8 miljoen in de vervanging van onze riolering, gemalen of onderdelen zoals telemetrie. We reserveren extra budget voor maatregelen op locaties waar wateroverlast kan ontstaan (€ 1,0 miljoen). Ook is € 0,4 miljoen beschikbaar voor particuliere afkoppeling bij gemeentelijke projecten. Dit brengt het totale investeringsvolume op € 14,2 miljoen. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de benodigde investeringen. In het Watertakenplan zijn deze investeringen nader onderbouwd.

Met de rioolheffing financieren we de investeringskosten in afvalwater, hemelwater en grondwater. De gemeente streeft naar zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. In 2023 bedroeg de rioolheffing voor een woning € 288. In 2024 zal de rioolheffing stijgen met 5,2% als gevolg van de hoge inflatie.

6 november 2023

WATERTAKENPLAN 2024-2027

BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

iv

Open

Om onze taken goed te kunnen vervullen, de riolering tijdig te kunnen vervangen en om onze ambitie voor een klimaatbestendige openbare ruimte te kunnen realiseren, zal de rioolheffing in 2024-2027 stijgen. In de planperiode is het noodzakelijk de heffing met 1,75% per jaar te verhogen plus de jaarlijkse indexatie. Gemeentelijke taken: uitbreiding van de personele bezetting en investeren in kennis Het aantal gemeentelijke watertaken is de afgelopen jaren toegenomen. Ook worden ze steeds complexer. Rollen en taken veranderen. Er wordt daarom het nodige gevraagd van ons als organisatie, qua kennisniveau en ook qua competenties. De ideale personele bezetting op verschillende taakvelden beperkt risico’s en zorgt ervoor dat we taken tijdig en goed uitvoeren. De Stichting RIONED heeft een scan ontwikkeld waarmee de benodigde personele bezetting inzichtelijk kan worden gemaakt. Uit deze scan blijkt dat de binnen onze gemeente op het taakveld riolering onvoldoende bezetting aanwezig is om alle kerntaken uit te kunnen voeren (benodigd om een bepaalde (minimale) mate van kennis in huis te houden). Geconcludeerd wordt dat de formatie te beperkt is om de huidige activiteiten en de minimaal benodigde kerntaken uit te voeren. Daar wordt op geanticipeerd door een adviseur water en riolering aan te trekken (vacature).

Het is onvermijdelijk om in het Watertakenplan gebruik te maken van vakjargon en begrippen. Deze woorden zijn direct in de tekst uitgelegd, dan wel weergegeven in de begrippenlijst die op de laatste pagina’s van deze rapportage te vinden is. De begrippenlijst is tevens opgenomen als bijlage 0-1.

6 november 2023

WATERTAKENPLAN 2024-2027

BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

v

Open

Inhoud 1

Kader

1

1.1

Planvorm

1

1.2

Stedelijk waterbeheer

1

1.3

Gemeentelijke watertaken

2

1.4

Waaruit bestaat ons rioolstelsel

3

2

Wat willen we bereiken?

4

2.1

Visie

4

2.2

Ambitie

4

3

Beleid gemeentelijke watertaken

6

3.1

Afvalwatertaak

6

3.2

Hemelwatertaak

6

3.3

Grondwatertaak

7

3.4

Oppervlaktewater en drinkwater

9

3.4.1 3.4.2

Oppervlaktewater Drinkwater

9 9

4

Hoe gaan we de doelen bereiken: programma water en riolering

12

4.1

Veilige en gezonde leefomgeving

12

4.2

Klimaatadaptatie

18

4.2.1 4.2.2 4.2.3

Algemeen Wateroverlast Bodemdaling

18 19 21

4.3

Robuust en duurzaam

23

4.4

Communicatie en gedeelde verantwoordelijkheid

24

4.5

Maatregelenprogramma water en riolering

26

5

Wat is daarvoor nodig?

27

5.1

Algemeen

27

5.2

Kapitaallasten

28

5.3

Nieuwe investeringen planperiode

29

5.4

Exploitatielasten

30

5.5

BTW toerekening

31

5.6

Heffingseenheden

31

5.7

Berekening kostendekkende rioolheffing

31

5.8

Renterisico

32

5.9

Opbouw van de rioolheffing

33

5.10

Personele capaciteit

33

Begrippenlijst

6 november 2023

35

WATERTAKENPLAN 2024-2027

BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

vi

Open

1

Kader

1.1

Planvorm

Het gemeentelijk rioleringsplan (GRP) komt in de Omgevingswet terug als facultatief programma. Daarmee verdwijnt de planverplichting uit de Wet Milieubeheer. Wel wordt aangeraden om de belangrijkste aspecten van de gemeentelijke watertaken en de bekostiging ervan planmatig vast te leggen. Het facultatieve programma is vormvrij (geen wettelijke voorschriften) en ook de naam is voor de gemeente vrij om te kiezen. De datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet is uitgesteld tot 1 januari 2024 (definitieve datum). Gezien het abstractieniveau van de Omgevingsvisie (hier ligt de basis voor de noodzaak van een plan of programma) is gekozen voor een tussenvorm: het Watertakenplan (Wtp). Dit Wtp is breder dan een programma water en riolering; er vinden beleidskeuzen voor water plaats vanuit de Omgevingsvisie (2.0). Daarnaast worden de in het omgevingsplan te verankeren regels behandeld (verplichtingen voor burgers en bedrijven worden in het Omgevingsplan opgenomen). Om deze redenen wordt het Watertakenplan ter vaststelling aan de gemeenteraad aangeboden.

Figuur 1 Ontvlechting van het GRP (links) in de gemeentelijke omgevingsvisie, programma (water en riolering) en het omgevingsplan.

1.2

Stedelijk waterbeheer

Het stedelijk waterbeheer kent doelen op het gebied van volksgezondheid, waterkwaliteit en de (grond)waterhuishouding in de bebouwde omgeving. De gemeentelijke watertaken spelen hierbij een belangrijke rol. In voorliggend plan geven we invulling aan de gemeentelijke watertaken en werken we deze uit. Ook de nieuwe instrumenten van de Omgevingswet, zoals de omgevingsvisie en het omgevingsplan, spelen hierbij een belangrijke rol. Stedelijk waterbeheer is meer dan afvalwater en riolering alleen. De gemeentelijke watertaken hebben betrekking op: vuilwater; hemelwater; en grondwater.1 Deze taken hebben bovendien een relatie met andere gemeentelijke taken en maatschappelijke vraagstukken, zoals het beheer en de inrichting van de openbare ruimte, de woningbouwopgave, het bewaken en versterken van ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid, het anticiperen op en omgaan met de toenemende kans op weersextremen, bodemdaling, de energietransitie, het verbeteren van de waterkwaliteit en het versterken van de biodiversiteit. Het hoofddoel van de riolering is om afvalwater uit gebouwen en de gebouwde omgeving te verwijderen en om hemelwater af te voeren. Daarmee wordt contact met vuilwater voorkomen en worden gezondheids- en 1

Naast de drie formele watertaken heeft de gemeente een rol ten aanzien van (de kwaliteit van) oppervlaktewater en drinkwater, zie hoofdstuk 3.4. 6 november 2023

WATERTAKENPLAN 2024-2027

BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

1

Open

overlastrisico’s voor bewoners en gebruikers beperkt. De riolering vormt een omvangrijk systeem en het in stand houden ervan kost geld. Met het inzamelen en transporteren van vuilwater en (overtollig) hemelwater en grondwater dragen riolering, het (grond)watersysteem en de inrichting van de buitenruimte bij aan de leefbaarheid in de dorpen en steden. Wateroverlast, stank, milieuvervuiling en droogte worden hiermee zoveel mogelijk beperkt. De benodigde middelen voor de uitvoering van de gemeentelijke watertaken worden bijeengebracht door het (op grond van de Gemeentewet) opleggen van een rioolheffing door de gemeente aan inwoners en bedrijven. In hoofdstuk 5 wordt de ontwikkeling van de rioolheffing bepaald om nu en in de toekomst kostendekkend te blijven.

1.3

Gemeentelijke watertaken

De gemeentelijke watertaken spelen een belangrijke rol binnen het stedelijk waterbeheer. Deze taken richten zich op huishoudelijk en bedrijfsmatig afvalwater, hemelwater en grondwater. De gemeentelijke watertaken raken aan verschillende andere gemeentelijke taken in het fysieke domein en aan de taken van het waterschap. De gemeentelijke watertaken blijven ook onder de Omgevingswet onverkort van kracht. De gemeentelijke watertaken hebben inhoudelijk een sterke samenhang met de taken van het waterschap voor het zuiveren van stedelijk afvalwater en die van de waterbeheerder voor het regionale watersysteem (het waterschap of Rijkswaterstaat). De gemeentelijke watertaken zijn:  de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater;  de inzameling en de verwerking van afvloeiend hemelwater;  het treffen van maatregelen in de openbare ruimte bij structurele problemen van de grondwaterstanden. Naast de klassieke gemeentelijke watertaken noemt de Omgevingswet nog twee taken die in bijzondere gevallen toegedeeld zijn aan gemeenten:  het beheer van watersystemen, in het geval dat de provincie dit specifiek aan de gemeente heeft toegedeeld;  de zuivering van stedelijk afvalwater, in het geval dat het waterschap en de gemeente dit om doelmatigheidsredenen zijn overeengekomen.

Een belangrijk principe van de Omgevingswet is dat elk bestuursorgaan bij de uitoefening van zijn taken en bevoegdheden rekening houdt met de taken en bevoegdheden van andere bestuursorganen en zijn taken en bevoegdheden zo nodig met deze andere bestuursorganen afstemt. Dit betekent concreet dat we het waterschap vroegtijdig betrekken in plannen en projecten en vice versa. Er is een grote beleidsvrijheid voor met name de omgang met huishoudelijk afvalwater in het buitengebied en voor de omgang met overtollig hemelwater en grondwater. Om die reden leggen we in voorliggend plan vast op welke wijze we hier invulling aan geven, zodat het voor inwoners en bedrijven duidelijk is wat zij van de gemeente kunnen verwachten en waar hun eigen verantwoordelijkheden liggen. In bijlage 1-1 zijn de gemeentelijke watertaken, inclusief oppervlaktewater en drinkwater nader toegelicht. Het Hoogheemraadschap van Rijnland is betrokken geweest bij het opstellen van dit Watertakenplan. Het concept plan is op 5 juli 2023 met vertegenwoordigers van HHR besproken. Het overleg heeft geleid tot enkele toevoegingen en wijzigingen aan het plan. De reactiebrief van HHR is als bijlage 1-2 opgenomen.

6 november 2023

WATERTAKENPLAN 2024-2027

BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

2

Open

1.4

Waaruit bestaat ons rioolstelsel

In onderstaande tabel zijn enkele kenmerken van het gemeentelijk rioolstelsel weergegeven. Beschrijving - Vrijverval rioolstelsel (totaal) Gemengde riolering Vuilwaterriolering Regenwaterriolering Vol geschuimd (buiten werking) - Drukriolering (buitengebied) - Persleiding - Drainageleidingen - Gemalen en bufferputten - Pompunits (drukrioolunits) - IBA klasse III - Randvoorzieningen (BBB of BBL) - Peilbuizen grondwatermeetnet - Externe gemengde overstorten (zie bijlage 4-4)

6 november 2023

WATERTAKENPLAN 2024-2027

Aantal / lengte 136 km 89 km 8 km 35 km 4 km 107 km 28 km 4,1 km 94 stuks 778 stuks 6 stuks 4 stuks 44 stuks 60 stuks

BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

3

Open

2

Wat willen we bereiken?

Water en riolering dragen bij aan maatschappelijke doelstellingen, zoals volksgezondheid, veiligheid en kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Een goede waterhuishouding zorgt voor droge voeten, een kwalitatief goede groenvoorziening, een stevige bodem en een goede chemische en ecologische waterkwaliteit.

2.1

Visie

Kaag en Braassem wil een veilige en schone leefomgeving bieden aan haar inwoners, rekening houdend met duurzaamheid en anticiperend op klimaatverandering (adaptatie). Daarnaast streven wij ernaar voor én samen met onze inwoners te werken. Dat wil zeggen dat de afstand klein is en participatie en communicatie van/ met onze inwoners, verenigingen en het bedrijfsleven belangrijk zijn. De gemeente Kaag en Braassem wil samen met haar inwoners en andere belanghebbenden werken aan een veilig, gezond, robuust en klimaatbestendig gemeentelijk (afval)watersysteem. Dit doen wij tegen de laagst mogelijke maatschappelijke kosten.

Aan de visie liggen de leidende principes (samenhangende doelen) van stedelijk waterbeheer, zie figuur 3 en onze Omgevingsvisie [link] ten grondslag. De volgende thema’s spelen daarin een belangrijke rol: Veilig en gezond, Klimaatbestendig, Robuust en duurzaam, Samen (communicatie, bewustwording, participatie). In bijlage 2-1 zijn de in dit kader relevante aspecten uit de omgevingsvisie overgenomen. Samengevat betreft het bodemdaling, leefbaarheid en waarborgen kwaliteit en veiligheid in de dorpen, oppervlaktewaterkwaliteit (de Kader Richtlijn Water), klimaatadaptatie (beter bestand zijn tegen weersextremen), innovatie en duurzaamheid, participeren en samenwerken (vanuit eigen verantwoordelijkheden) inclusief buurtinitiatieven. Opgaven als bodemdaling, de energietransitie, het omgaan met extremer weer en het versterken van de biodiversiteit, maken dat het belangrijk is om verstandig om te gaan met onze bodem en ons water. Beslissingen van nu kunnen grote gevolgen hebben voor bijvoorbeeld ons grond- en drinkwater in de komende decennia. Het water komt in alle facetten van de fysieke leefomgeving voor. In voorliggend Watertakenplan vindt een uitwerking van de visie naar beleid en maatregelen plaats.

2.2

Ambitie

Vanuit deze visie is een aantal ambities opgesteld. De gemeente Kaag en Braassem: 1. zorgt door afvoeren van (huishoudelijk) afvalwater voor een veilige en gezonde leefomgeving. Door inzicht in de kwaliteit van de assets (basis op orde) te hebben, toekomstgericht te werken, en rekening te houden met een veranderend klimaat, wordt voorkomen dat de volksgezondheid en veiligheid nu en in de toekomst in gevaar komt. 2. beperkt maatschappelijke ontwrichting en schade bij extreme weersomstandigheden. Wij willen dat onze inwoners niet alleen nu, maar ook in de toekomst leven in een fijne, veilige en gezonde straat en omgeving; Wij richten de openbare ruimte daarom klimaatbestendig in. Waar mogelijk nemen wij aspecten als verdroging van groen/bomen/natuur, het vasthouden van water, infiltratie, oppervlaktewater zichtbaar houden (ruimtelijke kwaliteit), het verkoelende effect van stromend water Figuur 2 Kwantitatieve trits (hittestress) mee in de plannen voor de 6 november 2023

WATERTAKENPLAN 2024-2027

BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

4

Open

leefomgeving2. Bij het klimaatbestendig inrichten wordt de volgende voorkeursvolgorde gehanteerd: ‘vasthouden – bergen – (en dan pas) afvoeren’ 3. zorgt voor een robuust en duurzaam rioleringsstelsel. Waar mogelijk worden aanpassingen in de leefomgeving gecombineerd met werkzaamheden die nodig zijn vanuit andere disciplines. Het einde van de economische afschrijvingstermijn is niet per definitie een reden om riolering te vervangen; wanneer mogelijk en veilig wordt de levensduur verlengd. Doelmatigheid is een belangrijk criterium bij investeringsbeslissingen. 4. betrekt haar bewoners bij (de uitvoering van) het beleid van de gemeentelijke watertaken. Ook zetten we actief in op communicatie en participatie om bewustwording rondom het thema (afval)water te creëren en te vergroten onder onze inwoners. In hoofdstuk 4 worden deze doelen nader uitgewerkt (concreet gemaakt) in de paragrafen: Veilige en gezonde leefomgeving (4.2), Klimaatadaptatie (4.2), Robuust en duurzaam (4.3) en Communicatie en gedeelde verantwoordelijkheid (4.4). Figuur 3 illustreert de verschillende beleidsdoelen in de praktijk van het stedelijk waterbeheer, gericht op brede maatschappelijke effecten, en onderverdeeld in hoofddoelstellingen en subdoelen.

Figuur 3 Illustratie samenhangende doelen stedelijk waterbeheer 2

Waarbij opgemerkt wordt dat financiering vanuit de rioolheffing alleen toegestaan is indien deze één of meerdere zorgplichten (gemeentelijke watertaken) dienen, zie hoofdstuk 1.3 6 november 2023

WATERTAKENPLAN 2024-2027

BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

5

Open

3

Beleid gemeentelijke watertaken

In dit hoofdstuk wordt het bestaande beleid ten aanzien van de afvalwater-, hemelwater- en grondwaterzorgplicht beschreven. Voor een nadere toelichting en specificatie wordt verwezen naar bijlage 1-1. In bijlage 3-1 zijn de hoofddoelen van de watertaken voor Kaag en Braassem uitgewerkt in functionele eisen, concrete maatstaven en meetmethoden, zie ook onderstaande tabel. We borduren voort op de huidige werkwijze en uitgangspunten; in bijlage 3-2 is een korte evaluatie gegeven van de in de afgelopen planperiode uitgevoerde onderzoeken en maatregelen. Watertaken

Aspecten onderverdeeld naar zorgplicht

Afvalwater

1. inzameling van het binnen het gemeentelijk gebied geproduceerde afvalwater 3. transport van het ingezamelde afvalwater naar een geschikt lozingspunt 4. voorkomen van vuiluitworp naar bodem, grond- en oppervlaktewater 5. minimale overlast voor de omgeving (deels)

Hemelwater

2. doelmatig omgaan met de inzameling van hemelwater 5. minimale overlast voor de omgeving (deels)

Grondwater

6. voorkomen ontstaan structurele grondwateroverlast

3.1

Afvalwatertaak

In bestaand stedelijk gebied zorgt de gemeente voor het inzamelen en afvoeren van stedelijk afvalwater vanaf de perceelgrens. In het buitengebied is aansluiting op het openbaar (druk)riool niet altijd doelmatig en bestaat de mogelijkheid om een alternatieve voorziening toe te passen, zoals een individuele behandeling van afvalwater (IBA); de regels zijn vastgelegd in het (tijdelijke) omgevingsplan paragraaf 22.3.8 (bruidsschat). Alle kosten die gelieerd zijn aan de aansluiting en/ of alternatieve voorziening zijn voor de initiatiefnemer. Een alternatieve voorziening dient eenzelfde graad van milieubescherming te hebben als een zuivering technisch werk (aan te tonen door initiatiefnemer). 3 Indien een alternatieve voorziening toegepast wordt binnen Kaag en Braassem, betreft het doorgaans een op oppervlaktewater lozende voorzieningen, waarvoor Hoogheemraadschap van Rijnland bevoegd gezag is. HHR heeft haar regels vastgelegd in de (bruidsschat) waterschapverordening.

3.2

Hemelwatertaak

De gemeente zorgt in bestaand stedelijk gebied voor het inzamelen en verwerken van hemelwater van percelen, voor zover het niet redelijk is om te verlangen dat bewoners en bedrijven dit zelf doen. 4 Bij nieuwbouw en inbreidingen is het wél goed mogelijk om hemelwater binnen de perceelgrens te bergen en/ of te infiltreren, gescheiden aan te leveren, naar oppervlaktewater af te voeren en/of binnen het plangebied te bergen. In het buitengebied moeten perceeleigenaren hemelwater op het eigen perceel verwerken of op aanliggend oppervlaktewater lozen, dat geldt zowel voor de bestaande situatie als bij nieuwbouw. Hemelwateroverlast Wat is acceptabel? Onder normale omstandigheden kunnen gemengde riolen en regenwaterriolen het hemelwater inzamelen, bergen en afvoeren. Bij hevige neerslag is de capaciteit onvoldoende om al het water te verwerken, dan kan er water op straat blijven staan. Afhankelijk van de omvang, de diepte van plassen en de duur van ‘water-op-straat’, is er sprake van hinder of overlast.

3

Voor meer informatie hierover wordt verwezen naar bijlage 1-1: Inzameling en transport stedelijk afvalwater Voor meer informatie hierover wordt verwezen naar bijlage 1-1: Hemelwatertaak 6 november 2023 WATERTAKENPLAN 2024-2027 BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001 4

6

Open

Hinder en moet soms geaccepteerd worden, zeker met het oog op klimaatverandering zal het vaker voor kunnen komen dat water-op-straat optreedt. De gemeente wil niet-acceptabele situaties zoveel mogelijk voorkomen. Hiervoor treft de gemeente maatregelen waar deze tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten mogelijk zijn. Er kunnen altijd extreme buien vallen waarbij sprake is van overmacht. De gemeente Kaag en Braassem spreekt van (regen- en/of afval-) wateroverlast indien:  afvalwater (als gevolg van een storing of calamiteit) op straat staat en/of huizen of gebouwen instroomt;  afvalwater afkomstig uit een gemengd rioolstelsel langer dan 2 uur op straat staat, dit stinkt en/ of er toiletpapier en andere visueel waar te nemen verontreinigingen in aanwezig zijn (risico voor de volksgezondheid);  water via de straat huizen en/ of gebouwen instroomt;  afvalwater overloopt uit toiletten op begane grond niveau (retourstroom);  water verkeersaders en doorgaande (ontsluitings)wegen gedurende meer dan 1 uur blokkeert;  water langer dan 2 uur hinder oplevert voor het verkeer (gemotoriseerd, fietsers en voetgangers);  (afval)water langer dan 2 uur in een tuin staat en dit water afkomstig is uit het rioleringssysteem. Naast overlast kan er sprake zijn van waterhinder.

Voorbeelden van hinder zijn: water tussen de trottoirbanden (dat slechts in beperkte mate stinkt en/of geen of in beperkte mate verontreinigingen achterlaat), ondergelopen achterpaden of tuinen. Dit kan overlast worden wanneer de hinder meerdere uren aanhoudt en/of frequent optreedt. Kaag en Braassem adviseert waterbestendig te bouwen door onder andere het aan te houden vloerpeil van nieuwe panden hoger aan te leggen dan het maaiveld c.q. straatpeil in de buitenruimte. Door in de initiatieffase aandacht te besteden aan klimaatbestendigheid, kunnen ingrijpende en dure herstelmaatregelen in de toekomst voorkomen worden. Overwogen wordt om deze regels bindend vast te leggen in het omgevingsplan (maatregel M10-M11)

3.3

Grondwatertaak

De grondwaterzorgtaak houdt in dat het ontstaan van structurele grondwateroverlast wordt voorkomen en dat de gemeente in bestaande situaties mogelijke doelmatige maatregelen in openbaar gebied treft tegen structurele nadelige gevolgen van een te hoge grondwaterstand. De grondwatertaak betekent niet dat de gemeente voor een bepaalde grondwaterstand zorgt. De gemeentelijke watertaak geldt alleen voor maatregelen die niet tot de verantwoordelijkheid van een particulier, het waterschap of de provincie behoren (zie voor meer informatie bijlage 1-1: Grondwatertaak). Een voorbeeld van een particuliere verantwoordelijkheid is de eis (conform De particulier is de LIOR: link) dat alle percelen die grenzen aan oppervlaktewater het verantwoordelijk voor de hemelwater en drainagewater moeten lozen op dat oppervlaktewater. goede staat van zijn De gemeente neemt voor het ondiepe grondwater een regiefunctie op zich (zie Waterloket op pagina 8) en wil een aanspreekpunt zijn voor bewoners en bedrijven betreffende grondwaterproblematiek en vragen over het grondwater. Bij meldingen onderzoekt de gemeente de situatie, achterhaalt de (vermoedelijke) oorzaak en bekijkt of er doelmatige maatregelen mogelijk zijn. Maatregelen bepaalt de gemeente zo veel mogelijk in samenspraak met alle betrokken partijen.

De gemeente neemt in beginsel alleen maatregelen als deze in combinatie met andere projecten kunnen worden uitgevoerd (effectgericht werken).

6 november 2023

WATERTAKENPLAN 2024-2027

eigendom en voor het grondwater op eigen perceel (net als bij hemelwater en afvalwater). Hij zorgt voor bouwkundige of waterhuishoudkundige voorzieningen op zijn eigen terrein en voor de eigen woning (zoals een vochtdichte vloer sinds het bouwbesluit van 1992 of een lekvrije kelder).

BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

7

Open

De gemeente heeft een grondwatermeetnet dat sinds 2013 bemeten wordt. De gemeente onderhoudt en exploiteert dit meetnet (maatregel M13). De analyseresultaten uit dit meetnet vormen de basis om toekomstige grondwateroverlast en/of –onderlast, zowel bij huidig gebruik als bij toekomstige werken of nieuwbouw tijdig te herkennen en zoveel mogelijk te voorkomen. De gemeente streeft naar de in tabel 1 weergegeven gewenste grondwaterstanden. Kenmerkend voor het gebied is dat er veenafzettingen voorkomen, waardoor er sprake is van een risico op bodemdaling. Hierdoor zijn de drooglegging en ontwateringsdiepte op sommige locaties zeer beperkt. Dit maakt dat het nastreven van (landelijk gedefinieerde) ontwateringscriteria in bestaand gebied veelal niet doelmatig is. Bij het streven naar de gewenste grondwaterstand maakt de gemeente daarom onderscheid in openbare gebieden met ruime drooglegging (>1 meter) en met geringe drooglegging (< 1 meter), zie figuur 4.

Figuur 4 Gebieden met een drooglegging groter en kleiner dan 1 meter Tabel 1 Gewenste grondwaterstanden in relatie tot gebruik Gewenste grondwaterstand

Type

drooglegging > 1 m

drooglegging < 1 m

Woningen met kruipruimte

0,7 m beneden maaiveld

Max 0,25 m boven oppervlaktewaterpeil

Tuinen en openbare groenvoorzieningen

0,5 m beneden maaiveld

Max 0,25 m boven oppervlaktewaterpeil

Wegen

0,7 m beneden kruin weg

Max 0,25 m boven oppervlaktewaterpeil

6 november 2023

WATERTAKENPLAN 2024-2027

BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

8

Open

Een grondwaterstand (gemeten in het gemeentelijke grondwatermeetnet) wordt als structureel te hoog gedefinieerd als deze ten minste 3 opeenvolgende jaren, langer dan twee opeenvolgende maanden per jaar hoger is dan de gewenste grondwaterstand. Een grondwaterstand op een zekere locatie wordt als structureel te laag gedefinieerd als deze ten minste voor 3 opeenvolgende jaren, langer dan 4 weken (cumulatief) per jaar lager is dan het bovenste funderingshout in de directe omgeving. Als (zolang) de funderingsniveaus niet bekend zijn, wordt een ontwateringsdiepte van 1,5 meter als signaleringswaarde gebruikt. Er is sprake van structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand wanneer er sprake is van een structureel te hoge of te lage grondwaterstand én de volksgezondheid in het geding is of als er schade ontstaat aan constructies van gebouwen, funderingen, verhardingen of beplanting. Voorbeelden van structurele grondwateroverlast zijn: vochtige verblijfsruimten, schade aan openbare verhardingen en/ of afsterven van groenvoorzieningen. Onder structurele grondwateronderlast wordt onder andere verstaan: aantasting van de gebruiksfunctie door droogstand van houten paalfunderingen en schade als gevolg van bodemdaling. De gemeente vindt dat er geen sprake is van structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand bij water in kruipruimtes/kelders of bij natte tuinen.

In deze gevallen zijn er geen gevolgen voor de volksgezondheid en treedt er geen schade op. Voor een uitgebreide toelichting op de definities en kaders wordt verwezen naar bijlage 1-1. Waterloket Inwoners en bedrijven kunnen met vragen en meldingen omtrent grondwater bij de gemeente terecht. Dit kan telefonisch via het algemene nummer (071-332 72 72) of middels het invullen van het online contactformulier [link].

3.4

Oppervlaktewater en drinkwater

Naast de drie formele watertaken heeft de gemeente een rol ten aanzien van (de kwaliteit van) oppervlaktewater en drinkwater.

3.4.1

Oppervlaktewater

De kwaliteit van het oppervlaktewater in de bebouwde omgeving en het onderhoud van watergangen is geen specifieke watertaak van gemeenten. Als eigenaar van gronden langs watergangen in de openbare ruimte kan een gemeente wél onderhoudsplichtig zijn. Ook raakt waterkwaliteit aan de kwaliteit en het gebruik van de fysieke leefomgeving, waar de gemeente verschillende taken in heeft (o.a. openbare orde en veiligheid). Het toenemende gebruik van oppervlaktewater als recreatiewater (o.a. zwemmen en varen) stelt eisen aan de waterkwaliteit. Daarover zal een gemeente met de waterkwaliteitsbeheerder afspraken moeten maken: welke waterkwaliteit streven we na en wat is daarvoor nodig? Voor meer informatie over zwemwater wordt verwezen naar hoofdstuk 4.4.

3.4.2

Drinkwater

Klimaatverandering, toenemende verontreinigingen en een groeiende watervraag zorgen ervoor dat drinkwaterbedrijven steeds meer moeite moeten doen de leveringszekerheid van drinkwater te waarborgen. Als beleidsmaker en vergunningsverstrekker en met een zorgplicht voor inwoners spelen gemeenten een rol bij het waarborgen van de drinkwatervoorziening. 6 november 2023

WATERTAKENPLAN 2024-2027

BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

9

Open

De aanwezigheid van schoon en voldoende drinkwater is in Nederland altijd een vanzelfsprekendheid geweest. De laatste jaren zien we dat er grenzen zitten aan de watervoorziening. Bewustwording is ook op dit vlak een aandachtspunt: meer bewust zijn van welke gevolgen drinkwaterverbruik (voorlichting aan bedrijven in huishoudens) en ruimtelijke keuzes (omgevingsbeleid) kunnen hebben voor de drinkwatervoorziening. Ook kan het besparen van drinkwater geïntegreerd worden in de woningbouwopgave. Met maatregelen voor opvang en gebruik van regenwater zorg je ervoor dat huishoudens minder drinkwater gebruiken. Regenwater kun je prima inzetten voor de tuin of het toilet. Geconstateerd wordt dat bij nieuwbouw in Nederland in de huidige tijd veel aandacht is voor isolatie, maar minder aandacht en regels voor (drink)wateroplossingen: RIVM: snel actie nodig om drinkwatertekort te voorkomen (NOS Nieuws 3 april 2023) Om te voorkomen dat we in 2030 een tekort aan drinkwater hebben, moet snel een pakket aan maatregelen worden genomen. Dat is urgent, want sommige drinkwaterbedrijven hebben nu al te weinig reserves. Dat schrijft het RIVM in een nieuw rapport dat eerdere berichten bevestigt. Water moet langer worden vastgehouden en er moeten grotere watervoorraden worden aangelegd, bijvoorbeeld door meer water in de duinen of bekkens op te slaan.

Ook moeten alternatieve waterbronnen worden ontwikkeld, zoals de winning van drinkwater uit brak of zout water en uit rioolwater. Drinkwaterbedrijven die vrijwel direct meer capaciteit nodig hebben zijn Waterbedrijf Groningen, Vitens (in Friesland, Overijssel, Gelderland, Utrecht en Flevoland) en Dunea in het westelijke deel van Zuid-Holland. 1,4 miljard kubieke meter De vraag naar drinkwater zal in 2030 zeker veel groter zijn dan nu, schrijft het RIVM. Naar verwachting is dan 1,4 miljard kubieke meter nodig, 100 miljoen kubieke meter meer dan in het ijkjaar 2020. Dat komt deels doordat tegen die tijd het aantal inwoners en de economie zijn gegroeid, maar ook door de klimaatverandering: in warmere zomers is meer drinkwater nodig, terwijl er door droogte minder beschikbaar is. Het kabinet wil dat het watergebruik per persoon in 2035 is gedaald naar 100 liter per dag [we gebruiken nu 128 liter drinkwater per persoon in huis]. Drinkwater wordt gemaakt van oppervlakte- en grondwater en het is niet zeker of er over zeven jaar wel genoeg water is om drinkwater van te maken. Ook nu al zijn in de zomer de reserves soms uitgeput, zoals gebeurd is in Gelderland, Overijssel, Groningen en delen van Zuid-Holland. Alle partijen die bij drinkwater betrokken zijn, zoals waterleidingbedrijven, waterschappen en provincies, worden aangespoord nu al te beginnen met nieuwe winningen.

Oplossingen Een dreigend tekort is op te lossen door tegelijkertijd verschillende maatregelen te nemen, adviseert het RIVM. Naast bewust en zuinig watergebruik en het langer vasthouden van zoet water in ons land, moeten nieuwe winlocaties worden gezocht, vergunningen worden uitgebreid en in de duinen en in bekkens moet de buffercapaciteit worden vergroot. Daarnaast kan gedacht worden aan inkoop van drinkwater vanuit het buitenland. Verder zijn alternatieve bronnen van belang. Op dat gebied lopen al verschillende initiatieven. Zo doet Waternet onderzoek naar het gebruik van brak kwelwater, omhoogkomend grondwater, uit de Horstermeerpolder. In een gezamenlijk project kijken drinkwaterbedrijven of het mogelijk is om rioolwater te zuiveren tot drinkwater. In Limburg wordt gekeken hoe regenwater kan worden opgevangen en gezuiverd tot drinkwater. Verschillende waterbedrijven infiltreren oppervlaktewater in de diepe ondergrond. Daar ontstaat een voorraad die kan worden aangesproken bij een lange periode van droogte. Brancheorganisatie is blij, maar bezorgd Vewin, de brancheorganisatie van waterbedrijven, is blij met het RIVM-rapport. Het onderstreept de noodoproep die de sector eerder al deed. "Zonder snelle actie van betrokken partijen en in het bijzonder van de provincies ontstaan in steeds meer regio's knelpunten bij het verzekeren van de drinkwatervoorziening.

Daardoor is niet gegarandeerd dat in alle provincies de beoogde nieuwe woningen tijdig van drinkwater zullen kunnen worden voorzien", stelt Vewin. Het RIVM-rapport eindigt met een waarschuwing en oproep aan alle betrokken partijen: "Veel knelpunten zijn niet op een eenvoudige manier volledig op te lossen. Drinkwaterbedrijven ervaren lange, moeilijke procedures bij het realiseren van nieuwe winningscapaciteit. Daarom is een extra gezamenlijke inspanning en dialoog nodig tussen drinkwaterbedrijven, provincies, de rijksoverheid, waterschappen en andere stakeholders om aan de stijgende drinkwatervraag in 2030 te kunnen voldoen." 6 november 2023

WATERTAKENPLAN 2024-2027

BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

10

Open

Binnen de gemeentegrenzen liggen geen grondwaterbeschermingsgebieden of intrekgebieden voor drinkwater gelegen. Wel heeft de gemeente aandacht voor het schoon houden van water, hetgeen bijdraagt aan het waarborgen van de drinkwaterproductie. Dit doet zij door het scheiden van schone en vuile waterstromen, het reduceren van riooloverstortingen, infiltratie van hemelwater en het lozen van schoon hemelwater op oppervlaktewater, onder andere door afkoppeling en de ombouw van verbeterd gescheiden naar volledig gescheiden rioolstelsels (waarbij schoon hemelwater niet langer naar de rioolwaterzuivering afgevoerd wordt). De gemeente staat open voor het meewerken aan pilots en initiatieven van derden.

6 november 2023

WATERTAKENPLAN 2024-2027

BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

11

Open

4

Hoe gaan we de doelen bereiken: programma water en riolering

De huidige beleidsuitgangspunten zoals verwoord in hoofdstuk 3 (en bijlage 1-1) blijven van kracht. Aanvullend op het huidige beleid worden de waterambities uit de omgevingsvisie, zoals verwoord in hoofdstuk 2, nader uitgewerkt. Aan ieder doel is een paragraaf gewijd, waarin wordt beschreven hoe daar invulling aan wordt gegeven en welke verwachtingen er vanuit het Wtp zijn naar andere partijen. De omgevingsvisie is een ‘groeidocument’ dat, net als de samenleving, steeds mee verandert. Daarom zullen we de omgevingsvisie (en waar nodig het programma) waar nodig steeds een beetje bijstellen.

4.1

Veilige en gezonde leefomgeving

Het primaire doel van de riolering is het beschermen van de volksgezondheid (beperken infectieziekten); de kans dat mensen in aanraking komen met afvalwater moet tot een minimum beperkt worden. Dit wordt mede bereikt door het rioleringsstelsel gedegen te beheren en onderhouden, adequate vervangingen uit te voeren en de gebruikers voor te lichten over risico’s en potentiële gevaren: Rioleringssysteem verkeert in goede staat We streven naar het zoveel mogelijk beperken van gezondheidsrisico’s. In het geval van de waterketen, betekent dit het zoveel mogelijk voorkomen van contact met afvalwater. We willen dat ons rioleringssysteem, met alle bijbehorende voorzieningen, werkt en in goede staat verkeert. We voorkomen daarmee dat er afvalwater in het milieu terechtkomt als gevolg van lekkages. Zo worden risico’s op oppervlaktewater-vervuiling, bodemverontreiniging en grondwatervervuiling verkleind. Inwoners en bezoekers van onze gemeente mogen niet in contact komen met ongezuiverd afvalwater als gevolg van disfunctioneren van het systeem. Wij voeren het afvalwater daarom af naar de overnamepunten (veelal afvalwatertransportgemalen) van het waterschap. In slechte staat verkerende riolen en andere onderdelen van het stelsel worden gerepareerd of vervangen.

Met het oog op het besparen van kosten en het voorkomen van kapitaalvernietiging vervangen we riolen op basis van kwaliteit in plaats van de strategie ‘vervangen op basis van leeftijd’. De kwaliteit van de oudere riolering (30 jaar en ouder) is in beeld. Gebreken in de riolering zijn bekend en maatregelen worden getroffen om uittreding van afvalwater naar grondwater en andersom zoveel mogelijk te voorkomen. Vanuit kwalitatief perspectief zijn geen grootschalige urgente ingrepen voorzien. Een deel van de riolen moet op korte termijn vervangen of gerepareerd te worden. De gemeente kiest er echter uit doelmatigheidsoogpunt voor om riolering alleen autonoom te vervangen wanneer de volksgezondheid of verkeersveiligheid in het geding komen. Minder urgente rioolvervangingen vinden plaats in combinatie met andere ingrepen in de openbare ruimte (wegreconstructie, renovatie, energietransitie en/ of klimaatadaptieve wijkgerichte aanpak, waaronder de aanleg van gescheiden rioolstelsels). Medio 2023 is een Meerjaren Investering Programma opgesteld voor de disciplines riolering, wegen, kunstwerken en groen, waarin het integrale karakter van met name riolering en wegen benadrukt wordt. De projecten worden gezamenlijk opgepakt en gefinancierd, wat kostenbesparend kan werken en de overlast voor de bewoners en gebruikers van de openbare ruimte beperkt.

Vanuit het taakveld riolering is een bijdrage voor het aandeel rioolvervanging voorzien van gemiddeld € 2,2 miljoen per jaar (investering I1). Daar waar mogelijk en doelmatig wordt gekozen voor een wijkgerichte aanpak.

6 november 2023

WATERTAKENPLAN 2024-2027

BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

12

Open

Daarnaast wordt op diverse locaties de riolering gerelined 5. Het betreft geplande relining op basis van uitgevoerde rioolinspecties, als alternatief voor het geheel vervangen van het riool (investering I2). Naast planbare relining kunnen rioolinspecties en gebeurtenissen aanleiding zijn tot het uitvoeren van spoed- en (deel)reliningen. In tegenstelling tot de planbare relining vallen deze ingrepen niet onder levensduurverlengende investeringen, waardoor deze uit de exploitatie betaald worden (maatregel M2). Flexibel en budget gestuurd De projecten worden veelal integraal opgepakt. Er vindt een bijdrage plaats vanuit zowel het product wegen als vanuit riolering. Door prioritering en jaarbudgetten kunnen projecten verschoven worden in de tijd. Daarnaast dient ook geanticipeerd te worden op kansen die zich aandienen om mee te liften met andere (onvoorziene) ingrepen in de openbare ruimte, of onvoorziene omstandigheden als gevolg van calamiteiten of volgend uit de rioolinspecties. We stellen dan ook voor een budgetgestuurde planning met een vast investeringskrediet te hanteren gebaseerd op eenheidsprijzen van 2023.

Om de rioolheffing ook op de lange termijn 100% kostendekkend te laten zijn is ook inzicht nodig in de te verwachten investeringen ná de planperiode. Voor de middellange en lange termijn berekening wordt uitgegaan van een gemiddelde technische levensduur van de vrijvervalriolering van 55 jaar en de nieuwe, voor 2023 geïndexeerde, eenheidsprijzen van Stichting RIONED. Onderstaande grafiek toont de theoretisch benodigde vervangingsinvesteringen in perioden van 5 jaar. Opgemerkt wordt dat de theoretisch benodigde investering in de planperiode overeenkomt met de verwachte investeringsbehoefte uit het Meerjaren Investering Programma (investering I1 + I2).

Figuur 5 Theoretisch benodigde investeringen lange termijn vrijverval riolering (op basis van een technische levensduur van 55 jaar, eenheidsprijzen Stichting RIONED, geïndexeerd naar prijspeil januari 2023)

5

Zie begrippenlijst, bijlage 0-1: Relinen WATERTAKENPLAN 2024-2027

6 november 2023

BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

13

Open

In het krediet voor de komende jaren hoeft geen rekening gehouden te worden met het vervangen van drukriolering en persleidingen, aangezien deze op basis van de technische levensduur in de planperiode nog niet vervangen worden. In totaal betreft het 135 km drukriolering en persleidingen. De eerste vervangingen zijn voorzien rond 2035 – 2040 en de piek zal rond 2050 liggen. Inspectie van drukriolering wordt omwille van technische uitvoerbaarheid en doelmatigheid niet uitgevoerd. Effectief rioleringsbeheer Ook de komende jaren is de gemeente voornemens om rioolreiniging 6 en -inspectie planmatig en met dezelfde frequentie (10% van het areaal per jaar, vanaf 15 jaar oude riolen) uit te blijven voeren. Als gevolg van de prijsstijgingen en het nieuwe raamcontract is het budget voor rioolreiniging en inspectie opgehoogd (maatregel M1); hierdoor zijn we in staat de gewenste lengte riool te inspecteren. We borgen een goed inzicht in de staat en kwaliteit van het stelsel ook door te investeren in tijd voor gegevensbeheer (actueel maken en houden, verwerken revisies, GWSW-standaard via Kikker (een programma voor het beheer van de riolering) en koppeling aan GeoVisia). In de exploitatie is hiervoor structureel budget gereserveerd (maatregel M3). De hiermee gepaard gaande kosten vallen onder de exploitatie.

In de planperiode worden de huis- en kolkaansluitingen opgenomen in het rioolbeheersysteem (maatregel M4). Het is belangrijk om een accuraat beeld te houden van de geometrie van de riolering. Indien in het kader van de uit te voeren SSW 7 onderzoeken daar aanleiding toe is, worden de hoogte (binnen onderkant rioleringsbuis) en rijksdriehoekcoördinaten en hoogte (x, y en z) van de putten ingemeten. Hiervoor wordt een structureel budget gereserveerd (maatregel M6). Beheer en onderhoud IBA’s en septictanks Voor lozingen op oppervlaktewater is het hoogheemraadschap bevoegd gezag, voor lozingen in de bodem is dat de gemeente. In Kaag en Braassem bevinden zich enkel oppervlaktewater-lozers. Binnen de gemeente zijn twee typen individuele bezinkings- en zuiveringssystemen aanwezig, te weten verbeterde septictanks en IBA’s8. Verbeterde septictanks zijn in eigendom en beheer bij de particulier. De IBA’s klasse III zijn in eigendom en beheer van de gemeente. Er is een service- en onderhoudscontract afgesloten met een marktpartij voor het jaarlijks onderhoud en het verhelpen van eventuele storingen (maatregel M7). Binnen de gemeente zijn geen niet aangesloten objecten bekend. Naast de kosten voor beheer en onderhoud wordt periodiek (eens in de 20 jaar) rekening gehouden met een vervangingsronde van IBA’s.

In 2020 is groot onderhoud gepleegd aan alle IBA’s, waardoor de eerste vervangingsronde voorzien is rond 2040. Indien er te zijner tijd doelmatige alternatieven zijn, vindt een heroverweging plaats. Beheer en onderhoud pompen en gemalen De eigen buitendienst is de afgelopen jaren geprofessionaliseerd, uitgebreid en voorzien van het benodigde materiaal en materieel om zelf proactief beheer en onderhoud uit te voeren. Alle medewerkers zijn bevoegd om de aan hen toegewezen taken te verrichten conform het Bedrijfsvoeringsplan rioolgemalen en pompunits (2021). De functionarissen dienen gekwalificeerd te zijn 9 , daarvoor is periodiek een (opfris) cursus/ training benodigd (maatregel M8). De buitendienst voert zelf de periodieke keuringen en inspecties van pompunits uit onder leiding van de installatieverantwoordelijke. Daarnaast worden meldingen opgepakt en storingen verholpen door de eigen dienst. De gemalen en pompunits worden respectievelijk eens in de 2 en 4 jaar onderworpen aan een 6

Kaag en Braassem voert enkel planmatige rioolreiniging uit in combinatie met rioolinspectie. Alleen indien daar aanleiding voor is wordt autonome rioolreiniging (zonder inspectie) uitgevoerd. Er is geen apart budget voor autonome reiniging, aangezien dat in de praktijk vrijwel niet voorkomt. 7 Zie begrippenlijst, bijlage 0-1: Systeemoverzicht Stedelijk Water 8 Zie begrippenlijst, bijlage 0-1: Individuele behandeling afvalwater 9 Eveneens gekwalificeerd voor het uitvoeren van visuele inspecties bij pompen en gemalen, waaronder t.b.v. hijskettingen 6 november 2023 WATERTAKENPLAN 2024-2027 BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001 14

Open

verplichte NEN3140 inspecties. Gelijktijdig met de inspectie wordt een keuring uitgevoerd en worden hijskettingen periodiek vervangen op basis van een visuele inspectie (deze kosten maken onderdeel uit van de regulieren werkzaamheden en onderhoudsbudgetten). Tevens vindt op hetzelfde moment de reguliere (jaarlijkse) reinigingsronde plaats. Naast het verkrijgen van meer inzicht van de buitendienst in (de kwaliteit en het functioneren van) de gemeentelijke pompen en gemalen, zal door deze gestructureerde aanpak het aantal storingen naar verwachting structureel afnemen, evenals de daaraan gerelateerde kosten. Dit zal de komende jaren gemonitord worden. Verschil tussen pompen en gemalen (inclusief bufferputten):  Een pompunit maakt onderdeel uit van het drukrioolstelsel en heeft per definitie één pomp. o Technisch: maximaal 15 vuilwateraansluitingen op een pompunit aangesloten. o Inwendige putoppervlak maximaal 1,1 m² en inhoud maximaal 2,5 m3.  Een gemaal maakt onderdeel uit van het vrijverval rioleringsstelsel en heeft vaak twee pompen. o Technisch: meer dan 15 vuilwater- en/of gemengde aansluitingen. o Inwendige putoppervlak minimaal 1,1 m² en inhoud minimaal 2,5 m3. o Meestal 2 pomps uitrusting met het oog op bedrijfszekerheid.  Bufferputten zijn verzamelputten die onderdeel uitmaken van het drukrioolstelsel. Deze putten vallen onder de categorie Gemalen.

Beheer en onderhoud randvoorzieningen Binnen de gemeente liggen twee bergbezinkbassins en twee bergbezinkleidingen. Deze voorzieningen dienen om water te bergen zodat er minder vuilemissie naar oppervlaktewater plaatsvindt. Goed onderhoud is nodig om de werking te waarborgen. De gemeente voert het volgende onderhoudsregime:  2 keer per jaar monitoren werking in het veld en gelijktijdig reiniging pompen.  Jaarlijks reiniging van de voorzieningen (bakken, leidingen) met een pomp-zuigwagen. De kosten voor het beheer en onderhoud maken onderdeel uit van de reguliere exploitatiebudgetten die gedekt worden uit de rioolheffing. Inzicht in functioneren vergroten Op het moment dat de data in voldoende mate geactualiseerd is in het beheersysteem voeren we per cluster een Systeemoverzicht Stedelijk Water (SSW) studie uit. Een SSW is sinds 2020 de opvolger van het Basisrioleringsplan voor alle gemeentelijke watertaken, met daarin een beschrijving van de stedelijke watersystemen en het functioneren daarvan en een evaluatie van de gemeentelijke watertaken. Het SSW geeft ons inzicht in het theoretisch systeem functioneren onder normale en extreme omstandigheden. Net als bij de Basisrioleringsplannen in 2016-2017, voeren we ook de SSW’s in een zestal clusters uit. Ieder jaar één cluster, startend in 2024. De volgende clusters zijn aanwezig: 1. Kaag 2. Oud Ade en Rijpwetering 3.

Nieuwe Wetering en Veenderveld

4. Rijnsaterwoude, Hoogmade en Woubrugge 5. Roelofarendsveen en Oude Wetering 6. Leimuiden en Bilderdam

Tot en met 2029 reserveren we jaarlijks budget voor het opstellen van een van de SSW’s (maatregel M5). We vergroten ons inzicht in de grondwaterstanden en ontwateringsdiepten door het grondwatermeetnet uit te breiden ter plaatse van grootschalige nieuwbouwlocaties (om zodoende al voor de bouw inzicht te hebben op de optredende grondwaterstanden).

6 november 2023

WATERTAKENPLAN 2024-2027

BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

15

Open

Voorkomen contact met afvalwater Tijdens extreme neerslag kan water op straat voorkomen; niet alleen uit het regenwaterriool, maar deels ook vanuit de gemengde riolering. We scheiden vuilwater (zoals afvalwater) en schoonwater (zoals hemelwater) zo veel mogelijk, zodat overstorten minder frequent optreden en water op straat bij hevige buien minder vervuild is. Dit pakken we zoveel mogelijk integraal op, te weten bij rioolvervanging of andere grootschalige ingrepen in de openbare ruimte. Via de gemeentekanalen attenderen we onze inwoners er periodiek op voorzichtig om te gaan met water op straat en hier niet in te spelen (zie nevenstaande foto). Figuur 6 Contact met mogelijk vervuild water

Water op straat bij hevige neerslag is niet altijd te voorkomen; we treffen maatregelen op locaties die in de praktijk niet aan de norm voldoen. We willen niet dat onze inwoners gezondheidsklachten ondervinden als gevolg van te hoge grondwaterstanden. Wij realiseren ons dat onze invloed daarop beperkt en niet altijd aanwezig is 10 , desalniettemin hebben wij (als gemeente) de loketfunctie, en zijn wij het eerste aanspreekpunt voor onze inwoners en het bedrijfsleven. Goede oppervlaktewaterkwaliteit Wanneer er meldingen komen over een slechte waterkwaliteit, onderzoeken wij het aandeel van de riolering daaraan, voordat eventueel maatregelen getroffen worden. Wij sturen niet enkel op emissie, maar op kwaliteit van het ontvangende oppervlaktewater. We gaan het werkelijk functioneren monitoren, stellen periodiek SSW’s op en richten ons beheer en onderhoud dusdanig in dat emissies vanuit het rioolstelsel op oppervlaktewater (en/ of naar de bodem) worden geminimaliseerd. Wij vegen onze wegen periodiek, reinigen frequent de kolken en voeren rioolreiniging en -inspectie planmatig uit. Bij afkoppeling van verhard oppervlak nemen we de mogelijke effecten daarvan op de ecologische waterkwaliteit mee in onze afweging. Daar waar nodig overleggen we met onze waterpartners.

Hemelwater mag geloosd worden op oppervlaktewater (indien dat kwantitatief niet tot problemen leidt) mits het de kwaliteit van het ontvangende water niet negatief beïnvloedt. Expliciete kwaliteitseisen ontbreken voor hemelwater dat geloosd wordt op oppervlaktewater. Waterschap en gemeente treden met elkaar in overleg over de te treffen maatregelen bij het lozen van afstromend hemelwater, zodat deze lozingen geen belemmering zijn voor een goede waterkwaliteit. Uitgangspunt is dat afstromend hemelwater “in beginsel schoon genoeg is om zonder verdere maatregelen terug te brengen in het milieu.” Wanneer het water echter afkomstig is van druk bereden wegen, markten, of aanzienlijke oppervlakken voorzien zijn van uitlogende bouwmaterialen (koper, zink), dan zullen hieraan preventieve eisen gesteld worden. Bij nieuwbouw, waarbij afkoppeling (eigenlijk: niet aankoppeling) standaard is, dient de ontwikkelaar maatregelen te treffen zodat de kwaliteit van het afstromende hemelwater aan bovenstaande uitgangspunten voldoet. Hierbij wordt tevens verwezen naar de zorgplicht in het landelijk Besluit lozen buiten inrichtingen (Blbi, zie bijlage 0-1).

Overstorting van afvalwater reduceren en afvoer van hemelwater naar de zuivering beperken Ondanks dat de vuilemissiedoelstellingen behaald zijn, gaat Kaag en Braassem verder met het scheiden van schone en vuile waterstromen. Dit gebeurt door bij nieuwbouw vermenging aan de bron te voorkomen en door bij bestaande situaties af te koppelen, mits doelmatig. Bij nieuwbouw blijft het hemelwater gescheiden van afvalwater en wordt alleen het afvalwater naar de AWZI afgevoerd. Het hemelwater komt in oppervlaktewater terecht11. 10

onder andere: het peilbeheer van oppervlaktewater is een taak van het waterschap en perceeleigenaren hebben zelf een verantwoordelijkheid ten aanzien van grondwater op het eigen perceel 11 Eis LIOR: alle percelen die grenzen aan oppervlaktewater moeten hemelwater en drainagewater lozen op oppervlaktewater 6 november 2023 WATERTAKENPLAN 2024-2027 BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001 16

Open

Bij bestaande bebouwing is veelal een gemengd rioolstelsel aanwezig. Met het oog op klimaatverandering wordt een te vervangen gemengd riool in ongeveer de helft van de gevallen vervangen door een gescheiden stelsel12. Gestreefd wordt in die gevallen gelijktijdig een deel van het afvoerend oppervlak van de particuliere verharding af te koppelen. Hiermee wordt de kans op wateroverlast gereduceerd, de afvoer van schoon hemelwater naar de zuivering verder verminderd en het leidt tot het verder terugdringen van het aantal riooloverstortingen en het volume overstortend rioolwater tijdens hevige neerslag. Besluit lozen buiten inrichtingen In 2011 is het Besluit lozen buiten inrichtingen (Blbi) in werking getreden. Als gevolg hiervan is de vergunningplicht voor (riool)overstorten afgeschaft, daarvoor in de plaats is een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) gekomen. De Tweede Kamer heeft bepaald dat overstorten worden uitgezonderd van heffingsbetaling aan het waterschap. De algemene regel is dat een overstort moet zijn opgenomen in het GRP (voorliggend Watertakenplan). Vanuit de rijksoverheid is gekozen om de overstortvergunning te laten vervallen, omdat in het beleidsplan ook een beoordeling van de milieugevolgen plaatsvindt; voor Kaag en Braassem is dat in het Basisrioleringsplan.

In bijlage 4-4 is een overzicht opgenomen van alle (kenmerken van) overstorten en bergbezinkbassins in de kernen van de gemeente Kaag en Braassem. Voor de uitgangspunten, (stelsel)kenmerken en berekeningsresultaten (het milieutechnisch functioneren van het rioolstelsel) wordt verwezen naar het Basisrioleringsplan 2018 (kenmerk WATBF7232R001 en -002), dat onlosmakelijk met dit Watertakenplan verbonden is.

Controle op lozingen van bedrijven De omgevingsdienst voert namens de gemeente de milieutaken uit. Zij houden o.a. toezicht op het indirect lozen van afvalwater door bedrijven. Ook kan de Omgevingsdienst afvalwatermonsters nemen. Er is afstemming tussen gemeente en omgevingsdienst over de lozingen van bedrijven na constatering van vetophopingen bij gemalen en/of pompputten waardoor het functioneren wordt belemmerd. De omgevingsdienst voert hiervoor bij een aantal bedrijven extra controles uit.

12

Het is niet altijd mogelijk, doelmatig of zinvol om gescheiden riolen aan te leggen. Bijvoorbeeld indien oppervlakkige afstroming van regenwater via de straat naar oppervlaktewater mogelijk is (niet nodig), of er onvoldoende ondergrondse ruimte is voor een gescheiden stelsel, dan wel geen afvoermogelijkheden voor hemelwater (niet mogelijk). Ondoelmatig kan het bijvoorbeeld zijn wanneer er relatief weinig verharding aangesloten is op de bestaande gemengde riolering. 6 november 2023 WATERTAKENPLAN 2024-2027 BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001 17

Open

4.2

Klimaatadaptatie

4.2.1

Algemeen

We streven naar een klimaatadaptieve inrichting van de openbare ruimte in 205013. Dat geldt zowel ten aanzien van wateroverlast, hitte, droogte, als overstromingen 14 . De Omgevingsvisie ligt hieraan ten grondslag. We onderzoeken welke verantwoordelijkheden bij inwoners of bedrijven liggen en wat we zelf (blijven) doen (maatregel M11). Nieuwe gemeentelijke beleidsregels verankeren we in het Omgevingsplan (maatregel M10). In dit Watertakenplan focussen wij ons (met het oog op de gemeentelijke watertaken) op wateroverlast (4.2.2) (als gevolg van extreme neerslag) en droogte (4.2.3). Maatregelen die we treffen kunnen een positief neveneffect hebben op het reduceren van de kans op hittestress. We zoeken naar de interactie in maatregelen. Autonome hitte-maatregelen worden niet bekostigd vanuit dit plan. Hetzelfde geldt voor overstromingen (van rivieren en ander open water); dit aspect wordt door de waterbeheerders (hoogheemraadschap en rijk) opgepakt. Het Hoogheemraadschap van Rijnland heeft een Waterschapsverordening opgesteld. In de Waterschapsverordening, de vervanger van de Keur, staan regels om de sloten, rivieren, meren, plassen, de dijken en de gemalen in het gebied van Rijnland te beschermen. De hierin opgenomen regels gelden vanaf 1 januari 2024.

In de Waterschapsverordening zijn ook verplichte klimaatbestendige regels voor nieuwe grootschalige gebiedsontwikkelingen opgenomen. De klimaatbestendige regels moeten ervoor zorgen dat een gebied zo wordt ingericht dat het goed voorbereid is op de gevolgen van klimaatverandering. Voor informatie over de Waterschapsverordening wordt verwezen naar bijlage 4-1. Op 23 maart 2023 is de landelijke maatlat voor een groene en klimaatadaptieve gebouwde omgeving aan de Tweede Kamer gepresenteerd. De landelijke maatlat is de basis voor het klimaatadaptief bouwen, waaraan voldaan moet worden om toekomstbestendig te ontwikkelen. De landelijke maatlat definieert eenduidig voor nieuwbouw wat er onder klimaatadaptief bouwen en inrichten wordt verstaan en bestaat uit kwalitatieve doelen, kwantitatieve prestatie-eisen en richtlijnen voor de thema’s overstromingen, wateroverlast, droogte, hitte, biodiversiteit en bodemdaling. Met deze maatlat wordt het voor gemeenten, vastgoedeigenaren en de bouwsector duidelijk wat nodig is voor klimaatbestendige nieuwbouwontwikkelingen. De landelijke maatlat zal juridisch geborgd worden via een instructieregel in het [landelijke] Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl, zie bijlage 0-1) of de meer specifieke regelgeving in het [landelijke] Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl, zie bijlage 0-1).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=b97159ba-ec6a-4519-8939-587c9d6ccd9b