CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bij toelichting 2. Quickscan natuurwetgeving

Gemeenteraad 27 november 2023, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Bestemmingsplan Noordkade 21, Roelofarendsveen.5.950 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan natuurwetgeving Noordkade 21 te Roelofarendsveen EA220153.R01.V1.0 13 januari 2023

Quickscan natuurwetgeving Noordkade 21 te Roelofarendsveen Rapportnummer EA220153.R01.V1.0 13 januari 2023

Opdrachtgever DENOLDERVLEUGELS B.V. Geldropseweg 172A 5643TP Eindhoven

+31 88 130 06 00 info@geonius.nl Postbus 1097 6160 BB Geleen

Geonius.nl Functie

Naam

Ecoloog

Tim Leerschool

Collegiale toets

Martijn Stevens

EA220153.R01.V1.0

Paraaf

2 van 18

Inhoud 1

Inleiding ....................................................................... 4

2

Achtergrondinformatie............................................ 5

2.1

Situering plangebied

5

2.2

Ingreep

5

3

Resultaten ................................................................... 7

3.1

Methode

3.2

Soortenbescherming

7

3.3

Gebiedsbescherming

10

4

Effectbeoordeling en toetsing .............................. 12

4.1

Soortenbescherming

4.1.1

Effectbeoordeling............................................................................................................................................12

4.1.2

Toetsing aan natuurwetgeving .................................................................................................................13

4.1.3

Vervolgstappen ............................................................................................................................................... 14

4.2

Gebiedsbescherming

4.2.1

Effectbeoordeling............................................................................................................................................15

4.2.2

Vervolgstappen ................................................................................................................................................16

5

Conclusie en advies ................................................ 17

5.1

Conclusies

5.1.1

Soortenbescherming .....................................................................................................................................17

5.1.2

Gebiedsbescherming.....................................................................................................................................17

5.2

Advies

5.2.1

Soortenbescherming .....................................................................................................................................18

5.2.2

Gebiedsbescherming.....................................................................................................................................18

7

12

15

17

18

Bijlagen Bijlage 1 Wetgeving Bijlage 2 Impressie plangebied

EA220153.R01.V1.0

3 van 18

1 Inleiding

Geonius Milieu B.V. heeft in opdracht van DENOLDERVLEUGELS B.V. een quickscan natuurwetgeving uitgevoerd ter plaatse van de Noordkade 21 te Roelofarendsveen, Provincie Zuid-Holland. Het voornemen bestaat om de huidige bebouwing te slopen en een nieuwbouwwoning te realiseren. Dergelijke ingrepen kunnen leiden tot negatieve effecten op beschermde soorten en of beschermde gebieden en daarmee overtreding van de Wet Natuurbescherming (hierna Wnb). Zie bijlage 1 voor het wettelijk kader. Doel van het onderzoek is om inzichtelijk maken welke beschermde natuurwaarden in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn en te beoordelen of de voorgenomen werkzaamheden een negatief effect kunnen hebben op deze waarden. In de conclusie wordt beoordeeld of de ingreep (deels) kan worden vrijgegeven, er maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding te kunnen voorkomen en of een ontheffingsaanvraag Wnb benodigd is om de werkzaamheden uit te kunnen voeren. Uitgangspunt is om inzichtelijk te maken onder welke condities de voorgenomen werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd conform de Wnb. Geonius Groep B.V. en de verschillende divisies zijn gecertificeerd volgens de algemene kwaliteitsnorm NEN-ENISO 9001:2015, NEN-EN-ISO 14001:2015, VCA**2017/6.0 en CO2 Prestatieladder niveau 3.

EA220153.R01.V1.0

4 van 18

2 Achtergrondinformatie 2.1 Situering plangebied

Het plangebied is gelegen aan de Noordkade 21 te Roelofarendsveen, in het noorden van provincie Zuid-Holland. Het plangebied betreft een schiereiland de gebruikt wordt als woningpercelen aan de Noordkade, ten zuiden van de dorpskern Roelofarendsveen. De omgeving bestaat uit verruigde weilanden met slootkanten , het Braasemermeer en kleine havens met verspreid enkele woningen en bedrijfsloodsen. Ten noorden ligt een nieuwe woonwijk in wording. Het plangebied grenst aan het Braasemermeer, een deels natuur- en recreatieplas. Het plangebied zelf betreft het woningperceel van de Noordkade 21. Dit perceel is toegankelijk via een loopbrug. Bebouwing bestaat uit een enkel laags woning met plat dak, een houten garage en een houten opslaghok. Op het perceel zijn rondom enkele onderhouden heggen en groenstructuren aanwezig. In het zuidwesten van het plangebied is een treurwilg aanwezig en enkele coniferenhagen. De oevers van het woningperceel zijn ofwel steil of met stortstenen afgewerkt. Er zijn twee steigers aanwezig. De woning is momenteel onbewoond en ter preventie van kraak ontoegankelijk gemaakt. In noch de woning, garage of opslaghok zijn openingen aanwezig.

2.2 Ingreep De exacte ingreep is op dit moment niet duidelijk. Er wordt daarom uitgegaan van de een totaalsloop van de aanwezige bebouwing en beplanting zodoende dat het perceel bouwrijp wordt opgeleverd waarna de nieuwbouw gestart kan worden. Hiertoe worden de volgende ingrepen gerekend (niet noodzakelijkwijs in deze volgorde): •

Bouwrijp maken van werkgebied door verwijderen aanwezig materiaal, sloop van bebouwing, rooien van vegetatie en kap van de boom en heggen binnen het plangebied;

•

Aanleg van een brug voor aan- en afvoer van materiaal;

•

Opslag materiaal en plaatsing bouwkeet op terrein;

•

Bouw van nieuwbouwwoning met bijbehorende graaf- en constructiewerkzaamheden.

Een exacte planning is nog niet bekend. De werkzaamheden worden zo snel als mogelijk uitgevoerd, rekening houdende met eventuele beperkende factoren. Daarbij wordt een doorlooptijd van maximaal anderhalf jaar aangehouden. Er wordt voor de effectbeoordeling ervan uitgegaan dat de werkzaamheden op ieder moment in het jaar starten en gedurende het jaar uitgevoerd worden. Daarbij wordt er tevens van uitgegaan dat de werkzaamheden enkel binnen reguliere werkuren zullen worden uitgevoerd en geen additionele verlichting in zowel constructie als realisatiefase wordt toegepast.

EA220153.R01.V1.0

5 van 18

Figuur 1 Boven: Globale ligging plangebied bij benadering rood omcirkeld. Onder: plangebied bij benadering rood omlijnd. Bron beeldmateriaal: Cyclomedia, 2022.

EA220153.R01.V1.0

6 van 18

3 Resultaten

In dit hoofdstuk is de methode en de resultaten per soortgroep van de quickscan beschreven en zijn de omliggende beschermde natuurgebieden in relatie tot het plangebied beschreven.

3.1 Methode In deze fase is een literatuurstudie en een veldbezoek uitgevoerd. Voor de literatuurstudie is gebruik gemaakt van verspreidings-gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) van de afgelopen tien jaar in een straal van 250 meter rondom het plangebied en relevante verspreidingsatlassen. Het veldbezoek is uitgevoerd op 21 december 2022 door de heer T. Leerschool, ecoloog bij Geonius. Met het veldonderzoek is op basis van de fysieke kenmerken van het plangebied een indicatie gevormd van de mogelijk aanwezigheid van beschermde plant- en diersoorten. Hierbij is aandacht besteed aan alle relevante soortgroepen en beoordeeld of mogelijke standplaatsen, verblijfplaatsen, voortplantingsplaatsen of leefgebieden binnen of in de directe omgeving van het plangebied (kunnen) worden aangetast door de voorgenomen werkzaamheden. De weersomstandigheden waren 6°C, 3 Bft. en geheel bewolkt.

3.2 Soortenbescherming Uit het bronnenonderzoek en veldbezoek blijkt dat het plangebied onderdeel kan uitmaken of uitmaakt van het leefgebied van diverse beschermde soorten. In de hiernavolgende tabel is per soort(groep) aangegeven wat de functie en verwachte voorkomen binnen het plangebied betreft. Vervolgens is per soort(groep) een verklaring opgenomen omtrent de aan- of afwezigheid binnen het plangebied. Tabel 1 Aanwezigheid en functie van plangebied voor beschermde soort(groep)en. Soortgroep

Resultaten bureauonderzoek en veldbezoek

Functies aanwezig of te verwachten

Flora

Bureauonderzoek

Aanwezigheid beschermde flora

Er is geen beschermde flora bekend binnen en direct nabij het

uitgesloten binnen het plangebied.

plangebied (NDFF). Het plangebied ligt wel in het verspreidingsgebied van knolspirea (uitgezette populatie) en ruw parelzaad. Veldbezoek Met het veldbezoek zijn geen beschermde soorten aangetroffen in het plangebied. Het plangebied betreft een onderhouden grasweide met aangeplante en onderhouden plantsoenen. Hierdoor vormt het geen geschikte groeiomstandigheden voor strikt beschermde flora. Vogels

met

een

Bureauonderzoek

Aanwezigheid broedplaatsen van

jaarrond beschermd

In en rondom het plangebied zijn geen waarnemingen van beschermde

vogels met jaarrond beschermde

nest

vogels met een jaarrond beschermd nest bekend (NDFF).

nesten of primair leefgebied binnen

Veldbezoek

het plangebied uitgesloten.

Binnen het plangebied is geen geschikt broedhabitat of primair leefgebied aanwezig van broedvogels met een jaarrond beschermd nest.

Incidenteel passeren van individuen

De in het plangebied aanwezige bebouwing bevat geen soorten

kan niet uitgesloten worden.

waaronder huismus en gierzwaluw geschikte openingen. In de boom of begroeiing zijn geen nesten aangetroffen die gebruikt worden door

EA220153.R01.V1.0

7 van 18

Soortgroep

Resultaten bureauonderzoek en veldbezoek

Functies aanwezig of te verwachten

vogels met een jaarrond beschermd nest. Het is niet volledig uit te sluiten dat vogels met een jaarrond beschermd nest vanuit in de omgeving aanwezige nestplaatsen het plangebied passeren. Vogels

zonder

Bureauonderzoek

Broedplaats van vogels zonder

jaarrond beschermd

In het plangebied is een waarneming van meerkoet bekend. Verder zijn

jaarrond beschermd nest aanwezig

nest

geen waarnemingen van vogels zonder een jaarrond beschermd nest

in treurwilg binnen plangebied, of

bekend binnen 250 meter van het plangebied (NDFF).

mogelijk aanwezig in heggen of

Veldbezoek

oeverrand binnen het plangebied.

Met het veldbezoek zijn waarnemingen gedaan van fuut, meerkoet, winterkoning, halsbandparkiet en kokmeeuw. In de treurwilg in het

Daarbij kan de omgeving van het

plangebied is een nest aangetroffen van vermoedelijk een duif. De in het

nest deel uitmaken van

het

plangebied aanwezige hagen, boom en oeverrand vormt geschikte

essentieel leefgebied van

de

broedplaatsen voor vogels zonder een jaarrond beschermd nest. Bij een

betreffende soort.

actief nest zal de directe omgeving ervan deel uitmaken van het essentiële leefgebied. De directe omgeving vormt tevens geschikte broedplaatsen voor vogels zonder een jaarrond beschermd nest langs de vele slootkanten, ruigte en tuinen. Vleermuizen

Bureauonderzoek

Verblijfsfuncties van vleermuizen

Binnen of rondom het plangebied zijn geen waarnemingen bekend van

uitgesloten.

vleermuizen(NDFF). Veldbezoek

Plangebied maakt onderdeel uit van

De in het plangebied aanwezige bebouwing en bomen zijn ongeschikt

vliegroute en (mogelijk essentieel)

als verblijfplaats voor vleermuizen gezien de afwezigheid van openingen

foerageergebied.

(stootvoegen, scheuren of boomholten) waarmee soorten toegang vinden hiertoe. Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn in het plangebied daarmee uitgesloten. Het plangebied maakt onderdeel uit van de oeverrand van de Braassemermeer. Deze structuur kan deel uitmaken van een vliegroute voor vleermuizen. Het plangebied biedt door de aanwezige bebouwing en begroeiing een luwte en donkerte die door vleermuizen gebruikt kan worden als foerageergebied. Daarbij biedt de oeverzone naar vermoeden een hoge voedseldichtheid en maakt het plangebied mogelijk onderdeel uit van het essentieel foerageergebied Braassemermeer. Grondgebonden

Bureauonderzoek

Verblijfplaatsen van

algemene

zoogdieren

Binnen het plangebied zijn geen waarnemingen bekend van

muizensoorten zijn binnen het

grondgebonden zoogdieren (NDFF). Wel zijn er in de omgeving

plangebied niet uitgesloten.

waarnemingen bekend van bosmuis (NDFF). Het plangebied ligt binnen het verspreidingsgebied van waterspitsmuis.

Verblijfsfuncties

Veldbezoek

soorten zijn uitgesloten.

van

overige

Met het veldbezoek zijn geen waarnemingen gedaan van grondgebonden zoogdieren. Verblijfplaatsen van deze soorten, op de

Habitat van waterspitsmuis en

wellicht enkele algemene muizensoorten na kunnen worden

kleine marterachtigen is net buiten

uitgesloten. Deze soorten maken namelijk makkelijk herkenbare

het plangebied aanwezig.

verblijfplaatsen die niet aangetroffen zijn met het veldbezoek. Het

EA220153.R01.V1.0

8 van 18

Soortgroep

Resultaten bureauonderzoek en veldbezoek

Functies aanwezig of te verwachten

plangebied zelf vormt geen geschikt leefgebied voor de waterspitsmuis vanwege de afwezige gradiënt tussen oever en land. Geschikt habitat voor de waterspitsmuis is wel aanwezig in de directe omgeving van het plangebied. Aanwezigheid van kleine marterachtigen wordt tevens niet verwacht door de barrière die het schiereiland met bewoning uit zichzelf vormt en de afwezigheid van geschikte jachtplaatsen en verblijfplaatsen. Deze soorten kunnen mogelijk wel net buiten het plangebied aanwezig zijn. Amfibieën

Bureauonderzoek

Waterhabitat in plangebied is

Binnen het plangebied is een waarneming bekend van gewone pad.

aanwezig voor algemene amfibieën

Verder zijn geen waarnemingen bekend van amfibieën (NDFF). Het

maar

plangebied bevindt zich in het verspreidingsgebied van de rugstreeppad,

ingeschat. Landhabitat is niet

bruine kikker, gewone pad en de kleine watersalamander.

volledig uit te sluiten maar is

Veldbezoek

onwaarschijnlijk en

Met het veldbezoek zijn geen amfibieën waargenomen. Daarbij moet

marginaal zijn.

wordt

als

suboptimaal

hoogstens

vermeld worden dat de tijd van uitvoering en verborgen levenswijze voor deze soorten niet ideaal is. De oevers van het plangebied bieden

Kolonisatie

van

rugstreeppad

voor algemene amfibieën suboptimale omstandigheden vanwege de

gedurende de werkzaamheden kan

harde grens tussen oever en land en de aanwezigheid van vissen. Voor

niet volledig worden uitgesloten.

de rugstreeppad zijn deze oeverkanten ongeschikt. De sloten en watergangen direct nabij het plangebied vormen wel geschikte omstandigheden voor algemene soorten en de rugstreeppad. Landhabitat wordt als zeer marginaal ingeschat voor de in de omgeving aanwezig zijnde soorten door de vervilte grasweide en onderhouden plantsoenen waar deze soorten zich slecht in kunnen graven. Tevens dienen soorten een watergang over te steken om in het plangebied terecht te komen. De direct aangrenzende groenstructuren buiten het plangebied bieden hiervoor veel betere omstandigheden. Aanwezigheid zal daarom onwaarschijnlijk zijn en niet gaan om een vaste verblijfplaats maar

hoogstens incidenteel voorkomen. Aanwezigheid van

rugstreeppad wordt uitgesloten vanwege de afwezigheid van ruigte en makkelijk vergraafbare plekken in het plangebied. Gezien de grote dispersiedrang van deze soort kan niet uitgesloten worden dat het plangebied gedurende de werkzaamheden gekoloniseerd wordt. Reptielen

Bureauonderzoek

Aanwezigheid van

Er zijn geen waarnemingen bekend van reptielen in of in de nabijheid

uitgesloten.

van het plangebied (NDFF). Het plangebied is niet gelegen in het verspreidingsgebied van reptielen. Veldbezoek Met het veldbezoek zijn geen waarnemingen gedaan van reptielen. De omstandigheden tijdens het veldbezoek waren hier niet gunstig voor. Het plangebied biedt geen goede leefomstandigheden voor deze soorten. Deze soorten zoeken structuurrijke, verstoringsvrije plekken

EA220153.R01.V1.0

9 van 18

reptielen is

Soortgroep

Resultaten bureauonderzoek en veldbezoek

Functies aanwezig of te verwachten

met veel wegkruipmogelijkheden. Deze zijn niet aanwezig in het plangebied. Vissen

Bureauonderzoek

Aanwezigheid

Er zijn geen waarnemingen van beschermde soorten vissen in of nabij

uitgesloten.

van

vissen

is

het plangebied. Het plangebied is niet gelegen in het verspreidingsgebied van beschermde vissen. Het Braassemermeer zal functies bieden voor algemene vissoorten. Veldbezoek Met het veldbezoek zijn geen vissen waargenomen. De oeverranden van het Braassemermeer, binnen het plangebied vormen geen geschikt leefgebied voor beschermde vissen. Wel zullen deze gebruikt worden door algemene vissoorten. Insecten en overige

Bureauonderzoek

Aanwezigheid van

beschermde

ongewervelden

Binnen of rondom het plangebied zijn geen waarnemingen bekend van

insecten en overige ongewervelden

beschermde insecten.

zijn uitgesloten.

Veldbezoek Met het veldbezoek zijn geen waarnemingen gedaan van beschermde insecten en overige ongewervelden. Deze soorten stellen strenge eisen aan hun leefgebied zoals dood rottend hout, wateroppervlaktes met een goede waterkwaliteit en bepaalde waardplanten in een verder geschikte omgeving. Het plangebied biedt deze omstandigheden niet.

3.3 Gebiedsbescherming De ingreep is geheel locatie gebonden en vindt plaats binnen de bebouwde kom. Het plangebied ligt niet in beschermde gebieden Natura 2000 (zie figuur 2) of het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (zie figuur 3). Het meest nabij gelegen Natura 2000 gebied, Nieuwkoopse Plassen & De Haeck, ligt op elf kilometer ten oosten van het plangebied. Ten zuiden van het plangebied, op 11,5 kilometer afstand is het Natura 2000-gebied De Wilck gelegen. Het meest nabij gelegen deel van het NNN ligt op 850 meter ten zuiden van het plangebied. De kap van begroeiing binnen het plangebied valt niet onder het onderdeel houtopstanden van de Wnb.

EA220153.R01.V1.0

10 van 18

Figuur 2 Ligging van het plangebied (bij benadering rood omcirkeld) met nabij gelegen Natura 2000-gebieden met naamgeving. Bron beeldmateriaal: uitsnede uit digitale atlas Zuid Holland, 2022.

Figuur 3 Ligging plangebied (bij benadering rood omcirkeld) met nabij gelegen NNN. Gekleurde delen betreffen toegewezen NNN-gebieden met bepaalde doeltypen. Bron beeldmateriaal: uitsnede uit digitale atlas Zuid Holland, 2022.

EA220153.R01.V1.0

11 van 18

4 Effectbeoordeling en toetsing

De volgende hoofdstukken zijn opgesteld op basis van wat hiervoor is beschreven onder doel, werkzaamheden en planning. Wijzigingen in planning, fasering, uitvoermethode of geheel nieuwe activiteiten in afwijking van dit rapport, dienen vooraf getoetst te worden door de ecoloog. Deze kunnen immers ook (nieuwe) negatieve effecten hebben op de mogelijk aanwezige flora en fauna. Ecologische onderzoeken en te treffen maatregelen zijn gebonden aan specifieke perioden voor uitvoering. Om ongewenste uitloop te voorkomen, is het daarom noodzakelijk om wijzigingen zo vroeg mogelijk in beeld te brengen en te communiceren met de ecoloog.

4.1 Soortenbescherming 4.1.1 Effectbeoordeling In tabel 2 is per soortgroep voor de mogelijk aanwezige soorten aangegeven of er negatieve effecten op kunnen treden door de voorgenomen ingreep. Tabel 2 Effecten per soortgroep als gevolg van de ingreep. Soortgroep Vogels

met

een

Mogelijke effecten

Toetsing noodzakelijk?

Ondanks dat soorten incidenteel kunnen passeren leidt dit niet tot

Nee

jaarrond beschermd

negatieve effecten. Gezien de al hoge verstoring van het plangebied als

nest

woning waarbij voor soorten afdoende uitwijkmogelijkheden aanwezig zijn wordt dit niet gezien als een negatief effect. Het foerageergebied voor in de omgeving aanwezige soorten zal niet worden aangetast door de werkzaamheden.

Vogels zonder een

Door in het broedseizoen werkzaamheden uit te voeren als het kappen

jaarrond beschermd

van de treurwilg en hagen kunnen eventueel aanwezige nestplaatsen

nest

vernield worden en aanwezige individuen gedood worden. Door

Ja

werkzaamheden als het slopen van de bebouwing te starten in het broedseizoen nabij geschikte broedplaatsen kan tevens, ten gevolge van verstoring nesten verlaten worden en daarmee aanwezige jongen gedood worden Vleermuizen

Door de ingreep treden voor vleermuizen geen negatieve effecten op.

Nee

Werkzaamheden vinden plaats gedurende reguliere uren en daarmee niet in de actieve periode van vleermuizen. Er wordt geen gebruik gemaakt van tijdelijke verlichting of verlichting van de nieuwbouwwoning. Effecten als gevolg van trillingen en geluid worden niet als zodanig verwacht dat hiermee dieren verstoord worden of verblijfplaatsen verloren gaan. Foerageergebied blijft voor vleermuizen aanwezig door de aanwezige luwte. Grondgebonden

Door graafwerkzaamheden en aan- en afvoer van mens en machine

zoogdieren

kunnen mogelijk verblijfplaatsen en individuen van algemene grondgebonden zoogdieren vernietigd/ gedood worden. Functies van mogelijk nabij aanwezige waterspitsmuis en kleine marterachtigen wordt niet aangetast.

EA220153.R01.V1.0

12 van 18

Nee*

Soortgroep

Mogelijke effecten

Toetsing noodzakelijk?

Amfibieën

Door de werkzaamheden in de oever of graafwerkzaamheden kunnen

Ja ten aanzien van rugstreeppad*

aanwezige algemene amfibieën gedood worden. Daarbij moet vermeld worden dat aanwezigheid niet verwacht wordt en uiterst incidenteel is. Door de werkzaamheden kan het plangebied geschikt worden voor de rugstreeppad. Door de grote dispersiedrang van deze soort kan het plangebied gedurende de werkzaamheden gekoloniseerd worden. In dat geval kunnen dieren gedood worden, eieren en rustplaatsen vernield worden. *Provincie Zuid-Holland hanteert een vrijstelling voor een aantal in het plangebied mogelijk aanwezige soorten algemene grondgebonden zoogdieren en amfibieën. Zie hiervoor bijlage 1. Deze soorten worden niet in de toetsing meegenomen. Desondanks geldt wel de zorgplicht voor deze en alle andere soorten.

4.1.2 Toetsing aan natuurwetgeving Zoals gebleken uit de effectbeoordeling kunnen er mogelijk negatieve effecten optreden voor de soorten ten gevolge van de ingreep. Deze negatieve effecten resulteren mogelijk in een overtreding van de verbodsbepalingen van de Wnb. In dit hoofdstuk is de ingreep getoetst in de (mogelijk) aanwezige soorten. In de onderstaande tabel 3 Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.wordt inzichtelijk gemaakt tot welke beschermingscategorie de (mogelijk) aanwezige soorten toe behoren. Tabel 3 Beschermingscategorie van de mogelijk aanwezige soorten. Soort/soortgroep

Beschermingscategorie

Vogels zonder een jaarrond beschermd nest

Vogelrichtlijnsoorten – Artikel 3.1 van de Wnb

Amfibieën: rugstreeppad

Andere soorten – Art. 3.5 van de Wnb

Grondgebonden zoogdieren: algemene soorten

Andere soorten met vrijstelling – Art. 3.10 van de Wnb

Amfibieën – algemene soorten

Per beschermingscategorie worden de effecten op deze soorten in onderstaande tabellen getoetst aan de Wnb. Vrijgestelde soorten hoeven niet getoetst te worden aan de verbodsbepalingen Wnb. Met deze toetsing wordt geen rekening gehouden met eventuele maatregelen die deze effecten verzachten.

EA220153.R01.V1.0

13 van 18

Tabel 4 Overzicht van overtredingen van de verbodsbepalingen van de Vogelrichtlijn (Art. 3.1 Wnb). Soort Broedvogels

zonder

jaarrond

Lid 1

Lid 2

Lid 3

Lid 4

Toelichting

X

X

-

-

Effecten treden enkel op door werkzaamheden uit te voeren in het broedseizoen. Verstoring kan leiden tot het doden van

beschermd nest

dieren en ongeschikt worden van nestplaatsen. Dit effect wordt niet verwacht als zijnde van wezenlijke invloed op de staat van instandhouding gezien de beschikbaarheid van omliggend habitat en de flexibiliteit van deze soorten om elders nestplaatsen te maken. Toelichting verbodsbepalingen Het is verboden om: Lid 1 : te doden of te vangen Lid 2 : opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen Lid 3 : eieren te rapen en deze onder zich te hebben Lid 4 : opzettelijk te verstoren; verstoring toegestaan indien niet van wezenlijke invloed op de staat van instandhouding Lid 5 : het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Tabel 5 Overzicht van overtredingen van de verbodsbepalingen van de Habitatrichtlijn (Art. 3.5 Wnb). Soort

Lid 1

Lid 2

Lid 3

Lid 4

Lid 5

Toelichting

Rugstreeppad

X*

X*

X*

X*

-

Effecten treden enkel op wanneer plangebied

gedurende de werkzaamheden gekoloniseerd wordt. Toelichting verbodsbepalingen Het is verboden om: Lid 1 : opzettelijk te doden of te vangen Lid 2 : opzettelijk te verstoren Lid 3 : eieren van de dieren opzettelijk te vernielen of te rapen Lid 4 : voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen Lid 5 : opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

4.1.3Vervolgstappen Uit de voorgaande hoofdstukken blijkt dat er door de ingreep negatieve effecten optreden voor de volgende (mogelijk) aanwezige soorten: •

Vogels zonder een jaarrond beschermd nest – diverse soorten;

•

Grondgebonden zoogdieren – algemene grondgebonden zoogdieren;

•

Amfibieën – rugstreeppad en algemene amfibieën.

Het is noodzakelijk deze negatieve effecten zoveel als mogelijk te voorkomen. Dit kan middels het treffen van mitigerende maatregelen. Als alle negatieve effecten op voorhand voorkomen kunnen worden middels deze mitigerende maatregelen voorkomt dit een eventuele onderzoeks- of ontheffingsplicht Wnb voor de ingreep. Als deze mitigerende maatregelen niet of slechts deels uitvoerbaar zijn, dient in afstemming met een deskundig ecoloog gekeken te worden welke vervolgstappen noodzakelijk zijn. Het uitvoeren van soortgericht onderzoek of een ontheffing Wnb kan dan noodzakelijk zijn. Het is mogelijk om alle negatieve effecten met mitigerende maatregelen op voorhand te voorkomen. Deze maatregelen zijn hieronder uitgewerkt. Als deze maatregelen toepasbaar en uitvoerbaar zijn binnen de ingreep is de ingreep niet ontheffing plichtig in het kader van soortenbescherming Wnb. De aanwezige algemene soorten grondgebonden zoogdieren en amfibieën zijn vrijgesteld in het kader van ruimtelijke ingrepen. Daarmee vervalt de noodzaak voor mitigerende maatregelen. Wel blijft voor deze soorten (en alle andere soorten) de zorgplicht geldig.

EA220153.R01.V1.0

14 van 18

Vogels zonder een jaarrond beschermd nest Negatieve effecten treden op door de werkzaamheden in het broedseizoen uit te voeren/ starten. Voer de sloopwerkzaamheden en kappen van vegetatie daarom uit in de periode 15 augustus tot 1 maart. Werkzaamheden kunnen echter wel in het broedseizoen gestart worden enkel na inspectie en vrijgave door een daartoe deskundig ecoloog. Deze inspectie heeft als doel vast te stellen of nestplaatsen binnen de verstoringsafstand van de werkzaamheden liggen. Mocht dit zo blijken, dienen de werkzaamheden aldaar uitgesteld te worden tot na het natuurlijk verlaten van het nest. Amfibieën Negatieve effecten treden op enkel wanneer het plangebied gedurende de werkzaamheden geschikt wordt voor de rugstreeppad en de soort vervolgens het plangebied koloniseert. Dit kan voorkomen worden door in het plangebied wegkruipplekken te voorkomen en ontstaan van waterpoelen in grondopslag of rijsporen te voorkomen. Is dit niet mogelijk kunnen aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn door ofwel te werken buiten het actieve seizoen van deze soorten. Dit resulteert in een werkbare periode van september t/m maart. Ook kunnen maatregelen genomen worden om de betreding van soorten te voorkomen in het plangebied door een amfibieënscherm te plaatsen rondom de werkzaamheden.

Zorgplicht Maatregelen voor alle soorten in het kader van de zorgplicht dienen te allen tijde genomen te worden. Dit geldt ook voor de in het plangebied vrijgestelde soorten. Een inzicht van deze maatregelen is hieronder gegeven. Dit betreft echter enkel een indicatie en kan afhankelijk van de manier van ingreep en daadwerkelijke invulling van de werkwijze aangevuld worden. •

Voer de werkzaamheden altijd in één richting uit naar aanwezige groenstructuren toe zodat eventueel aanwezige dieren altijd kunnen vluchten naar schuilplaatsen. Vermijd daarbij het werken naar water of wegen toe.

•

Maak gebruik van vooraf bepaalde aan- en afvoerroutes die voor zoverre mogelijk lopen over al aanwezige verharding om het omliggende habitat zoveel als mogelijk te behouden.

•

Voer de werkzaamheden uit met daartoe bestemde machines en opgeleid personeel om onnodige schade aan de omgeving door foute toepassing ervan te voorkomen.

4.2 Gebiedsbescherming 4.2.1 Effectbeoordeling Natura 2000 Door de ligging van het plangebied buiten het Natura 2000 gebied zijn directe effecten uitgesloten. Echter, een effect als gevolg van stikstofdepositie in de bouw- en gebruiksfase ondanks de afstand tot Natura 2000-gebied van elf kilometer tot dichtstbij gelegen Natura 2000- gebied ‘Nieuwkoopse Plassen & De Haeck’ en de omvang van de werkzaamheden hoewel beperkt niet volledig uitgesloten. Natuurnetwerk Nederland Door de ligging van het plangebied buiten het NNN zijn effecten hierop uit te sluiten. Houtopstanden

EA220153.R01.V1.0

15 van 18

De voorgenomen kap van bomen voldoet niet aan de voorwaarden van het onderdeel houtopstanden van de Wnb.

4.2.2 Vervolgstappen Effecten ten gevolge van een stikstofdepositie in de bouw- en gebruiksfase op het nabij gelegen Natura 2000gebied ‘Nieuwkoopse Plassen & De Haeck’ kunnen niet op voorhand worden uitgesloten. Middels een berekening met de Aerius-calculator kunnen eventuele effecten inzichtelijk gemaakt worden. Uit deze berekening kunnen mogelijke vervolgstappen noodzakelijk zijn. Vervolgstappen ten aanzien van het NNN of houtopstanden zijn niet noodzakelijk.

EA220153.R01.V1.0

16 van 18

5 Conclusie en advies

Geonius Milieu B.V. heeft in opdracht van DENOLDERVLEUGELS B.V. een quickscan natuurwetgeving uitgevoerd ter plaatse van de locatie Noordkade 21 te Roelofarendsveen, Zuid-Holland. Het voornemen bestaat om een nieuwbouwwoning op het huidige perceel te realiseren. Dergelijke ingrepen kunnen leiden tot negatieve effecten op beschermde soorten en of beschermde gebieden en daarmee overtreding van de Wet Natuurbescherming. Doel van het onderzoek is om inzichtelijk maken welke beschermde natuurwaarden in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn en te beoordelen of de voorgenomen werkzaamheden een negatief effect kunnen hebben op deze waarden.

5.1 Conclusies 5.1.1 Soortenbescherming Uit de quickscan is gebleken dat het plangebied functies biedt voor de volgende beschermde soorten: •

Broedvogels met een jaarrond beschermd nest – diverse soorten;

•

Broedvogels zonder een jaarrond beschermd nest – diverse soorten;

•

Vleermuizen – diverse soorten;

•

Grondgebonden zoogdieren – algemene soorten;

•

Amfibieën – rugstreeppad en algemene soorten.

Door de voorgenomen ingreep leidt dit mogelijk tot negatieve effecten op de volgende soort(groep)en en daarmee een overtreding van de verbodsbepalingen van de Wnb: •

Vogels zonder een jaarrond beschermd nest – diverse soorten;

•

Grondgebonden zoogdieren – algemene grondgebonden zoogdieren;

•

Amfibieën – rugstreeppad en algemene amfibieën.

Deze negatieve effecten zijn voor alle mogelijk aanwezige soorten te mitigeren. Als deze mitigerende maatregelen uitvoerbaar en toepasbaar zijn is het voornemen niet ontheffing plichtig in het kader van de Wnb soortenbescherming.

5.1.2Gebiedsbescherming Het plangebied is niet gelegen in het Natura 2000-gebieden of binnen het NNN. De kap van de boom en vegetatie voldoet niet aan de voorwaarden van het onderdeel houtopstanden van de Wnb. Directe effecten zijn daarmee uitgesloten. Indirecte effecten ten gevolge van een stikstofdepositie in de bouwen gebruiksfase op het nabij gelegen Natura 2000-gebieden kunnen niet op voorhand worden uitgesloten.

EA220153.R01.V1.0

17 van 18

5.2 Advies 5.2.1Soortenbescherming De negatieve effecten die optreden op de mogelijk aanwezige soorten kunnen leiden tot een overtreding van de verbodsbepalingen van de Wnb. Deze effecten zijn volledig te voorkomen door te werken volgende de in §4.1.3 voorgestelde mitigerende maatregelen. Enkel wanneer deze maatregelen volledig toepasbaar en uitvoerbaar zijn binnen de werkzaamheden zijn negatieve effecten en daarmee een overtreding van de verbodsbepalingen Wnb te voorkomen.

5.2.2 Gebiedsbescherming Door de ligging van het plangebied buiten Natura 2000-gebieden en het NNN kunnen directe effecten op voorhand worden uitgesloten. Indirecte effecten ten gevolge van een stikstofdepositie op het nabij gelegen Natura 2000-gebieden zijn niet op voorhand uit te sluiten. Middels een berekening met de Aerius-calculator kunnen eventuele effecten inzichtelijk gemaakt worden. Hieruit kunnen mogelijke vervolgstappen noodzakelijk blijken. De kap van de boom voldoet niet aan de voorwaarden van het onderdeel houtopstanden van de Wnb.

EA220153.R01.V1.0

18 van 18

Bijlagen

Bijlage 1 Wetgeving Toetsingskader De Wet natuurbescherming (Wnb) is per 1 januari 2017 van kracht. Deze wet regelt de bescherming van soorten, Natura 2000-gebieden en houtopstanden. Verder is per provincie het Natuur Netwerk Nederland beschermd door middel van een provinciale verordening. In onderstaande paragrafen wordt het wettelijke kader per thema kort uiteengezet. Soortenbescherming De Wet natuurbescherming is sinds 1 januari 2017 van kracht en dient als vervanger van de vroegere Flora en Faunawet, Natuurbeschermingswet en Boswet. De zorgplicht en Hoofdstuk 3 van voorgenoemde wet behandelen de soortenbescherming binnen Nederland, waaronder zowel plant- als diersoorten vallen. Voorheen was de rijksoverheid het bevoegd gezag, echter is dit sinds de invoering van de Wet Natuurbescherming gedelegeerd naar de provincies. De zorgplicht is vermeld onder artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming. In de zorgplicht wordt de intrinsieke waarde van alle in het wild levende plant- en diersoorten beschermd. Dit is onafhankelijk van de beschermde status van het dier en geeft een basisbescherming voor soorten. In de praktijk betekent de zorgplicht dat eenieder voldoende zorg in acht dient te nemen voor de in het wild levende dieren en planten, met hun directe leefomgeving, wanneer in het landschap ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden.

Hoofdstuk 3 van de betreffende wet gaat specifiek in op beschermde soorten. In dit hoofdstuk bestaan drie verschillende beschermingsregimes: •

Artikelen 3.1 t/m 3.4: Vogelsoorten beschermd conform de Europese Vogelrichtlijn.

•

Artikelen 3.5 t/m 3.9: Flora- en faunasoorten beschermd conform de Europese Habitatrichtlijn, Bijlage I/II uit het Bonn Verdrag en Bijlage 1 uit het Bern Verdrag.

•

Artikelen 3.10, 3.11: Nationaal beschermde soorten vermeld in onderdeel A en B van de Wet natuurbescherming.

Elk van deze regimes heeft zijn eigen verbodsbepalingen en eisen om vrijstelling of ontheffing te verlenen. De verbodsbepalingen zijn te vinden in onderstaand overzicht:

EA220153.R01.V1.0

Figuur: Overzicht verbodsbepalingen Wet natuurbescherming

Normaliter kan een project of bestemmingsplan geen doorgang vinden wanneer verbodsbepalingen worden overtreden. Echter bestaan een aantal uitzonderingen, waarop verbodsbepalingen niet van toepassing zijn: •

Vrijstelling geldt op basis van een provinciale verordening.

•

Gewerkt wordt met een goedgekeurde (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) RVO gedragscode.

•

Ontheffing kan worden verleend.

Vrijstelling Provincies zijn bevoegd af te wijken van de vermelde beschermde soorten uit de Wet Natuurbescherming. De provincie verleent vrijstelling door de betreffende soort op te nemen in de provinciale verordening. Bij vrijstelling dient gekeken te worden of de ‘staat van instandhouding’ van de betreffende soort niet in gevaar komt. Vrijstelling geldt met name voor een aantal algemeen en beschermende voorkomende soorten, waaronder verscheidene knaagdieren, egels, vossen en konijnen. Indien een soort op deze vrijstellingenlijst komt te staan, hoeft bij een nieuwe project of bestemmingsplan niet getoetst te worden aan de verbodsbepalingen. RVO Gedragscode Voor diverse (reguliere) activiteiten en ruimtelijke ontwikkelingen kan vrijstelling van toetsing aan een initiatiefnemer worden verleend. Hiervoor dient een initiatiefnemer te handelen conform een gedragscode die is goedgekeurd door de RVO. Het gaat hierbij om onder andere handelingen in het kader van bestendig beheer en onderhoud, bestendig gebruik of ruimtelijke ontwikkelingen. In een dergelijk document wordt beschreven dat zorgvuldig gewerkt dient te worden, zodat geen schade aan beschermde plant- en diersoorten veroorzaakt wordt.

EA220153.R01.V1.0

Ontheffing Wet natuurbescherming Tot slot kan een initiatiefnemer bij de provincie een ontheffing voor soortenbescherming aanvragen om af te wijken van verbodsbepalingen. Om een ontheffing te kunnen krijgen, dient aan de volgende criteria te worden voldaan: •

Geen andere bevredigende oplossing is mogelijk voor de handeling.

•

Het project/plan voldoet aan één van de in de wet genoemde belangen.

•

De ingreep/handeling resulteert niet in een verslechtering van de ‘staat van instandhouding’ van de betreffende soort.

Gebiedsbescherming Om natuurgebieden op Europese schaal te beschermen, is door de Europese Commissie in 1979 de Vogelrichtlijn en in 1992 de Habitatrichtlijn ingevoerd. Vanuit beide richtlijnen is gebiedsbescherming een belangrijke component. Vanuit de Vogelrichtlijn dien(d)en door de lidstaten beschermde leefgebieden voor vogelsoorten aangewezen te worden. Voor de Habitatrichtlijn geldt dit voor alle andere (bedreigde) plant- en diersoorten. Hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming behandelt de bescherming van circa 160 Natura 2000-gebieden in Nederland. Voorheen was de rijksoverheid bevoegd gezag, echter is dit sinds de invoering van voorgenoemde wet gedelegeerd naar de provincies. (Ruimtelijke) Ontwikkelingen en nieuwe bestemmingsplannen hebben mogelijk een negatief (significant) effect op de instandhoudingsdoelstellingen van omliggende Natura 2000gebieden. Indien dit de verwachting is dient een zogenoemde natuurtoets te worden uitgevoerd om de effecten van de geplande ontwikkelingen in kaart te brengen. Wanneer uit een dergelijke voortoets volgt dat negatieve (significante) effecten niet zijn uit te sluiten, dient aanvullend een verslechteringstoets en/of een passende beoordeling gedaan te worden. Verslechteringstoets Een verslechteringstoets wordt uitgevoerd wanneer vanwege de ingreep negatieve effecten zijn te verwachten, die niet significant zijn.

In dit onderzoek wordt bekeken welke negatieve effecten kunnen optreden en wat voor impact deze hebben op de kwaliteit van een Natura 2000-gebied. Verder dient aangetoond te worden met welke mitigerende maatregelen de negatieve effecten worden weggenomen of verminderd. Tevens wordt beoordeeld of alsnog een vergunning noodzakelijk is. Passende beoordeling Als negatief significante effecten niet zijn uit te sluiten dient een passende beoordeling gedaan te worden. Deze beoordeling dient aan te tonen of de geplande ingrepen resulteren in significante gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied. Hierbij wordt nader ingegaan op verschillende habitattypen en doelsoorten van een betreffend gebied. Tevens wordt onderzocht welke mitigerende maatregelen nodig zijn om de effecten weg te nemen. Als deze niet zijn weg te nemen kan een vergunning niet verleend worden, tenzij een ADC-toets uitgevoerd kan worden.

ADC-toets Bij een ADC-toets dient naar een aantal zaken gekeken te worden. Allereerst dient aangetoond te worden dat geen (A)lternatieven voor de ontwikkeling van toepassing zijn. Daarnaast moet een ontwikkeling voldoen aan

EA220153.R01.V1.0

(D)wingende redenen van groot openbaar belang. Als laatste dient te worden aangetoond dat het mogelijk is om negatieve effecten te (C)ompenseren voor het aangetaste Natura 2000-gebied. Bescherming NNN Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genaamd, bestaat sinds 1990. De rijksoverheid heeft dit netwerk via het Natuurbeleidsplan (1990) en de Nota Ruimte (2005) gerealiseerd. Destijds is dit systeem in het leven geroepen om een samenhangend natuurnetwerk te creëren, van hoogwaardige natuurgebieden en natuurrijke cultuurlandschappen, ter bevordering van de Nederlandse natuur. Momenteel bestaat het NNN uit Natura 2000-gebieden, de vroegere natuurmonumenten en natuurgebieden met een andere status. Deze gebieden zijn onderling verbonden middels ecologische verbindingszones om de migratie van plant- en diersoorten te bevorderen. Het beleid, beheer en bescherming van deze gebieden ligt sinds 2014 bij de provincies. Provincies verschillen in benadering hoe zij met deze gebieden omgaan; vastgelegd in provinciale (omgevings-) verordeningen. In de praktijk dient voor elk project of bestemmingsplan in en nabij het NNN bepaald te worden wat voor effecten dit kan hebben. Indien negatieve effecten zijn te verwachten geldt het ‘Nee, tenzij-principe’.

Dit principe geeft aan dat de wezenlijke kenmerken/waarden van een dergelijk gebied niet (significant) mogen worden aangetast. Indien dit toch plaatsvindt, dient middels mitigerende maatregelen en/of een compensatiemaatregelen de schade te worden weggenomen. Houtkap In hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming is bepaald dat Nederlandse bossen beschermd dienen te worden, inhoudende dat niet zonder geldige reden bosareaal gekapt mag worden. Het betreft houtopstanden die voldoen aan de volgende criteria: •

Boomopstanden van > 10 are.

•

Rijbeplanting van > 20 bomen.

•

Het bosareaal dient zich te bevinden buiten de bebouwde kom.

In de praktijk betekent dit dat wanneer bomen gekapt worden, of een bomenbestand gekapt wordt, hiervoor een melding bij de provincie gedaan dient te worden. Verder geldt een herplantplicht waarvoor geldt dat herplant op hetzelfde perceel gerealiseerd dient te worden of ergens anders. De concrete uitwerking van deze regels verschilt per provincie. Behalve dat op provinciaal niveau wordt toegezien op de kap van bomenbestanden, wordt op gemeentelijk niveau ook toegezien op de kap van monumentale bomen en/of houtopstanden. Afhankelijk van de gemeente wordt per project gekeken hoe hiermee wordt omgegaan.

EA220153.R01.V1.0

Bijlage 2 Impressie plangebied

Linksboven: Impressie te slopen woning achterzijde

Rechtsboven: Impressie te slopen woning voorzijde

Linksonder: Overzicht te

Rechtsonder: Overzicht te slopen woning met

slopen

onderhouden tuin achterzijde.

EA220153.R01.V1.0

woning

met

onderhouden tuin voorzijde.

Linksboven:

Impressie

begroeiing

oever

met

Rechtsboven:

Impressie

plangebied

met

stortstenen.

onderhouden tuin voorzijde.

Linksonder: Impressie toegang tot het woningperceel

Rechtsonder: Impressie uitkijk vanuit plangebied over

via loopbrug. Steile oevers zijn hier ook duidelijk te

het Braassemsemeer. Rechts is de treurwilg met nest

zien.

zichtbaar.

EA220153.R01.V1.0

Linksboven: Impressie houten garage. Linksonder: Impressie houten garage.

EA220153.R01.V1.0

Rechtsboven: Impressie houten garage.

Links: Impressie omgeving met diverse sloten en

Rechtsboven: Impressie omgeving met diverse sloten

verruigde oevers. Geschikt

en verruigde oevers. Geschikt habitat voor o.a.

waterspitsmuis.

habitat

voor

o.a.

waterspitsmuis. Op de achtergrond is de realisatie van de nieuwbouwwijk zichtbaar.

EA220153.R01.V1.0

28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=72960107-68b3-4320-aa66-eae9d17dcaaf