CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage beantwoording vooraf gestelde vragen 250324- Reactie gemeente Kaag en Braassem internetconsultatie Herziening 2025_def

Gemeenteraad 29 september 2025, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Het rapport ‘Onderzoek naar de toekomstbestendigheid van het glastuinbouwgebied Floraweg-Geestweg’.5.603 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Provincie Zuid-Holland Ter attentie van Team Omgevingsbeleid Per mail verstuurd aan omgevingsbeleid@pzh.nl

datum 24 maart 2025 onderwerp Reactie gemeente Kaag en Braassem n.a.v. internetconsultatie Herziening

Omgevingsbeleid 2025

Beste, Wij hebben kennisgenomen van het voornemen tot het wijzigen van uw Omgevingsbeleid middels de Herziening 2025. Van 6 tot en met 24 maart 2025 vond de internetconsultatie plaats. Middels deze weg vragen wij uw aandacht voor diverse onderwerpen uit de Herziening 2025.

Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem, namens hen, Clustermanager Ruimte & Sociaal drs. J.A. Vergeer

Pagina 1 van 14

Internetconsultatie herziening Omgevingsbeleid 2025 Reactie gemeente Kaag en Braassem op de onderdelen RUIMTELIJKE KOERS, RUIMTE EN LANDSCHAP, ECONOMIE, ENERGIE, NATUUR, GEZONDHEID EN WELZIJN RUIMTELIJKE KOERS Reactie op Nieuwe Ruimtelijke Koers voor Zuid-Holland Het voorstel is de provinciale Omgevingsvisie zodanig te wijzigen, dat deze in lijn komt met de reeds vastgestelde Ruimtelijke Koers. Hiertoe zijn 10 denklijnen geformuleerd die richting geven aan de wijzigingen in de Omgevingsvisie. Denklijn 4 ziet toe op het toevoegen van het huidig ruimtegebruik. Op dit onderdeel vragen wij uw aandacht voor de volgende onderwerpen: • Aanpassen BSD-contour, zodat deze overeenkomst met de bestaande situatie. • Contouren beschermingscategorie 1 en 2 aanpassen rondom Oud Ade (zuidrand) en Rijpwetering (noordrand). • Contour Greenport aanpassen aan noordzijde Derde Tuinbouwgebied Nieuwe Wetering; • Contour Greenport aanpassen aan westzijde Tuinbouwgebied Woubrugge; • Typering Geestweg-Floraweg aanpassen naar ‘maatwerkgebied’. Voor zover tekst en uitleg nodig is bij bovenstaande onderdelen, wordt verwezen naar de bespreking van het betreffende onderdeel in deze internetconsultatie.

Pagina 2 van 14

onderwerp

Reactie gemeente Kaag en Braassem n.a.v. internetconsultatie Herziening Omgevingsbeleid 2025

RUIMTE EN LANDSCHAP Reactie op Toekomstbestendige Ruimtelijke Ontwikkeling Algemeen De gemeente Kaag en Braassem ziet dat met de introductie van de nieuwe beleidskeuze ‘Toekomstbestendige Ruimtelijke Ontwikkeling’ een tweetal koerswijzigingen wordt uitgewerkt die volgen uit de reeds ingezette (nieuwe) Koers van Zuid-Holland, te weten: 1. De provincie gaat het onbebouwd gebied beschermen en optimaal benutten voor landbouw, natuur, recreatie, energie- en (drink)wateropgaven; 2. De provincie gaat sturen op kwaliteit en selectieve groei, gericht op een toekomstbestendige ontwikkeling en het vergroten van de brede welvaart in steden en dorpen. Er is vanzelfsprekend begrip voor de noodzaak tot beleidsaanpassing. De tijden veranderen en de ruimteclaims stapelen zich op. Ook onze gemeente ziet dat de ruimte schaars is en tegelijkertijd de (maatschappelijke) opgaven in het ruimtelijk domein toenemen. Heldere kaders en een integrale benadering, waarbij nadrukkelijk ruimte wordt gelaten voor het leveren van lokaal maatwerk, helpen ons inziens bij de inzet op de gewenste toekomstbestendige ruimtelijke ontwikkeling. Wij onderschrijven daarbij dat er ruimte moet zijn en blijven voor de landbouwsector, recreatie en energietransitie.

Wel vragen wij u nadrukkelijk om in het herziene Omgevingsbeleid mogelijkheden in te bedden voor die gevallen waarin blijkt dat de gevraagde binnenstedelijke inbreidingen tegen financiële, praktische of andere belemmeringen aanlopen. Zo geldt dat de binnenstedelijke mogelijkheden voor doorontwikkeling van Hoogmade, inmiddels nagenoeg volledig benut zijn. Verdere verdichting loopt tegen belemmeringen aan ten aanzien van zowel de praktische als de financiële uitvoerbaarheid. Dit terwijl bijvoorbeeld de ruimteclaim die nodig is voor het oplossen van de wooncrisis, onverminderd hoog is. Wij vragen u daarom ruimte te blijven bieden voor uitbreiding, wanneer inbreiding niet mogelijk is. Dit omvat bijvoorbeeld in het geval van Hoogmade, meer dan het principe van ‘straatje erbij’. Verder ziet de gemeente dat de provincie momenteel nog zoekende is in de richting die het beleid op zal gaan. De hoeken van het speelveld worden verkend, waarbij per beleidskeuze vier onderzoeksvarianten zijn benoemd. Deze varianten worden momenteel onderzocht aan de hand van een Omgevingseffectrapportage (OER). De uitkomsten hiervan worden gebruikt voor de verdere beleidsuitwerking.

De onderzoeksvarianten lopen bij beide beleidskeuzen uiteen, van een minimale provinciale ‘bemoeienis’ naar de meer extreme variant waarin de provincie nadrukkelijke (onder)grenzen stelt of in gevallen locaties aanwijst waar binnenstedelijke uitbreidingen plaats zouden moeten vinden. Wij begrijpen deze zoektocht, maar schrikken van de ingrijpende gevolgen die dergelijke overheidsinmenging met zich mee zou kunnen brengen.

Pagina 3 van 13

onderwerp

Reactie gemeente Kaag en Braassem n.a.v. internetconsultatie Herziening Omgevingsbeleid 2025

Op dit moment biedt de geleverde informatie onvoldoende concrete voorstellen om inhoudelijk goed te kunnen reageren en voor ons, om een inschatting te kunnen maken ten aanzien van de gevolgen voor (de waarborg van) onze lokale belangen. Wij vragen u daarom met klem om een extra participatiemoment inclusief mogelijkheid tot reageren voor zover het de onderwerpen betreft die thans nog worden onderzocht in het eerder genoemde OER. Daarbij vragen wij vanzelfsprekend ook om inzage in de onderzoeken van het OER die ten grondslag zullen liggen aan de verdere beleidsuitwerking in dezen. Reactie ten aanzien van beleidsvoornemen 1 Zoals hierboven ook aangegeven, is de gemeente van mening dat de nu geopenbaarde informatie onvoldoende houvast biedt om te kunnen bepalen wat hiervan de invloed zal zijn op onze lokale belangen. Bovendien blijkt uit de tekst dat straks niet één alternatief hoeft te worden gekozen, maar dat de alternatieven dienen om de hoeken van het speelveld te verkennen. Hierdoor ontstaan veel variabelen, waarvan wij op voorhand de gevolgen niet goed kunnen overzien. Wij kijken dan ook met belangstelling naar de verdere uitwerking en keuzes die in dezen worden gemaakt. Ten aanzien van het voornemen de feitelijke situatie te beschrijven en te verankeren op kaartmateriaal (denklijn 4, Ruimtelijke Koers), vragen wij uw aandacht voor: •

Aanpassing van de BSD-contour, zodanig dat de arcering ‘bestaand stedelijk gebied’ uit onze lokale Omgevingsvisie (februari 2024) op het kaartmateriaal van het Omgevingsbeleid wordt verankerd. Op deze kaart hebben we de BSD-contour vanuit het provinciale beleid opgenomen. Daarnaast is met een lichtere arcering weergeven welke gebieden naar ons inzicht ook onderdeel zouden moeten uitmaken van de BSD-contour, omdat deze passen binnen de definitie van bestaand stedelijk gebied. Ons verzoek is dan ook om deze gebieden op te nemen op de BSD-kaart en deze te verwijderen van de kaart met ‘beschermingscategorie 3 buitengebied’. Daarnaast willen we de suggestie doen om nog meer ‘clusters van bebouwing’ onder te brengen in de BSD-kaart. Hiermee worden locaties bedoeld waarvan we het met elkaar eens zijn dat deze vallen onder de definitie van bestaand stedelijk gebied. Voorbeelden hiervan zijn de Boskade in Hoogmade en de Willem van der Veldenweg in Leimuiden.

Voor deze locaties zijn bestemmingsplanwijzigingen in procedure gebracht (Boskade 6 & 7c en Willem van der Veldenweg 24-24a) en naar aanleiding van de afstemming met de provincie over die plannen zijn we gezamenlijk tot de conclusie gekomen dat deze locaties aan te merken zij Ten aanzien van de BSD-kaart merken wij tot slot op dat ons inziens wel sprake dient te blijven van een indicatieve kaart, met de definitie als doorslaggevende factor. Pagina 4 van 13

onderwerp

Reactie gemeente Kaag en Braassem n.a.v. internetconsultatie Herziening Omgevingsbeleid 2025

• Contouren beschermingscategorie 1 en 2 aanpassen rondom Oud Ade (zuidrand) en Rijpwetering (noordrand) Voor een groot deel van de kern Oud Ade is ‘beschermingscategorie 1 kroonjuweel Kagerplassen en omgeving’ opgenomen. Graag zouden wij zien dat deze beschermingscategorie van de bestaande woonbebouwing verdwijnt, aangezien dit rijwoningen uit de jaren ’60, ’70 en ’80 betreft en dit naar onze mening niets te maken heeft met het kroonjuweel. Daarnaast zouden we ook graag zien dat voor de zuidrand van Oud Ade de beschermingscategorieën 1, 2 en 3 komen te vervallen, zodat er op deze locatie meer ruimte ontstaat voor een ‘straatje erbij’. Hetzelfde geldt voor de locatie Buitenweg in Rijpwetering (woningbouwontwikkeling Straathof), met dien verstande dat het daar gaat om beschermingscategorieën 2 en 3. Wij zijn ons ervan bewust dat voor deze locatie momenteel een beroepsprocedure aanhangig is omdat hier een verschil van inzicht over bestaat. Desondanks wordt er belang aan gehecht de locatie mee te (laten) nemen in onze reactie op de internetconsultatie. Voor de locaties aan de Achterdijk 2 t/m 2e, 3, 4, 5 en 6 in Rijpwetering zijn de beschermingscategorieën 2 en 3 opgenomen. Gelet op de huidige bebouwing en overwegend aanwezige woonfunctie is het niet logisch dat deze locaties zijn aangewezen als groene buffer en buitengebied.

Graag zien we dan ook hier de beschermingscategorieën verdwijnen en dat het wordt toegevoegd aan de BSD-kaart, omdat het in onze ogen past binnen de definitie van bestaand stedelijk gebied. Reactie ten aanzien van beleidsvoornemen 2 In beleidsvoornemen 2 zet de provincie in op sturen op kwaliteit en selectieve groei. Hiertoe wordt onder meer het ‘Afwegingskader ruimtelijke ontwikkelingen’ geïntroduceerd. Een belangrijke wijziging ten opzichte van de huidige praktijk is – zo wordt gesteld – dat niet langer gefaciliteerd wordt op basis van prognoses en ramingen. Er moet meer oog zijn voor de kwaliteit, waarbij onder meer ingezet wordt op brede welvaart. Wij willen in dezen benadrukken dat de gemeente de grondhouding van de provincie op dit onderwerp begrijpt en ook onderschrijft. Niet voor niets, wordt bij woningbouwontwikkelingen dan ook al geruime tijd rekening gehouden met de kwalitatieve behoefte. Waar wij als gemeente van mening zijn dat de kwalitatieve behoefte meer kan omvatten dan enkel het te realiseren segment, benadrukken wij desondanks dat er wel degelijk oog is voor de kwaliteit van de leefomgeving en dat op dit onderwerp ook concrete afspraken zijn vastgelegd in regionaal verband. Wij vragen u daar rekening mee te houden in de verdere beleidsuitwerking.

Uit de tekst blijkt een zekere mate van wantrouwen richting de Zuid-Hollandse gemeenten en dit is terug te zien in de zoektocht naar de hoeken van het speelveld. Dit doet ons inziens geen recht aan de inspanningen die de gemeente in samenwerking met de regio de laatste jaren heeft verricht op het gebied van kwaliteit.

Pagina 5 van 13

onderwerp

Reactie gemeente Kaag en Braassem n.a.v. internetconsultatie Herziening Omgevingsbeleid 2025

Tot slot vragen wij ons af in hoeverre de geschetste denkrichtingen op het gebied van selectieve groei rekening houden met de nog alom aanwezige woningbouwcrisis. Reactie op Afwegingskader ruimtelijke ontwikkelingen De provincie introduceert het ‘Afwegingskader ruimtelijke ontwikkelingen’. Dit afwegingskader dient vooral voor de interne beoordeling van de provincie wanneer ruimtelijke plannen worden aangeboden. Het kader is nog niet uitgewerkt, maar de afwegingselementen die naar alle waarschijnlijkheid worden benoemd, zijn hieronder weergegeven. Allereerst merken wij het volgende op. Zoals eerder aangegeven is de gemeente Kaag en Braassem in de basis van mening dat heldere kaders kunnen helpen bij een toekomstbestendige ruimtelijke ontwikkeling. Ook maakt het beleid concreter en bovendien beter uitlegbaar naar de samenleving toe. Aan de andere kant mag niet vergeten worden dat voor toekomstbestendige ruimtelijke ontwikkelingen een integrale afweging van (lokale) belangen net zo belangrijk, of zelfs belangrijker is. Iedere situatie is uniek en dit geldt onverminderd voor de locaties, betrokken belangen en andere onderwerpen die bij ruimtelijke ontwikkelingen een rol spelen.

De gemeente vraagt zich dan ook af of een dergelijk afwegingskader bijdraagt aan de toekomstbestendigheid, of dat het juist leidt tot stringent beleid waar in de praktijk nauwelijks van af te wijken valt in de gevallen waarin dat passend of soms zelfs noodzakelijk is. Verder zijn wij – voor zover het afwegingskader inderdaad verankerd wordt – benieuwd naar de wijze waarop het kader verder wordt uitgewerkt en in hoeverre de provincie voornemens is de gebiedspartners bij die doorontwikkeling te betrekken. Uiteraard heeft de provincie ook de kennis in huis ten aanzien van de diverse onderwerpen/vakdisciplines, maar in onderstaand overzicht ziet de gemeente Kaag en Braassem ook de tendens om vooral rekening te houden met de lokale dan wel gebiedsspecifieke omstandigheden van een (ontwikkel)gebied. In dat verband vraagt de gemeente met klem om de regio’s, gemeenten en omgevingsdiensten te betrekken bij de verdere concretisering en uitwerking van dit afwegingskader. Deze partners beschikken over veel lokale kennis, die zonder goede samenwerking onvoldoende wordt benut. Reactie op Herijking 3ha-kaart De gemeente Kaag en Braassem beschikt over een vijftal locaties die zijn vermeld op de 3-ha kaart. Daarbij gaat het om grote buitenstedelijke bouwlocaties, waarvan één specifiek toeziet op de zachte plancapaciteit voor bedrijventerreinen.

Er is begrip voor de wens zorg te dragen voor een voortvarende ontwikkeling van de locaties. Anderzijds is de gemeente in grote mate afhankelijk van initiatieven vanuit de samenleving, ongeacht of dit gaat om particuliere initiatieven of de grotere ontwikkelingen die worden geïnitieerd door marktpartijen. Hoewel dit in onderdeel 4.3.3. Herijking 3ha kaart niet nadrukkelijk is opgenomen, blijkt uit de uiteenzetting van onderzoekvarianten ten aanzien van beleidsvoornemens, dat de provincie in de meest ‘extreme’ variant overweegt grote buitenstedelijke bouwlocaties die voor 2030 nog niet tot ontwikkeling zijn gekomen, te laten vervallen. Dit is Pagina 6 van 13

onderwerp

Reactie gemeente Kaag en Braassem n.a.v. internetconsultatie Herziening Omgevingsbeleid 2025

begrijpelijk vanuit de beleidsontwikkeling en het feit dat deze variant tezamen met andere onderzoekvarianten nog aan onderzoek onderhevig is. Desondanks vragen wij u nadrukkelijk niet over te gaan tot het laten vervallen van de bouwlocaties die nog niet tot ontwikkeling zijn gekomen, dan wel hiertoe een ruimere termijn te stellen óf de mogelijkheid te bieden van uitruil van locaties indien een dergelijk geval zich aandient. ECONOMIE Reactie op Minimale milieuzonering op bestaande bedrijventerreinen Met deze nieuwe regel is het doel te voorkomen dat lichte bedrijven zich vestigen op locaties die bedoeld zijn voor bedrijven die meer 'geluidsruimte’ nodig hebben, zodat de locaties die bedoeld zijn voor de ‘zwaardere’ bedrijven ook voor deze bedrijven beschikbaar blijven. In de eerste plaats merkt de gemeente Kaag en Braassem op dat in de gemeentelijke Omgevingsvisie de expliciete beleidskeuze is gemaakt vrijkomende bedrijfsbestemmingen binnen de kernen (en in het landelijk gebied), te saneren. De voornaamste reden van deze beleidskeuze is gelegen in de het bevorderen van de leefbaarheid in de kernen. De gemeente begrijpt dat bepaalde typen bedrijvigheid, goed gemengd kunnen worden met de woonfuncties in haar kernen. Tegelijkertijd is de gemeente van mening dat andere typen arbeidsintensieve bedrijvigheid op daartoe bestemde bedrijventerreinen thuishoort.

Dergelijke bedrijfsactiviteiten vinden ook plaats binnen de bedrijven met lagere milieucategorieën en brengen in de praktijk zodanige hinder met zich mee, dat de gemeente dergelijke bedrijvigheid niet meer in de kernen toestaat en hen juist stimuleert richting de (bestaande) bedrijventerreinen te bewegen. De voorgestelde beleidswijziging raakt daarom zodanig aan de gemeentelijke belangen, dat gevraagd wordt deze maatregel serieus te heroverwegen. Daarnaast dienen een aantal kanttekeningen te worden geplaatst bij de methode die de provincie wil toepassen, en wel vanwege het volgende: • Vanuit de Omgevingswet gezien zouden bedrijven in het nieuwe stelsel minder onderzoekslast moeten krijgen. Door het opnemen van een dergelijke regel in het omgevingsplan zal een bedrijf aan de ene kant dus moeten aantonen dat ze voldoen aan de geluidruimte van geluidzone 2, maar aan de andere kant dat ze meer geluid produceren dan is toegestaan in geluidzone 1. Kortom de onderzoekslast van het bedrijf neemt toe. En ook de lasten voor de gemeente/Omgevingsdienst. • Vanuit omgevingskwaliteit gezien moet een bedrijf BBT (best beschikbare technieken) toepassen. Ook een zwaar bedrijf wat in de oude handreiking zou vallen onder milieucategorie 4.1 zou helemaal ingepakt, waarbij de geluidbronnen allemaal binnen het pand plaatsvinden, prima in geluidzone 1 kunnen passen.

Door het toepassen van BBT wordt een bedrijf dus in feite afgestraft omdat hij zijn best doet om de hinder naar de omgeving te beperken. En zijn bedrijf dus moeten verplaatsten naar zone 1. Het gevolg van een dergelijke regel zou dus kunnen zijn dat bedrijven juist meer geluid gaan produceren, of in hun onderzoeken juist meer geluidbronnen meenemen zodat ze toch op een locatie Pagina 7 van 13

onderwerp

•

•

•

•

• • •

Reactie gemeente Kaag en Braassem n.a.v. internetconsultatie Herziening Omgevingsbeleid 2025 mogen vestigen/ blijven in een hogere categorie. Kortom de stimulans om aanvullende hinderbeperkende maatregelen te nemen is hiermee verdwenen. Daarmee wort de doelstelling van de provincie niet gehaald. Het gebruiken van de geluid en geurruimte van bedrijven om dit te regelen is eigenlijk ook oneigenlijk gebruik. De geluidruimte zegt daarnaast ook alleen iets over de langtijdgemiddelde, en zegt niets over de piekgeluiden en verkeersaantrekkende werking. Juist bij de zwaardere bedrijven kan dit spelen. De handreiking gaat alleen in op de aspecten geluid en geur en zegt niets over andere aspecten zoals veiligheid en stof waarbij het wenselijk kan zijn dat bedrijven ondanks hun lage geluidproductie toch op een terrein vestigen voor een hogere categorie. Dit kan natuurlijk via aanvullende regelingen worden opgevangen, maar deze regelingen moeten niet elkaar gaan tegenspreken.

Deze regel die verplicht om de ruimte voor de "zwaardere" bedrijven ook daadwerkelijk alleen voor deze bedrijven beschikbaar te houden zegt niets over of deze ook daadwerkelijk door dergelijke bedrijven ingevuld gaan worden, met als risico dat leegstand gaat ontstaan op een bedrijventerrein met kleine hoekjes/ panden die nu wellicht wel worden ingevuld door bedrijven die daar prima in passen, maar weinig geluid produceren. (denk bv aan een aannemer die veelal op locatie elders aan het werk is, maar wel een kleine werkplaats heeft.) Bovendien zijn er op en rondom bedrijventerreinen toch ook (bedrijfs)woningen aanwezig, waarop ook normen gelden waardoor niet elk bedrijf zich overal zal kunnen vestigen. NB. Uiteindelijk zouden we naar een situatie willen dat er geen bedrijfswoningen meer op een bedrijventerrein liggen en toegelaten zijn. Maar voor bestaande bedrijventerreinen is dat niet direct mogelijk. Verder staat het volgende aangegeven: het gebruik mag niet worden voortgezet nadat het gedurende een bepaalde periode is onderbroken. Wat gaat dat betekenen voor toezicht en handhaving voor de gemeente? wie gaat dat betalen? Hiernaast wordt in de laatste versie van de handreiking (2024) niet meer gesproken over geluidzone 1, 2 en 3, maar over zone beperkt, basis en verruimd. De nieuwe systematiek van de VNG roept landelijk nog heel veel vragen op.

Het is nog niet helemaal duidelijk hoe de handreiking vertaald gaat worden naar de nieuwe omgevingsplannen van de gemeente. Het is dan ook te vroeg om een dergelijke regeling zo specifiek op te nemen als instructieregel. Op dit moment is het dan ook nog onduidelijk wat een dergelijke regeling gaat betekenen en of daarmee wel het probleem wordt opgelost. Hier zal eerst nader onderzoek naar gedaan moeten worden, bijvoorbeeld aan de hand van een pilot. Wellicht is het beter om het algemener te houden. De gemeente zorgt in het omgevingsplan dat bedrijven met een grote ruimte vraag zich kunnen vestigen op bestaande bedrijventerreinen en dat deze ruimte niet wordt ingenomen door bedrijven die deze ruimte niet nodig hebben. Beschrijf het doel wat behaalt moet worden en niet het middel waarmee dit moet worden gerealiseerd. Dit biedt de gemeente meer ruimte en flexibiliteit om dit in hun eigen omgevingsplan goed op te nemen.

Pagina 8 van 13

onderwerp

Reactie gemeente Kaag en Braassem n.a.v. internetconsultatie Herziening Omgevingsbeleid 2025

Gezien de gevolgen die de voorgestelde instructieregel met zich mee kan brengen, wordt de provincie verzocht dit onderdeel nogmaals goed te heroverwegen. De gemeente Kaag en Braassem wordt geraakt in haar belangen op dit onderdeel omdat vanuit de lokale organisatie juist groot belang wordt gehecht aan het weren van bedrijvigheid uit de kernen. Meer in het algemeen wordt de provincie verzocht in gesprek met de gemeenten en omgevingsdiensten te komen tot een andere oplossing om de bedrijventerreinen voor de hogere milieucategorieën (oude terminologie) bedrijven ook daadwerkelijk voor de hogere milieucategorieën bedrijven te reserveren, zonder dat hiermee: 1. de toegang voor de lichtere bedrijvigheid wordt ontnomen en 2. zonder dat de onderzoekslast voor bedrijven en voor gemeenten/Omgevingsdiensten toeneemt en de stimulans voor bedrijven om hun hinder te beperken wordt weggenomen. Reactie op Tuinbouw Met het oog op de opgave ‘Versnellen transitie tuinbouw’ wordt een verruiming in Greenportgebieden voorgesteld. Dit betekent concreet dat de mogelijkheid tot functiemenging met Greenportgerelateerde functies in het duurzaam glasareaal wordt uitgebreid. Deze mogelijkheid bestaat al in de Greenport West-Holland en zal nu ook in het programma en de verordening worden opgenomen voor de Greenport Aalsmeer en het glastuinbouwareaal van de Greenport Duin- en Bollenstreek.

Wij ondersteunen de verruiming van functiemening met betrekking tot Greenportgerelateerde functies voor drie van onze vier Greenportgebieden. Echter, de gemeente Kaag en Braassem vraagt om duidelijkheid over wat precies wordt verstaan onder Greenportgerelateerde functies, aangezien dit momenteel niet duidelijk is en daardoor een grijs gebied blijft. Voor het Greenportgebied Geestweg en Floraweg zien wij graag een meer verruimde definitie zodat een zorgboerderij, pluktuin en/of het telen van gewassen op hobbymatige basis ook een plek krijgt binnen het gebied. Ten aanzien van de Baan-Sotaweg merken wij op dat het voormalig bestemmingsplan “De Baan en Sotaweg”, vastgesteld op 9 november 2017, reeds een vergelijkbare verruiming bevat, e.e.a. opgenomen in afstemming met u als provincie. Hierin is in art. 4.3.1. de mogelijkheid opgenomen middels een omgevingsvergunning (voormalige binnenplanse afwijking) de maximaal toegestane 15% aan bedrijfsbebouwing uit te breiden naar maximaal 50% van het bouwvlak (exclusief kassen). Vanzelfsprekend is het voor ons van belang dat dat de planologische regeling voor dit gebied na vaststelling van het herziene Omgevingsbeleid niet in strijd komt met de gewijzigde provinciale Omgevingsverordening. Wij vragen u hier rekening mee te houden bij de vormgeving van de verruiming c.q. De uiteindelijke vaststelling van uw beleid.

Daarnaast vragen wij u, met het oog op de voorgenomen beschrijving en verankering van de bestaande situatie (denklijn 4 nieuwe Ruimtelijke Koers), de volgende wijzigingen mee te nemen bij de verdere beleidsontwikkeling:

Pagina 9 van 13

onderwerp

Reactie gemeente Kaag en Braassem n.a.v. internetconsultatie Herziening Omgevingsbeleid 2025

• Contour Greenport aanpassen aan noordzijde Derde Tuinbouwgebied Nieuwe Wetering; Het noordelijke deel van het teeltgebied in Nieuwe Wetering maakt feitelijk geen onderdeel meer uit van het duurzame glastuinbouwgebied. Tot die gezamenlijke conclusie kwamen wij – de gemeente Kaag en Braassem en u als provincie - eerder al met elkaar. Verzocht wordt deze conclusies door te vertalen naar uw Omgevingsbeleid, door voor dit gebied de contour uit onze Omgevingsvisie (vastgesteld op 5 februari 2024) aan te houden. • Contour Greenport aanpassen aan westzijde Tuinbouwgebied Woubrugge De gronden aan de westzijde van het tuinbouwgebied bij Woubrugge worden al jaren niet meer als zodanig gebruikt. Vanuit de eigenaren is een initiatief ingediend, waarmee kan worden voorzien in extra woningen aan de rand van Woubrugge voor een doelgroep waar behoefte aan is. Op dit moment hebben we het verzoek af moeten wijzen in verband met de situering binnen de Greenport. Wij verzoeken u kritisch te kijken naar de huidige contouren/omvang van dit gebied. Wij begrijpen de ruimteclaim voor de Greenport, maar zien deze graag aangepast op de behoefte naar dergelijke gebieden in relatie tot de ruimteclaims die de overige opgaven vragen.

• Typering Geestweg-Floraweg aanpassen naar ‘maatwerkgebied’ Voor ons Greenportgebied Geestweg en Floraweg wordt momenteel een onderzoek uitgevoerd door Greenport Aalsmeer om de toekomstbestendigheid van duurzaam glastuinbouwgebied te beoordelen. Vooruitlopend op de resultaten van dit onderzoek en het gesprek hierover met ondernemers en bewoners, wil de gemeente Kaag en Braassem graag met de Provincie Zuid-Holland in gesprek om op basis van dit onderzoek richting de aanduiding ‘maatwerkgebied’ te sturen. Op die manier blijft de duiding als glastuinbouwgebied behouden, maar wordt ook ruimte gecreëerd voor een eventuele alternatieve invulling, indien en voor zover de conclusies van het onderzoek daartoe nopen. ENERGIE Reactie op Duurzaam energiesysteem De gemeente Kaag en Braassem erkent dat het energiesysteem verandert, zowel bovengronds als ondergronds. Capaciteit op het net is dé kritische randvoorwaarde voor succes van de energietransitie. Gebruik van opslag en cable-pooling zou de voorkeur moeten hebben indien capaciteit schaars is. De gemeente leest dat de Provincie toekomstige ruimteclaims in kaart wil brengen. De gemeente erkent dat er meer energie-infrastructuur nodig is, maar gelet op onze ervaring met het proces t.a.v.

de herziening plaatsingsvisie, benadrukt de gemeente Kaag en Braassem het belang van het in een zo vroeg mogelijk stadium betrekken van de gemeenten en inwoners bij dit traject. De gemeente ziet graag een heldere schets van dit proces en de daarbij behorende criteria.

Pagina 10 van 13

onderwerp

Reactie gemeente Kaag en Braassem n.a.v. internetconsultatie Herziening Omgevingsbeleid 2025

Reactie op Herziening plaatsingsvisie In de internetconsultatie staat aangegeven dat de GS werken aan heroverweging van de plaatsingsvisie voor windenergie ten noorden van de rivieren. Hier staat echter geen concrete tekst(wijziging)en over opgenomen in de bijlage van de internetconsultatie, anders dan: ''betreffende regio''. Dit zorgt voor onduidelijkheid over deze herziening en de mogelijke impact daarvan voor de gemeente. Voor wat betreft het voorstel om extra zoeklocaties voor wind toe te voegen aan bijlage II van de Omgevingsverordening om het RES bod te halen, is de gemeente Kaag en Braassem onaangenaam verrast met het op 6 maart jl. getoonde kaartmateriaal. Daarin lijkt een forse extra claim te worden gelegd op het grondgebied van Kaag en Braassem. De gemeente Kaag en Braassem heeft stappen genomen om het eigen deel van het RES-bod te halen, middels een in juni 2024 vastgestelde Lokale Energie Strategie (LES). Daarin is o.a. de keuze gemaakt om binnen een tweetal gekozen zoekgebieden te komen tot grootschalige duurzame opwek tot een opbrengst van 0,09 TW. Kaag en Braassem is daarmee één van de slechts twee gemeenten binnen de RES-regio Holland Rijnland, die een dergelijke stap heeft gezet. Aan het vaststellen van de LES is een uitgebreid participatieproces voorafgegaan.

In het vervolg hierop is begin dit jaar een participatieplan vastgesteld om, binnen de kaders van de LES, samen met inwoners te komen tot een beleidskader Wind en Zon. Op basis van dit beleidskader kunnen vervolgens partijen worden uitgenodigd om met concrete aanvragen te komen. Bij hetgeen op 6 maart jongstleden is verteld en getoond lijkt de provincie hier volledig aan voorbij te gaan. De gemeente Kaag en Braassem heeft voorts kennisgenomen van de mogelijke wijziging van het plaatsingsbeleid, waarbij de provinciale voorkeur voor lijnopstelling langs grootschalige infrastructuur bij grote windturbines lijkt te worden losgelaten. De geldende plaatsingsvisie vormde wel de basis voor keuzes die wij in de LES hebben gemaakt, lijnopstelling langs de N207. Een geclusterde plaatsing van windturbines binnen het grondgebied van Kaag en Braassem achten wij ongewenst. Voor wat betreft de resultaten van de OER en de daaruit beoogde wijziging van het plaatsingsbeleid, is het onduidelijk welke criteria daarbij in overweging zijn of worden genomen. Dit geldt tevens voor de mogelijke bijstelling van de maatregel Uitwerken RES zoekgebieden zon en wind (3.1.1.5) uit het Omgevingsprogramma. De gemeente acht het noodzakelijk om heldere criteria op te stellen en te communiceren.

Het moge duidelijk zijn dat de gemeente Kaag en Braassem onverkort wenst vast te houden aan de weloverwogen keuzes die wij hebben gemaakt in de LES. Keuzes waarbij Kaag en Braassem haar verantwoordelijkheid pakt voor wat betreft het bijdragen aan de RES-ambities van onze regio. Nieuw provinciaal beleid wat hier afbreuk aan doet wijzen wij af en zal, naar wij inschatten, ook op geen enkel draagvlak kunnen rekenen bij onze inwoners. Door de onduidelijkheid die de provincie thans creëert hebben wij ons bovendien genoodzaakt gezien om de start van ons participatietraject om te komen tot een beleidskader wind en zon tot nader orde uit te stellen. Pagina 11 van 13

onderwerp

Reactie gemeente Kaag en Braassem n.a.v. internetconsultatie Herziening Omgevingsbeleid 2025

Reactie op Herziening Warmte In de omgevingsvisie wordt een overzicht opgenomen van waar de provincie verwacht dat Hogere Temperatuur Opslag (HTO) ontwikkeld kan worden. Vooralsnog kiest de gemeente Kaag en Braassem voor individuele oplossingen, conform de lokale transitievisie warmte. In het kader van de wijkuitvoeringsplannen wordt de haalbaarheid van collectieve oplossingen echter wel nader onderzocht. In de Omgevingsvisie wordt het afwegingskader warmte aangevuld met koude. De gemeente erkent dat de opgave niet alleen duurzaam verwarmen inhoudt, maar zeker ook duurzaam koelen. Reactie op Herziening Zonne-energie Binnen de gemeente Kaag en Braassem is er in de LES een voorkeur vastgelegd voor energie-opwek middels wind, eventueel in combinatie met zon. Ook zal opslag van energie, wanneer het energiesysteem gekenmerkt wordt doordat er niet altijd energie geproduceerd wordt wanneer er ook vraag naar is, in de toekomst een belangrijke rol spelen. In de Energiewet is bepaald dat voor zonnevelden met een opgesteld vermogen tussen 50 en 100 MV de provincie bevoegd gezag is. Op dezelfde wijze als voor wind kiest Gedeputeerde Staten ervoor deze bevoegdheid aan de gemeente over te laten als daardoor versnelling van de ontwikkeling wordt bereikt.

Ook op dit punt wil de gemeente Kaag en Braassem benadrukken dat het uitermate belangrijk t is om de gemeenten en inwoners in een zo vroeg mogelijk stadium actief te betrekken en een integrale afweging te maken van de beschikbare ruimte. Dit om bestuurlijke knelpunten en wantrouwen van inwoners te voorkomen. NATUUR Reactie Bescherming belangrijk weidevogelgebied – aanpassing begrenzing en instructieregels De gemeente ziet een verandering op de kaart van het belangrijke weidevogelgebied. Sommige polders gaan eraf, maar er komen ook delen bij. Daarnaast is er straks ook een tweedeling in belangrijk weidevogelgebied en kansrijk weidevogelgebied. Daarbij geldt een nee-tenzij benadering voor het belangrijk weidevogelgebied, en een ja-mits-benadering voor het kansrijk weidevogelgebied. Enerzijds is de gemeente aangenaam verrast dat een deel van de aanwijzing voor het belangrijk weidevogelgebied komt te vervallen (een vermindering van ca. 50% van het grondoppervlak ten opzichte van nu). Aan de andere kant geldt dat in zijn totaliteit een toename wordt voorzien van de beschermingscategorie in zijn geheel (een toename van ca. 20%), waarbij het dan gaat om de kansrijke weidevogelgebieden met een ja, mitsbenadering. Wij merken op dat dit alsnog leidt of kan leiden tot een verdere beperking voor ontwikkelingsmogelijkheden in het buitengebied.

Daarnaast verzoeken wij u concreet de linten Groenwegh en Ofwegen niet aan te merken als belangrijk dan wel kansrijk weidevogelgebied. In het huidige beleid worden die linten ook buiten de beschermingszone gehouden. Pagina 12 van 13

onderwerp

Reactie gemeente Kaag en Braassem n.a.v. internetconsultatie Herziening Omgevingsbeleid 2025

GEZONDHEID EN WELZIJN De provincie zet meer in op integrale ontwikkeling met oog voor brede welvaart, o.a. vanuit de aspecten gezondheid en welzijn. Ten aanzien van deze afwegingselementen voor brede welvaart, merkt de gemeente Kaag en Braassem het volgende op. Het is belangrijk dat de er ook bij vraagstukken vanuit het fysieke domein rekening wordt gehouden met het thema gezondheid. Bijvoorbeeld: hoeveel maatschappelijke voorzieningen (zoals huisartsen, fysio, apotheken etc) moeten er toegevoegd worden bij een woningbouwproject waarmee extra gebruikers van aan een gebied worden toegevoegd. In aanvulling daarop wordt de provincie gevraagd om na te denken over de rol van de provincie zelf en de wijze waarin de provincie de gemeenten ondersteunt in dit onderwerp. Zo is gemeente Kaag en Braassem een kleinschalige plattelandsgemeente waarbinnen met name kleinere initiatieven tot stand worden gebracht. Het is ons inziens niet (altijd) haalbaar om dergelijke ‘grote’ maatschappelijke opgaven af te wentelen op de initiatiefnemers van een ruimtelijke ontwikkeling, met name omdat het in veel gevallen particuliere initiatieven betreft en het ontwikkelingen doorgaans te kleinschalig zijn om te verlangen dat bijvoorbeeld een praktijkruimte voor een huisarts wordt gerealiseerd.

De gemeente is dan ook zoekende in de manier waarop dit onderwerp op een goede en evenredige wijze kan worden vormgegeven binnen onze gemeente. TOT SLOT Wil je reageren op het proces of heb je nog andere opmerkingen? De gemeente Kaag en Braassem wil graag benadrukken dat het van belang is om de grote ruimtelijke opgaven en transities integraal te bekijken. De herziening is veelomvattend en de ruimte is schaars. Het is vooralsnog onduidelijk hoe alles binnen de herziening zich met elkaar verhoudt en of er prioritering is. In plaats van concurrentie tussen opgaven en bijbehorende ruimteclaims willen we deze in samenhang bekijken met als inzet een zo hoog mogelijk maatschappelijk rendement/effect. We vragen PZH hier ruimte voor te bieden. Daarnaast wil de gemeente Kaag en Braasem de Provincie verzoeken in het vervolg rekening te houden met de bestuurlijke processen en trajecten van de gemeenten. Op die manier kan voorkomen worden dat gemeenten en inwoners onaangenaam verrast worden. Zet in op een integrale ruimtelijke benadering vanuit brede welvaart. De waarde van het landschap en de verschillende activiteiten die daarin plaatsvinden vragen om integraal te kijken naar verschillende opgaven en over opgaven heen. Daarbij gaat het niet alleen om duurzame opwek, duurzame warmte, transport en opslag, maar juist ook om de verbinding met het landelijk gebied (o.a.

voormalig NPLG, boerenlandvogels), mobiliteit en economie. Zo wordt dit opgepakt vanuit de vijf gemeenten rondom de N11 corridor (Zoeterwoude, Leiderdorp, Kaag en Braasem, Bodegraven en Pagina 13 van 13

onderwerp

Reactie gemeente Kaag en Braassem n.a.v. internetconsultatie Herziening Omgevingsbeleid 2025

Alphen aan den Rijn). Ondersteuning vanuit de provincie is hier nodig om de integrale doelstellingen te halen. Alleen zo ontwikkelen we tot toekomstbestendig en welvarend Zuid-Holland. Ten aanzien van het proces merken wij graag nog het volgende op. • Er is sprake van omvangrijke wijzigingen die bovendien nog niet voldoende concreet dan wel uitgewerkt zijn. Daarom verzoeken we om een extra consultatiemoment, naast de mogelijkheid tot het inbrengen van formele zienswijzen tijdens de terinzagelegging van het ontwerpbeleid. • Hoewel wij begrijpen dat consultatierondes doorgaans laagdrempelig zijn, merken wij in dit geval op dat grote beleidswijzigingen aanstaande zijn. In dat verband hebben wij de termijn waarbinnen ons gevraagd wordt een reactie te geven als erg kort ervaren. Het geeft onvoldoende tijd om de reacties vanuit diverse vakdisciplines op te halen en waar nodig verder te (laten) onderzoeken of af te stemmen. Ook houdt een dergelijk korte termijn geen rekening met de bestuurlijke processen van gemeenten. In de toelichting op de internetconsultatie is aangegeven dat bestuurlijke afstemming niet nodig is voor het geven van een reactie.

Het is goed te weten dat een ambtelijke reactie zonder bestuurlijke afstemming ook geaccepteerd wordt door de provincie, maar de gestelde tijd biedt onvoldoende ruimte voor de bestuurlijke afstemming voor zover deze afstemming vanuit interne overwegingen of gelet op politieke gevoeligheden, wél gewenst is. Wij zouden daarom graag de suggestie doen om de termijnstelling voor consultatierondes af te stemmen op de omvang dan wel het te verwachten effect van de voorgestelde beleidswijzigingen.

Pagina 14 van 13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=41e5cec3-83be-4ca7-af49-4966c5422c4a