Bijlage 6 - Nader ecologisch onderzoek
Tekst van het document
Milieutechniek ● ● Bodemonderzoek ● Asbestonderzoek ● Ecologisch onderzoek ● Saneringen ●
Hopman en Peters B.V. Postbus 253 3700 AG Zeist KvK: 16087130 Telefoon: 030 691 59 31 www.hopmanenpeters.nl info@hopmanenpeters.nl IBAN: NL97RABO0385241666 BTW: NL 8023.22.621.B.01
Datum: Onderwerp: Ons projectnummer: Uw kenmerk: Locatie:
12 oktober 2023 Nader onderzoek vleermuizen P2300035
Condor Project Development B.V. R. (Richard) Schaap Koningin Julianaweg 23 2264 BA Leidschendam
Herenweg 57 te Rijnsaterwoude
Geachte heer Schaap, Hierbij ontvangt u de rapportage van het door ons bureau uitgevoerde nadere onderzoek gericht op vleermuizen op de locatie aan Herenweg 57. Inleiding Door Condor Project Development B.V. is aan Hopman en Peters opdracht verleend voor het uitvoeren van een nader onderzoek gericht op vleermuizen aan Herenweg 57. Aanleiding Uit het oriënterend veldonderzoek (ecologische QuickScan) blijkt dat, om de effecten van de ingreep volledig te kunnen toetsen aan de Wet natuurbescherming er op sommige punten meer informatie is benodigd. Ingreep De opdrachtgever is voornemens het gebouw en de loods te slopen. Op de locatie zal een recreatie park worden ontwikkeld waarbij de haven wordt behouden. In verband met dit voornemen is in maart 2023 een ecologische QuickScan uitgevoerd door Hopman en Peters. Hieruit is gebleken dat er naderonderzoek moet worden uitgevoerd naar potentieel aanwezige verblijfplaatsen van verschillende soorten vleermuizen. Resultaten voorgaand onderzoek Uit de ecologische QuickScan uitgevoerd door Hopman en Peters is gebleken dat het te slopen gebouw, welke omkaderd is in figuur 1, verblijfplaatsen zou kunnen bieden aan verschillende vleermuizen. Het gebouw bevat namelijk meerdere open stootvoegen in de voorgevel (oostkant). Daarnaast loopt oostelijk van de Herenweg een sloot en in de richting van het gebouw loopt ook water.
Het is niet uit te sluiten dat vleermuizen dit als vliegroute gebruiken. Nader onderzoek kan uitwijzen of de werkzaamheden inderdaad verstorend zullen werken. Op basis van een dergelijk onderzoek kunnen adviezen worden gegeven met betrekking tot de meest passende (mitigerende en compenserende) maatregelen die getroffen dienen te worden om een overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen.
P2200380 12 oktober 2023
Nader onderzoek vleermuizen Herenweg 57 2
Figuur 1 onderzoeksgebied
Onderzoeksopzet De inventarisatiemethode is conform het protocol voor vleermuisonderzoek (versie maart 2017), dat is opgesteld door het vleermuisvakberaad van het Netwerk Groene Bureaus. De onderzoeksinspanning is gebaseerd op de functies zomerverblijfplaats, kraamverblijfplaats en paarverblijf/ baltsplaats voor de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en rosse vleermuis. Het protocol heeft tot doel het belang van de functies van onderzoekslocaties voor soorten vleermuizen effectief en efficiënt vast te stellen dan wel uit te sluiten, doordat het protocol is gevolgd, bestaat grote mate van juridische zekerheid dat is voldaan aan een wettelijke en maatschappelijk verantwoorde inspanning, om na te gaan of soorten en functies van gebieden in het geding zijn. Het kan nooit worden uitgesloten dat verblijfsfuncties tijdens het onderzoek worden gemist, maar er is wel aan de onderzoeksinspanning voldaan. In het bijzonder wanneer de aanwezigheid van gebiedsfuncties of soorten wordt uitgesloten, zou een onderzoek volgens het protocol als juridisch voldoende moeten worden aangemerkt.
P2200380 12 oktober 2023
Nader onderzoek vleermuizen Herenweg 57 3
Resultaten In onderstaande tabel zijn de omstandigheden per onderzoeksdag weergegeven Tabel: omstandigheden onderzoek
Datum
Zonsopgang/ -ondergang
Tijd
Temperatuur
Windkracht
18-05-2023 14-06-2023 06-07-2023 17-08-2023 06-09-2023
21:30 05:17 21:59 20:59 20:15
21:20 – 00:00 02:15 – 05:20 21:50 – 00:20 23:00 – 01:00 23:00 – 01:00
12 °C 15 – 18 °C 14 – 16 °C 18 – 19 °C 18 – 20 °C
2 bft 2 bft 1 bft 2 bft 3 bft
Aantal onderzoekers 2 2 2 2 2
18-05-2023 Vanaf 21:45 activiteit van ca. 4 gewone dwergvleermuizen. Deze kwamen vanuit zuidelijke richting. De activiteit nam geleidelijk af. Vanaf 23:10 af en toe nog een enkele foeragerende gewone dwergvleermuis. 14-06-2023 De gehele ochtend af en toe een langs vliegende gewone dwergvleermuis. Vanaf 05:00 geen activiteit meer. Er zijn geen vleermuizen in het gebouw gevlogen. 06-07-2023 Om 22:34 de eerste vleermuis langs zien vliegen vanaf het huis naast het pand over het veldje heen. Verder regelmatig een overvliegende dwergvleermuis maar niks met betrekking tot het pand. 17-08-2023 Sporadisch een overvliegende dwergvleermuis. Deze is over de gehele avond zo’n 4x waargenomen. 06-09-2023 Af en toe een foeragerende vleermuis, deze vertoonde af en toe baltsgedrag. Dit baltsgedrag was echter niet in relatie tot het gebouw. Verder één keer een overvliegende laatvlieger waargenomen. Vanaf 00:38 wat drukker, zelfs op een moment twee vleermuizen. Maar geen baltsgedrag en niks ten opzichte van het pand. Toetsing aan wet- en regelgeving Alle in Nederland voorkomende vleermuissoorten genieten binnen de Wet natuurbescherming een strikte bescherming. Vleermuizen zijn streng beschermd vanwege hun kwetsbaarheid. De afgelopen vijftig jaar zijn sommige soorten erg zeldzaam geworden of geheel verdwenen.
Vleermuizen kunnen zelf geen verblijfplaatsen maken en zijn daarom sterk afhankelijk van bestaande verblijfplaatsen. Alle vleermuissoorten staan vermeld in bijlage IV van de Europese Habitatrichtlijn. Dit betekent dat ze beschermd zijn tegen verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen. Onder deze vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstaan: "het gehele systeem waarvan een populatie gebruik maakt tijdens de jaarcyclus van de soort", dit houdt in dat niet alleen de zomer- en winterverblijfplaatsen maar ook de verbindingen hiertussen (vliegroutes), paarterritoria en de essentiële foerageergebieden bescherming genieten.
P2200380 12 oktober 2023
Nader onderzoek vleermuizen Herenweg 57 4
Conclusies en aanbevelingen De voorgenomen ingrepen zullen niet leiden tot een afname in foerageermogelijkheden. Daarom is verstoring van essentieel foerageergebied dan ook niet aan de orde. Een ontheffing voor de werkzaamheden ten aanzien van vleermuizen is niet noodzakelijk, omdat geen verblijfplaatsen of andere beschermde functie’s zijn aangetoond in relatie tot het onderzoeksgebied. Wel wordt aanbevolen om zorgvuldig te handelen tijdens de sloop, omdat er altijd sprake kan zijn van onverhoopte aanwezigheid van een vleermuis, op een onverwachte plek. Ten aanzien van in de omgeving foeragerende vleermuizen wordt geadviseerd om gedurende de werkzaamheden en in de nieuwe situatie verlichtingsarmaturen te gebruiken die naar beneden schijnen en zo min mogelijk strooilicht veroorzaken, of om andere vleermuisvriendelijke verlichting toe te passen. Tot slot dient te allen tijde rekening gehouden te worden met de algemene zorgplicht ten aanzien van in het wild levende dieren en planten (zie bijlage 1, zorgplicht). Indien u naar aanleiding van dit rapport vragen heeft kunt u contact opnemen met ondergetekende. Met vriendelijke groet, Hopman en Peters Q. (Quinn) Meijer Gecontroleerd door: R. (Rosalie) Dekker Contactpersoon/ projectleider: T. (Tieme) Veen
BIJLAGEN BIJLAGE 1
TOELICHTING VERBODSBEPALINGEN WET NATUURBESCHERMING
BIJLAGE 1
TOELICHTING VERBODSBEPALING WET NATUURBESCHERMING
Zorgplicht De tekst van artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming, waarin de zorgplicht voor alle in het wild voorkomende planten en dieren is vastgelegd, luidt als volgt: 1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale na- tuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijkemaatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op handelen of nalaten in overeenstemming met het bij ofkrachtens deze wet of de Visserijwet 1963 bepaalde. Deze plicht treft dus niet alleen de dieren en planten die zijn vermeld op de lijsten behorend bij de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, de Conventies van Bern en Bonn of artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming.
De plicht houdt zoveel in dat een ieder die weet, kan weten, vermoedt of kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten in het wild levende dieren of planten nadelige gevolgen kunnen ondervinden, zijn handelen of nalaten moet aanpassen ter voorkoming, beperking of ongedaan making van die gevolgen, zoals beschreven in lid 2 van het zorgplichtartikel. Onder nadelige gevolgen dient hierbij niet alleen de dood of verwonding van dieren dan wel de vernieling of beschadiging van planten te worden verstaan. Dit verplicht de initiatiefnemer van ruimtelijke ingrepen of andersoortige activiteiten ertoe om vooraf- gaande aan de uitvoering of realisatie zich op de hoogte te stellen van de aanwezige natuurwaarden, de kwetsbaarheid van die natuurwaarden en van de mogelijke gevolgen van zijn handelen voor die natuurwaarden. Dit vereist zorgvuldigheid van de initiatiefnemer. Hij dient ook al bij de voorbereiding van zijn handelingen oog te hebben voor de bescherming van de natuurwaarden en tijdens de uitvoering en realisatie steeds een focus te hebben op voorkoming of ongedaan making van nadelige effecten op die natuurwaarden.