CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6. Aanvullend huismus- en vleermuisonderzoek 18-10-2019

Gemeenteraad 2 juni 2025, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Julianalaan 68-70, Kaag’ (bestuurlijke lus).4.847 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Huismus-, gierzwaluw en vleermuisonderzoek aan de Huismus-, en vleermuisonderzoek aan de Vinkenstraat 2-10 en Putterstraat 1-11 te Krimpen aan den Julianalaan 68-70 te Kaag IJssel Aanvullend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming Aanvullend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming

1

Colofon

Status:

Definitief

Project:

BE/2018/462

Datum:

18 oktober 2019

Samensteller(s):

ir. ing. K.J. Rebergen

Collegiale toets:

ir. T.W.D. Schrader

Opdrachtgever:

BURO SRO ’t Goylaan 11 3525 AA Utrecht Contactpersoon:

dhr. H. van Arendonk, projectleider

Disclaimer Blom Ecologie B.V. is niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit toepassing van de resultaten van werkzaamheden en/of gegevens verkregen van Blom Ecologie B.V. © Blom Ecologie B.V. / Buro SRO Niets uit deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Blom Ecologie B.V. worden gebruikt door derden. Onder gebruik worden alle vormen van kopie, openbaarmaking en elke andere toepassing begrepen. Deze rapportage mag alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor het is samengesteld.

2

Inhoud

1 Inleiding ......................................................................................................................................... 5 1.1 Aanleiding en doel

5

1.2 Plangebied

6

1.3 Werkzaamheden

6

1.4 Te verwachten soorten en functies

7

1.5 Kader Wet natuurbescherming

7

2 Methode .......................................................................................................................................... 9 2.1 Theoretisch kader

9

2.2 Praktische uitvoering

11

2.3 Inventarisaties

12

3 Resultaten ..................................................................................................................................... 14 3.1 Huismus

14

3.2 Vleermuizen

15

3.3 Overige soorten

17

4 Conclusie ...................................................................................................................................... 19 4.1 Huismus

19

4.2 Vleermuizen

19

4.3 Overige soorten

19

4.4 Vervolgstap(pen)

20

4.5 Vooruitzicht projectplanning

20

5 Bronnen ......................................................................................................................................... 21 Bijlage 1 Overzicht waarnemingen ............................................................................................. 22

3

4

1 Inleiding 1.1

Aanleiding en doel Gelegen op het Kagereiland, in de Kagerplassen bevindt zich het dorpje Kaag waar aan de Julianalaan 68-70 een woning, botenloods en schuur is gesitueerd. De initiatiefnemer is voornemens om de botenloods, schuur en de woning te slopen om hiervoor in de plaats 4 appartementsgebouwen, met in totaal 10 appartementen, te realiseren. Daarnaast zullen de woningen worden onderkelderd. In het kader van deze ontwikkeling dient de huidige bebouwing op de locatie te worden gesloopt. Het huidige bestemmingsplan voorziet niet in deze ontwikkeling en dient derhalve te worden gewijzigd. Omdat de beoogde sloopwerkzaamheden mogelijk leidt tot de aantasting van beschermde nestplaatsen van vogels en vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen is een oriënterend onderzoek uitgevoerd naar de potentie van het plangebied voor deze soorten (Jansen, 2018).

Figuur 1.1

Het plangebied is gelegen aan de Julianalaan 68-70 te Kaag

(bron kaartmateriaal:

arcgis.com).

Op basis van het oriënterende onderzoek kon de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen, nestplaatsen of een essentieel leefgebied van huismus en vleermuizen niet worden uitgesloten. Om vast te stellen of de woning daadwerkelijk een functie hebben voor vorengenoemde soorten was aanvullend onderzoek noodzakelijk. Buro SRO begeleidt de ruimtelijke procedure en heeft Blom Ecologie B.V. verzocht dit aanvullend onderzoek uit te voeren. In voorliggende rapportage worden de bevindingen beschreven. Onderzoeksdoel In dit aanvullende onderzoek zijn de volgende onderzoeksvragen centraal gesteld: •

Zijn huismus en vleermuizen aanwezig in het plangebied?

•

Op welke wijze maken de huismus en vleermuizen gebruik van het plangebied? Zijn in het plangebied nesten en/of vaste rust- en verblijfplaatsen aanwezig?

5

•

Hebben de voorgenomen activiteiten een negatief effect op de voorkomende soorten en/of de functionaliteit van de nesten en/of verblijfplaatsen en leefomgeving van huismus en vleermuizen?

1.2

Plangebied Het plangebied is gelegen aan Julianalaan 68-70 te Kaag (figuur 1.2). Op het perceel is een woning en een botenloods aanwezig. Daarnaast bevindt zich op de locatie een klein houten schuurtje met een bitumen dak wat wordt gebruikt als ponystalletje. De woning is opgetrokken uit steense muren en bevat een pannen zadeldak. De loods bestaat uit houten rabatdelen aan de kopse kant en bevat verder steense muren. Het dak is gemaakt van hout en is bedekt met bitumen aan de buitenzijde. De kozijnen van beide gebouwen zijn van kunststof en de dakranden bevatten trespa platen. De overige terreininrichting betreft verharding in de vorm van klinkers, een steiger naar de haven, een siertuin en een gras- en zandveld waar de pony’s op lopen. De locatie wordt met een hoog kwaliteitsbeeld intensief onderhouden.

Figuur 1.2

De bebouwing op het plangebied betreft een woning, schuur en botenloods (bron kaart: arcgis.com).

1.3

Werkzaamheden De beoogde ingreep betreft het verwijderen van de bebouwing en de siertuin, en de herbouw van 4 appartementsgebouwen met in totaal 10 appartementen. Onderstaand volgt een korte opsomming van de ingrepen en effecten: • verwijderen vegetatie: werkzaamheden, afvoer groen; • sloop huidige woning, loods en schuur: sloopwerkzaamheden en afvoer materiaal; • dempen watergang zuidwestzijde, graven watergang zuidzijde: graafwerkzaamheden; • uitgraven kelder; algemene graafwerkzaamheden; • egaliseren terrein; graafwerkzaamheden en grondtransport; • bouwrijp maken terrein: aanbrengen puinbed, aanleg nutsvoorzieningen e.d.; • realisatie appartementsgebouwen: algemene bouwwerkzaamheden; • revitalisatie terrein: algemene hoveniers-, bestratings- en overige werkzaamheden.

6

1.4

Te verwachten soorten en functies Uit het oriënterend onderzoek (Jansen, 2018) is gebleken dat de woningen op het plangebied geschikt zijn als nest van huismus en/of verblijfplaats van vleermuizen (tabel 1.1). De bebouwing op het plangebied zijn als verblijfplaatsen van vleermuizen geschikt als zomer-, kraam- en paarverblijfplaatsen voor gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis. De woningen op het plangebied zijn ongeschikt als massawinterverblijfplaats voor vleermuizen, wegens het beperkte thermisch bufferend vermogen van de bebouwing. Daarnaast is de bebouwing geschikt als nest van overige vogelsoorten die in bebouwing nestelen (spreeuw en huiszwaluw). Tabel 1.1

De te verwachten beschermde gebouwbewonende soorten op het plangebied op basis van de uitgevoerde quickscan (Jansen, 2018). 1 Betreft een inschatting op basis van de quickscan

(visuele inspectie en deskstudie) gerelateerd aan de beoogde werkzaamheden (paragraaf 1.3). 2 Mogelijk dienen wel mitigerende maatregelen te worden getroffen om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen, dit is dan duidelijk beschreven in de quickscan. Soort Huismus Gierzwaluw Vleermuizen Gewone dwergvleermuis Ruige dwergvleermuis Laatvlieger Gewone grootoorvleermuis Meervleermuis Spreeuw (cat. 5) Huiszwaluw (cat. 5) Steenmarter

Figuur 1.3

Potentie Ja Nee, geen openingen van voldoende grootte Ja Ja Ja Nee, te kleine openingen Nee, geen toegankelijke zolder Nee, te kleine openingen Ja Ja Nee, geen geschikte openingen

Overtreding Wet nb1 Mogelijk Nee Mogelijk Mogelijk Mogelijk Nee2 Nee2 Nee2 Mogelijk Mogelijk Nee2

In de woning zijn stootvoegen aanwezig. Daarbij is er een opening onder de overstek aanwezig. Van deze openingen kunnen vleermuizen gebruik maken. De onderste dakpannen zijn toegankelijk, waardoor de potentie voor nesten van huismus niet uitgesloten konden worden. (Jansen, 2018).

1.5

Kader Wet natuurbescherming De soortenbescherming van Wet natuurbescherming valt op grond van internationale verdragen

en

nationaal

beschermde

soorten,

uiteen

in

drie

verschillende

beschermingsregimes. Deze beschermingsregimes betreffen de Vogelrichtlijn (art. 3.1),

7

Habitatrichtlijn (art. 3.5) en de nationaal beschermde soorten (art. 3.10). De bescherming van de huismus valt onder de vogelrichtlijn. Binnen de Vogelrichtlijn wordt onderscheid gemaakt tussen soorten waarvan het leefgebied en de nestplaats jaarrond beschermd zijn en de overige broedvogels waarvan de nestplaats en het leefgebied enkel beschermd zijn tijdens de broedperiode. Vleermuizen vallen onder de bescherming van de Habitatrichtlijn. Naar aanleiding van de beoogde werkzaamheden (paragraaf 1.3) kan overtreding van de volgende verbodsbepalingen optreden: Wnb, art 3.1 lid 2 en 4 (Vogelrichtlijnsoorten) Lid 2: Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid (huismus) te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels (huismus) weg te nemen. Lid 4: Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. Wnb, art 3.5 lid 2 en 4 (Habitatrichtlijnsoorten) Lid 2: Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren Lid 4: Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid (alle vleermuissoorten) te beschadigen of te vernielen.

8

2 Methode 2.1

Theoretisch kader Ten behoeve van ecologische onderzoek naar een aantal beschermde soorten in Nederland zijn door experts richtlijnen opgesteld. Deze richtlijnen zijn in zekere mate juridische kaders gaan vormen bij de toetsing van onderzoeken op juistheid en volledigheid. Voor de huismus zijn deze richtlijnen vastgelegd in de Kennisdocumenten (BIJ12, 2017). Voor vleermuizen geldt het Vleermuisprotocol (NGB, 2017) als richtlijn. De richtlijnen worden met enige regelmaat door de opstellers geëvalueerd en indien noodzakelijk aangepast. De uitgangspunten zoals deze zijn geformuleerd in de richtlijnen vormen de basis voor het soortspecifieke onderzoek wat wordt uitgevoerd door Blom Ecologie B.V. In tabel 2.1 wordt voor de desbetreffende beschermde gebouwbewonende soorten beknopt weergeven wat de onderzoeksperioden en methode zijn. Tabel 2.1 Samenvatting van de uitgangspunten ten behoeve van huismus- en vleermuisonderzoek zoals deze zijn geformuleerd in het Kennisdocument huismus (BIJ12, 2017) en het Vleermuisprotocol (NGB, 2017). Huismus Nest: Aantoonbaar door: - Visueel onderzoek in periode 1 april t/m 15 mei (2x veldbezoek avond/ochtend) - Visueel onderzoek in de periode 10 maart t/m 20 juni (4x veldbezoek avond/ochtend) - Inspectie (oplichten dakpannen) in de periode 15 september/1 maart (1x veldbezoek) Functioneel leefgebied: Bestaat met name uit foerageer en slaapplekken.

Wordt vastgesteld door waarnemingen en gedrag van alle aanwezige huismussen. (Kennisdocument huismus BIJ12) Vleermuizen Kraamverblijfplaats: Aantoonbaar door onderzoek in de periode (10 mei) 15 mei t/m 15 juli (20 juli) (2x veldbezoek). Indien meerdere soorten worden meegenomen kan het aantal veldbezoeken oplopen tot 3. Onderzoek is visueel en gericht op in- of uitvliegende individuen. Onderzoek wordt uitgevoerd m.b.v. een batdetector. Zomerverblijfplaats: Aantoonbaar door onderzoek in de periode (1 april) 15 mei t/m 15 augustus (1 dec) (2x veldbezoek). De periode is sterk afhankelijk van de soort, indien meerdere soorten worden meegenomen kan het aantal veldbezoeken oplopen tot 3. Onderzoek is visueel en gericht op in- of uitvliegende individuen. Onderzoek wordt uitgevoerd m.b.v. een batdetector. Paarverblijfplaats: Aantoonbaar door onderzoek in de periode (15 juli) 15 augustus t/m 1 oktober (1 dec) (2x veldbezoek). De periode is sterk afhankelijk van de soort, indien meerdere soorten worden meegenomen kan het aantal veldbezoeken oplopen tot 3. Onderzoek is visueel en gericht op in- of uitvliegende individuen, territoriaal gedrag en sociale geluiden. Onderzoek wordt uitgevoerd m.b.v. een batdetector.

9

Winterverblijfplaats: Onvolledig inspecteerbare winterverblijfplaatsen kunnen voor de gewone dwergvleermuis onderzocht worden door zwermbezoeken in de periode 1 augustus t/m 10 september (2x veldbezoek). Onderzoek wordt uitgevoerd met een batdetector eventueel in combinatie met een warmtebeeldcamera. Voor overige soorten met inspecteerbare verblijfplaatsen 1 locatie bezoek in de periode 1 december t/m 1 maart. Essentieel foerageergebied1: Aantoonbaar door onderzoek in de periode (1 april) 15 april t/m 15 september (1 okt) (2x veldbezoek). De periode is sterk afhankelijk van de soort, indien meerdere soorten worden meegenomen kan het aantal veldbezoeken oplopen tot 3. Onderzoek is visueel en gericht op foeragerende individuen. Onderzoek wordt uitgevoerd m.b.v. een batdetector. Essentiële vliegroute1: Aantoonbaar door onderzoek in de periode (1 april) 15 april t/m 15 september (1 okt) (2x veldbezoek). De periode is sterk afhankelijk van de soort, indien meerdere soorten worden meegenomen kan het aantal veldbezoeken oplopen tot 3. Onderzoek is visueel en gericht op migrerende individuen. Onderzoek wordt uitgevoerd m.b.v. een batdetector eventueel in combinatie met een zaklamp of warmtebeeld. (Kennisdocument gewone dwergvleermuis, BIJ12.

& Vleermuisprotocol, maart 2017) Onder een essentieel foerageergebied wordt verstaan een foerageergebied dat van wezenlijk belang is voor het functioneren van de voortplantingsplaats of rustplaats wanneer er geen alternatieve foerageergebieden zijn om eventuele aantasting daarvan op te vangen. Onder een essentiële vliegroute wordt verstaan een vliegroute die van wezenlijk belang is als er geen goede alternatieve vliegroute is om vanuit de voortplantingsplaats of rustplaats een essentieel foerageergebied te bereiken of omvliegen vanuit de voortplantingsplaats of rustplaats naar een essentieel foerageergebied via een alternatieve route teveel energie kost (o.a. uitspraak RvS 201708426/1/R2, 3 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2169). 1

Huiszwaluw en spreeuw (cat. 5) De nesten van huiszwaluw en spreeuw (cat. 5) zijn jaarrond beschermd indien er sprake is van ecologische zwaarwegende redenen. Aanwezigheid van nesten van deze soorten wordt vastgesteld door het tellen van in gebruik zijnde nesten. In praktijk gebeurt dit in de periode 1 april tot eind juli, betreffende de broedperiode. Voor beide soorten zijn geen richtlijnen voor inventarisatie opgesteld, maar wordt de inventarisatie uitgevoerd gedurende het aanvullende onderzoek naar overige jaarrond beschermde broedvogels.

10

2.2

Praktische uitvoering De praktische uitvoering valt uiteen in standaardprocedure tijdens elk veldbezoek, de reactieve onderzoekswijze die gehanteerd wordt en, indien van toepassing, de aanvullende onderzoeksmethodes. Procedure Op basis van de te verwachten soorten en de relatieve potentie voor deze soorten binnen het plangebied wordt het aanvullende onderzoek ingericht. Voorafgaand aan de daadwerkelijke uitvoering wordt bekeken vanaf welke posities het plangebied (gevels/daken/dakranden met potentie) het meest efficiënt (strategisch) kan worden onderzocht. De strategische punten, looproute en zichtlijnen zijn afhankelijk van de aanwezigheid van schuttingen, struiken/bomen, verlichting en diverse typen van bebouwing. Tevens zijn deze afhankelijk van de te onderzoeken soortgroep. In figuur 2.1 worden de strategische punten voor het vleermuisonderzoek weergeven. Gezien alleen de kop- en achtergevels van de woning (stootvoegen en houten betimmering) en één opening in de loods aanwezig waren, is één waarnemer voldoende geweest.

Figuur 2.1

Overzicht van de strategische punt(en) voor het vleermuisonderzoek op het plangebied.

Reactieve onderzoekswijze Binnen de kaders van de Kennisdocumenten en het Vleermuisprotocol (tabel 2.1) is de onderzoekswijze vormvrij. Afhankelijk van omstandigheden zoals de relatieve potentie, ervaring, moment van onderzoek het aantal onderzoekers, en dergelijke, worden door de diverse onderzoeksbureaus op verschillende wijze onderzoek uitgevoerd. Aangezien de te onderzoeken soorten veelal voorkeur hebben voor bepaalde type verblijfsplaatsen en leefgebied wordt door Blom Ecologie B.V. reactief onderzoek uitgevoerd. Dit type onderzoek houdt vast aan strategische punten en looproutes waarbij het geobserveerde gedrag van de te onderzoeken soort en de lokale omstandigheden leidend zijn voor de keuze van de strategische punten of looproute en de verblijfsduur per punt. De strategische punten worden

11

bepaald op locatie voorafgaand aan de start van een onderzoek door een visuele beoordeling op de actuele potentie voor de soort in kwestie. Deze punten kenmerken zich door goed overzicht binnen het plangebied en zicht op zoveel mogelijk potentiële in- of uitvliegopeningen. Voor huismus geldt dat deze strategische posten veelal liggen nabij geschikt leefgebied. Tijdens het aanvullend onderzoek huismus wordt met name gebruik gemaakt van strategische looproutes waarbij alle potentiële nesten gedurende het veldbezoek visueel gecontroleerd worden. Hierbij wordt specifiek gelet op de aanwezigheid van territoriaal gedrag, het gebruik van het leefgebied en het in/uit vliegen uit de nesten. Een onderzoek in de avond wordt afgerond rond zonsondergang. Indien dan nog activiteit van de huismus is binnen het plangebied loopt het onderzoek door totdat er geen waarneembare activiteit van huismus meer is binnen het plangebied. In geval van een ochtendbezoek wordt het veldbezoek 45 minuten tot 1 uur na zonsopkomst opgestart. Het aanvullend onderzoek vleermuizen wordt uitgevoerd door een combinatie van strategische punten en looproutes. Tijdens het eerste veldbezoek (zowel in het voorjaar als najaar) worden strategische punten ingenomen. Voor dit betreffende gebied is er, gezien de potentie, gekozen voor één strategisch punt.

Hierbij werd er gedurende het moment van inof uitvliegen een vaste plek ingenomen.

2.3

Inventarisaties Veldbezoeken Het plangebied is een aantal keer bezocht door medewerkers van Blom Ecologie B.V. (tabel 2.2). Tijdens deze bezoeken zijn het plangebied en de directe omgeving onderzocht op de aanwezigheid van huismus en vleermuizen. Tijdens het onderzoek is met name gelet op nestindicerend gedrag van huismus en foeragerende/communicerende vleermuizen. Tevens is gelet op de veelgebruikte structuren door huismus en vleermuis voor het bepalen van het functioneel leefgebied. Tabel 2.2

Veldbezoeken op het plangebied, met per veldbezoek welke functies onderzocht worden en het aantal waarnemers dat is ingezet. De weersomstandigheden voldeden aan de minimumcriteria zoals opgenomen in de Kennisdocumenten huismus en het Vleermuisprotocol (2017).

Veldbezoek

Functie

Aantal

Datum

Zon ▼ ▲

Tijd

Weersomstandigheden

Huismus 1 Huismus 2 Vleermuizen 1 Vleermuizen 2 Vleermuizen 3 Vleermuizen 4 Vleermuizen 5

Nest + leefgebied Nest + leefgebied Kraam + zomer Kraam + zomer Zomer Paar Paar

1 1 1 1 1 1 1

11-4-2019 1-5-2019 3-6-2019 4-7-2019 31-7-2019 28-8-2019 16-9-2019

06.52 21.00 05.25 22.02 21.30 20.40 07.17

07.30-09.45 18.30-20.30 03.15-05.30 22.00-0.00 21.30-23.45 21.45-23.45 05.15-07.15

1/8, droog, 1 Bft, 6˚C 7/8, droog, 2-3 Bft, 10˚C 7/8, droog, 0-1 Bft, 16˚C 3/8, droog, 1-2 Bft, 16˚C 1/8, droog, 2-3 Bft, 18˚C 7/8, droog, 1-2 Bft, 20˚C 8/8, miezer, 0 Bft, 13˚C

Gebruikte materialen Het

huismus

onderzoek

is

uitgevoerd

met

behulp

van

een

verrekijker.

Het

vleermuisonderzoek is uitgevoerd met behulp van een verrekijker en batdetector, type Petterson 240x. Dit type batdetector is heterodyne en heeft een time expansion functie. De time expansion functie maakt het mogelijk de geluidopnames te vertragen waardoor nauwkeurige analyse van de hoogfrequent geluiden uitgevoerd kunnen worden. Geluidswaarnemingen zijn eventueel opgenomen met een opnameapparaat van het merk Roland, type R-07. Indien 12

inventarisatie in het veld niet mogelijk was zijn geluiden geanalyseerd met behulp van de software BATSOUND.

13

3 Resultaten 3.1

Huismus Waarnemingen en aantallen Tijdens de onderzoek rondes zijn in totaal circa 8 huismussen (Passer domesticus) binnen het plangebied waargenomen. Dit betroffen foeragerende individuen gedurende enkele minuten in de groenstructuren van het perceel. In de directe omgeving is een subpopulatie van circa 30 huismussen rondom het perceel aan de Julianalaan 19 waargenomen. De 8 huismussen welke binnen het plangebied foerageerde, werden daarna waargenomen in de groenstructuren aan de Julianalaan 41 en gehoord achter de tuin van Prins Bernhardlaan 9. Nesten Gedurende het onderzoek zijn geen nesten van de huismus vastgesteld binnen het plangebied. Gezien het onderzoek zich voornamelijk gericht was binnen het plangebied, zijn er in de directe omgeving tevens geen nesten vastgesteld. Het is aannemelijk dat de nesten zich bevinden ter hoogte van de Julianalaan 19, 41 en/of Prins Bernhardlaan 9. Functioneel leefgebied Tijdens één van de rondes (d.d. 11 april 2019) is een groep van circa 8 huismussen foeragerend gezien. De eigenaar van de woning voert af en toe de vogels door voer op een voedertafel neer te leggen. Het foerageren betrof slechts enkele minuten. Het is hierdoor uitgesloten dat de groenstructuren deel uitmaken van het essentieel foerageergebied van de soort. Een groep van ongeveer 30 huismussen is waargenomen in de groenstructuren rondom de Julianalaan 19.

Deze groenstructuren betreffen wel essentiële delen van het functioneel leefgebied van de soort.

Figuur 3.1

Overzicht van de nesten en het functioneel leefgebied van huismus op het plangebied en in de directe omgeving hiervan (verantwoording: het kaartmateriaal is vervaardigd in QGIS).

14

3.2

Vleermuizen Waarnemingen, soorten en aantallen Tijdens de onderzoeksrondes zijn in totaal een drietal soorten waargenomen binnen of in de directe nabijheid van het plangebied (tabel 3.3). Waargenomen soorten betreffen de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus), ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii) en meervleermuis (Myotis dasycneme). De meest waargenomen soort betrof de gewone dwergvleermuis. Tijdens piekmomenten tijdens de voorjaarsrondes zijn in totaal 14 vleermuizen waargenomen, tijdens de najaarsrondes betrof dit circa 3 vleermuizen. De meervleermuis is enkel waargenomen in het najaar. Tabel 3.3

Waarnemingen en aantallen van vleermuizen gedurende de veldbezoeken.

Veldbezoek

Soort

Aantal

Gedrag

Vleermuis 1

Gewone dwergvleermuis Gewone dwergvleermuis

3 7

Foeragerend Overvliegend

Vleermuis 2

Gewone dwergvleermuis Gewone dwergvleermuis

5 1

Foeragerend Overvliegend

Vleermuis 3

Meervleermuis Gewone dwergvleermuis Gewone dwergvleermuis Gewone dwergvleermuis

~10 3 1 1

Overvliegend Overvliegend Baltsgedrag Paarverblijfplaats vastgesteld

Vleermuis 4

Gewone dwergvleermuis Gewone dwergvleermuis Gewone dwergvleermuis Gewone dwergvleermuis

2 1 1 1

Foeragerend Overvliegend Baltsgedrag Paarverblijfplaats vastgesteld

Vleermuis 5

Ruige dwergvleermuis

1

Paarverblijfplaats vastgesteld

Verblijfplaatsen Gedurende het onderzoek zijn 1 paarverblijfplaats gewone dwergvleermuis en 1 paarverblijfplaats ruige dwergvleermuis vastgesteld (figuur 3.3). Beide verblijfplaats bevinden zich binnen het plangebied. Mannetjes met territoria behorende bij de paarverblijfplaatsen zijn waargenomen op 2 locaties. In totaal zijn er derhalve 2 paarverblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld. Er zijn geen indicaties voor de aanwezigheid van een kraamverblijfplaats binnen het plangebied. Tijdens een van de najaarsrondes (d.d. 31 juli 2019) zijn er circa 10 meervleermuizen overgevlogen rond 22.58. Meervleermuizen vliegen over het algemeen later uit. In de bebouwing is geen potentie aanwezig voor meervleermuizen, gezien het ontbreken van grote openingen (ongeveer vergelijkbare openingen als voor laatvlieger). De exacte vindplaats van de verblijfslocaties zijn weergeven in tabel 3.4. In figuur 3.6 worden de ruimtelijke spreiding van de verblijfslocaties weergeven. In bijlage 1 is een grotere afbeelding met een totaaloverzicht van alle aanwezige soorten opgenomen. Tabel 3.4

Overzicht waargenomen verblijfplaatsen van vleermuizen. Per type verblijfplaats wordt de functie, het aantal individuen en de omschrijving van de locatie benoemd. * deze woningen vallen binnen het plangebied. GD = gewone dwergvleermuis,, RD = ruige dwergvleermuis.

Adres

Soort

Functie

Aantal

Julianalaan 68 Kaag

GD

Paar

1

Omschrijving Onder overstek noordgevel

15

Julianalaan 68 Kaag

RD

Paar

1

Achter houten betimmering westgevel

Vliegroutes en foerageergebieden Gedurende het vleermuisonderzoek is geen essentiële vliegroute en/of foerageergebied vastgesteld. Tijdens drie van de 5 rondes zijn een twee- tot drietal foeragerende gewone dwergvleermuizen waargenomen in de tuin van het plangebied. Dit betrof vaak een periode van 5-30 minuten. Gezien de beperkte groenstructuren en de aanwezigheid van geschikt foerageergebied in de omgeving, betreft de tuin van het perceel geen essentieel foerageergebied. Vleermuizen foerageren vaak de eerste minuten in de omgeving van hun verblijfplaatsen als eerste snack, om vervolgens door te vliegen naar een gebied met een hoger aanbod in insecten. Vaak blijven de individuen hier een zeer ruime tijd foerageren. Dit betreffen vaak gebieden met kruidenrijk mengsel, struweel, solitaire bomen met eventueel wateroppervlakte. De meervleermuizen vlogen vrijwel allemaal van noord naar zuidwest (vliegroute in figuur 3.2) over de woning aan de Julianalaan 68. De meervleermuizen vlogen op een hoogte van ongeveer 10 meter over en leken niet gebruik te maken van de bebouwing als lineaire structuren voor de vliegroute. Het is hierdoor aannemelijk dat de vliegroute niet verloren zal gaan bij het saneren van de bebouwing.

Figuur 3.2

Overzicht van de verblijfslocaties van vleermuizen op het plangebied en in de directe omgeving hiervan, de foerageergebieden en de vliegroutes (verantwoording: het kaartmateriaal is vervaardigd in QGIS)

16

Figuur 3.3 Tijdens de najaarsronde op 31 juli 2019 is een gewone dwergvleermuis aangetroffen onder de houten betimmering aan de achtergevel. Dit betreft een paarverblijfplaats van de soort. Van de ruige dwergvleermuis is geen duidelijke foto beschikbaar.

3.3

Overige soorten Naast de te onderzoeken soorten waarvoor het voorliggend onderzoek is uitgevoerd zijn tijdens de veldbezoeken overige soorten waargenomen. De volgende vogelsoorten zijn gedurende de veldbezoeken waargenomen: bruine kiekendief, kauw, zwarte kraai, kokmeeuw, scholekster, boerenzwaluw, meerkoet, vink, tjiftjaf, huismus, koolmees, spreeuw, merel, zanglijster, kramsvogel, grauwe gans, wilde eend, kuifeend, krakeend, knobbelzwaan, fuut, houtduif, Turkse tortel, smient en nijlgans . Deze waarnemingen bestaan met name uit overvliegende, rustende of foeragerende vogels. T.a.v. huiszwaluw en spreeuw zijn geen nesten gedefinieerd. In één gevallen is een nest van algemene broedvogels (kauw) waargenomen (tabel 3.5). In figuur 3.9 worden de locatie van het nest weergeven. Dit nest valt buiten de beoogde ontwikkeling en zal derhalve behouden blijven. In bijlage 1 is een grotere afbeelding opgenomen. Tabel 3.5 Locaties nesten en verblijfplaatsen van overige soorten. * deze woningen vallen binnen het plangebied. Per soort wordt het beschermingsregime weergegeven. VRL: vogelrichtlijn (Wnb, art. 3.1); HRL: habitatrichtlijn (Wnb, art. 3.5); Andere soorten (Wnb, art. 3.10). Omschrijving

Soort

Aantal

Bescherming

Wilhelminalaan 1

Kauw

1

VRL, cat. 5.

17

Figuur 3.9

Overzicht van het nest van de kauw (verantwoording: het kaartmateriaal is vervaardigd in QGIS).

18

4 Conclusie 4.1

Huismus In de periode april – mei 2019 is onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van de huismus in de woningen aan de plangebied. Het onderzoek is uitgevoerd conform de bepalingen in het Kennisdocument huismus (BIJ12, 2017a). Tijdens het onderzoek is vastgesteld dat de woning en de loods op het plangebied geen nesten bieden voor de huismus. Er zijn tevens geen nesten in de directe omgeving gedefinieerd. Het plangebied maakt geen deel uit van het functioneel leefgebied van de soort. Er hoeft voor deze soort geen ontheffing van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd alvorens vorengenoemde bebouwing gesaneerd kan worden.

4.2

Vleermuizen In de periode mei – september 2019 is onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van vleermuizen in de woningen aan de plangebied. Het onderzoek is uitgevoerd conform de bepalingen in het Vleermuisprotocol (NGB, 2017). Tijdens het onderzoek zijn 2 verblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld. Tijdens het onderzoek is vastgesteld dat de woning (Julianalaan 68) op het plangebied) een functie hebben voor de gewone en ruige dwergvleermuis als vaste rust- en verblijfplaats (paarverblijfplaats). Het plangebied maakt geen deel uit van het essentieel foerageergebied van beide soorten. Als gevolg van de beoogde werkzaamheden gaan de verblijfplaatsen aan locatie verloren. De beoogde renovatie leidt tot overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming art 3.5, lid 4 (wegnemen vaste rust- en/of verblijfplaatsen). Als gevolg van de verstoring van de verblijfplaatsen, het functionele leefgebied en overige verstoring door de werkzaamheden leiden de werkzaamheden tot overtreding van Wet natuurbescherming art. 3.5, lid 2. Er dient een ontheffing van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd alvorens vorengenoemde woning gesaneerd kan worden.

4.3

Overige soorten Het onderzoek beperkte zich in beginsel tot het vaststellen van de aan- dan wel afwezigheid van huismus en vleermuizen. Tijdens het onderzoek is tevens gelet op nesten en/of verblijflocaties van andere soorten op het plangebied. Er is één kauwnest aangetroffen. Deze bevindt zich buiten het plangebied. Mogelijk kan in het broedseizoen 2020 de bebouwing een plek bieden voor nesten van algemene broedvogels. Zoals beschreven staat in de Vogelrichtlijn zijn alle vogels in Nederland beschermd tijdens het broedseizoen (indicatief betreft dit de periode 15 maart t/m 15 juli). Om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen dienen werkzaamheden die mogelijk leiden tot verstoring of aantasting van nesten buiten het broedseizoen uitgevoerd te worden óf de bebouwing vooraf ongeschikt te maken.

19

4.4

Vervolgstap(pen) Voor de uitvoering van een deel van de renovatiewerkzaamheden is ontheffing nodig van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming (art. 3.5, lid 4: wegnemen vaste rust- en/of verblijfplaatsen). Conform het Kennisdocument gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis wordt aanbevolen om de navolgende aspecten te onderbouwen. Deze aspecten maken integraal onderdeel uit van het projectplan ten behoeve van de ontheffingsaanvraag. 1)

Er is sprake van een wettelijk belang (Wnb, art. 3.8, lid 5b)

2)

Bepaal waarborging van gunstige staat van instandhouding (Wnb, art. 3.8, lid 5c)

3)

Onderbouw de meest bevredigende oplossing (alternatieven afweging) (Wnb, 3.8, lid 5a)

4)

Bepaal mitigerende en compenserende maatregelen (Wnb, art. 3.8, lid 5c)

Een ontheffingsaanvraag is enkel succesvol als al deze aspecten voldoende onderbouwd kunnen worden. Indien de werkzaamheden geen wettelijk belang kennen of indien er vergelijkbare maatregelen zijn die gunstiger zijn voor de aanwezige soorten kan een ontheffing mogelijk geweigerd worden. De ontheffingsaanvraag bestaat uit de volgende onderdelen:

4.5

▪

Aanvraagformulier (dient nog opgesteld/ingevuld te worden)

▪

Projectplan met ecologisch werkprotocol (dient nog opgesteld te worden)

▪

Oriënterend onderzoek (reeds uitgevoerd)

▪

Aanvullend onderzoek (reeds uitgevoerd)

▪

Eventueel aanvullende documentatie (bijv. machtiging)

Vooruitzicht projectplanning Bevoegd gezag heeft de wettelijke termijn van 20 weken (13 + 7 weken verlenging) om te reageren op een ontheffingsaanvraag. De planning van de werkzaamheden dient aangepast te worden aan de aanwezige soorten om zoveel mogelijk de werkzaamheden uit te voeren buiten de kwetsbare periodes. Dergelijk maatwerk kan ervoor zorgen dat het project enkel in bepaalde periodes van het jaar uitgevoerd kan worden. Indien de werkzaamheden leiden tot het wegnemen van nesten of vaste verblijfplaatsen dienen alternatieve verblijfplaatsen gedurende een bepaalde periode aanwezig te zijn naast de huidige nesten of verblijfplaatsen. Deze gewenningsperiode is afhankelijk van de soort en het aantal individuen. Het tijdig aanbrengen van alternatieve verblijfplaatsen is van belang om onnodige vertraging te voorkomen. In tabel 4.1 staat een overzicht van de aangetroffen nesten en de minimale gewenningsperiode. Raadpleeg voor de plaatsing van de voorzieningen een ter zake deskundige. Tabel 4.1 Overzicht van de nesten en verblijfplaatsen die weggenomen worden door de geplande ontwikkeling. Per type nest en verblijfplaats staat de vereiste gewenningsperiode vermeld. Raadpleeg voor het treffen van voorzieningen een ter zake deskundige.

20

Soort

Type

Aantal

Gewenningsperiode

Gewone dwergvleermuis

Paar

1

Ruige dwergvleermuis

Paar

1

6 maanden voor start paarseizoen (tussen april – oktober) 1 maand voor start paarseizoen (tussen april – oktober)

5 Bronnen BIJ12, 2017a. Kennisdocument huismus, Passer domesticus. BIJ12, Utrecht BIJ12, 2017c. Kennisdocument gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus. BIJ12, Utrecht BIJ12, 2017d. Kennisdocument ruige dwergvleermuis Pipistrellus nathusii. BIJ12, Utrecht NGB, Zoogdiervereniging en GaN, 2017. Vleermuisprotocol, versie maart 2017 Jansen, J.J.M, 2018. Oriënterend onderzoek naar beschermde flora en fauna aan Julianalaan 68-70 te Kaag. Blom Ecologie B.V., Waardenburg.

Gebruikte websites www.arcgis.nl www.ruimtelijkeplannen.nl www.sovon.nl www.vleermuisprotocol.nl www.zoogdiervereniging.nl

21

Bijlage 1 Overzicht waarnemingen

Figuur 1

Locaties van huismusnesten en -foerageergebied. Gedurende het onderzoek zijn geen huismusnesten vastgesteld.

22

Figuur 2

Locatie van de aangetroffen verblijfplaatsen van vleermuizen.

23

Figuur 3

24

Aangetroffen nesten van overige vogelsoorten.

25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=711c920d-2243-467f-9b02-15d312d7e6fb