Bijlage 5 - Ecologische quickscan
Tekst van het document
Milieutechniek ● ● Bodemonderzoek ● Asbestonderzoek ● Ecologisch onderzoek ● Saneringen ●
Hopman en Peters B.V. Postbus 253 3700 AG Zeist KvK: 16087130 Telefoon: 030 691 59 31 www.hopmanenpeters.nl info@hopmanenpeters.nl IBAN: NL97RABO0385241666 BTW: NL 8023.22.621.B.01
Datum: Onderwerp: Ons projectnummer: Uw kenmerk: Locatie:
30 november 2023 ecologische QuickScan P2300035
Condor Project Development B.V. R. (Richard) Schaap Koningin Julianaweg 23 2264 BA Leidschendam
Herenweg 57 te Rijnsaterwoude
Geachte heer Schaap, Hierbij ontvangt u de rapportage van het door ons bureau uitgevoerde ecologische QuickScan op de locatie aan de Herenweg 57 te Rijnsaterwoude.
INLEIDING Aanleiding en geplande ingreep In verband met de voorgenomen sloop en nieuwbouw dient in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) een ecologische QuickScan te worden uitgevoerd. De bestaande bebouwing rond de Herenweg 57 te Rijnsaterwoude wordt gesloopt om plaats te maken voor een nieuwbouwcomplex.
Achtergrond Initiatiefnemers zijn wettelijk verplicht om voorgaand aan het uitvoeren van een ingreep onderzoek te laten doen naar de (mogelijke) effecten op beschermde flora en fauna en beschermde gebieden (Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen: EHS). Bovendien is het in sommige gevallen verplicht melding te doen van het kappen van houtopstanden. Daarnaast dient er mogelijk een ontheffing of vergunning aangevraagd te worden bij het bevoegd gezag via de Omgevingsvergunning of rechtstreeks bij de provincie (bevoegd gezag).
Doelstelling Deze rapportage geeft een eerste inschatting van (mogelijke) effecten op gebieden en op (potentieel) aanwezige beschermde flora en fauna zijn. Indien (negatieve) effecten op beschermde gebieden en beschermde soorten aanwezig zijn en/of de aanwezigheid van beschermde flora en fauna niet afdoende kan worden aangetoond of uitgesloten, is nader onderzoek noodzakelijk. Het doel van de ecologische QuickScan is het in kaart brengen van de te verwachten effecten op beschermde gebieden en soorten in en in de directe omgeving van het plangebied. De QuickScan betreft geen gerichte inventarisatie naar soorten. De volgende vragen dienen beantwoord te worden: ➢ Welke beschermde natuurwaarden en flora en fauna zijn in het plangebied aanwezig of te verwachten?
P2300035 30 november 2023 2
Ecologische QuickScan Herenweg 57 te Rijnsaterwoude
➢ Heeft de ingreep mogelijk effecten op de potentieel aanwezige natuurwaarden? Zo ja, welke effecten zijn dit? ➢ Houden deze effecten mogelijk een overtreding van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming in? ➢ Welke mogelijkheden zijn er om deze negatieve effecten te minimaliseren of te voorkomen? ➢ Is nader onderzoek noodzakelijk? ➢ Is ontheffing of vergunning van de Wet natuurbescherming noodzakelijk?
WERKWIJZE De werkwijze is op te delen in een bureauonderzoek en een veldbezoek. Hierbij is het volgende stappenplan uitgevoerd: ➢ De ligging van het plangebied is opgezocht. ➢ M.b.v. bureauonderzoek is onderzocht welke beschermde flora en fauna in het plangebied, en in de directe omgeving daarvan, recentelijk zijn waargenomen of zijn te verwachten. Hierbij is gebruik gemaakt van diverse verspreidingsatlassen, NDFF en verslagen van Particuliere Gegevens-beherende Organisaties (PGO’s). ➢ Op 8-3-2023 is het plangebied bezocht door Rosalie Dekker. Tijdens het veldbezoek is het plangebied, en de directe omgeving daarvan, geïnventariseerd op de aanwezigheid van ruimtelijk structuren en habitatten. Hierbij is gebruik gemaakt van een verrekijker en een camera. ➢ Op basis van het bureauonderzoek en veldbezoek is het plangebied beoordeeld op de (mogelijke) aan- of afwezigheid van beschermde flora en fauna. Op grond van de voorgenomen ingreep is bepaald: ➢ Welke negatieve effecten te verwachten zijn op de (potentieel) aanwezig beschermde natuurwaarden. ➢ Of negatieve effecten op voorhand zijn uit te sluiten of dat hiervoor nader onderzoek noodzakelijk is. ➢ Of ontheffing en/of vergunning aangevraagd dient te worden.
PLANGEBIED Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Kaag en Braassem, sectie A, percelen 2519, 2520, 2521, 2522, 2604, 3130, 3131 en 3140. Zie figuur 1 voor een overzicht van de locatie.
P2300035 30 november 2023 3
Figuur 1.1 afbakening locatie
Figuur 1.2 ligging locatie uitgezoomd
Ecologische QuickScan Herenweg 57 te Rijnsaterwoude
P2300035 30 november 2023 4
Ecologische QuickScan Herenweg 57 te Rijnsaterwoude
Beschrijving plangebied De locatie is gelegen in het dorp Rijnsaterwoude. Rijnsaterwoude is een klein dorp en ligt als een lint langs de herenweg en is omgeven door water. Verder is de omgeving erg landelijk. Aan de westkant grenst de locatie direct aan het Braassemermeer en aan de oostzijde aan de Herenweg. Aan de andere kant van de Herenweg (dus oostkant) loopt een sloot. Zie figuur 2 voor een beeld van de omgeving.
Figuur 2 Beeld omgeving van locatie
BUREAUONDERZOEK Met behulp van de NDFF is bekeken welke beschermde soorten aanwezig kunnen zijn in en rondom het plangebied. Daarnaast is er met behulp van google maps gekeken naar de ligging van de locatie en een eerste inschatting gemaakt van de geschiktheid (voor gebouw bewonende soorten) van de aanwezige bebouwing. Met de ligging en de te verwachten soorten is een inschatting gemaakt welke soorten mogelijk negatieve effecten kunnen ervaren van de voorgenomen werkzaamheden. Tijdens de QuickScan dient beoordeeld worden of deze soorten ook daadwerkelijk negatieve effecten kunnen ervaren door werkzaamheden en of en nader onderzoek nodig zal zijn. Bij ‘Resultaten Ecologische QuickScan’ worden de bevindingen besproken.
P2300035 30 november 2023 5
Ecologische QuickScan Herenweg 57 te Rijnsaterwoude
RESULTATEN ECOLOGISCHE QUICKSCAN Beschermde gebieden Natura 2000 De dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied t.o.v. de planlocatie zijn op ca. 10km ten Zuidoosten de ‘Nieuwkoopse Plassen & De Haeck’ en op ca. 12 km ten zuidwesten ‘De Wilck’. Zie figuur 3.
Figuur 3 Natura 2000 en NNN t.o.v. planlocatie
P2300035 30 november 2023 6
Ecologische QuickScan Herenweg 57 te Rijnsaterwoude
NNN-gebied Beschermd NNN-gebied ligt op ca. 1,5 km afstand ten zuiden van de planlocatie. Zie figuur 4. In dit geval is het beschermde gebied een water, namelijk de Leidsche Vaart en een deel van het Braassemermeer.
Figuur 4 NNN-kaart t.o.v. planlocatie
Strategische reservering natuur Het plangebied bevindt zich niet in of nabij strategisch gereserveerde natuur.
P2300035 30 november 2023 7
Ecologische QuickScan Herenweg 57 te Rijnsaterwoude
Weidevogelgebied Ook belangrijk weidevogelgebied komt niet binnen het plangebied voor. Hier zullen geen negatieve effecten op worden uitgeoefend.
Bijzonder provinciaal landschap De provincie Noord-Holland bevat de volgende karakteristieke landschapselementen aangegeven in de onderstaande figuur. Het plangebied bevindt zich niet in een van deze gebieden.
P2300035 30 november 2023 8
Ecologische QuickScan Herenweg 57 te Rijnsaterwoude
Beschermde soorten Naar aanleiding van het bureauonderzoek en het veldbezoek wordt onderstaand per soortgroep aangegeven welke beschermde soorten en functies mogelijk aanwezig kunnen zijn in het plangebied welke mogelijk negatieve effecten kunnen ervaren van de voorgenomen werkzaamheden.
Vaatplanten Volgens de NDFF komt er in de directe omgeving (0-5km) maar één beschermde plantensoort voor. Dit is de knolspirea. De Knolspirea is waargenomen binnen een straal van 1 – 5 km van de planlocatie. De soort groeit op kalkgraslanden, heiden, rotsbodem, in bermen en boszomen. Verder houdt de soort van zonnige vrij droge plaatsen. De planlocatie biedt geen geschikt groeigebied voor de knolspirea. Daarnaast is er ook niks aangetroffen wat knolspirea zou kunnen zijn. Negatieve effecten op de groep Vaatplanten worden niet verwacht.
Broedvogels Volgens de NDFF komen er veel verschillende soorten broedvogels voor in de omgeving. Echter zijn van de te verwachten soorten maar een aantal met jaarrond beschermde nesten. Het gaat dan om de roofvogels en uilen, huismus en de grote gele kwikstaart. Het perceel waar gesloopt en gebouwd wordt is vlak zonder bomen, dus nestlocaties van roofvogels zijn al uit te sluiten. De ‘tuin’ bij woning nr. 59 is ook bekeken op nesten. Hier staan aan de rand namelijk wel veel bomen. Maar ook hier zijn geen nesten waargenomen. De huismus broedt in gebouwen maar de aanwezige gebouwen bieden geen ruimte aan de huismus. Het ‘huisje’ voor aan straat heeft wel dakpannen maar hieronder is geen ruimte. Ook aan de onderkant is het zodanig dichtgemaakt dat er geen ruimte is voor de huismus. Nestlocaties van de huismus zijn dus ook uit te sluiten. De grote gele kwikstaart broedt vrijwel uitsluitend aan de oevers van (snelstromende) beken en rivieren, liefst met loofbomen eromheen. De locatie grenst aan een meer en ligt in land/akkerbouw gebied. Het biedt dus ook geen geschikt habitat voor de grote gele kwikstaart. De wilgenbomen op het stukje landtong zijn ook bekeken op mogelijke holtes voor de bosuil. Er zijn echter geen geschikte holtes gevonden. Er waren wel holtes aanwezig maar deze zaten zo laag bij de grond dat de bosuil hier niet in zou gaan.
Er zijn ook geen braakballen of uitwerpselsporen gevonden rondom de wilgenbomen. Daarnaast geeft de bosuil ook voorkeur aan gebied met bos in de buurt (zoals de naam al zegt). Dit is buitengebied aan een groot water wat niet direct ideaal is. Het voorkomen van een nestlocatie van de bosuil is niet te verwachten. Aangezien er ook op het water gewerkt gaat worden en er de mogelijkheid is dat er (niet jaarrond beschermde) watervogels broeden langs de rand van het meer geldt het advies om te werken buiten het broedseizoen óf om voorafgaand we werkzaamheden vast te laten stellen dat er geen broedsels verstoord kunnen worden door de werkzaamheden. De steiger om het meer biedt een soort rustig water zone wat mooie mogelijkheden biedt voor watervogels. Het broedseizoen loopt van ca. 15 maart tot 15 juli. Met zachte winters en lange zomers kan dit broedseizoen langer zijn. Er is dan ook op het moment van locatiebezoek een broedende grauwe gans waargenomen op het
P2300035 30 november 2023 9
Ecologische QuickScan Herenweg 57 te Rijnsaterwoude
stukje landtong. Zie figuur 5. Indien de grote loods gesloopt wordt en er op het water gewerkt wordt, zal een broedsel zoals deze verstoord worden. Broedende vogels zijn altijd beschermd, ook buiten het broedseizoen om. De nesten echter niet, mits ze niet gebruikt worden om te broeden. Buiten het broedseizoen om, mits er niet gebroed wordt, zullen de werkzaamheden uitgevoerd kunnen worden.
Figuur 5 Overzicht locatie
Vleermuizen Volgens de NDFF komen er verschillende soorten vleermuizen in de omgeving voor. Aangezien het pand gesloopt wordt is het van belang dat hier geen vleermuisverblijfplaatsen in aanwezig zijn. Het ‘huisje’’ voor aan straat biedt geen openingen aan vleermuizen. Alles zit rondom dicht en er zijn geen kieren/spleten waar vleermuizen in of achter kunnen kruipen. Het huis aan de loods biedt echter wel mogelijkheden voor vleermuizen. Er zijn namelijk open stootvoegen aanwezig in de gevel. Zie figuur 6, twee stootvoegen zijn omcirkeld. Vleermuizen houden daarnaast ook van lijnvormige structuren zoals bomenrijen en sloten om langs te vliegen naar hun vaste locaties (zoals foerageergebied en verblijfslocaties). Rechts (oostelijk) van de Herenweg loopt een sloot en richting het huis met de stootvoegen loopt ook een water. De mogelijkheid is dat vleermuizen langs dit water vliegen om bij de verblijven te komen in het gebouw. Het is dus niet uit te sluiten dat er vleermuizen gebruik maken van het gebouw. Er zal nader onder moeten worden uitgevoerd. Op de rest van het terrein staat een grote loods. Hier zijn geen geschikte openingen voor vleermuizen gevonden.
P2300035 30 november 2023 10
Ecologische QuickScan Herenweg 57 te Rijnsaterwoude
Figuur 6 Open stootvoegen
Overige zoogdieren Volgens de NDFF komen er een aantal overige zoogdieren in de nabije omgeving voor. Dit zijn o.a. de bunzing, egel, haas en woelrat. In een iets grotere straal komen er nog een aantal marterachtigen en muizen voor. Nu zijn er in de provincie Zuid-Holland een aantal soorten vrijgesteld van de Wet Natuurbescherming indien de werkzaamheden ten behoeve van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebied zijn. Dit betekend dat er voor deze soorten enkel de zorgplicht geldt (zie bijlage 3). Dit geldt voor: De aardmuis, bastaardkikker, bosmuis, bruine kikker, bunzing, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel,
P2300035 30 november 2023 11
Ecologische QuickScan Herenweg 57 te Rijnsaterwoude
gewone bosspitsmuis, gewone pad, haas, hermelijn, huisspitsmuis, kleine watersalamander, konijn, meerkikker, ree, rosse woelmuis, veldmuis, vos, wezel, woelrat.
Vissen Volgens de NDFF komen er in de nabije omgeving geen beschermde vissoorten voor. Voor de werkzaamheden geld dus alleen de zorgplicht (zie bijlage 3).
Amfibieën en reptielen Volgens de NDFF komen de gewone pad en groene kikker in de nabije omgeving voor. Aan reptielen komt er niks voor in de nabije omgeving. Voor de gewone pad geldt een vrijstelling (zie onderaan ‘overige zoogdieren’) en daarmee enkel de zorgplicht. De groene kikker is eigenlijk een verzamelnaam voor drie verschillende kikkers, de meerkikker, poelkikker en bastaardkikker (de derde is een hybride tussen de vorige twee). Nu geldt er voor de meerkikker en voor de bastaardkikker ook een vrijstelling en alleen voor de poelkikker niet. Echter is de poelkikker niet te verwachten binnen het plangebied. De poelkikker komt voor in vennen, poelen en watergangen in hoogveengebied en in de uiterwaarden.. De soort heeft een voorkeur voor stilstaande wateren in bos-en heidegebieden op hogere zandgronden. Dat is hier niet aan de orde.
Ongewervelden Binnen een straal van 0-1 km komen volgens de NDFF geen beschermde ongewervelden voor. Binnen een straal van 1-5 km komen de volgende soorten voor: Platte schijfhoren (weekdier), groene glazemaker (libel) en de grote vos (dagvlinder). De platte schijfhoren komt voor in zoete, heldere en schone wateren met een rijke begroeiing. De soort leeft niet in verontreinigd of brak water. Daarnaast komen ze eerder voor in plassen en eigenlijk niet in meren. De platte schijfhoren is dus niet te verwachten in het Braassemermeer. De groene glazemaker komt voor in stilstaande wateren met dichte krabbescheervelden, dit gaat om sloten, plassen en petgaten in laagveengebieden en sloten in veenweidegebieden. Nu biedt het braassemermeer dus geen geschikt leefgebied aangezien het veels te groot is. De grote vos komt voor in cohvitge open bossen, aan bosranden, boomgaarden en andere plekken met grote vrijstaande bomen. Nu staan er wel bomen in de omgeving maar is het geen bosrijk gebied, het is poldergebied. Het voorkomen van essentieël leefgebied van de grote vos is dus ook uit te sluiten.
TOETSING EN EFFECTBEOORDELING Beschermde gebieden (Natura 2000 en NNN) De beschermde gebieden die het dichtst bij het plangebied liggen zijn de Nieuwkoopse Plassen & De Haeck’ en ‘De Wilck’. Aan beschermd NNN-gebied ligt de Leidsche vaart in de buurt. Door de aanwezigheid van menselijke invloeden aanwezig in de vorm van agrarisch gebied, wegen en bewoning tussen het plangebied en de beschermde gebieden. Hierdoor zijn negatieve effecten op de beschermde gebieden zoals geluids- en visuele verstoringen t.g.v. de werkzaamheden te sluiten. Er zal voor de werkzaamheden wel een AERIUS-berekening moeten worden gemaakt om uit te rekenen of de stikstofuitstoot tijdens en na de werkzaamheden niet in overtreding is met de Wet
P2300035 30 november 2023 12
Ecologische QuickScan Herenweg 57 te Rijnsaterwoude
natuurbescherming. Of er sprake is van overtreding van de Wet natuurbescherming t.a.v. Natura 2000 en NNN is dus nog niet uit te sluiten.
Beschermingsregime Vogelrichtlijnsoorten Binnen het plangebied zijn broedvogels op het water en de kant te verwachten die mogelijk negatieve effecten kunnen ervaren van de werkzaamheden. Indien er buiten het broedseizoen lopende van ca. 15 maart – 15 juli wordt gewerkt zullen de werkzaamheden niet in overtreding zijn met artikel 3.1, lid (1,2,3,4)* van de Wet natuurbescherming. *
1=opzettelijk vogels doden of vangen 2=opzettelijk nesten, rustplaatsen, eieren vernielen/beschadigen/wegnemen 3=eieren rapen 4=opzettelijk storen
Beschermingsregime Habitatrichtlijnsoorten Binnen het plangebied zijn beschermde vleermuissoorten te verwachten die mogelijk negatieve effecten kunnen ervaren van de werkzaamheden. Bij aanwezigheid van vleermuissoorten (zal moeten blijken uit een naderonderzoek) zullen de werkzaamheden in overtreding zijn met artikel 3.5, lid (1,2,4)* *
1=opzettelijk doden of vangen 2=opzettelijk verstoren 3=eieren vernielen of rapen 4=voortplantings-/rustplaatsen beschadigen of vernielen 5=planten plukken, verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen
Beschermingsregime Andere Soorten Binnen het plangebied zijn geen beschermde ‘andere soorten’ te verwachten die mogelijk negatieve effecten kunnen ervaren van de werkzaamheden. Werkzaamheden zullen niet in overtreding zijn met artikel 3.10, lid (1,2,3)* *
1=opzettelijk dieren doden of vangen 2=voortplantings/rustplaatsen beschadigen of vernielen 3= planten plukken, verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen
CONCLUSIES EN ADVIES Conclusies ➢ Er zijn mogelijk broedvogels aanwezig op het water in het broedseizoen. De werkzaamheden op het water dienen na het broedseizoen plaats te vinden óf er dient vastgesteld te worden dat er geen broedvogels aanwezig zijn die last kunnen hebben van de werkzaamheden. ➢ Er zijn mogelijk vleermuizen aanwezig in een deel van het te slopen gebouw ➢ Er zal nader onderzoek moeten worden uitgevoerd naar vleermuizen
P2300035 30 november 2023 13
Ecologische QuickScan Herenweg 57 te Rijnsaterwoude
➢ Uit het naderonderzoek zal blijken of er een ontheffing vereist zal zijn
Bijkomend advies voor de werkzaamheden ➢ Tijdens de werkzaamheden dient te allen tijde de zorgplicht in acht te worden genomen. (aanwezige natuurwaarden zo min mogelijk verstoren)/ art. 1.11 Wnb ➢ Bij broedgevallen: buiten broedseizoen OF door deskundige laten vaststellen dat deze niet verstoord kunnen worden → ecologisch werkprotocol ➢ Verstorende werkzaamheden zo beperkt mogelijk houden Indien u naar aanleiding van dit rapport vragen heeft kunt u contact opnemen met ondergetekende.
Met vriendelijke groet, Hopman en Peters R. (Rosalie) Dekker Gecontroleerd door: B. (Barbara) Achterberg Contactpersoon/ projectleider: T. (Tieme) Veen
BIJLAGEN BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3
FOTO’S VOGELSOORTEN MET JAARRROND BESCHERMDE NESTEN WET- EN REGELGEVING
BIJLAGE 1 FOTO’S
BIJLAGE 2 VOGELSOORTEN MET JAARROND BESCHERMDE NESTEN Soort Steenuil Athene noctua Gierzwaluw Apus apus Huismus Passer domesticus Roek Corvus frugilegus Grote gele kwikstaart Motacilla cinerea Kerkuil Tyto alba Oehoe Bubo bubo Ooievaar Ciconia ciconia Slechtvalk Falco peregrinus Boomvalk Falco subbuteo Buizerd Buteo buteo Havik Accipiter gentilis Ransuil Asio otus Sperwer Accipiter nisus Wespendief Pernis apivorus Zwarte wouw Milvus migrans Blauwe reiger Ardea cinerea Boerenzwaluw Hirundo rustica Bonte vliegenvanger Ficedula hypoleuca Boomklever Sitta europaea Boomkruiper Certhia brachydactyla Bosuil Strix aluco Brilduiker Bucephala clangula Draaihals Jynx torquilla Eidereend Somateria mollissima Ekster Pica pica Gekraagde roodstaart Phoenicurus phoenicurus Glanskop Parus palustris Grauwe vliegenvanger Muscicapa striata Groene specht Picus viridis Grote bonte specht Dendrocopos major Hop Upupa epops Huiszwaluw Delichon urbicum IJsvogel Alcedo atthis Kleine bonte specht Dendrocopos minor Kleine vliegenvanger Ficedula parva Koolmees Parus major Kortsnavelboomkruiper Certhia familiaris macrodactyla Oeverzwaluw Riparia riparia Pimpelmees Parus caeruleus Raaf Corvus corax Ruigpootuil Aegolius funereus Spreeuw Sturnus vulgaris Tapuit Oenanthe oenanthe Torenvalk Falco tinnunculus Zeearend Haliaeetus albicilla
Categorie 1 2 2 2 3 3 3 3 3 4 4 4 4 4 4 4 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5
Uitleg categorie Nesten die buiten het broedseizoen ook als vaste rust- en verblijfplaats dienen Nesten van koloniebroeders die op dezelfde plaats broeden en daarin honkvast zijn of afhankelijk zijn van bebouwing Nesten van vogels die ieder jaar op dezelfde plaats broeden en daarin honkvast zijn of afhankelijk zijn bebouwing
Vogels die ieder jaar gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn om een nest te bouwen
Nesten zijn alleen beschermd in het broedseizoen, wel is een inventarisatie gewenst
Soort Zwarte kraai Corvus corone Zwarte mees Periparus ater Zwarte roodstaart Phoenicurus ochruros Zwarte specht Dryocopus martius
Categorie 5 5 5 5
Uitleg categorie
BIJLAGE 3 WET- EN REGELGEVING WET NATUURBESCHERMING Sinds 1 januari 2017 is in Nederland de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht. Deze wet omvat zowel soort- als gebiedsbescherming en vervangt hiermee de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en Faunawet en de Boswet. Gebiedsbescherming Vanuit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn zijn lidstaten verplicht speciale beschermingszones (Natura 2000-gebieden) aan te wijzen. Elk Natura 2000-gebied heeft instandhoudingsdoelstellingen t.a.v.: ➢ Leefgebieden voor vogelsoorten (Vogelrichtlijn) ➢ Natuurlijke habitatten en de habitatten van soorten (Habitatrichtlijn) Gebiedsbescherming Artikel 2.7, lid 2 Wet natuurbescherming: Het is verboden om activiteiten binnen en buiten een Natura 2000-gebied uit te voeren die, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen: 1.
de kwaliteit van de natuurlijke habitatten of de habitatten van soorten in dat gebied kan verslechteren, of
2.
een significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen.
De activiteit kan alleen uitgevoerd worden als de provincie (Bevoegd Gezag) waarin de activiteit plaatsvindt een vergunning verleend. Voor werkzaamheden die uitgevoerd worden in nationaal belang is de minister van Economische Zaken bevoegd gezag. Soortbescherming In de Wnb wordt onderscheid gemaakt tussen drie beschermingsregimes: ➢ Vogelrichtlijnsoorten, ➢ Habitatrichtlijnsoorten, ➢ Andere soorten (nationale soorten). Per beschermingsregime zijn aparte verbodsbepalingen opgesteld, zie onderstaande tekstvak. Deze verbodsbepalingen gelden overal in Nederland en kunnen daarom van invloed zijn op ruimtelijke ingrepen en/of het herzien/opstellen van bestemmingsplannen. Deze activiteiten dienen getoetst te worden aan de Wet natuurbescherming. De toetsing omvat: ➢ Inventarisatie van het (mogelijk) voorkomen van wettelijk beschermde dier- en plantensoorten in het plangebied en de directe omgeving daarvan, ➢ Inventarisatie en beoordeling van (significant) nadelige effecten t.g.v. de activiteit op beschermde soorten die binnen het plangebied en/of de directe omgeving daarvan aanwezig zijn, ➢ Indien nodig, een opname van maatregelen die de (significant) negatieve effecten op de beschermde soorten en diens habitatten mitigeren en/of compenseren.
Soortbescherming Vogelrichtlijnsoorten: artikel 3.1 Wet natuurbescherming: Hieronder vallen alle van nature in Nederland in het wild voorkomende vogels. 1. 2. 3. 4.
Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen.
Habitatrichtlijnsoorten: artikel 3.5 Wet natuurbescherming: Hieronder vallen alle dieren uit de Habitatrichtlijn, bijlage IV, onderdeel a, het Verdrag van Bern, bijlage II en het Verdrag van Bonn, bijlage I, en alle planten uit de Habitatrichtlijn, bijlage IV, onderdeel b en het Verdrag van Bern, bijlage I. 1.
2. 3. 4. 5.
Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. Het is verboden eieren van de dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn of bijdrage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen of af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Andere soorten: artikel 3.10, lid 1 Wet natuurbescherming: Hieronder vallen nationaal beschermde soorten. a) In het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten genoemd in de bijlage, onderdeel A bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b) De vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen; c) Vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Ontheffing en vrijstellingen Wanneer ten minste 1 verbodsbepaling uit bovenstaande artikelen overtreden wordt, dient een ontheffing aangevraagd te worden bij de provincie (Bevoegd gezag) waarin de activiteit plaatsvindt. Een ontheffing geeft de initiatiefnemer de mogelijkheid om onder voorwaarden de wet te overtreden. Vrijstellingen beschrijven handelingen en situaties waarin de wet niet van toepassing is. Deze kunnen verkregen worden wanneer er: ➢ Geen andere bevredigende oplossing bestaat, ➢ Geen negatief effect is op de staat van intandhouding van de soort, ➢ Er voldaan is aan de in de wet genoemde belangen (art. 3.3, lid 4b, art. 3.8, lid 5b en art. 3.10, lid 2).
Voor vogels kan echter geen beroep gedaan worden op belang “Dwingende reden van groot openbaar belang”. Wanneer overtreding van de verbodsbepalingen voorkomen kan worden door het treffen van mitigerende maatregelen, is het aanvragen van een ontheffing niet nodig. Wel kan in dergelijke gevallen toch ontheffing aangevraagd worden om de te treffen maatregelen goed te laten keuren. Indien het bevoegd gezag de maatregelen goedkeurt, wordt door hen een “positieve afwijzing” afgegeven. Bij de aanvraag van een ontheffing zijn een activiteitenplan en/of een compensatieplan noodzakelijk. Hierin staan de bevindingen uit de ecologische quickscan vermeld en worden maatregelen beschreven die uitgevoerd dienen te worden om ervoor te zorgen dat de nadelige effecten op beschermde plant- en diersoorten zoveel mogelijk te voorkomen, dan wel te beperken. Voor de soorten uit beschermingsregime “Andere soorten” geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen uit artikel 3.10, mits een door het ministerie van EZ goedgekeurde gedragscode van toepassing is op de activiteit. Indien aantoonbaar gewerkt kan worden volgens een dergelijke gedragscode, hoeft geen ontheffing aangevraagd te worden voor overtreding van één of meerdere verbodsbepalingen uit artikel 3.10 van de Wnb.
Indien er geen goedgekeurde gedragscode van toepassing is op de activiteit of het niet mogelijk is om volgens een dergelijke gedragscode te werken, dient bij overtreding van verbodsbepalingen wel een ontheffing aangevraagd te worden. Zorgplicht (artikel 1.11 Wet natuurbescherming) Voor alle plant- en diersoorten (inclusief onbeschermde soorten) geldt de zorgplicht. Dit houdt in dat (mogelijke) nadelige gevolgen voor planten en dieren, voor zover mogelijk, zoveel mogelijk vermeden dienen te worden. De Zorgplicht dient hiermee als vangnet voor de onbeschermde soorten in Nederland.
NATUURNETWERK NEDERLAND Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS), omvat beschermde gebieden die zijn aangewezen t.b.v. ecologische verbindingen tussen natuurgebieden. Deze gebieden vormen hiermee een ecologisch netwerk waarvan de natuurwaarden niet mogen worden aangetast. De (mogelijke) effecten dienen daarom ook getoetst te worden op deze natuurwaarden. De provincie waarbinnen het plangebied valt is tevens Bevoegd Gezag.