CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Uitwerking ruimtelijke strategie asielopvang

Gemeenteraad 22 april 2024, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Invulling Spreidingswet.1.255 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

GS brief aan Provinciale Staten Provinciehuis Postbus 90602 2509 LP Den Haag T 070 - 441 66 11 www.zuid-holland.nl Datum 12 december 2023 Ons kenmerk PZH-2023-844993614 DOS-2023-0000151 Bijlagen 1

Aan Provinciale Staten

Onderwerp: Uitwerking ruimtelijke strategie asielopvang Geachte Statenleden, Vanuit de regionale regietafels (RRT’s) zijn vragen gesteld over de ruimtelijke kaders van de provincie voor de realisatie van asielopvang. Om deze vragen te beantwoorden, is voor het zomerreces door ons een brief gestuurd naar de RRT’s over de ruimtelijke strategie asielopvang. Op 27 juni hebben wij u hierover geïnformeerd (PZH-2023-835251556). In de brief gaven wij aan dat voor grotere asielopvanglocaties maatwerk bespreekbaar is en dat wij onderzoeken welke beleidswijzigingen in het provinciaal ruimtelijk beleid nodig zijn om snel in te kunnen spelen op opvanglocaties in de regionale plannen voor asielopvang. Zie voor de volledige brief bijlage 1. In deze brief wordt ingegaan op de stand van zaken van de realisatie van asielopvang en worden vervolgens twee punten uit de eerdere brief verder toegelicht. Stand van zaken realisatie asielopvang Er zijn landelijk te weinig opvangplekken voor asielzoekers. De provincie Zuid-Holland wil samen met gemeenten verantwoordelijkheid nemen in de maatschappelijke opgave om kwantitatief en kwalitatief betere asielopvang te realiseren.

Vooruitlopend op de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen, kortweg Spreidingswet, zijn daarom op de provinciale regietafel (PRT) van 26 januari 2023 afspraken gemaakt over het realiseren van 10.000 reguliere opvangplekken en het opstellen van regioplannen hierover. Dit als tussenstap richting de door het Rijk gevraagde totaalopgave van 19.097 reguliere opvangplekken op 1 januari 2024 in Zuid-Holland (zie ook PZH2023-828115809). Op 1 januari 2025 stijgt de totaalopgave die aan Zuid-Holland wordt gevraagd naar 26.920 reguliere opvangplekken. Op peildatum 1 oktober 2023 waren er 1.755 reguliere opvangplekken in Zuid-Holland.1 Daarnaast waren er 6.641 tijdelijke (crisis)noodopvangplekken. Deze plekken zijn op locaties die vaak een te laag kwaliteits- en voorzieningenniveau hebben en tijdelijk zijn ingericht, waardoor ze niet meetellen voor de totaalopgave. De Spreidingswet telt enkel de reguliere opvangplekken voor de taakstelling. Mogelijkheden voor maatwerk Voor het realiseren van voldoende asielopvang zijn regionale regietafels (RRT’s) ingericht. Elke RRT stelt een regioplan op waarin staat beschreven hoe aan de asielopgave wordt voldaan. Momenteel heeft de provincie een rol in het organiseren van de provinciale regietafel (PRT), het ondersteunen

1

Uit bijlage bij de brief van de staatssecretaris van het ministerie van Justitie en Veiligheid, 10 november 2023.

Ons kenmerk PZH-2023-844993614

van de regio’s bij het opstellen van de regioplannen om tot voldoende asielopvang te komen en het samen met het Rijksvastgoedbedrijf, het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) en gemeenten zoeken naar potentiële nieuwe locaties die gemeenten in kunnen zetten voor de opvang van asielzoekers. In het regioplan worden locaties opgenomen die bij voorkeur voor minimaal vijf jaar beschikbaar zijn en passen binnen de kaders van het Omgevingsbeleid van de provincie. Zeer kansrijke opties zijn locaties binnen bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Te denken valt aan het transformeren van bestaand vastgoed zoals leegstaande kantoorgebouwen, maar ook (tijdelijke) nieuwbouw op braakliggend terrein. Ook woningbouwlocaties buiten BSD die zijn opgenomen in het Omgevingsbeleid, de zogenaamde 3 hectare locaties, zijn kansrijk om (tijdelijk) te benutten. Om aan de opgave te kunnen voldoen, zijn grotere locaties nodig. Dit ook vanuit de gedachte dat deze locaties het mogelijk maken om meer kleinschalige opvang te realiseren (kleine locaties kunnen leunen op de voorzieningen van grote locaties). Voor grotere locaties, die niet passen binnen het Omgevingsbeleid, zijn voor ons maatwerk oplossingen acceptabel. Gedeputeerde Staten (GS) kunnen op aanvraag van burgemeester en wethouders ook ontheffing verlenen, mits ruimtelijk aanvaardbaar.

De voorwaarde die wij richting gemeenten daaraan verbinden is dat het gaat om grotere locaties, die minimaal vijf jaar beschikbaar zijn en minimaal 500 opvangplekken hebben. Bij uitzondering is een lager aantal bespreekbaar, mits het past binnen de business case van het COA. Hierbij hanteren wij 250 opvangplekken als ondergrens. Binnen BSD is een lager aantal ook bespreekbaar als daar technische redenen voor zijn zoals de veiligheid of inrichtingskosten. Vooral bij de tijdelijke huisvesting op een bedrijventerrein verbinden wij hier de voorwaarde aan dat dit veilig moet zijn voor de bewoners van de locatie. Buiten BSD is het van belang dat een locatie zorgvuldig wordt ingepast met aandacht voor de ruimtelijke kwaliteit en afstand tot voorzieningen voor de bewoners van de locatie. Daarnaast kan bij het verlenen van een ontheffing als voorwaarde vanuit de provincie worden gesteld dat de gemeente de functie maatschappelijk-asielopvang geeft aan de locatie en dat de plek na een afgesproken periode weer wordt teruggebracht in de oorspronkelijke staat. Wij vinden het overigens bespreekbaar om op een plek die minimaal 10 jaar is gebruikt voor asielopvang aan de rand van een kern, op basis van het straatje erbij of ertussen, daarna woningbouw mogelijk te maken. Procedure om ontheffing te verlenen (Protocol afspraak) Het verlenen van ontheffing betreft een bevoegdheid van GS.

De beslissingsbevoegdheid met betrekking tot ontheffingsverzoeken is onderworpen aan de zogenaamde voorhangprocedure welke onderdeel is van de protocol afspraken. In de protocol afspraken is nu met u afgesproken dat het voornemen tot het verlenen van ontheffing ter consultatie via een (interne) voorhangprocedure aan u wordt voorgelegd. De voorhangprocedure is als volgt: 1. GS stellen een voornemen vast om een ontheffing te verlenen. 2. GS informeren de dag na het GS besluit de Statencommissie over dit voornemen. 3. Op verzoek van minimaal 2 partijen (minimaal 1 lid van een afzonderlijke partij) kan het voornemen worden geagendeerd als bespreekstuk in de Statencommissie die het thema ruimte behandelt. Dit dient binnen 10 werkdagen na ontvangst van het voornemen van GS kenbaar te worden gemaakt. GS houden daarbij rekening met de recesperiodes van PS. 2/3

Ons kenmerk PZH-2023-844993614

4. a) Indien bespreking wordt gevraagd: bespreking in de eerstvolgende Statencommissie. b) Indien geen bespreking wordt gevraagd: GS besluit wordt aan de gemeente toegezonden. 5. GS nemen zo snel mogelijk na bespreking in de Statencommissie, een definitief besluit over de ontheffing. Met de komst van de Omgevingswet is de beslistermijn voor een reguliere vergunning voor gemeenten 8 weken, met de mogelijkheid om deze termijn één keer met 6 weken te verlengen. Het is daarom noodzakelijk dat deze procedure tot het verlenen van ontheffing zo snel als mogelijk wordt doorlopen, zodat gemeenten binnen de wettelijke termijn (eventueel met 6 weken verlenging) een vergunning kunnen verlenen. Met de komst van de Omgevingswet is de beslistermijn voor een reguliere vergunning voor gemeenten 8 weken, met de mogelijkheid om deze termijn één keer met 6 weken te verlengen. Het is daarom noodzakelijk dat deze procedure tot het verlenen van ontheffing zo snel als mogelijk wordt doorlopen, zodat gemeenten binnen de wettelijke termijn (eventueel met 6 weken verlenging) een vergunning kunnen verlenen. Beleidsontwikkeling Wij zijn voornemens de opvang van asielzoekers onderdeel uit te laten maken van de herziening Omgevingsbeleid 2024.

Komend jaar onderzoeken we of er nog meer beleidswijzigingen van het provinciaal beleid nodig zijn om snel in te kunnen spelen op locaties in de regionale plannen voor asielopvang. Hiervoor kijken we ook of een aanpassing van het ruimtelijk beleid noodzakelijk is en of er door veranderde wetgeving geen nieuwe beperkingen optreden voor asielopvang. Wanneer nodig nemen we wijzigingen mee in de herziening 2025 van het Omgevingsbeleid.

Hoogachtend, Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, plv. secretaris,

plv. voorzitter,

ir. J.C. van Ginkel MCM

drs. J.N. Baljeu

Bijlage GS brief aan de Zuid-Hollandse regionale regietafels over de provinciale ruimtelijke strategie asielopvang, d.d. 27 juni 2023.

3/3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=409c0929-9fa4-45fe-a42c-5f0dfa970640