CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - Nota van beantwoording zienswijzen Gemeenschappelijke Regeling Holland Rijnland

Gemeenteraad 14 april 2025, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Vaststelling gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling Regio Holland Rijnland.2.660 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

November 2024 Nota van beantwoording zienswijzen Gemeenschappelijke Regeling Holland Rijnland Gemeente Alphen aan den Rijn definitief Hillegom definitief

Kaag en Braassem definitief

Zienswijze Geen zienswijze

Reactie Waarvan akte.

De raad van Hillegom kan zich vinden in het voorstel van het Dagelijks Bestuur van Holland Rijnland om per gemeente drie ABleden af te vaardigen, waarvan tenminste een collegelid. Let wel bij de vorige (7e) wijziging van de GR HR was het streven juist om de omvang van het AB te verkleinen. Extra leden en vervangende leden benoemen voor het AB kan voor sommige gemeenten wellicht een knelpunt vormen.

We hebben oog voor de extra werkdruk die dit kan opleveren voor gemeenten, echter weegt volgens het dagelijks bestuur het belang van een goede vertegenwoordiging vanuit zowel raden als colleges zwaarder.

De raad is benieuwd of Holland Rijnland nog een rol zal vervullen in de afstemming tussen ruimtelijke en sociale vraagstukken, bijvoorbeeld door hiervoor een platform te blijven bieden.

Holland Rijnland biedt een bestuurlijk platform binnen de taakomschrijving; onder andere ten behoeve van de thema’s mobiliteit, economie, duurzaamheid, energie, groen, wonen en ruimte.

De mogelijkheden de [versterkte positie van de raden, red.] effectief [te] benutten vraagt inzet en vaak ook afstemming van de deelnemende raden, waardoor de druk op het raadswerk toeneemt. Dit kan een knelpunt vormen. Geen zienswijze.

We hebben oog voor de extra werkdruk die dit kan opleveren voor gemeenten.

Waarvan akte.

Ambtelijk heeft Kaag en Braassem op een viertal onderwerpen nog vragen gesteld die nopen tot een aanscherping van de concept GR: • Artikel 5 van de nieuwe regeling geeft een opsomming van de door raden en colleges aan Holland-Rijnland overgedragen bevoegdheden. Voor leden 1 t/m 5 zijn dat duidelijk bevoegdheden die daarmee exclusief op regioniveau afgehandeld dienen te worden. Bij lid 6 staat de co-creatie en het gezamenlijke van regio en gemeenten voor de RIA nadrukkelijk benoemd. Maar het noemen

Al lezen wij de bepaling zelf niet zo, we begrijpen dat een strikte lezing tot deze interpretatie kan leiden. De huidige formulering is gekozen om de GR toekomstbestendig te maken, we willen voorkomen door nu te kiezen voor een limitatieve opsomming de GR te moeten wijzigen wanneer de gemeenten een nieuw(e) fonds of subsidie willen laten

November 2024 van ‘het beheren van fondsen en subsidies’ (lid 9) als overgedragen bevoegdheid (en vervolgens pas met een ‘waaronder’ nader duiden van om welke fondsen het gaat) betekent bij letterlijke lezing dat de gemeenten het gehele domein van beheren van fondsen en subsidies delegeren en daar dus niet meer zelfstandig toe bevoegd zijn. Ook contextueel kan men tot die conclusie komen, omdat bij leden 6 en 7 genuanceerder het onderscheid gemaakt wordt tussen gemeentelijke en regionale taken c.q. bevoegdheden. Waarom is voor de voorgestelde formulering gekozen? En op welke wijze wordt genoemde interpretatie sluitend uitgesloten?

instellen/beheren door HR. Om eventuele onduidelijkheden te voorkomen stellen we het volgende voor: Wijzigingsvoorstel:

• Waarom is in artikel 5 bij leden 1 en 2 er wel voor gekozen expliciet te benoemen dat de grondslagen blijven voortbestaan ook als de relevante wetgeving van naam verandert (‘zoals deze van tijd tot tijd luidt’), maar niet bij titel 4.2 Awb? Werd dat niet nodig geacht omdat die wetgeving bestendiger is, of zit hier een inhoudelijke keuze achter?

De Algemene wet bestuursrecht is inderdaad bestendiger. De ‘doorstroompuntwetgeving’ waarmee het Regionaal Bureau Leerrecht van Holland Rijnland mee is belast is onder verandering onderhevig. Om de GR toekomstbestendig te houden is daarom gekomen voor de zinsnede ‘zoals deze van tijd tot tijd luidt’.

• Artikel 9, zesde lid, stelt dat een lid dat de hoedanigheid als lid van de raad of het college verliest ook ophoudt lid te zijn van het AB. Zou hierop geen uitzondering dienen te bestaan voor de situatie dat na het opstappen van meerdere wethouders er nog slechts 1 wethouder overblijft en als gevolg van artikel 42-2 Gemeentewet de burgemeester in plaats van het college treedt. Op grond van de Wgr is er geen noodzaak betreffende wethouder dan diens ABlidmaatschap te ontzeggen, die persoon is immers nog wel wethouder waarmee er geen van rechtswege verval van lidmaatschap is (artikel 13-2 Wgr). Welk belang dient het voorgestelde uitsluiten in de concept-GR? Het belang dat betreffende wethouder ook als niet-collegelid de burgemeester kan ontzorgen en zo het blijven functioneren van het openbaar bestuur in de gemeente kan bevorderen, lijkt ons evident.

Artikel 9, zesde lid, van de concept-GR zou hetgeen is bepaald in artikel 13, tweede lid, Wgr moeten volgen. Daarom stellen we voor de formulering aan te passen.

Van: Het beheren van fondsen en subsidies, waaronder: Naar Het beheren van fondsen en subsidies, namelijk: Bij het artikel voegen we bepaling toe: - door het algemeen bestuur in de toekomst in te stellen fondsen en subsidies

Wijzigingsvoorstel: Van: Een lid dat de hoedanigheid als lid van de Raad of het College verliest, houdt ook op lid te zijn van het Algemeen Bestuur behoudens het gestelde in het zevende lid. Naar: Een lid dat ophoudt lid of voorzitter te zijn van de raad uit wiens midden men is aangewezen dan wel ophoudt wethouder van de desbetreffende deelnemende gemeente te zijn, houdt ook op lid te zijn van het Algemeen Bestuur behoudens het gestelde in het zevende lid.

November 2024 • Op welke wijze wil Holland Rijnland blijven innoveren en verbeteren in het betrekken van inwoners en belanghebbenden bij de participatie rondom het collectief vraagafhankelijk vervoer en de uitvoering van Huisvestingswet? Zie het college kans het recent vastgestelde gemeentelijke participatiebeleid daarbij door te trekken naar Holland Rijnland?

Katwijk definitief

Leiden definitief Leiderdorp definitief Lisse definitief

a. Het is een goede zaak dat de raden gevraagd worden om een reactie te geven op het concept van de gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling Holland Rijnland; b. De raad van Katwijk kan zich vinden in het voorstel van het Dagelijks Bestuur van Holland Rijnland om per gemeente drie ABleden af te vaardigen, waarvan tenminste één collegelid; c. De raad van Katwijk vraagt of Holland Rijnland nog een rol zal vervullen in de afstemming tussen ruimtelijke en sociale vraagstukken; d. De raad is verheugd over hoe de positie van de raden bij de besluitvorming wordt versterkt met deze geactualiseerde regeling en ziet de meerwaarde daarvan voor het lokaal bestuur. De raad stemt in met de wijzigingen in de gemeenschappelijke regeling De raad kan instemmen met de gewijzigde gemeenschappelijke regeling Holland Rijnland zoals deze is voorgelegd. De raad van Lisse kan zich vinden in het voorstel van het Dagelijks Bestuur van Holland Rijnland om per gemeente drie AB-leden af te vaardigen, waarvan tenminste een collegelid. Let wel bij de vorige (7e) wijziging van de GR HR was het streven juist om de omvang van het AB te verkleinen. Extra leden en vervangende leden benoemen voor het AB kan voor sommige gemeenten wellicht een knelpunt vormen.

Holland Rijnland betrekt reeds inwoners en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het beleid. Daarbij wordt gebruik gemaakt van een continu tevredenheidsonderzoek (bij CVV), worden bewonerscommissies en belangenverenigingen betrokken (bij Huisvestingswet) en werden bijeenkomsten georganiseerd. We blijven kijken naar mogelijkheden om participatie te innoveren en verbeteren. a., b. en d. Waarvan akte. c. Holland Rijnland biedt een bestuurlijk platform binnen de taakomschrijving; onder andere ten behoeve van de thema’s mobiliteit, economie, duurzaamheid, energie, groen, wonen en ruimte.

Waarvan akte. Waarvan akte. We hebben oog voor de extra werkdruk die dit kan opleveren voor gemeenten, echter weegt volgens het dagelijks bestuur het belang van een goede vertegenwoordiging vanuit zowel raden als colleges zwaarder.

November 2024

Nieuwkoop definitief

De raad is benieuwd of Holland Rijnland nog een rol zal vervullen in de afstemming tussen ruimtelijke en sociale vraagstukken, bijvoorbeeld door hiervoor een platform te blijven bieden.

Holland Rijnland biedt een bestuurlijk platform binnen de taakomschrijving, onder andere ten behoeve van de thema’s mobiliteit, economie, duurzaamheid, energie, groen, wonen en ruimte.

De mogelijkheden de [versterkte positie van de raden, red.] effectief [te] benutten vraagt inzet en vaak ook afstemming van de deelnemende raden, waardoor de druk op het raadswerk toeneemt. Dit kan een knelpunt vormen. In de voorgestelde verordening is gekozen voor een stapsgewijze toekenning van één stem per 10.000 inwoners, waarbij naar boven wordt afgerond. Hoewel deze aanpak eenvoudig oogt, brengt het relatief grote stappen met zich mee, wat kan leiden tot aanzienlijke afrondingsverschillen. In het algemeen geldt dat kleinere stappen resulteren in minder aanzienlijke afrondingsverschillen, wat ons inziens wenselijk is. Daarnaast merken wij op dat de vertegenwoordiging van een gemeente in de voorgestelde regeling verandert van twee naar drie AB-leden. Deze toename vergroot de reeds bestaande afrondingsverschillen verder (met een factor 1,5), wat gevolgen heeft voor de onderlinge stemverhoudingen. Als gevolg van deze twee factoren kunnen de bestaande stemverhoudingen onbedoeld en onnodig sterk veranderen. Dit leidt tot relatief grote verschillen in de 'verhouding inwoners per stem' tussen de gemeenten.

We hebben oog voor de extra werkdruk die dit kan opleveren voor gemeenten.

Daarom willen wij u vriendelijk verzoeken de mogelijkheid te overwegen de staffel aan te passen van 1 stem per 10.000 inwoners naar 1 stem per 1.000 inwoners. Mede omdat met deze aanpassing uitsluitend van invloed is op de stemverhoudingen en dit verder niet hoeft te leiden tot verdere aanpassingen van de voorgestelde verordening.

Wijziging van de bepaling over de stemverhouding was noodzakelijk om te voldoen aan de Wet gemeenschappelijke regelingen. Daarbij is besloten om te kiezen voor een stemverhouding die zo dicht mogelijk bij de huidige verhouding ligt. Met de voorgestelde systematiek van het aantal stemmen per gemeente houdt Holland Rijnland vast aan het totaal aantal stemmen aan de deelnemende gemeenten, en daarmee de stemverhouding. In de huidige GR wordt het aantal stemmen per gemeente bepaald door het aantal inwoners te delen door 10.000 (afgerond naar boven) en te vermenigvuldigen met drie. De stemmen worden in de concept regeling echter conform de Wet gemeenschappelijke regeling, toegewezen aan AB-leden, niet aan de gemeente. De observatie dat de nieuwe systematiek de stemverhouding vergroot met een factor 1,5 is zodoende niet juist. Hoewel het DB de wens begrijpt om te komen tot een andere staffel en stemverhouding is, gelet op het doel van de actualisatie, besloten om te kiezen voor een bepaling die zo dicht mogelijk bij de huidige verhouding ligt.

November 2024 Noordwijk definitief

In artikel 28 van de concept gemeenschappelijke regeling staat opgenomen dat het Dagelijks Bestuur een verordening vast stelt voor de ambtelijke organisatie van Holland Rijnland. Het Algemeen Bestuur is bevoegd tot het vaststellen van verordeningen. Graag dit aan te passen. In het eerste lid van artikel 38 van de concept gemeenschappelijke regeling wordt geregeld dat een raad en/of een college geheel of gedeeltelijk kunnen uittreden. Het is onwenselijk dat een raad of een college onafhankelijk van elkaar geheel of gedeeltelijk uittreed. Graag dit artikel aan te passen. In artikel 47 staat: ‘Voor de bewaring van de over te brengen archiefbescheiden van de organen van Holland Rijnland wijst het Dagelijks Bestuur […] Erfgoed Leiden en Omstreken als archiefbewaarplaats aan.’ Dit kan niet. Dit moet zijn: ‘de archiefbewaarplaats van Leiden als archiefbewaarplaats van Holland Rijnland aan.’ Graag dit artikel aan te passen. In artikel 48 staat: ‘Met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam […] is belast de archivaris van Erfgoed Leiden en Omstreken.’ Dit kan niet. Erfgoed Leiden en Omstreken heeft feitelijk geen archivaris.

Hier moet staan: ‘is belast de archivaris van Leiden.’ Voorgestelde aanvullingen in de concept gemeenschappelijke regeling: - Het Dagelijks Bestuur van Holland Rijnland draagt er zorg voor dat jaarlijks op de begroting voldoende middelen worden opgevoerd om de kosten te dekken die zijn verbonden aan het beheer van de archiefbescheiden; - Het Dagelijks Bestuur van Holland Rijnland draagt zorg voor de aanstelling van voldoende, deskundig personeel ter uitvoering van

In deze ‘verordening’ wordt de organisatiestructuur en de werkwijze van de ambtelijke organisatie van Holland Rijnland vastgelegd. Het gaat hierbij dus om een Organisatiestatuut. De ‘term’ verordening schept onduidelijk over de verordenende bevoegdheidstoedeling. Het is echter geen algemeen verbindend voorschrift maar een regeling met interne werking. We stellen voor dat Organisatiestatuut in plaats van Organisatieverordening wordt gebruikt, zonder dat dit afbreuk doet aan de inhoud en rechtsgeldigheid van de regeling. Er is sprake van een ‘gemengde regeling’ waarbij zowel de colleges als de raden deelnemen in de gemeenschappelijke regeling. Het besluit om uit te treden uit een GR is een eenzijdige bevoegdheid van het deelnemende bestuursorgaan (artikel 1, eerste en derde lid Wet gemeenschappelijke regelingen). Uittreden mag niet afhankelijk worden gesteld van voorwaarden die de GR stelt, zoals de voorwaarde dat zowel de raad én het college als deelnemer moeten uittreden. Voorgestelde aanpassing wordt niet overgenomen. Artikel 47 wordt aangepast naar aanleiding van dit voorstel. Artikel 48 wordt aangepast naar aanleiding van dit voorstel. In de Archiefverordening Gemeenschappelijke regeling Holland Rijnland 2023 is reeds voorzien in deze bepalingen over de begroting en over (de deskundigheid van) het personeel.

Deze voorstellen worden daarom niet overgenomen in de Gemeenschappelijke regeling.

November 2024 de werkzaamheden verbonden aan het beheer van de archiefbescheiden. - Bij opheffing van de Gemeenschappelijke Regeling, of uittreding van een van de deelnemende gemeenten, worden afspraken gemaakt over het overdragen van archiefbescheiden of gegevensverzamelingen onder andere met betrekking tot vernietiging en/of overbrenging naar de archiefbewaarplaats van de gemeenten. In artikel 39 lid 2 wordt een lijstje opgenoemd. Informatiebeheer zien wij hier graag aan toegevoegd.

Oegstgeest concept

Teylingen definitief

In artikel 39, tweede lid, GR HR wordt ook ‘organisatorische consequenties’. Genoemd. Daaronder wordt mede verstaan de consequenties ten aanzien van archief- en informatiebeheer. Om dit te verduidelijken wordt in artikel 46 een derde lid toegevoegd dat komt te luiden: 3. Bij opheffing van deze Regeling of uittreding van één van de deelnemers worden afspraken gemaakt over het overdragen van archiefbescheiden of gegevensverzamelingen, onder andere met betrekking tot vernietiging en/of overbrenging naar de archiefbewaarplaats van de deelnemer(s).

Behandeling in raad op 28 november 2024 De gemeenteraad van Oegstgeest ziet geen belemmering(en) ten aanzien van het actualiseren van Gemeenschappelijke Regeling Holland Rijnland door het Algemeen Bestuur op 18 december 2024 De raad van Teylingen kan zich vinden in het voorstel van het Dagelijks Bestuur van Holland Rijnland om per gemeente drie ABleden af te vaardigen, waarvan tenminste een collegelid. Let wel bij de vorige (7e) wijziging van de GR HR was het streven juist om de omvang van het AB te verkleinen. Extra leden en vervangende leden benoemen voor het AB kan voor sommige gemeenten wellicht een knelpunt vormen.

Waarvan akte.

De raad is benieuwd of Holland Rijnland nog een rol zal vervullen in de afstemming tussen ruimtelijke en sociale vraagstukken, bijvoorbeeld door hiervoor een platform te blijven bieden.

Holland Rijnland biedt een bestuurlijk platform binnen de taakomschrijving, onder andere ten behoeve van de thema’s mobiliteit, economie, duurzaamheid, energie, groen, wonen en ruimte.

De mogelijkheden de [versterkte positie van de raden, red.] effectief [te] benutten vraagt inzet en vaak ook afstemming van de

We hebben oog voor de extra werkdruk die dit kan opleveren voor gemeenten.

We hebben oog voor de extra werkdruk die dit kan opleveren voor gemeenten, echter weegt volgens het dagelijks bestuur het belang van een goede vertegenwoordiging vanuit zowel raden als colleges zwaarder.

November 2024

Voorschoten definitief

Zoeterwoude definitief

deelnemende raden, waardoor de druk op het raadswerk toeneemt. Dit kan een knelpunt vormen. We vragen aandacht voor de verwerkingstermijn van toekomstige besluiten, die leiden tot wijzigingen in de gemeenschappelijke regeling, om deze sneller in de GR vast te leggen. Naast dit punt willen we onze waardering uiten voor de heldere toelichting op de wijzigingen en de wijze waarop we als raad zijn betrokken bij de wijziging van de GR. Deze wijziging voorziet onzes inziens in een solide basis om de samenwerking in Holland Rijnland te ondersteunen. Wij zien geen belemmeringen ten aanzien van het wijzigen van de regeling zoals aangegeven en kijken uit naar de voortzetting van onze regionale samenwerking.

Toekomstige besluiten die nopen tot een actualisatie van de GR zullen we eerder verwerken.

Waarvan akte.

Waarvan akte.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=cd0dd6d7-939c-4935-a846-8f5ce425fb0d