bijlage 4 - m.e.r. aanmeldnotitie
Tekst van het document
Aanmeldnotitie Bestemmingsplan Irenelaan 3a Opdrachtgever:
Kantoor Vierkant
Datum:
29-06-2020
Status:
definitief
Planruimte Frans Lehárlaan 130 2102 GW Haarlem +31 (0)6 23 922 839
Telefoon
info@planruimte.nl
www.planruimte.nl
Internet
Aanmeldnotitie bestemmingsplan Irenelaan 3a
Inhoud 1
INLEIDING ............................................................................................................. 3
1.1
PROJECT ..................................................................................................................... 3
1.2
M.E.R.-PROCEDURE ...................................................................................................... 3
1.3
VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING................................................................................... 4
2 KENMERKEN EN PLAATS VAN DE ACTIVITEIT .................................................................. 5 2.1 BESTAANDE SITUATIE .................................................................................................... 5 2.2
TOEKOMSTIGE SITUATIE ................................................................................................ 6
3
MILIEUEFFECTEN .................................................................................................. 7
3.1
INLEIDING .................................................................................................................... 7
3.2
ECOLOGIE.................................................................................................................... 7
3.3
ARCHEOLOGIE .............................................................................................................. 7
3.4
WATER ........................................................................................................................ 7
3.5
BEDRIJVEN EN MILIEUZONERINGEN ................................................................................. 7
3.6
BODEMKWALITEIT ......................................................................................................... 7
3.7
GELUIDHINDER ............................................................................................................. 7
3.8
EXTERNE VEILIGHEID ..................................................................................................... 8
3.9
LUCHTKWALITEIT .......................................................................................................... 8
3.10
STIKSTOF .................................................................................................................... 8
3.11
VERKEER EN PARKEREN ................................................................................................ 8
3.12
CUMULATIE .................................................................................................................. 9
4
CONCLUSIE EN ADVIES .......................................................................................... 9
BIJLAGE 1 BEELDKWALITEITSPLAN ........................................................................................ BIJLAGE 2 QUICKSCAN FLORA EN FAUNA EN STIKSTOFBEREKENING ............................................. BIJLAGE 3 VERKENNEND BODEMONDERZOEK .......................................................................... BIJLAGE 4 VERKEERSONDERZOEK ........................................................................................
2
Aanmeldnotitie bestemmingsplan Irenelaan 3a
1
Inleiding
In deze aanmeldnotitie is beoordeeld of een noodzaak bestaat om voor het hierna beschreven project een m.e.r.-procedure te doorlopen.
1.1 Project Deze aanmeldnotitie heeft betrekking op de herontwikkeling van een voormalig campingterrein aan Irenelaan 3a te Kaag. Het initiatief betreft de realisatie van 11 woningen (6 waterwoningen en 5 vrijstaande woningen) met een park. Hiervoor wordt het bestemmingsplan Irenelaan 3a opgesteld. In onderstaande afbeelding is de locatie globaal weergegeven.
Begrenzing plangebied
Het perceel is gelegen aan de Irenelaan 3a te Kaag en wordt ontsloten via de Irenelaan en Beatrixlaan. Het plangebied wordt aan de oostzijde begrensd door recreatiewoningen en particuliere chalets, aan de zuidzijde door de woningen aan de Irenelaan, aan de westzijde door de woningen aan de Beatrixlaan en aan de noordzijde door de woningen aan de Prins Willem Alexanderlaan.
1.2 M.e.r.-procedure Het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) bepaalt of bij de voorbereiding van een plan of een besluit een m.e.r.-(beoordelings)procedure moet worden doorlopen. In de bijlage, onderdeel C, van het Besluit m.e.r. zijn activiteiten, plannen en besluiten opgenomen waarvoor het doorlopen van een uitgebreide m.e.r.-procedure verplicht is. Voor activiteiten genoemd in onderdeel C van het Besluit m.e.r. geldt een directe m.e.r.-plicht. De activiteit van de initiatiefnemer – de realisatie van 11 woningen - is in te delen in de categorie 11.2 uit onderdeel D van het Besluit m.e.r., namelijk de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. Er is sprake van m.e.r.-plicht wanneer de activiteit betrekking heeft op: een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. 3
Aanmeldnotitie bestemmingsplan Irenelaan 3a
Beoordeling van het project: 1. Het perceel heeft een oppervlakte van 4387 m2. Hiermee ligt de activiteit ruim onder de drempelwaarde van 100 hectare. 1. Het planvoornemen betreft de realisatie van 59 woningen. Hiermee ligt het voornemen ruim onder de drempelwaarde van 2000 woningen. 2. Er wordt met het planvoornemen geen bedrijfsvloeroppervlakte gerealiseerd. Conclusie De voorgenomen activiteit ligt ruim beneden de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r. Er is dan ook geen sprake van de wettelijke plicht om een uitgebreide m.e.r.-procedure te doorlopen.
1.3 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Alhoewel geen sprake is van een wettelijke verplichting tot het doorlopen van de uitgebreide m.e.r.- procedure en de m.e.r.-beoordeling, geeft de Wet milieubeheer aan dat voor de geplande activiteiten wel een vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht van toepassing is. Deze beoordeling wordt uitgewerkt in een ‘aanmeldnotitie’. Bij een dergelijke beoordeling moet dan worden beoordeeld of het project geen belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu die alsnog aanleiding kunnen geven tot het doorlopen van de uitgebreide procedure. Er wordt dan getoetst aan de criteria zoals opgenomen in Bijlage III bij de Europese richtlijn 'betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten'.
Artikel 7.16, lid 2 van de Wet milieubeheer is in feite een uitwerking van de bovengenoemde richtlijn, maar vult op sommige punten aan: - een beschrijving van de activiteit, met in het bijzonder: o een beschrijving van de fysieke kenmerken van de gehele activiteit en, voor zover relevant, van sloopwerken; o een beschrijving van de locatie van de activiteit, met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de activiteit van invloed kan zijn; o een beschrijving van de waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben; - een beschrijving, voor zover er informatie over deze gevolgen beschikbaar is, van de waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben ten gevolge van: o indien van toepassing, de verwachte residuen en emissies en de productie van afvalstoffen; o het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name bodem, land, water en biodiversiteit. Een activiteit heeft geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu indien: - sprake is van een grote afstand tot gevoelige gebieden; - de locatie en de omgeving geen bijzondere kenmerken hebben waardoor er een verwaarloosbare kans is op belangrijke nadelige effecten; - de activiteit niet tot grote emissies leidt; - er sprake is van een klein ruimtebeslag.
Deze notitie moet leiden tot een advies aan het bevoegd gezag omtrent de vraag of er een noodzaak bestaat tot het doorlopen van de uitgebreide m.e.r.-procedure. Het bevoegd gezag neemt vervolgens een beslissing naar aanleiding van dit advies. 4
Aanmeldnotitie bestemmingsplan Irenelaan 3a
2
Kenmerken en plaats van de activiteit
2.1 Bestaande situatie Het perceel betreft een braakliggend deel van de voormalige camping op Kaag. Het perceel is circa 15.700 m2 groot en is bestemd voor recreatiewoningen. In totaal zijn op dit moment 12 recreatiewoningen aanwezig. Aan de oostzijde van het perceel zijn 11 kavels met 10 recreatiewoningen en één onbebouwde kavel. Daarnaast ligt zowel in de noordwesthoek (aan de Prins Willem Alexanderlaan) als in de zuidwesthoek (nabij de Irenelaan en buiten het plangebied) nog een recreatiewoning. Aan de zuidzijde van het perceel ligt het voormalige campingterrein met toiletgebouw dat nu als openbaar groen wordt gebruikt. Op het terrein zijn diverse ontsluitingswegen en enkele bomen aanwezig. In het midden van het perceel is ook een waterpartij gesitueerd. Het terrein is toegankelijk via zowel de Irenelaan als de Prins Willem Alexanderlaan. Bij de ingang aan de Prins Willem Alexanderlaan is tevens een parkeerterrein aanwezig. Middels grondruil zal de recreatiewoning aan de noordwestzijde verplaatst worden naar het cluster van bestaande recreatiewoningen. Hierdoor zijn er 12 recreatiewoningen mogelijk op het oostelijk deel van het perceel.
Bestaande situatie voormalig campingterrein Irenelaan 3a Kaag
Foto’s bestaande situatie 5
Aanmeldnotitie bestemmingsplan Irenelaan 3a
2.2 Toekomstige situatie Het plan bestaat uit de realisatie van 6 waterwoningen en 5 vrijstaande woningen. Op het terrein wordt de bestaande watergang uitgebreid met minimaal 700 m2 open water. Daarnaast wordt een park gerealiseerd van circa 7.500 m2. De inrichting van het park zal in overleg met de omwonenden plaatsvinden, waarbij eventueel ook ruimte is voor speelvoorzieningen.
Stedenbouwkundige uitwerking
De noordelijke strook wordt onderverdeeld in 5 vrije kavels van ruim 500 m2. De vrijstaande woningen komen minimaal 5 meter vanaf de sloot te staan, zodat een lage oever mogelijk is. De vrijstaande woningen hebben een footprint van ca. 100 m2, lage goten (4,5 m) en een nok van ca. 11 meter, wat vertrekken op de tweede verdieping mogelijk maakt. Ten zuiden van de ontsluitingsweg zijn de 6 waterwoningen geprojecteerd. Deze woningen profiteren optimaal van het uitzicht een de ligging aan het park en hebben minder grote privé kavels. De woningen zijn vrijstaand maar twee-aan-twee geclusterd, om zodoende grotere tussenruimtes open te houden ten behoeve van de transparantie van het gebied. Deze woningen hebben een footprint van ca. 120 m2, zijn twee laags (bouwhoogte van 6 m), met een bijzondere kapvorm die efficiënt kan worden gebruikt. De wegen en parkeergebieden in het gebied worden vormgegeven als erf, zonder hoogteverschillen en afzonderlijke trottoirs. Er zal ter hoogte van de grens tussen woongebied en recreatiegebied voldoende ruimte worden gecreëerd om te keren. De woningen zullen na vaststelling van het bestemmingsplan, in overleg met omwonenden, exact gepositioneerd en ontworpen worden. Uitgangspunt is een architectuur die aansluit op het dorpse karakter met gebruik van materialen met een natuurlijke uitstraling.
Zowel in de bebouwing als de inrichting van de kavels en het park wordt zoveel mogelijk ingezet op natuur inclusieve toepassingen. In de bijlage is de beeldkwaliteit van de woningen nader omschreven. Het beeldkwaliteitsplan vormt de basis voor de verdere uitwerking van het plan.
6
Aanmeldnotitie bestemmingsplan Irenelaan 3a
3
Milieueffecten
3.1 Inleiding Nu duidelijkheid bestaat over de kenmerken van de activiteit en de locatie kunnen de mogelijke milieugevolgen van de activiteit voor de directe omgeving in kaart worden gebracht. Onderstaand wordt ingegaan op de milieuaspecten die relevant zijn voor de geplande activiteit. Het betreft de milieuaspecten ecologie, archeologie, water, bedrijven- en milieuzoneringen, bodemkwaliteit, geluidhinder, externe veiligheid, luchtkwaliteit, stikstof en verkeer en parkeren.
3.2 Ecologie Om inzicht te krijgen in de gevolgen van het plan voor beschermde natuurwaarden is quickscan uitgevoerd (zie bijlage). Hieruit blijkt dat het plan geen negatieve heeft effecten op beschermde gebieden of de populaties van beschermde planten of dieren.
3.3 Archeologie In overleg met de gemeente is bepaald of archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Aangezien het deel wat in de ontginningsas ligt kleiner is dan 150 m2 is geen aanvullend archeologisch onderzoek noodzakelijk.
3.4 Water Ten aanzien van het oppervlaktewater, grondwater en de waterketen worden geen problemen verwacht. Aangezien het verhard oppervlak toeneemt wordt extra oppervlaktewater in het plan gecreëerd (circa 700 m2) als compensatiemaatregel. De realisatie van de woningen heeft daardoor geen nadelige gevolgen voor de waterhuishouding in (de nabijheid van) het plangebied.
3.5 Bedrijven en milieuzoneringen De omgeving van het pand is op basis van de VNG-brochure aan te merken als een woongebied. Nabij het plangebied zijn geen bedrijven of inrichtingen met een richtafstand aanwezig die van invloed zijn op het plangebied. Daarom levert het plan ook geen belemmering op voor eventuele omliggende bedrijven.
3.6 Bodemkwaliteit Voor het plan is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Hieruit blijkt dat geen bodemverontreinigingen op het perceel aanwezig zijn.
3.7 Geluidhinder Alle omliggende wegen zijn 30 km/uur. In het kader van de Wetgeluidhinder hoeven deze wegen niet onderzocht te worden. Ook wordt vanwege lage verkeersintensiteiten op deze wegen verwacht dat deze geen belemmering vormen wat betreft geluid in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Op circa 400 m van het plangebied ligt Royal Van Lent Shipyard. Het bedrijf heeft een geluidscontour. Het plangebied ligt ruim buiten de geluidszone van het bedrijf. Daarom worden geen belemmeringen verwacht ten aanzien van industrielawaai ten gevolge dit bedrijf.
7
Aanmeldnotitie bestemmingsplan Irenelaan 3a
Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat vanuit geluid geen belemmeringen zijn voor het plan.
3.8 Externe veiligheid Voor het plan is onderzoek gedaan naar externe veiligheid. Hiervoor is gebruik gemaakt van de risicokaart.nl. De mogelijke risicobronnen rond het plangebied zijn hierbij in kaart gebracht. Hieruit blijkt dat vanuit externe veiligheid geen belemmeringen zijn voor het plan.
3.9 Luchtkwaliteit Voor het plan is onderzoek gedaan naar luchtkwaliteit. Voor de toetsing is gebruik gemaakt van het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM). Hieruit blijkt dat de omzetting niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit.
3.10 Stikstof Voor het plan is door het ecologisch bureau Els & Linde b.v. onderzoek uitgevoerd naar de bijdrage van stikstofdepositie op nabijgelegen Natura-2000 gebieden. Hieruit blijkt dat door het plan geen sprake van verhoging van de stikstofdepositie. Er is daarom ook geen vergunning van de Wet Natuurbescherming nodig.
3.11 Verkeer en parkeren Mobiliteitstoets Voor het plan is een mobiliteitstoets uitgevoerd. Hieruit blijkt dat het plan effect heeft op de restcapaciteit van de pont tussen Buitenkaag en Kaag, en effect op de restcapaciteit op de Julianalaan op Kaageiland. Om het effect op de pont en de Julianalaan te bepalen is een verkeersonderzoek inclusief een aantal tellingen bij de pont uitgevoerd door het verkeerbureau Goudappel Coffeng (zie bijlage). De resultaten van dit onderzoek zijn hieronder beschreven. De recente tellingen laten een vergelijkbaar beeld zien als het eerder uitgevoerde onderzoek. Uit het onderzoek blijkt dat op Julialaan en de pont voldoende restcapaciteit beschikbaar is om het extra verkeer aan te kunnen. Parkeren De gemeenteraad van Kaag en Braassem heeft op 15 maart 2018 de Beleidsregel parkeernormen Kaag en Braasem 2018 vastgesteld. Hierin staan minimale en maximale parkeernormen per woningtype. Het plangebied valt onder rest bebouwde kom. In overleg met de gemeente is uitgegaan van een parkeernorm van 2,3 parkeerplaatsen per woning voor zowel de vrijstaande woningen als de waterwoningen. Deze ligt nog ruim boven de minimum parkeernorm van 1,9 parkeerplaats per woning op basis van de Beleidsregel parkeernormen Kaag en Braassem 2018.
De benodigde parkeerplaatsen voor de vrijstaande woningen zullen grotendeels op eigen terrein worden gerealiseerd (2 parkeerplaatsen per woning). Voor de waterwoningen is gerekend met 1 parkeerplaats op eigen terrein. De overige parkeerplaatsen (10 parkeerplaatsen) zullen op openbaar terrein worden gerealiseerd. Hierbij zullen ook voldoende parkeerplaatsen voor de recreatiewoningen worden gerealiseerd. Hiermee wordt voldaan aan het gemeentelijke parkeernormbeleid.
8
Aanmeldnotitie bestemmingsplan Irenelaan 3a
3.12 Cumulatie De effecten van het plan in combinatie met andere ontwikkelingen buiten het plangebied zouden in cumulatie kunnen leiden tot negatieve effecten op Natura 2000-gebieden. Daarom wordt hieronder uitgewerkt of het plan in combinatie met andere plannen een cumulatief effect heeft op Natura 2000- gebieden in de omgeving. Het voornaamste plan in de omgeving van het plangebied is het ontwerpbestemmingsplan Julianalaan 60-70 Kaag. Met dit bestemmingsplan worden 10 appartementen mogelijk gemaakt. In het kader van het bestemmingsplan is stikstofonderzoek uitgevoerd. Hieruit blijkt dat er geen toename van de stikstofdepositie optreedt. Aangezien voorliggend plan ook niet leidt tot een toename van de stikstofdepositie kan worden gesteld dat beide plannen cumulatief geen negatieve effecten heeft op het nabijgelegen Natura 2000-gebied.
4
Conclusie en advies
In de voorgaande hoofdstukken zijn de gevolgen van het plan beschreven aan de hand van de relevante criteria die staan opgenomen in de Wet milieubeheer en bijlage III bij Richtlijn 2011/92/EU. Dit betekent dat gekeken is naar de kenmerken van de activiteit, de locatie van de activiteit en de gevolgen van de activiteit voor het milieu. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het gezien de aard van de activiteit en de zorgvuldigheid waarmee dit ingepast en gerealiseerd wordt, is uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen met zich meebrengt voor het milieu. De milieugevolgen zijn in deze aanmeldnotitie voldoende in beeld gebracht. Advies Aan de hand van deze uitkomst is geen aanleiding de uitgebreide m.e.r.-procedure te doorlopen.
9
Aanmeldnotitie bestemmingsplan Irenelaan 3a
Bijlage 1 Beeldkwaliteitsplan
10
Aanmeldnotitie bestemmingsplan Irenelaan 3a
Bijlage 2 Quickscan flora en fauna en stikstofberekening
11
Aanmeldnotitie bestemmingsplan Irenelaan 3a
Bijlage 3 Verkennend bodemonderzoek
12
Aanmeldnotitie bestemmingsplan Irenelaan 3a
Bijlage 4 Verkeersonderzoek
13
BEELDKWALITEIT WONINGEN EN INRICHTING WONINGEN VOORMALIGE KAAG-EILAND BIJLAGE 1
BEELDKWALITEIT HOOFDPUNTEN STEDENBOUWKUNDIG PLAN: - parkachtige setting, woningen in een waterrijk park; - open opzet, met veel doorzichten én voldoende privacy; - karakteristieke architectuur, specifiek voor deze plek ontworpen; - natuurlijke uitstraling en kleurstelling; - bomen > 15 jaar, waar van toegevoegde waarde (indien mogelijk) bewaren. WONINGEN: Waterwoningen: - twee lagen, bijzondere kapvorm, footprint 8 x 15 meter; - bergingen en parkeren geïntegreerd. Vrijstaande woningen: - duidelijke volumes met alomvattende kap; - goot 3 tot 4,5 meter, nok 11 meter, footprint 100 m2; - bijgebouwen integreren in ontwerp, zodat er naderhand niets bij komt; - vrijstaande woningen staan op minimaal 5 meter vanaf de oever; - terrassen verlaagd/dicht bij het water, < 30 % van totale oever slootkant; MATERIAALGEBRUIK EN UITWERKING: - materiaal en kleurstelling: natuurlijke uitstraling, sluit aan op landschappelijke karakter, donker/zwart met bruin/hout; - energieneutraal bouwen is mede bepalend voor uitstraling; - natuurinclusief bouwen is ontwerpuitgangpunt. OVERGANG OPENBAAR/WATER - PRIVÉ: - flauwe lange taluds aan parkzijde, ecologische oevers; - ophogen van bouwvelden maar aflopend richting water; - hagen of mee ontworpen (lage) erfafscheidingen; - doorzichten, uitzicht en transparantie in combinatie met privacy (zodat er geen schuttingen nodig zijn).
INRICHTING OPENBARE RUIMTE: - terrein inrichten als erf (geen aparte stoepen); - natuurlijke materialen (gebakken klinkers), waterdoorlatende parkeervakken, paden in halfverharding; - parkinrichting: natuurlijke overs, rietkragen, eilandjes, spelen integreren, halfverharding, bruggetjes, bankjes, i.p.v. prieel zitplek met uitzicht; - haag langs bestaande woningen zuidkant waar nodig opnieuw inplanten.
PLAN CAMPING KAAG EILAND
PRINCIPES IN DOORSNEDE woningen noordelijke woonstrook: - (steile) kappen met nok - goot 3 tot 4,5 meter (lage en hoge goot toepassen) - nok maximaal 11 meter - footprint hoofdgebouw 8 x 12,5 meter (óf 100 m2) - integratie van berging e.d.
waterwoningen zuidstrook: - twee laags - bijzondere kapvorm - terras grotendeels opgenomen in volume - footprint 8 x 15 meter - compacte kavel, geen ruimte voor bijgebouwen - 2 doorzichten van minimaal 15 meter breed
< 11 m
ecologische, flauwe oever
ecologische oever < 30% met terras aan het water 4,5 m
3m
> 5 meter zone bomen/ parkeren verlaagd terras dicht bij waterpeil
ophogen terrein
haag
referentiebeelden waterwoningen zuidstrook
Faro Architecten
referentiebeelden vrijstaand woningen noordstrook
VDA Architecten
Onix Architecten
referentiebeelden inrichting openbare ruimte
speelaanleidingen in park
langs Alexanderlaan kleine, lage terrasjes
natuurlijke oevers
waterdoorlatende klinkers parkeerplaatsen
uitzichtplek aan weiland
Quick scan ecologie en stikstof Irenelaan 3a te Kaag
21 april 2020
Pagina 1
Samenvatting Voor Irenelaan 3A te Kaag worden plannen voorbereid voor een werkzaamheden op de locatie. De plannen betreft het bouwen van 15 woningen op het perceel. Uit de resultaten van de quick scan ecologie van 6 maart 2020 is gebleken dat de aanwezigheid van vleermuizen op de locatie is uit te sluiten. Er is een mogelijkheid dat amfibieën in de bodem overwinteren. De werkzaamheden dienen buiten deze kwetsbare periode uitgevoerd te worden. Er komen er mogelijk algemeen voorkomende broedvogels voor De werkzaamheden dienen buiten het broedseizoen uitgevoerd te worden.
Inhoud
Inleiding
2 – Inleiding 3 – Beschrijving gebied 4 – Waarnemingen 7 – Analyse 9 – Advies & Bronnen
Voor Irenelaan 3A te Kaag worden plannen voorbereid voor een werkzaamheden op de locatie. De plannen betreffen het bouwen van 15 woningen op het perceel. Eén chaletwoning, aan de noordwestzijde van het terrein, wordt verplaatst naar het cluster bestaande recreatiewoningen. Onderdeel van de procedure is een onderzoek naar de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten en het maken van een analyse van de mogelijke effecten op die soorten, als gevolg van de werkzaamheden. Hiervoor is door bureau Els & Linde een oriënterend onderzoek uitgevoerd. Het voorliggende rapport geeft een beschrijving van het oriënterend onderzoek naar de effecten op natuurwaarden. Om een goed oordeel te geven over de potentieel aanwezige beschermde planten en dieren, is op 6 maart 2020 door een ecoloog van bureau Els & Linde, een bezoek gebracht aan de planlocatie. Ter plekke is beoordeeld of er beschermde soorten aanwezig kunnen zijn, die schade kunnen ondervinden van de geplande ontwikkelingen. Daarbij is gezocht naar sporen van dieren en is op basis van de begroeiing en de opbouw van het landschap, geschat of er beschermde soorten aanwezig kunnen zijn. De effecten worden beoordeeld als gevolg van de veranderde omgeving en het veranderde gebruik. Verder wordt geanalyseerd of de werkzaamheden die noodzakelijk zijn om de veranderingen te bereiken, een effect veroorzaken.
Een ontheffing van de Wet natuurbescherming is niet nodig. Een berekening van de stikstofdepositie is uitgevoerd. Gebleken is dat er geen verhoogde depositie ontstaat. Andere effecten op de Natura 2000-gebieden en/of het Natuurnetwerk Nederland zijn uit te sluiten.
Ligging van het perceel
Colofon Opdrachtgever Projectnummer Datum Auteur Gecontroleerd Status
Planruimte 20.091 21 april 2020 M.A. Nieuwhof P.J.H. van der linden definitief
Els & Linde B.V. Spechtstraat 59 1223 NX Hilversum mob 06 - 27564247 e-mail vanderlinden@elsenlinde.nl
Pagina 2
H02
Planomgeving: locatie, omgeving en beschermde natuurgebieden De planlocatie Irenelaan 3A betreft een perceel dat in gebruik is als campingterrein in Kaag gemeente Kaag en Brasem. Op het terrein staan een aantal chalet-woningen. Het perceel bevind zich binnen de bouwde kom van Kaag. In de directe omgeving van de onderzoeklocatie staan rijtjeswoningen en twee onder een kap woningen. Ten oosten van het perceel ligt de Kaagerpolder die voornamelijk uit weilanden bestaat. De Natura 2000-gebieden liggen op vrij grote afstand. Op 9 kilometer ligt het Natura 2000gebied Kennemerland-Zuid. Dichtstbijzijnde gebied dat is aangewezen als Natuurnetwerk Nederland (NNN) ligt op enkele meters afstand. Natura 2000 Via de Natura 2000 zijn gebieden beschermd van internationaal belang. Voor deze gebieden zijn doelstellingen geformuleerd voor het behoud van habitats en planten en dieren. Deze Natura 2000 gebieden zijn ook beschermd tegen invloeden van buiten, zoals stikstofdepositie en grondwaterstromen. Voor functie waardoor de depositie van stikstofverbindingen toeneemt is een berekening noodzakelijk van de effecten.
Ligging van de Natura 2000-gebieden.
Natuurnetwerk Nederland Door nieuwe natuur te ontwikkelen, kunnen natuurgebieden met elkaar worden verbonden. Zo kunnen planten zich over verschillende natuurgebieden verspreiden en dieren van het ene naar het andere gebied gaan. Het totaal van al deze gebieden en de verbindingen ertussen vormt het Natuurnetwerk van Nederland. Het Natuurnetwerk Nederland wordt via de ruimtelijke verordening beschermd. Weidevogelleefgebied In de provincie Zuid-Holland zijn de belangrijke weidevogelleefgebieden beschermd. Er mogen geen activiteiten worden ondernomen die schade toebrengen aan de weidevogels. Het weidevogelleefgebied kent geen externe werking.
Ligging van de Natuurnetwerk Nederland (donker groen) en weidevogelleefgebied (licht groen).
Pagina 3
H03
Waarnemingen: veldgegevens en gegevens uit de literatuur Werkwijze Het onderzoek is uitgevoerd als een quick scan ecologie. Voor zo’n onderzoek wordt door een ecoloog beoordeeld of er een kans is op aanwezigheid van beschermde soorten. Daarbij wordt gelet op de structuur van de omgeving, aanwezige habitats en landschapselementen. Tevens wordt gezocht naar sporen van beschermde soorten. Een quick scan is tevens bedoeld als afbakening van een eventueel afdoend onderzoek. De quick scan bestaat uit de volgende activiteiten: • Een literatuur/bronnenonderzoek met betrekking tot de potentieel aanwezige beschermde soorten binnen de planlocatie. • Een veldbezoek waarbij de locaties worden beoordeeld op habitatgeschiktheid voor beschermde soorten. Hierbij worden bijvoorbeeld de te kappen bomen beoordeeld op geschiktheid voor vleermuizen en jaarrond beschermde nesten. • Voor de aangetroffen strikt beschermde soorten wordt, door een beschrijving van de ecologische functionaliteit van het gebied (foerageergebied, migratieroute, voortplantingsgebied of winterverblijf, enz.), aangegeven hoe het gebied door iedere soort wordt gebruikt. • Een schatting van de impact van de werkzaamheden op de (potentieel) aanwezige beschermde soorten. • Een effectbeoordeling gericht op (eventueel) nabij gelegen beschermde natuurgebieden (Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk en Weidevogelleefgebied).
Om een goed oordeel te kunnen geven is op 6 maart 2020 door een ecoloog een bezoek gebracht aan de planlocatie. Tijdens het veldbezoek is onderzocht of er in potentie beschermde planten en dieren aanwezig zijn binnen de planlocatie. Daarvoor is gezocht naar sporen en andere aanwijzingen van planten en dieren. Op basis van de aanwezige herkenbare begroeiing en habitats, is beoordeeld of er leefgebieden aanwezig zijn voor beschermde soorten. Aanvullend is een bureaustudie uitgevoerd naar de potentieel voorkomende planten en dieren in de directe omgeving van de planlocatie. Hierbij is een bronnenonderzoek uitgevoerd, waarbij de verschillende relevante en actuele informatiebronnen zijn geraadpleegd. Bij de analyse van de effecten is gelet op de effecten veroorzaakt door de veranderde omgeving en het veranderde gebruik. Daarnaast zijn de effecten bepaald die veroorzaakt worden door de ruimtelijke ontwikkelingen. Daarbij is naast de planlocatie sec. gelet op de directe omgeving en de effecten op soorten in de omgeving. In de voorliggende notitie worden de resultaten van de quick scan ecologie besproken. Waarnemingen In onderstaande paragrafen worden de soortengroepen beschreven die binnen de planlocaties en de directe omgeving zijn aangetroffen of te verwachten.
Tijdens het veldbezoek van 6 maart 2020 is onderzocht of er in potentie beschermde planten en dieren aanwezig zijn binnen de planlocatie. De weersomstandigheden tijdens het veldbezoek betrof bewolkt, droog weer met een temperatuur van 7°C en windkracht 3 Bft uit het noordwesten.
Pagina 4
Bronnenonderzoek Voor het onderzoek naar potentieel aanwezige beschermde soorten zijn de beschikbare regionale en landelijke verspreidingsatlassen en enkele digitale bronnen geraadpleegd. Er zijn waarnemingen van vleermuizen binnen Kaag bekend. Waarnemingen van huismussen en gierzwaluwen worden gedaan in de Prins Willem Alexanderlaan aan de noordzijde van het plangebied. Er zijn geen waarnemingen van marters en Noordse woelmuis bekend in de directe omgeving. Vegetatie en planten Op het perceel zijn een aantal bomen aangetroffen zoals zwarte els (Alnus glutinosa), es (Fraxinus excelsior), ruwe berk (Betula pendula), schietwilg (Salix alba), Tamme kastanje (Castanea sativa) en cultivars. Aan de noordzijde van het perceel zijn braam (Rubus fruticosus) en klimop (Hedera helix) aangetroffen. Tussen het gras op het perceel zijn paarse dovenetel (Lalium pupureum), ridderzuring (Rumex obstusifolius) en grote brandnetel (Urtica diocia) aanwezig. Langs de oevers van de sloot aan de oostzijde is pitrus (Juncus effusus) en grote lisdodde (Typha latifolia) aan te treffen. Rond de chalets zijn algemene tuinplanten aanwezig. Tijdens het oriënterend onderzoek zijn binnen de planlocatie geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Beschermde plantensoorten zijn – mede door het gebruik – binnen de planlocatie ook niet te verwachten.
Zoogdieren Juridisch zwaarder beschermde soorten Vleermuizen zijn de belangrijkste groep strikt beschermde dieren die verwacht kunnen worden. Vleermuizen kunnen schade ondervinden van de ruimtelijke ontwikkelingen en kunnen hierdoor een belemmering zijn. De planlocaties en de directe omgeving zijn daarom nauwkeurig onderzocht op de aanwezigheid van potentieel geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen, evenals essentiële vliegroutes en foerageergebieden. Verblijfplaatsen Vleermuizen zijn in twee groepen te verdelen; enerzijds de soorten die in gebouwen een verblijfplaats hebben en anderzijds de soorten die in bomen een verblijfplaats hebben. De kraamkolonie van de laatvlieger (Eptesicus serotinus) en de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) komen – voor zover bekend - alleen in gebouwen voor. Ze wonen in de spouwmuur, achter betimmering, onder daklijsten en dakpannen. De vaste verblijfplaatsen van de ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii) en de watervleermuis (Myotis daubentonii) kunnen zowel in spleten en gaten in bomen, als in gebouwen voorkomen. Ze kiezen in de regel gebieden met een groot aanbod aan geschikte holten op een klein oppervlak. Op de planlocatie is een perceel met een aantal chalets aanwezig. Deze vallen op een na buiten de plannen. Het chalet dat wordt verplaatst is beoordeeld op de effecten.
In het chalet zijn geen openingen aanwezig die naar een verblijfplaats kunnen leiden. In de bomen zijn geen zichtbare holtes aanwezig die geschikt zijn voor vleermuizen om zich te vestigen. Het ontbreken van geschikte holtes voor vleermuizen maakt de aan-
Pagina 5
wezigheid van vleermuizen in de bomen wordt niet verwacht. Er worden geen vleermuizen verwacht in het chalet dat wordt verplaatst. Potentiële vliegroutes en foerageergebieden De locatie valt binnen de bebouwde kom van Kaag. De kans op een jachtgebied in de omgeving is aanwezig. Potentiële vaste vliegroutes zijn waarschijnlijk niet aanwezig. Er zijn geen lijnvormige landschapselementen. Laag beschermde zoogdieren Binnen de planlocatie is een kleine kans op algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren, zoals egel, spitsmuizen en muizen. Er is kans op aanwezigheid van marters op het perceel. Het habitat is geschikt en het heeft voldoende omvang. Aanwezigheid van de Noordse woelmuis wordt niet verwacht gezien het ontbreken van voldoende geschikt habitat. De Noordse woelmuis is wel aangetoond op de andere eilanden in de Kagerplassen. Vogels Jaarrond beschermd nest Tijdens het ecologisch onderzoek is gezocht naar aanwijzingen voor het voorkomen van vogels met een vaste verblijfplaats binnen het plangebied. Gekeken is naar potentieel geschikte nestplekken voor vogels met een jaarrond beschermd nest. De locatie is ongeschikt voor huismussen om zich hier in op te houden. Er is geen geschikte bebouwing aanwezig binnen de locatie waar huismussen in kunnen nestelen. Er zijn geen huismussen of sporen van huismussen aangetroffen op, rond en in de omgeving.
Er zijn geen aanwijzingen voor aanwezigheid van gierzwaluwen. Er is geen geschikte bebouwing aanwezig binnen de locatie waar gierzwaluwen zich in kunnen ophouden. Algemene broedvogels Gezien de omgeving is de kans op algemeen voorkomende broedvogels aanwezig. Er kunnen vogels broeden in de begroeiing op en naast het perceel. Tijdens onderzoek zijn er in een aantal bomen nesten van algemene broedvogels aangetroffen. Er moet rekening gehouden worden met het broedseizoen voor en tijdens de werkzaamheden. Herpetofauna en vissen Er is geschikt oppervlaktewater aanwezig voor watergebonden organismen in de directe omgeving en op de locatie. Er is een mogelijkheid voor het aantreffen van amfibieën in de bodem binnen de locatie in de winterperiode. Overige soorten Er zijn, gezien de voorkomende biotopen, geen beschermde bijzondere insecten of overige soorten te verwachten binnen het perceel. Deze soorten stellen hoge eisen aan hun leefgebied; de planlocaties voldoet hier niet aan. De aanwezigheid van beschermde overige soorten worden daarom uitgesloten binnen de planlocatie.
Pagina 6
H05
Analyse: beoordeling van de effecten op de natuurwaarden Bij de analyse wordt gelet op de effecten als gevolg van het veranderde gebruik en de veranderde inrichting. Daarnaast wordt gelet op de effecten als gevolg van de werkzaamheden om de veranderingen te bereiken. Voor zover planlocaties binnen het Natuurnetwerk Nederland, Natura 2000 of andere beschermde natuurgebieden liggen, worden de effecten op deze beschermde natuurgebieden getoetst. Voor de Natura 2000 gebieden is de externe werking eveneens van belang; de belangrijkste externe effecten worden veroorzaakt door toename van depositie, geluid en licht. Daarnaast kunnen veranderde grondwaterstromen een effect veroorzaken. Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming kent een afdeling voor soortbescherming en een afdeling voor gebiedsbescherming. Binnen de gebiedsbescherming zijn de Natura 2000-gebieden beschermd. De bescherming geldt ook voor externe factoren; zoals grondwaterstromen en stikstofdepositie. De soortbescherming binnen de Wet natuurbescherming richt zich op de internationale afspraken, en geeft een uitbreiding van de beschermde soorten door aan de rode lijst (bedreigd en ernstig bedreigd) een beschermd status te koppelen. Binnen de bebouwde kom is de belangrijkste wijziging in de beschermde soorten het vervallen van de bescherming op muurplanten en orchideeën.
Beschermde soorten Uit de resultaten van de quick scan ecologie van 6 maart 2020 is gebleken dat de aanwezigheid van vleermuizen zijn uit te sluiten. De kleine marters zijn in Zuid-Holland niet beschermd. Er is geen ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig. Er is een kans op een jachtgebied voor vleermuizen, gelet op de omgeving is het geen essentieel jachtgebied (er zijn veel gelijke gebieden aanwezig waar dieren kunnen jagen). Geadviseerd wordt om bij het plaatsen van de openbare verlichting rekening te houden met vleermuizen en amberkleurige verlichting te plaatsen (vleermuizen worden door deze kleur lampen niet gehinderd). Ook een eventueel aanwezige vliegroute wordt dan niet gehinderd. Binnen de locatie is er een mogelijkheid voor het aantreffen van overwinterende amfibieën, zowel in de waterpartijen als ingegraven in de oevers. Werkzaamheden dienen buiten deze kwetsbare periode uitgevoerd te worden. Bij omlegging van waterpartijen zijn maatregelen nodig ter bescherming van amfibieën. Voor de werkzaamheden aan de waterpartijen wordt geadviseerd een ecologisch werkprotocol te hanteren. Er is een grote kans op het broeden van algemeen voorkomende vogels binnen het terrein. De werkzaamheden dienen buiten het broedseizoen te starten. Er mag geen verlichting toenemen op het weifdevogelleefgebied.
Zorgbeginsel Binnen de gebieden is kans op algemeen voorkomende soorten waarmee rekening moet worden gehouden. Aangetroffen dieren die niet uit zich zelf de werkgebieden kunnen verlaten, dienen – onder begeleiding van een ecoloog - in veiligheid te worden gebracht en buiten de werkgebieden te worden uitgezet. Schuilplekken zoals bladho-
Pagina 7
pen, hout- en steenstapels e.d. dienen eerst te worden gecontroleerd op schuilende dieren. In zijn algemeenheid dienen geschikte schuil- en overwinteringsplekken voor dieren buiten de werkterreinen intact te worden gelaten. Eventueel noodzakelijk kap moet buiten de kwetsbare periode (winter) worden uitgevoerd en voorafgaand aan de kap (of het anderszins vrijstellen van een werkplek) is het verstandig een ecoloog te laten beoordelen of effecten zijn te verwachten en eventueel maatregelen te (laten) nemen om die effecten te verminderen. Natura 2000 Het beschermde Natura 2000-gebied ligt op een afstand van ongeveer 9 kilometer van de locatie. De werkzaamheden betreft het bouwen van 15 woningen op het perceel. Een verhoging van de depositie kon niet op voorhand worden uitgesloten, daaro is een berekening met Aerius uitgevoerd. Gebleken is dat er geen verhoging van de depositie wordt veroorzaakt. Andere aantastingen van kwalificerende habitats of soorten in het Natura 2000-gebied door de werkzaamheden, kunnen worden uitgesloten. Stikstofdepositie Voor de berekening van de stikstof op de Natura 2000-gebieden is uitgegaan van de bouw van 15 woningen. Voor de bouw is als uitgangspunt genomen dat het eiland niet per zware vrachtwagen bereikbaar is. Aanvoer van zware materialen en machines gebeurd met een binnenschip (type spits).
Er zijn twee vaarbewegingen beladen en twee onbeladen nodig. Er zijn in verhouding veel middelzware vrachtwagens nodig voor de aanvoer van bouwmateriaal van de losplaats naar de bouwplaats. Voor de berekening van de verkeersstroom tijdens de gebruiksfase zijn de normen uit de CROW gehanteerd, waarbij de woningen in niet-stedelijk gebied staan. Voor de verkeersbewegingen geldt een norm van 8,5 mvt/etm per woning; in totaal dus 128 mvt/etm. Uitgangspunt is emissievrij bouwen. De gebruikte mobiele werktuigen staan in de tabel. Het bouwverkeer bestaat uit 120 mvt licht verkeer en 60 mvt middelzwaar verkeer tijdens de bouw van de woningen. Machine
Draaiuren
Brandstof per uur
Total brandstof
Hijskraan
105
10
1050
Graafmachine
80
25
750
Heistelling
60
25
750
Uit de berekening volgt dat er geen verhoogde depositie op de Natura 2000-gebieden wordt veroorzaakt. De Aerius-berekening is als bijlage bijgesloten. Natuurnetwerk Nederland De gebieden die onderdeel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland liggen op korte afstand van de planlocatie. Gelet op de afstand, aard en de omvang van het voornemen, wordt geen effect verwacht.
Pagina 8
H06
Conclusie, advies en gebruikte bronnen Voor Irenelaan 3A te Kaag worden plannen voorbereid voor een werkzaamheden op de locatie. De plannen betreft het bouwen van 15 woningen op het perceel. Voorliggend rapport betreft een onderzoek naar effecten op natuurwaarden. Door een ecoloog van bureau Els & Linde B.V. is op 6 maart 2019 beoordeeld of er beschermde planten- en diersoorten aanwezig zijn binnen de planlocatie en of deze soorten schade ondervinden van de gewenste ontwikkelingen.
– Anonymus (2017). Kennisdocument huismus, BIJ12 – Anonymus (2017). Kennisdocument gierzwaluw, BIJ12 – Anonymus (2017). Kennisdocument gewone dwergvleermuis, BIJ12 – zuid-holland.nl – waarneming.nl – quickscanhulp.nl
Beschermde soorten Uit de resultaten van de quick scan ecologie van 6 maart 2020 is gebleken dat de aanwezigheid van vleermuizen is uit te sluiten. De kleine marters zijn in Zuid-Holland niet beschermd. Er is geen ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig. Binnen de locatie is er een mogelijkheid voor het aantreffen van overwinterende amfibieën, zowel in de waterpartijen als ingegraven in de oevers. Werkzaamheden dienen buiten deze kwetsbare periode uitgevoerd te worden. Er is een grote kans op het broeden van algemeen voorkomende vogels binnen het terrein. De werkzaamheden dienen buiten het broedseizoen te starten.
Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland Het beschermde Natura 2000-gebied ligt op een afstand van ongeveer 9 kilometer van de locatie. De werkzaamheden betreft het bouwen van 15 woningen op het perceel. Een verhoging van de depositie kon niet op voorhand worden uitgesloten, daarom is een berekening met Aerius uitgevoerd. Gebleken is dat er geen verhoging van de depositie wordt veroorzaakt. Andere aantastingen van kwalificerende habitats of soorten in het Natura 2000-gebied door de werkzaamheden, kunnen worden uitgesloten.
Pagina 9
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. Rzv9iafFcMBh (04 april 2020) pagina 1/6
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Els & Linde b.v.
Irenelaan, - Kaag
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Kaag
Rzv9iafFcMBh
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
04 april 2020, 14:27
2020
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
8,12 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
bouwfase, incl. binnenvaart (spits)
Situatie 1
Rzv9iafFcMBh (04 april 2020) pagina 2/6
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Bron Sector
Emissie NH3
Emissie NOx
-
6,01 kg/j
bouwverkeer Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
< 1 kg/j
verkeer op eiland Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
< 1 kg/j
binnenschip Spits Scheepvaart | Binnenvaart: Vaarroute
-
1,98 kg/j
bouwen Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
Resultaten
Situatie 1
Rzv9iafFcMBh (04 april 2020) pagina 3/6
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
NOx
Voertuig
Omschrijving
Brandstof verbruik (l/j)
STAGE IV, 56 – 75 kW, bouwjaar 2014/01, Cat. R
hijskraan
Warmte Stof inhoud (MW)
Emissie
1.050
NOx
1,22 kg/j
STAGE IV, 75 – graafmachine, 130 kW, bouwjaar buldozer 2014/01, Cat. R
2.000
NOx
2,37 kg/j
STAGE IV, 130 – 560 kW, bouwjaar 2014/01, Cat. Q
2.000
NOx
2,42 kg/j
heistelling
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
bouwen 98453, 469770 6,01 kg/j
Soort
Voertuig
Standaard
Licht verkeer
Situatie 1
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding (m)
bouwverkeer 98344, 470083 < 1 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
120,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Rzv9iafFcMBh (04 april 2020) pagina 4/6
Resultaten
verkeer op eiland 98371, 470012 < 1 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Soort
Voertuig
Standaard
Middelzwaar vrachtverkeer
Aantal voertuigen Stof
Emissie
60,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y) Type vaarweg NOx
Resultaten
Scheepstype
Omschrijving
M1
binnenvaart
Situatie 1
binnenschip Spits 100426, 477151 CEMT_Va 1,98 kg/j
Vaarbeweging (A -> B)
Percentage geladen
Vaarbeweging (B -> A)
Percentage Stof geladen
Emissie
1 / jaar
100%
1 / jaar
0% NOx
1,98 kg/j
Rzv9iafFcMBh (04 april 2020) pagina 5/6
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2019A_20200403_6c571f9654 Database versie 2019A_20200403_6c571f9654 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2019A
Resultaten
Situatie 1
Rzv9iafFcMBh (04 april 2020) pagina 6/6
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. Rr7HZLMK6Cuw (16 maart 2020) pagina 1/5
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Els & Linde b.v.
Irenelaan, - Kaag
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Kaag
Rr7HZLMK6Cuw
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
16 maart 2020, 09:35
2020
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
12,98 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
gebruiksfase
Situatie 1
Rr7HZLMK6Cuw (16 maart 2020) pagina 2/5
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Bron Sector
bouwverkeer Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
Resultaten
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
< 1 kg/j
12,98 kg/j
Rr7HZLMK6Cuw (16 maart 2020) pagina 3/5
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
NOx NH3
Resultaten
bouwverkeer 98344, 470083 12,98 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
128,0 / etmaal NOx NH3
12,98 kg/j < 1 kg/j
Situatie 1
Rr7HZLMK6Cuw (16 maart 2020) pagina 4/5
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2019A_20200211_3b24c29c22 Database versie 2019A_20200226_89548b118c Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2019A
Resultaten
Situatie 1
Rr7HZLMK6Cuw (16 maart 2020) pagina 5/5
VERKENNEND BODEMONDERZOEK 'IRENELAAN 3A' TE KAAG
Rapportage T.20.10789
Mei 2020
TERRASCAN B.V. Afdeling bodemonderzoek Postbus 102 1170 AC Badhoevedorp
RAADGEVEND INGENIEURSBUREAU VOOR BODEM EN MILIEU
Opdrachtgever: Kantoor Vierkant
COLOFON:
TERRASCAN B.V. Afdeling bodemonderzoek Postbus 102, 1170 AC Badhoevedorp Hoofdweg 204, 1175 LD Lijnden Telefoon: 023 5551456 E-mail: terrascan@terrascan.nl Website: www.terrascan.nl Projectnummer: Projecttitel: Opdrachtgever: Contactpersoon:
T.20.10789 Verkennend bodemonderzoek ‘Irenelaan 3A’ te Kaag Kantoor Vierkant te Nieuw-Vennep mevrouw C. Roubos
Auteur: Projectleider: Monsternemer protocol 2001: Monsternemer protocol 2002: Rapportdatum:
M. Hoegen ing. M.A. Gussinklo L. van Ham L. van Ham 1 mei 2020
Verantwoording: • Terrascan B.V. is ISO 9001:2015, VCA**, BRL SIKB 1000 (protocol 1001), BRL SIKB 2000 (protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018) en BRL SIKB 6000 (protocol 6001) gecertificeerd. • Terrascan B.V. streeft de door de branchevereniging van advies-, management- en ingenieursbureaus opgestelde gedragscode na. De ten behoeve van de onafhankelijkheid in de beoordelingsrichtlijnen (BRL) verplicht gestelde functiescheiding tussen Terrascan B.V. (opdrachtnemer) en de opdrachtgever en/of de eigenaar van de partij, de grond en/of het terrein is middels deze gedragscode gewaarborgd. • De monsternemers hebben verklaard dat de werkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever zijn uitgevoerd conform de eisen van BRL SIKB 2000 en de daarbij behorende protocollen.
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, geautomatiseerde gegevensbestanden of op welke andere wijze ook en evenmin in een retrieval systeem worden opgeslagen zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING ................................................................................................................... 4
2.
ACHTERGRONDINFORMATIE ................................................................................... 5 2.1 Ligging en gebruik van de locatie ........................................................................ 5 2.2 Dossieronderzoek................................................................................................ 5 2.3 Regionale bodemsamenstelling en geohydrologie ............................................... 6
3.
DOEL VAN HET ONDERZOEK EN STRATEGIE......................................................... 7 3.1 Doel ..................................................................................................................... 7 3.2 Strategie .............................................................................................................. 7
4.
VELDONDERZOEK ..................................................................................................... 8 4.1 Uitvoering veldonderzoek .................................................................................... 8 4.2 Resultaten veldonderzoek ................................................................................... 8
5.
LABORATORIUMONDERZOEK EN TOETSINGSKADER ......................................... 10 5.1 Laboratoriumonderzoek ..................................................................................... 10 5.2 Toetsingskader .................................................................................................. 11
6.
INTERPRETATIE VAN DE RESULTATEN ................................................................ 14 6.1 Verontreinigingssituatie ..................................................................................... 14 6.2 Hergebruiksmogelijkheden grond ...................................................................... 14 6.3 Conclusie en advies .......................................................................................... 15
7.
SAMENVATTING ....................................................................................................... 16
TABELLEN 1. 2.
Analyseresultaten en toetsing grond Analyseresultaten en toetsing grondwater
FIGUREN 1. 2.
Regionale tekening met ligging onderzochte locatie Situatietekening
BIJLAGEN 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Kadastrale informatie Locatiefoto’s Samenvatting resultaten vooronderzoek NEN 5725 Bodemrapportage Omgevingsdienst West-Holland Boorprofielen Analysecertificaten Toetsingswaarden Circulaire bodemsanering / Regeling bodemkwaliteit Toetsingswaarden landbodem Regeling bodemkwaliteit
T.20.10789 / V.O. ‘Irenelaan 3A’ te Kaag
3
1.
INLEIDING
In opdracht van Kantoor Vierkant te Nieuw-Vennep heeft Terrascan B.V. in april 2020 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de Irenelaan 3A te Kaag. De regionale ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven in figuur 1. Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van een bestemmingsplanwijziging om op het perceel woningen te bouwen en een park te realiseren. Het doel van het onderzoek is het geven van een representatieve indicatie van de eventuele aanwezigheid van milieuschadelijke stoffen in de boven- en ondergrond en het ondiepe grondwater van het terrein, in samenhang met eventuele vroegere en huidige activiteiten op en rond het terrein. Terrascan heeft het bodemonderzoek uitgevoerd in april 2020. Bij de uitvoering van het onderzoek is gewerkt conform de richtlijn NEN 5740+A1:2016 ‘Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond’. Het veldwerk is uitgevoerd onder procescertificaat van de BRL SIKB 2000 (Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-procescertificaat voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek). Terrascan B.V. is gecertificeerd volgens het procescertificaat veldwerk voor milieuhygiënisch bodemonderzoek. Eventuele afwijkingen ten opzichte van deze BRL zijn opgenomen in hoofdstuk 4.
In de onderhavige rapportage wordt in hoofdstuk 2 de relevante achtergrondinformatie van de locatie behandeld met de resultaten van het vooronderzoek. In hoofdstuk 3 worden het doel en de gekozen strategie van het onderzoek beschreven. De uitvoering en de resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek worden behandeld in de hoofdstukken 4 en 5. In hoofdstuk 6 worden alle gegevens geïnterpreteerd en getoetst aan de hand van de Circulaire bodemsanering en de Regeling bodemkwaliteit voor het vaststellen van de verontreinigingssituatie en de hergebruiksmogelijkheden van de grond. Hier worden tevens een conclusie en advies aan verbonden. Voor de samenvatting wordt verwezen naar hoofdstuk 7.
T.20.10789 / V.O. ‘Irenelaan 3A’ te Kaag
4
2.
ACHTERGRONDINFORMATIE
Er is vooronderzoek uitgevoerd conform NEN 5725:2017. Voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden is een terreininspectie uitgevoerd. Een samenvatting van de resultaten van het vooronderzoek is opgenomen in bijlage 3.
2.1 Ligging en gebruik van de locatie De projectlocatie ‘Irenelaan 3A’ is gelegen in een woongebied op het kaageiland in de gemeente Kaag en Braassem (zie figuur 1). De coördinaten van de locatie zijn: X Y
= 098,460 = 469,780
± 100 m ± 50 m
Z
= NAP 1,8 m
± 0,5 m
De projectlocatie ‘Irenelaan 3A’ was voorheen in gebruik als camping. Het terrein is bekend bij het kadaster als gemeente Alkemade, sectie A, nummer 1828 en heeft een oppervlakte van ca. 16.000 m2 (zie bijlage 1). Op de onderzoekslocatie bevindt zich thans een leegstaand woonhuis en enkele funderingen van voormalige (sanitaire) voorzieningen van de voormalige camping (zie figuur 2 en locatiefoto’s in bijlage 2). De bodem van de onderzoekslocatie is grotendeels onverhard en begroeid met gras en er zijn enkele paden aanwezig die verhard zijn met klinkers. Het terrein wordt aan de noord-, west- en zuidzijde omringd door woonhuizen gelegen aan openbare wegen. Aan de noordzijde bevindt zich de Prins Willem Alexanderlaan. Ten westen van het terrein is de Beatrixlaan gelegen en ten zuiden de Irenelaan. Aan de oostzijde grenst het terrein aan agrarische velden.
2.2 Dossieronderzoek
Ten behoeve van het vooronderzoek zijn het bodeminformatiesysteem van de Omgevingsdienst West-Holland en de site van Bodemloket geraadpleegd. Uit de informatie van de Omgevingsdienst (zie bijlage 4) blijkt dat er geen relevante informatie beschikbaar is over de onderzoekslocatie. Op de site van Bodemloket (www.bodemloket.nl) is geen informatie over de onderzoekslocatie beschikbaar. Uit historisch kaartmateriaal afkomstig van de website Topotijdreis.nl blijkt dat de onderzoekslocatie voorheen in gebruik was als agrarische velden en dat het terrein onbebouwd was.
T.20.10789 / V.O. ‘Irenelaan 3A’ te Kaag
5
Volgens de bodemfunctieklassenkaart van de gemeente Kaag en Braassem bevindt de onderzoekslocatie zich in een zone met de functieklasse ‘wonen’. In de ontgravingskaart is de grond ingedeeld in de klasse ‘wonen (toemaakdek)’. Er heeft in het verleden, voor zover bekend, op de onderzoekslocatie geen (ondergrondse) opslag van bodembedreigende (vloei)stoffen plaatsgevonden. Tevens hebben zich, voor zover bekend, geen milieucalamiteiten voorgedaan.
2.3 Regionale bodemsamenstelling en geohydrologie De regionale bodemopbouw is weergegeven in onderstaand model. De gegevens zijn ontleend aan de Grondwaterkaart van Nederland (TNO Bouw en Ondergrond, REGIS II Kartering). Het model geeft informatie over de geologische en bodemkundige opbouw. Deze informatie is beschikbaar gesteld op basis van geïnterpreteerde gegevens die verkregen zijn door onder andere booronderzoeken en / of grondwateronderzoeken. De schematische weergaven van de regionale bodemopbouw en geohydrologie zijn opgenomen in onderstaand model en tabel.
Diepte t.o.v. NAP in meters
Geohydrologie
Lithologie (samenstelling)
-2 tot -12
Holocene afzetting (hlc)
Afwisseling van zandige, kleiige en organogene afzettingen
-12 tot < -17
Formatie van Boxtel (bxz4)
-17 tot < -20
Formatie van Kreftenheye (krz3)
Zandige eenheden, overwegend bestaande uit zand (fijn tot en met grof zand), grind en / of schelpen
De gemiddelde maaiveldhoogte ter plaatse van de locatie komt overeen met NAP - 1,8 m. De gemiddelde stijghoogte van het grondwater in het eerste watervoerende pakket bedraagt ca. NAP 0,0 m. Regionaal beschouwd heeft het grondwater een noordwestelijke stromingsrichting. De locatie is niet gelegen in een waterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied.
T.20.10789 / V.O. ‘Irenelaan 3A’ te Kaag
6
3.
DOEL VAN HET ONDERZOEK EN STRATEGIE
3.1 Doel
Het doel van het onderzoek is het geven van een representatieve indicatie van de eventuele aanwezigheid van milieuschadelijke stoffen in de boven- en ondergrond en het ondiepe grondwater van het terrein, in samenhang met eventuele vroegere en huidige activiteiten op en rond het terrein.
3.2 Strategie
Op basis van de resultaten van het vooronderzoek wordt de volgende hypothese gesteld: De bodem van de onderzoekslocatie is onverdacht op het voorkomen van significante bodemverontreiniging. Het onderzoek is uitgevoerd conform de richtlijn NEN 5740+A1:2016 ‘Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond’, § 5.1 ‘Onderzoeksstrategie voor een onverdachte nietlijnvormige locatie (ONV-NL)’. De posities van de boringen zijn zodanig gekozen, dat een zo representatief mogelijk beeld van de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie is verkregen. De posities van de boorpunten zijn aangegeven in figuur 2.
T.20.10789 / V.O. ‘Irenelaan 3A’ te Kaag
7
4.
VELDONDERZOEK
4.1 Uitvoering veldonderzoek
Werkwijze De veldwerkzaamheden zijn op 6 april 2020 uitgevoerd door een conform het Besluit bodemkwaliteit erkende medewerker van Terrascan B.V. conform protocol 2001 (zie colofon). Ten behoeve van de grondbemonstering zijn de volgende boringen verricht (zie figuur 2): • • • •