Bijlage 4 - Archeologisch onderzoek
Tekst van het document
In het buitendijkse gebied liggen de uiterwaarden castellum Romeins legerkamp conservering Mate waarin grondsporen, anorganische en organische archeologische resten bewaard zijn couperen Het maken van één of meer verticale doorsneden door een spoor of laag om de aard, diepte, vullingen, vorm en relaties met andere fenomenen vast te stellen crematie Begraving met gecremeerd menselijk bot crevasse Doorbraakgeul door een oeverwal dagzomen Aan de oppervlakte komen, zichtbaar worden van gesteenten (met inbegrip van zand, klei, etc.)
30
IDDS Archeologie rapport 2879 Versie 1.3 (concept)
dekzand
Dryas Edelmanboor Eemien eerdgrond eolisch estuarien estuarium fluviatiel fluvioglaciaal gaafheid Hollandveen Holoceen horizont humeus ijzeroer in situ inhumatie interstadiaal kom kreek kronkelwaard kwel kwelder laag leem Limes lithologie löss lutum meander meanderen oeverwal
Fijnzandige afzettingen die onder periglaciale omstandigheden voornamelijk door windwerking ontstaan zijn; de dekzanden van het Weichselien vormen in grote delen van Nederland een ‘dek’ (Formatie van Boxtel) Laatste gedeelte van de laatste ijstijd (Weichselien), ca. 20.000-10.000 jaar geleden Een handboor voor bodemonderzoek Interglaciaal tussen de voorlaatste en laatste ijstijd (Saalien en Weichselien), ca. 130.000-120.000 jaar geleden Grond met een humushoudende minerale bovengrond van meer dan 50 cm, ontstaan door invloed van de mens Door de wind gevormd, afgezet Afgezet in een estuarium Inham aan de kust waarin met name het getijde grote invloed uitoefent op het landschap, bijvoorbeeld de Westerschelde Door rivieren gevormd, afgezet Door smeltwater (afkomstig van gletsjers) afgezet Mate van (fysieke) verstoring van de bodem, zowel in verticale zin (diepte) als in horizontale zin (omvang) Holocene formatie, ontstaan vanaf 3500 voor Chr. Jongste geologisch tijdvak dat nog steeds voortduurt (vanaf de laatste ijstijd: ca.
8800 jaar voor Chr.) Kenmerkende laag binnen de bodemvorming Organische stoffen bevattend; bestaande uit resten van planten en dieren in de bodem IJzeroxidenhydraat, een ijzererts dat vooral in vlakke landstreken, in dalen en moerassige gebieden op geringe diepte voorkomt Achtergebleven op exact de plaats waar de laatste gebruiker het heeft gedeponeerd, weggegooid of verloren Begraving met niet gecremeerd menselijk bot Een warmere periode tijdens een ijstijd (glaciaal) Laag gebied waar na overstroming van een rivier vaak water blijft staan en klei kan bezinken Waterweg waarbij het water vanuit zee of rivier onder invloed van het getijde inen uitstroomt Deel van een stroomgebied omgeven – en grotendeels opgebouwd – door een meander Door hydrostatische druk aan het oppervlakte treden van grondwater zie schor Een vervolgbare grondeenheid die op archeologische of geologische gronden als eenheid wordt onderscheiden Grondsoort die wordt gekenmerkt door een samenstelling van meer dan 50% silt, minder dan 50% zand en minder dan 25% klei de noordgrens van het Romeinse rijk Wetenschap die zich bezighoudt met de beschrijving en het ontstaan van de sedimentaire gesteenten Door de wind gevormde afzetting van zeer fijnkorrelig materiaal waarvan het overgrote deel van de korrels (60-85%) kleiner is dan 0,063 mm Kleideeltjes kleiner dan 0,002 mm Min of meer regelmatige lusvormige rivierbocht
(van rivieren of beken) Zich bochtig door het landschap slingeren Langgerekte rug langs een rivier of kreek, ontstaan doordat bij het buiten de oevers treden van de stroom het grovere materiaal het eerst bezinkt
31
IDDS Archeologie rapport 2879 Versie 1.3 (concept)
OSL-datering
oxidatie plaggendek plangebied Pleistoceen
podzol pollenanalyse
prehistorie rivierduin Saalien schor silt slak slik spieker strandvlakte strandwal
stratigrafie stroomgordel stroomrug
stuwwal terras (rivier-) vaaggronden vicus vindplaats Weichselien zavel zeldzaamheid
Dateringsmethode waarmee op grond van energieverval kan worden bepaald wanneer een fragment kwarts (zand) voor het laatst heeft blootgestaan aan direct zonlicht Reactie met zuurstof (roesten/corrosie bij metalen; ‘verbranding’ bij veen) Verhoogd bouwland, ontstaan door ophoging ten gevolge van bemesting. Voor de bemesting werden plaggen of met zand vermengde potstalmest opgebracht Gebied waarbinnen de realisering van de planvorming het bodemarchief kan bedreigen Geologisch tijdperk dat ca. 2,3 miljoen jaar geleden begon. Gedurende deze periode waren er sterke klimaatswisselingen van gematigd warm tot zeer koud (de vier bekende ijstijden). Na de laatste ijstijd begon het Holoceen (ca. 8800 voor Chr.) Goed ontwikkelde bodem in gebieden met veel neerslag De bestudering van fossiele stuifmeelkorrels en sporen waardoor een beeld van de vegetatiegeschiedenis gevormd kan worden. Uit de vegetatiegeschiedenis kan het klimaat worden gereconstrueerd Dat deel van de geschiedenis waarvan geen geschreven bronnen bewaard zijn gebleven Door verstuiving uit een riviervlakte hierlangs ontstaan duin (in Nederland meestal Weichselien of Vroeg Holoceen van ouderdom) Voorlaatste ijstijd, waarin het landijs tot in Nederland doordrong en de stuwwallen werden gevormd, ca.
200.000-130.000 jaar geleden Zandgrond in een getijdenwater; staat alleen onder water bij zeer hoog tij, begroeid Zeer fijn sediment met grootte 0,002-0,063 mm Steenachtig afval van metaal- of aardewerkproductie Zandgrond in een getijdenwater; staat onder water bij vloed en valt droog bij eb, kwelder onbegroeid; wad Op palen geplaatst opslaghuisje Groot vlak zandig gebied tussen twee strandwallen Langs de kust gevormde langgerekte zandrug die uitsteekt boven het gemiddelde hoogwaterniveau; geeft in Nederland de oude ligging van de kustlijn weer Opeenvolging van lagen in de bodem Het geheel van rivieroeverwal-, rivierbedding- en kronkelwaard-afzettingen, al dan niet met restgeul(en) Oude riviergeul die zodanig is opgehoogd met zandige afzettingen dat de rivier een nieuwe loop heeft gekregen; blijft door inklinking van de komgebieden als een rug in het landschap liggen Door de druk van het landijs in het Saalien opgedrukte rug van scheefgestelde preglaciale sedimenten Door een rivier verlaten en daarna versneden dalbodem Minerale gronden zonder duidelijke podzol-B-horizont, zonder briklaag en zonder minerale eerdlaag Een burgerlijke nederzetting uit de Romeinse tijd met een stedelijk karakter maar zonder stadsrechten Ruimtelijk begrensd gebied waarbinnen zich archeologische informatie bevindt Geologische periode (laatste ijstijd, waarin het landijs Nederland niet bereikte), ca.
120.000-10.000 jaar geleden Grondsoort die tussen 8 en 25% lutum (kleideeltjes kleiner dan 0,002 mm) bevat Mate waarin een bepaald type monument schaars is (of is geworden) voor een periode of in een gebied
32
Pagina 1 / 3 Bijlage 4: Boorbeschrijvingen
0
Boring:
1
Boring:
2
Boring:
3
Datum:
20-7-2023
Datum:
20-7-2023
Datum:
20-7-2023
X:
105810,94
X:
105813,10
X:
105893,71
Y:
468638,21
Y:
468615,31
Y:
468653,18
Hoogte (m NAP):
-0.23
Hoogte (m NAP):
-0.2
Hoogte (m NAP):
-0.29
Opmerking:
Met muurtje?
-23
bosschage
-38
Klei, zwak zandig, sterk humeus, donkerbruin Veen, zwak zandig, sterk schelphoudend, zwart, Met zand en schelpfragmenten vermengd, sterk veraard, omgewerkte grond
50
0
-20
bosschage
-30
Klei, matig zandig, zwart, bouwvoor
-40
-60
50
100
-123
Zand matig grof, matig siltig, bruingrijs, Opgebracht, (sub-)rece nt
100
Veen, zwak zandig, spikkels sintels, spikkels baksteen, zwart, sterk veraard
-29
gras
-49
Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, bruin, bouwvoor Volledig baksteen, oranje
-69
50
-84
Veen, zwak zandig, donker grijsbruin, sterk amorf
100 -139
-160
Veen, bruin, sterk amorf
-173
150
150
Veen, bruin, rietveen, matig amorf
200
-223
Veen, sterk zandig, donker grijsbruin
Veen, bruin, rietveen, matig amorf
Veen, zwak schelphoudend, spikkels baksteen, zwart, sterk veraard 150
Klei, matig siltig, sterk schelphoudend, donker bruingrijs
Veen, zwak zandig, spikkels baksteen, spikkels schelpen, zwart, Af en toe zandiger, schelpenlaagje op 110 cm -mv, sterk veraard, omgewerkte grond
-108
0
200
Projectcode: A4244-01 Projectnaam: Herenweg 45, Rijnsaterwoude
-220
200
-229
Pagina 2 / 3 Bijlage 4: Boorbeschrijvingen
0
Boring:
4
Boring:
4
Boring:
5
Datum:
20-7-2023
Datum:
20-7-2023
Datum:
20-7-2023
X:
105917,13
X:
105917,13
X:
105899,07
Y:
468654,82
Y:
468654,82
Y:
468630,28
Hoogte (m NAP):
-0.24
Hoogte (m NAP):
-0.24
Hoogte (m NAP):
-0.24
-24
-64
50 -84 -94
100 -134
gras Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, sterk puinhoudend, sterk baksteenhoudend, zwak grindhoudend, bruin, Opgebracht, (sub-)rece nt Veen, sterk zandig, sterk baksteenhoudend, donkerbruin
-561
550
-24
-84
600
Zand matig fijn, matig siltig, donker bruingrijs Veen, sterk zandig, zwak baksteenhoudend, zwak metselpuinhoudend, donker zwartbruin
150
200
250
-324
Veen, donkerbruin, bosveen, matig amorf
350
400
450
500
-561
Projectcode: A4244-01 Projectnaam: Herenweg 45, Rijnsaterwoude
-634 -639
Klei, matig siltig, grijs
gras Zand matig fijn, matig siltig, matig grindig, sterk puinhoudend, sterk baksteenhoudend, grijsbruin, Gestaakt op ondoordringbaar puin, Opgebracht, (sub-)rece nt
50
Veen, donkerbruin, sterk amorf
300
0 Veen, donkerbruin, bosveen, matig amorf
Pagina 3 / 3 Bijlage 4: Boorbeschrijvingen
0
50
Boring:
6
Boring:
7
Boring:
8
Datum:
20-7-2023
Datum:
20-7-2023
Datum:
20-7-2023
X:
105919,52
X:
105895,52
X:
105923,60
Y:
468640,40
Y:
468604,71
Y:
468616,14
Hoogte (m NAP):
-0.39
Hoogte (m NAP):
-0.2
Hoogte (m NAP):
-0.23
Opmerking:
Beschrijving van boring 7
-39
-89
-119
0 Zand matig fijn, matig siltig, sterk grindig, uiterst puinhoudend, sterk baksteenhoudend, matig grindhoudend, bruin, Opgebracht, (sub-)rece nt
100
grind
0
-23
gras
-73
Klei, matig zandig, matig humeus, zwak baksteenhoudend, zwak puinhoudend, zwak grindhoudend, donkerbruin, Ter plaatse van voormalig gebouw, bouwvoor
Grind zeer grof, sterk zandig, sterk baksteenhoudend, sterk puinhoudend, bruin, Opgebracht, (sub-)rece nt -65
50
Zand matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak baksteenhoudend, donkergrijs, Opgebracht, (sub-)rece nt Veen, sterk zandig, spikkels baksteen, donker grijsbruin
-20
-80
100
-120
-150
150
Zand matig fijn, matig siltig, zwak puinhoudend, zwak baksteenhoudend, zwak grindhoudend, grijs Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwart, Worteldoek op 60 cm -mv
50
Klei, sterk zandig, matig humeus, matig puinhoudend, zwak baksteenhoudend, zwak grindhoudend, zwart, Veel gevlekt grijs, omgewerkte grond 100
Zand matig fijn, sterk siltig, sterk humeus, zwak schelphoudend, zwart, Venige bijmenging. Gestaakt op ondoordringbare laag 150
-214
200
-229 -234 -239
Veen, zwak zandig, donkerbruin Klei, matig siltig, licht beigegrijs, Vloerniveau? Veen, zwak zandig, zwak houthoudend, donkerbruin, Natuurlijk
Projectcode: A4244-01 Projectnaam: Herenweg 45, Rijnsaterwoude
200
-223
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10 Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen zwak humeus
ongeroerd monster volumering
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
overig bijzonder bestanddeel
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
Legenda afkortingen Archeologische Boorbeschrijving (conform ASB 2008) Percentages en Mediaan Klasse Zandmediaan Uiterst fijn 63-105 µm Zeer fijn 105-150 µm Matig fijn 150-210 µm Matig grof 210-300 µm Zeer grof 300-420 µm Uiterst grof 420-2000 µm Nieuwvormingen (1=spoor, 2=weinig, 3=veel) Afkorting Nieuwvormingen FEC IJzerconcreties FFC Fosfaatconcreties FOV Fosfaatvlekken MNC Mangaanconcreties ROV Roestvlekken VIV Vivianiet VKZ Verkiezeling ZAV Zandverkittingen Bodemkundige interpretaties Code Bodemkundige interpretaties BOD Bodem BOV Bouwvoor ESG Esgrond GLE Gleyhorizont HIN Humusinspoeling INH Inspoelingshorizont KAT Katteklei KBR Klei, brokkelig LOO Loodzand MOE Moedermateriaal OMG Omgewerkte grond OPG Opgebrachte grond OXR Oxidatie-reductiegrens POD Podzol RYP Gerijpt TKL Top kalkloos TRP Terpaarde UIT Uitspoelingshorizont VEN Vegetatieniveau VNG Gelaagd vegetatieniveau VRG Vergraven
Bodemhorizont Code Bodemhorizont BHA A-horizont BHAB BHAC BHAE BHB BHBC BHC BHE BHEB BHO BHR
AB-horizont AC-horizont AE-horizont B-horizont BH-horizont C-horizont E-horizont EB-horizont O-horizont R-horizont
Omschrijving Minerale bovengrond Overgangshorizont Overgangshorizont Overgangshorizont Inspoelingshorizont Overgangshorizont Uitgangsmateriaal Uitspoelingshorizont Overgangshorizont Strooisellaag Vast gesteente
Sedimentaire karakteristiek, laaggrens Afkorting Afmeting Klasse overgangszone BDI ≥ 3,0 - < 10,0 cm Basis diffuus BGE ≥ 0,3 - < 3,0 cm Basis geleidelijk BSE < 0,3 cm Basis scherp Kalkgehalte Code Kalkgehalte CA1 Kalkloos CA2 Kalkarm CA3 kalkrijk Archeologische indicatoren (1=spoor, 2=weinig, 3=veel) Code Omschrijving AWF Aardewerkfragmenten BST Baksteen GLS Glas HKB Houtskoolbrokken HKS Houtskoolspikkels MXX Metaal OXBO Onverbrand bot OXBV Verbrand bot SGK Gebroken kwarts SLA Slakken/sintels SVU Vuursteen SXX Natuursteen VKL Verbrande klei VSR Visresten
Bijlage 6: Periodentabel