bijlage 3 Wijzigingstabel GR ODWH
Tekst van het document
Huidig info artikel li sub Hoofdstuk 1: Begripsbepalingen 1.
1.
Nieuw Huidige tekst Hoofdstuk 1: Algemeen
In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a. regeling: deze gemeenschappelijke regeling;
Begripsbepalingen
1.
1. a.
In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: bestuur: het bestuur van de Omgevingsdienst West-Holland Begripsbepalingen die volgen uit de wet, zoals het algemeen-, dagelijks bestuur en voorzitter, zijn achterwege gelaten. Inhoudelijk is de formulering van de begripsbepaling deelnemers en deelnemende gemeenten aangepast. De colleges zijn deelnemer aan de regeling, niet de gemeenten. En de gemeenten zijn voor de volledigheid in de definitie voluit geschreven. De definitie 'werkgebied' is komen te vervallen, omdat in de gehele regeling niet gesproken wordt over werkgebied. Verder hebben er geen inhoudelijke wijzigingen plaatsgevonden, slechts tekstuele wijzigingen. Namen van wetten zijn aangepast aan de officiële citeerwijze van de betreffende wetten.
b. deelnemers: het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland en de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten; c. deelnemende gemeente: aan deze regeling deelnemende gemeente;
b. colleges: de colleges van de deelnemers als bedoeld in artikel 1, onder c, van de regeling c.
deelnemers: het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude; d. directeur: de functionaris als bedoeld in artikel 20 van de regeling; e. Gedeputeerde Staten: het college van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland; f. omgevingsdienst: het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2 van de regeling;
d. wet: Wet gemeenschappelijke regelingen; e. werkgebied: grondgebied van de deelnemende gemeenten, alsmede het grondgebied van andere gemeenten binnen de regio Holland Rijnland voor zover het taken en bevoegdheden van de provincie Zuid-Holland zoals genoemd in artikel 6, eerste lid, onder e van deze regeling betreft; f. omgevingsdienst: rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2 van de regeling; g. directeur: functie als bedoeld in artikel 27 van de regeling;
g.
h. gedeputeerde staten: Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland;
i.
i. provincie: provincie Zuid-Holland.
j.
vertegenwoordigende organen: de Provinciale Staten van Zuid-Holland en de raden van de gemeenten Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude; wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen. Waar in de regeling artikelen van de Provinciewet of Gemeentewet, dan wel andere wettelijke regelingen van overeenkomstige toepassing worden verklaard, wordt, tenzij anders vermeld, in die artikelen voor de provincie, Provinciale Staten, Gedeputeerde Staten en de Commissaris van de Koning, respectievelijk de gemeente, de raad, het college (van burgemeester en wethouders), de burgemeester, gelezen: de omgevingsdienst, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de voorzitter en de directeur.
Voor de leesbaarheid zijn lid 2 en 3 samengevoegd. Geen inhoudelijke wijzigingen, maar alleen redactioneel.
1.
Er is een openbaar lichaam, genaamd de Omgevingsdienst West-Holland.
Geen wijzgingen.
2.
De omgevingsdienst is gevestigd in Leiden.
2.
2.
3.
provincie: de provincie Zuid-Holland;
h. regeling: de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst West-Holland;
Waar in de regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, komen voor zover mogelijk in die artikelen in de plaats van de gemeente, de raad, burgemeester en wethouders en de burgemeester, onderscheidenlijk de omgevingsdienst, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter. Waar in de regeling artikelen van de Provinciewet of van enige andere wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, komen voor zover mogelijk in die artikelen in de plaats van de provincie, provinciale staten, gedeputeerde staten en de commissaris van de Koning, onderscheidenlijk de omgevingsdienst, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.
Hoofdstuk 2 Het rechtspersoonlijkh eid bezittend lichaam
Hoofdstuk 2 Omgevingsdienst West-Holland 2.
3.
1.
Er is een openbaar lichaam, genaamd Omgevingsdienst West-Holland;
2.
De omgevingsdienst is gevestigd in Leiden.
1.
Instelling
2.
Het bestuur van de omgevingsdienst bestaat uit:
Het gehele artikel is komen te vervallen. De opsomming volgt letterlijk uit de wet. Voor de leesbaarheid van de regeling zijn opsommingen die uit de wet volgen - waar mogelijk - komen te vervallen.
a. het algemeen bestuur; b. het dagelijks bestuur; c. de voorzitter 2.
Het algemeen bestuur staat aan het hoofd van de omgevingsdienst.
4.
(gereserveerd)
Artikelen die bij eerdere wijzigingen zijn komen te vervallen of gereserveerd stonden, zijn voor de leesbaarheid en nummering in de nieuwe regeling komen te vervallen.
5.
De regeling wordt getroffen ter ondersteuning van de belangen van de deelnemers op het gebied van omgeving en milieu, met name ter behartiging van het gemeentelijk belang van de beleidsontwikkeling op het gebied van omgeving en milieu, alsmede gericht op een efficiënte en doelmatige uitvoering van de gemeentelijke en provinciale taken en bevoegdheden als bedoeld in artikel 6, eerste lid.
Belang
3.
Aan het bestuur van de omgevingsdienst komen, onverminderd het bepaalde in artikel 25, ter behartiging van de belangen waarvoor de regeling is getroffen, de volgende taken en bevoegdheden toe:
Taken
4.
Hoofdstuk 3 Doel en taken
6.
1.
De omgevingsdienst behartigt de belangen van de colleges met betrekking tot beheersing Op grond van artikel 51, lid 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, moet de regeling van ondersteunende processen en uitvoeringstaken op het gebied van duurzaamheid en het het belang vermelden waarvoor zij is getrofffen. In de voorgaande versie werd alleen verbeteren van kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving (milieu, veiligheid en gezondheid) beschreven waarvoor de regeling werd getroffen. Om die reden is het belang concreter in de regio Holland Rijnland, voor zover die toekomen aan de colleges en voor zover de omschreven, waarbij onder meer aansluiting is gezocht bij de visie en misie van de dienst. colleges deze opdragen aan de omgevingsdienst. Hiermee wordt een optimale bijdrage geleverd aan de ontwikkeling en uitvoering van het beleid van de deelnemers.
1.
Aan de omgevingsdienst komen ter behartiging van het belang waarvoor de regeling is getroffen, de volgende taken en bevoegdheden toe:
De bevoegdheden komen toe aan de omgevingsdienst (het voltallig bestuur) en niet alleen de directeur. Het artikel is hierop aangepast. In elk mandaatbesluit worden de bevoegdheden en taken (duidelijk) gespecificeerd.
a. het verrichten van adviserende, ondersteunende en voorbereidende werkzaamheden op het gebied van het omgevingsrecht en de uitvoering van programma’s en projecten op het gebied van de omgeving;
a.
het verrichten van adviserende, ondersteunende en voorbereidende werkzaamheden op het gebied van het omgevingsrecht en de uitvoering van programma’s en projecten op het gebied van de omgeving en het milieu;
b. het namens de colleges van burgemeester en wethouders dan wel de burgemeester van de deelnemende gemeenten en voor zover daartoe mandaat is verleend, uitvoeren van de bij of krachtens de navolgende wetten toebedeelde taken en bevoegdheden: -Monumentenwet 1988; -Ontgrondingenwet; -Wet inzake de luchtverontreiniging; -Waterwet; -Wet milieubeheer; -Wet geluidhinder; -Wet bodembescherming -Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; -Wet ruimtelijke ordening; -Woningwet; -Drank- en Horecawet; -Gemeentewet; -Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
b. het namens de colleges en voor zover daartoe mandaat is verleend, uitvoeren van de bij of krachtens de navolgende wetten toebedeelde taken en bevoegdheden: i.Algemene wet bestuursrecht; ii.Drank- en Horecawet; iii.Erfgoedwet; iv.Gemeentewet; v.Omgevingswet; vi.Ontgrondingenwet; vii.Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; viii.Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur; ix.Wet bodembescherming; x.Wet geluidhinder; xi.Wet milieubeheer; xii.Wet open overheid; xiii.Wet ruimtelijke ordening; xiv.Woningwet.
c. het namens de colleges van burgemeester en wethouders dan wel de burgemeester van de deelnemende gemeenten tevens uitvoeren van taken op grond van andere wet- en regelgeving dan genoemd in het eerste lid, onder b, voor zover daartoe mandaat is verleend.
c.
d. de taken en bevoegdheden zoals bedoeld in onderdeel a, b en c worden uitgevoerd met inachtneming van het door de betreffende gemeente dan wel het algemeen bestuur van de omgevingsdienst vastgestelde beleid.
d. de taken en bevoegdheden zoals bedoeld in de onderdelen a, b en c worden uitgevoerd met Alleen conform definities gewijzigd, niet inhoudelijk. inachtneming van het door de deelnemers vastgestelde beleid en de daartoe met de deelnemers gemaakte afspraken en opdrachtverlening. Sub e is komen te vervallen, omdat in de definities het college van gedeputeerde staten gedefinieerd is als college, gezamenlijk met de colleges van burgemeester en wethouders. De inhoud is daarmee niet gewijzigd. De artikel is alleen versimpeld en ingekort.
De wetten zijn gecontroleerd op actualiteit en waar nodig gewijzigd. Enkele wetten zijn komen te vervallen. De ODWH voert deze wetten niet uit.
het namens de colleges eveneens uitvoeren van taken op grond van andere wet- en Bevoegdheden van de burgemeester werden niet gemandateerd aan de omgevingsdienst. regelgeving dan genoemd in het eerste lid, onder b, voor zover daartoe mandaat is verleend. Om die reden is de deze zinsnede komen te vervallen. Het gaat enkel om bevoegdheden die toekomen aan de colleges. Zie ook onder sub b.
e. het namens gedeputeerde staten en voor zover daartoe mandaat is verleend uitvoeren van de volgende taken en bevoegdheden, met inachtneming van het door de provincie vastgestelde beleid: 1. de taken en bevoegdheden als bedoeld in het eerste lid, onder b, voor zover gedeputeerde staten het bevoegd gezag zijn; 2. taken op grond van andere wet- en regelgeving dan onder b genoemd.
2.
Voor zover bij de mandaatverlening niet anders is bepaald, kan ten aanzien van de aan de omgevingsdienst in mandaat toekomende taken en bevoegdheden ondermandaat worden verleend.
De laatste zin is komen te vervallen, omdat het geen toegevoegde waarde had.
2.
Voor zover bij de mandaatverlening niet anders is bepaald kan ten aanzien van de aan de directeur van de omgevingsdienst in mandaat toekomende taken en bevoegdheden ondermandaat worden verleend.
3.
De omgevingsdienst voert haar taken zo doeltreffend en doelmatig mogelijk uit. Hieronder wordt verstaan:
Lid 3 en lid 4 stonden in de vorige regeling in artikel 25 opgesomd. Dit artikel is voor de leesbaarheid van de regeling toegevoegd aan artikel 4.
3.
Indien ten gevolge van wijziging van wettelijke regelingen ter bescherming van de omgeving en het milieu, de uitvoering van werkzaamheden als bedoeld in eerste lid gaan strekken ter uitvoering van een andere regeling dan ter uitvoering waarvan zij ten tijde van het in werking treden van deze regeling strekten, dan wel indien in deze werkzaamheden ten gevolge van een dergelijke wijziging veranderingen optreden, blijven zij, voor zover hun strekking en omvang door hun wijziging niet wezenlijk veranderen, behoren tot de taken die in de genoemde artikelleden aan de directeur van de omgevingsdienst zijn opgedragen.
a.
4.
5.
het desgevraagd ondersteunen en adviseren van deelnemers omtrent het opstellen van gemeenschappelijk omgevings- en milieubeleid;
b. het verzorgen van de communicatie op het gebied van omgeving en milieu; c. het in ontvangst nemen, verwerken en behandelen van klachten op het gebied van omgeving en milieu; d. het verrichten of laten verrichten van metingen en onderzoek op het gebied van omgeving en milieu; e. het voor deelnemers onderhouden van een bedrijfsregistratiesysteem en het verzamelen en bewerken of verwerken van omgevingsrecht- en milieurelevante gegevens. Met betrekking tot de taken en werkzaamheden van de omgevingsdienst worden met de deelnemers schriftelijke werkafspraken gemaakt, waarin in ieder geval wordt vastgelegd welke producten en diensten de omgevingsdienst aan de deelnemers levert. De werkzaamheden genoemd in het eerste lid blijven tot de taken van de omgevingsdienst Geen inhoudelijke wijzigingen, maar er heeft een redactionele wijziging plaatsgevonden behoren: zodat het beter leesbaar is. a.
indien deze door wijziging van wettelijke regelingen gaan strekken tot uitvoering van een andere regeling dan ten tijde van het inwerking treden van deze regeling;
b. indien deze door wijziging van wettelijke regelingen veranderen, voor zover hun strekking en omvang hetzelfde blijft.
Agendapunt 6-II AB 30 oktober 2023: Wijzigingstabel 13de wijziging Gemeenschappelijke Regeling V2
1/8
info
Huidig artikel li sub Huidige tekst 7. 1. De omgevingsdienst is bevoegd tot het verrichten van diensten, voor zover deze vallen binnen het kader van de in artikel 5 vermelde belangen, voor andere dan de deelnemende gemeenten en/of derden, met een publiekrechtelijke taak en/of bevoegdheid.
2.
8.
Het provinciebestuur dan wel de besturen van de deelnemende gemeenten stellen, voor zover de omgevingsdienst daarin een bijdrage kan leveren of daarin een taak heeft, onderwerpen die een relatie hebben met het milieubeleid bij de omgevingsdienst voor overleg of advies, aan de orde.
2.
De omgevingsdienst kan ongevraagd zijn ziens¬wijze kenbaar maken aan het gemeentebestuur of provinciebestuur omtrent onder¬werpen die behoren tot de taakstelling van de omgevingsdienst.
Taken en bevoegdheden overig
6.
1.
De omgevingsdienst is bevoegd tot het verrichten van diensten, voor zover deze vallen binnen het kader van het in artikel 3 van de regeling vermelde belang, voor derden, niet zijnde deelnemers aan de regeling, met een publiekrechtelijke taak en/of bevoegdheid.
2.
Een besluit tot dienstverlening als bedoeld in het eerste lid wordt genomen door het dagelijks bestuur en vermeldt de wijze van kostenverrekening en de overige voorwaarden.
3.
De totale omvang van werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid mag op jaarbasis niet meer bedragen dan de grenzen als bedoeld in artikel 2.24b, eerste lid, van de Aanbestedingswet 2012.
1.
De omgevingsdienst verricht de taken en werkzaamheden voor de deelnemers met In de basis geen inhoudelijke wijziging, maar redactioneel zodat het lid beter en duidelijker inachtneming van het door de deelnemers vastgestelde beleid. Indien bepaalde leesbaar is. ODWH verricht de taken en werkzaamheden conform het door de deelnemers onderwerpen leiden tot een aanpassing van dit (milieu)beleid, dan draagt elk college er zorg vastgestelde beleid. voor het dagelijks bestuur hiervan in kennis te stellen en vraagt het dagelijks bestuur, indien nodig, om advies.
2.
De omgevingsdienst kan ongevraagd haar zienswijze kenbaar maken aan de besturen van de deelnemers omtrent onderwerpen die behoren tot de taakstelling van de omgevingsdienst.
(vervallen)
Hoofdstuk 4 Het algemeen bestuur Paragraaf 1 Samenstelling 10.
5.
Een besluit tot dienstverlening als bedoeld in het eerste lid wordt genomen door het dagelijks bestuur en vermeldt de wijze van kostenverrekening en de overige voorwaarden.
1.
9.
Nieuw Diensten voor derden
1.
Het algemeen bestuur bestaat uit twee leden per deelnemende gemeente, die door het college van burgemeester en wethouders uit zijn midden worden aangewezen, alsmede uit twee leden, die door het college van gedeputeerde staten uit zijn midden worden aangewezen.
2.
De colleges van burgemeester en wethouders en het college van gedeputeerde staten kunnen voor de door hen aangewezen leden van het algemeen bestuur plaatsvervangende leden aanwijzen, die een lid bij verhindering of ontstentenis vervangen.
Geen inhoudelijke wijzging, alleen redactioneel.
Er is een extra lid toegevoegd dat verwijst naar de regels omtrent inbesteding, waarvan binnen deze constructie gebruik wordt gemaakt. Inbesteding is een uitzondering op de verplichting tot aanbesteden, waaruit volgt dat de bedragen die de omgevingsdienst voor anderen uitvoert, niet boven het gestandaardiseerde bedrag mogen uitkomen.
Artikelen die bij eerdere wijzigingen zijn komen te vervallen of gereserveerd stonden, zijn voor de leesbaarheid en nummering in de nieuwe regeling komen te vervallen.
Hoofdstuk 3 Het bestuur Samenstelling algemeen bestuur
7.
1.
Elk college wijst uit zijn midden ieder één lid van het algemeen bestuur aan.
Het is een collegeregeling en geen gemengde regeling, waardoor het alleen mogelijk is dat collegeleden deelnemen als lid van het algemeen bestuur. De mogelijkheid om leden vanuit PS aan te wijzen, is hierdoor komen te vervallen.
2.
De samenstelling van het algemeen bestuur is gewijzigd. De colleges wijzen uit hun midden één vervangend lid van het algemeen bestuur aan dat het Het is namelijk niet mogelijk om zowel lid van het AB als ook plaatsvervangend lid te zijn. door hen benoemde lid bij verhindering of ontstentenis vervangt. Dit is niet toegestaan, waardoor dit in de praktijk betekent dat er in totaal vier personen worden aangewezen (twee personen afkomstig uit het college als AB-lid en twee als plaatsvervangend lid). Voortaan vaardigt elk college dan ook één lid af voor deelname aan het AB, in plaats van twee leden. De reden voor deze wijziging is dat uit de overleggen op zowel ambtelijk- als bestuurlijk niveau volgt dat in de praktijk vaak van elke deelnemer slechts één lid deelnam aan het Algemeen bestuur. Dit betekent dat in dergelijke gevallen het vereiste quorum om besluiten te kunnen nemen niet werd behaald (zie artikel 8, lid 4 van de nieuwe regeling).
3.
Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt zodra men ophoudt lid of voorzitter te zijn van het college van gedeputeerde staten, dan wel ophoudt lid of voorzitter van het college van burgemeester en wethouders van de betreffende deelnemende gemeente te zijn.
3.
De colleges wijzen in de eerste vergadering van de colleges in nieuwe samenstelling het lid De leden 3 en 4 zijn omgedraaid, waarbij er geen inhoudelijke wijzigingen hebben en het plaatsvervangende lid van het algemeen bestuur aan, dan wel bij tussentijdse plaatsgevonden. Slechts enkele redactionele wijzigingen. vervanging van een lid of plaatsvervangend lid in de eerste vergadering nadat het lid zijn lidmaatschap uit eigen beweging heeft beëindigd of nadat het lidmaatschap van rechtswege is beëindigd.
4.
De colleges van burgemeester en wethouders en het college van gedeputeerde staten wijzen in de eerste vergadering van de colleges in nieuwe samenstelling de leden en plaatsvervangende leden van het algemeen bestuur aan, dan wel bij tussentijdse vervanging van een lid of plaatsvervangend lid in de eerste vergadering nadat het lid zijn lidmaatschap uit eigener beweging heeft beëindigd of dit van rechtswege is beëindigd.
4.
Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt zodra men ophoudt lid te zijn van het Geen inhoudelijke wijzigingen, alleen redactioneel. college dat hem heeft aangewezen. Het desbetreffende college voorziet zo spoedig mogelijk in de opvulling van de vacature.
5.
Het college kan zijn lid in het algemeen bestuur ontslaan bij gebrek aan vertrouwen.
6.
De leden van het algemeen bestuur kunnen te allen tijde ontslag nemen.
7.
Behalve in het geval dat een lid van het algemeen bestuur onmiddellijk ontslag neemt, gaat het ontslag in met ingang van de dag, gelegen een maand na de dag waarop hij zijn ontslag heeft genomen of zoveel eerder als zijn opvolger de benoeming heeft aangenomen.
8.
In geval van het bestaan van een of meer vacatures blijft het algemeen bestuur bevoegd besluiten te nemen.
1.
De verdeling van de stemmen geschiedt naar rato van de totale financiële bijdrage per deelnemer opgenomen in de begroting van de omgevingsdienst voor het betreffende kalenderjaar, met dien verstande dat een deelnemer niet meer dan 49% van het totaal aantal stemmen kan hebben. Het aantal stemmen van de provincie is niet hoger dan de deelnemende gemeente met de meeste stemmen. Het dagelijks bestuur stelt op basis van het bepaalde in het eerste lid uiterlijk tijdens de eerste vergadering van het jaar de stemverdeling vast. Het aantal stemmen wordt afgerond naar het dichtstbijzijnde even getal.
De leden 5 t/m 8 zijn aan het artikel toegevoegd, waarbij verwezen wordt naar de ontslagbepaling en werkwijze daaromtrent. De voorstellen zijn in de basis in lijn met de GR ODZH.
Paragraaf 2 Stemverhouding 11.
1.
Het aantal stemmen van een deelnemer is gerelateerd aan de in de begroting van de omgevingsdienst voor het betreffende kalenderjaar opgenomen bijdrage van de deelnemer.
2.
Het aantal stemmen van de provincie is niet hoger dan de deelnemende gemeente met de meeste stemmen. Het aantal stemmen per deelnemer wordt jaarlijks door het dagelijks bestuur op de eerste vergadering van het jaar vastgesteld aan de hand van de voor dat jaar vastgestelde begroting van de omgevingsdienst. Het aantal stemmen wordt afgerond naar het dichtstbijzijnde even getal.
2.
4.
Het aantal stemmen per lid in het algemeen bestuur wordt berekend door het aantal stemmen per deelnemer te delen door twee. Indien slechts één lid van een deelnemer aan de stemming deelneemt, blijft het afwezige lid separaat stemmingsgerechtigd en kan door middel van een volmacht (in de zin van artikel 3:60 jo 3:62 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek) aan het wél aanwezige lid, zijn stem uitgebracht worden. Het aantal stemmen dat het afwezige lid vertegenwoordigt in het algemeen bestuur blijft in dat geval in stand.
4.
Een stemming is alleen geldig, indien meer dan de helft van het aantal leden dat zitting heeft Volmachten zijn niet toegestaan binnen een algemeen bestuur. Daar zijn nu juist de en zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden daaraan heeft deelgenomen. plaatsvervangende leden voor. Om die reden is de laatste zinsnede komen te vervallen. Artikel 20 van de Provinciewet is van overeenkomstige toepassing.
5.
Een stemming is alleen geldig, indien meer dan de helft van het aantal leden dat zitting heeft en zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden, daaraan heeft deelgenomen.
5.
Een besluit is bij gewone meerderheid van stemmen aangenomen, tenzij in de regeling of in Volstrekte meerderheid is gewijzigd naar gewone meerderheid. Inhoudelijk heeft het het reglement van orde, anders is bepaald. dezelfde betekenis. Daarnaast is een verwijzing naar het reglement van orde en de regeling zelf opgenomen. Dit is dus het uitgangspunt, tenzij ergens anders bepaald is..
6.
Voor het tot stand komen van een besluit bij stemming wordt de volstrekte meerderheid vereist van het aantal uitgebrachte stemmen.
6.
Indien gedurende het jaar sprake is van een begrotingswijziging, dan wordt, in afwijking van Geen wijzigingen. het derde lid, tussentijds de stemverhouding vastgesteld met inachtneming van de in dit artikel vastgestelde methodiek.
7.
Indien gedurende het jaar sprake is van toetredende deelnemers, wordt in afwijking van het derde lid, tussentijds de stemverhouding vastgesteld met inachtneming van de in dit artikel vastgestelde methodiek.
1.
Aan het algemeen bestuur behoren alle taken en bevoegdheden die aan het bestuur van de omgevingsdienst bij of krachtens deze regeling zijn opgedragen en niet aan een ander orgaan zijn opgedragen.
1.
De bevoegdheden die bij de regeling worden opgedragen, berusten bij het algemeen bestuur, tenzij bij wet of in de regeling anders is bepaald.
Voormalig lid 2 is komen te vervallen. In de basis kan een algemeen bestuur alleen bevoegdheden delegeren aan het dagelijks bestuur of evt. een bestuurscommissie, niet aan anderen. Daarnaast is delegatie van gemandateerde taken sowieso niet mogelijk. De omgevingsdienst voert haar taken uit op basis van mandaat. In deze regeling is geen sprake van delegatie. Om die reden is het lid komen te vervallen.
2.
Het algemeen bestuur kan zijn taken en bevoegdheden aan andere organen van het bestuur van de omgevingsdienst overdragen voor zover de wet of de aard van de bevoegdheid zich daar niet tegen verzet. Niet gedelegeerd wordt de bevoegdheid tot het vaststellen van de begroting en van de jaarrekening.
2.
Tot de taken en bevoegdheden van het algemeen bestuur behoren in elk geval:
3.
Tot de taken en bevoegdheden van het algemeen bestuur behoren in elk geval het vaststellen van een meerjarenperspectief en een strategienota, alsmede het jaarlijks vaststellen van een kadernota inhoudende beleidsinhoudelijke en financiële kaders.
Inhoudelijk is de bevoegdheid tot het vaststellen van een kadernota komen te vervallen. Dit is geen wettelijke verplichting. De kadernota van de omgevingsdienst is een informerend stuk. Soms ook wel een begrotingsrichtlijn genoemd. Doordat het voorheen gekoppeld is aan besluitvorming door het AB, werd het een formeel document terwijl dit niet wettelijk verplicht is. De ontwerpbegroting, dat is een formeel document dat voor zienswijzen aan de raad moet worden voorgelegd. Om het proces voor alle partijen (zowel deelnemers als ook omgevingsdienst) te versimpelen wordt de kadernota voortaan niet meer vastgesteld door het AB, maar als informerend stuk naar de deelnemers en raden toegestuurd. Bovendien is de Omgevingsdienst bij het bepalen van de indexering conform de nota P&C gebonden aan het advies van de FKGR. De kadernota zal hieromtrent geen vernieuwende richtlijn vormen.
4.
De ingevolge het derde lid jaarlijks vastgestelde kadernota wordt door het dagelijks bestuur voor 15 april aan de raden van de deelnemende gemeenten en provinciale staten van de provincie gestuurd.
5.
Het algemeen bestuur is bevoegd te besluiten tot de oprichting van en de deelneming in privaatrechtelijke rechtspersonen.
3.
Besluitvorming algemeen bestuur
8.
3.
In de basis is de stemverdeling niet gewijzigd. Alleen de laatste zinsnede is toegevoegd, waaruit volgt dat een deelnemer niet meer dan 49% van het totaal aantal stemmen kan hebben. Zo kan er geen meerderheid behaald worden door slechts één deelnemer.
Geen inhoudelijke wijzingen, alleen redactioneel. Het voormalig lid 4 is komen te vervallen, omdat in de nieuwe samenstelling van het AB er maar één afgevaardigde van elke deelnemer plaatsneemt in het AB en niet meer twee leden. De stemmen hoeven om die reden niet meer verdeeld te worden.
Paragraaf 3 Taken en bevoegdheden 12.
Taken en bevoegdheden algemeen bestuur
9.
a.
Lid 4 is verplaatst en samengevoegd met artikel 34 lid 1 van de regeling.
b. te besluiten tot de oprichting van of deelneming in privaatrechtelijke rechtspersonen, conform artikel 55a van de wet. 3.
Agendapunt 6-II AB 30 oktober 2023: Wijzigingstabel 13de wijziging Gemeenschappelijke Regeling V2
het vaststellen van een meerjarenperspectief en een strategienota;
Sub b is conform de wet toegevoegd aan dit artikel.
Het algemeen bestuur kan besluiten het functioneren van de regeling te evalueren. Op grond van artikel 11a Wgr moet een gemeenschappelijke regeling voortaan bepalingen Voorafgaand aan de uitvoering van de evaluatie worden het doel, de reikwijdte en de wijze bevatten omtrent de evaluatie van de gemeenschappelijke regeling. van evaluatie door het algemeen bestuur bepaald, waarbij de deelnemers worden gehoord.
2/8
Huidig info Paragraaf 4 Werkwijze
artikel li sub
13.
14.
15.
Nieuw Huidige tekst
1.
Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een reglement van orde vast.
2.
1.
Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een reglement van orde vast.
Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks ten minste tweemaal en voorts zo dikwijls als het daartoe beslist, alsmede als de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig acht, dan wel ten minste een vijfde van het aantal leden dit, onder opgaaf van redenen, schriftelijk verzoekt.
2.
Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks ten minste tweemaal en voorts zo dikwijls als het Geen wijzigingen. daartoe beslist, alsmede als de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig acht, dan wel ten minste een vijfde deel van het aantal leden dit, onder opgaaf van redenen, schriftelijk verzoekt.
3.
De voorzitter roept de leden schriftelijk op tot de vergadering onder gelijktijdige openbare kennisgeving van dag, tijdstip en plaats van de vergadering. De agenda en de daarbij behorende voorstellen met uitzondering van de in artikel 15 bedoelde stukken worden gelijktijdig met de oproeping en op een bij de openbare kennisgeving aan te geven wijze ter inzage gelegd.
3.
Voor zover daarvan in de regeling niet is afgeweken, zijn de artikelen 16, 17, 19, 20, 22, 26, 28, 31 en 32 van de Provinciewet van overeenkomstige toepassing op het houden en de orde van de vergaderingen van het algemeen bestuur.
4.
De vergadering wordt niet geopend voordat blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden vertegenwoordigd is.
4.
De vergadering wordt niet geopend, voordat blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden vertegenwoordigd is.
5.
Indien de vergadering niet kan worden geopend, belegt de voorzitter onder verwijzing naar dit artikel opnieuw een vergadering tegen een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de oproeping is gelegen.
5.
De reglementen van orde voor de vergaderingen van het algemeen bestuur en dagelijks bestuur regelen de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het in de vorige leden bepaalde.
De overige leden zijn komen te vervallen, omdat dit ook beschreven staat in het regelement van orde.
6.
Op de vergadering bedoeld in het vijfde lid is het vierde lid niet van toepassing. Het algemeen bestuur kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de in het vierde lid niet geopende vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten, indien blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende deelnemers vertegenwoordigd is.
7.
Voor zover daarvan in deze regeling niet is afgeweken, zijn de artikelen 22, 26, 28, 31 en 32 van de Provinciewet van overeenkomstige toepassing op het houden en de orde van de vergaderingen van het algemeen bestuur.
1.
De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar.
1.
De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar.
Geen wijzigingen.
2.
De deuren worden gesloten wanneer een vijfde gedeelte van de aanwezige leden daarom verzoekt of de voorzitter het nodig acht.
2.
De deuren worden gesloten wanneer een vijfde gedeelte van de aanwezige leden daarom verzoekt of wanneer de voorzitter het nodig acht
3.
Het algemeen bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren wordt vergaderd.
3.
Het algemeen bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren wordt vergaderd.
4.
Het algemeen bestuur maakt de vergaderstukken en verslagen van zijn vergaderingen uit eigen beweging openbaar, behoudens voor zover de artikelen 5.1, eerste, tweede en vijfde lid, en 5.2 van de Wet open overheid daaraan in de weg staan.
1.
Het algemeen bestuur kan in een besloten vergadering geheimhouding opleggen, op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, omtrent het in die vergadering met gesloten deuren behandelde en omtrent de stukken welke aan het algemeen bestuur worden overgelegd.
2.
Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door het dagelijks bestuur en de voorzitter en door een commissie als bedoeld in de artikel 23, ieder ten aanzien van stukken die zij aan het algemeen bestuur of aan de leden van het algemeen bestuur overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt.
3.
De krachtens het tweede lid aan leden van het algemeen bestuur opgelegde verplichting tot geheimhouding vervalt, indien de oplegging niet door het algemeen bestuur in zijn eerstvolgende vergadering, die blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden, tezamen vertegenwoordigend meer dan de helft van het aantal stemmen, is bezocht, wordt bekrachtigd.
4.
De krachtens het tweede lid aan leden van het algemeen bestuur opgelegde verplichting tot geheimhouding wordt door hen in acht genomen totdat het orgaan, dat de verplichting heeft opgelegd, dan wel, indien het onderwerp waaromtrent geheimhouding is opgelegd aan het algemeen bestuur is voorgelegd, totdat het algemeen bestuur haar opheft. Het algemeen bestuur kan deze beslissing alleen nemen in een vergadering die blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting nemende leden, tezamen vertegenwoordigend meer dan de helft van het aantal stemmen, is bezocht.
Vergaderingen algemeen bestuur
Openbaarheid
10.
11.
Geen wijzigingen
Zie artikel 52, lid 1 f Wg: daar wordt ook verwezen naar de artikelen 16, 17, 19 en 20 van de Provinciewet. Voor de volledigheid zijn deze artikelen toegevoegd aan de opsomming.
Met dit artikellid wordt vooruitgelopen op de inwerkingtreding van artikel 3.3 lid 2 aanhef en onder c Woo. Daarbij wordt het verplicht om vergaderstukken en verslagen van algemene besturen van openbare lichamen in de zin van de Wet gemeenschappelijke regelingen actief openbaar te maken, tenzij een van de uitzonderingsgronden van de artikel 5.1, eerste, tweede en vijfde lid, of artikel 5.2 van toepassing zijn. Dat geldt dus ook voor het algemeen bestuur van de omgevingsdienst.
Dit artikel is komen te vervallen, omdat deze bepaling reeds geregeld is in het Reglement van Orde.
Zienswijzen
12.
1.
2.
3.
Behoudens verplichtingen voortvloeiend uit de wet of de regeling, worden besluiten van het Met dit artikel wordt voldaan aan de verplichtingen van artikel 10 lid 5 en 6 Wgr. bestuur niet aan zienswijzen van de gemeenteraden of Provinciale Staten onderworpen. De omgevingsdienst is een uitvoeringsorganisatie. Zij nemen geen besluiten over verordende bevoegdheden. De verantwoordelijkheid hiervoor blijft bij elke deelnemer liggen. Om die reden is in de basis ervoor gekozen om besluiten, anders dan wanneer dit Indien ten minste vier vertegenwoordigende organen hierom verzoeken, vraagt het wettelijk verplicht al geledt (denk aan ontwerpbegroting en wijziging gemeenschappelijke algemeen bestuur de gemeenteraden en Provinciale Staten om zienswijzen over een regeling) niet aan zienswijzen te onderwerpen. ontwerpbesluit. Gedurende de zienswijzeprocedure neemt het algemeen bestuur geen besluit over het betreffende ontwerpbesluit. In spoedeisende gevallen kan het algemeen Alleen ook bij de omgevingsdienst kan het voorkomen dat er grote koerswijzigingen bestuur afzien van het vragen van zienswijzen. plaatsvinden en dan wordt er wel aan beleidsvoorbereiding gedaan. In dat geval kan het Indien het tweede lid wordt toegepast, dan hebben de vertegenwoordigende organen acht algemeen bestuur alsnog beslissen om de raden en PS om zienswijzen te vragen.
Het algemeen bestuur moet dit doen wanneer tenminste vier vertegenwoordigende organen weken de tijd om hun zienswijzen bij het dagelijks bestuur bekend te maken. Voorafgaand aan het nemen van het besluit waarover de zienswijze is gegeven, stelt het dagelijks bestuur hier gezamenlijk om verzoeken. In beide gevallen mag het algemeen bestuur niet beslissen dan voordat de raden en PS in de gelegenheid zijn gesteld om hun zienswijzen naar voren te de vertegenwoordigende organen en het algemeen bestuur schriftelijk en gemotiveerd in brengen bij het dagelijks bestuur. De raden hebben daar 8 weken de tijd voor. Slechts in kennis van het oordeel over de zienswijze, alsmede van de eventuele conclusies die het spoedeisende gevallen kan het algemeen bestuur afzien van de zienswijzeprocedure. Het daaraan verbindt. algemeen bestuur moet dit besluit dan expliciet motiveren aan de gemeenteraden. Het dagelijks bestuur is verplicht schriftelijk en gemotiveerd op de zienswijzen van de raden te reageren en daarbij aan te geven welke conclusie aan de zienswijze wordt verbonden. Het dagelijks bestuur moet deze reactie aan de raden zenden vóórdat het algemeen bestuur tot besluitvorming overgaat. Op die manier kunnen de raden, indien gewenst, hun opvattingen nog meegeven aan hun leden in het algemeen bestuur.
Participatie
13.
1.
2.
16.
1.
Het bestuur van de omgevingsdienst verstrekt aan de raden van de deelnemende gemeenten, aan gedeputeerde staten en provinciale staten van de provincie de door een of meer van hun leden gevraagde inlichtingen.
2.
De raden van de deelnemende gemeenten en gedeputeerde staten stellen ieder regels vast omtrent:
Ingezetenen en belanghebbenden kunnen via de normale procedures bij de Met dit artikel wordt voldaan aan de verplichtingen van artikel 10 lid 7 en 8 Wgr. Omdat vertegenwoordigende organen, respectievelijk de colleges, inspreken omtrent besluiten van het algemeen bestuur nagenoeg geen formele besluiten neemt, zijn er geen besluiten die de omgevingsdienst. verplicht aan een participatietraject worden onderworpen, anders dan wanneer dit wettelijk verplicht natuurlijk al geldt. Het staat inwoners en belanghebbenden natuurlijk altijd vrij om In afwijking van het eerste lid kan het dagelijks bestuur beslissen dat bij ingrijpende besluiten via de gemeenteraden of andere gemeentelijke kanalen in te spreken. een apart traject voor inspraak wordt doorlopen, waarbij zowel belanghebbenden als ingezetenen de kans krijgen inspraak te leveren. In deze procedure worden in elk geval de Ook hier geldt; gaat om ingrijpende besluiten, dan kan het dagelijks bestuur alsnog door de colleges of vertegenwoordigende organen ingestelde adviescommissies in het kader beslissen een participatietraject in te zetten. Het dagelijks bestuur regelt daarbij zelf de van omgevingsrecht actief betrokken. procedure van dit traject waarbij in elk geval ingezetenen en belanghebbenden bij het
3.
Het dagelijks bestuur informeert de colleges en het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk omtrent zijn voornemen tot het mogelijk maken van inspraak.
4.
De colleges en het dagelijks bestuur maken op de gebruikelijke wijze bekend dat de mogelijkheid tot inspraak wordt geboden.
besluit in de gelegenheid moeten worden gesteld inspraak te leveren. Er moet dus een zorgvuldige afweging worden gemaakt van de te betrekken partijen en ingezetenen zodat deze representatief is voor de gehele groep van belanghebbenden dan wel inwoners. Daarnaast moet een zorgvuldige keuze worden gemaakt tussen het doel van de participatie: is dat louter tijdig informeren, input ophalen, delibereren/beraadslagen enz. Het dagelijks bestuur informeert de colleges van burgemeester en wethouders en het algemeen bestuur over zijn voornemen tot het volgen van een eigen participatietraject. De colleges én het dagelijks bestuur maken op de in de organisaties gebruikelijke wijze bekend dat er een eigen participatietraject wordt gevolgd. Aanvullende communicatie (via kranten, huis-aan-huisbladen, website e.d.) kan natuurlijk ook altijd worden ingezet.
Dit artikel is samengevoegd met artikel 17 van de regeling.
a. de wijze waarop een door hen benoemd lid van het algemeen bestuur de door één of meer leden van gedeputeerde staten of raden gevraagde inlichtingen dient te verstrekken;
b. de wijze waarop een door hen benoemd lid ter verantwoording kan worden geroepen voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid. 3.
De raden van de deelnemende gemeenten en gedeputeerde staten zijn bevoegd een door hen aangewezen lid van het algemeen bestuur ontslag te verlenen, indien dit lid het vertrouwen van de staten of de raad niet meer bezit.
Agendapunt 6-II AB 30 oktober 2023: Wijzigingstabel 13de wijziging Gemeenschappelijke Regeling V2
3/8
Huidig info Hoofdstuk 5 Het dagelijks bestuur Paragraaf 1 Samenstelling
artikel li sub
17.
Nieuw Huidige tekst
1.
Het dagelijks bestuur bestaat uit vijf leden, inclusief de voorzitter. De leden worden door en uit het algemeen bestuur aangewezen met dien verstande dat de aan te wijzen leden deel uitmaken van gedeputeerde staten of van een college van burgemeester en wethouders en de leden van het dagelijks bestuur niet de meerderheid in stemmen uitmaken van het algemeen bestuur.
2.
3.
4.
Samenstelling dagelijks bestuur
14.
1.
Het dagelijks bestuur bestaat uit maximaal vijf leden, inclusief de voorzitter. De leden Op grond van de wet mag het DB nimmer de meerderheid van het algemeen bestuur worden door en uit het algemeen bestuur aangewezen met dien verstande dat de leden van uitmaken (art. 14 Wgr). het dagelijks bestuur niet de meerderheid in stemmen uitmaken van het algemeen bestuur. Het dagelijks bestuur bestaat uit maximaal 5 leden. Het aantal leden is aangepast, zodat het DB ook uit 4 leden kan bestaan.
De leden van het dagelijks bestuur worden aangewezen in de eerste vergadering van het algemeen bestuur in nieuwe samenstelling.
2.
Het dagelijks bestuur is een collegiaal bestuursorgaan en vertegenwoordigt als zodanig de omgevingsdienst. Het bepaalde in artikel 19a van de wet is van toepassing.
De aanwijzing van leden van het dagelijks bestuur ter vervulling van plaat¬sen, die door ontslag, overlijden of anderszins openvallen, vindt plaats uiterlijk één maand na dat openvallen. De leden van het dagelijks bestuur treden af op de dag van aftreden van de leden van het algemeen bestuur.
3.
Het algemeen bestuur kan voor de door hen aangewezen leden van het dagelijks bestuur plaatsvervangende leden aanwijzen, die een lid bij verhindering of ontstentenis vervangen.
Het algemeen bestuur vertegenwoordigd de belangen van de deelnemers. Het dagelijks bestuur vertegenwoordigd het belang van de omgevingsdienst. Dit uit zich ook in de verantwoording. Het AB legt geen verantwoording af, maar wel als AB-lid wordt via verlengd lokaal bestuur (individueel) verantwoording afgelegd richting college/raad. Als DBlid leg je geen verantwoording af aan het college/raad van de eigen gemeente.
4.
De leden van het dagelijks bestuur worden aangewezen in de eerste vergadering van het algemeen bestuur in nieuwe samenstelling.
De rolverdeling volgt uit de systematiek van de wet. Ter verduidelijking hiervan zijn de leden 5 t/m 7 toegevoegd, die gaan over het ontslag en vertrouwen van/in het dagelijks bestuur.
5.
Een lid van het dagelijks bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan het algemeen bestuur.
6.
Behoudens het geval dat een lid van het dagelijks bestuur onmiddellijk ontslag neemt, gaat het ontslag in met ingang van de dag, gelegen een maand na de dag waarop hij zijn ontslag heeft genomen of zoveel eerder als zijn opvolger de benoeming heeft aangenomen.
7.
Het algemeen bestuur kan een of meer leden van het dagelijks bestuur, de voorzitter inbegrepen, ontslag verlenen, indien dezen het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezitten.
8.
De leden van het dagelijks bestuur treden af op de dag van aftreden van de leden van het algemeen bestuur.
Paragraaf 2 Stemverhouding 18.
1.
Ieder lid in het dagelijks bestuur, inclusief de voorzitter, heeft één stem in het dagelijks bestuur.
2.
Indien bij een stemming, anders dan over personen voor het doen van benoemingen, voordrachten of aanbevelingen, de stemmen staken, wordt opnieuw gestemd.
3.
Bij het staken van de stemmen andermaal over hetzelfde voorstel, dan beslist de stem van de voorzitter.
Dit artikel is komen te vervallen, omdat de stemming al in het reglement van orde van het dagelijks bestuur geregeld is.
Paragraaf 3 Taken en bevoegdheden 19.
Paragraaf 4 Werkwijze
20.
1.
Het dagelijks bestuur is in elk geval bevoegd:
Bevoegdheden dagelijks bestuur
15.
1.
Het dagelijks bestuur is in elk geval bevoegd:
a. het dagelijks bestuur van de omgevingsdienst te voeren, voor zover niet bij of krachtens de wet of de regeling het algemeen bestuur of de voorzitter hiermee is belast;
a.
b. beslissingen van het algemeen bestuur voor te bereiden en uit te voeren;
b. beslissingen van het algemeen bestuur voor te bereiden en uit te voeren;
c. tot de zorg over en het beheer van de financiële administratie, het geldelijk beheer en de boekhouding van de omgevingsdienst;
c.
d. tot het stimuleren en coördineren van het overleg tussen de deelnemers en het voorstaan van de belangen van de omgevingsdienst bij andere overheden, instellingen of personen waarmee contact voor de omgevingsdienst van belang is;
d. tot het stimuleren en coördineren van het overleg tussen de deelnemers en het voorstaan van de belangen van de omgevingsdienst bij andere overheden, instellingen of personen waarmee contact voor de omgevingsdienst van belang is;
e. regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van de omgevingsdienst;
e.
regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van de omgevingsdienst;
f. met ambtenaren arbeidsovereenkomsten te sluiten, deze te beëindigen en ambtenaren te schorsen;
f.
met ambtenaren arbeidsovereenkomsten te sluiten, deze te beëindigen en ambtenaren te schorsen;
g. tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de omgevingsdienst te besluiten, met uitzondering van de oprichting van en deelname aan privaatrechtelijke rechtspersonen;
g.
te beslissen tot privaatrechtelijke rechtshandelingen, met uitzondering van privaatrechtelijke Er is een verwijzing opgenomen naar de bevoegdheid die conform de wet toekomt aan het rechtshandelingen als bedoeld in artikel 9, tweede lid, onder sub b, van de regeling; algmeen bestuur en geregeld is in artikel 9, lid 2 van de regeling.
h. te besluiten namens de omgevingsdienst, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratieve beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist;
h. te besluiten namens de omgevingsdienst, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratieve beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover dat het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist;
i. ook alvorens is besloten tot het voeren van een rechtsgeding, alle conservatoire maatregelen te nemen en te doen wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht of bezit.
i
2.
De leden van het dagelijks bestuur, tezamen en ieder afzonderlijk, zijn aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur en verschaffen daartoe aan het algemeen bestuur of aan een lid van het algemeen bestuur dat hierom verzoekt, alle inlichtingen.
3.
Een lid van het dagelijks bestuur kan door het algemeen bestuur worden ontslagen indien dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. Op het ontslagbesluit is artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. De rechter treedt niet in de beoordeling van de gronden waarop het algemeen bestuur tot het ontslag heeft besloten.
1.
Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls de voorzitter dit nodig oordeelt of ten minste twee andere leden van het dagelijks bestuur zulks, schrifte¬lijk, onder opgave van de te behandelen onderwerpen, verzoeken.
2.
De artikelen 56 tot en met 59 van de Provinciewet zijn van overeenkomstige toepassing.
Hoodstuk 6 Informatieplicht
het dagelijks bestuur van de omgevingsdienst te voeren, voor zover niet bij of krachtens de wet of regeling het algemeen bestuur of de voorzitter hiermee is belast;
tot de zorg over en het beheer van de financiële administratie, het geldelijk beheer en de boekhouding van de omgevingsdienst;
ook alvorens is besloten tot het voeren van een rechtsgeding, alle conservatoire maatregelen te nemen en te doen wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht of bezit. Deze leden zijn samengevoegd met artikel 17 waarin het gaat over verantwoording vanuit het dagelijks bestuur.
16.
1.
Het dagelijks bestuur stelt voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een reglement van orde vast. Het dagelijks bestuur brengt dit reglement van orde zo spoedig mogelijk ter kennis van het algemeen bestuur.
Het tweede en derde lid zijn komen te vervallen, omdat de informatie al uitgebreid in het reglement van orde geregeld is.
2.
Het dagelijks bestuur maakt de agenda’s en besluitenlijsten van zijn vergaderingen uit eigen Dit lid is toegevoegd, omdat hier net als bij het algemeen bestuur vooruitgelopen wordt op beweging openbaar, behoudens daartoe wettelijke bepalingen in de weg staan. de inwerkingtreding van artikel 3.3 lid 2 aanhef en onder d Woo. Daarbij wordt het verplicht om agenda’s en besluitenlijsten van vergaderingen van dagelijkse besturen van openbare lichamen in de zin van de Wet gemeenschappelijke regelingen actief openbaar te maken, tenzij een van de uitzonderingsgronden van de artikel 5.1, eerste, tweede en vijfde lid, of artikel 5.2 van toepassing zijn. Dat geldt dus ook voor het dagelijks bestuur van het schap.
1.
Het bestuur van de omgevingsdienst verstrekt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen Dit artikel is concreter uitgeschreven, omdat de wet voorschrijft dat de regeling bepaalt op acht weken, aan de vertegenwoordigende organen en colleges van de deelnemers schriftelijk welke wijze het bestuur van de Omgevingsdienst de raden en colleges (on)gevraagde alle inlichtingen die door een of meer van hen worden gevraagd. inlichtingen verstrekt.
2.
Het bestuur van de omgevingsdienst geeft aan de vertegenwoordigende organen gevraagd en ongevraagd alle inlichtingen die nodig zijn voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid, met dien verstande dat:
Hoofdstuk 4 Verantwoordingsen informatieplicht 21
1.
Het algemeen en het dagelijks bestuur alsmede de voorzitter geven aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan gedeputeerde staten ongevraagd de informatie die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur van de omgevingsdienst gevoerde en te voeren beleid nodig is.
2.
Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter verstrekken aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan gedeputeerde staten de inlichtingen die door een of meer leden van die raden of gedeputeerde staten worden verlangd.
3.
Het reglement van orde voor de vergaderingen van het algemeen bestuur regelt de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het in de vorige leden bepaalde.
Verantwoordingsen informatieplicht
17.
a.
het bestuur dat het aangaat het meest geëigende middel bepaalt waarmee het de betreffende inlichtingen geeft, en
b. het bestuur de leden van het algemeen bestuur, en zo nodig ook de deelnemers, altijd in kennis stelt van de aan de vertegenwoordigende organen gegeven inlichtingen.
Agendapunt 6-II AB 30 oktober 2023: Wijzigingstabel 13de wijziging Gemeenschappelijke Regeling V2
3.
Een lid van het algemeen bestuur verschaft aan het college dat hem heeft aangewezen alle inlichtingen die door dit college of door één of meer leden daarvan worden verlangd, op de binnen die deelnemer gebruikelijke wijze.
4.
Een lid van het algemeen bestuur is aan het college dat hem heeft aangewezen verantwoording verschuldigd voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid.
5.
De leden van het dagelijks bestuur leggen zowel gezamenlijk als ieder afzonderlijk verantwoording af aan het algemeen bestuur voor het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur.
6.
Het afleggen van verantwoording en het verstrekken van inlichtingen geschiedt met inachtneming van hetgeen hierover in de wet is bepaald.
4/8
Huidig info Hoofdstuk 7 De Voorzitter
artikel li sub
Nieuw Huidige tekst Hoofdstuk 5 De voorzitter
22.
1.
De voorzitter wordt door en uit het algemeen bestuur aangewezen.
1.
De voorzitter wordt door en uit het algemeen bestuur aangewezen.
2.
De voorzitter is voorzitter van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur.
2.
De voorzitter is voorzitter van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur.
3.
De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur.
3.
De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur.
4.
Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter wordt deze vervangen door een door het dagelijks bestuur uit zijn midden aan te wijzen lid van dit bestuur.
4.
Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter wordt deze vervangen door een door het dagelijks bestuur uit zijn midden aan te wijzen lid van dit bestuur.
5.
De voorzitter tekent de stukken die van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur uitgaan. De artikelen 32a en 59a van de Provinciewet zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat in plaats komen van griffier en secretaris in die artikelen, de secretaris van de omgevingsdienst.
5.
De voorzitter tekent alle stukken die van het algemeen bestuur en dagelijks bestuur uitgaan. De laatste zinsnede van dit artikel is komen te vervallen. Er werd verwezen naar de artikelen in de Provinciewet waarin beschreven staat dat de commissaris de stukken van gedeputeerde staten ondertekend en door secretaris medeondertekend worden. Het had dezelfde inhoud als wat in de regeling staat opgenomen. De verwijzing had geen toegevoegde waarde, waarbij er overigens niet verwezen werd naar de gemeentewet.
6.
De voorzitter vertegenwoordigt de omgevingsdienst in en buiten rechte. In¬dien de gemeente of de provincie van waaruit de voorzitter afkomstig is partij is in een geding waarbij de omgevingsdienst betrok¬ken is, oefent een ander door het dagelijks bestuur aan te wijzen lid van dat bestuur deze bevoegdheid uit.
6.
De voorzitter vertegenwoordigt de omgevingsdienst in en buiten rechte.
7.
In spoedeisende gevallen is de voorzitter bevoegd voorlopige maatre¬ge¬len te nemen, die hij in de eerstvolgende vergadering van het da¬gelijks bestuur ter bekrachtiging aanbiedt.
1.
Het algemeen bestuur is bevoegd commissies in te stellen overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 24 en 25 van de wet.
2.
De Regionale Commissie Bezwaarschriften van de gemeenten Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest, Zoeterwoude en Servicepunt71 is bevoegd tot het adviseren van deelnemende gemeenten inzake ingediende bezwaarschriften tegen door de omgevingsdienst krachtens mandaat genomen besluiten.
1.
De directeur van de omgevingsdienst treedt op als secretaris van het algemeen en het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur wijst een ambtenaar van de omgevingsdienst aan als waarnemend secretaris.
2.
Hoofdstuk 8 Commissies
Voorzitter
18.
De laatste zin is komen te vervallen, omdat het vierde lid hier reeds in voorziet.
Lid 7 is komen te vervallen, vanwege de abstractheid en omdat het in de voorbijgaande jaren nog nooit is toegepast. Onduidelijk is wat spoedeisende gevallen en voorlopige maatregelen zijn. Het is voor een vooriztter niet mogelijk om handelingen te verrichten die zijn bevoegdheid te buiten gaan. Dat is wettelijk niet toegestaan.
Hoofdstuk 6 Commissies 23.
1.
Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter kunnen overeenkomstig artikel Strikt genomen is deze bepaling niet nodig omdat artikel 24 Wgr al de mogelijkheid creëert 52, eerste lid juncto artikel 24 van de wet commissies van advies instellen. tot het instellen van adviescommissies en artikel 24a Wgr voor de instelling van een gemeenschappelijke (raads)adviescommissie.
2.
Het algemeen bestuur stelt, wanneer de vertegenwoordigende organen hiertoe overeenkomstig artikel 52, eerste lid 1, juncto artikel 24a van de wet verzoeken, een gemeenschappelijke adviescommissie in als bedoeld in artikel 24a van de wet.
1.
De directeur van de omgevingsdienst treedt op als secretaris van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur wijst een ambtenaar van de omgevingsdienst aan als waarnemend secretaris.
De secretaris is het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter behulpzaam bij de vervulling van hun taak en heeft in het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur een raadgevende stem.
2.
De secretaris is het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter behulpzaam bij de vervulling van hun taak en heeft in het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur een raadgevende stem.
3.
Alle stukken, die van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur uitgaan, worden door hem mede ondertekend.
3.
Alle stukken die van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur uitgaan, worden door de secretaris mede ondertekend.
4.
Artikel 59a, derde lid, van de Provinciewet is van overeenkomstige toepassing.
Het vierde lid is komen te vervallen. Zie de toelichting bij artikel 18 dat gaat over de tekenbevoegdheid van de voorzitter.
De omgevingsdienst voert haar taken zo doeltreffend en doelmatig mogelijk uit. Hieronder kan worden verstaan:
Dit artikel is samengevoegd met artikel 4 van de regeling.
Hoofdstuk 9 De secretaris
Commissies
19.
Hoofdstuk 7 Secretaris 24.
Secretaris
20.
Geen inhoudelijk wijziging, alleen redactioneel.
Hoofdstuk 10 De omgevingsdienst 25.
1.
a. het desgevraagd gemeenten ondersteunen en adviseren omtrent het opstellen van een gemeentelijk of gemeenschappelijk omgevings- en milieubeleid; b. het verzorgen van de communicatie op het gebied van omgeving en milieu; c. het in ontvangst nemen, verwerken en behandelen van klachten op het gebied van omgeving en milieu; d. het verrichten of laten verrichten van metingen en onderzoek op het gebied van omgeving en milieu; e. het voor gemeenten onderhouden van een bedrijfsregistratiesysteem en het verzamelen en be- of verwerken van omgevings- en milieurelevante gegevens; 2.
26.
Met betrekking tot de taken en werkzaamheden van de omgevingsdienst worden met de deelnemende gemeenten en de provincie schriftelijke werkafspraken gemaakt, waarin in ieder geval wordt vastgelegd welke producten en diensten de omgevingsdienst aan de deelnemende gemeenten en de provincie levert.
(Vervallen)
Hoofdstuk 11 Personeel
Artikelen die bij eerdere wijzigingen zijn komen te vervallen of gereserveerd stonden, zijn voor de leesbaarheid en nummering in de nieuwe regeling komen te vervallen.
Hoofdstuk 8 Personeel 27.
28.
1.
Het algemeen bestuur benoemt, schorst en ontslaat de directeur van de omgevingsdienst, op voordracht van ten minste twee leden van het dagelijks bestuur.
1.
Het dagelijks bestuur benoemt, schorst en ontslaat de directeur van de omgevingsdienst.
2.
Het algemeen bestuur stelt de instructie van de directeur vast.
2.
Het dagelijks bestuur stelt de instructie van de directeur vast.
3.
De directeur is onder verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur belast met de ambtelijke leiding van de omgevingsdienst en de zorg voor een juiste taakvervulling in de organisatie.
3.
De directeur is onder verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur belast met de ambtelijke leiding van de omgevingsdienst en de zorg voor een juiste taakvervulling in de organisatie.
1.
Het sluiten van een arbeidsovereenkomst, de schorsing en het ontslag van personeelsleden van de omgevingsdienst geschiedt door het dagelijks bestuur met inachtneming van de door het algemeen bestuur vastgestelde formatie.
1.
Het sluiten van een arbeidsovereenkomst, de schorsing en het ontslag van personeelsleden van de omgevingsdienst geschiedt door het dagelijks bestuur.
2.
Op het personeel in dienst van de omgevingsdienst zijn de bepalingen uit de cao samenwerkende gemeentelijke organisaties en het Personeelshandboek van toepassing. Waar in de in het tweede lid bedoelde regelingen wordt gesproken van 'gemeenteraad, burgemeester en wethouders, burgemeester en hoofd van dienst' wordt voor de toepassing in het kader van deze gemeenschappelijke regeling respectievelijk gelezen: algemeen bestuur, dagelijks bestuur, voorzitter en directeur.
2.
Op het personeel in dienst van de omgevingsdienst zijn de bepalingen uit de cao Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties en het Personeelshandboek van toepassing.
3.
Hoofdstuk 12 Financiële bepalingen
Benoeming
Personeel
21.
22.
Het dagelijks bestuur is bevoegd tot benoemen, schorsing en ontslag van de directeur. Zie ook art 15, inzake de bevoegdheden van het dagelijks bestuur. Niet het algemeen bestuur. Om die reden zijn de eerste twee leden gewijzigd.
Het dagelijks bestuur is bevoegd tot het benoemen van de formatie en niet het algemeen bestuur, zie ook toelichting bij het voorgaande artikel. Om die reden is de laatste zinsnede komen te vervallen. Daarnaast kwam ook het verzoek vanuit de ambtenaren om de het vaststellen van de formatie door het AB, te laten vervallen.