Bijlage 3 Reactie op zienswijzen GR ODWH
Tekst van het document
Zienswijzen op de ontwerpregeling 13de GR en reactie ODWH Artikel uit de ontwerpregeling GR ODWH
Reactie op zienswijze Omgevingsdienst West-Holland
Artikel 7 Samenstelling algemeen bestuur Zienswijze van Provinciale Staten De Provincie Zuid-Holland stemt niet in met het voorstel tot reduceren van het aantal AB-leden per deelnemer van twee naar één AB-lid. In verband daarmee merkt de provincie op dat bij de andere omgevingsdiensten in Zuid-Holland overwegend voor de grootste deelnemers een dubbele vertegenwoordiging de standaard is.
Zienswijze niet overgenomen.
Verder voert de provincie aan dat enkele vertegenwoordiging ertoe zal leiden dat de door de provincie gewenste vertegenwoordiging vanuit enerzijds eigenaarschap en anderzijds de inhoud onmogelijk wordt.
De provincie wil met name vasthouden aan twee AB-leden per deelnemer in het AB, omdat in deze samenstelling de mogelijkheid behouden blijft voor een vijfkoppig dagelijks bestuur waarvan de drie grootste deelnemers lid kunnen zijn. Om deze samenstelling van het dagelijks bestuur mogelijk te maken bij een enkelvoudige vertegenwoordiging in het AB, immers het dagelijks bestuur mag geen meerderheid van stemmen hebben in het algemeen bestuur, heeft het algemeen bestuur op 11 maart 2024 besloten om de methode voor het bepalen van de stemverhouding aan te passen en deze aanpassing te verwerken in een 14de wijziging van de GR ODWH. Voor wat betreft de door de provincie gewenste vertegenwoordiging vanuit enerzijds eigenaarschap en anderzijds de inhoud wordt opgemerkt dat deze ook haalbaar is bij vertegenwoordiging door één AB-lid.
Artikel 7 Samenstelling algemeen bestuur Zienswijze van Noordwijk Stemverhouding in het algemeen bestuur: de raad kan zich niet vinden in splitsing van het proces, waarbij eerst de samenstelling van het algemeen bestuur wordt aangepast en de aanpassing van de stemverhouding pas later volgt.
Bijlage 3. Reactie op zienswijzen GR ODWH (2024035562)
Zienswijze niet overgenomen. De stemverhouding maakt geen onderdeel uit van de voorgestelde wijziging. Het algemeen bestuur heeft op 11 maart 2024 besloten om de methode voor het bepalen van de stemverhouding aan te passen en deze aanpassing te verwerken in een direct op de 13de wijziging volgende 14de wijziging van de GR ODWH. Uitgangspunt hierbij is een stemverhouding waarbij een vijfkoppig dagelijks bestuur, bestaande uit in ieder geval de drie grootste deelnemers, mogelijk is.
1
Waarborgen recht op een zetel voor de gemeentes met de grootste financiële bijdrage: onduidelijk is hoe de zetelverdeling in het DB straks in zijn werk gaat. Het is onduidelijk welke gevolgen de ontwerpwijziging heeft op het huidige systeem, waarbij de deelnemers die de grootste financiële bijdrage leveren, standaard recht hebben op een zetel in het DB.
De verdeling van de zetels van het dagelijks bestuur wordt niet geregeld in de gemeenschappelijke regeling. De huidige structuur is vastgesteld door het algemeen bestuur op 12 mei 2014 en geldt nog steeds.
Artikel 9 Taken en bevoegdheden algemeen bestuur Zienswijze van de raad van de gemeente Oegstgeest In artikel 9 van de ontwerpregeling GR ODWH is de bevoegdheid van het algemeen bestuur tot het vaststellen van de kadernota ten onrechte komen te vervallen. De raad ziet de kadernota als een belangrijk instrument voor meer grip op gemeenschappelijke regelingen, in eerste instantie voor het algemeen bestuur van de regeling zelf en in het verlengde daarvan voor de besturen van de deelnemers.
Zienswijze overgenomen.
Artikel 14 Samenstelling dagelijks bestuur Zienswijze van de raad van de gemeente Hillegom, Lisse en Teylingen Op grond van artikel 14 lid 1 kan het dagelijks bestuur uit maximaal vijf leden bestaan. U geeft als toelichting dat het artikel is aangepast, zodat het dagelijks bestuur ook uit vier leden kan bestaan. Echter, met inachtneming van het bepaalde in artikel 14 lid 1 Wet gemeenschappelijke regelingen kan het dagelijks bestuur nu ook uit drie leden bestaan. Uit de toelichting kan de wenselijkheid voor deze mogelijkheid niet worden opgemaakt.
Zienswijze overgenomen.
Artikel 9, tweede lid, aanhef en onder a, van de ontwerpregeling GR ODWH wijzigt als volgt: “Tot de taken en bevoegdheden van het algemeen bestuur behoren in elk geval: het vaststellen van een meerjarenperspectief en een strategienota, alsmede het jaarlijks vaststellen van een kadernota inhoudende beleidsinhoudelijke en financiële kaders.”
Artikel 14, eerste lid, van de ontwerpregeling GR ODWH wijzigt als volgt: Het dagelijks bestuur bestaat uit minimaal drie en maximaal vijf leden, inclusief de voorzitter. De leden worden door en uit het algemeen bestuur aangewezen met dien verstande dat de leden van het dagelijks bestuur niet de meerderheid in stemmen uitmaken van het algemeen bestuur. Wijziging van de toelichting in de wijzigingstabel. “Het dagelijks bestuur bestaat uit minimaal drie en maximaal vijf leden. Het aantal leden is aangepast, zodat het DB ook uit drie of vier leden kan bestaan.”
Bijlage 3. Reactie op zienswijzen GR ODWH (2024035562)
2
Artikel <…> Openbare stukken Zienswijze van Provinciale Staten Provinciale Staten verzoeken in hun zienswijzen de volgende bepaling op te nemen over het actief openbaar maken van stukken: “Lid 1: De vergaderstukken en verslagen van het algemeen bestuur worden actief openbaar gemaakt overeenkomstig het bepaalde in de Wet open overheid. Lid 2: Besluitenlijsten en andere documenten van het dagelijks bestuur worden openbaar gemaakt overeenkomstig de bepalingen uit de Wet open overheid.” Artikel 17 Verantwoordings- en informatieplicht Zienswijze van Provinciale Staten Provinciale Staten verzoeken artikel 17 aan te vullen met de volgende, cursieve tekst: Lid 1: Het bestuur van de omgevingsdienst verstrekt zo spoedig mogelijk aan de vertegenwoordigende organen, colleges, raden en provinciale staten van de deelnemers schriftelijk alle inlichtingen die door een of meer van hen worden gevraagd. “De wijze waarop hier uitvoering aan wordt gegeven, staat beschreven in de reglementen van orde van het algemeen bestuur en dagelijks bestuur.” Lid 2: Het bestuur van de omgevingsdienst geeft aan de vertegenwoordigende organen gevraagd en ongevraagd alle inlichtingen die nodig zijn voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid, met dien verstande dat: a.
het bestuur dat het aangaat het meest geëigende middel bepaalt waarmee het de betreffende inlichtingen geeft. “Bij niet spoedeisende zaken ziet de provincie dit graag opgenomen als vast onderdeel van de gebruikelijke bestuurs- en/of
Bijlage 3. Reactie op zienswijzen GR ODWH (2024035562)
Zienswijze niet overgenomen:
Een tekst met soortgelijke strekking als lid 1 is al opgenomen in artikel 11, lid 4, van de ontwerp-wijziging. Een tekst met soortgelijke strekking als lid 2 is al opgenomen in artikel 16, lid 2 van de ontwerp-wijziging.
Zienswijze gedeeltelijk overgenomen: De door provinciale staten voorgestelde aanvulling van lid 1 wordt overgenomen. De verantwoordings- en informatieplicht zal aan het einde van het proces tot wijziging van de GR worden verwerkt in de reglementen van orde.
De door Provinciale Staten voorgestelde aanvulling van lid 2, onder a, wordt niet overgenomen in de ontwerpregeling. Gelet op de aard en strekking van deze aanvulling wordt de door de provincie voorgestelde werkwijze opgenomen in de Nota Planning & Control.
3
managementrapportages. Dit onderdeel van de rapportage zal gedeeld worden met PS;” b. “het bestuur kan ertoe besluiten om bijeenkomsten te organiseren waarin aan de vertegenwoordigende organen inlichtingen worden verstrekt;” Artikel 26 Begroting Zienswijze van de raad van de gemeente Leiderdorp (zakelijk weergegeven): ln de ontwerp-wijziging GR ODWH wordt een aantal categorieën begrotingswijzigingen van zienswijze uitgesloten waarbij de bijdragen van de deelnemers kunnen wijzigen. Aangezien gemeenten gehouden zijn aan de deelnemersbijdragen die overeenkomstig de begroting van de gemeenschappelijke regeling zijn bepaald, raken dergelijke begrotingswijzigingen ook het budgetrecht van onze raad. In deze gevallen acht de raad het wenselijk een zienswijze te kunnen uitbrengen voordat het Algemeen Bestuur overgaat tot de vaststelling van de betreffende begrotingswijziging.
Het door provinciale staten voorgestelde lid 2, onder b, wordt overgenomen.
Zienswijze niet overgenomen:
Voorts stelt de raad voor om de uitwerking van artikel 26 maximaal te laten aansluiten bij de nieuwe bepalingen omtrent de zienswijzeprocedure in artikel 35 Wgr. Samenvattend stelt de raad voor artikel 26 als volgt vast te stellen: “Artikel 26 Begroting 1. Het dagelijks bestuur zendt vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de vertegenwoordigende organen. 2. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerp-begroting, met de daarbij behorende aanbiedingsbrief en toelichting twaalf weken voordat deze aan Bijlage 3. Reactie op zienswijzen GR ODWH (2024035562)
Lid 1 van de zienswijze komt nagenoeg overeen met lid 1 van de ontwerpwijziging. Het vermelden van de datum is niet noodzakelijk, gelet op de verwijzing naar artikel 58b van de Wgr. Lid 2 van de zienswijze komt overeen met lid 3 van de ontwerp-wijziging.
4
het algemeen bestuur wordt aangeboden, voor zienswijze toe aan de vertegenwoordigende organen van de deelnemers. 3. De ontwerp-begroting wordt door de zorg van de besturen van de deelnemende gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. 4. De vertegenwoordigende organen van de deelnemers kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerp-begroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerp-begroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 5. Het dagelijks bestuur stelt de vertegenwoordigende organen van de deelnemers voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het vierde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. 6. Het algemeen bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties. 7. Het tweede, vierde en vijfde lid zijn van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting. Van het bepaalde in dit artikel kan worden afgeweken ten aanzien van begrotingswijzigingen: a.
waarin de bijdrage van de individuele deelnemers niet wijzigt; of b. waarin de bijdrage van een of meer individuele deelnemers wijzigt op grond van een extra opdrachten.”
Lid 3 van de zienswijze staat al vermeld in artikel 59, lid 2, van de Wgr. Het is niet wenselijk dit artikel te herhalen in de tekst van de gemeenschappelijke regeling. Artikel 59 van de Wgr is de toepasselijke bepaling voor gemeenschappelijke regelingen tussen gemeenten en provincie; het in de zienswijze genoemde artikel 35 van de Wgr geldt voor regelingen tussen uitsluitend gemeenten. Lid 4 van de zienswijze komt overeen met lid 4 van de ontwerp-wijziging.
Lid 5 van de zienswijze staat al vermeld in artikel 59, lid 4, van de Wgr. Het is niet wenselijk dit artikel te herhalen in de tekst van de gemeenschappelijke regeling.
Lid 6 van de zienswijze is al uitgewerkt in lid 7 van de ontwerp-wijziging. Het door de raad in de zienswijze voorgestelde lid 7 wordt niet overgenomen. De tekst van de ontwerp-regeling komt overeen een met de tekst van de huidige regeling. Aangezien aanpassing hiervan niet is besproken met de deelnemers, wordt voorgesteld om een eventuele wijziging hiervan bij de volgende herziening te bespreken met alle deelnemers. Lid 7 van de ontwerp-wijziging voldoet aan de vereisten en de termijn genoemd in artikel 58, lid 2 van de Wgr. Lid 2 van de ontwerp-wijziging blijft gehandhaafd. Deze bepaling werkt artikel 59 van de Wgr, dat betrekking heeft op de begroting, nader uit.
Bijlage 3. Reactie op zienswijzen GR ODWH (2024035562)
5
Artikel 26 Begroting Zienswijze van Provinciale Staten (zakelijk weergegeven) Uit de ontwerp-wijziging is niet duidelijk op te maken of de huidige begrotingscyclus, dat wil zeggen afronden vóór het zomerreces, wordt gehandhaafd door ODWH. Artikel 26 is zodanig geschreven dat de wettelijke minimumtermijnen worden gevolgd, maar niet dat de ontwerpbegroting voor het zomerreces door het AB wordt vastgesteld. Verzocht wordt om de huidige begrotingscyclus aan te houden.
Bijlage 3. Reactie op zienswijzen GR ODWH (2024035562)
Zienswijze niet overgenomen: In de GR worden de wettelijke termijnen van de GR gehanteerd. In de nota P&C is aangegeven hoe er invulling wordt gegeven aan de termijnen. Op dit moment heeft het algemeen bestuur besloten vast te houden aan de huidige begrotingscyclus (ontwerpbegroting in het AB voor het zomerreces).
6
Ambtshalve wijzigingen Artikel uit de ontwerpregeling GR ODWH
Wijziging in ontwerpregeling of toelichting daarop
Artikel 4 Taken Lid 1, aanhef en onder c
Wijziging van de toelichting in de wijzigingstabel en de geconsolideerde versie van de ontwerp-regeling. Anders dan in de toelichting op artikel 4, eerste lid, aanhef en onder c, staat vermeld, worden enkele bevoegdheden van de burgemeester wel gemandateerd aan de omgevingsdienst. Het gaat daarbij met name om het toezicht op en de handhaving van de geluidsnormen die opgenomen zijn in een evenementenvergunning. De toelichting wordt hierop aangepast. Aan artikel 4, eerste lid, aanhef en onder c, van de ontwerp-regeling wordt de burgemeester toegevoegd.
Artikel 16
Wijziging van de toelichting in de wijzigingstabel. In de toelichting bij artikel 16 (“het tweede en derde lid zijn komen te vervallen omdat de informatie al uitgebreid in het reglement van orde is geregeld”) wordt verwezen naar het tweede en derde lid. Bedoeld is echter naar het eerste en tweede lid (van het huidige artikel 20 van de GR ODWH) te verwijzen.
Artikel 37 Inwerkingtreding Lid 2
Wijziging van de toelichting in de wijzigingstabel en de geconsolideerde versie van de ontwerp-regeling. In de toelichting op artikel 37 staat per abuis dat de GR bekend moet worden gemaakt in het Gemeenteblad van de plaats van vestiging. Dit moet echter het Provinciaal Blad zijn. De toelichting zal hierop worden aangepast. In de ontwerpregeling, geconsolideerde versie, staat op dit punt per abuis dat de gemeente Leiden zorgdraagt voor de bekendmaking van de regeling. Bekendmaking vindt echter plaats door het provinciebestuur in het Provinciaal Blad. Ook de ontwerp-regeling zal hierop worden aangepast.
Artikel 37 Inwerkingtreding Lid 4
Artikel 37, vierde lid, van de ontwerpregeling GR ODWH vervalt. De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden. Daarnaast blijft de Wet open overheid ook onder de gelding van de Omgevingswet van toepassing.
Bijlage 3. Reactie op zienswijzen GR ODWH (2024035562)
7
Bijlage 3. Reactie op zienswijzen GR ODWH (2024035562)
8