CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 GoFlo 25.232 - Quickscan rapport -Mariakerk te Roelofsarendsveen

Gemeenteraad 8 juni 2026, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Verzwaard adviesrecht BOPA Pastoor Onelplein 1-3, Roelofarendsveen.2.275 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan ecologie Mariakerk te Roelofsarendsveen

5 december 2025

Pagina 1

Samenvatting Voor de Mariakerk te Roelofarendsveen worden werkzaamheden voorbereid. Onderzocht is of er effecten op natuurwaarden kan ontstaan. De aanwezigheid van vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen kan op voorhand niet worden uitgesloten. Een verdiepend onderzoek is noodzakelijk naar vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen.

Inhoud

Inleiding

2 – Inleiding

Voor de Mariakerk aan de Pastor Onelplein 1 te Roelofarendsveen worden werkzaamheden voorbereid. Onderdeel van de procedure is een onderzoek naar de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten en het maken van een analyse van de mogelijke effecten op die soorten, als gevolg van de werkzaamheden. Hiervoor is door bureau Els & Linde een oriënterend onderzoek uitgevoerd. Het voorliggend rapport geeft een beschrijving van het oriënterend onderzoek naar de effecten op natuurwaarden.

3 – Beschr ijving gebied 4 – W aar nemingen 7 – Analyse 9 – Advies & Br onnen

Om een goed oordeel te geven over de potentieel aanwezige beschermde planten en dieren, is op 4 december 2025 door een ecoloog van bureau Els & Linde, een bezoek gebracht aan de planlocatie. Ter plekke is beoordeeld of er beschermde soorten aanwezig kunnen zijn, die schade kunnen ondervingen van de geplande ontwikkelingen. Daarbij is gezocht naar sporen van dieren en is op basis van de begroeiing en de opbouw van het landschap, geschat of er beschermde soorten aanwezig kunnen zijn. De effecten worden beoordeeld als gevolg van de veranderde omgeving en het veranderde gebruik. Verder wordt geanalyseerd of de werkzaamheden die noodzakelijk zijn om de veranderingen te bereiken, een effect veroorzaken.

Colofon Opdrachtgever Projectnummer Datum Auteur Gecontroleerd Status

Johlex Bouw 25.232 5 december 2025 N.M. Andriessen P.J.H. van der Linden definitief

Els & Linde B.V. Spechtstraat 59 1223 NX Hilversum mob 06 - 25513020 e-mail andriessen@elsenlinde.nl

Pagina 2

H02

Planomgeving: locatie, omgeving en beschermde natuurgebieden

De planlocatie betreft een kerk in het dorp Roelofarendsveen, provincie Zuid-Holland. De directe omgeving is groen, met woonbebouwing, een school, winkels en wegen. En naast de kerk ligt een begraafplaats. De beschermde Natura 2000-gebieden liggen op relatief grote afstand. Op ruim 12,1 km ligt het gebied ‘Nieuwkoopse plassen & De Haeck’. Het dichtstbijzijnde gebied dat valt onder het Natuurnetwerk Nederland (NNN) ligt op een afstand van ruim 0,7 km. De kerk is opgebouwd uit opgemetseld steen met een schuin dak met dakpannen. De kozijnen zijn van hout. De goten van metaal of kunststof. Werkzaamheden De kerk wordt getransformeerd naar 14 appartementen. Gevel: Glas in lood ramen verwijderen & aanbrengen nieuwe kozijnen in bestaande sparingen. Dak: Verwijderen dakpannen, aanbrengen isolatieplaten, dakraam sparingen maken in het dak & terugplaatsen dakpannen.

Ligging van de Natura 2000-gebieden ten opzichte van de planlocatie.

Natura 2000 Via de Natura 2000 zijn gebieden beschermd van internationaal belang. Voor deze gebieden zijn doelstellingen geformuleerd voor het behoud van habitats en planten en dieren. Deze Natura 2000-gebieden zijn ook beschermd tegen invloeden van buiten, zoals stikstofdepositie en grondwaterstromen. Voor functies waardoor de depositie van stikstofverbindingen toeneemt, is een berekening noodzakelijk van de effecten. Natuurnetwerk Nederland Door nieuwe natuur te ontwikkelen, kunnen natuurgebieden met elkaar worden verbonden. Zo kunnen planten zich over verschillende natuurgebieden verspreiden en dieren van het ene naar het andere gebied gaan. Het totaal van al deze gebieden en de verbindingen ertussen vormt het natuurnetwerk Nederland.

Ligging van het Natuurnetwerk Nederland (rood) ten opzichte van de planlocatie.

Pagina 3

H03

Waarnemingen: veldgegevens en gegevens uit de literatuur Werkwijze Het onderzoek is uitgevoerd als een quick scan ecologie. Voor een dergelijk onderzoek wordt door een ecoloog beoordeeld of er een kans is op aanwezigheid van beschermde soorten. Daarbij wordt gelet op de structuur van de omgeving, aanwezige habitats en landschapselementen. Tevens wordt gezocht naar sporen van beschermde soorten. Een quick scans is tevens bedoeld als afbakening van en eventueel verdiepend onderzoek. De quick scan bestaat uit de volgende activiteiten: • Een literatuur/bronnenonderzoek met betrekking tot de potentieel aanwezige beschermde soorten binnen de planlocatie. • Een veldbezoek waarbij de locaties worden beoordeeld op habitatgeschiktheid voor beschermde soorten. Hierbij worden bijvoorbeeld de te kappen bomen beoordeeld op geschiktheid voor vleermuizen en jaarrond beschermde nesten. • Een schatting van de impact van de werkzaamheden op de (potentieel) aanwezige beschermde soorten. • Een effectbeoordeling gericht op (eventueel) nabij gelegen beschermde natuurgebieden (Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en Weidevogelleefgebied). Om een goed oordeel te kunnen geven is op 4 december 2025 door een ecoloog een bezoek gebracht aan de planlocaties. Tijdens het veldbezoek is onderzocht of er in potentie beschermde planten en dieren aanwezig zijn binnen de planlocaties.

Daarvoor is gezocht naar sporen en andere aanwijzingen van planten en dieren. Op basis van de aanwezige herkenbare begroeiing en habitats, is beoordeeld of er leefgebieden aanwezig zijn voor beschermde soorten. Aanvullend is een bureaustudie uitgevoerd naar de potentieel voorkomende planten en dieren in de directe omgeving van de planlocaties. Hierbij is een bronnenonderzoek uitgevoerd, waarbij de verschillende relevante en actuele informatiebronnen zijn geraadpleegd. Bij de analyse van de effecten is gelet op de effecten veroorzaakt door de veranderde omgeving en het veranderde gebruik. Daarnaast zijn de effecten bepaald die veroorzaakt worden door de ruimtelijke ontwikkelingen. Daarbij is naast de planlocaties sec. gelet op de directe omgeving en de effecten op soorten in de omgeving. In de voorliggende notitie worden de resultaten van de quickscan ecologie besproken. Waarnemingen In onderstaande paragrafen worden de soortengroepen beschreven die binnen de planlocatie en de directe omgeving zijn aangetroffen of te verwachten zijn. Tijdens het veldbezoek van 4 december 2025 is onderzocht of er in potentie beschermde planten en dieren aanwezig zijn binnen de planlocaties. Bronnenonderzoek Voor het onderzoek naar potentieel aanwezige beschermde soorten zijn de beschikbare regionale en landelijke verspreidingsatlassen en enkele digitale bronnen geraadpleegd.

Op het parkeerterrein naast de supermarkt is de dichtstbijzijnde mel-

Pagina 4

ding van de huismus (Passer domesticus) geregistreerd. Er worden geen meldingen gedaan van overige strikt beschermde soorten binnen de planlocatie. Vegetatie en planten Tijdens het oriënterend onderzoek zijn geen beschermde plantensoorten waargenomen. Beschermde plantensoorten worden ook niet verwacht binnen de planlocatie. Rondom de kerk zijn wilgen, esdoorns, eiken, heggen en algemeen voorkomende tuinplanten aanwezig. Zoogdieren Juridisch zwaarder beschermde soorten Vleermuizen zijn de belangrijkste groep strikt beschermde dieren die verwacht kunnen worden. Vleermuizen kunnen schade ondervinden van de ruimtelijke ontwikkelingen en kunnen hierdoor een belemmering zijn. De planlocaties en de directe omgeving zijn daarom nauwkeurig onderzocht op de aanwezigheid van potentieel geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen, evenals essentiële vliegroutes en foerageergebieden. Verblijfplaatsen Vleermuizen zijn in twee groepen te verdelen; enerzijds de soorten die in gebouwen een verblijfplaats hebben en anderzijds de soorten die in bomen een verblijfplaats hebben. De kraamkolonie van de laatvlieger (Eptesicus serotinus) en de gewone dwergvleermuis komen – voor zover bekend - alleen in gebouwen voor. Ze wonen in de spouwmuur, achter betimmering, onder daklijsten en dakpannen.

De vaste verblijfplaatsen van de ruige dwergvleermuis en de watervleermuis (Myotis daubentonii) kunnen zowel in spleten en gaten in bomen, als in gebouwen voorkomen. Ze kiezen in de regel gebieden met een groot aanbod aan geschikte holten op een klein oppervlak. Bij de woning aangrenzend aan de kerk, zijn open stootvoegen aanwezig geschikt voor vleermuizen. De openingen onder de kantpannen zijn geschikt voor vleermuizen om toegang tot het pand te verkrijgen. Potentiële vliegroutes en foerageergebieden De planlocatie valt binnen de bebouwde kom van Roelofarendsveen. De kans op een foerageergebied is aanwezig rondom de kerk, echter is er geen sprake van een essentieel foerageergebied, er zijn voldoende uitwijkmogelijkheden in de directe omgeving. Vervolgstappen voor vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen zijn niet nodig. Overig beschermde zoogdieren Binnen de planlocatie is een kans op algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren, zoals spitsmuizen en muizen. De kans op aanwezigheid van de kleine marters is niet aanwezig door het ontbreken van voldoende geschikt habitat. Er kunnen muizen voorkomen. Voor deze soorten geldt de zorgplicht.

Pagina 5

Egel (Erinaceus europaeus) In Nederland komt de egel voor in bijna alle landschappen. Geschikte leefgebieden voor de egel zijn tuinen, bosranden, struwelen en loofbos waarbij ze voorkeur hebben voor stukken met ondergroei. Egels komen ook in de bebouwde kom voor, mits er genoeg groen en schuilplaatsen aanwezig zijn. In de zomer slapen egels onder dicht struikgewas op kale grond, in holtes onder boomwortels, in konijnenholen of in compost-, takken of puinhopen. In de winter slapen de dieren vaak in nesten in de grond, in een schuur of in takken- of composthopen. Er is voldoende geschikte begroeiing voor egels om te schuilen. Vogels Jaarrond beschermd nest Tijdens het ecologisch onderzoek is gezocht naar aanwijzingen voor het voorkomen van vogels met een vaste verblijfplaats binnen het plangebied. Gekeken is naar potentieel geschikte nestplekken voor vogels met een jaarrond beschermd nest. De kantpannen zijn geschikt voor huismussen en gierzwaluwen om onder het dak te nestelen. Huismussen kunnen ook via de openingen onder de onderste dakpannen, en via de openingen in de knipgoten nestelen onder het dak. Algemene broedvogels Algemeen voorkomende broedvogels kunnen nestelen in de bomen, struiken en heggen rondom de woning.

Tijdens de inventarisaties is de ekster(Pica pica), kraai (Corvus corone) , kauw (Corvus monedula), grauwe gans (Anser anser) en halsbandparkiet (Psittacula krameri) waargenomen. Herpetofauna en vissen Er is geschikt oppervlaktewater aanwezig in de vorm van sloten. Algemeen voorkomende amfibieën kunnen via de natuurlijke oevers op het land komen. Hiervoor geldt de zorgplicht. Overige soorten Er zijn, gezien de voorkomende biotopen, geen beschermde bijzondere insecten of overige soorten te verwachten binnen de planlocaties. Deze soorten stellen hoge eisen aan hun leefgebied; de planlocatie voldoet hier niet aan. De aanwezigheid van beschermde overige soorten worden daarom uitgesloten binnen de planlocatie.

Pagina 6

H04

Analyse: beoordeling van de effecten op de natuurwaarden Bij de analyse wordt gelet op de effecten als gevolg van het veranderde gebruik en de veranderde inrichting. Daarnaast wordt gelet op de effecten als gevolg van de werkzaamheden om de veranderingen te bereiken. Voor zover planlocaties binnen het Natuurnetwerk Nederland, het weidevogel leefgebied, Natura 2000 of andere beschermde natuurgebieden liggen, worden de effecten op deze beschermde natuurgebieden getoetst. Voor de Natura 2000-gebieden is de externe werking eveneens van belang; de belangrijkste externe effecten worden veroorzaakt door toename van depositie, geluid en licht. Daarnaast kunnen veranderde grondwaterstromen een effect veroorzaken. Omgevingswet De Omgevingswet kent een afdeling voor soortbescherming en een afdeling voor gebiedsbescherming. Binnen de gebiedsbescherming zijn de Natura 2000-gebieden beschermd. De bescherming geldt ook voor externe factoren; zoals grondwaterstromen en stikstofdepositie. De soortbescherming binnen de Omgevingswet richt zich op de internationale afspraken, en geeft een uitbreiding van de beschermde soorten door aan de Rode lijst (bedreigd en ernstig bedreigd) een beschermd status te koppelen. Binnen de bebouwde kom is de belangrijkste wijziging in de beschermde soorten het vervallen van de bescherming op muurplanten en orchideeën.

Beschermde soorten Uit de resultaten van de quickscan van 4 december 2025 blijkt dat de aanwezigheid van vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen op voorhand niet kan worden uitgesloten. Overige beschermde soorten De aanwezigheid voor egels en algemeen voorkomende broedvogels kan op voorhand niet worden uitgesloten. Analyse Gezien het verwijderen van de dakpannen en de potentiële aanwezigheid van vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen onder het dak, is een negatief effect niet uit te sluiten. Zorgbeginsel Omgevingswet In de Omgevingswet is het zorgbeginsel aangescherpt. Bij het ecologisch onderzoek dient te worden afgewogen wat de effecten zijn op soorten die vallen onder het specifieke zorgbeginsel. Er moet een objectieve beoordeling worden gegeven. Aangetroffen dieren die niet uit zich zelf de werkgebieden kunnen verlaten, dienen – onder begeleiding van een ecoloog - in veiligheid te worden gebracht en buiten de werkgebieden te worden uitgezet. Schuilplekken zoals bladhopen, hout- en steenstapels e.d. dienen eerst te worden gecontroleerd op schuilende dieren. In zijn alge-

Pagina 7

meenheid dienen geschikte schuil- en overwinteringsplekken voor dieren buiten de werkterreinen intact te worden gelaten. Eventueel noodzakelijk kap moet buiten de kwetsbare periode (winter) worden uitgevoerd en voorafgaand aan de kap (of het anderszins vrijstellen van een werkplek) is het verstandig een ecoloog te laten beoordelen of effecten zijn te verwachten en eventueel maatregelen te (laten) nemen om die effecten te verminderen. Natura 2000 De beschermde Natura 2000-gebieden liggen op ruim 12,1 km afstand van de planlocatie. De kans dat er een significante wijziging is in de emissie, is gezien de aard van de werkzaamheden niet aanwezig. Een berekening van de stikstofdepositie op het Natura 2000-gebied is niet nodig. Andere aantastingen van kwalificerende habitats of soorten in de Natura 2000-gebieden door de werkzaamheden, kunnen eveneens worden uitgesloten. Natuurnetwerk Nederland De planlocatie ligt op ruim 0,7 km van het Natuurnetwerk Nederland. Het afwegingskader Natuurnetwerk Nederland is alleen van toepassing voor ingrepen binnen het Natuurnetwerk Nederland.

Pagina 8

H05

Conclusie, advies en gebruikte bronnen Voor de Mariakerk te Roelofarendsveen worden werkzaamheden voorbereid. Door een ecoloog is beoordeeld of er beschermde plant- en diersoorten aanwezig kunnen zijn binnen de planlocatie en of deze schade ondervinden van de werkzaamheden. Beschermde soorten Uit de resultaten van de quickscan blijkt dat de aanwezigheid van vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen op voorhand niet kan worden uitgesloten. Gezien de werkzaamheden een negatief effect kunnen veroorzaken is een verdiepend onderzoek noodzakelijk naar huismussen, vleermuizen en gierzwaluwen. Overige soorten De aanwezigheid van algemeen voorkomende broedvogels en egels kan op voorhand niet worden uitgesloten. Voor de broedvogels geldt starten buiten het broedseizoen of de geschikte begroeiing intact laten. Voor de egel geldt geen werkmateriaal in het groen te plaatsen.

– – – – – – – –

Anonymus (2023). Kennisdocument gierzwaluw, BIJ12 Anonymus (2023). Kennisdocument huismus, BIJ12 Anonymus (2024). Kennisdocument gewone dwergvleermuis, BIJ12 Anonymus (2024). Kennisdocument kleine marterachtigen, BIJ12 Dietz, Chr., O. von Helversen & D. Nill (2012) Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. Trition Natuur Simon, M., S. Hüttenbügel & J. Smit-Viergutz (2004) Ökologie und Schutz von Fledermäusen in Dörfern und Städten. Bundesamt für Naturschutz, Bonn. natura2000.nl waarneming.nl

Beschermde gebieden Een berekening van de stikstofdepositie is niet nodig.

Pagina 9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=7ec6cda1-510c-4854-8585-4e9fd1ef66c1