Bijlage 3. Actualiserend en aanvullend bodemonderzoek westelijk deel
Tekst van het document
ACTUALISEREND EN AANVULLEND BODEMONDERZOEK Boskade (ong.) in Hoogmade
ORTAGEO Noordoost B.V.
ORTAGEO Zuidoost B.V.
ORTAGEO West B.V.
ORTAGEO Asbest B.V.
TITELBLAD
Opdrachtgever:
RVE Vastgoed B.V. Tolstraat 127 1074 VJ Amsterdam
Rapportnummer:
216476/R01
Status rapport:
Definitief
Datum:
27 januari 2022
Projectomschrijving:
Actualiserend en aanvullend bodemonderzoek Boskade (ong.) in Hoogmade
Rapport opgesteld door:
Ortageo West B.V. Laurens Janszn. Costerstraat 13e 3261 LH Oud-Beijerland Tel: +31 186 74 54 20 E-mail: info@ortageo.nl
STD_R070_v013_20181207
INHOUDSOPGAVE 1 2
3
4
5
6
Inleiding ........................................................................................................................................................... 1 Vooronderzoek ................................................................................................................................................ 2 Bronnen .................................................................................................................................................... 2 Algemene gegevens................................................................................................................................. 3 Bodemgebruik .......................................................................................................................................... 3 Uitgevoerde bodemonderzoeken ............................................................................................................. 4 Bodemopbouw en geohydrologie ............................................................................................................. 7 Hypothese en onderzoeksstrategie ............................................................................................................... 8 Hypothese ................................................................................................................................................
8 Onderzoeksstrategie ................................................................................................................................ 8 Veldwerkzaamheden ....................................................................................................................................... 9 Opzet ........................................................................................................................................................ 9 Resultaten .............................................................................................................................................. 10 Laboratoriumonderzoek ............................................................................................................................... 12 Analyseprogramma ................................................................................................................................ 12 Analyseresultaten ................................................................................................................................... 13 5.2.1 Chemische parameters ...................................................................................................................... 14 5.2.2 Asbest ....................................................................................................................................................
17 Interpretatie resultaten ........................................................................................................................... 17 Samenvatting, conclusies en aanbevelingen ............................................................................................. 18
Bijlagen: 1) Regionale ligging onderzoekslocatie 2) Situatietekening met onderzoekspunten 3) Bodemprofielbeschrijvingen 4) Analysecertificaten 5) Overschrijdingstabellen 6) Gegevens vooronderzoek 7) Foto's Appendix Kader en verantwoording
216476/R01
1
INLEIDING
In opdracht van RVE Vastgoed B.V. is door Ortageo West B.V. een actualiserend en aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd op een locatie gelegen aan de Boskade in Hoogmade (gemeente Kaag en Braassem). De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen aankoop van de locatie. In 2012 is een bodemonderzoek uitgevoerd waarbij geconcludeerd is dat er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging met zware metalen (en mogelijk PCB) in de bovengrond. Verder zijn op 3 locaties binnen de huidige onderzoekslocatie verontreinigingen met minerale olie aangetoond. Het doel van het onderzoek is om de verontreinigingen met minerale olie te actualiseren, het onderzoek van 2012 aan te vullen met onderzoek naar asbest en de omvang van de verontreiniging met zware metalen en PCB nader in beeld te brengen en zo beter vast te stellen wat de consequenties zijn voor de voorgenomen transactie. In dit rapport worden de resultaten van het vooronderzoek weergegeven in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 zijn de hypothese en de onderzoekstrategie beschreven. De veldwerkzaamheden zijn in hoofdstuk 4 en het laboratoriumonderzoek is in hoofdstuk 5 beschreven. Het rapport wordt besloten met een samenvatting, de conclusies en de aanbevelingen (hoofdstuk 6). In de appendix zijn de verschillende kaders van het onderzoek beschreven (waaronder wet-/regelgeving en toetsingskader) en is de verantwoording opgenomen.
216476/R01
1/19
2
VOORONDERZOEK
Voor de uitvoering van het actualiserend en aanvullend bodemonderzoek is een vooronderzoek uitgevoerd. Doel van het vooronderzoek is het achterhalen van (potentieel) bodemverontreinigende activiteiten die nu plaatsvinden of in het verleden hebben plaatsgevonden op of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie.
Bronnen In onderstaande tabel zijn de in het kader van het vooronderzoek geraadpleegde bronnen weergeven. Tabel 1: Geraadpleegde bronnen Nr.
Bron
Verwijzing/toelichting
1
Topografische kaart
Opgenomen in bijlage 1
2
Schriftelijke informatie van opdrachtgever
Verwerkt in dit hoofdstuk
Internetbronnen:
3
4
A. Actuele luchtfoto’s en straatoverzichten
www.google.nl/maps
B. Historische topografische kaarten
www.topotijdreis.nl
C. TNO-NITG (gegevens bodemopbouw / grondwater)
www.dinoloket.nl
D. Provinciale bodematlas
https://www.zuid-holland.nl/politiek-bestuur/feitencijfers/interactieve/
E. Bodeminformatiepunt Omgevingsdienst West-Holland
https://odwh.omgevingsrapportage.nl/
F. Ligging kabels en leidingen
www.klic-online.nl
G. Informatie hoogteligging
www.ahn.nl
H. Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG)
bagviewer.kadaster.nl
Locatiebezoek, foto's onderzoekslocatie
Gecombineerd met uitvoering veldwerk, foto’s opgenomen in bijlage 7
Rapporten:
5
A. Actualiserend en nader bodemonderzoek + asfaltonderzoek Boskade 6/7/7a te Hoogmade
ATKB, 20120556/Rap01, 13-07-2012
B. Instemming evaluatie tijdelijk uitplaatsen BUS sanering Boskade 6 in Hoogmade
Omgevingsdienst West-Holland, 2014029993, 04-122014
C. Verkennend bodemonderzoek Boskade 3 te Hoogmade
Adverbo, 08.10.2460.1760, 21-07-2008
D. Nader bodemonderzoek Boskade 3 te Hoogmade
Adverbo, 08.10.2547.1760, 02-12-2008
In het rapport van ATKB uit 2012 (20120556/Rap01) wordt gerefereerd aan de volgende bodemonderzoeken: Verkennend bodemonderzoek ‘Boskade 6 te Hoogmade’, Oranjewoud B.V., kenmerk: 1601-34711, d.d. april 1995. Aanvullend milieukundig bodemonderzoek ‘Boskade 6 te Hoogmade, IDDS B.V., kenmerk: M9612757/MD, d.d. januari 1997. Nader bodemonderzoek ‘Boskade 7 te Hoogmade’, IDDS B.V., kenmerk: 02013310/MM/rap1, d.d. 25 maart 2002. Deze rapporten waren niet beschikbaar tijdens dit bodemonderzoek.
216476/R01
2/19
Algemene gegevens De algemene gegevens over de locatie zijn weergegeven in de volgende tabel. Tabel 2: Algemene locatiegegevens Adres
Boskade (ong.) in Hoogmade
Kadastrale aanduiding
Gemeente Woubrugge, sectie A, perceelnummers 2147, 2148 en 2239
Oppervlakte
Circa 5.700 m²
Algemene omschrijving
Grotendeels braakliggend terrein.
Bebouwing
Grotendeels braakliggend, op de oostelijke grens van de onderzoekslocatie staat een bedrijfspand (buiten gebruik) waarvan alleen het westelijke deel binnen de onderzoekslocatie ligt. In het westen van de onderzoekslocatie staat een vervallen schuur.
Terreinverharding
Grotendeels onverhard, toegangsweg is verhard met betonplaten.
De situering van de onderzoekslocatie is globaal weergegeven op onderstaande afbeelding.
Afbeelding 1: Situering onderzoekslocatie (bron 1)
Bodemgebruik Tot en met de jaren ’60 werd de locatie gebruikt ten behoeve van landbouw. In 1964 is de woning op aan de Boskade 7a gebouwd. In 1969 is de schuur in op het westelijk deel van de locatie gebouwd. Het bedrijfspand in het oosten van de locatie is in 1975 gebouwd. In de periode van omstreeks 1985 tot 1999 was Gebr. Van de Pouw Kraan Sloopwerken op de locatie gevestigd. Het buitenterrein werd gebruikt voor opslag van diverse bouw- en sloopmaterialen. Ten noorden van de loods waren drie brandstofpompen aanwezig. Tegen de gevel van de kantoorruimtes waren diverse (olie)vaten opgeslagen. In de hoek van de loods tegen de gevel van één van de kantoorruimtes bevond zich een voormalige tapmogelijkheid van brandstoffen. De locatie was tot medio 2007 nagenoeg geheel verhard met puin of betonverhardingen. Halverwege 2007 zijn deze puinhoudende toplaag en betonverhardingen verwijderd, zie afbeelding 2 (bron 5A).
216476/R01
3/19
Afbeelding 2: luchtfoto onderzoekslocatie verwijdering verharding (bron 5A)
Ter plaatse van Boskade 6 zijn meerdere onder- en bovengrondse opslagtanks aanwezig geweest (bron 5A). Op de locatie was één ondergrondse benzinetank (3.000 liter), drie ondergrondse dieseltanks (3.000 tot 10.000 liter), één ondergrondse benzine/gasolietank (3.000 liter) en een ondergrondse HBO-tank met onbekende inhoud. Verder stonden op de locatie één bovengrondse tank voor afgewerkte olie (5.000 liter), vaten voor afgewerkte olie en jerrycans met diesel. Deze tanks zijn reeds verwijderd (bron 5A en 5B).
Uitgevoerde bodemonderzoeken Op de locatie Op de onderzoekslocatie zijn de volgende onderzoeken uitgevoerd: Actualiserend en nader bodemonderzoek + asfaltonderzoek Boskade 6/7/7a te Hoogmade, 13-07-2012 (bron 5A) Aanleiding voor dit onderzoek is het actualiseren en afperken van de in eerder onderzoek aangetoonde verontreinigingen, bepalen of het te verwijderen asfalt op basis van teerhoudendheid geschikt is voor hergebruik en het vaststellen van de huidige bodemkwaliteit ter plaatse van de niet onderzochte terreindelen. Uit dit onderzoek blijkt dat ter plaatse van Boskade 6, ten oosten van de huidige onderzoekslocatie, in de puinhoudende kleiige bovengrond (0,0 tot 0,5 m-mv) sterke verontreinigingen met lood en zink en matige verontreinigingen met koper en PAK aanwezig zijn. Verder zijn lichte verontreinigingen met diverse metalen, minerale olie en PCB aangetoond. In de puinhoudende ondergrond (0,6-1,3 m-mv) is een sterke verontreiniging met lood en zink aangetoond. Verder zijn in de puinhoudende ondergrond lichte verontreinigingen met diverse metalen, PCB, PAK en minerale olie aangetoond. In de zintuigelijk schone kleiige grond van 0,35 tot 1,5 m-mv zijn lichte verontreinigingen met diverse metalen en PAK aangetoond. In het grondwater zijn lichte verontreinigingen met barium en naftaleen aangetoond.
De verontreinigingen worden toegeschreven aan een in het verleden opgebrachte antropogene (puinhoudende) ophooglaag. In 1997 zijn in de puin- en/of koolashoudende bovengrond louter lichte verontreinigingen vastgesteld. Aangenomen wordt dat de lichte tot sterke metalenverontreiniging in de grond een sterk heterogeen karakter heeft.
216476/R01
4/19
Figuur 1: Situatietekening met boorpunten onderzoek 2012 en de huidige onderzoekslocatie (rode lijn) (bron 5A). De situatietekening is vergroot opgenomen in bijlage 6.
Ter plaatse van Boskade 7, ten oosten van de huidige onderzoekslocatie, blijkt de puinhoudende zandige bovengrond vanaf onderzijde klinkerverharding tot 0,5 m-mv licht tot sterk verontreinigd te zijn met diverse metalen en licht verontreinigd met minerale olie en PAK. De zintuigelijk schone kleiige bovengrond vanaf maaiveld tot 0,5 m-mv is licht verontreinigd met metalen. De puinhoudende kleiige ondergrond vanaf 0,5 tot 1,0 m-mv is licht tot sterk verontreinigd met zware metalen en licht verontreinigd met minerale olie, PCB en PAK. De verontreinigingen worden toegeschreven aan de antropogene bijmenging in de grond. Het grondwater is licht verontreinigd met barium. Op het overige terrein ten oosten van Boskade 7a en ten (noord)westen van de loods (dus grotendeels binnen de huidige onderzoekslocatie) is de sterk puinhoudende bovengrond sterk verontreinigd met nikkel, lood, zink en PCB. Verder zijn in deze sterk puinhoudende bovengrond een matige verontreiniging met koper en lichte verontreinigingen met cadmium, kobalt, kwik, molybdeen, minerale olie en PAK aangetoond. De zintuigelijk schone zandige bovengrond ten oosten van Boskade 7a is ten hoogste licht verontreinigd met PCB. In de zintuigelijk schone ondergrond ten oosten, noorden en westen van de loods is een sterke verontreiniging met lood en zink aangetoond.
Verder zijn in de zintuigelijk schone ondergrond lichte verontreinigingen met cadmium, kwik, molybdeen, nikkel, PCB en PAK aangetoond. Ter plaatse van het westelijke gedeelte onder de loods is in de matig puinhoudende bovengrond direct onder de betonvloer een matige verontreiniging met PAK aangetoond. Verder zijn in de puinhoudende bovengrond onder de loods lichte verontreinigingen met kobalt, koper, kwik, molybdeen, nikkel, lood, zink, minerale olie en PCB aangetoond. Ten westen van Boskade 7a is de zwak puin- en/of kolengruishoudende bovengrond licht verontreinigd met diverse metalen en PAK. De venige ondergrond ten westen van Boskade 7a is licht verontreinigd met diverse metalen. Het grondwater is matig verontreinigd met barium en plaatselijk licht verontreinigd met xylenen. Ter plaatse van de ondergrondse brandstoftanks ten (noord)oosten van de loods (zie figuur 1) is de zandige bovengrond (0 – 60 à 90 cm-mv) matig tot sterk verontreinigd met minerale olie. Dit betreft met name de zwaardere fractie (C21-C30) De zandige, kleiige of venige ondergrond is ten hoogste licht verontreinigd met minerale olie. Ter plaatse van de voormalige bovengrondse HBO-tank aan de westkant van Boskade 7a is in ondergrond geen verontreiniging aangetroffen (zie figuur 1). In het grondwater is een lichte verontreiniging met xylenen aangetoond.
Ter plaatse van de bovengrondse tank voor afgewerkte olie ten noorden van de loods is in de boven- en ondergrond
216476/R01
5/19
een lichte verontreiniging met minerale olie aangetoond. In het grondwater is een matige verontreiniging met minerale olie en lichte verontreinigingen met minerale olie en naftaleen aangetoond. Het asfalt ter plaatse van de inrit van het voormalige bedrijfsterrein (laag van 8 cm) is op basis van HPLC-onderzoek niet-teerhoudend. Het asfalt wordt geschikt geacht voor hergebruik. Op de locatie is sprake van twee gevallen van ernstige bodemverontreiniging. Geval 1 betreft de immobiele verontreiniging met zware metalen (en mogelijk ook PCB en PAK) in de grond ter plaatse van Boskade 6, 7, 7a en het overige terrein rondom Boskade 6 en 7A (zie figuur 1). Op de gehele onderzoekslocatie zijn in de grond heterogeen lichte tot sterke verontreinigingen met zware metalen (en plaatselijk PCB) vanaf maaiveld tot de zintuigelijk schone venige ondergrond (globaal vanaf 1,0 m-mv) vastgesteld. Deze verontreinigingen worden toegeschreven aan eerder opgebrachte antropogene ophooglaag of -lagen. Hoewel het merendeel van de ophooglaag medio 2007 is ontgraven en afgevoerd, is het traject vanaf globaal het maaiveld tot de venige ondergrond heterogeen licht tot sterk verontreinigd. De hoeveelheid licht tot sterk verontreinigde grond wordt geschat op 10.490 m3.
Aangezien naar verwachting meer dan 25 m 3 sterk verontreinigde grond aanwezig is, is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met zware metalen (en mogelijk ook met PCB). Geval 2 betreft de mobiele verontreiniging met minerale olie in de grond ter plaatse van de voormalige ondergrondse brandstoftanks ten (noord)oosten van de loods (zie figuur 1). Ter hoogte van de loods en kantoor zijn in de grond vanaf maaiveld tot globaal 0,5 m-mv lichte tot sterke verontreinigingen met minerale olie vastgesteld. Deze olieverontreiniging wordt toegeschreven aan overvulling tijdens het tanken van materieel van het voormalig sloopbedrijf. Over een oppervlakte van circa 620 m2 is de grond vanaf maaiveld tot circa 0,5 m-mv matig tot sterk verontreinigd. Mede gelet op eerder uitgevoerde bodemonderzoek (1995 en 1997), kan redelijkerwijs worden aangenomen dat sprake is van meer dan 25 m3 sterk met olie verontreinigde grond. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met minerale olie in de grond. Geconcludeerd wordt dat de locatie (vooralsnog) niet geschikt is voor toekomstig gebruik (industrieterrein). Sanerende maatregelen zijn noodzakelijk om contactmogelijkheden met de heterogeen licht tot sterk verontreinigde grond te voorkomen.
Instemming evaluatie tijdelijk uitplaatsen BUS sanering Boskade 6 in Hoogmade, 04-12-2014 (bron 5B) Uit deze instemming blijkt dat ter plaatse van Boskade 6, ten oosten van de huidige onderzoekslocatie, drie ondergrondse tanks zijn verwijderd. Daarbij zijn de leidingen, vulpunten en afleverpunten eveneens verwijderd en zijn de tanks met toebehoren gereinigd en afgevoerd naar een erkende verwerker. Voordat de tanks zijn verwijderd is de verontreinigde toplaag in depot geplaatst. Na het verwijderen van de tanks is de locatie aangevuld met schoon zand en is de verontreinigde toplaag weer teruggeplaatst in hetzelfde bodemtraject. Directe omgeving Ten oosten van de onderzoekslocatie zijn de volgende onderzoeken uitgevoerd: Verkennend onderzoek Boskade 3 te Hoogmade, 21-07-2008 (bron 5C) Aanleiding voor dit onderzoek is de voorgenomen eigendomsoverdracht van de locatie, ten oosten gelegen van de huidige onderzoekslocatie. Uit dit onderzoek blijkt dat op de locatie zintuigelijk geen asbest is waargenomen. Wel is in de bovengrond plaatselijk een lichte bijmenging met kolengruis zintuigelijk waargenomen. Het mengmonster van de bovengrond is sterk verontreinigd met lood, matig verontreinigd met zink en licht verontreinigd met barium, cadmium, kobalt, koper, kwik en PAK. Verder is de kleiige ondergrond is licht verontreinigd met kobalt, koper, kwik, lood, zink en PAK.
Daarnaast is het grondwater licht verontreinigd met molybdeen en xylenen. Nader bodemonderzoek Boskade 3 te Hoogmade, 02-12-2008 (bron 5D) Aanleiding voor dit onderzoek zijn de resultaten van het verkennend onderzoek (kenmerk 08.10.2460.1760, 21-072008). Hierbij is in de bovengrond een sterke verontreiniging met lood en zink aangetoond. Uit dit onderzoek blijkt dat op het noordelijk gedeelte van het terrein zich een puinverharding bevindt. Zintuigelijk is in deze puinlaag, zeer plaatselijk, asbestverdacht materiaal waargenomen. Analytisch is in dit asbestverdacht materiaal asbest (3,5% chrysotiel) aangetoond. Verder is in de bovengrond van het overige terrein sprake van een zwakke bijmenging met puin tot een diepte van 0,5 m-mv. De bovengrond, van 0,0 tot 0,5 m-mv, is ter plaatse van een groot gedeelte van de locatie (boringen B11, B17, B19 en B20) sterk verontreinigd met lood en zink. Plaatselijk is ook in de ondergrond een sterke verontreiniging met lood en een matige verontreiniging met zink aangetoond. Geconcludeerd wordt in de bodem van de onderzoekslocatie (plaatselijk) sprake is van sterke verontreinigingen met lood en zink. Gezien de geschatte omvang van de sterke verontreiniging, circa 300 m 3, is sprake van een geval
216476/R01
6/19
van ernstige bodemverontreiniging. De begrenzing van de verontreiniging bevindt zich waarschijnlijk niet binnen de perceelsgrens. Aanbevolen wordt een nader onderzoek uit te voeren naar de verticale begrenzing van de verontreiniging met lood en zink.
Bodemopbouw en geohydrologie De regionale geo(hydro)logische bodemopbouw is weergegeven in de volgende figuren.
Figuur 2: Situering dwarsdoorsnedes figuren 3 en 4 (bron 3C). De rode cirkel geeft de globale situering van de onderzoekslocatie aan.
Figuur 3: Geohydrologisch model gebaseerd op REGIS II v2.2 (bron 3C)
Figuur 2: Landelijk model DGM v2.2 (bron 3C)
De grondwaterstand van het eerste watervoerende pakket bedraagt regionaal gezien circa -2,5 m NAP. Ter plaatse van de onderzoekslocatie (maaiveld op circa -1,7 m NAP) komt dit neer op circa 0,8 m-mv (bron 3C en 3G). Regionaal gezien is de stromingsrichting van het grondwater in het eerste watervoerend pakket oostelijk. De locatie ligt niet in het intrekgebied van een grondwaterwinning of een grondwaterbeschermingsgebied (bron 3D). Voor zover bekend wordt er op en in de directe omgeving van de locatie niet op relevante schaal grondwater door bedrijven en particulieren onttrokken (bron 3D).
216476/R01
7/19
3
HYPOTHESE EN ONDERZOEKSSTRATEGIE Hypothese
Chemische parameters (NEN 5740) Op basis van de beschikbare informatie, met name het rapport van ATKB uit 2012, blijkt dat sprake is van een sterk puinhoudende ophooglaag van circa 0,5 m dik op de kleiige en venige ondergrond. Deze puinhoudende ophooglaag is veelal afgedekt met een dun laagje zand. Zowel in de puinhoudende toplaag als plaatselijk in de kleilaag daaronder zijn sterke verontreinigingen met zware metalen en PCB en matige verontreinigingen met PAK aangetoond. De mengmonsters zijn echter samengesteld uit boringen die zich deels buiten de huidige onderzoekslocatie bevinden. Er is geconcludeerd dat sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging, waarbij de bovenste meter licht tot sterk verontreinigd is met zware metalen en plaatselijk PCB. Het wenselijk om meer zicht te krijgen op het sterk verontreinigde deel van deze verontreiniging. Verder zijn op twee plekken nabij voormalige bovengrondse tanks voor HBO en afgewerkte olieverontreinigingen met minerale olie aangetoond bij eerder bodemonderzoek, welke in 2012 nader onderzocht zijn. Ter plaatse van de HBO-tank is de verontreiniging van zeer beperkte omvang gebleken en ter plaatse van de afgewerkte olietank is de bovengrond licht verontreinigd gebleken en het grondwater matig verontreinigd. Voor beide locaties is de actualisatie van de verontreinigingssituatie gewenst.
Voor de loods is in de bovengrond een omvangrijkere verontreiniging met minerale olie aangetoond waarvan de westelijke punt net binnen de huidige onderzoekslocatie valt. Ook hier is actualisatie gewenst. Asbest (NEN 5707) In het rapport uit 2012 is geen onderzoek gedaan naar asbest. Gezien de opgebrachte puinhoudende grond is dat echter wel gewenst. De locatie is als ‘verdacht’ aangemerkt ten aanzien van verontreiniging met asbest in de bodem, vanwege de aanwezige puinhoudende grond.
Onderzoeksstrategie Chemische parameters (NEN 5740) Op basis van de hypothese is de locatie onderzocht volgens de strategie voor een ’diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming’ (VED-HE-NL). De verdachte laag betreft enerzijds de puinhoudende toplaag en anderzijds de kleilaag daaronder. Om inzicht te krijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de ondergrond is voor de ondergrond deze strategie gecombineerd met de strategie voor een ‘onverdachte niet-lijnvormige locatie’ (ONV-NL). Dat betekent dat één of meerdere boringen dieper zijn doorgezet en de ondergrond analytisch is onderzocht. Ter plaatse van de voormalige HBO-tank en de afgewerkte olietank wordt op beide locaties één boring uitgevoerd om de verontreinigingssituatie te actualiseren. Asbest (NEN 5707) Op basis van de hypothese is de locatie conform NEN 5707 onderzocht volgens de strategie voor een ’verdachte locatie met een diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld’. Het onderzoek naar asbest en chemische parameters is gecombineerd uitgevoerd.
216476/R01
8/19
4
VELDWERKZAAMHEDEN Opzet
Algemeen In onderstaande tabel zijn de uitvoeringsdata en de verantwoordelijke monsternemers aangegeven voor de verschillende uitvoeringsfasen van het veldonderzoek. De locaties van de onderzoekspunten zijn weergegeven op de tekening in bijlage 2. Tabel 3: Uitvoeringsgegevens Datum
11-01-22 12-01-22
Werkzaamheden
Beoordelingsrichtlijn/ protocol
Erkende organisatie
Uitvoeren handboringen, plaatsen peilbuizen, maken boorbeschrijvingen, nemen grondmonsters en inmeten
2000/2001
Ortageo Metingen en Controle B.V.
Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem
2000/2018
Ortageo Metingen en Controle B.V.
Nemen van grondwatermonsters
2000/2002
Ortageo Metingen en Controle B.V.
Mechanisch boren
2100/2101
Ortageo Metingen en Controle B.V.
Verantwoordelijk medewerker
E. Eeren R. van Eijken
Ten behoeve van het onderzoek naar het voorkomen van asbest is een maaiveldinspectie uitgevoerd waarbij het maaiveld van de gehele onderzoekslocatie systematisch is afgezocht op asbestverdacht (plaat)materiaal. De inspectie-efficiëntie is geschat op <25%. De monstername voor onderzoek naar PFAS is uitgevoerd conform specifieke eisen volgens veldwerk-protocol “bemonstering PFAS-verbindingen in grond- en grondwater” vastgesteld door expertisecentrum PFAS (juli 2019). In het veld is de vrijgekomen grond laagsgewijs beoordeeld en beschreven (textuur en kleur). Daarnaast is gelet op het voorkomen van puin, slakken, kolengruis en dergelijke evenals op kleurafwijkingen, die kunnen duiden op de aanwezigheid van bodemverontreiniging. De opgeboorde grond is bij alle boringen met behulp van de olie-waterreactie getest op de aanwezigheid van olieachtige stoffen. Ook het maaiveld is visueel geïnspecteerd op indicaties die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. Ten slotte is visueel specifiek aandacht besteed aan het voorkomen van asbest in de bodem. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is geen aanvullende informatie naar voren gekomen die tot een aanpassing van het veldwerkprogramma heeft geleid. In de volgende tabel is een overzicht van het uitgevoerde veldwerkprogramma weergegeven. Tabel 4: Overzicht veldwerkprogramma Aantal
Diepte (m –mv)
17
1,0 à 1,5
3
2,0
02, 14, 20
Boringen met peilbuis
1
2,3
05
Proefgaten
21
0,5
01 t/m 21
Grondwatermonstername
1
1,3 – 2,3
Onderdeel Boringen
Nummers 01, 03 t/m 13, 15 t/m 19, 21
05-1
De proefgaten zijn op dezelfde locaties als de boringen uitgevoerd. In verband met de aanwezigheid van een puinlaag op delen van de onderzoekslocatie, is de betreffende laag met een machinale avegaar doorboord.
216476/R01
9/19
Afwijkingen ten opzichte van BRL SIKB 2000 De veldwerkzaamheden zijn conform BRL SIKB 2000 uitgevoerd, behalve de bemonstering van het grondwater. Vanwege het spoedeisende karakter van het onderzoek is het grondwater na direct bemonsterd in plaats van na zeven dagen zoals vastgelegd in protocol 2002. Dit kan tot gevolg hebben dat het bodemevenwicht zich nog niet heeft hersteld en daardoor met name zware metalen tijdelijk verhoogd kunnen worden aangetoond. De resultaten dienen daarom met deze mogelijke overschatting te worden geïnterpreteerd.
Resultaten In bijlage 3 zijn de uitgetekende bodemprofielen weergegeven. Bodemopbouw In de volgende tabel is weergegeven hoe de bodem tot de maximaal onderzochte diepte is opgebouwd. Tabel 5: Gemiddelde bodemopbouw Diepte (m -mv)
Hoofdbestanddeel
Nadere omschrijving
0,0 – 0,5 à 0,8
Zand en/of puin
Resten puin tot uiterst puinhoudend, matig zandhoudend, matig fijn, niet tot matig humeus, zwak siltig, matig kleihoudend
0,5 à 0,8 – 0,9 à 1,2
Klei
Zwak tot matig zandig, zwak tot matig humeus
0,9 à 1,2 – 1,1 à 1,4
Klei
Sterk siltig, niet tot sterk humeus, niet tot sterk veenhoudend
1,1 à 1,4 – 2,3
Veen
Sterk kleiig
Visueel waargenomen bijzonderheden Asbest Op het maaiveld van de locatie en aan de uitkomende grond zijn geen bijzonderheden waargenomen die duiden op de mogelijke aanwezigheid van asbest en/of overige verontreinigende stoffen op en in de bodem. Bijmengingen Bij alle uitgevoerde boringen zijn bodemvreemde bijmengingen aangetroffen. Deze bijmengingen bestaan voornamelijk uit puin en kolen. Sporadisch is ook glas (boring 02) of plastic (boring 17) aangetroffen. Op het oostelijk terreindeel (boring 01 tot en met 12) is sprake van een puinlaag van 0,0 tot 0,5 m-mv. In de onderliggende kleilaag zijn ten hoogste zwakke bijmengingen met puin aangetroffen. Op het westelijk terreindeel is sprake van een lichte tot sterke bijmenging met puin in de zandige bovengrond (0,0 – 0,5 à 0,8) en de onderliggende zandige kleilaag (0,5 à 0,8 – 0,9 à 1,2). In de daaronder gelegen siltige kleilaag (0,9 à 1,2 – 1,1 à 1,4) en veenlaag (1,1 à 1,4 – 2,3) zijn geen antropogene bijmengingen aangetroffen. Minerale olie Ter plaatse van boring 08 is in de puinlaag een zwakke olie-water reactie aangetoond. Ter plaatse van boringen 06 en 07 is in de kleiige ondergrond een zwakke olie-water reactie aangetoond. Deze boringen bevinden zich nabij de loods waar bij eerder onderzoek een verontreiniging met minerale olie is aangetoond.
Ter plaatse van boring 05 (voormalige bovengrondse tank afgewerkte olie) is in de kleilaag onder de puinlaag een zwakke olie-waterreactie aangetoond. Ter plaatse van boring 18 (voormalige bovengrondse HBO-tank) is geen olie-waterreactie waargenomen.
216476/R01
10/19
Grondwater Tijdens de bemonstering van het grondwater zijn visueel waarnemingen gedaan en metingen verricht. De resultaten daarvan zijn weergegeven in onderstaande tabel. De zuurgraad en het geleidingsvermogen zijn als normaal te beschouwen voor de onderzochte locatie. Tabel 6: Bijzonderheden en resultaten veldmetingen grondwater Peilbuis 05
216476/R01
Monstercode
Filterstelling (m –mv)
05-1
1,3 – 2,3
Waargenomen bijzonderheden -
Grondwaterstand (m -mv)
Zuurgraad (pH)
Geleidingsvermogen (µs/cm)
Troebelheid (NTU)
0,8
7,4
2071
8,1
11/19
5
LABORATORIUMONDERZOEK Analyseprogramma
Chemische parameters (NEN 5740) Op basis van de visuele waarnemingen (grondsoort, kleur, aard en hoeveelheid bodemvreemde bijmengingen e.d.) en de ruimtelijke verdeling van de onderzoekspunten zijn grond(meng)monsters samengesteld. In aanvulling op de geplande analyses zijn extra analyses uitgevoerd in verband met de aangetroffen bodemvreemde bijmengingen. In de volgende tabel is een overzicht van de samenstelling van de (meng)monsters en het uitgevoerde analyseprogramma weergegeven. Naar aanleiding van sterke en matige verontreinigingen met koper, lood en/of zink in mengmonsters M2, M3 en M4, zijn mengmonsters M2 en M3 uitgesplitst op de parameter zink en is mengmonster M4 uitgesplitst op de parameters koper en lood. Tabel 7: Samenstelling (meng)monsters en analyseprogramma NEN 5740 Onderdeel
Zandige bovengrond
Monstercode
Traject (m -mv)
Deelmonsters
Waargenomen bijzonderheden
Analysepakket
M1
0,0–0,5
01-1, 13-1, 14-1, 151
Resten puin tot zwak puinhoudend, geen oliewater reactie
Standaardpakket grond1 + PFAS2
Standaardpakket grond
M2
0,0–0,5
16-1, 17-1, 21-1
Matig tot sterk puinhoudend, resten plastic, geen olie-water reactie
M3
0,0–0,5
18-1, 19-1, 20-1
Resten puin, geen oliewater reactie
Standaardpakket grond
16-1
Sterk puinhoudend, geen olie-water reactie
Lutum en organische stof, zink
17-1
Matig puinhoudend, resten plastic, geen olie-water reactie
Lutum en organische stof, zink
21-1
21-1
Matig puinhoudend, geen olie-water reactie
Lutum en organische stof, zink
18-1
18-1
Resten puin, geen oliewater reactie
Lutum en organische stof, zink
19-1
Resten puin, geen oliewater reactie
Lutum en organische stof, zink
20-1
Resten puin, geen oliewater reactie
Lutum en organische stof, zink
16-1 Uitsplitsing M2
Uitsplitsing M3
17-1
19-1
0,0-0,5
0,0-0,5
20-1
Puinlaag
Kleiige ondergrond
Uitsplitsing M4
216476/R01
M7
0,0–0,5
02-1, 04-1, 07-1, 081, 10-1, 11-1, 12-1
Uiterst puinhoudend, sporen kolen, zwakke oliewater reactie
Bouwstoffenpakket4
M4
0,5–1,0
01-2, 03-3, 08-2, 092
Sporen puin, sporen glas, geen olie-water reactie
Standaardpakket grond
M5
0,5–1,0
10-2, 11-2, 12-2, 132
Zwak puinhoudend, geen olie-water reactie
Standaardpakket grond + PFAS
M6
0,5–1,2
14-2, 16-3, 18-2, 213
Resten puin tot matig puinhoudend, geen oliewater reactie
Standaardpakket grond
01-2
0,5-1,0
01-2
Sporen puin, sporen glas, geen olie-water reactie
Lutum en organische stof, koper, lood
12/19
Tabel 7: Samenstelling (meng)monsters en analyseprogramma NEN 5740 Onderdeel
Voormalige afgewerkte olietank Bovengrond min. olie
Monstercode
Traject (m -mv)
Deelmonsters
Waargenomen bijzonderheden
Analysepakket
03-3
0,6-1,0
03-3
Geen olie-water reactie
Lutum en organische stof, koper, lood
08-2
0,5-1,0
08-2
Geen olie-water reactie
Lutum en organische stof, koper, lood
09-2
0,5-1,0
09-2
Geen olie-water reactie
Lutum en organische stof, koper, lood
05-2
0,5–0,8
05-2
Resten puin, zwakke oliewater reactie
Minerale olie
06-3
0,7–1,0
06-3
Zwakke olie-water reactie
Minerale olie
07-2
0,5–0,7
07-2
Zwakke olie-water reactie
Minerale olie
Voormalige HBO-tank
18-3
1,0–1,5
18-3
Geen olie-water reactie
Minerale olie
Grondwater
05-1
1,3–2,3
05-1
-
Standaardpakket grondwater3
1
Metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn), PCB, PAK, minerale olie, lutum, organische stof en droge stofgehalte
2
PFAS-verbindingen conform Bodemplus advieslijst d.d. 12 juli 2019: PFBA, PFPeA, PFHxA, PFHpA, PFOA, PFOA-vertakt, PFNA, PFDA, PFUnDA, PFDoA, PFTrDA, PFTeDA, PFHxDA, PFODA, PFBS, PFPeS, PFHxS, PFHpS, PFOS, PFOSvertakt, PFDS, 4:2 FTS, 6:2 FTS, 8:2 FTS, 10:2 FTS, N-MeFOSAA, N-EtFOSAA, PFOSA, N-MeFOSA en 8:2 diPAP
3
Metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn), vluchtige aromatische koolwaterstoffen (BTEXN en styreen), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOCl en VC) en minerale olie
4
Samenstelling organische parameters (minerale olie, PAK, PCB), schudtest (L/S=10), eluaat anorganische parameters (pakket 10 metalen en 4 anionen)
Asbest (NEN 5707) Op basis van de visuele waarnemingen en de ruimtelijke verdeling van de onderzoekspunten zijn in het veld grond(meng)monsters samengesteld. In de volgende tabel is het analyseprogramma voor asbest weergegeven. Tabel 8: Samenstelling (meng)monsters en analyseprogramma NEN 5707 Monstercode
Traject (m -mv)
Onderzoekspunten
Asbestverdacht materiaal > 20 mm
ASM1
0,0 – 0,5
03–08,11
ASM2
0,0 – 0,5
ASM3
0,0 – 0,5
-
Analysepakket Fractie < 20 mm
Fractie > 20 mm
-
Asbest in puin (NEN 5898)
-
01,02,09,10,12,13
-
Asbest in puin (NEN 5898)
-
01,13–15,18-20
-
Asbest in grond (NEN 5898)
-
= Niet van toepassing
Analyseresultaten De analysecertificaten van het laboratoriumonderzoek zijn opgenomen in bijlage 4.
216476/R01
13/19
5.2.1 Chemische parameters Grond De toetsingstabellen zijn opgenomen in bijlage 5. In deze tabellen zijn de gemeten gehalten in de grond aan de hand van de analytisch vastgestelde percentages lutum en organische stof omgerekend naar de 'standaard bodem' (25% lutum en 10% organische stof). Dit zijn de gestandaardiseerde gemeten gehalten (GSSD). In deze paragraaf zijn de resultaten samengevat. In de tabellen is tussen haakjes een index opgenomen (zie 'kader'). De index geeft inzicht in de verhouding tussen het gestandaardiseerde gemeten gehalte en de achtergrondwaarde respectievelijk de interventiewaarde (voor grond) en tussen de gemeten concentratie en de streefwaarde respectievelijk de interventiewaarde (voor grondwater). Een index van 0,5 komt overeen met de tussenwaarde. Hoe dichter de index in de buurt van de 1 komt, hoe dichter de interventiewaarde wordt benaderd. Een index boven 1 geeft aan met welke factor de interventiewaarde wordt overschreden. Opgemerkt wordt dat voor PFAS-verbindingen sprake is van tijdelijke landelijke achtergrondwaarden en (nog) geen interventiewaarden (en derhalve ook geen tussenwaarden) zijn vastgesteld. Wel zijn in het tijdelijke handelingskader (en de aanpassingen daarop) voor hergebruik van PFAS-houdende grond voorlopige toepassingsnormen vastgesteld.
De toetsingsresultaten van de grondanalyses zijn in de volgende tabel samengevat weergegeven waarbij ook de eventuele bodemvreemde bijmengingen in het (meng)monster zijn weergegeven. Tabel 9: Overschrijdingstabel analyseresultaten grond Overschrijding van de Monstercode
M1
Traject (m -mv)
0,0-0,5
Waargenomen bijzonderheden
achtergrondwaarde (index1 < 0,5)
tussenwaarde (index1 >0,5)
interventiewaarde (index1 >1)
Indicatieve klasse Bbk
Resten puin tot zwak puinhoudend, geen olie-water reactie
Cadmium (0) Kobalt (0,01) Kwik (0) Nikkel (0,09) Lood (0,37) Zink (0,39) PAK (0,29) PCB (0,15) Minerale olie (0,03)
-
-
Industrie
Cadmium (0,01) Kobalt (0,01) Koper (0,07) Kwik (0) Nikkel (0,11) Lood (0,39) PAK (0,18) PCB (0,17)
Zink (0,51)
-
Industrie
M2
0,0-0,5
Matig tot sterk puinhoudend, resten plastic, geen olie-water reactie
16-1
0,0-0,5
Sterk puinhoudend, geen olie-water reactie
-
-
Zink (1,3)
Niet van toepassing
17-1
0,0-0,5
Matig puinhoudend, resten plastic, geen olie-water reactie
Zink (0,07)
-
-
Niet van toepassing
21-1
0,0-0,5
Matig puinhoudend, geen olie-water reactie
Zink (0,23)
-
-
Niet van toepassing
Resten puin, geen olie-water reactie
Cadmium (0,26) Kwik (0,05) Lood (0,09) PAK (0,03) PCB (0)
-
Zink (1,56)
Niet toepasbaar
M3
216476/R01
0,0-0,5
14/19
Overschrijding van de Monstercode
Traject (m -mv)
Waargenomen bijzonderheden
18-1
0,0-0,5
19-1 20-1
achtergrondwaarde (index1 < 0,5)
tussenwaarde (index1 >0,5)
interventiewaarde (index1 >1)
Indicatieve klasse Bbk
Resten puin, geen olie-water reactie
Zink (0,34)
-
-
Niet van toepassing
0,0-0,5
Resten puin, geen olie-water reactie
-
-
-
Niet van toepassing
0,0-0,5
Resten puin, geen olie-water reactie
Zink (0,02)
-
-
Niet van toepassing
Koper (0,77) Lood (0,53)
-
Industrie
M4
0,5-1,0
Sporen puin, sporen glas, geen olie-water reactie
Cadmium (0,16) Kwik (0,01) Molybdeen (0,02) Nikkel (0,4) Zink (0,26) PAK (0,11) PCB (0,03) Minerale olie (0,03)
01-2
0,5-1,0
Sporen puin, sporen glas, geen olie-water reactie
Koper (0,140
Lood (0,86)
-
Niet van toepassing
03-3
0,6-1,0
Geen olie-water reactie
Lood (0,08)
-
-
Niet van toepassing
08-2
0,5-1,0
Geen olie-water reactie
Lood (0,34)
Koper (0,75)
-
Niet van toepassing
09-2
0,5-1,0
Geen olie-water reactie
Lood (0,25)
-
-
Niet van toepassing
Zwak puinhoudend, geen olie-water reactie
Kwik (0,01) Molybdeen (0) Lood (0,21) Zink (0,19) PAK (0,05) PCB (0,02) Minerale olie (0,01)
-
-
Industrie
Cadmium (0,01) Koper (0,05) Kwik (0,01) Molybdeen (0) Lood (0,41) Zink (0,37) PAK (0,07) PCB (0,01)
-
-
Industrie
M5
0,5-1,0
M6
0,5-1,2
Resten puin tot matig puinhoudend, geen olie-water reactie
05-2
0,5-0,8
Resten puin, zwakke olie-water reactie
Minerale olie (0,03)
-
-
Niet van toepassing
06-3
0,7-1,0
Zwakke olie-water reactie
Minerale olie (0,13)
-
-
Niet van toepassing
07-2
0,5-0,7
Zwakke olie-water reactie
Minerale olie (0,18)
-
-
Niet van toepassing
18-3
1,0-1,5
Geen olie-water reactie
-
-
-
Niet van toepassing
-
= geen parameters in gehalten/concentraties boven de betreffende toetsingswaarden aangetoond
1
Index = (gestandaardiseerde meetwaarde- achtergrondwaarde) / (interventiewaarde – achtergrondwaarde)
216476/R01
15/19
De verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK, PCB en minerale olie zijn te relateren aan het voormalige gebruik van de locatie (sloopbedrijf) met de aanwezige olietanks en puinlaag. In de onderstaande tabel worden de resultaten van de PFAS-analyses weergegeven. Het blijkt dat PFAS niet zijn aangetoond boven de achtergrondwaarde.
Tabel 10: Overschrijdingstabel analyseresultaten PFAS in grond Monstercode
Traject (m -mv)
M1
M5
1
Waargenomen bijzonderheden
Overschrijding van de (gehalte in µg/kg d.s.) detectiegrens
achtergrond waarde1
maximale toepassingswaarde1
Toepbasbaarheid t.a.v. PFAS
0,0-0,5
Resten puin tot zwak puinhoudend, geen olie-water reactie
Som PFOA (0,45) Som PFOS (0,66) PFBA (0,19) PFPeA (0,24) PFHxA (0,14) PFHpA (0,12) PFNA (0,11)
-
-
Geen beperkingen
0,5-1,0
Zwak puinhoudend, geen olie-water reactie
Som PFOA (0,14) Som PFOS (0,14) Overige PFAS (<0,1)
-
-
Geen beperkingen
= geen parameters in gehalten boven de betreffende toetsingswaarden aangetoond De normen zijn gebaseerd op het tijdelijke handelingskader voor PFAS-houdende grond. De landelijke achtergrondwaarde voor PFOA bedraagt 1,9 µg/kg d.s. en voor alle overige PFAS-verbindingen is 1,4 µg/kg d.s. Voor de klasse wonen en industrie gelden (voor het toepassen van grond boven grondwaterniveau) voorlopig de volgende toepassingsnormen: 7,0 µg/kg d.s. voor PFOA en 3,0 µg/kg d.s. voor PFOS en overige PFAS.
Grondwater De toetsingsresultaten van de grondwateranalyse is in de volgende tabel samengevat weergegeven. Tabel 11: Overschrijdingstabel analyseresultaten grondwater Monstercode
05-1-1
Traject (m -mv)
1,3-2,3
Overschrijding van de Waargenomen bijzonderheden
-
streefwaarde (index1 < 0,5)
tussenwaarde (index1 >0,5)
interventiewaarde (index1 >1)
Barium (0,12) Zink (0,01) Minerale olie (0,12) Naftaleen (0,01)
-
-
-
= geen parameters in gehalten/concentraties boven de betreffende toetsingswaarden aangetoond
1
Index = (gestandaardiseerde meetwaarde - streefwaarde) / (interventiewaarde - streefwaarde)
De verhoogde concentraties aan naftaleen en minerale olie zijn te relateren aan de voormalige bovengrondse tank voor afgewerkte olie. Omdat er geen antropogene bron bekend is op de onderzoekslocatie of in de directe omgeving ervan, zijn de verhoogde concentraties aan barium en zink waarschijnlijk van nature in het grondwater aanwezig. Puin De analyseresultaten van mengmonster M7 (uiterst puinhoudend, sporen kolen en zwakke olie-water reactie) zijn getoetst aan de Regeling Bodemkwaliteit voor niet-vormgegeven bouwstoffen. De maximale emissiewaarden (metalen en anionen) wordt niet overschreden. De samenstellingswaarden voor PAK (som), PCB’s (som) en
216476/R01
16/19
minerale olie worden overschreden. Op basis van deze indicatieve test voldoet de puinlaag op het oostelijk terreindeel niet aan de eisen voor niet-vormgegeven bouwstoffen.
5.2.2 Asbest De resultaten van de asbestanalyses zijn in de volgende tabel samengevat beschreven. Opgemerkt wordt dat de gehalten indicatief zijn omdat sprake is van een verkennend bodemonderzoek. Tabel 12: Analyseresultaten asbest Indicatief gewogen gehalte (mg/kg d.s.)1 Monstercode
Traject (m -mv)
Asbest > 20 mm
ASM1 ASM2 ASM3
0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5
-
Totaal gewogen gehalten grond/puin + materiaal (mg/kg d.s.)1
Grond/puin (<20 mm)
Materiaal (>20 mm)
Niet-hechtgebonden
Hechtgebonden
Totaal gehalte
23,77 7,5 <2
-
9,5 7,5 <2
14,27 0 0
23,77 7,5 <2
-
= geen asbestverdacht / asbesthoudend materiaal aangetroffen / aangetoond
1
gewogen gehalte asbest = gehalte serpentijnasbest + (10 * gehalte amfiboolasbest)
Interpretatie resultaten De bovenlaag van het oostelijk deel van de onderzoekslocatie (M7) is beoordeeld als puin (<50% grond). Uit indicatief onderzoek naar de kwaliteit van dit materiaal is gebleken dat het niet voldoet aan de eisen van een nietvormgegeven bouwstof op basis van de gehalten PAK, PCB en minerale olie. Asbest in aangetoond in gehalten onder de hergebruikswaarde (maximaal 23,7 mg/kg d.s.). Onder de puinlaag is in één mengmonster (M4) een matige verontreiniging met lood en koper aangetoond. Na uitsplitsing van mengmonster M4, blijkt dat in de kleiige ondergrond onder de puinlaag ter plaatse van boring 01 een matige verontreiniging met lood aanwezig is. Ter plaatse van boring 08 is een matige verontreiniging met koper aangetoond. Verder blijkt dat na uitsplitsing van dit mengmonster ten hoogste lichte verontreinigingen met lood en koper zijn aangetoond. In de bodem onder de puinlaag op het oostelijk deel van de onderzoekslocatie, zijn dus geen overschrijdingen van de interventiewaarden aangetoond. De bovenlaag van het westelijk deel van de onderzoekslocatie is wel als bodem beschouwd. Deze grond bevat lichte tot sterke bijmengingen met puin. In deze grond is een matige (M2) tot sterke (M3) verontreiniging met zink aangetoond. Asbest is niet aangetoond in deze grond. De puinhoudende kleiige ondergrond is licht verontreinigd.
Na uitsplitsing van mengmonster M2 blijkt dat ter plaatse van boring 16 een sterke verontreiniging met zink aanwezig is in de sterk puinhoudende bovengrond. Ter plaatse van boringen 17 en 21 zijn in de matig puinhoudende bovengrond lichte verontreinigingen met zink aangetoond. Na uitsplitsing van mengmonster M3 is ten hoogste een lichte verontreiniging met zink aangetoond. Er is dus sprake van heterogene verontreiniging met zink in de bovengrond op het westelijk deel van de onderzoekslocatie, maar uiteindelijk blijkt maar in één individueel monster de interventiewaarde te worden overschreden. Nader bodemonderzoek moet uitwijzen of hier wel of niet sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging met zink. Ter plaatse van de voormalig bovengrondse HBO-tank blijkt dat er geen verontreiniging met minerale olie is aangetoond. De resultaten van het in 2012 uitgevoerde nader onderzoek worden bevestigd. Ter plaatse van de voormalige bovengrondse tank voor afgewerkte olie is in de bovengrond een lichte verontreiniging aangetoond met minerale olie, hetgeen overeenkomt met het rapport uit 2012. In het grondwater zijn lichte verontreinigingen met naftaleen, minerale olie en zware metalen aangetoond. Ter plaatse van de omvangrijke olieverontreiniging voor de loods is een lichte verontreiniging met minerale olie aangetoond. In 2012 is hier een matige verontreiniging aangetoond.
216476/R01
17/19
6
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
In opdracht van RVE Vastgoed B.V. is door Ortageo West B.V. een actualiserend en aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd op een locatie aan de Boskade (ong.) in Hoogmade (gemeente Kaag en Braassem). Aanleiding en doel De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen aankoop van de locatie. In 2012 is een bodemonderzoek uitgevoerd waarbij geconcludeerd is dat er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging met zware metalen (en mogelijk PCB) in de bovengrond. Verder zijn op 3 locaties binnen de huidige onderzoekslocatie verontreinigingen met minerale olie aangetoond. Het doel van het onderzoek is om de verontreinigingen met minerale olie te actualiseren, het onderzoek van 2012 aan te vullen met onderzoek naar asbest en de omvang van de verontreiniging met zware metalen en PCB nader in beeld te brengen en zo beter vast te stellen wat de consequenties zijn voor de voorgenomen transactie. Wettelijk kader De veldwerkzaamheden zijn conform BRL SIKB 2000 uitgevoerd, behalve de bemonstering van het grondwater. Vanwege het spoedeisende karakter van het onderzoek is het grondwater direct bemonsterd in plaats van na zeven dagen zoals vastgelegd in protocol 2002.
Strategie Chemische parameters (NEN 5740) De locatie is onderzocht volgens de strategie voor een ’diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming’ (VED-HE-NL). De verdachte laag betreft enerzijds de puinhoudende toplaag en anderzijds de kleilaag daaronder. Om inzicht te krijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de ondergrond is voor de ondergrond deze strategie gecombineerd met de strategie voor een ‘onverdachte niet-lijnvormige locatie’ (ONV-NL). Dat betekent dat één of meerdere boringen dieper zijn doorgezet en de ondergrond analytisch is onderzocht. Asbest (NEN 5707) De locatie is conform NEN 5707 onderzocht volgens de strategie voor een ’verdachte locatie met een diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld’. PFAS Sinds 8 juli 2019 heeft het Ministerie verplicht dat grond die van een locatie wordt afgevoerd, onderzocht is op PFAS. Omdat dat hier (mogelijk) van toepassing is, is het laboratoriumonderzoek uitgebreid met PFAS. Resultaten De bovenlaag van het oostelijk deel van de onderzoekslocatie is beoordeeld als puin (<50% grond). Uit indicatief onderzoek naar de kwaliteit van dit materiaal is gebleken dat het niet voldoet aan de eisen van een nietvormgegeven bouwstof op basis van de gehalten PAK, PCB en minerale olie.
Asbest in aangetoond in gehalten onder de hergebruikswaarde (maximaal 23,7 mg/kg d.s.). In de kleiige bodemlaag onder de puinlaag zijn ten hoogste matige verontreinigingen met lood en koper aangetoond. De bovenlaag van het westelijk deel van de onderzoekslocatie is wel als bodem beschouwd. Deze zandige grond bevat lichte tot sterke bijmengingen met puin. Er is in deze bovengrond sprake van heterogene verontreiniging met zink, maar uiteindelijk blijkt maar in één individueel monster de interventiewaarde te worden overschreden. Nader bodemonderzoek moet uitwijzen of hier wel of niet sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging met zink. Asbest is niet aangetoond in deze grond. De puinhoudende kleiige ondergrond is licht verontreinigd. Ter plaatse van de voormalig bovengrondse HBO-tank blijkt dat er geen verontreiniging met minerale olie is aangetoond. De resultaten van het in 2012 uitgevoerde nader onderzoek worden bevestigd.
216476/R01
18/19
Ter plaatse van de voormalige bovengrondse tank voor afgewerkte olie is in de bovengrond een lichte verontreiniging aangetoond met minerale olie, hetgeen overeenkomt met het rapport uit 2012. In het grondwater zijn lichte verontreinigingen met naftaleen, minerale olie en zware metalen aangetoond. Ter plaatse van de omvangrijke olieverontreiniging voor de loods is een lichte verontreiniging met minerale olie aangetoond. In 2012 is hier een matige verontreiniging aangetoond. Conclusies De puinlaag op het oostelijk terreindeel voldoet niet aan de eisen van een niet-vormgegeven bouwstof op basis van de gehalten PAK, PCB en minerale olie en is daarmee niet geschikt voor hergebruik elders. De kleiige grond onder de puinlaag is ten hoogste matig verontreinigd met koper en lood. De sterk puinhoudende zandige bovengrond op het westelijk terreindeel is heterogeen licht tot -incidenteel- sterk verontreinigd met zink. Om vast te stellen of hier sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging is nader bodemonderzoek noodzakelijk. De puinhoudende kleiige ondergrond is ten hoogste licht verontreinigd. In deze grond is geen asbest aangetoond. Ter plaatse van de voormalige bovengrondse HBO-tank blijkt dat er geen verontreiniging met minerale olie is aangetoond. De resultaten van het in 2012 uitgevoerde nader onderzoek worden bevestigd.
Ter plaatse van de voormalige bovengrondse tank voor afgewerkte olie is in de bovengrond een lichte verontreiniging aangetoond met minerale olie, hetgeen overeenkomt met het rapport uit 2012. In het grondwater zijn lichte verontreinigingen met naftaleen, minerale olie en zware metalen aangetoond. Ter plaatse van de omvangrijke olieverontreiniging voor de loods is een lichte verontreiniging met minerale olie aangetoond. In 2012 is hier een matige verontreiniging aangetoond. Aanbevelingen Aanbevolen wordt om een nader onderzoek in te stellen naar de omvang en ernst van de verontreiniging met zink in de sterk puinhoudende bovengrond op het westelijk terreindeel. Verder wordt aanbevolen om bij de transactie rekening te houden met het feit dat de puinlaag op het oostelijk deel van de onderzoekslocatie verontreinigd is en niet voor hergebruik elders in aanmerking komt, met de mogelijke ernstige bodemverontreiniging met zink op het westelijk deel van de onderzoekslocatie én met de (lichte) verontreinigingen met minerale olie ter plaatse van de voormalige tank voor afgewerkte olie en voor de loods.
216476/R01
19/19
BIJLAGE 1 Regionale ligging onderzoekslocatie
216476
9 7 0 0 0
9 8 0 0 0
9 9 0 0 0
1 0 0 0 0 0
4 6 7 0 0 0
4 6 6 0 0 0
4 6 5 0 0 0
4 6 4 0 0 0
4 6 3 0 0 0
4 6 2 0 0 0
± L e g e n d a o n d e rzo e k slo ca tie
0
1 2 5 2 5 0
5 0 0
7 5 0
1 .0 0 0 M e te r
P ro je c tn a a m :
A c tu a lis e re n de na a n v u lle n db o d e m o n d e rz o e k B o s k a d eH o o g m a d e T ite l:
R e g io n a lelig g in go n d e rz o e k s lo c a tie O p d ra c h tg e v e r:
R V EV a s tg o e dB .V . S c h a a l:
P ro je c tn u m m e r:
B ijla g e :
F o rm a a t:
1 :2 5 .0 0 0
2 1 6 4 7 6
1
A 4
G e te k e n d :
D a tu m te k e n in g :
J .W e s te rin k
1 8 -0 1 -2 0 2 2
D :\O R T \2 1 6 4 7 6 _ V 1 .0 \2 1 6 4 7 6 _ V 1 .0 .a p rx
BIJLAGE 2 Situatietekening met onderzoekspunten
216476
+
9 8 4 8 0
9 8 5 0 0
9 8 5 2 0
9 8 5 4 0
9 8 5 6 0
9 8 5 8 0
9 8 6 0 0
9 8 6 2 0
+ +
+ +
4 6 4 3 6 0
+
A2 0 7 1
+
+
+
+
+
+
+
+
+
A2 0 7 0
1 :5 .0 0 0
+
+
+
+
±
A2 2 2 6
+
+
+
+
+
4 6 4 3 4 0
+
A 2 1 1 3
+ + +
+
1 2
g e w e ijd e w r e v la nK a V
L e g e n d a p ro e fg a ta sb e st
0 4
0 3
b o rin gto t1 ,0m -m v
0 5
+
3
A2 2 2 5
0 1
0 2
p e ilb u is
R B
4 6 4 3 2 0
0 6 1 1
R B
B R
a 7 A1 4 3 0
2 0
p e rce e l
1 1
B4 3 8 6
A2 1 4 8
5
2 1
1
R B
6
R B
9 1 0
8
1 7
7
1 3
1 8
A2 1 4 6
1 2
1 9
A2 1 4 7
b e b o u w in g
1 0
B 4 6 4 3 0 0 5 5 4 4 R B
b ra a k o n d e rzo e k slo ca tie
0 8 A2 2 3 9
B4 3 8 8
2
fo to h o e k
0 7
0 9
4
4 6 4 2 8 0
b o rin gto t2 ,0m -m v
A2 2 3 8
1 4
1 5 R B
A2 2 0 0
1 6 eg eijdew laverw vanK
±
4 6 4 2 6 0
0
2 ,5
5
1 0
1 5
2 0 M e te r
P ro je c tn a a m :
A c tu a lis e re n de na a n v u lle n db o d e m o n d e rz o e k B o s k a d eH o o g m a d e
A2 1 5 4
T ite l:
S itu a tie te k e n in gm e to n d e rz o e k s p u n te n O p d ra c h tg e v e r:
R V EV a s tg o e dB .V .
A2 1 5 2 4 6 4 2 4 0
S c h a a l:
P ro je c tn u m m e r:
B ijla g e :
F o rm a a t:
1 :5 0 0
2 1 6 4 7 6
2
A 3
G e te k e n d :
A2 1 7 2
A2 1 5 3
A J .W e s te rin k 2 1 6 8
D a tu m te k e n in g :
1 8 -0 1 -2 0 2 2
g e rw e ld o p s o B
A2 0 7 8 D :\O R T \2 1 6 4 7 6 _ V 1 .0 \2 1 6 4 7 6 _ V 1 .0 .a p rx
BIJLAGE 3 Bodemprofielbeschrijvingen
216476
Meetpunt: 01
Meetpunt: 02
Datum meting: 11-1-2022 Veldwerker: Roel van Eijken Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
Datum meting: 11-1-2022 Veldwerker: Roel van Eijken Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
0
braak
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak puinhoudend, geen olie-water reactie, lichtgrijs, 1,2>20mm t: 60,8
Uiterst puinhoudend, matig zandhoudend, geen olie-water reactie, 6,2>20mm t: 60,5
1
1
50
50
braak
50
50 Klei, matig zandig, zwak humeus, sporen puin, sporen glas, geen olie-water reactie, donker grijsbruin
Klei, matig zandig, zwak humeus, geen olie-water reactie, donker grijsbruin
2
2 90 100
100
Klei, sterk siltig, laagjes veen, geen olie-water reactie, lichtgrijs
100 Klei, sterk siltig, laagjes veen, geen olie-water reactie, lichtgrijs
3
3
150
150
150
4
200
200
Meetpunt: 03
Meetpunt: 04
Datum meting: 11-1-2022 Veldwerker: Roel van Eijken Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
Datum meting: 11-1-2022 Veldwerker: Roel van Eijken Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
0
braak
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, lichtgrijs
Uiterst puinhoudend, sporen kolen, zwak zandhoudend, geen olie-water reactie, 6,8>20mm t: 60,7
1 1
30
Uiterst puinhoudend, sporen kolen, zwak zandhoudend, geen olie-water reactie, 4,4>20mm t: 44,9
2 50
braak
50
50 51
Nog geen machine
60
Klei, zwak zandig, zwak humeus, geen olie-water reactie, donkergrijs 3
100
100
Projectlocatie:
Boskade
Projectcode: 216476 Pagina: 1 / 6
Meetpunt: 05
Meetpunt: 06
Datum meting: 11-1-2022 Veldwerker: Roel van Eijken Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
Datum meting: 11-1-2022 Veldwerker: Roel van Eijken Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
0
braak
0
Uiterst puinhoudend, sporen kolen, zwak zandhoudend, geen olie-water reactie, 6,8>20mm t: 60,7
Uiterst puinhoudend, sporen kolen, zwak zandhoudend, geen olie-water reactie, 5,9>20mm t: 58,7
1
1
50
50
braak
2
50
50 Klei, sterk siltig, matig humeus, resten puin, zwakke olie-water reactie, grijsbruin
2 70
Klei, sterk zandig, zwak humeus, zwakke olie-water reactie, donker grijsbruin
80
Klei, sterk siltig, zwak humeus, bruingrijs 100
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, sterk puinhoudend, donker bruingrijs
3 100
100 3
130
Veen, sterk kleiïg, roodbruin 150 4
200 5
230
Meetpunt: 07
Meetpunt: 08
Datum meting: 11-1-2022 Veldwerker: Roel van Eijken Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
Datum meting: 11-1-2022 Veldwerker: Roel van Eijken Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
0
braak
0
Uiterst puinhoudend, sporen kolen, zwak zandhoudend, geen olie-water reactie, 5,9>20mm t: 58,7
Uiterst puinhoudend, sporen kolen, zwak zandhoudend, zwakke olie-water reactie, 5,9>20mm t: 58,7
1
1
50
50 2
70
100
Projectlocatie:
Boskade
50
50 Klei, sterk zandig, zwak humeus, zwakke olie-water reactie, donkergrijs
Klei, zwak zandig, zwak humeus, geen olie-water reactie, donkergrijs
Klei, zwak zandig, zwak humeus, geen olie-water reactie, donker bruingrijs
3 100
braak
2
100
100
Projectcode: 216476 Pagina: 2 / 6
Meetpunt: 09
Meetpunt: 10
Datum meting: 11-1-2022 Veldwerker: Roel van Eijken Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
Datum meting: 11-1-2022 Veldwerker: Roel van Eijken Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
0
braak
0
Uiterst puinhoudend, matig zandhoudend, geen olie-water reactie, 6,2>20mm t: 60,5
Uiterst puinhoudend, matig zandhoudend, geen olie-water reactie, 8,2>20mm t: 61,0
1
1
50
50
50
50 Klei, matig zandig, zwak humeus, geen olie-water reactie, donker grijsbruin
Klei, matig zandig, zwak humeus, zwak grindig, zwak puinhoudend, geen olie-water reactie, lichtgrijs
2
2
100
100
100
100 Klei, sterk siltig, laagjes veen, geen olie-water reactie, lichtgrijs
Klei, sterk siltig, geen olie-water reactie, lichtgrijs
3
3
150
150
150
150
Meetpunt: 11
Meetpunt: 12
Datum meting: 11-1-2022 Veldwerker: Roel van Eijken Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
Datum meting: 11-1-2022 Veldwerker: Roel van Eijken Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
0
braak
0
Uiterst puinhoudend, sporen kolen, matig zandhoudend, geen olie-water reactie, 5,4>20mm t: 60,6 1
50
50
50 Klei, matig zandig, zwak humeus, geen olie-water reactie, donker grijsbruin
Klei, matig zandig, zwak humeus, geen olie-water reactie, donker grijsbruin
2
2
100
100
braak Uiterst puinhoudend, matig zandhoudend, geen olie-water reactie, 6,2>20mm t: 60,5
1
50
braak
100
100
Klei, sterk siltig, geen olie-water reactie, lichtgrijs 3
150
Projectlocatie:
Boskade
150
Projectcode: 216476 Pagina: 3 / 6
Meetpunt: 13
Meetpunt: 14
Datum meting: 11-1-2022 Veldwerker: Roel van Eijken Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
Datum meting: 12-1-2022 Veldwerker: Emanuel Eeren Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
0
braak
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak puinhoudend, licht geelgrijs, 1,3>20mm t: 61,3 1
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, resten puin, matig kleihoudend, matig wortelhoudend, geen olie-water reactie, neutraalbruin, 0,5>20mm t: 62,2kg
1
50
50
50
Klei, sterk zandig, zwak humeus, matig puinhoudend, geen olie-water reactie, grijsbruin
60
Klei, matig zandig, zwak humeus, zwak puinhoudend, geen olie-water reactie, donker grijsbruin
2
braak
2
90
90
Klei, sterk siltig, lichtgrijs 100
Klei, matig zandig, zwak humeus, resten puin, geen olie-water reactie, bruingrijs
100 3 120
Klei, sterk siltig, sterk humeus, sterk veenhoudend, geen olie-water reactie, bruingrijs
3 4 150
150
150 160
Veen, sterk kleiïg, geen olie-water reactie, roodgrijs 5
200
200
Meetpunt: 15
Meetpunt: 16
Datum meting: 12-1-2022 Veldwerker: Emanuel Eeren Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
Datum meting: 12-1-2022 Veldwerker: Emanuel Eeren Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
0
braak Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, matig kleihoudend, zwak puinhoudend, geen olie-water reactie, neutraalbruin, 0,4kg>20mm t: 59,1kg
1
50
50
0
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, matig kleihoudend, sterk puinhoudend, geen olie-water reactie, neutraalbruin, 3,2kg>20mm t: 62,1kg
1
50 Volledig puin, geen olie-water reactie, bruinrood
2
2
70
Klei, sterk siltig, matig humeus, matig veenhoudend, geen olie-water reactie, neutraalbruin
3
80
Klei, matig zandig, matig humeus, resten puin, geen olie-water reactie, bruingrijs
3 100
100 110
110
Veen, sterk kleiïg, geen olie-water reactie, roodbruin 4
Projectlocatie:
Boskade
Klei, sterk siltig, sterk humeus, sterk veenhoudend, geen olie-water reactie, roodbruin
4
150
150
braak
150
150
Projectcode: 216476 Pagina: 4 / 6
Meetpunt: 17
Meetpunt: 18
Datum meting: 12-1-2022 Veldwerker: Emanuel Eeren Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
Datum meting: 12-1-2022 Veldwerker: Emanuel Eeren Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
0
braak Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, matig kleihoudend, matig puinhoudend, resten plastic, geen olie-water reactie, neutraalbruin, 1,5>20mm t: 64,3kg
1
50
0
Zand, matig fijn, matig siltig, resten puin, matig kleihoudend, geen olie-water reactie, neutraalbruin, 0,8>20mm t: 63,2kg
1
50
50
Klei, matig zandig, zwak humeus, resten puin, geen olie-water reactie, donker grijsbruin
60
Zand, matig grof, sterk siltig, zwak humeus, zwak grindig, brokken klei, geen olie-water reactie, licht bruingrijs
2
2
90
90
Klei, sterk siltig, sterk humeus, sterk veenhoudend, geen olie-water reactie, beigebruin
100
Klei, sterk siltig, matig veenhoudend, geen olie-water reactie, grijsbruin
100
3
3
150
150
braak
150
150
Meetpunt: 19
Meetpunt: 20
Datum meting: 12-1-2022 Veldwerker: Emanuel Eeren Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
Datum meting: 12-1-2022 Veldwerker: Emanuel Eeren Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
0
braak Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, resten puin, matig kleihoudend, geen olie-water reactie, neutraalbruin, 0,7>20mm t: 62,6kg