CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3.1 Energiebesparing- Ontwikkeling, potentie en instrumentarium in beeld (finale versie).pdf

Gemeenteraad 31 mei 2021, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Regionale Energiestrategie Holland Rijnland versie 1.04.987 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Donderdag, 3 maart 2021

Energiebesparing Ontwikkeling, potentie en instrumentarium in beeld

Inleiding In deze studie is onderzocht hoe het energieverbruik in Holland Rijnland zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld, welke verdere ontwikkeling hierin mogelijk en haalbaar is en welk instrumentarium hierbij kan worden ingezet. Deze inzichten vormen de basis voor de ambitie en basis-uitvoeringsstrategie in de RES1.0. Dit achtergronddocument is opgesteld door de RES-werkgroep energiebesparing en het samenwerkingsverband Witteveen+Bos / Quintel. Maart 2021

Inhoudsopgave 1.

Inleidende uitgangspunten en proces

2.

Inzichten monitoring (historie tot heden)

3.

Verkenning energiebesparing met bouwstenen (heden tot 2030)

4.

Verdieping: instrumentarium per bouwsteen.

5.

Voorstel concretisering ambitie

6.

Verkennend scenario dat de ambitie voor 2030 haalt

Bijlagen: • Extra inzichten op gemeenteniveau • Detailtabel bouwstenen in potentieoverzicht • Overzichtsplaat methode voor maken verkennend scenario

Inhoudsopgave

paginanummer

1.

Inleidende uitgangspunten en proces

5

2.

Inzichten monitoring (historie tot heden)

8

3.

Verkenning energiebesparing met bouwstenen (heden tot 2030)

19

4.

Verdieping: instrumentarium per bouwsteen.

24

5.

Concretisering ambitie

34

6.

Verkennend scenario dat de ambitie voor 2030 haalt

36

7.

Bijlagen: 1. Extra inzichten op gemeenteniveau 2. Detailtabel bouwstenen in potentieoverzicht 3. Overzichtsplaat methode voor maken verkennend scenario

1. Uitgangspunten en proces

Inleidende uitgangspunten 1.

Energiebesparing is een belangrijk onderdeel van de RES Holland Rijnland, met de ambitie van 11% besparing in 2030 en 30% in 2050 (referentiejaar is 2014; Energieakkoord Holland Rijnland)

2.

Energiebesparing is een complex vraagstuk en behoeft een integrale benadering: •

Het raakt aan alle sectoren (en daarmee ook alle uitvoeringslijnen)

•

Het is een resultante van gelijktijdige groei en krimp van het energiegebruik

•

Het is een gevolg van verschillende dynamieken zoals economische, technologische en maatschappelijke trends, maar ook beleid op alle niveau’s (Gemeenten, Provinciaal, Nationaal en Europees)

Methode en proces richting RES 1.0 December Inzicht in monitoring en methode: •

Inzicht over het behaalde resultaat

•

Focus voor besparingsbouwstenen

•

Methode voor verkennen resultaten m.b.v. het Energietransitiemodel

Januari Inzicht: • Update monitoring • Inzicht besparingsambitie m.b.v. scenario Werkgroep: • Gezamenlijk beoordelen effect huidig instrumentarium • Verkennen noodzaak voor aanvullend instrumentarium

29 januari PHO+ •

Inzicht in de huidige situatie

•

Inzicht voor concretisering besparingsambitie naar sector

RES 1.0 Input voor de RES 1.0 •

Concrete doelstelling en basisstratgie

•

Lobby voor aanvullend instrumentarium

2. Monitoring: uitkomsten

Enkele inzichten uit de monitoring •

Afhankelijk van het gekozen historische perspectief ligt Holland Rijnland wel/niet op koers om de doelstellingen voor 2030 en 2050 te halen

•

De grootste netto besparing is gehaald in de gebouwde omgeving, ondanks dat er 25.000 woningen bij zijn gekomen sinds 2010

•

Terwijl het energiegebruik in de gebouwde omgeving is gedaald, was in bijna elke gemeente een groei in het energiegebruik van mobiliteit

Holland Rijnland ligt wel/niet op koers Vanuit 2014 perspectief niet op koers richting 2030 en 2050 doelen Vanuit 2010 perspectief wel op koers richting 2030 en 2050 doelen

Historische ontwikkeling en doelstelling energiebesparing (TWh) 12

2014 -2018 trend

10

1

2

8 TWh

ENERGIE

6

De doelstelling is grofweg gelijk aan 1 TWh per decennium

4

3

2010 – 20 18 trend

2 0 2010

2020

2030

2040

2050

Bron: De Klimaatmonitor (monitoring donkerblauw); projectie (lichtblauw) is de doorgetrokken trend

Mobiliteit is de enige sector die gegroeid is in energieverbruik sinds 2010 Sinds 2010 groei was er wel een groei van 25.000 woningen dat is ca. 10% van het aantal woningen. Verschil energiebesparingstrend 2010-2018 tussen sectoren (TWh ) 0.2 0.0 -0.2 TWh

ENERGIE

-0.4 -0.6 -0.8 -1.0 Verkeer en vervoer

Bron: De Klimaatmonitor

Landbouw, bosbouw en visserij

Gebouwde Omgeving

Industrie, Energie, Afval en Water

11

ENERGIE

Hoe is nu de verdeling van energieverbruik naar sector in Holland Rijnland? (TWh) Land/tuinbouw

h 3 TW

3 TW

h

Woningen

h Wh 2T

Mobiliteit

h

W 1T

1 TW

Industrie

Diensten

Bron: Het Energietransitiemodel, o.b.v. de Klimaatmonitor; Industrie en land en tuinbouw blijven onzeker en krijgen vanaf de RES 2.0 meer aandacht. Woningen en diensten vormen samen de ‘gebouwde omgeving’.

ENERGIE

Hoe is nu de verdeling van energiegebruik per drager per sector in Holland Rijnland? (TWh) Energiedrager per sector

Industrie Land-/tuinbouw Mobiliteit Diensten/ Utiliteiten Huishoudens 0.0

0.5 Aardgas

1.0 Elekticiteit

1.5

2.0

2.5

Heet water (WKK/warmtenet)

3.0

3.5

Biogene brandstoffen

4.0 Olie

Bron: Het Energietransitiemodel, o.b.v. de Klimaatmonitor (2018); Industrie en land en tuinbouw blijven onzeker en krijgen vanaf de RES 2.0 meer aandacht

ENERGIE

Bij mobiliteit zit het energiegebruik vooral in auto’s en vrachtwagens Verdeling energiegebruik Mobiliteit (TWh) Binnenvaart, 0.0

Bussen, 0.1

Brommers, 0.0

Treinen, 0.1

Vrachtwagens/busjes, 1.1

Auto's

Vrachtwagens/busjes

Brommers

Fietsen, 0.0

Auto's, 1.6

Binnenvaart

Bussen

Treinen

Fietsen

Bron: De Klimaatmonitor in TWh, treinen zijn een inschatting op basis van reizigers per station en nationaal elektriciteitsverbruik van treinen

14

ENERGIE

In nagenoeg alle gemeenten heeft de behoefte aan warmte het grootste energiegebruik Energiegebruik per gemeente in Holland Rijnland (TWh) Zoeterwoude Voorschoten

warmtegebruik (aardgas en (hern.) warmte) [2018]

Teylingen Oegstgeest Noordwijk Nieuwkoop

elektriciteitsgebruik, incl. zonnestroom 'achter de meter' [2018]

Lisse Leiderdorp Leiden Katwijk Kaag en Braassem

energiegebruik Verkeer en vervoer (incl. auto(snel)wegen, excl. elektr. railverkeer) [2018]

Hillegom Alphen aan den Rijn 0.0

0.5

1.0

Bron: De Klimaatmonitor in TJ (1 TWh = 3600 TJ)

1.5

2.0

15

ENERGIE

In de meeste gemeenten zit het grootste energiegebruik in de gebouwde omgeving en mobiliteit Energiegebruik Holland Rijnland, per gemeente, per sector Zoeterwoude Gebouwde Omgeving

Voorschoten Teylingen Oegstgeest

Mobiliteit

Noordwijk Nieuwkoop Lisse

Land- en tuinbouw

Leiderdorp Leiden Katwijk

Industrie

Kaag en Braassem Hillegom Onbekend

Alphen aan den Rijn 0

1000

2000

3000

Bron: De Klimaatmonitor in TJ (1 TWh = 3600 TJ)

4000

5000

6000

7000

8000

16

ENERGIE

Woningen hebben het grootste energiegebruik in de gebouwde omgeving Energiegebruik in de Gebouwde omgeving Zoeterwoude Voorschoten

Energiegebruik Woningen

Teylingen Oegstgeest Noordwijk Nieuwkoop Lisse

Energiegebruik Commerciële dienstverlening

Leiderdorp Leiden Katwijk Kaag en…

Energiegebruik Publieke dienstverlening

Hillegom Alphen aan… 0

1000

2000

3000

Bron: De Klimaatmonitor in TJ (1TWh = 3600 TJ)

4000

5000

17

ENERGIE

Energiegebruik publieke dienstverlening Energiegebruik publieke diensverlening in Holland Rijnland (TJ) Zoeterwoude Voorschoten Teylingen Openbaar bestuur en defensie; verplichte sociale verzekeringen (SBI O) Onderwijs (SBI P)

Oegstgeest Noordwijk Nieuwkoop Lisse

Gezondheids- en welzijnszorg (SBI Q)

Leiderdorp Leiden Katwijk

Kunst, amusement en recreatie (SBI R)

Kaag en Braassem Hillegom

Overige dienstverlening (SBI S)

Alphen aan den Rijn 0

200

400

600

800

Bron: De Klimaatmonitor in TJ (1TWh = 3600 TJ)

1000

1200

18

3. Verkennen energiebesparing met bouwstenen (heden tot 2030)

Wat hebben wij tot nu toe verkend en geleerd? •

Het grootste besparingspotentieel is voor de RES-regio te halen in de gebouwde omgeving en daarna mobiliteit, ondanks de verwachte groei van woningen van 30.000 in 2030

•

Voor de industrie en land- en tuinbouw wordt netto nauwelijks energiebesparing verwacht richting 2030 (KEV 2020)

•

Als in mobiliteit 11% besparing wordt behaald en in de gebouwde omgeving 15%, dan wordt het doel van 11% besparing overall bij gelijkblijvend energieverbruik van industrie en land/tuinbouw gehaald

•

Het lijkt een grote maar niet onrealistische opgave om 11% te besparen op mobiliteit en 15% in de gebouwde omgeving

Verkenning bruto besparingspotentie tot 2030 door de oogharen heen Besparingspotentie in Holland Rijnland (TWh) 1.20

1.00

0.80

0.60

0.40

0.20

0.00 Woni ngen

Diensten

Mobiliteit Laag

Midden

Industrie

Landbouw

Hoog

De uitgebreide lijst is te vinden in de bijlage van . Deze bouwstenen zijn hier bruto nog exclusief groei (bijvoorbeeld nieuwe woningen, meer inwoners, meer mobiliteit). De netto besparing, dus inclusief groei van woningen (+/-30.000 tot 2030) is verkend in het RES-systeemintegratie-scenario.

Besparingspotentie top 8 in Holland Rijnland voor 2030 2.5

Inschatting Besparingspotentie Holland Rijnland - TOP 8 Diensten Besparing op apparaten - diensten 1 1.5 2 %/jaar

2

Mobiliteit Vrachtvervoer elektrisch (% ladingtonkilometers) 5 10 20 % Diensten Ledverlichting - diensten 50 75 100 %

TWh

1.5

Diensten Besparing op warmte (door isolatie, betere aansturing/inregeling etc. ) - diensten 10 20 30 % Huishoudens Verwarming door warmtepompen - huishoudens 5 10 20 %

1

Mobiliteit % van vervoer met de auto elektrisch 10 20 30 %

0.5

Diensten Verwarming door warmtepompen/wko - diensten 5 10 20 %

0 Laag

Midden

Hoog

Inschatting besparingsbouwstenen in Energietransitiemodel voor 2030 (TWh)

Huishoudens Besparing op warmte (door isolatie, betere aansturing/inregeling etc. ) huishoudens 10 20 30 %

Deze bouwstenen zijn hier bruto nog exclusief groei (bijvoorbeeld nieuwe woningen, meer inwoners, meer mobiliteit). In het energietransitiemodel wordt het in zijn geheel bekeken (RES-systeemintegratie-scenario).

Mogelijke bouwblokken voor CO2- en energiereductie mobiliteit in Holland Rijnland Verkenning van de effecten (CO2 en energie) van verschillende bouwblokken in verschillende gradaties Anders

3x meer vracht over water 25% meer treinen (i.p.v. met de auto) 2x meer bussen (i.p.v. met de auto) 2x meer fietsen (i.p.v. met de auto)

Slimmer

1% besparing door banden oppompen Gelijkblijvende passagierskilometers tot 2030 Gelijkblijvende vrachtkilometers tot 2030

Schoner 10% van vrachtwagens op groene waterstof 10% van vrachtwagens elektrisch %25 van de mobiele werktuigen elektrisch %25 van de mobiele werktuigen elektrisch hybride 100% van de bussen elektrisch Elektrificatie auto's 25% Elektrificatie auto's 50% Elektrificatie auto's 100% 0%

10%

20%

CO2-reductie (kTon) t.o.v. 1990 - indicatief en o.b.v. groene stroommix

30%

40%

50%

Energiebesparing (TWh) t.o.v. 2014

Meer informatie is te vinden in de bijlagen bij de uitvoeringslijn mobiliteit in de RES 1.0

60%

4. Verdieping: instrumentarium per bouwsteen

Lokaal beschikbaar instrumentarium Er is bij de RES-gemeenten informatie opgehaald over het lokaal beschikbare instrumentarium om energiebesparing in de gebouwde omgeving te stimuleren en het huidige gebruik van dit instrumentarium. Een aantal conclusies: Uit de analyse blijkt dat het huidige lokale instrumentarium beter kan worden benut • Inzet van het huidige lokale instrumentarium voor energiebesparing in de gebouwde omgeving wordt gewaardeerd* met scores tussen 2,1 en 3,8** “Breed inzetbare instrumenten” gericht op verleiden (volgende slide) worden beter ingezet dan meer “specifieke instrumenten”, die vaak bindend zijn van aard** Het instrumentarium is niet volledig, waar lijkt behoefte aan: • Mogelijkheid tot verplichten bij huishoudens, niet enkel verleiden • Extra financiële steun vanuit het rijk voor uitvoering – dit staat haaks op mogelijk teruglopende overheidsuitgaven (tabel****)

* Stelling: het instrumentarium wordt goed ingezet. ** Scores: 1) sterk mee oneens, 2) mee oneens, 3) neutraal, 4) mee eens, 5) sterk mee eens. *** Breed inzetbare instrumenten: instrumenten die van toepassing zijn op alle bouwblokken (I tot en met VI). Specifieke instrumenten zijn van toepassing op één/een aantal bouwblokken **** Bestemming Parijs Wegwijzer voor klimaatkeuzes 2030, 2050 (Eindrapportage studiegroep Invulling klimaatopgave Green Deal, Januari 2021)

Breed inzetbare instrumenten die alle bouwblokken raken Type instrument

Instrument

Stelling: het instrument wordt optimaal ingezet

Gemiddelde score, inzet instrumentarium (0 - 5)

Financieel

Gratis/korting energiescans particulier en MKB-scans

Sterke piek bij "neutraal“

3

Financieel

Wijkaanpakken energiebesparing, inkoopacties gemeente breed

Normaal verdeeld rond "neutraal“

3,2

Communicatie

Promotie in de krant, lokale media gericht op besparing

Pieken bij "neutaal" en "mee eens"

3,3

Financieel

Duurzaamheidsfonds, initiatieven pot, duurzaamheidslening

Sterke piek rond "mee eens”

3,5

Communicatie

Energieambassadeurs, coaches, loket

Sterke piek "mee eens", aantal "neutraal", aantal "sterk mee eens"

3,8

•

De inzet van deze vijf instrumenten wordt relatief hoog gewaardeerd (3 – 3,8). Inzet van energieambassadeurs wordt het hoogst gewaardeerd (= goed ingezet).

• •

Deze vijf instrumenten zijn van invloed op de geïndentificeerde bouwblokken uit voorgaande slides Het gaat om financiële instrumenten en communicatie instrumenten, gericht op ‘verleiden’ tot energiebesparing Met name instrumenten die vrijblijvend zijn van aard

•

Instrumentarium gericht op Bouwblok I: besparing op warmte bij huishoudens Stelling: het instrument wordt optimaal ingezet Piek bij "mee oneens" en bij "neutraal“

Gemiddelde score, inzet instrumentarium (0 - 5) 2,6

Workshops, bewonersavonden, bezoeken aan de wijk

Grote spreiding over alle scores.

2,9

I

RRE: Tegoedbonnen advies en energiebespaarboxen

Gros van de respondenten is het eens met deze stelling

3,3

I, III,

Prestatieafspraken labelverbetering huursector

Sterke piek bij "mee eens", weinig spreiding

3,6

Type instrument Communicatie

Bouwblok I, IV

Instrument Regelmatige feedback op energiegebruik of besparing

Communicatie

I, III

Financieel Juridisch/samenwerking

•

Dit bouwblok heeft de grootste besparingspotentieel, namelijk 0,46 TWh in het midden scenario

•

De inzet van communicatie instrumenten - feedback op energiegebruik en workshops, bewonersavonden, bezoeken aan een wijk - worden relatief laag gewaardeerd. Hier ligt verbeterpotentieel Instrumenten die lokaal zijn opgezet scoren lager dan instrumenten die beschikbaar zijn vanuit het rijk Benut de RRE(W) en betrek naast woningbezitters ook huurders Houd een vinger aan de pols bij de prestatieafspraken met woningbouwcorporaties in de regio, in 2021 dienen woningbouwcorporaties een inhaalslag te maken met energiebesparing

• • •

Instrumentarium gericht op Bouwblok II: WKO of warmtepomp bij diensten Gemiddelde score, gebruik instrumentarium (0 - 5) 2,5

Type instrument Financieel

Bouwblok II, III

Instrument Subsidie alternatieve warmtebronnen en duurzame energie

Stelling: het instrument wordt optimaal ingezet Staart naar mee oneens. Kleine piek bij "neutraal"

Juridisch/samenwerking

II, IV, V, VI

Minimaal energielabel C kantoren

Piek bij "neutraal" en "mee oneens", grote spreiding over de andere scores

2,7

Communicatie

II, IV, V

Besparing gemeentelijk vastgoed

Sterke piek "neutraal", kleine piek "mee oneens"

2,9

•

Inzetten op een WKO of warmtepompen bij diensten heeft een besparingspotentieel van 0,17 TWh in het middenscenario

•

Opvallend is dat voor de dienstensector bindende instrumenten beschikbaar zijn, terwijl huishoudens enkel kunnen worden verleid om te investeren (volgende slides) Het instrumentarium is zowel gericht op warmteproductie als op energiebesparing Een combinatie van financiële, juridische en communicatie instrumenten. Maar, alle gemiddelde scores zijn lager dan 3 (neutraal); inzet van deze instrumenten is niet optimaal Alle drie de instrumenten zijn vertaald vanuit landelijk beleid, waarvan het instrument Energielabel C kantoren in 2023 bindend is Het bereiken van minimaal Energielabel C kantoren in 2023 kan worden gestimuleerd met aanvullende financiële instrumenten

• • • •

Instrumentarium gericht op Bouwblok III: warmtepomp bij huishoudens Stelling: het instrument wordt optimaal ingezet Staart naar mee oneens. Kleine piek bij "neutraal"

Gemiddelde score, goed gebruik instrumentarium (0 - 5) 2,5

Pilots gasloos en wijkgerichte aanpak

Grote spreiding over alle scores. 5 personen sterk mee oneens

2,6

I, III

Workshops, bewonersavonden, bezoeken aan de wijk

Grote spreiding over alle scores

2,9

I, III,

Prestatieafspraken labelverbetering huursector

Sterke piek bij "mee eens", weinig spreiding

3,6

Type instrument Financieel

Bouwblok II, III

Instrument Subsidie alternatieve warmtebronnen en duurzame energie

Financieel

III

Communicatie Juridisch/samenwerking

• • • • •

Het bouwblok heeft een besparingspotentieel van 0,12 TWh in het middenscenario Een communicatie instrument, een financieel instrument en een juridisch instrument Opvallend dat particuliere woningeigenaren enkel verleid worden, terwijl woningcorporaties zijn gebonden aan prestatieafspraken Het instrument gericht op woningbouwcorporaties wordt beter ingezet dan de instrumenten voor particuliere huisbezitters De inzet van deze instrumenten is erg verschillend per gemeente

Instrumentarium gericht op Bouwblok IV: besparing op warmte bij diensten Stelling: het instrument wordt optimaal Gemiddelde score, gebruik Instrument ingezet instrumentarium (0 - 5) Regelmatige feedback op energiegebruik Piek bij "mee oneens" en bij "neutraal" 2,6 of besparing Activiteitenbesluit milieubeheer Piek bij "mee oneens“ en bij "neutraal" 2,7

Type instrument Communicatie

Bouwblok I, IV

Juridisch/wettelijk

II, IV, V, VI

Juridisch/samenwerking

IV, V, VI

Minimaal energielabel C kantoren

Communicatie

II, IV, V

Besparing gemeentelijk vastgoed

• • • •

Piek bij "neutraal" en "mee oneens", grote spreiding over de andere scores Sterke piek "neutraal", kleine piek "mee oneens"

Het bouwblok heeft een besparingspotentieel van 0,12 TWh in het middenscenario Combinatie van juridische instrumenten en communicatie instrumenten. Financiële instrumenten lijken te missen voor dit bouwblok Ten opzichte van besparing op warmte bij woningen, bestaat voor besparing op warmte bij diensten wel een juridisch instrumentarium (bindend). Dit is opvallend Uit de resultaten blijkt dat deze instrumenten nog niet optimal worden ingezet

2,7 2,9

Instrumentarium gericht op Bouwblok V: ledverlichting bij diensten & bouwblok VI: besparing apparaten diensten Type instrument Juridisch/wettelijk

Bouwblok II, IV, V, VI

Instrument Activiteitenbesluit milieubeheer

Juridisch/samenwerking

II, IV, V, VI

Minimaal energielabel C kantoren

Communicatie

II, IV, V, VI

Besparing gemeentelijk vastgoed

• • • •

Stelling: het instrument wordt optimaal ingezet Piek bij "neutraal" en "mee oneens"

Gemiddelde score, gebruik instrumentarium (0 - 5) 2,7

Piek bij "neutraal" en "mee oneens", grote spreiding over de andere scores Sterke piek "neutraal", kleine piek "mee oneens"

2,7 2,9

Het bouwblok led verlichting bij diensten heeft een besparingspotentieel van 0,15 TWh in het middenscenario Het bouwblok besparing op apparaten bij diensten heeft een besparingspotentieel van 0,07 TWh in het middenscenario Voor deze bouwblokken worden dezelfde instrumenten ingezet De inzet van deze instrumenten is besproken in voorgaande slides

Vervolg: (aandacht voor) inzetten van nationaal instrumentarium Bouwblokken I en IV: Besparing op warmte bij woningen en diensten • • • • • •

Beter handhaven op Wet milieubeheer Benutten van de RREW, vervolg op de RRE ISDE voor investeringen in isolatie Verplichting label C 2023 voor kantoorpanden, actief op inzetten Aandacht voor routekaart maatschappelijk vastgoed Aandacht voor huurconvenant labelverbetering

Bouwblokken II en III: efficiëntere technologie warmte • • • • • • • • •

Beter handhaven op Wet milieubeheer bij de diensten sector SDE ++, ook voor duurzame warmte ISDE voor investeringen in duurzame warmte Stroomversnelling voor sociale huurwoningen Renovatieversneller tweede tranche voor 2021 Routekaart maatschappelijk vastgoed Stimuleringsregel Aardgasvrije Huurwoningen, voor aansluiting huurwoningen op warmtenet (SAH) Extern Advies Warmtetransitie (EAW) Nationaal Warmtefonds

Bouwblokken V en VI: led verlichting en besparing apparaten bij diensten • •

Beter handhaven op Wet milieubeheer Benutten van retourpremie op koel- en vrieskasten, ook voor woningen

Vervolg: wat mist er voor deze bouwblokken aan instrumentarium? Bouwblokken I en IV: Besparing op warmte bij woningen en diensten • • • • • •

Gemeentelijke capaciteit voor uitvoering Betere business case à financiële steun voor besparing vanuit het rijk Naast verleiden, ook instrumenten die verplichten à besparing op warmte bij huishoudens is nu niet afdwingbaar Prioritering vanuit het rijk op energiebesparing Een hogere gasprijs (energiebelasting) Informatie over veel gestelde vragen voor bedrijven (inwoners kunnen terecht bij het Duurzaam Bouwloket)

Bouwblokken II en III: efficiëntere technologie warmte • • • • •

Gemeentelijke capaciteit voor uitvoering Communicatievoorziening (informeren en stimuleren) naar ondernemers Duidelijkheid over toekomstige warmtebron, zowel voor huishoudens als ondernemers Financieel aantrekkelijk maken van de gewenste oplossing via subsidie en via energiebelasting Informatievoorziening over: • fysieke ingrepen aan bebouwing • subsidietraject(en) • elektriciteitsgebruik en koppelkansen duurzame elektriciteit • product en toepassingsmogelijkheden

Bouwblokken V en VI: led verlichting en besparing apparaten bij diensten • •

Heffing op gebruik verlichting, anders dan led verlichting Informatievoorziening gericht op prioritering op energiezuinige apparaten bij diensten

5. Concretisering ambitie

Concretisering van de doelstelling Mobiliteit •

Het huidige voorstel is een energiebesparingsdoelingstelling van 11% t.o.v. 2014 (concretisering vanuit de Concept RES) en CO2-reductiedoelstelling van 22% t.o.v. 1990 (regionalisering vanuit het Klimaatakkoord).

Gebouwde omgeving •

Bij 0% besparing op industrie en land-/tuinbouw en 11% besparing op mobiliteit moet in de gebouwde omgeving in 2030 minimaal 15% besparing optreden op finale energie t.o.v. 2014 om de overall ambitie van 11% te halen.

Industrie & Land- en tuinbouw (Geen onderdeel van de RES 1.0) •

Landelijk lijkt er nauwelijks daling te zijn in het netto energiegebruik van de landbouw en industrie (KEV 2020). Groei compenseert energiebesparing.

•

Richting de RES 2.0 kan er gekeken worden naar convenanten/afspraken met deze sectoren.

6. Verkennend scenario dat de ambitie voor 2030 haalt

Samenbrengen in RES-systeemintegratiescenario voor 2030 •

Het RES-systeemintegratie-scenario voor 2030 komt voort uit: • Landelijk beleid uit de Klimaat en Energieverkenning 2020 • De bouwstenen vanuit de uitvoeringslijnen besparing, warmte, mobiliteit en sessies over systeemintegratie. • Groei van 30.000 woningen

•

Het RES-systeemintegratie-scenario is geen voorkeursscenario of voorgesteld scenario. Het geeft alleen inzicht in op welke manier(en) de besparingsdoelstelling van totaal 11% behaald kan worden in 2030 t.o.v. 2014

Inschatting effecten van landelijk beleid o.b.v. de Klimaat en energieverkenning 2020 Inschatting van effecten landelijk beleid (vastgesteld en voorgenomen) en economische trends op Holland Rijnland (energiegebruik in TWh) 4.0 3.4

3.5 3.0

2.8

3.0

3.3 2.9

2.9

2.5 2.0

2.0

2.0

1.8

1.5 0.9

1.0

0.8

0.8

1.0

0.8

0.8

0.5 0.0 Mobiliteit

Woni ngen 2014

Utilitei ten/Diensten 2018 (ETM)

Landbouw

Industrie en overig (onbekend)

Vertaling landel ijk beleid v oor 2030

Belangrijk: De inschatting is gemaakt op basis van de Klimaat en energieverkenning van het PBL. Deze inschatting is nog exclusief 30.000 extra woningen in 2030 in Holland Rijnland.

Inschatting effecten van landelijk beleid en trends + extra regionale groei o.b.v. de Klimaat en energieverkenning 2020 Inschatting van effecten landelijk beleid (vastgesteld en voorgenomen) en economische trends op Holland Rijnland (energiegebruik in TWh) 4.0

Inclusief 30.000 nieuwe woningen 3.4

3.5 3.0

2.8

3.0

3.3

3.3

2.9

3.2

2.5 2.0

2.0

2.0

1.8

1.5 0.9

1.0

0.8

0.8

1.0

0.8

0.8

0.5 0.0 Mobiliteit

Woni ngen 2014

Utilitei ten/Diensten 2018 (ETM)

Landbouw

Industrie en overig (onbekend)

Vertaling landel ijk beleid v oor 2030

Belangrijk: De inschatting is gemaakt op basis van de Klimaat en energieverkenning van het PBL. Er is i blauw een inschatting gemaakt 30.000 extra woningen in 2030 in Holland Rijnland. Aanname: De BENG woning heeft 75% van het energiegebruik van de gemiddelde woning nu.

Verkenning scenario’s die 11% besparing mobiliteit halen en 15% voor de gebouwde omgeving

Inschatting van energiebesparingsopgave per sector (energiegebruik in TWh) 4.0 3.5

15% t.o.v. 2014

3.0

11% t.o.v. 2014

2.5 2.0

15% t.o.v. 2014

1.5 1.0 0.5 0.0 Mobiliteit

2014

Woni ngen

2018 (ETM)

Utilitei ten/Diensten

Huidig midden scenario (TWh)

Inschatting effecten systeemintegratiescenario voor de sectoren mobiliteit, woningen en diensten.

Mogelijke bouwblokken Mobiliteit die de voorgestelde doelstellingen behalen Ter indicatie, gezamenlijk halen de onderstaande bouwblokken (samen met staand beleid) 24% CO2reductie t.o.v. 1990 en 13% energiebesparing t.o.v. 2014. Additionele bouwblokken bovenop vastgesteld en voorgenomen beleid in RES scenario Holland Rijnland 2030 7.0% 6.0% 5.0% 4.0% 3.0% 2.0% 1.0% 0.0% Elektrificatie Verdubbeling Stabiel houden Verdriedubbeling personenvervoer volgens fietskilometers passagierskilometers vrachtvervoer via water investeri ngscenario (verschuiving auto naar ondanks groei inwoners, Liander (van 10% naar fiets) d.m.v . stimulering 24%) thui swerken. Energiebespari ng t.o.v. 2018

CO2 besparing t.o.v. 1990

Banden oppompen

Verkenning doelstelling woningen/huishoudens Concept bouwstenen additioneel t.o.v. landelijk beleid, deze werken wij nog uit en komen in het Energietransitiemodel 30.000 nieuwe woningen gebouwd volgen BENG

•

Naar minimaal label D in 2030 levert 20% besparing op de warmtevraag in de huishoudens. (PBL, startanalyse)

• •

•

Technologiekeuzes voor 2030 in de Transitie Visies Warmte dragen bij aan besparing Zonthermie op dak kan op termijn tot wel 30% van de warmtevraag leveren (CE Delft, 2020), tot 2030 3% van de daken zonthermie Verder zijn er nog effecten van klimaat op warmte(en koelings)vraag, besparing op elektriciteitsvraag door apparaten met een hoger label, ledverlichting en gedragsverandering zoals het uitzetten van de kachel ‘s nachts.

3.0 2.5 2.0 TWh

•

Warmtevraag ontwikkeling Startanalyse (woningen)

1.5 1.0 0.5 0.0 2019

2030 Referentie

D+ strategie

LN strategie

B+ strategie

Energiebesparing, met name door gedrag, beklijft op ca. 25% (DUWO, 2017)

Verkenning doelstelling utiliteiten Concept bouwstenen additioneel t.o.v. landelijk beleid leveren nu ca. 21% besparing in t.o.v. 2014: •

Ca. 22% besparing op warmte. Wellicht door minimaal label B in 2030 (label C is al verplicht in 2023)

•

Tot 2030 ca. 3% van de daken zonthermie. Zonthermie op dak kan tot wel 30% van de warmtevraag leveren (CE Delft, 2020)

•

Het effect van klimaat op warmte- (en koelings)vraag; aanname 1 graden warmer in 2030

•

Zit nog niet in het scenario: Besparing op elektriciteitsvraag (apparaten), led en gedrag zit nog niet in het integrale scenario. Ledverlichting kan 10% besparing opleveren op totale energiegebruik diensten

Bijlagen: Methode en inzichten

Bijlage A: Overzicht bouwstenen, besparingspotentie en ranking naar grootste effect Bouwstenen energiebesparingsp otentie Naam energiebesparingsbouwsteen

Bandbre edte Laag

Mobiliteit

% van vervoer met de auto elektrisch % van vervoer met bussen elektrisch Meer fietsen Vrachtvervoer elektrisch (% ladingtonkilometers) Besparing op warmte (door isolatie, betere Huishoudens aansturing/inregeling etc. ) - huishoudens Verwarming door warmtepompen - huishoudens Ledverlichting - huishoudens Besparing op apparaten - huishoudens Gebouwen/Dienste Besparing op warmte (door isolatie, betere n aansturing/inregeling etc. ) - diensten Verwarming door warmtepompen/wko - diensten Ledverlichting - diensten

Inschatting besparingsbouwstenen in Energietransitiemodel Ranking voor 2030 (TWh)

Midden

Eenhe Laag Midden Hoog id 30% 0.10 0.20 0.30 100% 0.00 0.02 0.03 17.2% 0.00 0.10 0.20 20% 0.02 0.04 0.09

3 14 6 8

Hoog

10 10 8.6 5

20 50 12.9 10

10 5 50 0

20 10 75 10

30% 20% 100% 20%

0.23 0.06 0.03 0.00

0.46 0.12 0.05 0.04

0.69 0.24 0.07 0.08

1 4 13 12

10 5 50

20 10 75

0.06 0.09 0.10

0.11 0.17 0.15

0.22 0.34 0.20

5 2 6

Besparing op apparaten - diensten

1

1.5

0.05

0.07

0.09

8

Industrie

Besparing industrie (nationale trend)

0.0

0.5

0.00

0.05

0.08

10

Landbouw

Besparing landbouw (nationale trend) Totale energiebesparingspotentie in TWh

0.0

0.5

30% 20% 100% %/jaa 2r %/jaa 1.0 r %/jaa 1.0 r

0.00 0.7

0.03 1.5

0.08 2.6

11

Bijlage B: Methode Modelering van 2030

Klimaat- en energieverkenning (PBL) als basis voor Nationale en Europese ontwikkelingen

Het Energietransitiemodel.nl omvat alle sectoren. Zowel gelijktijdige groei als krimp van de vraag zijn in samenhang te kwantificeren.

Regionaal significante afwijkingen met input uit de uitvoeringslijnen, denk aan: o Woningbouw o Warmtevraagontwikkeling o Mobiliteitsontwikkeling o Opwek

RES Systeemintegratiescenario in het Energietransitiemodel: https://pro.energytransitionmodel.com/scenarios/803134

Bijlage C: Overige inzichten Gemeentelijk zijn er verschillen in behaalde energiebesparing sinds 2014 • •

De gemeenten hebben allemaal een forse energiebesparing sinds 2010, gemiddeld was dit 9%. Sinds 2014 zijn de Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Leiden en Noordwijk netto gegroeid in energiegebruik, deze gemeenten hebben dus een grotere opgave Het energieverbruik in Alphen, Lisse, Nieuwkoop, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude is juist gedaald.

•

Verschil energiebesparingtrend 2010-2018 en 2014-2018 (negatief = groei van het energiegebruik) 25%

21%

20% 11%

10% 3%

5%

7%

5%

6%

6%

4%

2%

7%

7% 0%

9% 5%

2% 0%

ijk

eg st ge es t Te yl in ge n Vo or sc ho te Zo n et er w ou Ho de lla nd Ri jn la nd

-2%

O

rd w

p oo

N

ie u

w ko o

ss e

% energiebesparing tussen 2010-2018

N

or p

rd

n Le

id e Le

en

-4%

id e

Ka tw ijk

Br aa ss em

lle go m Hi

-4%

-2%

Ka ag

Ri jn

-2%

11%

1%

0%

de n

Al

ph

en

aa n

-10%

9%

8%

0% -5%

15%

15%

Li

15%

% energiebesparing tussen 2014-2018

Bron: De Klimaatmonitor

47

Bijlage C: Overige inzichten top-down monitoring De grootste netto besparing komt uit de gebouwde omgeving, ondanks dat er 25.000 woningen bij zijn gekomen sinds 2010. In elke gemeente is er een netto energiebesparing in de gebouwde omgeving, ondanks groei in het aantal woningen. Ontwikkeling energiebesparing per gemeente (2010-2018) vs. groei woningbouw 20% 18% 16% 14% 12% 10% 8% 6% 4% 2%

se Ni eu w ko op No or dw ijk Oe gs tg ee st Te yli ng en Vo or sc ho te n Zo et er w ou de

Lis

rp

Le id er do

Le id en

Ka tw ijk

en

Br aa ss em

lle go m Hi Ka ag

Al ph

en

aa n

de n

Ri jn

0%

Energiebesparing Gebouwde Omgeving

Bron: De Klimaatmonitor

Groei woningbouw relatief

Bijlage C: Overige inzichten top-down monitoring De grootste netto besparing komt uit de gebouwde omgeving, ondanks dat er 25.000 woningen bij zijn gekomen sinds 2010. • De gebouwde omgeving heeft in bijna elke gemeente ook absoluut de grootste energiebesparing geleverd Energiebesparing per gemeente per sector tussen 2010-2018 in GWh (=1/1000 TWh) - negatief betekent groei in energiegebruik 200 150 100 50

Ni

ko op

eu w

Lis se

Le id er do rp

Le id en

ijk Ka tw

No or dw ijk Oe gs tg ee st Te yli ng en Vo or sc ho te Zo n et er w ou de

g

en

Br a

as se m

eg om

Hi ll Ka a

Al ph en

aa

n

de n

-50

Ri jn

0

Verkeer en vervoer (incl. auto(snel)wegen, excl. elektr. railverkeer) Landbouw, bosbouw en visserij (gas en elektr.) Gebouwde Omgeving Industrie, Energie, Afval en Water (excl. gasgebruik energieproductie)

Bron: De Klimaatmonitor

Bijlage C: Overige inzichten top-down monitoring Terwijl het energiegebruik in de gebouwde omgeving is gedaald is bijna overal een groei in het energiegebruik van mobiliteit Ontwikkeling energiebesparing per gemeente (2010-2018), negatief = groei van energiegebruik 20%

18% 15%

15%

9%

10% 5%

2%

10%

9%

13%

11%

12%

15% 10%

10%

10%

7%

0%

0%

0%

-5% -10%

-6%

-7%

-4% -7%

-4%

-5%

-4%

-5%

-3%

-9%

Verkeer en vervoer (incl. auto(snel)wegen)

Bron: De Klimaatmonitor

se Ni eu w ko op No or dw ijk Oe gs tg ee st Te yli ng en Vo or sc ho te n Zo et er w ou de

Lis

rp

Le id en

Ka tw ijk

Le id er do

en

Br aa ss em

lle go m Hi Ka ag

Al ph

en

aa n

de n

Ri jn

-15%

Energiebesparing Gebouwde Omgeving

Colofon

Dit achtergronddocument voor de RES 1.0 is opgesteld door Holland Rijnland met ondersteuning van Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs en Quintel Intelligence. Auteurs: • Jolien Kamermans (Omgevingsdienst West-Holland/RES Holland Rijnland) • Rob Colenbrander (Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs) • Mart Lubben (Quintel Intelligence) Datum: 3 maart 2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=23e7f929-0a1a-4342-9c95-6b0aeddd4665