Bijlage 2 bij inspraak Laura van Gasteren Donker Wijziging Luchthavenindelingbesluit Schiphol
Tekst van het document
34
Deze kaartbijlagen zijn als analoge kaarten bij het LIB gevoegd op een schaal van 1:50.000. Bijlage 2 van het LIB, als gewijzigd in bijlage A door dit besluit, bevat de omhullende grens van alle beperkingengebieden en toetsvlakken in het LIB tezamen. Deze omhullende is geactualiseerd op basis van de geactualiseerde toetsvlakken. De kaart in bijlage 4 van het LIB, opgenomen in bijlage B van dit besluit, betreft het maatgevende onderste vlak van de verschillende toetsvlakken tezamen. Dit is gedaan om het aantal verschillende kaarten waaraan projecten moeten worden getoetst zo beperkt mogelijk te houden. Op het moment dat een object door het maatgevende toetsvlak heen steekt is duidelijk dat er een nadere toetsing en een verklaring van geen bezwaar voor het betreffende project nodig is. Op het moment dat op basis hiervan een verklaring van geen bezwaar bij de ILT wordt aangevraagd, wordt het object ook aan alle bovenliggende vlakken getoetst. Alle relevante informatie over de bovenliggende vlakken is voor een ieder terug te vinden middels aangeboden achtergrondinformatie. De kaart in de nieuwe bijlage 4A, als gewijzigd in bijlage C door dit besluit, bevat de toetsvlakken voor radar, waarvoor het regime geldt dat in artikel 2.2.2a is opgenomen.
De kaartbijlagen worden ook, met het oog op gemakkelijker doorwerking in bestemmingsplannen, digitaal gepubliceerd via www.ruimtelijkeplannen.nl. Via www.ruimtelijkeplannen.nl worden gebruikers doorgelinkt naar achterliggende informatie. Die achterliggende informatie geeft onder meer inzicht in alle in het LIB opgenomen vlakken, de bijbehorende regels en in welke mate vlakken wel of geen ruimte laten voor nadere afwegingen. Er wordt een kaartapplicatie aangeboden, die het mogelijk maakt om met een gepland project op elk punt op de kaart alle benodigde informatie te krijgen over de vlakken die met het project worden geraakt. Tevens wordt nadere informatie gegeven over op welke wijze verklaringen van geen bezwaar of ontheffingen (op grond van artiklel 8.12 Wet luchtvaart) moeten worden aangevraagd, hoe de toetsing van projecten in zijn werk gaat en aan welke criteria wordt getoetst, om initiatiefnemers van projecten zo goed mogelijk vooraf te informeren over waar projecten aan moeten voldoen. Tot slot worden de vlakken in verschillende gangbare formats ter beschikking gesteld, waardoor gemeenten er goed mee uit de voeten kunnen. Bijlage 6 van het LIB, als gewijzigd in bijlage D door dit besluit, bevat de toetszone voor windturbines en lasers. Voor de begrenzing van deze toetszone is aangesloten bij het omhullende gebied van alle toetszones voor vliegveiligheid tezamen.
4. Verhouding tot bestaande regelgeving Het LIB is gebaseerd op artikel 8.4 van de Wet luchtvaart. De doorwerking van de inhoud van het LIB en de toetsing van aanvragen voor een omgevingsvergunning vindt plaats via gemeentelijke bestemmingsplannen op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Het is de bedoeling dat de doorwerking van het LIB op termijn wordt geregeld op basis van de Omgevingswet die thans in voorbereiding is.
35
Gelijktijdig met dit besluit is een wijziging van de Wet luchtvaart voorbereid die er in voorziet om een verklaring van geen bezwaar op bestemmingsplanniveau mogelijk te maken. Deze wijziging van de Wet luchtvaart treedt naar verwachting in 2015 in werking.
5. Uitvoering en handhaving Verantwoordelijkheden voor uitvoering en handhaving van het LIB en op welke wijze de regeling wordt uitgevoerd, wijzigen in beginsel niet met de onderhavige wijziging van het LIB. Wel hebben de zienswijzen er toe geleid dat het regime voor toetsing van mogelijke verstoring van radar is gewijzigd. Het LIB werkt door via gemeentelijke bestemmingsplannen en andere instrumenten uit de Wro, de Woningwet en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), zoals bouw-, aanleg-, en omgevingsvergunningen. Daarmee liggen uitvoering, handhaving en toezicht primair bij de gemeenten. De beperkingengebieden, de onderliggende toetsvlakken en de bijpassende regels zoals deze in het LIB zijn opgenomen, moeten op grond van artikel 8.7 Wet luchtvaart hun doorwerking te vinden in de bestemmingsplannen. Voor zover bestemmingsplannen nog niet in lijn zijn met de regels in het LIB, werkt het LIB als voorbereidingsbesluit. Het toezicht op de uitvoering hiervan ligt bij de provincies. Indien een initiatiefnemer een project wil realiseren waarmee het maatgevende toetsvlak wordt doorsneden, of dat binnen een toetszone komt te liggen, dient de initiatiefnemer hiertoe een vergunningverzoek in bij de betreffende gemeente. Om de vergunning te kunnen verstrekken heeft de gemeente een verklaring van geen bezwaar nodig, die de ILT als gemandateerde van de minister kan verstrekken.
Hierover wint de ILT, in geval van mogelijke nadelige beïnvloeding van de werking van luchtverkeersapparatuur, zo nodig advies in bij de LVNL, en/of een extern bureau (in geval van windhinder). Indien extern onderzoek uitbesteed moet worden, dan worden de kosten hiervan gedragen door de aanvrager van de verklaring van geen bezwaar. De gemeente neemt een besluit over de vergunning, mede op basis van het oordeel van de ILT. De ILT kan een verklaring van geen bezwaar verstrekken op grond van artikel 8.9 van de Wet luchtvaart. Ten aanzien van een verstrekte verklaring van geen bezwaar geldt dat deze enkel betrekking heeft op het getoetste plan. Bij de beoordeling van een aanvraag van een verklaring van geen bezwaar wordt de bestaande fysieke omgeving meegewogen, evenals nog niet gerealiseerde maar al wel vergunde plannen en de plannen waarvoor een verklaring van geen bezwaar is afgegeven. De verklaring van geen bezwaar is onbeperkt houdbaar. Alleen wanneer het getoetste bouwplan zelf wordt aangepast is een nieuwe verklaring van geen bezwaar vereist. Voor een getoetst bestemmingsplan geldt hetzelfde wanneer dit geactualiseerd wordt. Wanneer de internationale vliegveiligheidregels wijzigen, dan zal het LIB hierop gewijzigd worden. Wanneer een aanvraag van een verklaring van geen bezwaar wordt afgewezen dan zal dit beargumenteerd gebeuren.
Aanvrager kan tegen een dergelijk negatief besluit beroep aantekenen.
36
Om vroegtijdig in een proces van planvorming al meer duidelijkheid te verschaffen over ontwikkelingsmogelijkheden in relatie tot vliegveiligheid, wordt de mogelijkheid geboden aan gemeenten om een projectplan of een ontwerpbestemmingsplan bij de ILT aan te bieden voor een pretoets. De pretoets betreft de communicatie met de aanvrager die vooraf gaat aan de formele aanvraag van een verklaring van geen bezwaar. Een gemeente kan een pretoets aanvragen, maar dit is geen verplichting. De pretoets betreft geen advies ten aanzien van het ontwerp van het (bouw)plan. Een aanvraag voor een pretoets moet worden ingediend conform de informatievereisten van een formele aanvraag van een verklaring van geen bezwaar. De pretoets is informeel en kent daarom ook geen formele procedure en geen vaste termijnen. Gemeenten kunnen er zelf voor kiezen om het pretoets mee te laten lopen in het Wro proces waarin de gemeente overlegt met belanghebbenden. De ILT zal handelen binnen redelijke termijnen en zal in voorkomende gevallen toelichten waarom een pretoets oordeel langer op zich laat wachten. Het oordeel uit de pretoets heeft geen juridische status in die zin dat er geen bezwaar en beroep tegen kan worden aangetekend. Een negatief pretoetsoordeel wordt beargumenteerd.
In het pretoetsoverleg kunnen planaanpassingen besproken worden, evenals andere maatregelen om onacceptabele verstoring van de vliegveiligheid te voorkomen. Na een pretoets blijft altijd ook de formele toets voor de verklaring van geen bezwaar nog noodzakelijk voordat het bestemmingsplan mag worden vastgesteld of het bouwplan mag worden uitgevoerd. Wanneer het formele toetsoordeel afwijkt van het pretoetsoordeel, dan zal de ILT dit motiveren. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als het plan is aangepast, de (op basis van afgegeven vergunningen en verklaringen van geen bezwaar, toekomstige) fysieke omgeving van het plangebied is veranderd, of het toetsingskader in het LIB is gewijzigd (bijvoorbeeld naar aanleiding van nieuwe ICAO-richtlijnen). In dit laatste geval zal in het LIB de overgang naar het gewijzigde kader worden geregeld. Bij de beoordeling van een plan in het kader van een pretoets wordt de bestaande fysieke omgeving meegewogen, evenals nog niet gerealiseerde maar al wel vergunde plannen en de plannen waarvoor een verklaring van geen bezwaar is afgegeven.
Wanneer in de periode tussen de pretoets en de beoordeling van een aanvraag van een verklaring van geen bezwaar de fysieke omgeving verandert, of een nieuwe vergunning en/of een nieuwe verklaring van geen bezwaar is afgegeven, dan kan dit leiden tot een van de pretoets afwijkend oordeel over de aanvraag van een verklaring van geen bezwaar. De pretoets mogelijkheid betreft alleen de vliegveiligheid. Het radar toetsvlak is uit het maatgevende toetsvlak gehaald waarvoor geldt dat bij doorsnijding een verklaring van geen bezwaar is vereist. De gemeenten hoeven voor de plannen die enkel het toetsvlak voor radar doorsnijden, geen verklaring van geen bezwaar meer aan te vragen. In die gevallen is de gemeente wel verplicht deze plannen zelf actief bekend te maken bij de ILT door hierover advies aan te vragen. Deze plannen kunnen zowel bouwplannen als bestemmingsplannen inclusief een wijzigingsplan, een uitwerkingsplan, of een binnenplanse afwijking betreffen. Omdat geen verklaring van geen bezwaar nodig is, is er in het adviesproces ook geen nut van een pretoets. De LVNL heeft de wettelijke taak om toe te zien op mogelijke verstoring van de luchtverkeerapparatuur. Daarom schakelt de ILT de LVNL in voor een beoordeling van het plan op de radarverstoring.
Indien radarverstoring plaatsvindt, dan kan op initiatief van de gemeente in contact worden getreden met LVNL over eventueel mogelijke technische maatregelen om eventuele radarverstoring te voorkomen. De ILT levert mede op basis van de input van de LVNL een advies over het plan in relatie tot een veilige werking van de radar. Het resulterende advies is bindend. Wanneer extern onderzoek
37
nodig is om over het plan te kunnen adviseren, of wanneer technische maatregelen nodig zijn om het plan te kunnen realiseren, dan zijn deze voor kosten van de initiatiefnemer, of worden deze bekostigd uit een daartoe op initiatief van de regio in te richten fonds. De ILT adviseert binnen redelijke termijn. De termijn wordt niet hard vastgelegd vanwege mogelijke complexiteit van plannen en de gezamenlijk intentie om onnodige planuitval te voorkomen en technische oplossingen in beschouwing te nemen. De ILT moeten de redelijkheid van de termijn kunnen beargumenteren. Het advies van de ILT heeft enkel betrekking op het getoetste plan en kent een onbeperkte geldigheidtermijn onder de voorwaarde dat het plan niet wijzigt. Een gewijzigd plan dat het toetsvlak doorsnijdt moet opnieuw aan de ILT voorgelegd worden. Als het toetsingskader in het LIB wordt gewijzigd (bijvoorbeeld naar aanleiding van nieuwe ICAO-richtlijnen), dan zal in het nieuwe LIB de overgang naar het gewijzigde kader worden geregeld. Indien de gemeente zich niet kan vinden in het advies van de ILT, dan kan door de gemeente hiertegen beroep worden aangetekend. Ook andere belanghebbenden kunnen beroep aantekenen of een zienswijze indienen, indien plannen worden doorgezet die de vliegveiligheid kunnen schaden. De praktische werking van het aangepaste regime voor radar zal binnen 3 jaar worden geëvalueerd.
Deze evaluatie zal gezamenlijk met de meest betrokken belanghebbende worden uitgevoerd. Ook de conclusies en consequenties van de evaluatie worden gezamenlijk besproken. De evaluatie richt zich op voldoende borging van de vliegveiligheid, voorkomen van onnodige planuitval en efficiency van het besluitvormingsproces. Advies naar aanleiding van de radartoets laat onverlet dat in voorkomende gevallen nog een verklaring van geen bezwaarvoor andere vliegveiligheidaspecten en/of ten aanzien van externe veiligheid en geluid noodzakelijk kan zijn. De procedure voor radar kan meelopen in een pretoets voor de andere toetsvlakken voor vliegveiligheid of in een aanvraag van een verklaring van geen bezwaar. In geval van een tijdelijk object waarvoor geen omgevingsvergunning is vereist (zoals bouwkranen of tijdelijke laserinstallaties), maar die wel een toetsvlak als bedoeld in de artikelen 2.2.2 of 2.2.2a doorsnijdt, geldt op grond van artikel 8.12 van de Wet luchtvaart, dat een ontheffing moet worden aangevraagd. De ILT kan als gemandateerde van de minister deze tijdelijke ontheffing verlenen op grond van ditzelfde artikel 8.12 van de Wet luchtvaart.
6. Gevolgen 6.1
Algemeen
Met de wijzigingen van het LIB in dit besluit en de daarbij geboden achtergrondinformatie zijn de nodige verbeteringen doorgevoerd op het vlak van transparantie en informatievoorziening. Met name door betere informatie “aan de voorkant”, door het zichtbaar maken van de ligging van alle vlakken waar aan wordt getoetst, de betekenis van die vlakken en de criteria die worden gehanteerd, wordt positief bijgedragen aan de uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid en doorwerking.
38
Voordelen van de geboden verbeterde transparantie zijn:
Initiatiefnemers van projecten weten vooraf beter waar ze aan toe zijn en kunnen vroegtijdig hun projecten toetsen en zo nodig bijstellen. Betere informatie aan de voorkant zal mogelijk leiden tot een selectiever gebruik van pretoetsen en tot minder onnodige aanvragen van een verklaring van geen bezwaar. Doordat enkele nieuwe toetsvlakken in het LIB zijn opgenomen, worden projecten automatisch ter toetsing aangeboden en behoeven ze niet door de ILT of de LVNL op andere wijze (met een relatief grotere inspanning) en op een laat moment te worden “nagejaagd”. Omdat thans alle toetsvlakken in het LIB zijn opgenomen, komen projecten automatisch ter toetsing langs en is de kans dat er projecten doorheen glippen kleiner. Omdat thans alle toetsvlakken in het LIB zijn opgenomen, komen projecten automatisch ter toetsing langs en wordt voorkomen dat projecten, onwetend van een beperkingenvlak, in een laat stadium, soms via de rechter, moeten worden tegengehouden.
De gevolgen van dit besluit voor burgers, bedrijven, instellingen en andere overheden zijn apart nader onderzocht. 8 De belangrijkste conclusies zijn verwerkt in onderstaande paragrafen.
6.2
Ruimtelijke gevolgen
Om de ruimtelijke gevolgen van dit besluit in beeld te brengen, is begin 2013 onderzocht welke en hoeveel voorgenomen harde bouwplannen binnen de toetsvlakken van het LIB worden geraakt door gewijzigde of nieuwe vlakken. Bestaande objecten worden met het LIB ontzien, dus die zijn niet meegenomen. Het onderzoek is beperkt tot een vijftal, als maatgevend ingeschatte, gemeenten. Resultaten zijn daarmee representatief om een goede indruk te verkrijgen van de belangrijkste ruimtelijke gevolgen. Bij overige gemeenten kunnen beperkt aanvullend projecten worden geraakt. Van de kleine honderd in het onderzoek geïnventariseerde bouwplannen, wordt iets minder dan de helft geraakt door één of meer toetsvlakken. Vier voorgenomen projecten bleken geraakt te worden door de verlaagde noodklimvlakken, die in beginsel geen doorsnijding toelaten. Daarover heeft nader overleg plaatsgevonden met de betreffende gemeenten. Met relatief geringe bijstellingen van de bouwplannen kon ervoor worden gezorgd dat ze onder het verlaagde noodklimvlak blijven. De overige bouwplannen worden geraakt door één of meer van de overige toetsvlakken. Het betreft hierbij voor het merendeel toetsvlakken waar ook al aan werd getoetst voor wijziging van het LIB via dit besluit, waardoor geen sprake is van nieuwe of aanvullende ruimtelijke gevolgen.
Een zeer beperkt aantal bouwplannen wordt geraakt door de overige toetsvlakken (outer horizontal, windhinder en windturbines). Uit het onderzoek blijkt tevens dat voor de 8
Zie rapport: ‘Mogelijke gevolgen Luchthavenindelingbesluit Schiphol/Vliegveiligheid, Den Haag, 2013.’
39
geraakte bouwplannen geldt dat ze ook reeds werden geraakt door een of meer vlakken uit het LIB voor wijziging via dit besluit. Daarenboven geldt voor een paar bouwplannen dat ze wel door het LIB voor wijziging werden geraakt, maar na wijziging niet meer. Per saldo neemt de “toetslast” vanwege het nieuwe LIB daardoor met minder dan tien projecten toe. Naar aanleiding van de zienswijzen is in opdracht van het ministerie van IenM een aanvullende plannenanalyse uitgevoerd in samenwerking met alle gemeenten die een zienswijze hebben ingediend. Dit omdat betrokken (regio)partijen in de zienswijzen hebben aangegeven dat er meer plannen onder de invloedssfeer van het LIB vallen dan aanvankelijk was verwacht en onderzocht. Volgens de gemeenten kan door wijziging van het LIB ook schade ontstaan voor plannen die in een veel vroeger stadium van planvorming verkeren. Aanvullend op de analyse van de harde bouwplannen zijn daarom in de aanvullende analyse ook bestemmingsplannen en visies en dergelijke geanalyseerd, die soms weliswaar nog niet hard zijn, maar die naar de mening van gemeenten toch schade zouden kunnen ondervinden indien hiervoor geen verklaring van geen bezwaar wordt verstrekt. Deze analyse heeft ertoe geleid dat er een compleet overzicht is ontstaan van alle voor dit besluit relevante bestaande plannen.
Via een uitgevoerde pretoets op al deze plannen (wanneer relevant) is vroegtijdig zicht ontstaan op de haalbaarheid van deze plannen in relatie tot vliegveiligheid. Aangezien deze analyse ook is uitgevoerd voor bestemmingsplannen en minder harde ontwikkelingsplannen, heeft dit geleid tot duidelijkheid in een planfase waarvoor dit in de periode voorafgaand aan dit wijzigingbesluit nog niet mogelijk was. Deels bleken de geanalyseerde plannen zonder aanpassingen mogelijk. Deels bleken aanpassingen van het plan zonder schade mogelijk. Voor een ander deel van de plannen bleken maatregelen mogelijk waardoor de vliegveiligheid gegarandeerd kan blijven, bijvoorbeeld door technische radaroplossingen. Op basis van de uitgevoerde pretoetsen zijn een aantal specifieke plannen opgenomen onder de nieuw toegevoegde uitzonderingsbepalingen (lid 4 van artikel 2.2.2, lid 3 van artikel 2.2.2a en lid 5 van artikel 2.2.4). In de uitzonderingsbepalingen wordt verwezen naar bijlagen waarin specifiek verwezen wordt naar de gepretoetse plannen die positief zijn beoordeeld (bijlagen 7, 8 en 9) of voorwaardelijk positief zijn beoordeeld (bijlagen 8a en 9a). De voorwaarde heeft betrekking op de inzet van de bestaande militaire radar bij Soesterberg voor civiel gebruik. Naar de plannen wordt heel specifiek verwezen omdat aanpassingen van het plan gevolgen kunnen hebben voor de vliegveiligheid.
Plannen die worden aangepast op karakteristieken die van invloed kunnen zijn op de vliegveiligheid vallen niet meer onder de uitzonderingsbepalingen en moeten voldoen aan de regels van het betreffende artikelen. Het rijk heeft in aanloop naar dit wijzigingbesluit een inventarisatie uitgevoerd naar mogelijke verstoring door bestaande bomen en struiken die door toetsvlakken heen steken. Uitkomst van dit onderzoek is dat er anno 2014 geen verstoring van de vliegveiligheid plaastvindt die toe te schrijven zijn aan (te hoge) bomen en struiken en dat dit ook voor de nabije toekomst niet wordt verwacht. Zie ook paragraaf 3.2.9. De mogelijkheid van toetsing in de fase van het bestemmingsplan en de versnelde pretoetsen van de bestaande plannen heeft positieve gevolgen voor bestaande plannen. De aanpassingen op basis van de vermeende en geconstateerde knelpunten in de
40
zienswijzen en de aanvullende plannenanalyse, zowel in voorliggend wijzigingbesluit als uitwerkingen hiervan en (voorstellen tot aanpassing) in de Wet luchtvaart, staan beschreven in hoofdstuk 7 van deze nota van toelichting.
6.3
Bestuurlijke lasten en gevolgen voor andere overheden
Bestuurlijke nalevingkosten voor gemeenten en provincies hebben voor dit besluit primair betrekking op eenmalige bestuurlijke nalevingkosten. Deze betreffen met name het kennis nemen van het LIB en het zorg dragen voor de doorwerking van het LIB in de bestemmingsplannen. Structurele bestuurlijke nalevingkosten, die verband houden met het naleven van de regels, worden nihil ingeschat. Bestuurlijke nalevingskosten kunnen allereerst fors worden beperkt, doordat gemeenten een paraplubestemmingsplan kunnen gebruiken voor de bestemmingsplannen die al digitaal zijn. In dat geval hoeft elke gemeente maar één (paraplu)bestemmingsplan uit te brengen, in plaats van alle vigerende (digitale) bestemmingsplannen aan te passen. Daarmee kunnen vele bestemmingsplannen in één keer in overeenstemming worden gebracht met dit besluit. Daarnaast neemt het kabinet zich voor om de Wet luchtvaart aan te passen, zodat de verplichte doorwerkingstermijn in bestemmingsplannen van één jaar komt te vervallen en de doorwerking plaats kan vinden bij eerstvolgende aanpassing van het bestemmingsplan door de gemeente. Hier wordt in hoofdstuk 8 nader op ingegaan. Dit brengt een verdere beperking van de bestuurlijke nalevingskosten met zich mee. De bestuurlijke lasten worden zo beperkt dat deze verwaarloosbaar zijn.
Ook neemt het kabinet zich voor om de Wet luchtvaart aan te passen om toetsing op vliegveiligheid door de ILT ook op bestemmingsplan niveau mogelijk te maken. Dit leidt tot verminderde bestuurlijke lasten, omdat daarmee al op het niveau van het bestemmingsplan duidelijkheid kan worden geboden over de mogelijkheden van projectontwikkelingen binnen dit plan. Een belangrijk ander voordeel hiervan is dat in een heel vroegtijdig stadium van planvorming duidelijkheid kan ontstaan. Voorwaarde voor daadwerkelijke toetsing op het niveau van het bestemmingsplan is dat gemeenten het plan voldoende gedetailleerd plan aanleveren aan de ILT. De verbeterde toegankelijkheid van het LIB, de digitale beschikbaarheid van het kaartmateriaal en de daarbij behorende achtergrondinformatie en het begin 2013 al uitgevoerde onderzoek naar ruimtelijke gevolgen voor plannen en projecten, helpen om de doorwerking van dit besluit in bestemmingsplannen te optimaliseren en de kosten verder te minimaliseren. Dit leidt tot positieve effecten ten aanzien van de niet gewijzigde onderdelen in het LIB. Op basis van het voorgaande wordt uitgegaan van verwaarloosbare extra bestuurlijke lasten ten gevolge van dit besluit, afhankelijk van wanneer, na aanpassing van de Wet luchtvaart, de bestemmingsplannen moeten worden herzien. 6.4
Lasten voor burgers, bedrijven en instellingen
Burgers zullen geen gevolgen ondervinden van de wijzigingen van het LIB met dit
41
besluit. Al bestaande of vergunde objecten worden ontzien. Mogelijk dat in de toekomst incidenteel gevolgen aan de orde komen vanwege bomen en struiken. Ook de extra (administratieve) lasten voor bedrijven vanwege dit besluit tot wijziging van het LIB, zijn beperkt. In hoeverre mogelijke, op grond van dit besluit, noodzakelijke aanpassingen van projecten kunnen leiden tot meerkosten is niet op voorhand te ramen. Daarnaast kunnen, ook weer in een beperkt aantal gevallen, extra kosten aan de orde zijn in verband met gevraagd onderhoud van bomen en struiken. Voor de actuele situatie is geanalyseerd waar bomen/struiken door een maatgevend toetsvlak steken en of dit leidt tot noodzakelijk onderhoud vanwege vliegveiligheidsrisico’s. Uit de analyse is gebleken dat dit thans (2014) nergens het geval is. In voorkomende gevallen kan, op basis van artikel 8.31 van de Wet luchtvaart, naar redelijkheid en billijkheid, sprake zijn van schadevergoeding. Als een beroep wordt gedaan op dit artikel zal toepassing worden gegeven aan de Beleidsregel nadeelcompensatie Infrastructuur en Milieu 2014. In deze beleisregel staan de procedure en de criteria toegelicht om in aanmerking te kunnen komen voor een tegemoetkoming. Er is daarnaast beperkt sprake van extra financiële kosten, vanwege uit te voeren noodzakelijke specifieke onderzoeken als onderdeel van toetsen vanwege dit besluit.
Tenslotte zijn er geen gevolgen voor de internationale concurrentiepositie van bedrijven. In algemene zin wordt bedrijven geadviseerd om zo vroeg als mogelijk kennis te nemen van mogelijke beperkingen vanwege het LIB. Het is vele malen gunstiger om een project vroegtijdig bij te stellen of stop te zetten, in plaats van in een laat stadium plannen nog te moeten aanpassen of een project stop te zetten. De verbeterde toegankelijkheid van het gewijzigde LIB, onder meer door verbeterd inzicht in de vlakken waaraan wordt getoetst en welke criteria daarvoor gelden middels de digitaal ontsloten kaarten en het achtergrondinformatie, helpt mee om dat mogelijk te maken. Daarmee staan er tegenover de beperkte extra kosten ook mogelijke kostenbesparingen ten gevolge van dit besluit. Resumerend zijn er geen gevolgen van betekenis voor de burger. Voor bedrijven en instellingen is er in zijn algemeenheid eveneens geen sprake van extra nalevingskosten van betekenis vanwege dit besluit 6.5
Financiële gevolgen voor de rijksoverheid
De wijzigingen van het LIB via dit besluit hebben geen financiële gevolgen voor de Rijksbegroting. 6.6
Gevolgen voor het milieu
De wijzigingen in het LIB via dit besluit hebben naar verwachting geen gevolgen voor het milieu. 7. Totstandkoming Dit besluit tot wijziging van het LIB in verband met vliegveiligheid is voorbereid in goed
42
overleg met vertegenwoordigers vanuit de luchtvaartsector en andere overheden. Deze partijen zijn betrokken geweest bij probleemanalyse, keuze van maatregelen en gevolgenbeoordeling. De effectiviteit van maatregelen en afwegingsruimte in internationaal verband binnen die maatregelen enerzijds en de ruimtelijke gevolgen van de maatregelen anderzijds is uitvoerig besproken. Het overleg met de andere overheden vond plaats met de meest direct geraakte gemeenten en provincies. In de periode van 22 november tot 19 december 2013 heeft dit besluit als ontwerp voorgelegen voor zienswijzen. Er zijn 28 zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen hebben geleid tot nader overleg, met name met de gemeenten en provincies die zienswijzen hebben ingediend. Naar aanleiding van de zienswijzen en het overleg zijn er diverse aanpassingen doorgevoerd in het ontwerpwijzigingbesluit. Daarnaast zijn er ook wijzigingen doorgevoerd in de Wet luchtvaart, zijn er afspraken gemaakt over de uitwerking van procedures voor toetsing, pretoetsing en advisering door de ILT en over het beschikbaar stellen van verdere achtergrondinformatie. Op hoofdlijnen heeft dit geleid tot de volgende aanpassingen en uitwerkingen: Wijziging Wet luchtvaart wat betreft de verplichte doorwerking LIB in bestemmingsplannen binnen 1 jaar: De wettelijke verplichte doorwerking binnen 1 jaar komt hiermee te vervallen.
Gemeenten kunnen besluiten de bestemmingsplannen pas conform LIB te maken als ze deze om andere reden al gaan actualiseren. Het LIB geldt op grond van artikel 8.8, tweede lid, Wet luchtvaart, dan als voorbereidingbesluit tot het moment dat het bestemmingsplan in lijn is met het LIB. Aanpassing regel over lasers en overige felle verlichting: Om te voorkomen dat veel niet verstorende lichtbronnen een procedure voor een verklaring van geen bezwaar moeten doorlopen (bijv. sportveldverlichting) is de regel over het voorkomen van vlieghinder door felle verlichting aangepast. Ook andere felle lichtbronnen dan laserinstallaties kunnen verstorende effecten hebben, daarom krijgen de gemeenten zelf de verantwoordelijkheid om rekening te houden met het belang van de luchtvaart bij de vergunningverlening voor felle lichtbronnen. Gemeenten kunnen advies inwinnen bij de ILT. Belanghebbenden in de luchtvaart kunnen bezwaar aantekenen indien een verstorend effect wordt ervaren of voorzien. Verduidelijken toetsprocedures - informele pretoets en formele toets voor een verklaring van geen bezwaar: Het LIB valt onder de Wet luchtvaart. De procedures worden verhelderd en beschreven in toegankelijke achtergrondinformatie, zodat deze voor een ieder helder kunnen zijn.
Verbeterde informatievoorziening over proces/procedure en inhoud van vliegveiligheid toetsing voor de verschillende aspecten van vliegveiligheid: In deze nota van toelichting zijn de toetsprocedures, het toetsproces en de inhoudelijke toetsing op hoofdlijnen beschreven. In aanvullende achtergrondinformatie wordt dit verder in detail uitgewerkt. In opdracht van het ministerie van IenM wordt een internet applicatie gebouwd waarin informatie wordt verstrekt over het toetsproces inzake vliegveiligheid. In de applicatie kan informatie worden gevonden over alle toetsvlakken en toetshoogtes op elke locatie. Verduidelijken betekenis LIB-regels voor bestaande bouwwerken:
43
-
De LIB-regels over vliegveiligheid slaan niet terug op bestaande bebouwing. Evenmin slaat het LIB terug op al vergunde bouwwerken. Ter verduidelijking is in deze nota van toelichting aangegeven dat bestaande conserverende bestemmingsplannen opnieuw vastgesteld mogen worden zonder dat hiervoor een verklaring van geen bezwaar nodig is. Immers deze bestemmingsplannen conserveren slechts de bestaande situatie en bieden geen extra ruimte voor mogelijk verstorende bouwwerken. Herbouw en (beperkte) verbouw en vervangende nieuwbouw is in relatie tot vliegveiligheid mogelijk gemaakt, zonder toetsplicht: Ook wanneer een pand herbouwd of verbouwd wordt is een bouwvergunning nodig. In het LIB is verduidelijkt dat er geen beperkingen gelden voor bouw wanneer er geen sprake is van mogelijk nieuwe verstoringen.
-
Borgen van de pretoets mogelijkheid: In deze nota van toelichting is expliciet de mogelijkheid opgenomen van een pretoets in geval van een toets op vliegveiligheid. Hierbij is expliciet de adviserende rol van LVNL in geval van mogelijke technische oplossingen om verstoring van luchtverkeerapparatuur te voorkomen benoemd. Aanpassing van de Wet luchtvaart om toetsing op bestemmingsplanniveau mogelijk te maken: Met een aanpassing van de Wet luchtvaart wordt de juridische mogelijkheid geboden om een verklaring van geen bezwaar te verlenen voor een bestemmingsplan en niet alleen voor een omgevingsvergunning voor een concreet bouwplan. Met deze wijzigingen wordt het wettelijk mogelijk om een verklaring van geen bezwaar af te geven voor een bestemmingsplan (inclusief wijzigingsplan en uitwerkingsplan) en voor de binnenplanse afwijking. Uitwerking separaat regime voor radar: Met een separaat regime voor radar wordt een proces tot stand gebracht waarin gezocht wordt naar maximale bouwmogelijkheden en onnodige planuitval wordt voorkomen, en waarin de vliegveiligheid geborgd blijft. Het overgangsrecht is daarnaast enigszins verruimd: a. bestaande bouwwerken blijven ongemoeid; b. verstrekte verklaringen van geen bezwaar blijven geldig; c.
een aanvraag van een verklaring van geen bezwaar ingediend vóór inwerkingtreding van het wijzigingbesluit LIB vliegveiligheid, wordt afgehandeld volgens het regime van het LIB 2004. Een verklaring van geen bezwaar onder het LIB 2004 betreft enkel concrete bouwplannen, dus geen bestemmingsplannen; d. verleende (bouw)vergunningen blijven langer geldig; e. (alleen) bestaande (bestemmings)plannen die al getoetst zijn op vliegveiligheidregels van het nieuwe LIB en die positief zijn beoordeeld, zijn onder een nieuwe toegevoegde uitzonderingsbepaling geplaatst. In een apart uitgebrachte Nota van Antwoord wordt uitgebreid ingegaan op de zienswijzen en de reactie van het kabinet hierop. Gelijktijdig met de ter inzage legging, is het ontwerpwijzigingbesluit ook aangeboden aan de beide voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer. Deze voorhang heeft niet geleid tot aanpassingen van het ontwerpbesluit.
44
8. Doorwerking Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2015. Op basis van de Wet luchtvaart artikel 8.8, derde lid, betekent dit dat de doorwerking in bestemmingsplannen voor 1 januari 2016 moet zijn gerealiseerd. Voornemen van het kabinet is de Wet luchtvaart aan te passen in lijn met het wetsvoorstel Omgevingswet 9, in die zin dat bij algemene maatregel van bestuur gestelde regels van het rijk voor bestemmingsplannen, en op termijn omgevingsplannen, moeten worden verwerkt binnen een termijn die daarvoor in de algemene maatregel van bestuur wordt gesteld. Na inwerkingtreding van deze voorgestelde wijziging van de Wet luchtvaart zal in de eerstevolgende wwijziging van het LIB worden opgenomen dat mogelijk noodzakelijke wijzigingen in het bestemmingsplan, voortvloeiend uit het LIB, moeten worden verwerkt bij eerstvolgende door de gemeente voorziene bestemmingsplanwijziging. De verplichte doorwerking binnen 1 jaar zou daarmee komen te vervallen. Conserverende bestemmingsplannen die bij inwerkingtreding van dit besluit reeds waren vastgesteld, mogen na inwerkingtreding van dit besluit opnieuw door de gemeente worden vastgesteld zonder dat hiervoor een verklaring van geen bezwaar noodzakelijk is.
Immers, deze bestemmingsplannen conserveren slechts de bestaande (gebouwde) situatie en bieden geen ruimte voor nieuwe ontwikkelingen die mogelijk de vliegveiligheid schaden. Vanaf het moment van inwerkingtreding van dit besluit hebben de regels in dit besluit een rechtstreekse werking en dienen deze als toetsingsgrond voor vergunningaanvragen gehanteerd te worden. Dit geldt tot het moment dat de betreffende bestemmingsplannen in lijn zijn gebracht met het LIB. Het LIB geldt daarmee als voorbereidingsbesluit zolang het bestemmingsplan nog niet is aangepast.
9
Kamerstukken II, 2013-2014, 33 962, nrs. 1-3
45
ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING ARTIKEL I Onderdeel A In verband met het nieuwe artikel 2.2.4 wordt aan de begripsbepalingen in artikel 1.1.1 toegevoegd dat onder een laserinstallatie wordt verstaan alle lichtbronnen waarvan de lichtintensiteit zodanig hoog is dat deze ernstige hinder veroorzaakt of kan veroorzaken voor de luchtvaart. Dit wordt het geval geacht wanneer deze meer bedraagt dan 5µW/cm2. Onderdeel B De verwijzing naar de kaarten in de bijlagen bij artikel 2.2.1 is abusievelijk niet aangepast bij de vervanging van deze kaarten en bijlagen door één kaart en één bijlage 3 bij de vorige wijziging van het LIB in verband met de wijziging van het luchthavengebied. Dit wordt in onderdeel A hersteld. De uitzonderingen van de hoogtebeperkingen in artikel 2.2.1, tweede lid, voor bestaand gebruik zijn gerelateerd aan de inwerkingtreding van het oorspronkelijke besluit, zijnde 20 februari 2003. Om onduidelijkheid na de onderhavige wijziging van het besluit te voorkomen, is deze datum in deze bepalingen opgenomen. Onderdeel C De hoogtebeperkingen gaan ook gelden voor bomen en struiken, deze worden toegevoegd aan artikel 2.2.2 in een nieuwe tweede lid.
Uit het tweede lid volgt dat indien bomen of struiken op het moment van inwerkingtreding van het onderhavige besluit hoger zijn dan de maximaal toegestane hoogte dan wel op een later moment door deze hoogte groeien, de eigenaar kan worden verplicht deze te snoeien of kappen tot ten minste die maximale hoogte indien de ILT constateert dat deze een belemmering vormen voor de veiligheid van het vliegverkeer. In het derde lid, onder a, is bepaald dat afwijking van de maximale waarde is toegestaan voor objecten waarvoor vergunning is verleend voor de datum van inwerkingtreding van het onderhavige besluit, mits binnen twee jaar na die datum een begin met de werkzaamheden is gemaakt. Daarnaast is in een nieuw onderdeel b in dit lid opgenomen dat deze objecten ook mogen worden herbouwd, verbouwd of dat vervangende nieuwbouw mag plaatsvinden, mits de hoogte en het totale volume van het oorspronkelijke object niet worden overschreden. Een nadere toelichting is opgenomen in het algemeen deel van deze nota van toelichting. Op 1 oktober 2010 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in werking getreden. Daarom is aan de bouwvergunning en de aanlegvergunning in het derde lid, onder a, de omgevingsvergunning toegevoegd. Voorts is in het zesde lid de aanlegvergunning vervangen door de omgevingsvergunning.
In het nieuwe vijfde lid is tenslotte het resultaat opgenomen van de plannenanalyse die, zoals is uiteengezet in paragraaf 6.2 van het algemeen deel van deze nota van toelichting, heeft plaatsgevonden van plannen die verschillende gemeenten in voorbereiding hebben en die worden geraakt door het LIB inclusief de onderhavige wijziging. De in bijlage 7 bij dit lid genoemde plannen behoeven niet te voldoen aan artikel 2.2.2.
46
Volledigheidshalve kan worden vermeld dat de artikelen 2.2.2 en 2.2.2a niet van toepassing zijn op het oprichten of plaatsen van objecten waarvoor geen omgevingsvergunning voor een bouw- of aanlegactiviteit op grond van de Wabo is vereist, bijvoorbeeld tijdelijke laserinstallaties en bouwkranen. Indien dergelijke objecten de maximale hoogte in het LIB overschrijden is artikel 8.12 van de Wet luchtvaart van toepassing. Daarin is bepaald dat een ontheffing van de Minister van Infrastructuur en Milieu is vereist. Deze kan worden aangevraagd bij de ILT. Onderdeel D In het nieuwe artikel 2.2.2a is een nieuw regime voor radarverstoringen opgenomen. Aan het LIB is een kaart als bijlage 4A toegevoegd, waarin de gronden zijn aangewezen waarop dit nieuwe regime van toepassing is. Op de gronden die zijn aangewezen op die kaart zijn objecten die hoger zijn dan de op de kaart aangegeven maximale waarden toegestaan mits uit een advies van de ILT blijkt dat het object geen belemmering vormt voor het functioneren van radarapparatuur met het oog op veilig luchtverkeer. Zonder een dergelijk positief advies van de ILT kan de vergunning niet worden afgegeven. Het advies van de ILT is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht en, net als de verklaring van geen bezwaar, vatbaar voor bezwaar en beroep.
Het tweede lid bepaalt dat bomen en struiken die hoger zijn dan de op de kaart aangegeven maximale waarden niet zijn toegestaan indien de ILT constateert dat deze een belemmering vormen voor het functioneren van de radarapparatuur. In het derde lid is bepaald dat artikel 2.2.2a niet van toepassing is op bestaande objecten en reeds afgegeven vergunningen, alsmede herbouw, verbouw of vervangende nieuwbouw van deze objecten. Het vierde lid bepaalt hetzelfde voor de in bijlage 8 en 8a bij dit lid genoemde plannen. Het doel en de beoogde werking van het nieuwe artikel is nader toegelicht in paragraaf 2.2 van het algemeen deel van deze nota van toelichting. Onderdeel E De uitzondering voor het niet toegestane vogelaantrekkende grondgebruik in artikel 2.2.3 is gerelateerd aan de inwerkingtreding van het oorspronkelijke besluit, zijnde 20 februari 2003. Om onduidelijkheid na de onderhavige wijziging van het besluit te voorkomen, is deze datum in deze bepalingen opgenomen. Daarnaast is in het tweede lid ook de datum van het oorspronkelijke besluit opgenomen met betrekking tot rechtmatige afwijkingen.
Onderdeel F In het besluit is een nieuw artikel 2.2.4 opgenomen waarin is bepaald dat windturbines: - die met de tiphoogte door een toetsvlak steken, - waarvan de ashoogte hoger is dan 35 meter; of - in geval van plaatsing op een gebouw een tiphoogte hebben van meer dan 5 meter, dan wel meer dan 35 meter voor het gebouw en de tiphoogte tezamen, alsmede vaste laserinstallaties die de vliegveiligheid kunnen verstoren, alleen zijn toegestaan met een verklaring van geen bezwaar. De bepaling geldt in het gebied dat is aangegeven op de kaart opgenomen in de nieuw toegevoegde bijlage 6. Het tweede lid bepaalt dat met betrekking tot radarverstoring voor windturbines eenzelfde regime geldt als voor objecten is opgenomen in artikel 2.2.2a. Ingevolge het derde lid is de bepaling niet van toepassing is op turbines en installaties die daar al aanwezig zijn op de datum van inwerkingtreding van het onderhavige besluit en in geval
47
van vervanging door een windturbine met een gelijke of lagere hoogte of een turbine die het radarbeeld gelijk of minder verstoort. Op grond van het vierde lid is een vaste laserinstallatie of windturbine bedoeld in het eerste lid eveneens toegestaan voor zover daarvoor een verklaring van geen bezwaar is verkregen. Onderdeel G Als overgangsrecht is in het besluit een nieuw artikel 3.1, eerste lid, opgenomen. Daarin is bepaald dat op aanvragen van een verklaring van geen bezwaar voor een afwijking van het oorspronkelijke LIB die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van het onderhavige besluit, het oorspronkelijk LIB van toepassing blijft. Het tweede lid bevat een evaluatiebepaling voor artikel 2.2.2a. Het is de bedoeling dat de werking van dit artikel in de praktijk na circa twee jaar wordt geëvalueerd. ARTIKEL II Onderdeel A De kaart in bijlage 2 is aangepast in verband met de in het onderhavige besluit opgenomen wijzigingen met het oog op de vliegveiligheid. Op deze wijzigingen is uitgebreid ingegaan in het algemeen deel van deze nota van toelichting. Onderdeel B Omdat de gebieden waar beperkingen ten aanzien van de maximale hoogte van objecten gelden ten dele zijn gewijzigd (zie hiervoor het algemeen deel van deze nota van toelichting) is de kaart van bijlage 4 behorend bij artikel 2.2.2, eerste lid, van het LIB vervangen.
Onderdeel C Dit artikel voegt de nieuwe bijlage 4A toe met een kaart met de vlakken waarbinnen het nieuwe radarregime van artikel 2.2.2a van toepassing is. Onderdeel D Dit artikel voegt een nieuwe bijlage 6 bij het LIB met een kaart met de toetsvlakken voor windturbines en vaste laserinstallaties. Onderdelen E tot en met G Deze artikelen voegen bij het besluit de nieuwe bijlagen 7, 8, en 8a, behorend bij de artikelen 2.2.2, vijfde lid, 2.2.2a, vierde lid, onderdeel a, respectievelijk onderdeel b, van het besluit. ARTIKEL III Het besluit treedt in werking op 1 januari 2015. 1 januari is een vast verandermoment voor algemene maatregelen van bestuur. STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU,
Wilma J. Mansveld
48