CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Akoestisch rapport Pastoor Onelplein 1 Roelofarendsveen (26-03-2026)

Gemeenteraad 8 juni 2026, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Verzwaard adviesrecht BOPA Pastoor Onelplein 1-3, Roelofarendsveen.7.437 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Akoestisch onderzoek Pastoor Onelplein 1 Roelofarendsveen Gemeente Kaag en Braassem

.

Colofon Gegevens over het project: Plannaam:

Pastoor Onelplein 1 Roelofarendsveen

Status:

Concept

Datum:

26 maart 2026

Projectnummer Buro SRO:

SR250305 (JB)

Gegevens projectbetrokkenen: Opdrachtgever:

Johlex Bouw

Gegevens Buro SRO: Bezoekadres:

’t Goylaan 11 3525 AA Utrecht

Telefoon:

030-2679198

E-mail:

utrecht@buro-sro.nl

Internet:

www.burosro.nl

pagina 2 van 32

.

Inhoudsopgave 1

2

3

4

5

Inleiding

4

1.1

Doelstelling onderzoek

4

1.2

Locatie en projectbeschrijving

4

1.3

Leeswijzer

6

Wettelijk kader

7

2.1

Omgevingswet

7

2.2

Geluidaandachtsgebieden

8

2.3

Meet- en rekenvoorschriften

9

2.4

Geluidgevoelige gebouwen

9

2.5

Standaard- en grenswaarden

9

2.6

Meerdere geluidbronsoorten: gezamenlijk en gecumuleerd

10

2.7

Binnenwaarden en geluidwering gevels

12

2.8

Gemeentelijk beleid

13

Berekeningsmethodiek

14

3.1

Gebruikt rekenmodel

14

3.2

Onderzochte (spoor)wegen

14

3.3

Wegverkeer invoer

15

3.4

Waarnemingspunten op de gevels

15

3.5

Bodemgegevens

16

Resultaten, toetsing en maatregelen

17

4.1

Berekeningsresultaten wegen

17

4.2

Berekeningsresultaten spoorwegen

18

4.3

Gecumuleerd en gezamenlijk geluid

20

4.4

Maatregelen

20

Conclusie

22

5.1

Conclusies in kader van de Omgevingswet

22

5.2

Conclusies in kader van het gemeentelijk/regionaal beleid

22

5.3

Akoestische beoordeling

25

pagina 3 van 32

.

1

Inleiding

1.1

Doelstelling onderzoek

Voor de realisatie van een plan voor het transformeren van een kerkgebouw naar een appartementengebouw en het toevoegen van nieuwbouwwoningen in Roelofarendsveen is het in het kader van de Omgevingswet noodzakelijk om inzicht te verkrijgen in de waarde van het geluid op de gevels van de beoogde woningen. Daarbij moet de waarde van het geluid door het weg- en spoorverkeer worden vastgesteld. Voorliggende rapportage geeft inzicht in de bepalende onderdelen van de Omgevingswet, de gehanteerde uitgangspunten, de rekenmethodiek, de resultaten, de conclusies en de finale afweging. De uitkomsten van dit onderzoek maken onderdeel uit van de integrale afweging met betrekking tot het verlenen van een omgevingsvergunning.

1.2

Locatie en projectbeschrijving

Het plangebied staat kadastraal bekend onder de gemeente Alkemade, sectie B, perceelnummer 3692 en heeft een oppervlakte van ca. 8.985 m2. Het plangebied ligt aan de Pastoor Onelplein 1. Op de navolgende afbeeldingen is de globale ligging en begrenzing van het plangebied weergegeven.

Globale ligging planlocatie, rood omcirkeld (bron: PDOK viewer)

pagina 4 van 32

.

Globale begrenzing planlocatie, rood omkaderd (bron: PDOK viewer)

In het kader van het beoogde plan zullen op de planlocatie 14 appartementen, zes sociale huurwoningen, een zelfstandige woning in de voormalige pastorie en drie dijkwoningen gerealiseerd worden. Daarnaast zal het perceel heringedeeld worden. Navolgende afbeelding toont een ruimtelijk beeld van de beoogde situatie op het gehele plangebied. Op de navolgende afbeeldingen is een situatietekening van de beoogde woningen te zien.

pagina 5 van 32

.

Impressie beoogde woningen (Bron: Architektenburo Marcel van Dijk)

1.3

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk wordt ingegaan op het wettelijk kader (o.a. meet- en rekenvoorschriften en beleid). Hoofdstuk 3 omvat een beschrijving van de berekeningsmethodiek waarbij het rekenmodel en de weg- en verkeersgegevens aan de orde komen. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de berekening beschreven en getoetst en worden er (indien nodig) maatregelen beschreven. Tot slot wordt in hoofdstuk 5 een algehele conclusie en akoestische beoordeling getrokken.

pagina 6 van 32

.

2

Wettelijk kader

In dit hoofdstuk is het wettelijke kader beschreven waaraan plannen moeten voldoen. Aanvullend aan de wettelijke eisen kunnen gemeenten beleidsregels opstellen die mede betrokken worden.

2.1

Omgevingswet

Binnen de Omgevingswet worden geluidgevoelige gebouwen (zoals woningen en scholen) met betrekking tot de geluidbronsoorten wegverkeerslawaai, spoorverkeerslawaai en industrielawaai beschermd. De Omgevingswet bevat via het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) een systematiek met waarden en voorwaarden waarbinnen het bevoegd gezag de aanvaardbaarheid van geluid beoordeelt. De systematiek bestaat uit standaardwaarden en grenswaarden (zie paragraaf 2.5) voor het geluid op de gevels van gebouwen met daarin geluidgevoelige functies. Per geluidbronsoort dient de berekende waarde van het geluid te worden getoetst aan de standaard- en grenswaarden. Volgens het Bkl moeten toekomstige ontwikkelingen ook worden betrokken bij het geluidonderzoek. De waarde van het geluid moet, zolang nog geen aandachtsgebied is vastgesteld (zie paragraaf 2.2), worden bepaald in het maatgevende jaar dat 10 jaar na onderzoek is vastgesteld. De waarde van het geluid kan, mede om deze reden, alleen rekenkundig worden vastgesteld. De Omgevingswet en de bijbehorende besluiten bepalen hoe om te gaan met geluid. De belangrijkste aspecten zijn:

▪

Geluidaandachtsgebieden;

▪

Meet- en rekenvoorschriften;

▪

Geluidgevoelige bebouwing;

▪

Standaard- en grenswaarden;

▪

Meerdere geluidbronnen (gezamenlijk en gecumuleerd);

▪

De binnenwaarde en geluidwering van gevels.

Daarnaast kan ook gemeentelijk beleid beschikbaar zijn. Deze aspecten worden in de volgende paragrafen kort toegelicht.

pagina 7 van 32

.

2.2

Geluidaandachtsgebieden

Geluidregels voor wegen en spoorwegen (en industrieterreinen) zijn van toepassing voor het toelaten van geluidgevoelige gebouwen in een geluidaandachtsgebied. Met het geluidaandachtsgebied wordt een koppeling gelegd tussen de geluidbron en de geluidgevoelige functies in de omgeving. Een geluidaandachtsgebied is een gebied met een (variabele) breedte langs een auto- en spoorweg (en industrieterreinen met geluidproductieplafonds als omgevingswaarden). Het is het gebied waarbinnen het geluid door die geluidbron hoger kan zijn dan de standaardwaarde. Alleen binnen het geluidaandachtsgebied moeten de waarden van geluid op geluidgevoelige gevels worden getoetst aan de geluidregels uit het Bkl. De geluidaandachtsgebieden worden vastgelegd en opgenomen in de Centrale Voorziening Geluidgegevens (hierna: CVGG) door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (hierna: RIVM). Van de rijkswegen en de hoofdspoorwegen zijn de geluidaandachtsgebieden al vastgelegd in de CVGG. Provinciale wegen waarvoor géén geluidproductieplafond (hierna: gpp) is vastgesteld, zijn nog niet in de CVGG opgenomen en vallen nog onder het regime van de Wet geluidhinder (Aanvullingswet geluid Omgevingswet, artikel 3.5, overgangsrecht wegen Wgh). Voor de lokale (spoor)wegen zijn de gegevens nog niet in de CVGG opgenomen.

Daarvoor geldt een overgangssituatie voor het geluidaandachtsgebied, totdat ze zijn vastgesteld in de CVGG (artikel 17.5 Omgevingsregeling). De breedtes van de geluidaandachtsgebieden van de lokale (spoor)wegen zijn opgenomen in onderstaande tabel. Geluidaandachtsgebied

Breedte (meter)

Weg bestaande uit 1 of 2 rijstroken, snelheid 30 km/u of minder

100

Weg bestaande uit 1 of 2 rijstroken, snelheid > 30 km/u

200

Weg bestaande uit 3 of meer rijstroken

350

Lokale spoorweg bestaande uit 1 of 2 sporen

200

Lokale spoorweg bestaande uit 3 of meer sporen

350

Tabel geluidaandachtsgebieden gerekend vanaf rand weg of buitenste spoor

Het bevoegd gezag neemt het geluidaandachtsgebied en wegen met een gpp op in de CVGG (en niet in het Omgevingsplan). Elke vijf jaar wordt de ontwikkeling van het geluid hierin opnieuw vastgesteld.

pagina 8 van 32

.

2.3

Meet- en rekenvoorschriften

Aan de hand van de bekende omgevingskenmerken en de verkeersintensiteiten kan de waarde van het geluid worden berekend. Om te bepalen wat de waarde van het geluid op de gevels van geluidgevoelige gebouwen is, dient het onderzoek opgezet te worden volgens een gedefinieerde werkwijze voor het modellering- en rekenwerk. Deze werkwijze is vastgelegd in de Omgevingswet en volgt uit de volgende bijlagen van de Omgevingsregeling:

▪

Bijlage IV E meet- en rekenmethode geluid wegen (versie 2012);

▪

Bijlage IV F meet- en rekenmethode geluid spoorwegen (versie 2012).

Het onderzoek waar in dit rapport verslag van is gedaan is opgezet op basis van deze bijlagen.

2.4

Geluidgevoelige gebouwen

Het Bkl bepaalt welke functies die in gebouwen worden toegelaten geluidgevoelig zijn. Onder geluidgevoelige gebouwen worden verstaan gebouwen met de functie:

▪

Wonen, waaronder ook verzorgingshuizen, woonwagens en woonschepen;

▪

Onderwijs;

▪

Kinderopvang, indien er bedden zijn;

▪

Gezondheidszorg, indien er bedden zijn.

Bij het toelaten van een geluidgevoelig gebouw in een geluidaandachtsgebied gelden instructieregels (paragraaf 5.1.4.2a.4, Bkl), met waarden en eisen voor de beoordeling.

2.5

Standaard- en grenswaarden

Het Bkl stelt standaardwaarden en grenswaarden vast voor geluidniveaus afkomstig van alle verschillende bronsoorten op een geluidgevoelig gebouw. De waarden die bij het vaststellen van gpp’s voor de geluidbronsoorten gelden, staan in de volgende tabel met de standaardwaarde en de grenswaarde weergegeven. Geluidbronsoort

Standaardwaarden (Lden)

Grenswaarden (Lden)

Provinciale wegen en Rijkswegen

50

60

Gemeentelijke wegen en Waterschapswegen

53

70

Hoofdspoorwegen en Lokale spoorwegen

55

65

Standaard- en grenswaarden in dB(A) van het geluid van wegen op geluidgevoelige gebouwen

Geluid onder standaardwaarde Als het geluid op een geluidgevoelig gebouw voldoet aan de standaardwaarde, is het geluid aanvaardbaar en de kans op gezondheidsschade klein. Geluid boven standaardwaarde Het bevoegd gezag mag meer geluid dan de standaardwaarde als aanvaardbaar beoordelen. Bij meer geluid dan de standaardwaarde kunnen aanvullende voorwaarden van toepassing zijn. Hier wordt verder op ingegaan in paragraaf 2.8.

pagina 9 van 32

.

Geluid boven de grenswaarde Bij overschrijding van de grenswaarden is een ruimtelijke ontwikkeling in beginsel doorgaans niet toegestaan. In vier situaties kan onder voorwaarden een waarde van het geluid hóger dan de grenswaarde toch worden toegestaan:

▪

Vervangende nieuwbouw (art. 5.78v Bkl).

▪

Functiewijziging naar geluidgevoelig gebouw (art. 5.78w Bkl).

▪

Zeehaven gebonden activiteit (art. 5.78x Bkl).

▪

Niet geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen -dove gevel- (artikel 5.55, lid 2, onder b Bkl, artikel 5.78i, lid 2 Bkl, artikel 5.78ae, lid 2, onder c Bkl, artikel 5.78ah, artikel 5.78y, lid 2 Bkl en artikel 3.18, lid 3, onder b Bkl).

2.6

Meerdere geluidbronsoorten: gezamenlijk en gecumuleerd

Bij het bepalen van (het effect van) een bepaalde waarde van het geluid op een geluidgevoelig gebouw dienen alle relevante geluidbronsoorten onderzocht te worden. Dit omvat naast alle relevante wegen en spoorwegen ook industrieterreinen met een gpp, luchtvaart, windturbines en -parken, buitenschietbanen en militaire springterreinen. Gezamenlijk geluid Het gezamenlijk geluid op de gevel is het ongewogen opgetelde geluid op geluidgevoelige gebouwen van de verschillende relevante bronsoorten zoals (spoor)wegen zónder correcties van de variatie in hinderlijkheid. Dit wordt gebruikt om het binnenniveau in een geluidgevoelig gebouw te beoordelen en om de benodigde geluidwering te bepalen. Onder de Omgevingswet is het gezamenlijk geluid van de verschillende geluidbronnen tezamen op de gevel het uitgangspunt. Om het gezamenlijk geluid te bepalen van wegverkeerslawaai worden de wegen met en zonder gpp’s bij elkaar opgeteld. Gecumuleerd geluid Bij het bepalen van het gecumuleerde geluid op de gevel wordt door de gemeente rekening gehouden met de variërende hinderlijkheid van de verschillende geluidoorten en de gevolgen voor de gezondheid van haar burgers en het milieu. De regels daartoe zijn opgenomen in paragraaf 3.1.5 van de Omgevingsregeling (art 3.38, lid 4 Bkl). Het gecumuleerde geluid wordt niet getoetst aan het normenkader.

Het bevoegd gezag gebruikt het gecumuleerde geluid om te beoordelen in welke mate het verantwoord is de afwegingsruimte boven de standaardwaarde te benutten.

pagina 10 van 32

.

Rekenformules verschillende geluidbronnen Voor het berekenen van gecumuleerde geluid wordt rekening gehouden met verschillen in hinderlijkheid van de verschillende geluidbronnen, maar dit gebeurt niet voor het gezamenlijk geluid. De verschillende geluidbronnen en de omrekenfactoren zijn weergegeven in onderstaande tabel. Geluidbron

Geluid zonder correctie hinderlijkheid Gebruikt voor gezamenlijk geluid

Geluid met correctie hinderlijkheid Gebruikt voor gecumuleerd geluid

Formule

Wegverkeer*

LVL

(Lden)

L*VL

L*VL = 1,00 x LVL + 0,00

Spoorverkeer

LRL

(Lden)

L*RL

L*RL = 0,0192 x LRL2-1,3715 x LRL + 65,05

Industrieterrein

LIL

(Lden)

L*IL

L*IL = 0,0146 x LIL2 - 0,5802 x LIL +45,024

Windturbines

LWT

(Lden)

L*WT

L*WT = 0,0388 x LWT2 - 2,063 x LWT + 67,673

Schietbanen

LSG

(Bs,dan)

L*SG

L*SG = 1,00 x LSG + 0,00

Luchtvaart**

LLL

(Lden)

L*LL

L*LL = -0,0095 x LLL2 + 2,165 x LLL - 17,489

* Bij meerdere weg-geluidbronsoorten (Rijks-, provinciale, gemeentelijke en/of waterschapswegen) het gezamenlijke geluid gebruikt om mee te cumuleren ** De berekening van het luchtvaartgeluid gecorrigeerd voor hinder is pas van kracht vanaf een bij ministerieel besluit te bepalen tijdstip.

Gezamenlijk geluid:

Gecumuleerd geluid: Het gezamenlijke en gecumuleerde geluid worden vervolgens berekend volgens: Toetsingskader meerdere geluidbronnen De toetsingswaarden zijn beschreven in paragraaf 2.5. Geluid onder de standaardwaarde wordt doorgaans aanvaardbaar gevonden. Een afweging van maatregelen is dan niet nodig (tenzij de gemeente bepaalt dat de waarde tóch lager moet zijn). Als het geluid tussen standaardwaarde en grenswaarde ligt, heeft het bevoegd gezag bestuurlijke afwegingsruimte. Dan kan worden afgestemd op lokale omstandigheden en kan er worden gekoppeld aan een evenwichtige toedeling van functies aan specifieke locaties. Geluid boven de grenswaarde is in beginsel niet toelaatbaar.

pagina 11 van 32

.

Onder de Omgevingswet moeten afwegingen over de aanvaardbaarheid worden gemaakt en vastgelegd in hetzelfde besluit als andere besluiten die moeten worden genomen om het (bouw)plan mogelijk te maken, dit is dan één omgevingsbesluit. De afwijkende waarden worden opgenomen in het besluit in de vorm van geluidregels. Onder de Omgevingswet moet er o.a. met de volgende zaken rekening gehouden worden:

▪

Een geluidluwe gevel moet worden betrokken of er moet rekening mee gehouden worden.

▪

Er moet aan het totaal van iedere geluidbronsoort getoetst worden.

▪

De toets voor de binnenwaarde is met alle geluidbronsoorten bij elkaar opgeteld (cumulatief).

▪

De niet geluidgevoelige gevels (dove gevel) moeten extra geluid geïsoleerd worden.

▪

De flexibiliteit tot afwijken boven de grenswaarde is gelimiteerd tot maximaal 5 dB.

2.7

Binnenwaarden en geluidwering gevels

Onder de Omgevingswet is het gezamenlijk geluid van de verschillende geluidbronnen op de gevel het uitgangspunt voor de bepaling van de benodigde geluidwering. In combinatie met de binnenwaarde kunnen de initiatiefnemer en het bevoegd gezag bij de bouwactiviteit de benodigde geluidwering van de gevel vaststellen, zoals bepaald in artikel 4.103 van de Bbl. Daardoor wordt geborgd dat mensen een goed woon- en leefklimaat ervaren in dat gebouw. Het Bbl stelt eisen aan de geluidwering om geluidhinder binnen een woning te voorkomen. Volgens het Bbl art. 4.102 (bescherming van geluid van buiten) en Bbl art. 4.103 (bescherming tegen weg-, spoorweg- of industriegeluid of geluid van activiteiten) heeft een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied een karakteristieke geluidwering (GA;k), bepaald volgens NEN 5077, van ten minste 20 dB. De geluidwering mag niet kleiner zijn dan het gezamenlijk geluid (zoals vastgelegd in het omgevingsplan of de omgevingsvergunning voor de BOPA) op de gevel, verminderd met 33 dB. Bij het toelaten van een geluidgevoelig gebouw waarbij de grenswaarde wordt overschreden legt het bevoegd gezag de waarde van het gezamenlijk geluid op de gevel vast in het omgevingsplan of in de omgevingsvergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Dit staat in artikel 5.78ad Bkl respectievelijk artikel 8.0b jo. artikel 5.78ad Bkl.

pagina 12 van 32

.

2.8

Gemeentelijk beleid

Indien de waarde van het geluid op een geluidgevoelig gebouw door een bepaalde geluidbronsoort hoger is dan de standaardwaarde kan een afweging worden gemaakt waarbij maatregelen en gemeentelijk beleid worden betrokken. Als de geluidwaarde op het geluidgevoelige gebouw hoger is dan de standaardwaarde maar onder de grenswaarde blijft, kan een gemeente via eigen geluidbeleid aanvullende kaders maken hoe in principe om te gaan met de waarden van het geluid. Na een bestuurlijke afweging op de volgende punten kan door een gemeente worden besloten om een omgeving(geluid)waarde tussen standaard- en grenswaarde toe te laten:

▪

Er kunnen geen maatregelen getroffen worden om aan standaardwaarde te voldoen, of daar in elk geval dichterbij te komen;

▪

Overschrijding van de standaardwaarde wordt zoveel mogelijk beperkt;

▪

Het gecumuleerd geluid en het gezamenlijk geluid zijn aanvaardbaar;

▪

De maatregelen zijn financieel doelmatig en er zijn geen bezwaren van stedenbouw, verkeerskunde, vervoerskunde, landschap, techniek. Hieruit blijkt dat de finale bestuurlijke afweging breed is, breder dan alleen het (effect van) geluid.

De gemeente dient ervoor te zorgen dat de regels in het omgevingsplan leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Gemeente Kaag en Braassem De gemeente Kaag en Braasem heeft zelf nog geen geluidregels vastgesteld voor het beoordelen van geluid onder de Omgevingswet. De omgevingsdienst West-Holland heeft met de invoering van de Omgevingswet het ‘Afwegingskader geluid (weg, rail en industrie) tussen standaardwaarde en grenswaarde (Omgevingswet)’ vastgesteld.

pagina 13 van 32

.

3

Berekeningsmethodiek

3.1

Gebruikt rekenmodel

De geluidwaarde die invloed heeft op de beoogde ontwikkeling is berekend met behulp van het rekenmodel in ‘Geomilieu v2024.2 rev 1’. Deze versie van het Geomilieu softwarepakket ondersteunt het informatiemodel 3.1.0 voor gegevensuitwisseling met de CVGG. Geomilieu rekent conform voorschriften uit de Omgevingsregeling (zie paragraaf 2.3).

3.2

Onderzochte (spoor)wegen

De geluidaandachtsgebieden die in de CVGG zijn opgenomen betreffen momenteel de rijkswegen en de hoofdsporen. Voor de wegen die relevant zijn voor dit onderzoek, maar (nog) niet zijn opgenomen in het CVGG is uitgegaan van de standaard aandachtsgebieden zoals opgenomen in paragraaf 2.2 Geluidaandachtsgebieden. Op de navolgende afbeelding is de ligging van het plangebied binnen meerdere geluidaandachtsgebieden uit het CVGG weergegeven.

▪

Het plangebied ligt binnen het geluidaandachtsgebied van de Rijksweg A4.

▪

Het plangebied ligt binnen het geluidaandachtsgebied van de hoofdspoorweg HSL-Zuid.

Ligging plangebied ten opzichte van omliggende geluidaandachtsgebieden, plangebied rood omkaderd (bron: CVGG)

▪

Het plangebied ligt buiten het geluidaandachtsgebied van provinciale wegen.

▪

Het plangebied ligt buiten het geluidaandachtsgebied van lokale spoorwegen.

▪

Het plangebied ligt binnen meerdere geluidaandachtsgebieden van gemeentelijke wegen.

pagina 14 van 32

.

Deze wegen zijn: Westeinde, Alkemadelaan, Pastoor Onelplein, De Lasso-Zuid, Amethist, Conservenweg en Toermalijn. De binnen 100 meter afstand gelegen gemeentewegen Westeinde, Pastoor Onnesplein, Conservenweg, Amethist, De Lasso-Zuid en Toermalijn hebben een zodanig laag aantal verkeersbewegingen dat ze niet zijn meegenomen in de berekening.

3.3

Wegverkeer invoer

3.3.1 Verkeerscijfers Bij het berekenen van de waarde van het geluid wordt uitgegaan van de verkeersintensiteiten op (spoor)wegen binnen de geluidaandachtsgebieden. De gegevens worden doorgerekend voor de situatie zoals die over 10 jaar (of meer) na het opstellen van dit rapport wordt verwacht. In dit onderzoek zijn de gegevens rekenkundig vastgesteld voor het jaar 2040.

3.3.2 Wegverkeer Voor de uit te voeren berekeningen van wegverkeer zijn voor het rekenmodel in Geomilieu de volgende gegevens nodig:

▪

Uur intensiteiten van de diverse categorieën van het verkeer;

▪

Verkeerssnelheden;

▪

De situering van het project ten opzichte van de omringende wegen en bebouwing;

▪

Type wegdek;

▪

De invloed van de bodem op de geluidoverdracht.

3.3.3 Rijkswegen en (hoofd)spoorwegen De gegevens voor rijkswegen en (hoofd)spoorwegen komen uit de CVGG (07-03-2026).

3.3.4 Gemeentewegen De wegverkeergegevens zijn afkomstig van de ODWH (Omgevingsdienst West-Holland) uit het Milieumodel Holland-Rijnland, prognose 2040. Omdat dit meer dan de noodzakelijke 10 jaar na dit onderzoek is, zijn deze wegen verkeersgegevens onveranderd opgenomen. De gegevens zijn in bijlage 13 weergegeven.

3.4

Waarnemingspunten op de gevels

De waarde van geluid op de gevel is afhankelijk van de plek waar de waarde wordt bepaald. In de Omgevingsregeling staan daarom instructieregels waar op de gevel het geluid moet worden bepaald (artikel 3.2 en 8.21 Omgevingsregeling). Dat moet op één of meerdere punten op de gevel waar het geluid representatief is. Dat moet zowel in horizontale als verticale richting, op twee derde van de hoogte van een bouwlaag. De waarde van het geluid op de gevel(s) van het gebouwen is bepaald op 41 punten verspreid over het gebouw. De positie van de toetspunten op de gevels is weergegeven in bijlage 10. De hoogte van de toetspunten is gekozen op twee derde van iedere verdiepingshoogte: dat is in dit plan op 2, 5, 8 en 11 meter.

pagina 15 van 32

.

3.5

Bodemgegevens

Voor de ondergrond van de wegen is gerekend met factoren. Harde bodemvlakken zijn ingevoerd met een bodemfactor 0,0. De bodemvlakken van de spoorweg is handmatig toegevoegd en ingevoerd met een bodemfactor van 1,0. De bodemvlakken van de rijksweg, afkomstig uit het CVGG, heeft een bodemfactor van 0,5 Voor de overige bodemvlakken is gerekend met een standaard bodemfactor van 0,0, wat representatief is voor harde oppervlakten. In bijlage 6 ‘Lijst met bodemgebieden’ zien de toegevoegde bodemgebieden te zien.

pagina 16 van 32

.

4

Resultaten, toetsing en maatregelen

4.1

Berekeningsresultaten wegen

4.1.1 Rijkswegen In bijlage 7 ‘Lijst met rekenresultaten rijksweg’, is de waarde van het geluid opgenomen als gevolg van het verkeer over de rijksweg A4. De waarde van het geluid bedraagt op meerdere punten meer dan de standaardwaarde 50 dB voor rijkswegen. De hoogste waarde bedraagt 59 dB op de westgevel van het appartementengebouw op een hoogte van 8 m (toetspunt 12_BC). De grenswaarde van 60 dB wordt niet overschreden.

4.1.2 Gemeentewegen Van de gemeentelijke wegen zijn in bijlage 8 ‘Lijst met rekenresultaten gemeentewegen’, de berekende waarden opgenomen. De waarde van het geluid bedraagt op meerdere punten meer dan de standaardwaarde 53 dB voor gemeentewegen. De waarde van het geluid vanaf gemeentewegen bedraagt maximaal 54 dB op de noordelijke gevel van het nieuwe appartementengebouw op een hoogte van 5 m (toetspunt 02_B). De grenswaarde van 70 dB wordt niet overschreden. Onderstaande afbeelding komt uit bijlage 10: ‘Tekening rekenresultaten wegen-totaal op de gevels plus bodemgebieden’. Hierop staat de waarde van het geluid vanaf gemeente- en rijkswegen op de gevels op de hoogten 2, 5 en 8 meter.

pagina 17 van 32

.

Waarde van het geluid vanaf gemeen- en rijkswegen (bron: Buro SRO)

4.2

Berekeningsresultaten spoorwegen

In bijlage 11 ‘Lijst met rekenresultaten spoorweg, is de waarde van het geluid opgenomen als gevolg van het spoorverkeer over de spoorweg HSL-Zuid. De waarde van het geluid bedraagt op meerdere punten meer dan de standaardwaarde 55 dB voor hoofdspoorwegen. De hoogste waarde bedraagt 58 dB op de op de west van het appartementengebouw op een hoogte van 8 m (toetspunt 12_C). De grenswaarde van 65 dB wordt niet overschreden. Onderstaande afbeelding komt uit Bijlage 12 ‘Tekening rekenresultaten spoorwegen op de gevels plus bodemgebieden’. Hierop staat de waarde van het geluid vanaf gemeente- en rijkswegen op de gevels op de hoogten 2, 5 en 8 meter.

pagina 18 van 32

.

Waarde van het geluid vanaf spoorwegen (bron: Buro SRO)

pagina 19 van 32

.

4.3

Gecumuleerd en gezamenlijk geluid

4.3.1 Gecumuleerd geluid Het bevoegd gezag moet bepalen of de waarde van het geluid op de gevels van de beoogde woning aanvaardbaar is. Ter beoordeling van de aanvaardbaarheid is het gecumuleerde geluid berekend. In het voorliggende geval moet rekening gehouden worden met het geluid van wegverkeer en spoorwegverkeer. In bijlage 14 is het gecumuleerde geluid van deze bronnen weergegeven. De hoogste waarde van het gecumuleerde geluid bedraagt 61 dB (toetspunt 12_C). Volgens de methode Miedema wordt deze waarde gekwalificeerd als ‘Matig’. Als deze waarde wordt vergeleken met de grenswaarde voor gemeentewegen (70 dB), lijkt dit aanvaardbaar.

4.3.2 Gezamenlijk geluid en geluidwering gevels De geluidwering van de gevel (20 dB als basis) moet minimaal gelijk zijn aan de gezamenlijke waarde van het geluid minus 33 dB. Voor de gevels van een nieuwe woning met een waarde van het gezamenlijk geluid van meer dan 53 dB zijn betere geluidwerende voorzieningen nodig. In Bijlage 14 is de gezamenlijke waarde van het geluid op de woning weergegeven. De hoogste waarde van het gezamenlijke geluid uit dit onderzoek bedraagt 62 dB op de westgevel van het appartementengebouw op een hoogte van 8 m (toetspunt 12_C). De benodigde karakteristieke geluidwering GA;k is daarom hoger dan 20 dB (6233= 29 dB), hetgeen niet gehaald wordt met de minimale geluidwering uit het Bbl voor nieuwbouw.

4.4

Maatregelen

Op basis van de berekeningsresultaten van het verkeer in paragraaf 4.1 en 4.2 zijn de volgende maatregelen te noemen. Maatregelen aan de bron, aanpassen wegdek/spoor De rijksweg is voorzien van 1L ZOAB. Bij het toepassen van een stiller wegdek (dunne deklaag B) zal de geluidbelasting met ca. 1-3 dB afnemen. Het wegdek zou over een lengte van bijvoorbeeld 200 meter kunnen worden vervangen. De kosten van een dunne en stille deklaag in de situatie van groot onderhoud bedragen ca. € 41,-- /m² (prijspeil 2020, bron: kostentool Stille wegdekken, Silent Roads). De kosten voor aanleg van een stil wegdek bedragen daarmee ca. € 49.200,- voor een wegbreedte van 6 meter en een weglengte van ca. 200 meter. Hierin zijn de meerkosten voor extra onderhoud (meerkosten 41% t.o.v. referentiewegdek) nog niet meegenomen. Gezien deze (hoge) kosten in verhouding tot het plan is aanpassing van het wegdek geen optie om aan deze bron het geluidniveau omlaag te brengen. Er zijn verschillende maatregelen te treffen om het geluid afkomstig van speerwegen te reduceren. De planlocatie ligt in het aandachtsgebied van de HLS. In 2013 en 2014 heeft ProRail onderzoek gedaan naar verschillende maatregelen om het spoorgeluid de reduceren. Uit de onderzoeken bleek dat het toepassen van raildempers en het aanbrengen van geluidsabsorberende platen op de bodem van de HSL effectief zijn als maatregels.

In 2020 heeft de eerste implementatie van raildempers plaatsgevonden langs de HSL in de gemeente Lansingerland. Het aanbrengen van raildempers kost volgens het onderzoek van ProRail ca. € 942,--/m. De kosten voor het aanbrengen van raildempers op twee spoorbanen met een lengte van 200 m bedraagt daarmee ca. €375.000. Gezien deze zeer hoge kosten in verhouding tot het plan is het toepassen van raildempers geen optie om aan deze bron het geluidniveau omlaag te brengen.

pagina 20 van 32

.

Maatregelen aan de bron, verlagen van de maximumsnelheid Het terugbrengen van de rijsnelheid op de rijksweg ligt niet direct voor de hand en dit aspect is verder niet in dit onderzoek behandeld. De gekozen snelheid is een taak van de beheerders van de wegen. Het terugbrengen van de snelheid van het spoorverkeer ligt ook niet voor de hand. Maatregelen aan de bron, afschermen van de weg Er staan reeds geluidsschermen tussen de rijksweg/spoorweg en het plangebied. Het verder afschermen van deze (spoor)wegen is hiermee geen optie. Afscherming van het plan/de nieuwe woning Het afschermen van het gebouw zelf is niet haalbaar, stedenbouwkundig ongewenst en verder niet in dit onderzoek behandeld.

4.4.1 Maatregelen ruimtelijk initiatief, het gebouw De benodigde karakteristieke geluidwering (uitwendige scheidingsconstructie) van de gevel (GA;k) dient minimaal 29 dB te bedragen. Dit is technisch goed haalbaar en vormt daarom een passende maatregel.

pagina 21 van 32

.

5

Conclusie

5.1

Conclusies in kader van de Omgevingswet

Uit dit onderzoek blijkt dat ter plaatse van 27 rekenpunten sprake is van een overschrijding van de standaardwaarden voor Rijkswegen (50 dB). De hoogte waarde van geluid afkomstig van rijkswegen bedraagt 59 dB (toetspunt 12_C). Ook blijkt dat er ter plaatse van 11 rekenpunten sprake is van een overschrijding van de standaardwaarden voor spoorwegen (55 dB). De hoogste waarde van het geluid van spoorwegen bedraagt 58 dB (toetspunt 12_C). De standaardwaarde voor gemeentelijke wegen (53 dB) wordt op twee toetspunten overschreden. De hoogste waarde van het geluid van gemeentewegen bedraagt 54 dB (toetspunt 02_B). De grenswaarde van de verschillende geluidbronsoorten wordt op geen enkel punt overschreden. Onder de Omgevingswet is het gezamenlijk geluid van de verschillende geluidbronsoorten (gemeentewegen, rijkswegen en (hoofd)spoorwegen) op de gevels van de nieuwe woningen het uitgangspunt. De hoogste waarde van het gezamenlijke geluid bedraagt 62 dB op de westgevel van het appartementengebouw (toetspunt 12). Volgens het Bbl moet de minimale karakteristieke geluidwering van de gevel (62 - 33) = 29 dB zijn waardoor een acceptabel woon- en leefklimaat geborgd wordt.

Bij de aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen dient door middel van een gevelwering-onderzoek aangetoond te worden dat er voldoende karakteristieke geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructies (GA,K) te realiseren is. Hiermee voldoet het plan aan de kaders van het Bkl.

5.2

Conclusies in kader van het gemeentelijk/regionaal beleid

De gemeente Kaag en Braassem heeft geen verdere kaders of geluidregels voor het beoordelen van geluid onder de Omgevingswet. Het in 2024 vastgestelde afwegingskader van de omgevingsdienst West-Holland is van toepassing. Aangezien er sprake is van overschrijdingen van de standaardwaarden en mogelijke maatregelen aan de bronnen niet doeltreffend zijn, gelden er vanuit het kader aanvullende voorwaarden. Ten tijden van het onderzoek kan er niet worden voldaan aan de aanvullende voorwaarden uit het afwegingskader. Er zijn aanpassingen nodig in het plan en het ontwerp van de beoogde woningen waarbij rekening moet worden gehouden met de aanvullende voorwaarden. Hieronder worde de voor dit project relevante voorwaarden beoordeeld: 1.

Voor de gemeenten binnen het werkgebied van de Omgevingsdienst West Holland geldt een ambitieniveau van: a.

58 dB voor een weg met een geluidproductieplafonds (rijksweg of provinciale weg)

b.

63 dB voor een weg zonder geluidproductieplafond (gemeentelijke wegen) binnen een rustige woonwijk en 68 dB bij een bedrijventerrein of gemengd gebied.

c.

pagina 22 van 32

63 dB vanwege een spoorweg.

.

De hoogste waarde van het geluid afkomstig van een rijksweg bedraagt 59 dB (toetspunten 12 en 19). De hoogste waarde van het geluid afkomstig van gemeentelijke wegen bedraagt 54 dB (toetspunten 02 en 03). De hoogste waarde van het geluid afkomstig van een spoorweg bedraagt 58 dB (toetspunt 12). Er wordt daarmee voor de rijksweg niet voldaan. Voor de overige bronsoorten wordt er wel voldaan. 2.

Het gecumuleerd geluidniveau bij een nieuw geluidgevoelig gebouw mag niet hoger zijn dan de hoogste grenswaarde voor een van de maatgevende geluidbronsoort+ 5 dB.

De hoogste gecumuleerde waarde bedraagt 61 dB. Deze waarde blijft lager dan de grenswaarde voor rijkwegen + 5 dB. 3.

Een geluidgevoelig gebouw beschikt over een geluidluwe gevel met een geluidbelasting lager dan of gelijk aan de standaardwaarde voor de maatgevende geluidbronsoort.

Voor enkele appartementen is het niet mogelijk om geluidluwe gevels te realiseren. Dit in verband met de het geluid van de rijksweg en spoorweg vanuit het westen en het noorden, en met de oriëntatie van het bestaande kerkgebouw. 4.

Bij voorkeur worden de slaapkamers aan de geluidluwe zijde gerealiseerd, in ieder geval de meeste slaapkamers bevinden zich aan de geluidluwe zijde.

Gelet op het voorgaande (geluidluwe gevels) is het niet mogelijk voor deze woningen om de slaapkamers aan een geluidluwe gevel te plaatsen. Voor de overige woningen zal het mogelijk zijn om een deel van de slaapkamers aan de geluidluwe zijde te realiseren. 5.

Buitenruimten dienen bij voorkeur aan de geluidluwe zijde gesitueerd te worden en mogen niet zijn gelegen aan de gevel met de hoogste geluidbelasting. Deze eis geldt voor maximaal één buitenruimte per woning

Net als bij de voorgaande punten is het niet voor alle woningen mogelijk om een geluidluwe buitenruimte te voorzien. Voor de woningen met een geluidluwe gevel is dit wel mogelijk. 8.

Een appartementengebouw wordt zodanig gepositioneerd, dat o

Tenminste 50% van de verblijfsruimten van de woningen aan de geluidluwe zijde liggen;

o

Tenminste één buitenruimte van de woning aan een gevel ligt waar het geluid niet meer is dan 5 dB boven de standaardwaarde van de meest maatgevende geluidbron.

De positionering van het bestaande kerkgebouw maakt het bovenstaande voor een deel van de beoogde appartementen niet mogelijk.

pagina 23 van 32

.

Conclusie Uit het bovenstaande blijkt dat het plan niet volledig aan de aanvullende voorwaarden kan voldoen. Voor deel van de appartementen aan de zuid-, west- en noordzijde van het kerkgebouw, en de twee nieuwbouwappartementen ten noorden van de kerk, is er geen sprake van een geluidluwe gevel. Ter compensatie wordt er verwezen naar paragraaf 3.2 uit de afwegingskader. Tijdens de verdere bouwkundig uitwerken van de appartementen kunnen extra maatregelen worden getroffen voor contactgeluid tussen de woningen. Daarnaast wordt er een geluidluwe gezamenlijke buitenruimte gecreëerd.

pagina 24 van 32

.

5.3

Akoestische beoordeling

Buro SRO heeft een akoestisch onderzoek verricht ten behoeve van een wijziging van het omgevingsplan voor de realisatie van meerdere appartementen en vrijstaande woningen. Uit dit onderzoek blijkt dat op de gevels van meerdere appartementen sprake is van overschrijdingen van standaardwaarden van de verschillende bronsoorten. Het bevoegd gezag kan de waarde van het geluid op de gevels boven de standaardwaarde in dit geval toestaan. Hierbij weegt zij af of het beperken van geluid door het treffen van geluidbeperkende of geluidwerende maatregelen financieel doelmatig is en er geen bezwaren zijn van stedenbouw, verkeerskunde, vervoerskunde, landschap en techniek. Het onderzoek levert vervolgens de volgende overwegingen:

▪

Dat sprake is van woningbouw in een woongebied met meerdere woningen, die een vergelijkbare waarde van het geluid hebben en waar eerder ook nieuwe woningen zijn toegevoegd;

▪

De waarde van het gecumuleerde geluid vanwege wegverkeer en spoorverkeer bedraagt maximaal 61 dB. Als deze waarde wordt vergeleken met de grenswaarde voor enkel gemeentewegen (70 dB), is te concluderen dat dit een aanvaardbaar niveau is.

▪

Er vindt geen overschrijding plaats op de oostgevels van de vrijstaande woningen en enkele appartement en daardoor is een geluidluwe gevel en buitenruimte aan de oostzijde van deze woningen aanwezig;

▪

De Grenswaarde van de verschillende geluidbronsoorten wordt nergens overschreden;

▪

Bronmaatregelen en overdrachtsmaatregelen zijn niet doeltreffend en landschappelijk haalbaar;

▪

Dat door het treffen van geluidwerende maatregelen een goed binnenniveau gerealiseerd kan worden.

▪

Het is technisch goed haalbaar om de benodigde karakteristieke geluidwering (uitwendige scheidingsconstructie) te realiseren.

Met inachtneming van bovenstaande overwegingen en maatregelen is er vanuit akoestisch oogpunt sprake van een evenwichtige toeleiding van functies aan locaties. Bij de ruimtelijke afweging wordt bepaald of er in relatie tot andere onderzoeksaspecten ook sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

pagina 25 van 32

.

Bijlagen

pagina 26 van 32

.

Bijlage 13. ‘weg- en verkeersgegevens gemeentewegen’ Verkeersgegevens van: Alkemadelaan (rekenjaar 2040) Wegvlakken Omschrijving

Alkemadelaan

Etmaalintensiteit jaar 2040 Daguurintensiteit [%] Avonduurintensiteit [%] Nachtuurintensiteit [%] Perc. lichte mvt dag/avond/nacht [%] Perc. m.zware mvt dag/avond/nacht [%] Perc. zware mvt dag/avond/nacht [%] Rijsnelheid [km/uur] Type wegdek

7422,00

Verkeerregelinstallatie binnen 150 m Obstakel binnen 100 m

Nee

pagina 27 van 32

6,68 3,15 0,90 93,49/96,11/91,01 5,25/3,18/6,80 1,26/0,71/2,19 50 Referentie

Nee

.

Bijlage 14. berekening gecumuleerd en gezamenlijk geluid

Spoor Naam

Omschrijving

x

y

01_A

Rekenpunt

01_B

Rekenpunt

02_A

Rekenpunt

02_B

Rekenpunt

03_A

Rekenpunt

03_B

Rekenpunt

04_A

Rekenpunt

04_B

Rekenpunt

05_A

Rekenpunt

05_B

Rekenpunt

06_A

Rekenpunt

06_B

Rekenpunt

07_A

Rekenpunt

07_B

Rekenpunt

08_A

Rekenpunt

08_B

Rekenpunt

09_A

Rekenpunt

09_B

Rekenpunt

10_A

Rekenpunt

10_B

Rekenpunt

11_A

Rekenpunt

11_B

Rekenpunt

12_B

Rekenpunt

12_C

Rekenpunt

13_A

Rekenpunt

13_B

Rekenpunt

102861,1 4 102861,1 4 102865,5 1 102865,5 1 102876,4 6 102876,4 6 102882,5 2 102882,5 2 102877,8 6 102877,8 6 102867,3 3 102867,3 3 102863,7 4 102863,7 4 102863,0 8 102863,0 8 102865,8 4 102865,8 4 102869,4 4 102869,4 4 102870,0 7 102870,0 7 102864,5 6 102864,5 6 102872,8 5 102872,8 5

46859 1 46859 1 46859 6 46859 6 46859 7 46859 7 46859 4 46859 4 46859 0 46859 0 46858 8 46858 8 46857 3 46857 3 46857 8 46857 8 46858 0 46858 0 46857 9 46857 9 46857 5 46857 5 46856 8 46856 8 46857 3 46857 3

pagina 28 van 32

2

54,1

57,1

47,0

57,5

Gezamenlij k Gezamenlij k Lden 58,9

5

56,8

58,9

49,1

59,3

61,0

2

52,5

55

46,0

55,5

56,9

5

55,6

57,5

48,1

58,0

59,7

2

53,0

55,1

46,3

55,6

57,2

5

55,4

57,3

48,0

57,8

59,5

2

38,0

45,9

40,7

47,0

46,6

5

32,3

48,3

40,8

49,0

48,4

2

49,8

54

44,4

54,4

55,4

5

51,1

54,9

45,1

55,3

56,4

2

49,8

54,4

44,4

54,8

55,7

5

51,4

55,2

45,3

55,6

56,7

2

54,6

58

47,4

58,4

59,6

5

56,8

59,2

49,1

59,6

61,2

2

54,6

57,8

47,4

58,2

59,5

5

56,8

59,1

49,1

59,5

61,1

2

51,1

53,9

45,1

54,4

55,7

5

54,5

56,2

47,3

56,7

58,4

2

34,3

43,1

40,6

45,0

43,6

5

30,4

44,6

41,1

46,2

44,8

2

34,4

43,7

40,6

45,4

44,2

5

30,8

45,4

41,0

46,8

45,5

5

57,1

59,8

49,3

60,2

61,7

8

57,7

60,2

49,8

60,6

62,1

2

37,8

46,4

40,6

47,4

47,0

5

45,0

51,8

42,2

52,3

52,6

hoogte

LRL

Wegverke er Lvl=L*VL

Spoor L*RL

Cumulati ef Lcum

.

13_C

Rekenpunt

14_A

Rekenpunt

14_B

Rekenpunt

14_C

Rekenpunt

15_A

Rekenpunt

15_B

Rekenpunt

15_C

Rekenpunt

16_A

Rekenpunt

16_B

Rekenpunt

16_C

Rekenpunt

17_A

Rekenpunt

17_B

Rekenpunt

17_C

Rekenpunt

18_A

Rekenpunt

18_B

Rekenpunt

18_C

Rekenpunt

19_A

Rekenpunt

19_B

Rekenpunt

19_C

Rekenpunt

20_A

Rekenpunt

21_A

Rekenpunt

22_A

Rekenpunt

23_A

Rekenpunt

24_A

Rekenpunt

25_A

Rekenpunt

26_A

Rekenpunt

102875,2 9 102896,9

26_B

Rekenpunt

102896,9

26_C

Rekenpunt

102896,9

27_A

Rekenpunt

102902,4 3

pagina 29 van 32

102872,8 5 102889,4 6 102889,4 6 102889,4 6 102898,4 8 102898,4 8 102898,4 8 102900,2 3 102900,2 3 102900,2 3 102895,7 1 102895,7 1 102895,7 1 102875,8 5 102875,8 5 102875,8 5 102866,2 5 102866,2 5 102866,2 5 102865,4 6 102872,9 7 102890,2 4 102899,3 9 102894,4

46857 3 46857 5 46857 5 46857 5 46857 3 46857 3 46857 3 46856 1 46856 1 46856 1 46855 6 46855 6 46855 6 46855 3 46855 3 46855 3 46855 6 46855 6 46855 6 46856 1 46856 8 46857 0 46856 7 46856 1 46855 8 46854 7 46854 7 46854 7 46854 3

8

55,8

57,2

48,3

57,7

59,6

2

47,3

50,8

43,1

51,5

52,4

5

50,5

54

44,8

54,5

55,6

8

55,5

56,9

48,1

57,4

59,3

2

38,3

46,2

40,7

47,3

46,9

5

34,1

45,9

40,6

47,0

46,2

8

28,1

47,3

41,7

48,4

47,4

2

40,6

46,7

41,0

47,7

47,7

5

34,8

45

40,6

46,3

45,4

8

28,5

46

41,6

47,3

46,1

2

36,6

42,8

40,6

44,8

43,7

5

34,1

42

40,6

44,4

42,7

8

44,5

50,5

42,0

51,1

51,5

2

51,4

54,9

45,3

55,3

56,5

5

51,4

55,1

45,3

55,5

56,6

8

48,6

53,3

43,7

53,8

54,6

2

54,2

58,5

47,1

58,8

59,9

5

55,5

59

48,1

59,3

60,6

8

55,7

59,4

48,2

59,7

60,9

11

56,7

58,7

49,0

59,1

60,8

11

56,0

57,8

48,5

58,3

60,0

11

55,8

57,5

48,3

58,0

59,7

11

23,5

47,6

43,4

49,0

47,6

11

47,5

52,7

43,2

53,2

53,8

11

47,8

52,8

43,4

53,3

54,0

2

40,1

45,8

40,9

47,0

46,8

5

35,8

45,1

40,6

46,4

45,6

8

45,5

52

42,4

52,5

52,9

2

42,2

46,7

41,4

47,8

48,0

.

27_B

Rekenpunt

27_C

Rekenpunt

28_A

Rekenpunt

102902,4 3 102902,4 3 102897,6

28_B

Rekenpunt

102897,6

28_C

Rekenpunt

102897,6

29_A

Rekenpunt

102891,4

29_B

Rekenpunt

102891,4

29_C

Rekenpunt

102891,4

30_A

Rekenpunt

30_B

Rekenpunt

30_C

Rekenpunt

31_A

Rekenpunt

31_B

Rekenpunt

31_C

Rekenpunt

32_A

Rekenpunt

32_B

Rekenpunt

32_C

Rekenpunt

33_A

Rekenpunt

33_B

Rekenpunt

33_C

Rekenpunt

34_A

Rekenpunt

102900,8 3 102900,8 3 102900,8 3 102896,3 8 102896,3 8 102896,3 8 102898,5 1 102898,5 1 102898,5 1 102903,0 3 102903,0 3 102903,0 3 102916

34_B

Rekenpunt

102916

34_C

Rekenpunt

102916

35_A

Rekenpunt

35_B

Rekenpunt

35_C

Rekenpunt

36_A

Rekenpunt

36_B

Rekenpunt

36_C

Rekenpunt

102911,5 6 102911,5 6 102911,5 6 102913,7 6 102913,7 6 102913,7 6

pagina 30 van 32

46854 3 46854 3 46853 7 46853 7 46853 7 46854 1 46854 1 46854 1 46850 6 46850 6 46850 6 46851 1 46851 1 46851 1 46851 7 46851 7 46851 7 46851 2 46851 2 46851 2 46850 9 46850 9 46850 9 46851 4 46851 4 46851 4 46852 0 46852 0 46852 0

5

35,3

44,2

40,6

45,8

44,7

8

29,1

44,5

41,4

46,2

44,6

2

49,5

52,6

44,2

53,2

54,3

5

49,3

52,9

44,1

53,4

54,5

8

48,0

52,2

43,5

52,7

53,6

2

53,1

55,8

46,4

56,3

57,7

5

53,2

56,3

46,4

56,7

58,0

8

53,2

56,5

46,4

56,9

58,2

2

50,6

52,4

44,8

53,1

54,6

5

50,1

52,1

44,5

52,8

54,2

8

47,7

50,5

43,3

51,3

52,3

2

54,0

55,7

47,0

56,2

57,9

5

54,9

56,9

47,6

57,4

59,0

8

54,9

56,7

47,6

57,2

58,9

2

51,8

53,7

45,5

54,3

55,9

5

52,8

54,8

46,2

55,4

56,9

8

53,5

55,2

46,6

55,8

57,4

2

46,6

49,4

42,8

50,3

51,2

5

47,0

50,7

43,0

51,4

52,2

8

47,4

51,3

43,2

51,9

52,8

2

50,3

52,7

44,6

53,3

54,7

5

49,7

52,7

44,3

53,3

54,5

8

47,6

51,2

43,3

51,8

52,8

2

51,0

50,7

45,0

51,7

53,9

5

51,3

51,3

45,2

52,3

54,3

8

51,0

52,9

45,0

53,6

55,1

2

51,6

53,5

45,4

54,1

55,7

5

52,3

54,5

45,8

55,1

56,5

8

52,9

55

46,2

55,5

57,1

.

37_A

Rekenpunt

37_B

Rekenpunt

37_C

Rekenpunt

38_A

Rekenpunt

102918,2 2 102918,2 2 102918,2 2 102931,4

38_B

Rekenpunt

102931,4

38_C

Rekenpunt

102931,4

39_A

Rekenpunt

39_B

Rekenpunt

39_C

Rekenpunt

40_A

Rekenpunt

40_B

Rekenpunt

40_C

Rekenpunt

41_A

Rekenpunt

41_B

Rekenpunt

41_C

Rekenpunt

102927,1 5 102927,1 5 102927,1 5 102929,6 9 102929,6 9 102929,6 9 102933,7 1 102933,7 1 102933,7 1

pagina 31 van 32

46851 5 46851 5 46851 5 46851 2 46851 2 46851 2 46851 6 46851 6 46851 6 46852 3 46852 3 46852 3 46851 8 46851 8 46851 8

2

45,7

49,1

42,5

50,0

50,7

5

45,9

50,2

42,5

50,9

51,6

8

46,2

50,6

42,7

51,2

51,9

2

49,9

52,6

44,4

53,2

54,5

5

49,1

52,4

44,0

53,0

54,1

8

47,4

50,8

43,2

51,5

52,4

2

50,0

50,5

44,5

51,5

53,3

5

50,1

51

44,5

51,9

53,6

8

50,4

52,6

44,7

53,3

54,6

2

51,2

53,2

45,2

53,8

55,3

5

51,6

53,9

45,4

54,5

55,9

8

52,5

54,5

46,0

55,1

56,6

2

44,0

48,4

41,9

49,3

49,7

5

39,7

45,6

40,9

46,9

46,6

8

30,5

42,6

41,1

44,9

42,9

.

pagina 32 van 32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=a5c8eae2-f4fe-4f60-83bd-5b33b36f4f34