Bijlage 15. Aanvullend onderzoek sperwer, buizerd en platte schijfhoren
Tekst van het document
Aanvullend onderzoek ecologie Grietpolder te Leimuiden Aanvullend onderzoek naar buizerd, sperwer en platte schijfhoren in het kader van de Omgevingswet
Colofon Status:
Definitief
Project:
2024-0590
Datum:
15 juli 2024
Samensteller:
drs. C.J. van Soolingen
Collegiale toets:
ing. D.F. Knoops
Opdrachtgever:
Buro SRO B.V.
Contactpersoon:
F. Zandstra
Disclaimer Blom Ecologie B.V. is niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit toepassing van de resultaten van werkzaamheden en/of gegevens verkregen van Blom Ecologie B.V. Niets uit deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Blom Ecologie B.V. worden gebruikt door derden. Onder gebruik worden alle vormen van kopie, openbaarmaking en elke andere toepassing begrepen. Deze rapportage mag alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor het is samengesteld.
Inhoud 1 Inleiding
4
1.1
Aanleiding
4
1.2
Doel
5
1.3
Beschrijving plangebied
5
1.4
Voorgenomen werkzaamheden
6
1.5
Mogelijk aanwezige soorten
6
1.6
Kader Omgevingswet
7
2 Methode onderzoek
8
2.1
Theoretisch kader
8
2.2
Praktische uitvoering
8
2.3
Veldbezoeken
11
2.4
Specifieke omstandigheden
11
3 Resultaten
12
3.1
Platte schijfhoren
12
3.2
Buizerd en sperwer
12
3.3
Overige vogelsoorten
12
3.4
Soorten Specifieke zorgplicht
13
4 Conclusie
14
4.1
Platte schijfhoren
14
4.2
Buizerd en sperwer
14
4.3
Overige vogels
14
4.4
Soorten Specifieke zorgplicht
14
4.5
Samenvatting
15
4.6
Vervolgstappen
15
1 Inleiding 1.1
Aanleiding Aan de Kerklaan en de Polderlaan te Leimuiden zijn 3 percelen gelegen met verschillende gebouwen, volkstuinverengingen, een scoutingvereniging, een ijsvereniging en weilanden. De initiatiefnemer is voornemens de bestaande bebouwing te slopen, de aanwezige structuren te verwijderen, de bomen te kappen, de dijksloot te verleggen en kavelsloten te dempen. Gevolgd door de relocatie van de volkstuinen, de scoutingvereniging en de ijsvereniging ten behoeve van de realisatie van nieuwe woningen.
Figuur 1.1
De planlocatie (rood omkaderd) is gelegen aan de Kerklaan en de Polderlaan te Leimuiden.
Gezien de beoogde ingreep mogelijk leidt tot de aantasting van natuurwaarden beschermd onder de Omgevingswet (Ow) is een quickscan Natuur uitgevoerd naar de potentie van het plangebied en mogelijke negatieve effecten ten gevolge van de beoogde werkzaamheden (Gielen, 2024). Op basis van de quickscan Natuur kon de aanwezigheid van nestlocaties, verblijfplaatsen of essentieel leefgebied van buizerd, sperwer en platte schijfhoren niet uitgesloten worden (zie tabel 1.1). Om vast te stellen of het plangebied daadwerkelijk een functie heeft voor vorengenoemde soorten dient aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden. Buro SRO B.V. heeft Blom Ecologie verzocht dit aanvullend onderzoek uit te voeren. In voorliggende rapportage worden de bevindingen beschreven.
4
1.2
Doel In dit aanvullende ecologische onderzoek worden de volgende onderzoeksvragen beantwoord: • Zijn buizerd, sperwer en/of platte schijfhoren aanwezig in het onderzoeksgebied? • Op welke wijze maken vorengenoemde soorten gebruik van het onderzoeksgebied? Zijn in het onderzoeksgebied jaarrond beschermde nestlocaties, verblijfplaatsen of essentiële onderdelen van het leefgebied aanwezig? • Resulteert de voorgenomen ingreep in het beschadigen of wegnemen van jaarrond beschermde nestlocaties, verblijfplaatsen of essentiële onderdelen van het leefgebied? Is een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit noodzakelijk voor de voorgenomen ingreep uitgevoerd kan worden?
1.3
Beschrijving plangebied De planlocatie betreft drie afzonderlijke percelen met diverse bebouwing en groene delen. Perceel 1 bestaat uit een scoutingvereniging, een volkstuinverenging en een schaatsvereniging en is gelegen aan de Kerklaan. Perceel 2 betreft een weiland van circa 3 hectare gelegen aan de Kerklaan. Perceel 3 betreft een volkstuinvereniging gelegen de bebouwing van Leimuiden aan de Polderlaan. Op perceel 1 en 3 zijn bomen en struiken aanwezig, waar zich mogelijk nestlocaties van buizerd en sperwer kunnen bevinden (figuur 1.1). Een uitgebreide beschrijving van de planlocatie en de directe omgeving hiervan is te vinden in de quickscan Natuur (Gielen, 2024).
Figuur 1.2
De scoutingvereniging op perceel 1 aan de Kerklaan te Leimuiden. Er zijn enkele clubgebouwen gesitueerd die zijn opgebouwd uit vrachtcontainers en sandwichpanelen. Rondom het scoutingterrein zijn bomen gesitueerd. De bebouwing wordt gesloopt en de bomen worden gekapt in de beoogde ontwikkeling.
5
1.4
Voorgenomen werkzaamheden De beoogde ruimtelijke ingreep betreft het verwijderen van de volledige inrichting van perceel 1 en 3, de kap van de bomen op perceel 1 en het dempen van kavelsloten op perceel 1 en 2. Daarbij verlegging en verbreding van de dijksloot en de her locatie van de verschillende onderdelen van perceel 1 en 3 naar perceel 2. Ten behoeve van de realisatie van nieuwbouwwoningen op perceel 1 en 3. Onderstaand volgt een korte opsomming van de ingrepen en effecten: • • • • • • •
1.5
slopen van bebouwing: algemene sloopwerkzaamheden en afvoer sloopmateriaal; kappen van bomen: kapwerkzaamheden en afvoer hout; dempen van sloten: graaf- en dempwerkzaamheden; verwijderen terreininrichting, waaronder gedeelte van het groen: graafwerkzaamheden, transport (afvoer) van materiaal en groen; egaliseren terrein: graafwerkzaamheden en grondtransport; realisatie nieuwbouw: algemene bouwwerkzaamheden; revitalisatie terrein en aanleg verharding: allerhande (straat- en hoveniers) werkzaamheden.
Mogelijk aanwezige soorten Uit de quickscan Natuur (Gielen, 2024) is gebleken dat binnen de planlocatie mogelijk jaarrond beschermde nestlocaties, verblijfplaatsen en/of essentieel leefgebied aanwezig zijn (tabel 1.1). Tabel 1.1
Overzicht van de potentie van de planlocatie voor beschermde soorten (Gielen, 2024).
Soortgroep
Bescherming
Mogelijke functie
Vervolgstap (H4.3)
Planten Grondgebonden zoogdieren Vleermuizen Amfibieën Reptielen Vissen Insecten en andere ongewervelden Platte schijfhorren Vogels (cat. 1 t/m 4) Sperwer Buizerd Vogels (Algemeen en cat. 5)
HR
Leefgebied
E-DNA
VR VR
Nestlocatie/foerageergebied Nestlocatie
Sperweronderzoek Buizerdonderzoek
6
1.6
Kader Omgevingswet De soortenbescherming van het onderdeel Natuur binnen de Omgevingswet valt op grond van internationale verdragen en nationaal beschermde soorten uiteen in drie verschillende beschermingsregimes. Deze beschermingsregimes betreffen de Vogelrichtlijn (Bal art. 11.37), Habitatrichtlijn (Bal art. 11.46) en de nationaal beschermde soorten (Bal art. 11.54). De bescherming van buizerd en sperwer valt onder de Vogelrichtlijn. Binnen de Vogelrichtlijn wordt onderscheid gemaakt tussen soorten waarvan het leefgebied en de nestplaats jaarrond beschermd zijn en overige broedvogels waarvan de nestplaats en het leefgebied enkel beschermd zijn tijdens de broedperiode. Platte schijfhoren valt onder de bescherming van de Habitatrichtlijn. Naar aanleiding van de beoogde werkzaamheden kan overtreding van de volgende verbodsbepalingen optreden: Ow, art. 5.1 Lid g: Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten te verrichten: een floraen fauna-activiteit, voor zover het gaat om een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen geval. In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) wordt aangewezen welke schadelijke handelingen hiermee wordt bedoeld. Bal, art.
11.37 (Vogelrichtlijnsoorten) Lid b: Het opzettelijk vernielen of opzettelijk beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn, of het opzettelijk wegnemen van nesten van die vogels; Lid d: Het opzettelijk storen van vogels in artikel 1 van de vogelrichtlijn. Bal, art. 11.46 (Habitatrichtlijnsoorten) Lid b: Het opzettelijk verstoren van dieren als genoemd in bijlage IV, onder a, bij de habitatrichtlijn, bijlage II bij het verdrag van Bern of bijlage I bij het verdrag van Bonn; Lid d: Het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als genoemd in bijlage IV, onder a, bij de habitatrichtlijn, bijlage II bij het verdrag van Bern of bijlage I bij het verdrag van Bonn.
7
2 Methode onderzoek 2.1
Theoretisch kader Ten behoeve van ecologische onderzoek naar een aantal beschermde soorten in Nederland zijn door experts richtlijnen opgesteld. Deze richtlijnen zijn in zekere mate juridische kaders gaan vormen bij de toetsing van onderzoeken op juistheid en volledigheid. Voor de buizerd zijn deze richtlijnen vastgelegd in een Kennisdocument (BIJ12, 2017), hierin wordt er verwezen naar de Soortinventarisatieprotocollen (NGB, 2017). De Handleiding veldonderzoek roofvogels door dhr. R.G. Bijlsma (1998) is als richtlijn gebruikt voor de sperwer. Voor platte schijfhoren is het Soorteninventarisatieprotocol (NGB, 2017) gekozen als leidraad. De richtlijnen worden door de opstellers geëvalueerd en indien noodzakelijk aangepast. De uitgangspunten zoals deze zijn geformuleerd in de richtlijnen vormen de basis voor het soortspecifieke onderzoek wat wordt uitgevoerd door Blom Ecologie. In tabel 2.1 wordt voor de desbetreffende beschermde gebouwbewonende soorten beknopt weergeven wat de onderzoeksperioden en methode zijn. Voor de veldbezoeken wordt een minimale tussenliggende periode aangehouden voor een goede spreiding over de onderzoeksperiode, conform de relevante Kennisdocumenten en het meest actuele Vleermuisprotocol. Tabel 2.1
Samenvatting van de uitgangspunten ten behoeve van het aanvullend ecologisch onderzoek zoals geformuleerd in de relevante Kennisdocumenten, handleiding en/of NGB soorteninventarisatieprotocollen.
Soort
Type
Periode
Omschrijving
Buizerd
Nest
Maart t/m 15 mei
4 veldbezoeken na zonsopkomst, met een tussenperiode van minimaal 10 dagen.
Sperwer
Nest
1 feb. t/m 15 okt.
3 veldbezoeken in de periode 1 mei – 31 juli (15 augustus).
Cat. 5 vogels Algemene broedvogels Platte schijfhoren
Nest
De nesten van cat. 5 soorten en andere algemene broedvogels worden meegenomen gedurende de overige veldbezoeken.
(Voortplantings) Biotoop
Inventariseren middels e-DNA (NGB)
2.2 Praktische uitvoering Buizerd Inventariseren van broedende buizerds kan op basis van hun geluid, aangevuld met zichtwaarnemingen (aanwezigheid volwassen exemplaren of paartjes in geschikt gebied), territorium indicerend gedrag (balts e.d.) en nest indicerend gedrag of nestvondsten: •
•
Inventariseren exemplaren: de aanwezigheid van een nest of van een rustplaats van een buizerd kan worden aangetoond door het uitvoeren van twee tot vier gerichte veldbezoeken. Deze moeten overdag na zonsopkomst plaatsvinden in de periode maart tot en met half mei, met een tussenperiode van minimaal 10 dagen. Nesten waarnemen: veel nesten kunnen gevonden worden door voor half april (voor de bladgroei) geschikte bossen en beplanting uit te kammen. Oude nesten worden opgehoogd en nieuwe nesten zijn in die tijd voltooid. Bewoonde nesten zijn herkenbaar aan verse takken (oplichtend breukvlak) en alarmerende ouders. Ook kan hiermee het netwerk aan nesten van een paartje buizerd in beeld worden gebracht. Afwezigheid van broedende buizerds kan worden aangetoond, als er tijdens vier gerichte veldbezoeken in de periode maart tot half mei geen aanwezigheid kan worden aangetoond. 8
De inventarisatie moet bij voorkeur tijdens goede omstandigheden (zoals weersomstandigheden, moment op de dag) plaatsvinden en met een tussenperiode van minimaal 10 dagen. Tevens moet bij voorkeur in de periode dat er nog geen blad aan de boom zit, minimaal eenmaal gericht naar nestlocaties zijn gezocht. Voor de buizerd gelden geen minimale inspanningen qua duur van het veldbezoek, de inschatting is dat 1- 2 uur voldoende is. Sperwer De nadruk van een onderzoek naar sperwer ligt op het zoeken van (clusters van) nesten en nestindicerend gedrag. De soort bouwt jaarlijks een nieuw nest, vaak in de directe omgeving van oudere nesten, zodat clusters van nesten een duidelijke aanwijzing zijn. Nesten aanzienlijk kleiner dan bij havik en buizerd en soms lastig van fors houtduivennest te onderscheiden. Verse nesten met doorschijnende rand. Bezette nesten in donker bos lastig te ontdekken; hierbij dient vooral naar de grond te worden gekeken en te worden gelet op de aanwezigheid van witte poepstrepen, concentraties plukresten van zangvogels, en geruide veren (nest dan doorgaans binnen 30 m). Grote nestjongen vanaf de grond vaak zichtbaar, blijven enkele weken na uitvliegen in omgeving van het nest en vliegen bedelend door nestbos.
Territorium- en nestindicerende waarnemingen zijn: • Roep: kekkerende roep (hoger, zachter en sneller dan Havik) op de broedplaats (pas op voor imiterende gaai, kan geluid perfect nadoen maar let op bijgeluiden). Herhaald kort 'kjiew,' eveneens territoriumindicerend. • Baltsende paren bij mooi weer in tweede helft maart en april; stuitervlucht (maar vlakker dan havik) of rustige vlucht met vertraagde vleugelslag boven territorium met uitstaande witte onderstaart ('vlaggen'); kan zowel laag als zeer hoog plaatsvinden (hoge vogels moeilijk aan bepaalde plek toe te wijzen) • Prooiaanvoer; aanvankelijk door mannetje, als de jongen groter worden ook door vrouwtje. Rechtlijnige vlucht naar nest (dat echter op grote afstand van de waarnemingsplaats kan liggen). • Concentraties ruiveren, prooiresten (vooral kleine tot middelgrote vogels, mezen, mussen, vinken, Spreeuwen, lijsters) in omgeving van nest • Alarm; vaak fel reagerend bij nest op mensen, kraaien en andere roofvogels (kekkerend rondvliegen). Broedend wijfje kan echter doodstil op nest blijven zitten als ze zich veilig voelt. Platte schijfhoren Bij aanvullend onderzoek naar platte schijfhoren zijn meerdere criteria van belang, namelijk (i) het juiste biotoop dient aanwezig te zijn en (ii) om de soort waar te nemen is het bemonsteren van vegetatie belangrijk.
Daarbij kan alleen onderzoek gedaan worden naar de platte schijfhoren in de maand mei t/m juli. Na juli worden veel sloten opgeschoond (Boesveld e.a., 2009). Om de aan- of afwezigheid van de platte schijfhoren vast te stellen is soort-specifieke eDNA analyse uitgevoerd. Enviromental DNA (eDNA) Alle dieren laten middels urine, uitwerpselen, huidcellen, haar of geslachtscellen hun DNA achter in de omgeving waarin ze leven. Dit DNA kan worden geëxtraheerd uit milieumonsters zoals bodem, water, uitwerpselen, etc. Op basis van deze DNA-sporen kunnen soorten worden gedetecteerd. De environmental DNA-methode (afkorting: eDNA methode) is een methode gebaseerd op het achterhalen van stukken DNA via feces, urine en huidcellen. Door het unieke oplossende vermogen van water worden deze stukjes DNA verspreid over een groot oppervlak. Door watermonsters te verzamelen en te analyseren op de aanwezigheid van DNA kan het voorkomen van een doelsoort worden aangetoond. Op 12 juni 2024 is het veldbezoek betreffende het verzamelen van mogelijk eDNA uitgevoerd. Hierbij zijn op 10 punten samples genomen, waarbij op elke 1,5 - 2 meter een subsample werd genomen (figuur 2.1). De samples zijn in duplo genomen van de sloten en watergangen met de hoogste potentie voor de soorten. De samples zijn gecodeerd en opgestuurd naar een gespecialiseerd servicelab voor e-DNA en zijn door hen geanalyseerd.
9
Figuur 2.1 Overzicht van de 10 transecten in het onderzoeksgebied waar eDNA-monsters zijn genomen.
Figuur 2.2 Foto van het transect langs de zuidgrens van de planlocatie.
10
2.3 Veldbezoeken Het onderzoeksgebied is geïnventariseerd door ter zake deskundig ecologen van Blom Ecologie of externe ter zake deskundig ecologen onder verantwoordelijkheid van Blom Ecologie. De relevante omstandigheden ten tijde van de veldbezoeken zijn opgenomen in onderstaande tabel (tabel 2.2). Tabel 2.2
Uitgevoerde veldbezoeken gedurende het aanvullend onderzoek.
Veldbezoek
Functie
Buizerd + sperwer
Nest + leefgebied
Buizerd + sperwer
Aantal
Datum
Zon
Tijd
Weersomstandigheden
1
23-04-2024
06.27
09.30-11.30
4/8, droog, 1 Bft, 7˚C
Nest + leefgebied
1
08-05-2024
05.58
09.00-11.00
8/8, droog, 2 Bft, 14˚C
Buizerd + sperwer
Nest
1
22-05-2024
05.37
09.00-11.00
8/8, droog, 3 Bft, 16˚C
Buizerd + sperwer
Nest
1
03-06-2024
05.25
09.00-11.00
6/8, droog, 1 Bft, 15˚C
Platte schijfhoren
Leefgebied
1
12-06-2024
22.03
13.00-15.00
8/8, droog, 3 Bft, 13˚C
pers.
2.4 Specifieke omstandigheden Tijdens de uitvoering van het onderzoek kan er sprake zijn van dusdanig omstandigheden dat er mogelijk een vertekend beeld optreedt van de verzamelde resultaten. Hiermee wordt niet bedoeld het gemotiveerd afwijken van uitgangspunten zoals geformuleerd in de Kennisdocumenten. Tijdens het onderzoek was er, voor zover de onderzoekers hebben kunnen nagaan, geen sprake van omstandigheden die mogelijk effect sorteren op de onderzoeksresultaten.
11
3 Resultaten 3.1
Platte schijfhoren Tijdens de onderzoek rondes zijn in totaal op tien transecten verschillende monsters genomen ten behoeve van eDNA-onderzoek. Dit veldbezoek heeft plaatsgevonden op 12 juni 2024. Hierbij zijn geen slakken uit de schijfhorenfamilie waargenomen, waardoor nadere determinaties niet waren benodigd. In geen van de monsters is platte schijfhoren aangetroffen. De aanwezigheid van platte schijfhoren op de planlocatie kan worden uitgesloten. Tabel 3.1
PCR resultaten analyse monsters.
Monstercode
Resultaat platte schijfhoren
Procedure blanco
Consevering controle
Inhibitie controle
PCR negatieve controle
PCR positive controle
E4416
0/8
OK
OK
OK
OK
OK
E4417
0/8
OK
OK
OK
OK
OK
E4418
0/8
OK
OK
OK
OK
OK
E4419
0/8
OK
OK
OK
OK
OK
E4420
0/8
OK
OK
OK
OK
OK
E4421
0/8
OK
OK
OK
OK
OK
E4422
0/8
OK
OK
OK
OK
OK
E4423
0/8
OK
OK
OK
OK
OK
E4424
0/8
OK
OK
OK
OK
OK
E4425
0/8
OK
OK
OK
OK
OK
E4426
0/8
OK
OK
OK
OK
OK
3.2 Buizerd en sperwer Tijdens het onderzoek zijn geen waarnemingen van sperwer en buizerd gedaan. Hierom kan worden uitgesloten dat de planlocatie en de directe omgeving van essentiële betekenis is voor buizerd en sperwer. De eerder vastgestelde grote nesten in bomen bleken ofwel in gebruik bij eksters, ofwel niet in gebruik. Ook zijn er geen waarnemingen op de planlocatie gedaan die de aanwezigheid van roofvogels kunnen indiceren, zoals prooiresten, veren of krijtsporen. Hierom kan de aanwezigheid van beschermde roofvogels op de planlocatie worden uitgesloten.
3.3 Overige vogelsoorten Naast de te onderzoeken soorten waarvoor het voorliggend onderzoek is uitgevoerd zijn tijdens de veldbezoeken waarnemingen van overige soorten gedaan. De volgende vogelsoorten zijn gedurende de veldbezoeken waargenomen: aalscholver, blauwe reiger, boerenzwaluw, ekster, grauwe gans, houtduif, huiszwaluw, kauw, kievit, knobbelzwaan, kokmeeuw, koolmees, krakeend, meerkoet, merel, Nijlgans, scholekster, tjiftjaf, tuinfluiter, Turkse tortel, visdief, waterhoen, wilde eend, zilvermeeuw en zwarte kraai. Deze waarnemingen bestaan met name uit overvliegende, rustende of foeragerende vogels.
12
In enkele gevallen zijn nesten van deze soorten waargenomen. De vindplaats van deze nestlocaties wordt weergegeven in figuur 3. De nestlocatie van de meerkoet bevindt zich in een van de watergangen. In de bosschage bij het scoutinggebouw zijn 3 nestlocaties van de houtduif en 2 nestlocaties van de ekster vastgesteld. Nesten van algemene broedvogels zijn beschermd gedurende het broedseizoen. Het broedseizoen loopt indicatief van 15 maart t/m 15 juli. Werkzaamheden die mogelijk nesten van algemene broedvogels aantasten dienen uitgevoerd te worden buiten het broedseizoen. In het plangebied is sprake van nesten van cat. 5 vogels die worden weggenomen, namelijk 2 nesten van de ekster. Tijdens de veldbezoeken zijn relatief veel eksters waargenomen. Op het noordelijke perceel (3) is ook een ekster met jongen waargenomen, hier was echter geen nestlocatie aanwezig. De ekster komt in redelijk hoge dichtheid voor als broedvogel in west-Nederland (variërend van 51 tot 250 broedparen per atlasblok), bovendien vertoont de broedvogeltrend van de laatste 12 jaar een significante toename (SOVON ekster, 2024). Het wegnemen van 2 nesten betreft onder dergelijke omstandigheden een laag aantal. In het licht van de positieve broedvogeltrend, ontstaat er met het wegnemen van 2 nesten geen bedreiging voor de lokale staat van instandhouding.
Er zijn derhalve geen ecologisch zwaarwegende redenen om de aanwezige eksternesten te beschouwen als jaarrond beschermde nestlocaties. Een vergunningsaanvraag is niet benodigd.
Figuur 3.1 Overzicht van de aangetroffen nestlocaties van algemene broedvogels en vogels die vallen onder cat. 5.
3.4 Soorten Specifieke zorgplicht Het onderzoek beperkte zich in beginsel tot buizerd, sperwer en platte schijfhoren. Tijdens het onderzoek is tevens gelet op aanwijzingen van aanwezigheid van soorten op de planlocatie welke vallen onder de Specifieke zorgplicht. Dit betreffen Vrl art. 4.2 en bijlage 1-soorten, Rode Lijst-soorten, Hrl bijlage II, IV en V soorten en nationaal beschermde soorten. Tijdens de uitgevoerde onderzoeken zijn geen (essentiële functies van) soorten aangetroffen welke vallen onder de Specifieke zorgplicht. Er zijn derhalve geen maatregelen benodigd voor soorten welke vallen onder de Specifieke zorgplicht.
13
4 Conclusie 4.1
Platte schijfhoren Op 12 juni 2024 zijn monsters genomen ten behoeve van eDNA-onderzoek naar het voorkomen van platte schijfhoren op de planlocatie, conform het Soorteninventarisatieprotocol (NGB, 2017). Tijdens het onderzoek zijn geen individuen aangetroffen van de platte schijfhoren, tevens bleek uit het eDNA onderzoek dat de platte schijfhoren afwezig is in het gebied. Het dempen en/of vergraven van de watergangen zal derhalve niet leiden tot negatieve effecten op de soort. Een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit is daardoor niet noodzakelijk.
4.2 Buizerd en sperwer In de periode april t/m juni 2024 is onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van nesten en foerageergebied van sperwer en buizerd. Het onderzoek is uitgevoerd conform de bepalingen in het Kennisdocument buizerd (BIJ12, 2017) en de Handleiding veldonderzoek roofvogels (Bijlsma 1998). Tijdens het onderzoek zijn geen bezette nesten van sperwer en/of buizerd gevonden. Ook is er geen enkele waarneming van buizerd en/of sperwer gedaan tijdens de veldbezoeken. Gezien de waarnemingen kan cumulatief wel gesteld worden dat er geen sprake is van een broedgeval en/of essentieel leefgebied op de planlocatie. Het kappen van de bosschage leidt daardoor niet tot overtreding van een verbodsbepaling van de Omgevingswet. Een vergunningsaanvraag is niet benodigd.
4.3 Overige vogels Het onderzoek beperkte zich in beginsel tot buizerd, sperwer en platte schijfhoren. Tijdens het onderzoek is tevens gelet op individuen, nesten en/of verblijflocaties van andere soorten in de planlocatie. Er zijn in totaal 6 nesten van meerkoet (1), houtduif (3) en ekster (2) aangetroffen binnen de planlocatie. Er is voor cat. 5 vogelsoorten geen sprake van ecologische zwaarwegende redenen en derhalve ook geen omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit noodzakelijk. Zoals beschreven staat in de Vogelrichtlijn zijn alle vogels in Nederland beschermd tijdens het broedseizoen. Indicatief betreft het broedseizoen de periode 15 maart t/m 15 juli. Om schadelijke handelingen te voorkomen dienen werkzaamheden die mogelijk leiden tot verstoring of aantasting van nesten buiten het broedseizoen uitgevoerd te worden.
4.4 Soorten Specifieke zorgplicht Het onderzoek beperkte zich in beginsel tot buizerd, sperwer en platte schijfhoren. Tijdens het onderzoek is tevens gelet op aanwijzingen van aanwezigheid van soorten op de planlocatie welke vallen onder de Specifieke zorgplicht. Dit betreffen Vrl art. 4.2 en bijlage 1-soorten, Rode Lijst-soorten, Hrl bijlage II, IV en V soorten en nationaal beschermde soorten. Tijdens de uitgevoerde onderzoeken zijn geen soorten en/of essentiële onderdelen van leefgebied aangetroffen welke vallen onder de Specifieke zorgplicht. Er is wat betreft de bovenstaande soorten geen sprake van nadelige effecten op soorten van de Habitatrichtlijn en Rode Lijst ten gevolge van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. Gezien het bovenstaande zijn er geen preventieve maatregelen benodigd.
14
4.5 Samenvatting Tabel 4.1
Samenvatting van de aangetroffen nestlocaties in het onderzoeksgebied.
Soort
Type
Aantal wegnemen
Aantal behouden
Bescherming Ow
Vergunning nodig
Sperwer
Nest
0
0
VR
Nee
Buizerd
Nest
0
0
VR
Nee
Platte schijfhoren
Leefgebied
0
0
HR
Nee
Meerkoet
1
0
Houtduif
3
0
VR
Nee
Ekster
2
0
Nesten broedvogels en cat. 5 vogels
4.6 Vervolgstappen Voor de uitvoering van de ingreep is geen omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit nodig (tabel 4.1). Er gelden in het kader van Omgevingswet onderdeel natuur geen verdere vervolgstappen.
15
Bronvermelding Gielen, S., 2024. Quickscan Natuur Grietpolder te Leimuiden. Oriënterend onderzoek in het kader van de Omgevingswet. Blom Ecologie B.V., Waardenburg. NGB, Zoogdiervereniging en Gegevensautoriteit Natuur, 2021. Protocol platte schijfhoren, versie januari 2021. Bijlsma, R.G. 1998. Handleiding veldonderzoek roofvogels. KNVV Uitgeverij. Utrecht. Geraadpleegde documenten (BIJ12, 2017) Kennisdocument Buizerd (Buteo buteo)
Bijlagen Bijlage 1 Sperwer
16
Bijlagen Sperwer De sperwer heeft korte, brede vleugels en lange poten waardoor hij goed is toegerust om vogels te vangen in tuinen en bossen. Er is een flink grootteverschil tussen man en vrouw. De mannen vangen daardoor voornamelijk kleine prooien zoals mussen en mezen (figuur 1). Vrouwtjes pakken vaak grotere prooien zoals merels, spreeuwen en soms een Turkse tortel. De soort broedt in dichte, jonge naaldbossen. Tegenwoordig wordt er ook veel gebroed in gemengde bossen en loofbossen nabij stedelijke omgeving. Er wordt jaarlijks een nieuw nest, dicht tegen de stam van een boom gemaakt. Het jachtterritorium bestaat voornamelijk uit bos, windsingels en tuinen. Vrouwelijke sperwers jagen ook vaak in open land.
Figuur 1 Mannelijke sperwer in zijn territorium (bron: Richard Ubels ©).
17
Koeweistraat 2 4181 CD Waardenburg 0418 820 288
blomecologie.nl 18