CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 11. Nota van beantwoording zienswijzen Julianalaan 68-70 Kaag + bijlage

Gemeenteraad 2 juni 2025, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Julianalaan 68-70, Kaag’ (bestuurlijke lus).16.462 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

echter belangrijk dat er wordt aangesloten bij bestaande bebouwing en niet bij de Conclusie nokhoogte van het bestaande bedrijfspand Dit punt van de zienswijze leidt niet tot een aanpassing van de naastgelegen jachtwerf. De hoogtes van het plan. van de geplande bouwwerken op de Julianalaan zijn te hoog in vergelijking met bestaande bouwwerken. De bouwwerken die zien op drie woonlagen zijn te hoog en passen niet in het dorps karakter van de Kaag. Een goed voorbeeld van acceptabele hoogtes van bouwwerken kan gevonden worden in de haven van Warmond, waar vergelijkbare appartementencomplexen gebouwd zijn met twee woonlagen. De geplande bouwhoogte die tot 13 meter reikt, tast het aanzicht van het eiland aan zowel van de straatzijde als de waterzijde. 12.5 Reclamant stelt dat de gemeente te Zie de beantwoording onder zienswijze 6.1 en 15.3. gemakkelijk recreatieve bestemmingen wijzigt voor woonplannen, terwijl in de Omgevingsvisie groot belang wordt gehecht aan de gezonde economische ontwikkeling van het gebied, inclusief een aanbod aan recreatieve voorzieningen. Zienswijze 13 (op ontwerpbestemmingsplan uit januari 2020) 13.1 Reclamant geeft aan de tekst onder De opmerkingen van reclamant op het ontwerp paragraaf 2.1 van de toelichting van het betroffen nog het voorgaande ontwerp. Het ontwerp uit bestemmingsplan – waarin gesteld wordt dat

Pagina 23 van 34

13.2

13.3

13.4

de bestaande bebouwing op het perceel een dissonant zou zijn in het bestaande lint – niet te begrijpen. Daarnaast is reclamant van mening dat er met het beoogde kleur- en materiaalgebruik (cortenstaal) sprake is van een enorme discrepantie en het authentieke lint van Kaag daarmee geweld wordt aangedaan. Er is dan ook een second opinion aangevraagd bij een stedenbouwkundig adviesbureau. Reclamant geeft aan dat de gewenste woningbouw binnen de geluidscontouren komen van de jachthaven, zijnde een categorie 3.1-bedrijf. Voor woningbouw is een aanvaardbaar woon- en leefklimaat noodzakelijk. Bij de planologische invulling van de locatie had rekening gehouden moeten worden met het aanwezige bedrijf. Nu staan er woongebouwen in de contour gepland waardoor het bedrijf wordt benadeeld. Reclamant stelt dat gelet op de geothermische effecten het zeer realistisch is te veronderstellen dat de parkeergarage niet gebouwd kan gaan worden. Aangezien de parkeergarage een essentieel onderdeel is van het bestemmingsplan had middels onderzoek inzichtelijk gemaakt moeten zijn dat de aanleg van een parkeergarage realistisch is. En aangezien er op het terrein niet voldoende parkeergelegenheid gerealiseerd kan worden, had de parkeergarage als een voorwaardelijke verplichting opgenomen moeten worden in de planregels.

Oftewel, er ligt vanuit de plansystematiek geen verplichting om de parkeergarage te realiseren waardoor het parkeren op de Julianalaan zal worden afgewenteld en die is daar niet op berekend.

Reclamant stelt dat uit het verkeersonderzoek zou blijken dat er sprake is van een restcapaciteit, terwijl het college in zijn evaluatierapportage over de veerpont Kaag op 27 augustus 2019 aan uw gemeenteraad meldt dat er problemen zijn waarbij gepoogd wordt de situatie te verhelpen. Tevens wordt er geconstateerd dat het onoverkomelijk is dat er wachttijden zullen zijn. Het verschil is dat de collegerapportage het gehele jaar omvat en

2020 is inmiddels aangepast, dus dit punt van de zienswijze uit 2020 wordt niet inhoudelijk beantwoord. Conclusie Dit punt van de zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het plan.

Zie de beantwoording onder zienswijze 9.1, 9.8 en 9a.2.

Voor wat betreft de haalbaarheid: bij de planvorming is rekening gehouden met de bijzondere omstandigheden van de waterkering en het grondwater. Bij de verdere uitwerkingen komt dat nader aan bod. Zie ook de beantwoording onder zienswijze 3.2 en 4.2. Het parkeren is als een verplichting in de regels opgenomen, namelijk in artikel 10.5, waarin geregeld is dat voorzien dient te worden in voldoende parkeergelegenheid. Niet geregeld hoeft te worden dat het parkeren in een parkeergarage plaats moet vinden. Dat betekent dat als er ten tijde van de aanvraag om omgevingsvergunning niet aangetoond kan worden dat er voorzien wordt in voldoende parkeerplaatsen (op wat voor manier dan ook), de vergunning niet verleend zal worden. Conclusie Dit punt van de zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het plan. Op de second opinion op het verkeersonderzoek is een reactie opgesteld door Goudappel. Deze is als bijlage bij deze nota van beantwoording zienswijzen gevoegd. Zie verder de beantwoording onder zienswijze 1.1.

Pagina 24 van 34

13.5

13.6

13.7

het verkeersonderzoek slechts drie meetmomenten. Eind september is daarbij een representatief moment voor het gehele jaar bevonden. Verder is in het verkeersonderzoek geen rekening gehouden met een aantal essentiële zaken, waaronder het toeristisch karakter van Kaag. De firma Hoogenboom exploiteert een fietspont. Bijna al deze fietsers passeren de Julianalaan én de twee ponten in de periode van mei tot medio september. Reclamant heeft het idee dat er met het verkeersonderzoek ergens naar toe geschreven is. Reclamant onderschrijft de uitkomsten van het rapport dan ook niet en heeft een second opinion aangevraagd bij een onafhankelijke derde partij. Reclamant stelt dat de woningbouwbehoefte niet is onderzocht. De bijlage met als aanduiding “Woningbehoefte” is een marketing-onderzoek. Dit onderzoek zegt niet iets over de wensen van de bewoners van Kaag, het zegt iets over wensen van mensen uit de regio of verder weg die misschien in Kaag en omgeving willen wonen. De rapportage heeft als doel de algemene haalbaarheid voor verkoop te onderzoeken. Reclamant stelt dat in het bestemmingsplan geen informatie is aangetroffen rondom de stikstofberekening ten aanzien van de effecten die de realisatie heeft en nadien het gebruik van de gebouwen hebben.

Reclamant is van mening dat er in de planregels diverse tegenstrijdigheden staan, waardoor niet duidelijk is wat er gerealiseerd mag worden: 1. Het is onduidelijk of artikel 4 nu wel of niet bijbehorende bijgebouwen toestaat. 2. Artikel 6 beschermd dorpsgezicht is een lege huls nu deze ontwikkeling middels dit bestemmingsplan wordt toegelaten. 3. In artikel 9 Algemene regels wordt het mogelijk gemaakt om een zwembad voor particulier gebruik aan te leggen. Deze mogelijkheid strookt niet met de berekening in de toelichting behorende

Vanuit de Regionale Woonagenda Holland Rijnland blijkt dat er een behoefte van 940 woningen in het type ‘luxe, dorps en landelijk’ is binnen de gemeente Kaag en Braassem. Deze tien appartementen komen voor rekening van het type ‘luxe’ waarmee wordt aangesloten op de specifieke behoefte aan dit type woningen in de gemeente. Geconcludeerd wordt dat de beoogde ontwikkeling in zowel kwalitatieve als kwantitatieve zin bijdraagt aan de regionale woonbehoefte. Zie verder de beantwoording onder zienswijze 5.1 en 6.5. Het aspect stikstof is aan bod gekomen in paragraaf 4.4 van de toelichting van het bestemmingsplan, onder het kopje ‘Gebiedsbescherming’. De conclusie die daar wordt getrokken wordt gedeeld door de Omgevingsdienst West-Holland. Conclusie Dit punt van de zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het plan. 1. Het is niet de bedoeling om bijbehorende bouwwerken toe te staan. In artikel 5.2.1 wordt de zinsnede ‘en bijbehorende bouwwerken’ geschrapt en er wordt een artikel 5.2.2 Bijbehorende bouwwerken toegevoegd waarin de bouw van dergelijke bouwwerken wordt uitgesloten. 2. Artikel 6 ziet juist toe op de belangen vanuit het beschermd dorpsgezicht: dat is afgewogen en het voorliggende initiatief is passend bevonden binnen de bepalingen van het beschermd dorpsgezicht. Zie ook de beantwoording onder zienswijze 3.1. 3. Dit betrof het artikel 9 uit het bestemmingsplan van 2020.

De mogelijkheid om een zwembad te realiseren zit niet langer in het bestemmingsplan onder de algemene regels. Voor de duidelijkheid is

Pagina 25 van 34

13.8

13.9

bij het bestemmingsplan, onderdeel watercompensatie. 4. In artikel 12 lid 1 onder c is het college bevoegd om via een omgevingsvergunning toe te staan dat er wachthuisjes voor het openbaar vervoer e.d. wordt gebouwd. Niet ingezien kan worden dat deze algemene afwijkingsregel realistisch is. 5. Er is geen absolute eis opgenomen die realisatie van de parkeergarage waarborgt. Reclamant geeft aan dat er in de toelichting van het bestemmingsplan wordt ingegaan op de verplichte watercompensatie. Volgens reclamant is de berekening onjuist of moet er op zijn minst het een en ander nader toegelicht worden: 1. In de huidige situatie wordt het botenhuis volledig meegenomen in de berekening voor aanwezig verhard oppervlakte. Dit is niet realistisch, want het botenhuis is voor het grootste gedeelte een overkapping over oppervlaktewater. 2. De opnamecapaciteit van grond van 60 cm waar ook nog eens toegangspaden in zijn gemaakt, is niet gelijkwaardig aan ongeroerde grond. Met andere woorden, de garage die onder het gehele terrein gerealiseerd wordt moet feitelijk worden meegenomen bij de berekening. Hierbij dient dan ook rekening te worden gehouden met de planologische mogelijkheden uit het bestemmingsplan, zoals bijvoorbeeld een zwembad.

Reclamant geeft aan dat de verbeelding op ruimtelijkeplannen.nl behorende bij dit bestemmingsplan voor de aanduiding “beschermd dorpsgezicht” dezelfde tekens

ook lid b van artikel 7.2.4 uit de regels van het nieuwe bestemmingsplan geschrapt. 4. Ook dit betreft een standaardbepaling. Dat staat los van of het in het voorliggende geval realistisch is. 5. Zie de beantwoording onder zienswijze 13.3. Conclusie Dit punt van de zienswijze heeft geleid tot een aanpassing van artikel 5.2.1, 5.2.2 en 7.2.4 onder b van de regels van het bestemmingsplan.

De berekening is herzien en nader verduidelijkt in paragraaf 4.3 van de toelichting van het bestemmingsplan. 1. De Plantoelichting van Van Wilsum Van Loon Architectuur & Stedenbouw (bijlage 1) is op dit onderdeel aangepast. Het wateroppervlak onder het boothuis is nu expliciet in de berekeningen meegenomen. Ook in de verhardingsbalans in de toelichting van het bestemmingsplan is er op die manier rekening mee gehouden. De conclusie dat er geen watercompensatie noodzakelijk is, blijft overigens gelijk. Er wordt juist extra oppervlaktewater gecreëerd in het nieuwe plan. 2. In de aangepaste berekeningen is rekening gehouden met een situatie, waarbij het gebied van de parkeergarage als geheel verhard is meegenomen (met uitzondering van de buitenruimte bij de vrijstaande woning), terwijl er een leeflaag wordt aangebracht die wateropvang mogelijk maakt. Voorts is voor wat betreft de nieuwe situatie uitgegaan van de maximale (bouw)mogelijkheden volgens het bestemmingsplan. Ook in deze worst case-situatie is er geen sprake van een situatie waarin watercompensatie vereist is. Overigens is, om verwarring te voorkomen, de uitzonderingssituatie voor zwembaden in de dubbelbestemming ‘Waarde – Beschermd dorpsgezicht’ (artikel 7.2.4 onder b) verwijderd.

Conclusie Dit punt van de zienswijze heeft geleid tot een aanpassing van paragraaf 4.3 van de toelichting en bijlage 1 bij het bestemmingsplan. Bovendien is artikel 7.2.4 onder b van de regels van het bestemmingsplan is geschrapt. Op ruimtelijkeplannen.nl lijken de arceringen inderdaad samen te vallen. Dit komt waarschijnlijk omdat het nagenoeg dezelfde contouren/gebieden zijn. Dit kan inderdaad voor onduidelijkheid zorgen, maar hier is

Pagina 26 van 34

kent als "waarde archeologie”. Dit geeft onduidelijkheid.

echter niets aan te doen. Dit betreffen standaard arceringen.

Conclusie Dit punt van de zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het plan. Zienswijze 13a (op ontwerpbestemmingsplan uit april 2022) 13a.1 Reclamant stelt dat in de titel van de Zie de beantwoording onder zienswijze 9a.1. bekendmaking van het ontwerpbestemmingsplan Julianalaan 66 niet wordt benoemd, terwijl dit adres inmiddels wel onderdeel is van het plan. Dit zorgt voor verwarring. 13a.2 Reclamant geeft aan de afmetingen van de De mening van reclamant over het huidige ontwerp bouwblokken in voorliggend plan nog steeds wordt voor kennisgeving aangenomen. Zie verder de te fors te vinden en niet aan vinden sluiten beantwoording onder zienswijze 3.1. bij het kleinschalige historische karakter van de omgeving waardoor het beschermd dorpsgezicht wordt aangetast. 13a.3 Reclamant stelt dat in de regels en op de Het klopt dat er geen maximale goot- en bouwhoogte verbeelding geen maximale goot- en zichtbaar zijn op ruimtelijkeplannen.nl. In de regels bouwhoogte zijn weergegeven. Daarnaast is staat: de goot- en bouwhoogte van hoofdgebouwen reclamant van mening dat het aantal van mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse drie woongebouwen met daarin 10 van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), woningen en een horecafunctie op een maximum bouwhoogte (m)'.

Op de PDF-versie van de relatief klein perceel stedenbouwkundige verbeelding zijn de aanduidingen van de goot- en gezien een hoge verdichting. Dit mede bouwhoogte wel zichtbaar. Dit betreft dus een omissie gezien de ligging van het perceel aan het in de verwijzing op ruimtelijkeplannen.nl. In het geval einde van de Julianalaan en de beperkte dat de raad het bestemmingsplan vaststelt, zal deze ruimte rondom de locatie. omissie bij de publicatie hersteld worden. Wat betreft de stedenbouwkundige invulling van het perceel wordt dit toch echt anders gezien dan het standpunt van reclamant. Er is getracht zoveel mogelijk rekening te houden met de wensen van de drie huishoudens wiens perceel direct aan het plangebied grenzen. Zo zijn er zichtlijnen in stand gehouden of hersteld en wordt bijvoorbeeld het water het plangebied in getrokken om de verbinding met dat achterliggende water zoveel mogelijk te zoeken. Zie verder de beantwoording onder zienswijze 3.1.

13a.4

Reclamant stelt dat nu er woongebouwen binnen de contour van de naastgelegen jachtwerf staan gepland, het bedrijf ernstig wordt benadeeld. Dit impliceert dan ook een onaanvaardbare doorkruising van de belangen van het bedrijf. Zoals al eerder door de Raad van State in een zaak

Conclusie Dit punt van de zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het plan. De uitspraak van de Raad van State waar naar verwezen wordt, betreft enkel een bevestiging van de richtafstand van 30 meter. Dit wordt ook niet ter discussie gesteld en is ook het uitgangspunt geweest. Zie verder de beantwoording onder zienswijze 9.8.

Pagina 27 van 34

(201308212/1/R4) is uitgesproken heeft een jachtwerf/jachthavenbedrijf een contour van 30 meter, uitgaande van gemengd gebied en deze contour dient gerespecteerd te worden. Daarnaast stelt reclamant nog twee vragen: - Het akoestisch onderzoek is gebaseerd op aannames (theorie). Stel dat toekomstige bewoners toch overlast ondervinden van het bedrijf en een klacht indienen bij de gemeente. De praktijk blijkt anders dan de theorie. Hoe gaat u hiermee om? - Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd op basis van de bestaande situatie. Wat als het bedrijf wil uitbreiden qua activiteiten die wel binnen de geldende bestemming (jachthaven) passen maar niet meer binnen het onderzoek dat is uitgevoerd op grond van de huidige situatie? Op dat moment wordt het bedrijf beperkt in zijn mogelijkheden.

Het akoestisch onderzoek is niet gebaseerd op aannames, maar op basis van metingen ter plaatse. De nieuw te bouwen woningen komen in een watersportgebied te liggen. Het is evident dat het geluid van de waterrecreatie dan onderdeel uitmaakt van het woon- en leefklimaat. Dit mag als een bewuste keuze voor toekomstige bewoners worden verondersteld en zal ook duidelijk in de verkoopdocumentatie van de woningen worden opgenomen. In het ontwerp zijn voorzieningen meegenomen die, indien een bewoner toch overlast zou ervaren, deze overlast binnen de geldende regelgeving wegneemt. Als het bedrijf wil uitbreiden is daar een omgevingsvergunning voor nodig of zelfs een bestemmingsplanwijziging en zal het bedrijf moeten aantonen dat uitbreiding überhaupt mogelijk is. Tevens dient vermeld te worden dat in de huidige situatie twee woningen op het perceel Julianalaan 68-70 aanwezig zijn die zich op de bestemmingsgrens bevinden. In het voorgenomen initiatief wordt de woonbebouwing op enige afstand tot de perceelsgrens geplaatst, waarmee ook de afstand tot de bedrijfsbestemming toeneemt. Overigens zijn de bestaande woonbestemmingen van Julianalaan 72 en 72a maatgevend. Deze woningen zijn namelijk niet bestemd als bedrijfswoningen, terwijl deze wel onderdeel uitmaken van het bedrijfsperceel. De woningen op nr.

72 en 72a zullen de jachthaven/jachtwerf dus meer/eerder beperken in de bedrijfsvoering, dan de nieuw te bouwen appartementen. Bovendien is er in het akoestisch onderzoek (door middel van metingen) geconstateerd dat het bedrijf strikt genomen 5 dB boven de vergunde situatie aan geluid produceert. Initiatiefnemer heeft dit gedoogd en heeft zelfs in het eigen plan hiervoor voorzieningen getroffen die voor een goed woon- en leefklimaat nabij een jachthaven als deze zorgen.

13a.5

Reclamant ziet dat de parkeergarage is verkleind ten opzichte van het vorige plan, maar vraagt zich af of er inmiddels inzichtelijk is gemaakt dat de parkeergarage (technisch gezien) gerealiseerd kan worden zonder dat er overlast ontstaat.

Conclusie Dit punt van de zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het plan. De nadere planuitwerking van de parkeergarage zal bij indiening van de omgevingsvergunning aan moeten tonen dat de parkeergarage voldoet aan de parkeereisen en ook met inachtneming van bouwveiligheidsaspecten te realiseren is, zonder dat er schade aan de bestaande belendingen zal ontstaan. De initiatiefnemer heeft het plan voor de parkeergarage reeds laten toetsen door een gerenommeerd constructiebureau en de conclusie is dat, met

Pagina 28 van 34

inachtneming van constructieve voorwaarden en de regels van het hoogheemraadschap, de garage realiseerbaar is.

13a.6

13a.7

13a.8

13a.9

13a.10

Reclamant stelt dat er in de regels is opgenomen dat er voorzien moet worden in voldoende parkeergelegenheid conform de gemeentelijke Nota Parkeernormen 2018, maar dat er in de plansystematiek geen verplichting is opgenomen voor de parkeergarage. Reclamant vraagt zich af of dat dan betekent dat het plan niet kan worden gerealiseerd op het moment dat er geen parkeergarage wordt gerealiseerd, omdat binnen het plangebied niet kan worden voldaan aan de parkeernorm? Reclamant stelt dat het verkeersonderzoek niet representatief is en gedane aannames niet kloppen. Reclamant onderschrijft de uitkomsten van het rapport dan ook niet en vraagt aandacht voor de verkeersituatie die zal ontstaan als voorliggend plan wordt gerealiseerd (en de andere plannen die nog in ontwikkeling zijn op het eiland). Reclamant stelt dat de woningbouwbehoefte niet is onderzocht. De bijlage met als aanduiding “Woningbehoefte” is een marketing-onderzoek. Dit onderzoek zegt niet iets over de wensen van de bewoners van Kaag, het zegt iets over wensen van mensen uit de regio of verder weg die misschien in Kaag en omgeving willen wonen. De rapportage heeft als doel de algemene haalbaarheid voor verkoop te onderzoeken. Reclamant stelt dat er bij het bestemmingsplan een stikstofberekening ontbreekt ten aanzien van de effecten die het gebruik van de toekomstige woningen hebben.

Reclamant stelt dat doordat het archeologische proefsleuvenonderzoek nog niet is uitgevoerd, de uitvoerbaarheid van het plan niet gewaarborgd is.

Conclusie Dit punt van de zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het plan. Zie de beantwoording onder zienswijze 13.3.

Zie de beantwoording onder zienswijze 1.1.

Zie de beantwoording onder zienswijze 13.5.

Zie de beantwoording onder zienswijze 13.6.

Dit zal bij indiening aanvraag omgevingsvergunning bouwen nader onderzocht zijn en/of na de sloopmelding en het slopen van de bestaande opstallen nog nader onderzocht worden. Het is niet ongebruikelijk om dergelijke onderzoeken door te schuiven naar de fase van aanvraag om omgevingsvergunning. Conclusie

Pagina 29 van 34

13a.11

13a.12

13a.13

Reclamant is van mening dat er in de planregels diverse onduidelijkheden staan: 1. Artikel 3.1c van de regels is niet helder. Als de horecafunctie beëindigd is mag er dan één woning (dus de voormalige bedrijfswoning) aanwezig zijn of mag er een extra woning worden gerealiseerd? 2. Artikel 3.2.1b: wat is de maximale gooten bouwhoogte? Deze is ook op de verbeelding niet aangegeven. 3. Artikel 4.3.2: de aanduiding ‘geluidscherm’ staat niet op de verbeelding. 4. Artikel 5.2.1d: wat is de maximale gooten bouwhoogte? Deze is ook niet aangegeven op de verbeelding. 5. Artikel 5: er zijn geen regels opgenomen voor bijbehorende bouwwerken. 6. In artikel 6 is een gehele verhandeling opgenomen met geboden en verboden ten aanzien van het behoud van het beschermd dorpsgezicht. Echter het beschermde dorpsgezicht wordt volledig terzijde geschoven als dit bestemmingsplan wordt vastgesteld.

Dit punt van de zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het plan. 1. Conform het vigerende bestemmingsplan mag er op de begane grond een horecafunctie gerealiseerd worden en op de verdieping een bedrijfswoning. Artikel 3.1c regelt dat die woning niet langer een bedrijfswoning is en het gehele pand als woning gebruikt mag worden. Er mag dus geen extra woning gerealiseerd worden. Echter, de bestemming Gemengd wordt terug gewijzigd in Horeca; zie hiervoor de beantwoording onder zienswijze 9a.5. 2. De maximale goot- en bouwhoogte van het pand Julianalaan 66 (eetcafé 'De Twee Wilgen') zijn respectievelijk 4 en 7 meter, conform de huidige situatie. Zie verder de beantwoording onder zienswijze 13a.3. 3. Dit is onjuist. De aanduiding ‘geluidscherm’ staat wel op de verbeelding. 4. De maximale goot- en bouwhoogte van de woning aan de Julianalaan zijn respectievelijk 5 en 7 meter en van de appartementengebouwen achterop het perceel respectievelijk 10 en 11 meter. Zie verder de beantwoording onder zienswijze 13a.3. 5. Zie de beantwoording onder punt 1 van zienswijze 13.7. 6. Zie de beantwoording onder punt 2 van zienswijze 13.7.

Reclamant geeft aan dat er meerdere bouwplannen in ontwikkeling zijn op Kaag. Uit voorliggend plan blijkt niet of en hoe hier rekening mee is gehouden in de planvorming. Dit zou wel logisch zijn, aangezien realisatie van meerdere woningen invloed heeft op bijvoorbeeld de verkeersbewegingen.

Conclusie Dit punt van de zienswijze heeft geleid tot een aanpassing van artikel 5.2.1 en 5.2.2 van de regels van het bestemmingsplan. Niet wordt ingezien wat verschillende bouwplannen op Kaageiland – los van de belasting van de veerpont en de overige infrastructuur – voor invloed op elkaar hebben. Omtrent het verkeeraspect wordt in paragraaf 4.7.1 van de toelichting van het bestemmingsplan en het verkeersonderzoeksrapport (bijlage 8 bij de toelichting) wel ingegaan op de andere plannen op het eiland.

Reclamant stelt dat Julianalaan 66 een zeer oud en beeldbepalend pand binnen het gebied is. Dit pand is niet onderheid en zal de uitgravingen ten behoeve van de (inrit van de) parkeerkelder vlak naast het oude pand naar verwachting niet schadeloos overleven. In het nieuwe plan wordt de

Conclusie Dit punt van de zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het plan. Risico’s in het kader van de bouw en mogelijke schade bij de bouw worden door de initiatiefnemers gedragen. Uiteraard zal er op voorhand alles aan gedaan worden om schade aan de omliggende bebouwing te voorkomen. Het uitgangspunt van de initiatiefnemers is bovendien nog steeds om eetcafé ‘De Twee Wilgen’ als kleinschalige horecagelegenheid te exploiteren en het

Pagina 30 van 34

horecabestemming veranderd in de bestemming ‘Gemengd’, waardoor wonen en of horeca mogelijk is. Mocht de horecafunctie verdwijnen, dan verdwijnt er op Kaag een vijfde recreatieve voorziening welke wordt ingeruild voor wonen. Dit is geen wenselijke ontwikkeling gezien de toeristische/recreatieve functie van Kaag.

13a.14

Reclamant geeft aan dat, gelet op het verschil tussen wat nu planologisch mogelijk is en wat planologisch mogelijk wordt na het onherroepelijk worden van voorliggend bestemmingsplan, er een beroep gedaan zal worden op planschade.

pand juist in stand te laten en te renoveren. Om dit extra kracht bij te zetten zal de bestemming terug gewijzigd worden van Gemengd naar Horeca. Conclusie Dit punt van de zienswijze heeft geleid tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Aan eetcafé ‘De Twee Wilgen’ wordt opnieuw de bestemming Horeca toegekend. De toelichting, regels en verbeelding zijn hierop aangepast. Iedere belanghebbende heeft het recht op het indienen van een planschadeverzoek. Dit verzoek zal worden beoordeeld door een onafhankelijk adviesbureau en vervolgens verder afgehandeld worden. Met initiatiefnemers is een anterieure overeenkomst gesloten als bedoeld in artikel 6.4a Wet ruimtelijke ordening. De financiële verantwoordelijkheid voor het project en de daarbij horende risico’s worden volledig gedragen door de initiatiefnemers. Mocht er inderdaad sprake zijn van planschade, dan zal die dus worden verhaald op de initiatiefnemers van het bouwplan.

Conclusie Dit punt van de zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het plan. Zienswijze 14 (op ontwerpbestemmingsplan uit januari 2020) 14.1 Reclamant refereert aan een vergadering in In de MRSV is aangegeven dat geen (grootschalige) juli 2017 waarbij het dorpsperspectief voor nieuwe woningbouwontwikkelingen wenselijk zijn. Het de (nabije) toekomst van Kaag centraal voorgenomen plan gaat uit van sloop van de bestaande stond. In die vergadering hebben de woningen en voegt netto acht wooneenheden toe aan aanwezige inwoners zich uitgesproken voor de kern Kaag. Daarmee kan gesteld worden dat het het behoud van het dorpsaangezicht en de geen grootschalige ontwikkeling betreft. Zie ook de wens kenbaar gemaakt om geen extra beantwoording onder zienswijze 9.7. bebouwing op het eiland meer toe te laten. In de MRSV staat vermeld: Verder sluit het initiatief aan bij de doelstellingen van de gemeente omtrent woningbouw, waar de nadruk ligt op "Behoud van het lint en het open landschap inbreiding (bouwen binnen bestaand stads- en Kaag kent een langgerekte bebouwing met dorpsgebied) boven uitbreidingen. Het initiatief voorziet een beperkte uitbreiding aan de zuidzijde. in de kwalitatieve en kwantitatieve woningbehoefte. Het dorpslint is belangrijk voor de ruimtelijke Bovendien is de MRSV inmiddels vervangen door de identiteit van het eiland.

Wat woningaanbod Omgevingsvisie en hierin zijn de door reclamant betreft is het dorp voltooid. Er zijn geen geciteerde teksten genuanceerd. In de Omgevingsvisie (grootschalige) nieuwe woningbouwworden alle potentiële plannen op Kaag benoemd, ontwikkelingen." Deze ontwikkeling is in strijd met dit uitgangspunt. Als de gemeente waaronder ook het onderhavige initiatief. zich nu al niet aan de bestaande MRSV Conclusie houdt, betekent dit dat de zeggenschap van Dit punt van de zienswijze leidt niet tot een aanpassing de inwoners dus van geen enkele waarde is van het plan. en dat dit de geloofwaardigheid van het bestuur zeer ondermijnt. Indien men dus bouwactiviteiten wil ontwikkelen, moet de gemeente dit minimaal tot 2025 uitstellen en

Pagina 31 van 34

dan laten afhangen van de vernieuwde MRSV en/of de Omgevingsvisie van 2021. Zienswijze 15 (op ontwerpbestemmingsplan uit januari 2020) 15.1 Reclamant geeft aan dat de verkeersdruk op Zie de beantwoording onder zienswijze 1.1. de Julianalaan door dit plan te groot wordt. Daarnaast zijn de wachttijden voor de pont in de spits significant toegenomen in het laatste jaar. De extra verkeersdrukte zal leiden tot onacceptabele wachttijden voor de pont. De verkeersmeting die gedaan is in 2018 is niet representatief voor de huidige situatie. De exploitatie van de pont is per 1 januari 2019 overgenomen door een andere firma en sindsdien is de snelheid van de dienstverlening aanzienlijk afgenomen. Dagelijks zijn er wachttijden van 30 minuten in de spits. Door dit bestemmingsplan zal die druk vergroot worden. 15.2 Reclamant stelt dat de uitvoering van dit Voor ieder project, mocht het doorgang vinden, moet plan en de andere plannen die in de pijplijn aangetoond worden dat er in de uitvoeringsfase zo min zitten van Kaag een jarenlange bouwput mogelijk overlast wordt veroorzaakt voor de bestaande zullen maken. Alles bij elkaar gaat het over omgeving. Van belang is dan ook dat ontwikkelingen 40 nieuwe woningen. Dat is grootschalig te met respect voor de omgeving plaatsvinden en daarvan noemen in verhouding tot het aantal is hier sprake.

Zie verder de beantwoording onder bestaande woningen, ook al is dit verdeeld zienswijze 3.1, 9.7 en 9.10. over meerdere projecten. Volgens de structuurvisie is er op Kaag geen ruimte voor Conclusie Dit punt van de zienswijze leidt niet tot een aanpassing grootschalige woningbouw. Deze plannen zijn allemaal in het ‘hart’ van het dorp van het plan. waardoor het karakter van het eiland ernstig aangetast zal worden. 15.3 Reclamant stelt dat volgens de structuurvisie Het klopt dat er een gedeelte recreatiebestemming zal er wel ruimte is voor de ontwikkeling van het verdwijnen. In beginsel ligt het verwijderen van toerisme en recreatie. In dit bestemmingplan recreatie conform de verschillende beleidstukken van zal recreatie plaatsmaken voor wonen. de gemeente niet voor de hand. Echter, er is een integrale afweging gemaakt dat het wijzigen van de bestemming ‘Recreatie’ naar ‘Wonen’ op deze specifieke locatie te rechtvaardigen is. Op dit moment is er geen recreatieve bebouwing aanwezig op het perceel, dus het betreft slechts een verwijdering op papier. Uit het feit dat er nog geen verblijfsrecreatieve onderkomens zijn gerealiseerd in al die jaren, kan geconcludeerd worden dat er vraagtekens geplaatst kunnen worden bij de uitvoerbaarheid, haalbaarheid en wenselijkheid van verblijfsrecreatie op deze plek. Echter, dit is enkel de feitelijke situatie.

Vanwege het feit dat ook gekeken moet worden naar de maximale planologische mogelijkheden is er bovendien een afweging gemaakt in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Op het perceel is in het geldende bestemmingsplan Kaag zowel sprake van de bestemmingen ‘Wonen’ en ‘Tuin’ als van de

Pagina 32 van 34

bestemmingen ‘Recreatie - Dagrecreatie’ en ‘Recreatie - Verblijfsrecreatie’. Het wordt aanvaardbaar geacht dat de recreatieve bestemmingen op deze plek worden omgezet in een woonbestemming, omdat dit (nagenoeg) de enige locatie binnen het lint langs de Julianalaan is waar wonen en verblijfsrecreatie gecombineerd zijn. Gesteld kan worden dat de Julianalaan toch voornamelijk een woonlint betreft. De locatie valt binnen bestaand stads- en dorpsgebied (BSD) en het perceel betreft daarmee een inbreidingslocatie. Zowel de gemeente als de provincie geven voorkeur aan inbreiding boven uitbreiden buiten BSD en het is dus wenselijk deze inbreidingslocatie te benutten. Deze appartementen worden ten slotte gezien als een verrijking van het woningbestand op Kaag/in de gemeente en geeft inwoners de gelegenheid om zich op Kaag te (blijven) vestigen.

15.4

Conclusie Dit punt van de zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het plan. Voorliggend initiatief heeft uitsluitend betrekking op tien appartementen en daarvan is beoordeeld dat het kwalitatief en kwantitatief voorziet in de behoefte. Zie ook de beantwoording onder zienswijze 5.1 en 6.5.

Reclamant geeft aan dat er geen noodzaak bestaat voor het bouwen van deze huizen en er geen algemeen belang wordt gediend met de realisatie van deze projecten. Op Kaag is er een behoefte aan starterswoningen en niet aan Conclusie woongelegenheid in het duurdere segment. Dit punt van de zienswijze leidt niet tot een aanpassing Er wordt gesproken over woningen voor van het plan. senioren, maar in de praktijk is dit niet af te dwingen. Het is zeer onwaarschijnlijk dat ouderen hun laatste levensfase gaan invullen op een eiland waar het voorzieningenniveau erg laag is. 15.5 Reclamant stelt ten slotte dat Dit is een onderwerp dat zeker aandacht verdient, maar dienstverlening door gemeentelijke feitelijk los staat van het voorliggende initiatief. instellingen (politie, brandweer, WMO) in de Conclusie praktijk moeilijk realiseerbaar blijken. Het Dit punt van de zienswijze leidt niet tot een aanpassing brandweerkorps heeft momenteel grote moeite de bezetting op orde te krijgen. Op van het plan. dit eiland doen ze ook dienst als ‘first responder’. Door deze bestemmingsplanwijziging zal de druk op de vrijwilligers nog groter worden.

Zienswijze 16 (op ontwerpbestemmingsplan uit april 2022) 16.1 Reclamant vraagt om een verbod te leggen Voor ieder project moet aangetoond worden dat er in op het gebruik van de goederenpont van de de uitvoeringsfase zo min mogelijk overlast wordt firma Van Lent voor de aanvoer van veroorzaakt voor de bestaande omgeving. Er dienen goederen en groot materieel ten behoeve afspraken gemaakt te worden tussen de van de realisatie van dit woningbouwproject. initiatiefnemers en de gemeente omtrent bouwverkeer. De reden hiervoor is dat de loswal die Zo zal de aan- en afvoer van materialen en materieel dagelijks gebruikt wordt om de zoveel mogelijk over het water (ter plaatse van de

Pagina 33 van 34

goederenpont te laden en te lossen, midden in een bewoond deel van Buitenkaag ligt. Reclamant en medebewoners ervaren hierdoor al jaren erg veel hinder (schade door trillingen, geluidsoverlast en onveilige verkeerssituaties).

planlocatie) plaats moeten vinden. Dit is dus echter geen aspect dat ten tijde van de bestemmingsplanwijziging geregeld wordt.

Conclusie Dit punt van de zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het plan. Zienswijze 17 (op ontwerpbestemmingsplan uit april 2022) 17.1 Reclamant stelt dat het wijzigen van het Zie de beantwoording onder zienswijze 1.1, 3.1, 6.1, bestemmingsplan (recreatieve bewoning 9.7, 9.10, 14.1 en 15.3. naar vaste bewoning) haaks staat op hetgeen onderling is afgesproken, namelijk niet meer vaste bewoning op de Kaag toe te laten. De pont heeft hier geen capaciteit voor en het typische karakter verdwijnt.

Pagina 34 van 34

Opdrachtgever

NU Projectontwikkeling B.V.

Datum

4 september 2022

Kenmerk

011232.20220904.N1.01

Pagina

1/8

Reactie op onderzoek BVA Verkeersadviezen (projectnummer 20032) 1

Context

NU Projectontwikkeling BV is voornemens aan de Julianalaan 68 en 70 in Kaag nieuwbouwwoningen te realiseren. Ter onderbouwing van de ontwikkeling was een verkeersonderzoek nodig. NU Projectontwikkeling BV had Goudappel BV gevraagd dit verkeersonderzoek aan te leveren. Tegen het ontwerp van het bestemmingsplan voor de ontwikkeling aan de Julianalaan in Kaag zijn zienswijzen ingediend (zie rapport BVA Verkeersadviezen met projectnummer 20032). Om deze reden heeft NU Projectontwikkeling BV Goudappel BV gevraagd een reactie op de zienswijzen aan te leveren. In het volgende hoofdstuk zijn antwoorden geformuleerd als reactie op de ingediende zienswijze.

2

Reactie op zienswijze 1.

‘Er is geen onderbouwing van gebruik van het gemiddelde kengetal.’

Reactie: Voor de verkeersgeneratie is uitgegaan van het gemiddelde verkeersgeneratiekengetal van CROW. Dit is gedaan, omdat het autobezit in de gemeente Kaag en Braassem (stedelijkheidsgraad: weinig stedelijk) exact gelijk is aan het gemiddelde autobezit van alle Nederlandse gemeenten met stedelijkheidsgraad ‘weinig stedelijk’ (zie bijlage 1).

Goudappel BV werkt vanuit Amsterdam, Den Haag, Deventer, Eindhoven en Leeuwarden en via onze partners in het buitenland

Snipperlingsdijk 4

Postbus 161

+31(0) 570 666 222

BTW NL 0072 11 879 B01

7417 BJ Deventer

7400 AD Deventer

info@goudappel.nl

KVK

Nederland

Nederland

www.goudappel.nl

IBAN NL09 INGB 0001 2746 32

3801 7479

2.

‘Onduidelijkheid over de hoogte van het kengetal’

Reactie: Dit is aangepast in het actuele rapport ‘Verkeersonderzoek Julianalaan 68 – 70 Kaag’ (d.d. 21 maart 2022).

3.

‘Stedelijkheidsgraad weinig stedelijk lijkt minder geschikt’.

Reactie: De gemeente Kaag en Braassem heeft conform CBS de stedelijkheidsgraad ‘weinig stedelijk’.

4.

‘De indeling in 6 woningen midden en 4 woningen duur’ is niet in overeenstemming met de regels zoals door de gemeente verwoord.’

Reactie: Dit is aangepast in het actuele rapport ‘Verkeersonderzoek Julianalaan 68 – 70 Kaag’ (d.d. 21 maart 2022).

5.

‘Het is aannemelijk dat de verkeersgeneratie hoger ligt dan nu is berekend door de grote afhankelijkheid van de auto voor inwoners Kaag. Het rekenen met het maximale kengetal is dan ook noodzakelijk’

Reactie: Nee. Voor de verkeersgeneratie is uitgegaan van het gemiddelde verkeersgeneratiekengetal van CROW. Dit is gedaan, omdat het autobezit in Kaag en Braassem (stedelijkheidsgraad: weinig stedelijk) exact gelijk is aan het autobezit van alle Nederlandse gemeenten met stedelijkheidsgraad ‘weinig stedelijk’ (zie bijlage 1). Bovendien moet gemeld worden dat de verkeersgeneratiekencijfers van CROW geen ‘normen’ zijn, maar algemene rekenregels. Locatie specifieke eigenschappen, zoals het kaartje van € 4,50 voor de pont voor bezoekers van woningen en de wachttijd voor de pont, zijn niet meegenomen in de CROW cijfers. Uit de uitgevoerde metingen komt naar voren, dat de CROW verkeersgeneratiekencijfers een overschatting geven voor Kaag. Tijdens de meting op de pont blijkt dat in het drukste ochtendspitsuur 54 auto’s richting Buitenkaag gegaan zijn. Op 239 woningen op het eiland Kaag komt dit neer op: 54/239 =

2

0,23 motorvoertuigbewegingen per woning voor het drukste ochtendspitsuur in de vertrekrichting. Nu bekijken we de verkeersgeneratiekencijfers van CROW publicatie 381 voor ‘weinig stedelijk’ gebied in de rest van de bebouwde kom (tabel 1). De werkdagcijfers worden verkregen door de weekdagcijfers te vermenigvuldigen met 1,11. weekdag

werkdag

min

max

min

max

koop, huis, vrijstaand

7,8

8,6

8,7

9,5

koop, huis, twee-onder-een-kap

7,4

8,2

8,2

9,1

7

7,8

7,8

8,7

koop, appartement, duur

7

7,8

7,8

8,7

koop, appartement, midden

5,6

6,4

6,2

7,1

koop, appartement, goedkoop

koop, huis, tussen/hoek

5,2

6

5,8

6,7

huur, huis, vrije sector

7

7,8

7,8

8,7

huur, huis, sociale huur

5,2

6

5,8

6,7

huur, appartement, duur

5,6

6,4

6,2

7,1

huur, appartement, midden/goedkoop

3,7

4,5

4,1

5,0

Tabel 1: Verkeersgeneratiekencijfers CROW

De vertaling naar drukste ochtend- en avondspitsuur is weergegeven in tabel 2. drukste ochtendspitsuur

vertrek

aankomst

drukste avondspitsuur

vertrek

aankomst

8%

89%

11%

9%

20%

80%

koop, huis, vrijstaand

0,73

0,65

0,08

0,82

0,16

0,66

koop, huis, twee-onder-een-kap

0,69

0,62

0,08

0,78

0,16

0,62

koop, huis, tussen/hoek

0,66

0,58

0,07

0,74

0,15

0,59

koop, appartement, duur

0,66

0,58

0,07

0,74

0,15

0,59

koop, appartement, midden

0,53

0,47

0,06

0,60

0,12

0,48

koop, appartement, goedkoop

0,50

0,44

0,05

0,56

0,11

0,45

huur, huis, vrije sector

0,66

0,58

0,07

0,74

0,15

0,59

huur, huis, sociale huur

0,50

0,44

0,05

0,56

0,11

0,45

huur, appartement, duur

0,53

0,47

0,06

0,60

0,12

0,48

huur, appartement, midden/goedkoop

0,36

0,32

0,04

0,41

0,08

0,33

Tabel 2: Drukste ochtend- en avondspitsuur CROW

3

Het gemiddelde CROW verkeersgeneratiekencijfer uit publicatie 381 voor een duur koopappartement (weinig stedelijk, rest bebouwde kom) is: 7,4 motorvoertuigbewegingen per weekdagetmaal. Voor een werkdag moet dit vermenigvuldigd worden met 1,11: 8,2 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal. Volgens CROW rekenregels uit publicatie 256 betekent dit het volgende voor het drukste ochtendspitsuur in de vertrekrichting: ■ drukste ochtendspitsuur: 8,2 x 8% x 89% = 0,58 motorvoertuigbewegingen per woning. Dit is aanzienlijk hoger dan gemeten is op de pont (richting Buitenkaag in het drukste ochtendspitsuur: 0,23 motorvoertuigbewegingen per woning). Om die reden is het an sich niet vreemd om met het gemiddelde kencijfer te rekenen. Sterker: gebruik maken van de verkeersgeneratiekencijfers van CROW geeft een aanzienlijke overschatting weer van de verwachte verkeersdruk.

6.

‘Er zijn bedenkingen te plaatsen bij het in september 2018 uitgevoerde onderzoek’.

Reactie: verkeerskundige metingen worden uitgevoerd gedurende maatgevende momenten in de week. Conform ASVV 20121 zijn de metingen uitgevoerd gedurende de ochtend- en avondspits om een goed beeld te krijgen van de verkeersintensiteiten en de verkeersdruk gedurende de drukste momenten in de week. Daarnaast zijn ook tellingen uitgevoerd tijdens een daluur om de verkeersintensiteiten afkomstig uit de ochtend- en avondspitsperioden te kunnen vergelijken met een “normale” situatie met lagere intensiteiten. De tellingen zijn uitgevoerd in de maand september, en bijvoorbeeld niet gedurende de zomerperiode, aangezien metingen gedurende de zomermaanden (juni tot en met augustus) conform ASVV 2012 van landelijk kennisinstituut CROW niet representatief zijn door bewoners die op vakantie zijn en daardoor onder meer een beperkter woon- en werkverkeer veroorzaken. Representatieve gegevens worden verzameld tijdens momenten die een realistisch beeld geven van een gemiddelde situatie. In de maand september zijn in vergelijking met andere maanden hogere verkeersintensiteiten te verwachten door de

1

ASVV 2012 ‘Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom’, 13

december 2012

4

aanwezigheid van het woon- en werkverkeer. Daarnaast is in september vaak nog sprake van goed weer, waardoor er in deze nazomerperiode nog sprake is van recreatief verkeer. Dit maakt de maand september juist de meest representatieve maand voor het uitvoeren van verkeerskundige tellingen voor een ontwikkellocatie op het Kaageiland.

7.

‘ Er is geen rekening gehouden met een autonome groei.’

Reactie: Kaag is een eiland. Er is daarom geen doorgaand verkeer vanuit andere gebieden waar ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden. Er is zo goed mogelijk een inschatting gemaakt van de plannen op Kaag. Van overige autonome groei is daarom geen sprake.

8.

‘In het onderzoek wordt alleen gekeken naar de restcapaciteit in de spitsperiode van 2 uur’

Reactie: Niet iedere nieuwe bewoner zal in het drukste spitsuur een rit maken. Het moment van vertrek en aankomst is afhankelijk van de uiteindelijke rit en ook afhankelijk van de drukte van de pont en op het overige regionale wegennet. Als men weet dat op een bepaald moment file of wachtrijen bij de pont ontstaan, dan zal men het reisgedrag aanpassen en eerder of later vertrekken. Om die reden is conform ASVV2021 gerekend met de 2-uurs periode (zie rapport ‘Verkeersonderzoek Julianalaan 68 – 70 Kaag’ d.d. 21 maart 2022). Over het piekmoment het volgende: de restcapaciteit of een wachttijd is geen ‘norm’ of ‘wet’. Op het wegennet is op andere locaties ook sprake van verliestijd. Een toename van verliestijd is voor de gemeente Kaag en Braassem geen reden om de geplande ontwikkelingen tegen te houden.

9.

De capaciteit is niet gecorrigeerd naar type voertuigen en grotere aantallen voetgangers en fietsers.

Reactie: Voetgangers en fietsers zijn geteld tijdens de metingen en vormen dus onderdeel van het onderzoek. Zoals eerder aangegeven zal het aantal voetgangers afnemen als gevolg van de verplaatsing van een deel van de activiteiten van Van Lent naar Amsterdam.

5

10. ‘Vastgesteld is dat de wachtende voertuigen die tijdens de spits aan zijn komen rijden maar in de spits niet mee konden varen, niet zijn meegenomen bij bepalen van de restcapaciteit’ Reactie: De restcapaciteit is bepaald op de pont. Geconstateerd is dat niet bij alle afvaarten 4 auto’s zijn meegegaan. Wachtrijen komen ook elders voor op het wegennet, bij de kruispunten bijvoorbeeld.

11. Door de specifieke kenmerken van de straat en de verkeersstroom op het eiland had een verkenning van de toename van het aantal ontmoetingen tijdens de piekuren op zijn plaats geweest. Reactie: Voor de spitsuren is de informatie weergegeven in het rapport. De toets van de verkeersveilige capaciteit vindt plaats op etmaalniveau conform CROW richtlijnen.

6

Bijlage 1

Figuur B1.1: Auto’s per bewoonde woning gemeenten met stedelijkheidsgraad ‘weinig stedelijk’

7

Figuur B1.2: Auto’s per bewoonde woning gemeente Kaag en Braassem

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=5dac1e3a-5582-4e08-a540-f60fbefb17e2