CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Verkennend bodemonderzoek

Gemeenteraad 17 juni 2024, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Karperhof, Woubrugge’.22.356 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Nolina terrein te Woubrugge Milieuhygiënisch vooronderzoek Verkennend milieukundig bodemonderzoek

Kenmerk Datum

: :

A2579-06/PBE/rap1 17 april 2023

Opdrachtgever

: : : :

Jobo De Bouwers De heer J. de Bree Admiraalsweg 4 2315 SC Leiden

Goedkeuring

Functie

Datum

De heer P. van den Berg (Adviseur milieu)

Opsteller, auteur

17 april 2023

Mevrouw P. Mulder (Projectleider)

2e lezerschap en vrijgave

17 april 2023

Handtekening

BRL SIKB 2000 protocol 2001, 2002

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING ........................................................................................................................................... 4

2.

MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK ......................................................................................... 6 2.1

AANLEIDING VOORONDERZOEK ................................................................................................. 6

2.2

AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED .......................................................................................... 7

2.3

POTENTIËLE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING........................................................ 8

2.4

BODEMKWALITEIT EN ASBEST .................................................................................................... 9

2.5

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ................................................................................... 10

2.6

BEÏNVLOEDING ............................................................................................................................ 10

2.7

BODEMVERONTREINIGING ........................................................................................................ 11

2.8

TERREINVERKENNING ............................................................................................................... 11

2.9

BEOORDELING ............................................................................................................................ 12

2.10 CONCLUSIE EN HYPOTHESESTELLING.................................................................................... 13 3.

4.

VERKENNEND BODEMONDERZOEK ............................................................................................. 14 3.1

ONDERZOEKSSTRATEGIE ......................................................................................................... 14

3.2

UITVOERING VELDONDERZOEK................................................................................................ 14

3.3

UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK ............................................................................ 16

3.4

TOETSINGSKADER ...................................................................................................................... 17

3.5

INTERPRETATIE .......................................................................................................................... 18

3.6

TOETSING HYPOTHESE ............................................................................................................. 19

3.7

CONCLUSIES ............................................................................................................................... 20

3.8

AANBEVELINGEN ........................................................................................................................ 20

BETROUWBAARHEID ...................................................................................................................... 21

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Nolina terrein te Woubrugge Kenmerk rapportage: A2579-06/PBE/rap1

Pagina 2 van 21

BIJLAGEN

1. 1.1 1.2

Kaarten en tekeningen Topografische kaart Situatietekening

2. 2.1 2.2 2.3

Vooronderzoek Rapportage omgevingsdienst Rapportage Bodemloket Fotoreportage

3. 3.1 3.2

Veldonderzoek Formulieren veldonderzoek Boorstaten en legenda

4. 4.1 4.2

Laboratoriumonderzoek Certificaat grond Certificaat grondwater

5. 5.1 5.2

Toetsingstabellen Toetsingstabellen grond Toetsingstabellen grondwater

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Nolina terrein te Woubrugge Kenmerk rapportage: A2579-06/PBE/rap1

Pagina 3 van 21

1.

INLEIDING

In opdracht van Jobo De Bouwers is door IDDS een milieuhygiënisch vooronderzoek en een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie staat bekend als het Nolina terrein en is gelegen aan de Oudendijkseweg 11-15 te Woubrugge (afbeelding 1).

Afbeelding 1: Onderzoeksgebied (bron: OpenTopo)

Aanleiding en doelstelling Het onderzoek is uitgevoerd in verband met de voorgenomen realisatie van een woonwijk. De doelstelling van het onderzoek is het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de landbodem (grond en grondwater) ter plaatse van de onderzoekslocatie. Verklaring onafhankelijkheid IDDS verklaart hierbij onafhankelijk te zijn van de opdrachtgever en geen belang te hebben bij de resultaten van het uitgevoerde onderzoek. Milieuhygiënisch vooronderzoek Voorafgaand aan een verkennend bodemonderzoek conform de onderzoeknorm NEN 5740;2009+A1;2016 dient een milieuhygiënisch vooronderzoek te worden uitgevoerd conform de onderzoeknorm NEN 5725;2017. Op basis van de informatie uit het vooronderzoek wordt een onderzoekshypothese geformuleerd. Het doel van het vooronderzoek is inzicht te verkrijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen ter plaatse van de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Nolina terrein te Woubrugge Kenmerk rapportage: A2579-06/PBE/rap1

Pagina 4 van 21

Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. De te verzamelen informatie is afhankelijk van de aanleiding en het doel van het vooronderzoek en heeft betrekking op locatiegegevens, bodemopbouw, geohydrologie, te verwachten bodemkwaliteit en potentieel bodembedreigende activiteiten op de locatie waar het vooronderzoek betrekking op heeft. Verkennend bodemonderzoek Ter bepaling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit binnen de begrenzing van de onderzoekslocatie, is de onderzoeknorm NEN 5740;2009+A1;2016 gehanteerd. Deze norm beschrijft de werkwijze voor het opstellen van de onderzoeksstrategie bij een verkennend bodemonderzoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van bodemverontreiniging en de werkwijze voor het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en eventueel vrijkomende grond. Op basis van de informatie uit het milieuhygiënisch vooronderzoek wordt een onderzoekshypothese geformuleerd. Elke uit het milieuhygiënisch vooronderzoek resulterende onderzoekshypothese over de aan- of afwezigheid van bepaalde verontreinigende stoffen en de wijze van verspreiding wordt getoetst met een locatiespecifieke onderzoeksstrategie. Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het milieuhygiënisch vooronderzoek stapsgewijs besproken.

Het milieuhygiënisch vooronderzoek bestaat achtereenvolgens uit het vaststellen van de aanleiding en de afbakening van het onderzoeksgebied. Vervolgens wordt informatie verzameld van de voorgeschreven onderzoekaspecten en worden de onderzoeksvragen beantwoord. Op basis hiervan worden conclusies getrokken en wordt de hypothese voor de onderzoekslocatie vastgesteld. In hoofdstuk 3 wordt het verkennend bodemonderzoek stapsgewijs besproken. Als eerste stap wordt, op basis van de bij het milieuhygiënisch vooronderzoek voor de locatie vastgestelde hypothese, de onderzoeksstrategie vastgesteld. Vervolgens worden de uitvoering en resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek apart besproken. Op basis van de onderzoekresultaten wordt de vastgestelde hypothese getoetst en worden indien van toepassing, aanbevelingen gedaan met betrekking tot eventueel te nemen vervolgstappen. In hoofdstuk 4 wordt de betrouwbaarheid van het uitgevoerde onderzoek toegelicht.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Nolina terrein te Woubrugge Kenmerk rapportage: A2579-06/PBE/rap1

Pagina 5 van 21

2.

MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK

2.1

AANLEIDING VOORONDERZOEK

Afhankelijk van de aanleiding voor het verrichten van het vooronderzoek moet antwoord worden verkregen op een aantal onderzoeksvragen. Als eerste stap in het vooronderzoek dient derhalve de aanleiding te worden vastgesteld. In de NEN 5725;2017 zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Opgemerkt wordt dat er sprake kan zijn van een combinatie van meerdere aanleidingen. In dat geval dienen de onderzoeksvragen voor elke afzonderlijke aanleiding te worden beantwoord. Voor onderhavig onderzoek is de volgende aanleiding vastgesteld: A. opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. De onderzoeksvragen, behorende bij de vastgestelde aanleiding, zijn in de navolgende paragrafen in tabelvorm aangegeven. Per onderzoeksvraag is, direct onder de betreffende vraag, het antwoord opgenomen.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Nolina terrein te Woubrugge Kenmerk rapportage: A2579-06/PBE/rap1

Pagina 6 van 21

2.2

AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED

TABEL 2.2.1: Afbakening onderzoeksgebied Onderzoeksvraag Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? Uitwerking

Bronnen

Situering

Globale ligging: zie overzichtskaart 1.1 in bijlage 1. Begrenzing onderzoekslocatie: zie situatietekening 1.2 in bijlage 1.

Adres

Oudendijkseweg 11-15

Postcode / Plaats

2481 KE Woubrugge

Gemeente

Kaag en Braassem

Provincie

Zuid-Holland

RD-coördinaten

Omschrijving

Globaal middelpunt onderzoekslocatie

X

103.176

Y

465.025

Hoogte maaiveld

Z

Circa 3,8 m -NAP

Kadastraal

Gemeente

Woubrugge

Gemeentecode

WBG00

Sectie

B

Nummers

4470 en 4627 (beide gedeeltelijk)

Totaal

Ca. 20.950 m2

Bebouwd

-

Verharding

Beton ca. 2.000 m2

Alle richtingen

Ten zuiden en oosten van de locatie zijn sportvelden aanwezig. Ten westen en noorden van de onderzoekslocatie is respectievelijk een kwekerij en een woonwijk aanwezig.

Oppervlaktes

Belendingen

#1 / #2

Afbeelding 2: Onderzoekslocatie en belendingen (bron: IDDS Projectenkaart) Afbakening VO

25 meter buiten onderzoekgrenzen

-

Conclusie Afbakening voldoende #1: Informatie opdrachtgever #2: Google Maps / AHN / Perceelloep / IDDS Projectenkaart

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Nolina terrein te Woubrugge Kenmerk rapportage: A2579-06/PBE/rap1

Pagina 7 van 21

2.3

POTENTIËLE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING

TABEL 2.3.1: Potentiële bronnen van bodemverontreiniging Onderzoeksvraag Is sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn de verdachte parameters? Uitwerking

Bronnen

Voormalig gebruik

Uit historische bronnen is bekend dat de locatie van oudsher een agrarisch gebruik heeft gehad. In de jaren 980 en 990 zijn in totaal vier sloten gedempt. Onbekend is wat voor (kwaliteit) dempingsmateriaal is gebruikt. Na demping van de sloten is de locatie in gebruik genomen door een kwekerij. Vermoedelijk zijn hierbij bestrijdingsmiddelen gebruikt. Gelijktijdig is een landbouwdam gerealiseerd ter plaatse van een watergang.

Potentiële bronnen

De gedempte sloten en landbouwdam zijn potentiële bronnen van bodemverontreiniging met zware metalen en PAK. Het vermoedelijke gebruik van bestrijdingsmiddelen is een potentiële bron van bodemverontreiniging met OCB9s en kwik.

Huidig gebruik

In de huidige situatie is de locatie in gebruik als kwekerij.

Potentiële bronnen

In de huidige situatie zijn geen aanvullende potentiële bronnen van bodemverontreiniging bekend.

Toekomstig gebruik

Op de locatie wordt een woonwijk gerealiseerd.

#1 / #2

-

Conclusie De gedempte sloten en landbouwdam zijn potentiële bronnen van bodemverontreiniging met zware metalen en PAK. Het vermoedelijke gebruik van bestrijdingsmiddelen is een potentiële bron van bodemverontreiniging met OCB9s en kwik. #1: Omgevingsdienst West-Holland; Omgevingsrapportage (opgenomen in bijlage 2) #2: Bodemloket / TopoTijdreis

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Nolina terrein te Woubrugge Kenmerk rapportage: A2579-06/PBE/rap1

Pagina 8 van 21

2.4

BODEMKWALITEIT EN ASBEST

TABEL 2.4.1: Bodemkwaliteit en asbest Onderzoeksvraag Is de bodem asbestverdacht? Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? Uitwerking Asbest

Bronnen Er is geen informatie beschikbaar omtrent een eventuele verdenking op de aanwezigheid van asbest in de bodem.

#1

Opgemerkt wordt dat, indien in de bodem sprake is van een puinbijmenging, de locatie, ongeacht de gradatie van het puin, dient te worden aangemerkt als asbestverdacht. Mogelijk dat bij de demping van de sloten en realisatie van de landbouwdam puinhoudend materiaal is gebruikt. Bodemkwaliteit

Bodemfunctieklasse

Wonen

Bodemkwaliteitszone

-

Ontgravingskaart boven- en ondergrond

Bovengrond (0,0 - 0,5 m-mv) : Ondergrond (0,5 - 2,0 m-mv) :

#2

Conclusie Informatie omtrent het voorkomen van asbest in de bodem is onbekend. Vooralsnog wordt de locatie als niet asbestverdacht beschouwd. Opgemerkt wordt dat, indien in de bodem sprake is van bijmengingen met puin, de locatie als asbestverdacht wordt aangemerkt. Mogelijk is ter plaatse van de gedempte sloten en landbouwdam sprake van bijmengingen met puin. Omgevingsdienst West-Holland heeft geen bodemkwaliteitskaart beschikbaar. #1: Omgevingsdienst West-Holland; Omgevingsrapportage (opgenomen in bijlage 2) #2: Bodemfunctieklassenkaart Gemeente Kaag en Braassem

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Nolina terrein te Woubrugge Kenmerk rapportage: A2579-06/PBE/rap1

Pagina 9 van 21

2.5

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE

TABEL 2.5.1: Bodemopbouw en geohydrologie Onderzoeksvraag Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? Uitwerking

Bronnen

Bodemopbouw (lokaal) Grondwater (lokaal)

0,0 - 0,5 m-mv

Veen

0,5 - 3,0 m-mv

Klei

Grondwaterstand freatisch

Circa 0,8 m-mv

#1

Een eenduidige stromingsrichting van het grondwater is niet bekend. De stromingsrichting zal lokaal worden beïnvloed door objecten in de ondergrond. Voor zover bekend wordt het grondwater op en in de nabijheid van de onderzoekslocatie niet beïnvloed door menselijk handelen (drainage, bemalingen, etc.). Geohydrologie

Bodemvreemde lagen

0,0 - 3,0 m-mv

Deklaag

3,0 - 43,0 m-mv

1e watervoerend pakket

43,0 - 47,0 m-mv

1e afsluitende laag

Stromingsrichting 1e WVP

Zuidelijk

De reeds genoemde gedempte sloten en landbouwdam.

Conclusie Op de locatie wordt een venige bovengrond met daaronder klei verwacht. Ter plaatse van de gedempte sloten en landbouwdam is mogelijk sprake van bodemvreemde lagen. #1: DINOloket / Archief IDDS

2.6

BEÏNVLOEDING

TABEL 2.6.1: Beïnvloeding Onderzoeksvraag Is sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? Uitwerking Beïnvloeding

Bronnen Er wordt op basis van de beschikbare informatie geen beïnvloeding vanuit de omgeving verwacht.

#1

Conclusie Er is voor zover bekend geen sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit en/of de kwaliteit van het grondwater. #1: Omgevingsdienst West-Holland; Omgevingsrapportage (opgenomen in bijlage 2)

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Nolina terrein te Woubrugge Kenmerk rapportage: A2579-06/PBE/rap1

Pagina 10 van 21

2.7

BODEMVERONTREINIGING

TABEL 2.7.1: Bodemverontreiniging Onderzoeksvraag Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? Uitwerking

Bronnen

Onderzoek op/nabij de locatie Verwachting o.b.v. eerder bodemonderzoek

Op/nabij de onderzoekslocatie zijn in de periode 1998-2005 vier onderzoeken uitgevoerd. enkele onderzoeken uitgevoerd. De beschikbare onderzoeken zijn aangegeven in het bodemrapport van de Omgevingsdienst West-Holland, zie bijlage 2. In de eerder uitgevoerde onderzoeken waren op/nabij de onderzoekslocatie geen tot lichte verontreinigingen aangetoond. Uitzondering hierop was een sterk verhoogd gehalte nikkel in de grond ter plaatse van de opslag/aanmaak van meststoffen aan de Oudendijkseweg 15a. Betreffende verontreiniging valt ruim buiten de grenzen van onderhavig onderzoekslocatie en wordt derhalve niet ter plaatse van de onderzoekslocatie verwacht..

#1 / #2

Conclusie Op basis van eerder uitgevoerde onderzoeken op/nabij de onderzoekslocatie worden in de bodem geen noemenswaardige verontreinigingen verwacht. #1: Omgevingsdienst West-Holland; Omgevingsrapportage (opgenomen in bijlage 2) #2: Archief IDDS

2.8

TERREINVERKENNING

De terreinverkenning heeft tot doel om te controleren of de gedocumenteerde informatie overeenkomt met de daadwerkelijke situatie ter plaatse en deze aan te vullen met relevante waarnemingen. De terreinverkenning is op 22 maart 2023 uitgevoerd. Op basis van de terreinverkenning blijkt geen sprake te zijn van aanvullende bijzonderheden en hebben zich geen wijzigingen voorgedaan ten opzichte van de reeds verkregen gegevens. Ter illustratie is in bijlage 2 een fotoreportage opgenomen.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Nolina terrein te Woubrugge Kenmerk rapportage: A2579-06/PBE/rap1

Pagina 11 van 21

2.9

BEOORDELING

Het vooronderzoek is beoordeeld op afwijkingen ten opzichte van de NEN 5725;2017. Indien er sprake is van afwijkingen zijn deze omschreven en is de reden van afwijking aangegeven. Beoordeeld is in hoeverre de afwijking gevolgen heeft op de betrouwbaarheid en in hoeverre er sprake is van beperkingen in relatie tot de onderzoeksvragen. Vervolgens is beoordeeld in hoeverre de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, op basis van de resultaten van het vooronderzoek, afdoende bekend is, of in hoeverre bodemonderzoek noodzakelijk is. In tabel 2.9.1 is de uitwerking met betrekking tot voornoemde onderzoeksvraag opgenomen. TABEL 2.9.1: Beoordeling Onderzoeksvraag Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Beantwoording Omschrijving

Reden afwijking

Afwijking

Geen

-

Gevolgen betrouwbaarheid

-

-

Beperkingen in relatie tot de onderzoeksvragen

-

-

Conclusie De milieuhygiënische bodemkwaliteit is niet afdoende bekend. Er is geen actuele informatie beschikbaar omtrent de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Nolina terrein te Woubrugge Kenmerk rapportage: A2579-06/PBE/rap1

Pagina 12 van 21

2.10 CONCLUSIE EN HYPOTHESESTELLING Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn conclusies getrokken over de verwachting van de milieuhygiënische bodemkwaliteit en de aanwezige verontreinigende stoffen. Op basis van de getrokken conclusie is een hypothese geformuleerd. De hypothese betreft voor elke (deel)locatie, in zowel het horizontale als het verticale vlak, de verwachting met betrekking tot de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Bij eventueel bodemonderzoek dient de hypothesestelling als basis voor de onderzoeksstrategieën uit de desbetreffende normdocumenten. De hypothese en strategie zijn complementair aan elkaar. TABEL 2.10.1: Conclusie en hypothese Hypothese Algemeen Locatie

Gehele terrein behoudens de ondergenoemde aandachtgebieden

Conclusie

Er is geen informatie beschikbaar omtrent de actuele milieuhygiënische bodemkwaliteit van de locatie. Op basis van de resultaten van het milieuhygiënisch vooronderzoek worden in de bodem geen noemenswaardige verontreinigingen verwacht.

Hypothese

Onverdacht Als aandachtsparameters worden aangemerkt: Bovengrond: OCB9s en kwik

Opmerking

Op voorhand wordt er niet van uitgegaan dat in de grond sprake is van puinbijmengingen. Ingeval echter wel sprake blijkt te zijn van een puinbijmenging dient de locatie, ongeacht de gradatie aan bijmengingen, formeel als verdacht op asbest te worden aangemerkt.

Aandachtgebieden Locatie

Gedempte sloten

Conclusie

Er zijn in het verleden vier sloten gedempt. Onbekend is waarmee de sloten destijds zijn gedempt en wat de milieuhygiënische kwaliteit van het dempingsmateriaal is geweest.

Hypothese

Verdacht

Opmerking

Het is de vraag in hoeverre resten van de voormalige sloten nog zijn terug te vinden.

Locatie

Landbouwdam

Conclusie

Op de locatie is één landbouwdam aanwezig. Onbekend is met wat voor materiaal de landbouwdam is gerealiseerd.

Hypothese

Verdacht

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Nolina terrein te Woubrugge Kenmerk rapportage: A2579-06/PBE/rap1

Pagina 13 van 21

3.

VERKENNEND BODEMONDERZOEK

3.1

ONDERZOEKSSTRATEGIE

De onderzoeksstrategie is gebaseerd op de hypothese zoals deze is vastgesteld op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek, zie hoofdstuk 2. De onderzoeksstrategie is aangegeven in tabel 3.1.1. TABEL 3.1.1: Onderzoeksstrategie Deellocatie Onderzoeksstrategie Gehele terrein behoudens de ondergenoemde aandachtsgebieden Opmerking

NEN 5740;2009+A1;2016; Onderzoeksstrategie voor een onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL).

Gedempte sloten

NEN 5740;2009+A1;2016; Onderzoeksstrategie voor een verdacht punt (VEP).

Opmerking

Het onderzoek ter plaatse van de gedempte sloten heeft als doel om na te gaan in hoeverre de dempingen visueel nog zijn terug te vinden (afwijkend dempingsmateriaal, slib- en rietresten). Per sloot wordt een raai boringen haaks op de demping uitgevoerd. Indien de demping visueel wordt waargenomen wordt één boring afgewerkt met een peilbuis en de grond en het grondwater analytisch onderzocht.

Landbouwdammen

NEN 5740;2009+A1;2016; Onderzoeksstrategie voor een verdacht punt (VEP).

Opmerking

Het onderzoek ter plaatse van de landbouwdam heeft als doel om na te gaan uit wat voor kwaliteit materiaal de dammen zijn opgebouwd. Indien puinbijmengingen worden aangetroffen worden inspectiegaten gegraven en de grond aanvullend onderzocht op asbest. Indien de puinbijmengingen tot onder de grondwaterstand aanwezig zijn wordt één boring afgewerkt met een peilbuis en het grondwater analytisch onderzocht.

3.2

De bovengrond is aanvullend op OCB9s geanalyseerd.

UITVOERING VELDONDERZOEK

Een samenvatting van de tijdens het veldonderzoek uitgevoerde werkzaamheden is opgenomen in de navolgende tabel. De posities van de genoemde meetpunten zijn weergegeven op situatietekening 1.2 die in bijlage 1 is opgenomen. TABEL 3.2.1: Samenvatting veldonderzoek Uitvoeringsperiode Monstername grond 3 22 en 23 maart 2023 Monstername grondwater 3 30 maart 2023 Uitvoerende partij

Monstername grond 3 Bodem Expert Monstername grondwater 3IDDS Milieu

BRL SIKB / protocol

BRL SIKB 2000 Protocol 2001, 2002

Onderzoekaspect

Meetpunten

Codering

Bijzonderheden

-

6 3

02, 04, 05, 06, 09, 10, 13, 16, 17, 18, 21, 23, 24, 25, 29 01, 08, 12, 14, 22, 26, 30, 32 03, 11, 15, 20, 27, 31 07, 19, 28

1,5

6

101 t/m 106, 110 t/m 115

-

1,5

3

107 t/m 109

-

Type

Diepte [m-mv]

Aantal

Boring

0,5

15

1,0

8

Peilbuis

2,0 3,0

Gedempte sloten

Boring

Landbouwdam

Boring

Gehele terrein

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Nolina terrein te Woubrugge Kenmerk rapportage: A2579-06/PBE/rap1

-

Pagina 14 van 21

Uitvoeringswijze Tijdens het veldonderzoek is niet afgeweken van de beoordelingsrichtlijn. Het veldverslag met daarin de gegevens van het veldwerkbureau en de namen van de veldwerkers is opgenomen in bijlage 3. Het procescertificaat en het hierbij behorende keurmerk zijn van toepassing op de activiteiten met betrekking tot het veldonderzoek en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie aan een erkend laboratorium of aan de opdrachtgever. Tijdens het verrichten van het veldonderzoek is de bodem zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen en is de bodemopbouw beschreven. Bodemopbouw Per meetpunt is de texturele, minerale en organische samenstelling van de bodem nauwkeurig beschreven. Op basis van deze beschrijving is per meetpunt een boorstaat vervaardigd. De boorstaten zijn opgenomen in bijlage 3. De globale opbouw van de bodem ter plaatse van de gehele onderzoekslocatie, gebaseerd op de boorstaten, wordt als volgt omschreven: -

De bovengrond bestaat overwegend uit veen. Plaatselijk is in de bovengrond zand aangetroffen. De ondergrond bestaat tot de geboorde dieptes van maximaal 3,0 m-mv uit klei.

Zintuiglijk waargenomen bijzonderheden Het opgeboorde bodemmateriaal is visueel geïnspecteerd op afwijkingen en op het voorkomen van bodemvreemde bijmengingen die kunnen duiden op een mogelijke verontreiniging van de bodem. Het materiaal is met name beoordeeld op de aard, grootte en gradatie van voorkomen. Sommige verontreinigingen die in de bodem aanwezig zijn, kunnen aan de geur herkend worden. Benadrukt dient te worden dat, indien tijdens de veldwerkzaamheden passieve geurwaarnemingen worden gedaan, deze gekarakteriseerd worden en per boorpunt worden beschreven. Indien er sprake is van afwijkingen en/of bijmengingen zijn deze, per meetpunt en per bodemlaag, aangegeven in de boorstaten die zijn opgenomen in bijlage 3. Op basis van de boorstaten blijkt in hoofdlijnen het navolgende: -

-

In de grond is plaatselijk sprake van bijmengingen met bodemvreemde materialen. Het betreft zwakke bijmengingen met baksteen welke zich beperken tot de bovengrond; Ter plaatse van de gedempte sloten zijn geen waarnemingen gedaan die kunnen duiden op de voormalige waterbodem dan wel afwijkend dempingsmateriaal. Vermoedelijk zijn de sloten met gebiedseigen grond gedempt; Ter plaatse van de landbouwdam is geen afwijkende bodemopbouw ten opzichte van het overige terrein aangetroffen. Vermoedelijk is de landbouwdam met gebiedseigen grond gerealiseerd.

Asbest Het veldonderzoek is uitgevoerd door veldwerkers welke zijn opgeleid voor het herkennen van asbestverdachte materialen. Tijdens de uitvoering van het bodemonderzoek is het maaiveld van de onderzoekslocatie, evenals het opgeboorde bodemmateriaal visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm). Indien asbestverdacht materiaal is aangetroffen is dit, per boorpunt en per bodemlaag, aangegeven in de boorstaten die zijn opgenomen in bijlage 3. Op basis van de visuele inspectie op asbest blijkt het navolgende: -

In de opgeboorde grond is visueel geen asbestverdacht materiaal (fractie > 20 mm) aangetroffen.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Nolina terrein te Woubrugge Kenmerk rapportage: A2579-06/PBE/rap1

Pagina 15 van 21

Grondwater Voorafgaand aan de bemonstering van het grondwater is de actuele grondwaterstand opgenomen ten opzichte van het maaiveld. Van het bemonsterde grondwater is in het veld de zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en de mate van troebelheid (NTU) gemeten. Het bemonsterde grondwater is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. In de navolgende tabel zijn de resultaten opgenomen van de uitgevoerde metingen en verrichtte waarnemingen. TABEL 3.2.2: Metingen uitgevoerd aan het grondwater Peilbuis

Filterstelling

Grondwaterstand

pH

EC

Troebelheid

Monstername

Zintuiglijke afwijkingen / overige bijzonderheden

[m-mv]

[m-mv]

[3]

[ýS/cm]

[NTU]

d.d.

07

2,00 - 3,00

1,00

7,5

1.110

16,5

30-03-2023

Geen bijzonderheden

19

2,00 - 3,00

0,77

7,4

1.210

14,3

30-03-2023

Geen bijzonderheden

28

2,00 - 3,00

0,72

7,3

1.470

12,7

30-03-2023

Geen bijzonderheden

Op basis van de veldwaarnemingen en metingen blijkt het navolgende: -

3.3

Aan het bemonsterde grondwater zijn geen afwijkingen waargenomen die kunnen duiden op een eventuele bodemverontreiniging. De gemeten waarden voor de zuurgraad en het elektrisch geleidingsvermogen duiden niet op een eventuele verontreiniging van het grondwater. Opgemerkt wordt dat de gemeten waarden voor de troebelheid enigszins verhoogd zijn. Echter, een verklaring hiervoor is op basis van de voor de omgeving bekende gegevens niet bekend.

UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK

Voor de verrichting van het chemisch onderzoek zijn de monsters overgebracht naar een (RvA) geaccrediteerd en AS3000 erkend laboratorium. De naam en contactgegevens van het betreffende laboratorium, alsmede de data waarop de monstervoorbehandeling en het analytisch onderzoek is uitgevoerd, zijn aangegeven op de analysecertificaten die in bijlage 4 zijn opgenomen. Analysestrategie Bij de selectie van de grond(meng)monsters is, voor het verkrijgen van een representatief beeld van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, rekening gehouden met de bodemopbouw en eventuele zintuiglijk waargenomen afwijkingen. Voor het verkrijgen van een ruimtedekkend beeld is eveneens rekening gehouden met de situering van de boringen. In tabel 3.4.1 is een overzicht gegeven van de monsters, waar van toepassing de monstersamenstelling, de monstertrajecten en de uitgevoerde analyses. Samenstelling analysepakketten In het standaardpakket voor grond zijn de volgende analyses opgenomen: -

Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink). PAK (polycyclische aromatische koolwaterstoffen). Minerale olie (GC). PCB (PolyChloorBifenylen).

Ten behoeve van de toetsing van de analyseresultaten zijn van alle grondmonsters de percentages lutum en/of organische stof bepaald. De bovengrond is aanvullend op OCB9s geanalyseerd. Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Nolina terrein te Woubrugge Kenmerk rapportage: A2579-06/PBE/rap1

Pagina 16 van 21

In het standaardpakket voor grondwater zijn de volgende analyses opgenomen: -

3.4

Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink). BTEXNS (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen en styreen). VOCl (vluchtige organochloorverbindingen). Minerale olie.

TOETSINGSKADER

De resultaten van de chemische analyses zijn weergegeven op de analysecertificaten, die in bijlage 4 zijn opgenomen. De analyseresultaten zijn, waar van toepassing, getoetst middels de Bodem Toets en Validatieservice (BoToVa). De toetsingstabellen zijn opgenomen in bijlage 5. Wet bodembescherming (Wbb) Voor de interpretatie van de resultaten van de chemische analyses van de grondmonsters zijn de meetwaarden, conform bijlage G van de Regeling bodemkwaliteit, gecorrigeerd voor de gemeten percentages lutum en/of organische stof. De gecorrigeerde meetwaarden zijn vergeleken met het toetsingskader van de Wet bodembescherming. Dit toetsingskader bestaat uit de achtergrondwaarden, zoals opgenomen in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit, en de interventiewaarden, zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 (Staatscourant nr. 16675, 27 juni 2013). Naast het wettelijk kader zijn de gecorrigeerde meetwaarden getoetst aan de tussenwaarden, zijnde het rekenkundig gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarden voor de betreffende stof. Indien de gecorrigeerde meetwaarde voor één of meerdere stoffen de tussenwaarde overschrijdt kan in potentie sprake zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging (HandhavingUitvoeringsMethode Wbb, versie 7.5 van het SIKB) en is het uitvoeren van nader bodemonderzoek in veel gevallen noodzakelijk.

In tabel 3.4.1 zijn de resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek opgenomen alsmede de resultaten van de uitgevoerde toetsingen. <AW / <S niet verontreinigd: het gehalte / de concentratie is lager dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (grond) of streefwaarde (grondwater), dan wel de rapportagegrens; >AW / >S licht verontreinigd: het gehalte overschrijdt de achtergrondwaarde (grond) of streefwaarde (grondwater) en is lager dan of gelijk aan de tussenwaarde, zijnde licht verontreinigd; >T matig verontreinigd: het gehalte overschrijdt de tussenwaarde en is lager dan of gelijk aan de interventiewaarde; >I sterk verontreinigd: het gehalte overschrijdt de interventiewaarde.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Nolina terrein te Woubrugge Kenmerk rapportage: A2579-06/PBE/rap1

Pagina 17 van 21

TABEL 3.4.1: Overzicht monsters, monstersamenstelling, analyses en toetsingsresultaten Monstercodes, deelmonsters en bodemlagen (bodemlagen in cm-mv)

Matrix en eventuele bijzonderheden

Analyse

Toetsingsresultaten

Wbb (index) > AW / > S (licht verhoogd)

>T (matig verhoogd)

>I (sterk verhoogd)

Gehele terrein Bovengrond MM01 20 (2 - 50), 22 (2 - 30), 24 (2 -,30), 26 (2 - 30), 29 (2 - 50), 30 (2 - 52), 31 (2 - 50), 32 (2 - 52)

Veen, sporen baksteen

#1

Lood (0,13)

-

-

MM02 115 (2 - 20), 19 (12 - 25), 23 (2 - 20), 27 (12 - 50), 28 (12 - 25)

Zand

#1

-

-

-

MM03 02 (2 - 50), 04 (2 - 35), 05 (2 - 50), 06 (1 3 50), 09 (1 - 30), 10 (1 - 50)

Veen

#1

Kwik (-) Lood (0,01)

-

-

MM04 11 (1 - 51), 13 (2 - 50), 16 (2 - 50), 17 (2 - 50), 18 (2 - 50)

Veen

#1

-

-

-

MM06 01 (60 - 100), 03 (100 - 150), 07 (100 - 150), 08 (60 - 100), 11 (100 - 150), 12 (70 - 100)

Klei

#2

-

-

-

MM07 14 (60 - 100), 15 (100 - 150), 19 (100 - 150), 20 (100 - 150), 22 (80 - 100)

Klei

#2

-

-

-

MM08 115 (100 - 150), 26 (80 - 100), 27 (100 - 150), 30 (70 - 100), 31 (100 - 150)

Klei

#2

-

-

-

Peilbuis 07 (200-300)

Grondwater

#3

Barium (0,1)

-

-

Peilbuis 19 (200-300)

Grondwater

#3

Barium (0,1)

-

-

Peilbuis 28 (200-300)

Grondwater

#3

Barium (0,06)

-

-

MM05 108 (0,12 - 0,50) Zand 109 (0,00 - 0,50) Blanco : Niet geanalyseerd / onderzocht / getoetst #1 : Standaardpakket grond + OCB9s #2 : Standaardpakket grond #3 : Standaardpakket grondwater > AW : > Achtergrondwaarde >I : > Interventiewaarde Index : (GSSD - AW) / (I - AW)

#2

-

-

-

Ondergrond

Grondwater

Landbouwdam Bovengrond

3.5

INTERPRETATIE

Boven- en ondergrond De bovengrond bestaat overwegend uit veen. Plaatselijk is in de bovengrond zand aangetroffen. De ondergrond bestaat tot de geboorde dieptes van maximaal 3,0 m-mv uit klei. In de grond is plaatselijk sprake van bijmengingen met bodemvreemde materialen. Het betreft zwakke bijmengingen met baksteen welke zich beperken tot de bovengrond. Ter plaatse van de gedempte sloten zijn geen waarnemingen gedaan die kunnen duiden op de voormalige waterbodem dan wel afwijkend dempingsmateriaal. Vermoedelijk zijn de sloten met gebiedseigen grond gedempt. Ter plaatse van de landbouwdam is geen afwijkende bodemopbouw ten opzichte van het overige terrein aangetroffen. Vermoedelijk is de landbouwdam met gebiedseigen grond gerealiseerd. Visueel is geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Op basis van de analyse- en toetsingsresultaten blijkt de bovengrond niet tot licht verontreinigd te zijn met lood en/of kwik. De bovengrond ter plaatse van de landbouwdam is niet verontreinigd met de onderzochte parameters. De ondergrond is niet verontreinigd met de onderzochte parameters.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Nolina terrein te Woubrugge Kenmerk rapportage: A2579-06/PBE/rap1

Pagina 18 van 21

Grondwater Aan het bemonsterde grondwater zijn geen afwijkingen waargenomen die kunnen duiden op een eventuele bodemverontreiniging. De gemeten waarden voor de zuurgraad en het elektrisch geleidingsvermogen duiden niet op een eventuele verontreiniging van het grondwater. Op basis van de analyse- en toetsingsresultaten blijkt het grondwater licht verontreinigd te zijn met barium. Opgemerkt wordt dat barium van nature in licht verhoogde concentraties kan voorkomen in het grondwater. Middels onderhavig onderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater afdoende mate vastgelegd. De grond en het grondwater zijn hooguit licht verontreinigd. De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van vervolgonderzoek.

3.6

TOETSING HYPOTHESE

De op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek vastgestelde onderzoekshypothese is getoetst aan de resultaten van het verkennend bodemonderzoek. De toetsing van de hypothese is in onderstaande tabel opgenomen. Indien van toepassing is, bij een (gedeeltelijk) onjuiste hypothese de invloed op representativiteit van het onderzoek in relatie met de gevolgde onderzoeksstrategie aangegeven. TABEL 3.6.1: Hypothese en onderzoeksstrategie Algemeen Hypothese

Onverdacht

Toetsing

Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de hypothese: Verworpen (formeel) Reden: in de grond en het grondwater komen lichte verontreinigingen voor.

Representativiteit

Onzes inziens heeft de toegepaste onderzoeksstrategie geen invloed gehad op de representativiteit van het onderzoek.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Nolina terrein te Woubrugge Kenmerk rapportage: A2579-06/PBE/rap1

Pagina 19 van 21

3.7

CONCLUSIES

In opdracht van Jobo De Bouwers is door IDDS een milieuhygiënisch vooronderzoek en een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie staat bekend als het Nolina terrein en is gelegen aan de Oudendijkseweg 11-15 te Woubrugge. Het onderzoek is uitgevoerd in verband met de voorgenomen realisatie van een woonwijk. Middels onderhavig onderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de landbodem (grond en grondwater) ter plaatse van de onderzoekslocatie bepaald. Algemene bodemkwaliteit Op basis van de onderzoeksresultaten blijkt het volgende: " "

" " "

In de grond is plaatselijk sprake van bijmengingen met bodemvreemde materialen. Het betreft zwakke bijmengingen met baksteen welke zich beperken tot de bovengrond; Ter plaatse van de gedempte sloten zijn geen waarnemingen gedaan die kunnen duiden op de voormalige waterbodem dan wel afwijkend dempingsmateriaal. Ter plaatse van de landbouwdam is geen afwijkende bodemopbouw aangetroffen ten opzichte van het overige deel van de locatie. Vermoedelijk is bij de demping van de voormalige sloot en de realisatie van de landbouwdam gebiedseigen grond gebruikt; De bovengrond is niet tot licht verontreinigd met lood en/of kwik; De ondergrond is niet verontreinigd met de onderzochte parameters; Het grondwater is licht verontreinigd met barium.

Gelet op de onderzoeksresultaten, te weten de aangetoonde overschrijdingen van de betreffende achtergrondwaarden (grond) en streefwaarden (grondwater) dient de hypothese onverdacht voor de onderzoekslocatie formeel te worden verworpen. Echter, de gemeten waarden zijn dermate gering dat aanvullend onderzoek naar het voorkomen van deze stoffen in de bodem op het perceel ingevolge de Wet bodembescherming, niet noodzakelijk is. Op basis van de verkregen onderzoeksresultaten worden vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmeringen voorzien met betrekking tot de voorgenomen realisatie van een woonwijk en het hierop volgende gebruik.

3.8

AANBEVELINGEN

Wij adviseren om de onderzoeksresultaten voor te leggen aan het bevoegd gezag om na te gaan of zij kunnen instemmen met de onderzoeksresultaten en bovengenoemde conclusies ten behoeve van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en hierop volgende aanvraag van een omgevingsvergunning (activiteit bouwen). Indien op de onderzoekslocatie ten gevolge van graafwerkzaamheden grond vrijkomt en buiten de locatie wordt hergebruikt, vindt hergebruik veelal plaats binnen het kader van het Besluit bodemkwaliteit. In dat geval dient de chemische kwaliteit van de grond te worden getoetst aan de kwaliteitsnormen die door het Besluit bodemkwaliteit aan de betreffende toepassing worden verbonden. Het bodemonderzoek is steekproefsgewijs uitgevoerd. Hierdoor is het niet uit te sluiten dat plaatselijk sprake kan zijn van een afwijkende bodemopbouw. Indien op de locatie graafwerkzaamheden worden uitgevoerd wordt derhalve aanbevolen om alert te blijven op plaatselijke afwijkingen in de bodem die kunnen wijzen op een eventuele bodemverontreiniging.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Nolina terrein te Woubrugge Kenmerk rapportage: A2579-06/PBE/rap1

Pagina 20 van 21

4.

BETROUWBAARHEID

Het onderhavige onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen geaccepteerde inzichten en methoden. Echter, een bodemonderzoek is gebaseerd op het nemen van een beperkt aantal monsters en chemische analyses. IDDS streeft naar een zo groot mogelijke representativiteit van het onderzoek. Toch blijft het mogelijk dat lokaal afwijkingen in de milieuhygiënische kwaliteit of opbouw van het bodemmateriaal voorkomen, ten opzichte van de in onderhavig rapport beschreven situatie. IDDS acht zich niet aansprakelijk voor eventuele schade die als gevolg van deze afwijkingen zou kunnen ontstaan. Hierbij dient tevens te worden gewezen op het feit dat het uitgevoerde onderzoek een momentopname is. Beïnvloeding van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) zou plaats kunnen vinden na uitvoering van dit onderzoek door, bijvoorbeeld het bouwrijp maken van de locatie, het aanvoeren van grond van elders, toevoeging van bodemvreemde materialen of het naar de onderzoekslocatie verspreiden van verontreinigingen van verder gelegen terreinen via het grondwater. Naarmate de periode tussen de uitvoering van het onderzoek en het gebruik van de resultaten langer wordt, zal meer voorzichtigheid betracht moeten worden.

In veel gevallen hanteren de beoordelende instanties termijnen (doorgaans maximaal 3 jaar voor een bedrijfslocatie en maximaal 5 jaar voor een woonlocatie) waarbinnen de onderzoeksresultaten representatief worden geacht te zijn. Bij het gebruik van de resultaten van dit onderzoek dient het doel van het onderzoek goed in ogenschouw te worden genomen. Zo zullen de resultaten van een onderzoek naar het voorkomen en/of verspreiding van één specifieke verontreinigende stof geen uitsluitsel bieden omtrent de aanwezigheid aan verhoogde concentraties van overige, niet onderzochte verontreinigende stoffen.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Nolina terrein te Woubrugge Kenmerk rapportage: A2579-06/PBE/rap1

Pagina 21 van 21

BIJLAGE 1.1 Topografische kaart

Legenda Locatie-aanduiding

BIJLAGE 1.2 Situatietekening

BIJLAGE 2.1 Rapportage omgevingsdienst

Rapport Bodemloket ZH188400681 Oudendijkseweg 15a Datum: 17-3-2023

Legenda Locatie Voortgang onderzoek

Mijnsteengebieden

Pagina 1 van 3

Bodemloket Rapport ZH188400681 Oudendijkseweg 15a

RapportZH188400681 Oudendijkseweg 15a Inhoud 1

Algemeen

1.1

Administratieve gegevens

1.2

Statusinformatie

1.3

Verontreinigende (onderzochte) activiteiten

1.4

Onderzoeksrapporten

1.5

Besluiten

1.6

Saneringsinformatie

1.7

Contactgegevens

2

Disclaimer

1 Algemeen Dit rapport is opgesteld met de gegevens uit http://www.bodemloket.nl.

1.1

Administratieve gegevens Locatienaam:

Oudendijkseweg 15a

Identificatiecode volgens bevoegd gezag:

ZH188400681

Locatiecode gemeentelijk BIS:

AA064500241

Adres:

Oudendijkseweg 15 2481KE WOUBRUGGE

Gegevensbeheerder:

Omgevingsdienst West-Holland

Als de gegevensbeheerder de provincie is, kan er bij de gemeente en/of de omgevingsdienst waar de locatie onder valt meer informatie beschikbaar zijn.

1.2

1.3

1.4

Statusinformatie Vervolg:

uitvoeren NO.

Omschrijving:

Er moet op de locatie een nader onderzoek worden uitgevoerd om de omvang en ernst van de vastgestelde verontreiniging te bepalen. De basis voor dit onderzoek is het 'Protocol Nader onderzoek deel 1' (Sdu, 1995) of de 'Richtlijn nader onderzoek' (Sdu, 1995).

Verontreinigende (onderzochte) activiteiten Omschrijving

Start

Eind

boomkwekerij (01122)

onbekend

huidig

dieseltank (bovengronds) (631301)

onbekend

huidig

glastuinbouw (011218)

1980

huidig

bestrijdingsmiddelenopslagplaats (631298)

1980

huidig

Onderzoeksrapporten Type

Auteur

Nummer

Datum

Pagina 2 van 3

Bodemloket Rapport ZH188400681 Oudendijkseweg 15a

1.5

Nul- of Eindsituatieonderzoek

CBB

5031432

1998-07-01

Verkennend onderzoek NVN 5740

Lexmond

98.16892/MR

1998-04-01

Besluiten Type

1.6

Kenmerk

Saneringsinformatie Bovengronds

1.7

Datum

Ondergronds

Start

Eind

Contact Gedetailleerde informatie over deze locatie kunt u opvragen bij Omgevingsdienst West-Holland Bodem Informatie Punt (BIP Telefoonnummer: 071-4083100 E-mail: BIP@odwh.nl Bodeminformatiemodule ODWH

2 Disclaimer De bodeminformatie omvat alleen informatie die bij de provincie en gemeenten bekend is. Wanneer er geen gegevens op de kaart staan kunnen we niet met zekerheid zeggen dat de ondergrond schoon is. Andersom wijzen historische bedrijfsactiviteiten op de kaart niet zonder meer op bodemverontreiniging. Om daar duidelijkheid in te krijgen moet de bodem verder onderzocht worden. De inhoud van deze bodeminformatiekaart is met de grootste zorg samengesteld. Toch kan het voorkomen dat de informatie verouderd is of onjuistheden bevat. Wij vragen daarvoor uw begrip. Neem voor de meest actuele situatie van een locatie contact op met de gegevensbeheerder van de locatie. De contactgegevens van de gegevensbeheerder staat hierboven. Uw reactie stellen we op prijs. Het geeft ons gelegenheid de fouten en gebreken te herstellen. Rijkswaterstaat beheert de website Bodemloket. Vragen over de werking van de website kunt u stellen via onze helpdesk: http://www.bodemplus.nl/helpdesk.

Pagina 3 van 3

Rapport Bodemloket ZH188400679 Oudendijkseweg 13 Datum: 17-3-2023

Legenda Locatie Voortgang onderzoek

Mijnsteengebieden

Pagina 1 van 3

Bodemloket Rapport ZH188400679 Oudendijkseweg 13

RapportZH188400679 Oudendijkseweg 13 Inhoud 1

Algemeen

1.1

Administratieve gegevens

1.2

Statusinformatie

1.3

Verontreinigende (onderzochte) activiteiten

1.4

Onderzoeksrapporten

1.5

Besluiten

1.6

Saneringsinformatie

1.7

Contactgegevens

2

Disclaimer

1 Algemeen Dit rapport is opgesteld met de gegevens uit http://www.bodemloket.nl.

1.1

Administratieve gegevens Locatienaam:

Oudendijkseweg 13

Identificatiecode volgens bevoegd gezag:

ZH188400679

Locatiecode gemeentelijk BIS:

AA064500239

Adres:

Oudendijkseweg 13 2481KE WOUBRUGGE

Gegevensbeheerder:

Omgevingsdienst West-Holland

Als de gegevensbeheerder de provincie is, kan er bij de gemeente en/of de omgevingsdienst waar de locatie onder valt meer informatie beschikbaar zijn.

1.2

1.3

1.4

Statusinformatie Vervolg:

voldoende onderzocht.

Omschrijving:

De resultaten van het uitgevoerde (historische) bodemonderzoek geven aan dat de (voormalige) activiteiten en/of de onderzoekslocatie voldoende zijn onderzocht in het kader van de Wet bodembescherming.

Verontreinigende (onderzochte) activiteiten Omschrijving

Start

Eind

dieseltank (bovengronds) (631301)

onbekend

huidig

Onderzoeksrapporten Type

Auteur

Verkennend onderzoek NEN 5740 Verkennend onderzoek NVN 5740

Lexmond

Nummer

Datum

Onbekend

2005-05-01

94.6598/

1995-01-01

MB

Pagina 2 van 3

Bodemloket Rapport ZH188400679 Oudendijkseweg 13

1.5

Besluiten Type

1.6

Kenmerk

Saneringsinformatie Bovengronds

1.7

Datum

Ondergronds

Start

Eind

Contact Gedetailleerde informatie over deze locatie kunt u opvragen bij Omgevingsdienst West-Holland Bodem Informatie Punt (BIP Telefoonnummer: 071-4083100 E-mail: BIP@odwh.nl Bodeminformatiemodule ODWH

2 Disclaimer De bodeminformatie omvat alleen informatie die bij de provincie en gemeenten bekend is. Wanneer er geen gegevens op de kaart staan kunnen we niet met zekerheid zeggen dat de ondergrond schoon is. Andersom wijzen historische bedrijfsactiviteiten op de kaart niet zonder meer op bodemverontreiniging. Om daar duidelijkheid in te krijgen moet de bodem verder onderzocht worden. De inhoud van deze bodeminformatiekaart is met de grootste zorg samengesteld. Toch kan het voorkomen dat de informatie verouderd is of onjuistheden bevat. Wij vragen daarvoor uw begrip. Neem voor de meest actuele situatie van een locatie contact op met de gegevensbeheerder van de locatie. De contactgegevens van de gegevensbeheerder staat hierboven. Uw reactie stellen we op prijs. Het geeft ons gelegenheid de fouten en gebreken te herstellen. Rijkswaterstaat beheert de website Bodemloket. Vragen over de werking van de website kunt u stellen via onze helpdesk: http://www.bodemplus.nl/helpdesk.

Pagina 3 van 3

BIJLAGE 2.2 Rapportage Bodemloket

A2579 Omgevingsrapportage

Pagina 1 van 12

-

17-03-2023

Inhoudsopgave Voorblad Inhoudsopgave Inleiding Oudendijkseweg 13 Oudendijkseweg 15a Kaarten Disclaimer Toelichting

Pagina 2 van 12

-

17-03-2023

Voor U ligt een rapportage van de Omgevingsdienst West-Holland met de beschikbare informatie over de milieu-hygiënische kwaliteit van grond van het door U opgevraagde perceel.

Dit rapport is een samenvatting van gegevens afkomstig uit het bodeminformatiesysteem van de Omgevingsdienst West-Holland. Het bodeminformatiesysteem bevat gegevens met betrekking tot uitgevoerde bodemonderzoeken, aanwezige, gesaneerde en buiten gebruik gestelde ondergrondse brandstoftanks, historische bodembedreigende activiteiten en actuele bodembedreigende activiteiten.

Met nadruk wordt gesteld dat dit rapport een geautomatiseerde samenvatting is van het bodeminformatiesysteem van de Omgevingsdienst West-Holland aanwezige gegevens. Voor nadere informatie over de in deze rapportage genoemde rapporten dienen de betreffende dossiers te worden geraadpleegd. Rapporten kunt u aanvragen bij ODWH via bip@odwh.nl. Er kan niet worden uitgesloten dat elders relevante informatie aanwezig is, die niet in de informatiesystemen van de Omgevingsdienst West-Holland en dus in deze samenvatting is opgenomen.

Dit rapport bestaat uit vier delen: 1. Deze pagina bevat een tekening van het geselecteerde gebied. 2. Informatie over het geselecteerde gebied, per locatie gegroepeerd (de in het bodeminformatiesysteem van de Omgevingsdienst West-Holland aangetroffen informatie over locaties die zich binnen het geselecteerde gebied bevinden. 3. Disclaimer 4. Toelichting op de rapportage. Hier vindt u de uitleg van de gegevens die in dit rapport zijn vermeld.

Als u vragen heeft over de in dit rapport vermelde gegevens dan kunt u contact opnemen met de Omgevingsdienst West-Holland via email bip@odwh.nl

Pagina 3 van 12

-

17-03-2023

Locatie: Oudendijkseweg 13 Locatie Adres

Oudendijkseweg 13 2481KE WOUBRUGGE

Locatiecode

AA064500239

Locatienaam

Oudendijkseweg 13

Plaats

Kaag en Braassem

Locatiecode bevoegd gezag WBB

ZH188400679

Status Vervolg WBB

voldoende onderzocht

Beoordeling

Status rapporten

Verkennend onderzoek NEN 5740

Beschikking

Status besluiten Is van voor 1987

Onverdacht/Niet verontreinigd

Status asbest Ja

Uitgevoerde onderzoeken Datum

Type

Naam

Auteur

Opdrachtnummer Archief

Verkennend 01-01-1995 onderzoek NVN 5740

Verkennend Onderzoek

Lexmond 2015064508

DIV MDWH

Verkennend 01-05-2005 onderzoek NEN 5740

Verkennend Onderzoek

2015064508

DIV MDWH

Conclusie overheid bg: min olie PAK >A. og:-.gw: Zn. Cu, Pb, Ni, tolueen, ethylbenzeen, xylenen >A.

Beschikbare documenten per onderzoek Geen gegevens beschikbaar

Verontreinigende activiteiten Activiteit

Start Einde Vervallen

Benoemd

Verontreinigd Spoed Voldoende onderzocht

dieseltank (bovengronds) 9999 8888 Niet van toepassing Per definitie >T

Geconstateerde verontreinigingen Geen gegevens beschikbaar

Beschikbare documenten Geen gegevens beschikbaar

Besluiten Geen gegevens beschikbaar

Sanering Geen gegevens beschikbaar

Saneringscontouren Geen gegevens beschikbaar

Pagina 4 van 12

-

17-03-2023

Nee

Onbekend

Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar

Pagina 5 van 12

-

17-03-2023

Locatie: Oudendijkseweg 15a Locatie Adres

Oudendijkseweg 15 2481KE WOUBRUGGE

Locatiecode

AA064500241

Locatienaam

Oudendijkseweg 15a

Plaats

Kaag en Braassem

Locatiecode bevoegd gezag WBB

ZH188400681

Status Vervolg WBB

uitvoeren NO

Beoordeling

Status rapporten

Nul- of Eindsituatieonderzoek

Beschikking

Status besluiten Is van voor 1987

Potentieel Ernstig

Status asbest Ja

Uitgevoerde onderzoeken Datum

01-04-1998

01-07-1998

Type

Naam

Auteur

Opdrachtnummer Archief Conclusie overheid

Verkennend onderzoek Oudendijkseweg Lexmond 228 NVN 5740 15a

Nul- of Oudendijkseweg CBB Eindsituatieonderzoek 15a

228

DIV MDWH

bg: Cu, Ni, PAK, (EOX) >S. og: Hg > S. gw: Cd > S. Geen reden nader onderzoek uit te voeren. Terrein geschikt voor voorgenomen gebruik.

DIV MDWH

opslag/aanmaak MS: bg: Zn>S, gw: Ni > I. opslag/aanmaak BM: bg: Ni (EOX) >S; gw: Cr en Zn >S. Olietank: bg: min.olie niet verhoogd; gw: benz., tol. >S. Nader onderzoek noodz. ivm sterke Ni-verontr.

Beschikbare documenten per onderzoek Geen gegevens beschikbaar

Verontreinigende activiteiten Activiteit

Start Einde Vervallen

Benoemd

Verontreinigd Spoed

Voldoende onderzocht

bestrijdingsmiddelenopslagplaats 1980 8888

Niet van toepassing

Per definitie

>T

Nee

Onbekend

boomkwekerij

9999 8888

Niet van toepassing

Per definitie

>T

Nee

Onbekend

dieseltank (bovengronds)

9999 8888

Niet van toepassing

Per definitie

>T

Nee

Onbekend

glastuinbouw

1980 8888

Niet van toepassing

Per definitie

>T

Nee

Onbekend

Pagina 6 van 12

-

17-03-2023

Geconstateerde verontreinigingen Geen gegevens beschikbaar

Beschikbare documenten Geen gegevens beschikbaar

Besluiten Geen gegevens beschikbaar

Sanering Geen gegevens beschikbaar

Saneringscontouren Geen gegevens beschikbaar

Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar

Pagina 7 van 12

-

17-03-2023

Pagina 8 van 12

-

17-03-2023

Deze rapportage betreft een geautomatiseerde samenvatting van de op het moment van de aanvragen aanwezige gegevens in de informatiesystemen van de Omgevingsdienst West-Holland. De basisgegevens uit de informatiesystemen zijn in de regel door derden aangeleverd.

Er kan niet worden uitgesloten dat elders relevante informatie aanwezig is, die niet in de informatiesystemen van de Omgevingsdienst West-Holland en dus in deze samenvatting is opgenomen. Ook is het vanzelfsprekend mogelijk dat na het moment van aanvragen aanvullende gegevens door de Omgevingsdienst West-Holland worden verkregen, of dat recent verkregen informatie nog niet in het informatiesysteem is ingevoerd. Deze rapportage dient derhalve te worden gezien als een momentopname.

Vanwege het mobiele karakter van sommige bodemverontreinigingen kan ook niet worden uitgesloten dat de verontreinigingssituatie sinds het uitvoeren van een bodemonderzoek is gewijzigd. Aangezien het invoeren van gegevens mensenwerk is, kan evenmin worden uitgesloten dat bij het invoeren invoer- en/of interpretatiefouten zijn gemaakt.

De Omgevingsdienst West-Holland is niet aansprakelijk voor enige directe schade dan wel enige andere indirecte incidentele of gevolgschade als blijkt dat in de praktijk de verontreinigingssituatie anders is dan in dit rapport is vermeld. In dit geval van koop/verkoop adviseert de Omgevingsdienst om bij twijfel representativiteit van de in dit rapport vermelde gegevens alsnog bodemonderzoek op de betreffende locatie te laten uitvoeren.

Deze rapportage kan in de regel niet worden gebruikt bij meldingen of vergunningsaanvragen waarvoor een bodemonderzoek is vereist. Kopieën van de in deze rapporten kunnen hier mogelijk wel voor worden gebruikt. Dit is afhankelijk van de onderzoekeisen vanuit de melding/vergunning en de aard, ouderdom en kwaliteit van het betreffende onderzoek.

Aan de totstandkoming van deze omgeving is uiterste zorg besteed. Desondanks is het gezien de aard van het gebruikte materiaal mogelijk dat kleine fouten in de exacte ligging van objecten voorkomen of dat de kaarten anderszins foutieve informatie afbeelden. De Omgevingsdienst West-Holland aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade als gevolg van het gebruik van de informatie. Wel stelt de Omgevingsdienst West-Holland het op prijs dat onjuistheden aan haar worden gemeld. Dit kan door een e-mail te sturen naar bip@odwh.nl

Pagina 9 van 12

-

17-03-2023

Toelichting Samenstelling van bodeminformatie in het bodeminformatiesysteem (BIS) Verontreinigende activiteiten (HBB) Dat verontreinigende stoffen toch in de bodem terecht komen is vaak het gevolg van bedrijfsactiviteiten. Maar er kan ook sprake zijn van bodemverontreiniging door bijvoorbeeld het ophogen van terreinen voor het bouwrijp maken, het lekken van een brandstoftank of een ongeval. Op basis van (archief)onderzoek zijn potentiële verontreinigingen op basis van (voormalige)bedrijfsactiviteiten (UBI’s) en de bekende bodemverontreinigingen in beeld gebracht, het zgn. landsdekkend beeld (LDB, 2004). De potentiële verontreinigingen vormen het zgn. HistorischBodemBestand (HBB). Deze gegevens vormen de basis voor de werkvoorraad van de provincie. Afhankelijk van de score van de UBI behoort een locatie tot de werkvoorraad (potentiële)bodemverontreiniging die voor 2030 gesaneerd danwel beheerst moet zijn of de spoedeisende werkvoorraad die voor 2015 gesaneerd danwel beheerst moet zijn. Ook voor het bewaken van de voortgang van de bodemsaneringsoperatie van de locaties waar de provincie bevoegd gezag is en de eigen werkprocessen maakt de provincie gebruikt van het BIS.

Het Wbb-traject / vervolg Wbb (potentiële)bodemverontreinigingslocaties doorlopen een zgn. Wbb-traject van onderzoek en sanering totdat de locatie niet meer tot de werkvoorraad van de provincie behoort. De locatie is dan voldoende onderzocht of gesaneerd. Indien op de locatie na sanering nog een restverontreiniging achterblijft (bijv. indien een verontreiniging wordt afgedekt met een verharding of leeflaag) dan is sprake van nazorg. Nazorgmaatregelen worden vastgelegd en gecontroleerd. In dit rappor twordt per locatie aangegeven in welke fase van het Wbb-traject een locatie zich bevindt (Vervolg Wbb-traject):

Wbb traject starten De locatie behoort op basis van vooronderzoek of vanuit het HBB tot de werkvoorraad van de provincie maar er is nog geen (historisch)onderzoek uitgevoerd. Op enig moment zal onderzoek plaats moeten vinden.

Bodemonderzoek uitvoeren Vooronderzoek of historisch onderzoek geeft aanleiding om bodemonderzoek te doen. Daarbij kan sprake zijn van verkennend of nader onderzoek.

Saneringsonderzoek uitvoeren Op basis van nader onderzoek is bepaald dat gesaneerd moet worden. Het saneringsonderzoek is gericht op de inventarisatie van de mogelijke wijzen van sanering en zal uitmondend in een keuze van de wijze van sanering

Saneringsplan opstellen Als op is vastgesteld dan sanering moet worden uitgevoerd dient een saneringsplan opgesteld te worden. Het saneringsplan wordt door het bevoegd gezag beschikt. In de beschikking op het saneringsplan kan het bevoegd gezag nadere eisen stellen aan de sanering. De saneerder voert de sanering uit overeenkomstig het door het bevoegd gezag goedgekeurde saneringsplan en de voorschriften die zij aan de instemming hebben verbonden.

Sanering en/of evaluatie uitvoeren Als het bevoegd gezag heeft ingestemd met het saneringsplan kan de sanering worden uitgevoerd. Na afronding van de sanering stelt de saneerder een evaluatierapport op. Op basis van het evaluatierapport zal het bevoegd gezag beoordelen of een sanering voldoende is uitgevoerd. Voldoende gesaneerde locatie behoren daarmee niet meer tot de werkvoorraad van de provincie.

Pagina 10 van 12

-

17-03-2023

Zorgmaatregelen uitvoeren Na sanering kan sprake zijn van restverontreiniging (bijv. indien sprake is van een afdeklaag als saneringsmaatregel). Deze maatregelen kunnen bestaan uit beperkingen in het gebruik van de locatie of het voorkomen blootstelling aan of verspreiding van de restverontreiniging.

Gesaneerd Indien een sanering is uitgevoerd wordt door het bevoegd gezag het evaluatierapport beoordeeld. Indien met een beschikking wordt ingestemd met de uitgevoerde sanering (aan de saneringsdoelstelling is voldaan) behoort de locatie niet meer tot de werkvoorraad van de provincie. Wel kan nog sprake zijn van nazorg zoals bijvoorbeeld het in stand houden van een afdeklaag of het verplicht melden van gewijzigd gebruik.

Geen werkvoorraad (meer) De locatie behoort op basis van de UBI score niet tot de werkvoorraad of is voldoende onderzocht of gesaneerd.

Toelichting op de gerapporteerde informatie

Locatie Algemene gegevens waaronder de locatie in het BIS bekend is. Daarnaast wordt aangegeven of de locatie betrekking heeft op een verontreiniging die na 1 januari 1987 is ontstaan (een zorgplicht geval dat onmiddellijk ongedaan gemaakt moet worden/zijn).

Status In de wet bodembescherming wordt onderscheid gemaakt tussen ernstige en niet ernstige verontreinigingen. Op basis daarvan wordt bepaald of een locatie door het bevoegd gezag wordt opgepakt. Voordat het bevoegd gezag hierover in een beschikking een uitspraak doet wordt de beoordeling op basis van historisch- en/of verkennend onderzoek vastgelegd (beoordeling). Indien er een uitspraak is van het bevoegd gezag dan wordt dat vermeld bij het veld ‘Beschikking’.

Sanering In een saneringsplan wordt aangegeven hoe de sanering wordt uitgevoerd. Dit kan in fasen gebeuren of in delen van de verontreiniging. Indien het bevoegd gezag een termijn heeft afgegeven voor het starten van de sanering dan wordt dat hier vermeld. Door het beoordelen van een evaluatierapport van de sanering wordt tevens de einddatum van de sanering bepaald.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=a50e5c61-283a-4cc2-9d21-b19a5580eda6