CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Notitie ecologie

Gemeenteraad 19 december 2022, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Boddens Hosangweg 118a, Woubrugge’1.901 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Blom Ecologie Koeweistraat 2 4181 CD Waardenburg

Buro SRO B.V.

0418 820 288

T.a.v. dhr. R. van der Made

info@blomecologie.nl

’t Goylaan 11

www.blomecologie.nl

3525 AA Utrecht

Onderwerp:

Inrichtingsplan Boddens Hosangweg 118a te Woubrugge

Datum:

4 oktober 2019, 5e revisie 21 april 2022

Project:

2019-604/n

Samensteller:

ir. ing. K.J. Rebergen, tekstuele revisie ir. ing. D. de Boer

KVK

67221904

BTW nr.

NL856882999B01

IBAN

NL21RABO0314240683

De initiatiefnemer is voornemens om op het perceel gelegen aan de Boddens Hosangweg 118a de bestaande berging (46 m2) uit te breiden met 25 m2. Het perceel is gelegen in een Natuurnetwerk Nederland gebied. Beleidskader Natuurnetwerk Nederland in Zuid-Holland Het ruimtelijk beleid voor het NNN is gericht op het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van een gebied. De bescherming van deze waarden vindt plaats door toepassing van een specifiek afwegingskader: het zogenaamde 'nee, tenzij'-regime. Dat betekent dat nieuwe plannen en projecten niet zijn toegestaan als deze een significant negatief effect hebben op de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied, tenzij daarmee een groot openbaar belang gediend is en er geen reële alternatieven voorhanden zijn. In dat geval moet de schade zoveel mogelijk beperkt worden door het treffen van mitigerende maatregelen en moet de resterende schade gecompenseerd worden. Hiervoor is een ontheffing van deze verordening van Gedeputeerde Staten vereist.

Een verzoek om ontheffing op basis van het 'nee, tenzij'-regime dient vergezeld te gaan van een compensatieplan waaruit blijkt hoe, waar en wanneer de mitigerende en compenserende maatregelen zullen worden getroffen, wat de begrenzing van het compensatiegebied is en op welke wijze de compensatie duurzaam verzekerd is (Omgevingsverordening Zuid-Holland, 2019). De wijze waarop het compensatiebeginsel (bij ruimtelijke ingrepen) moet worden toegepast en de stappen die in een compensatieprocedure moeten worden doorlopen zijn uitgewerkt en toegelicht in de herziene provinciale beleidsregel ‘Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland (2013). Aangezien voor ruimtelijke ingrepen in het NNN meestal een bestemmingsplanprocedure moet worden doorlopen zal de gemeente doorgaans het bevoegd gezag zijn in de compensatieprocedure en centraal staan in de borging van de compensatieverplichting.

§ 6.2.7 Natuur, Artikel 6.24 Natuurnetwerk Nederland De provincie Zuid-Holland heeft in § 6.2.7 Natuur, art. 6.24 Natuurnetwerk Nederland in de Omgevingsverordening Zuid-Holland 2019 haar beleidsuitgangspunten opgenomen ten aanzien van Natuurnetwerk Nederland. 1.

2.

3.

4.

5.

6.

Een bestemmingsplan voor gronden binnen het Natuurnetwerk Nederland, onderverdeeld in bestaande en nieuwe natuur, waternatuurgebied en ecologische verbinding, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 7 in bijlage II, wijst geen bestemmingen aan die de instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden significant beperken, of leiden tot een significante vermindering van de oppervlakte, kwaliteit of samenhang van die gebieden. De begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland, bedoeld in het eerste lid, kan door provinciale staten worden gewijzigd in overeenstemming met artikel 2.10.5 van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. De begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland, bedoeld in het eerste lid, heeft een voorlopig karakter voor zover deze gronden zijn gelegen binnen de Krimpenerwaard en het voormalige landinrichtingsproject Bodegraven-Noord, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 7 in bijlage II. Gedeputeerde staten stellen de definitieve begrenzing vast van het Natuurnetwerk Nederland binnen deze gebieden. Bij compensatie, bedoeld in artikel 6.31, onder b, worden in ieder geval de volgende voorwaarden in acht genomen: a. de compensatie leidt niet tot een nettoverlies van areaal, samenhang en kwaliteit van de wezenlijke kenmerken en waarden; b. de compensatie vindt plaats: i.

aansluitend aan of nabij het aangetaste gebied, met dien verstande dat een duurzame situatie ontstaat; door realisering van kwalitatief gelijkwaardige waarden of ii. fysieke compensatie op afstand van het gebied als fysieke compensatie aansluitend aan of nabij het gebied niet mogelijk is, of iii. op financiële wijze als zowel fysieke compensatie als compensatie door kwalitatief gelijkwaardige waarden op korte termijn redelijkerwijs niet mogelijk is. De toelichting bij het bestemmingsplan dat een ontwikkeling mogelijk maakt waarvoor ontheffing als bedoeld in artikel 6.31 nodig is, bevat een verantwoording over de aard van de effect beperkende of compenserende maatregelen, de begrenzing van het compensatiegebied, en de wijze waarop die compensatie duurzaam is verzekerd. Een bestemmingsplan voor het Buijtenland van Rhoon, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 7 in bijlage II, maakt hoogwaardige akkernatuur en (openlucht)recreatie mogelijk met ruimte voor extensieve agrarische bedrijvigheid, voor zover deze bijdraagt aan hoogwaardige akkernatuur en (openlucht}recreatie en met behoud van landschappelijke elementen en cultureel erfgoed, alsmede leidingen voor telecommunicatie of het transport van gassen, vloeistoffen of elektriciteit.

Planlocatie De planlocatie betreft het perceel van ‘Van Leersum Veerdienst BV’. Binnen het perceel is een veerpont, parkeergelegenheid en braakliggend kavel gelegen. De Boddens Hosangweg is gesitueerd aan de oostzijde. Aan de zuidzijde is struweel gelegen en aan de westzijde is het Paddegat gelegen, welke het Braassemermeer met de Wijde Aa en de Woudwetering verbindt. De omgeving wordt gekenmerkt door lintbebouwing en agrarische percelen.

Figuur 1

Een schets van de beoogde situatie aan de Boddens Hosangweg 118a te Woubrugge (bron: Buro SRO B.V.)

De planlocatie is gelegen in het Natuurnetwerk Nederland (ecologische verbinding). Voor deze ecologische verbinding geldt het volgende streefbeeld: Deze moerasverbinding met een beoogde breedte van min. 25 meter komt tot stand door langs bestaande waterlopen natuurvriendelijke oevers te realiseren of plas-drasbermen te graven. Langs het tracé komen meerdere stapstenen met open plasjes en bloemrijke graslanden voor. Daarnaast is er ook ruimte voor kleine oppervlakten struweel en ruigte met opgaande bomen. De vegetatie in de oeverzone zal bestaan uit rietzomen en een gevarieerde begroeiing van moeraskruiden. In de bloemrijke graslanden zullen veel nectarhoudende planten staan, als ook soorten die als waardplant kunnen dienen voor vlinders. Daarbij wordt de volgende beheertypenverdeling voorgestaan: Moeras (40%), Zoete plas (40%) en Kruiden- en faunarijk grasland (29%). Voor deze ecologische verbinding zijn beoogde doelsoorten vastgesteld (tabel 1). Tabel 1

Beoogde doelsoorten voor deze ecologische verbinding.

Soortgroep

Soorten

Zoogdieren

Bunzing, hermelijn, wezel, Noordse woelmuis, dwergmuis

Amfibeën

Rugstreeppad

Reptielen

Ringslang

Libellen

Glassnijder, vroege glazenmaker, bloedrode heidelibel, grote roodoogjuffer, grote keizerlibel

Vlinders

Bruin zandoogje, oranjetipje, argusvlinder

Vissen

Bittervoorn, kleine modderkruiper, snoek, kroeskarper, vetje, zeelt, paling

Overige ongewervelden

Platte schijfhoren

De bedrijfsactiviteiten zullen aan de noordelijke zijde van het perceel geclusterd worden. Het bestaande gebouw zal hierbij uitgebouwd worden. De woonark zal op de plek van de bunkerboot komen te liggen en vice versa. De drijvende steiger zal verwijderd worden. Hierdoor kan het zuidelijk gelegen gedeelte gebruikt worden voor het inrichtingsplan t.b.v. EVZ (ecologische verbindingszone). Dit betreft een gebied van circa 480 m2. Inrichtingsplan Van de genoemde doelsoorten in tabel 1 zijn een tweetal soort(groep)en gekozen om uit te werken in het inrichtingsplan, namelijk kleine marterachtigen en argusvlinder. Voor deze soortgroepen wordt de hoogste kans op ingebruikname van de soort geacht. Kleine marterachtigen Inzaaien bloemrijk grasland Door het inzaaien van een bloemrijk grasland c.q. kruidachtige vaatplanten, zullen ook kleine knaagdieren en met name woelmuizen aangetroffen worden. Dit is het voornaamste voedsel van de wezel. Om dit te bereiken kan het beheer worden aangepast zodat kruidenrijke vegetatie een kans krijgt om zich te ontwikkelen (zie beheer van gebied). Haag (heesters) Door aanleg van een haag kan het perceel aantrekkelijk worden gemaakt voor kleine marterachtigen. Een haag is een dichte rij struiken die minder vaak wordt geschoren en daardoor breder en hoger wordt en meer vruchten draagt.

Figuur 2

Een voorbeeld van een aangeplante haag.

Heg Een heg is een dichte rij struiken die frequent geschoren wordt. Een waardevolle heg voor marters zijn minimaal 1 m. hoog en 2 m. breed. Heggen in combinatie met greppels bieden effectieve verbindende landschappelijke elementen.

Figuur 3

Een voorbeeld van een aangeplante heg van circa 1 meter hoog en 2 meter breed.

Kunstbouw (stapelmuurtje) Om kleine marterachtigen een onderkomen te bieden, is aanleg van kunstbouw mogelijk. Met restanten van stenen afkomstig van bouwwerken of natuurstenen die uit de grond zijn gekomen kan een kunstburcht voor kleine marterachtigen, zoals wezel, hermelijn en bunzing, worden gemaakt. Ook een strak gemetselde muur met grote en kleine openingen kunnen als rust- en voortplantingsplaats dienen voor kleine marterachtigen. De bouwplek moet droog zijn en dient vooraf losgemaakt te worden en van vegetatie ontdaan. Op de vrijgemaakte plek wordt tot 20-30 cm diep een bodemlaag van zand, kiezel of fijn takkenmateriaal gelegd. Daarboven komt een bladerenlaag van 30-50 cm dik. Centraal op de hoop wordt met grote stenen een holle ruimte met een afmeting van minstens L 20 x B 15 x H5 (wezel), L 30 x B 20 x H10 (hermelijn) of L 40 x B 25 x H15 (bunzing) gemaakt. Voor de toegang wordt een opening van respectievelijk minstens 4, 6 en 9 cm opengehouden. Om de aandacht van een roofdier te trekken kan voor de opening een stukje pvc-buis (± 50 cm lang) met dezelfde diameter worden bevestigd, dat tussen drie bodemspieën wordt vastgeklemd.

Figuur 4

Een voorbeeld van kunstbouw (een stenen muur welke als voortplantingsplek voor hermelijn en wezel kan dienen).

Argusvlinder Nectarplanten De belangrijkste genoemde soorten zijn stijf havikskruid, vertakte leeuwentand, grote kattenstaart en akkerdistel. Argusvlinders lijken planten uit de familie Asteracae en Lamiaceae te prefereren. Daarnaast blijken distelsoorten, met name akkerdistel en kruldistel, in Nederland van groot belang als nectarplant voor argusvlinders.

Figuur 5

Het habitat van de argusvlinder (bron: soortenbank.nl).

Waardplanten Argusvlindervrouwtjes zetten hun eitjes af op diverse grassoorten, zoals schapengras, gevinde kortsteel, boskortsteel, kropaar, bochtige smele, gestreepte witbol, rood zwenkgras en andere grassoorten.

Beheer van gebied Haag (heesters) Hagen en heggen welke dienen als functioneel leefgebied voor kleine marterachtigen kunnen het beste gefaseerd in ruimte en tijd gesnoeid worden tussen 1 september en 15 maart. Dit betreft de periode buiten het voortplantingsseizoen van de soortgroep. Dit betreft de meest kwetsbare periode van de soort. Heg Deze structuren dienen tevens in de periode 1 september – 15 maart gesnoeid te worden. Bij voorkeur niet te strak snoeien. Bloemrijk grasland De begroeiing dient in het eerste jaar niet hoger dan 30 cm te worden. Tijdens het maaien dient dit teruggebracht te worden naar 5 cm. Door deze beperkte hoogte zullen de aanwezige zaden kunnen kiemen en kan de zode met soorten zich goed ontwikkelen. Tijdens het 2e jaar is één tot twee keer maaien per jaar voldoende. Door een constant beheer (elk opeenvolgende jaar in dezelfde periode, met een speling van 2 weken), zal een stabiel bloemrijke vegetatie ontstaan. Indien er veel voedingsstoffen in de grond zitten, is verschraling noodzakelijk (stevig maaibeheer). Hiervoor is vaker dan twee keer per jaar maaien noodzakelijk. Extra ruige of snelgroeiende delen in het terrein kunnen nog vaker gemaaid worden. Kunstbouw Indien de kunstbouw eenmaal gerealiseerd is, is er geen sprake van onderhoud.

We hopen u met dit schrijven voldoende te hebben geïnformeerd. We verblijven in afwachting van uw reactie.

Met vriendelijke groet,

Blom Ecologie B.V., Ir. ing. K.J. Rebergen Auteur

Blom Ecologie B.V. Koeweistraat 2 - 4181 CD Waardenburg Niets uit deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Blom Ecologie B.V. worden gebruikt door derden. Onder gebruik worden alle vormen van kopie, openbaarmaking en elke andere toepassing begrepen. Deze rapportage mag alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor het is samengesteld. Blom Ecologie B.V. is niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit toepassing van de resultaten van werkzaamheden en/of gegevens verkregen van Blom Ecologie B.V.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=cc808287-588e-4fb9-ba89-48664e00d090