Bijlage 1 Effecten Meicirculaire 2022
Tekst van het document
Bijlage 1
Effecten Meicirculaire op het begrotingsbeeld bij de Richtnota 2023-2026. In de Meicirculaire 2022 zijn de effecten van de herverdeling van het gemeentefonds, het regeerakkoord 2022-2025 en de Voorjaarsbesluiten van het Rijk verwerkt. In deze bijlage lichten wij de effecten voor de gemeente Kaag en Braassem op hoofdlijnen toe. Herverdeling van het gemeentefonds. Verschillende ontwikkelingen hebben ertoe geleid dat het gemeentefonds toe was aan een herziening. De hoofddoelen voor een nieuw verdeelstelsel waren o.a.: 1. Een eenvoudig en beter uitlegbaar verdeelmodel 2. Een model dat beter aansluit bij de noodzakelijke kosten die gemeenten maken (dat was vooral nodig in het sociaal domein) 3. Een logischere en globalere indeling van de clusters 4. Vermindering van het aantal maatstaven (is bijna gehalveerd) In de afgelopen jaren heeft BZK gewerkt aan de herziening van het verdeelmodel en zijn er verschillende rapporten verschenen waarin de eerste effecten waren doorgerekend en weer bekritiseerd door de VNG en de ROB. Uiteindelijk heeft de discussie hierover geleid tot het resultaat dat er nu ligt en is de uitkomst verwerkt in deze Meicirculaire. De herverdeling treedt in werking vanaf 1 januari 2023 en heeft daarmee een effect op onze begroting 2023ev. De totale herverdeling vindt op macroniveau budgettair neutraal plaats.
Daarmee heeft het voor de ene gemeente een negatief effect en voor de andere een positief effect. Om het negatieve effect op een goede wijze op te kunnen vangen is er een ingroeipad bepaald voor de jaren 2023-2025. In 2024 wordt geëvalueerd hoe dit ingroeipad zijn uitwerking heeft en wat dit dan betekent voor 2026 en verder. Voor onze gemeente is het effect positief. Volgens het ingroeipad bedraagt het positieve financiële effect in 2023 € 7,50 per inwoner, in 2024 € 22,50 per inwoner en in 2025ev € 37,50 per inwoner. Dit effect hadden wij al op basis van de Maartbrief 2022 verwerkt in de Richtnota zoals u van ons op 25 mei heeft ontvangen en heeft dus geen effect op de aanpassingen die wij op basis van de Meicirculaire hebben gedaan. Zie hiervoor ook de toelichting op pagina 34 van de Richtnota. Bijstelling in de Richtnota 2023-2026. Naast de herverdeling van het gemeentefonds leiden het regeerakkoord 2022-2025 en de Voorjaarsbesluiten van het Rijk tot aanpassingen. Voor een groot deel waren de effecten van het regeerakkoord al bekend en op basis van de Maartbrief 2022 al verwerkt in onze Richtnota. De bijstellingen in de Richtnota 2023-2026 zijn hieronder gepresenteerd en leiden tot het volgende bijgestelde begrotingsbeeld: 2023 Begrotingsbeeld d.d. 25 mei 2022 Effecten Meicirculaire Bijgesteld begrotingsbeeld Richtnota 20232026
2024
2025
2026
-358
V
-478
V
-1.464
V
572
N
-2.574
V
-2.222
V
-2.149
V
-464
V
-2.932
V
-2.700
V
-3.613
V
108
N
Pagina 1 van 3
Bijdragen Jeugdzorg Een belangrijke wijziging voor 2023 bestaat uit de vastgestelde extra bijdrage voor Jeugdzorg. Op basis van de richtlijnen waren we in de Richtnota uitgegaan van 75% van het voorlopig bepaalde bedrag, maar op basis van besluitvorming van het Rijk en de Meicirculaire 2022 kan nu worden uitgegaan van 100% van het toegekende bedrag voor 2023. Dit geeft een positief effect van ruim € 500k in 2023. Voor 2024ev zijn nog geen besluiten genomen door het Rijk vanuit behoedzaamheid gold hiervoor een stelpost met een maximum van 75% omdat de resultaten uit de Hervormingsagenda kunnen leiden tot een lagere netto-reeks. Deze stelpost geeft op basis van de geactualiseerde aantallen en maatstaven in 2024 en 2025 een positief effect en in 2026 een negatief effect van bijna € 200k. Dit laatste negatieve effect is ontstaan omdat in de Richtnota het effect voor 2025 was doorgetrokken naar 2026, terwijl het Rijk een aflopende reeks toepast t/m 2028. Deze actuele stand voor 2026 hebben wij nu aangehouden in de aangepaste Richtnota. Het kabinet gaat de komende tijd met gemeenten en andere relevante partijen verder in gesprek over de Hervormingsagenda Jeugd, die moet bestaan uit een combinatie van een set van kostenbesparende maatregelen en een financieel kader waarmee een structureel houdbaarder jeugdstelsel wordt gerealiseerd.
Bij het afsluiten van de Hervormingsagenda zal het kabinet ook besluiten over de extra middelen voor 2024 en verder die aan gemeenten beschikbaar gesteld worden. Het advies van de Arbitragecommissie c.q. de Commissie van Wijzen vormt het uitgangspunt. Accres 2023-2026 Via de normeringsystematiek ‘samen trap op en samen de trap af’ wordt de algemene uitkering van het gemeentefonds geïndexeerd, ook wel het accres genoemd. Het accres in de jaren 2023-2025 is fors positief. Dit was het al op basis van het regeerakkoord 2022-2025, zoals verwerkt in de Maartbrief van 2022 en waarvan we de effecten zoals toegelicht op pagina 34 van de Richtnota in de Richtnota hadden verwerkt. Echter door de Voorjaarsnota van het Rijk is de ontwikkeling van het accres nog verder gestegen. Dit is voornamelijk veroorzaakt door de hogere rijksuitgaven als gevolg van defensie, opvang vluchtelingen, inflatie, koppeling AOW aan wettelijk minimum loon. Ook is het accres opwaarts bijgesteld als gevolg van een hogere loon- en prijsontwikkeling dan tot nu toe aangenomen. Hierbij moet worden opgemerkt dat een dergelijk hoog zeer uitzonderlijk is.
Taakmutaties en decentralisatie uitkeringen Energietoeslag: In 2022 ontvangen we in verband met de gestegen energieprijzen € 567.000 om een eenmalige tegemoetkoming toe te kennen aan huishoudens met een laag inkomen en om de bijbehorende extra uitvoeringskosten te kunnen dekken. Dit heeft geen impact op deze Richtnota 2023-2026, maar vermelden wij hier ter informatie. Uitvoeringskosten klimaatakkoord: Vanaf 2023 t/m 2030 krijgen gemeenten meer uitvoeringsmiddelen voor klimaat- en energiebeleid. Om de uitvoering van het bestaande klimaatbeleid in 2022 te kunnen voortzetten en de gewenste versnelling teweeg te brengen is € 214.800 van toekomstige uitvoeringsmiddelen naar voren, naar 2022 verschoven. Extra capaciteit BOA’s: Vanaf 2022 ontvangen we structureel € 33.465 om de capaciteit van BOA’s in de openbare ruimte te vergroten. Eigen bijdrage huishoudelijke hulp: Vanuit het coalitieakkoord werkt het kabinet aan een aanpassing van de eigen bijdrage voor de huishoudelijke hulp in de Wmo per 1 januari 2025. Deze aanpassing dient vanaf 2025 te leiden tot een taakstellende besparing. Dit betekent voor onze gemeente vanaf 2025 een nadeel van € 95.500.
Pagina 2 van 3
2026 en verder: ravijn of…? In de Startnota heeft het kabinet aangegeven dat het accres voor 2026 niet is berekend, maar vastgezet op een taakstellende plus van € 840 miljoen (voor Kaag en Braassem € 898.000) ten opzichte van de Septembercirculaire 2021. Verder zijn in de Startnota twee belangrijke wijzigingen aangekondigd voor het accres: 1. Het accres wordt tot 2025 grotendeels op basis van bestaande afspraken berekend. En een aantal investeringsfondsen (klimaat, ontsluiten nieuwbouwwoningen en stikstof) worden uitgezonderd op de accresrelevante uitgaven (aru). Het Rijk is in gesprek met de gemeente- en provinciekoepels over het volumedeel van het accres voor de periode tot en met 2025, om te kunnen bepalen welk deel vanaf 2026 vastgezet kan worden. 2. Vanaf 2026 zal het gemeentefonds niet langer via de normeringssystematiek geïndexeerd worden. Er wordt geen volumeaccres meer verstrekt, alleen nog maar een nominaal accres voor de loon- en prijsontwikkeling. Per saldo leidt dit tot een negatief accres vanaf 2026. Naast de wijzigingen ten aanzien van de normeringsmethodiek voor het accres komt ook de opschalingskorting vanaf 2026 weer terug. De oploop van de opschalingskorting is geschrapt voor de duur van de kabinetsperiode, dus t/m 2025, maar de reeks eindigt in een korting van € 975 miljoen cumulatief in 2026, voor onze gemeente een nadelig effect van € 721.000 in 2026.
Deze was al verwerkt in de Richtnota d.d. 25 mei. Wat betekent dit nu voor onze gemeente (en voor vele andere gemeenten)? Bovenstaande maatregelen leiden tot een forse neerwaartse bijstelling van de algemene uitkering vanaf 2026. Het totale accres voor 2026 ligt zo’n € 3 miljoen lager dan in 2025. En doordat er geen volumeaccres meer wordt verstrekt leidt dit per saldo tot een negatief accres. Daarmee verdampt het extra geld dat wij krijgen in 2023-2025 in 2026. Voor het maken van plannen en het maken van een meerjarenbegroting is dit een ongewenst uitgangspunt omdat de meeste ambities en noodzakelijke opgaven een structureel effect op de begroting hebben en het begrotingsbeeld door deze teruggang in 2026 dergelijke investeringen niet toelaat. In de Richtnota is gesproken over een Junibrief, die duidelijkheid zou moeten verschaffen over de uitgangspunten voor de inkomsten vanuit het gemeentefonds in 2026ev. De VNG geeft aan duidelijkheid te willen verschaffen bij de ledenvergadering eind juni. Echter BZK is nog bezig met onderzoeken en verwacht een contourennota op te kunnen stellen medio juli.
Deze onderzoeken en onderhandelingen moeten duidelijkheid verschaffen over: - de omvang van het extra diepe ravijn vanaf 2026; - de omvang van het meerjarig probleem van het ontbreken van de volumeaccressen in 2026-2029; - de uitbreiding van het gemeentelijk belastinggebied in plaats van het diepe ravijn in 2026. Concluderend, op dit moment is er nog grote onzekerheid over 2026ev. Dit is voor het in beeld brengen van de begrotingsruimte voor de ambities uit het raadsakkoord een ongewenste situatie. Zodra wij meer duidelijkheid hebben ontvangen van de VNG en BZK over 2026ev zullen wij u hierover informeren en verwerken in de begroting 2023-2026.
Pagina 3 van 3