CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.2 Integraal overzicht Wensen en Bedenkingen op Concept RES met thematische beantwoording zie link

Gemeenteraad 31 mei 2021, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Regionale Energiestrategie Holland Rijnland versie 1.011.800 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Wensen en bedenkingen Concept RES Holland Rijnland Organisatie Gemeente Alphen aan den Rijn

Gemeente Hillegom

Gemeente Kaag en Braassem

Gemeente Katwijk

Gemeente Leiden

Gemeente Leiderdorp

Gemeente Lisse

Gemeente Nieuwkoop

Gemeente Noordwijk

Gemeente Oegstgeest

Gemeente Teylingen

Gemeente Voorschoten

Gemeente Zoeterwoude

Hoogheemraadschap van Rijnland

Programmaraad RES Holland Rijnland

AGV

Provincie

Wensen en bedenkingen A1. We dringen er op aan dat de inspanningen in regionaal verband op korte termijn ook gericht zijn op het binnen halen van restwarmte uit Rotterdam voor een groter deel van de regio Holland Rijnland. A2. We vragen om herbezinning op de harde restricties om te zoeken naar mogelijkheden voor opwek van duurzame elektriciteit die passen binnen de denkrichtingen. A3. We dringen er bij Holland Rijnland op aan om in het kader van de verduurzaming van de mobiliteit in de regio de provincie op te roepen het OV op zo kort mogelijke termijn te verduurzamen, via het bestek van de komende aanbesteding Zuid­Holland Noord, en als gemeenten in de regio daartoe proactief de mogelijkheden voor opwek en de daarbij benodigde infrastructuur nabij OV­knooppunten te inventariseren en onder de aandacht te brengen van de partfen die betrokken zijn bij de concessie Zuid­Holland Noord. A4. We willen de Regionale Energie Transitie niet alleen zien als een bestuurlijk­ en technisch vraagstuk maar ook als een sociaal vraagstuk. A5. Voor de uitwerking naar één ruimtelijke denkrichting gaat de voorkeur van Alphen aan den Rijn uit naar de denkrichting Infrastructuur en Landschap. A6. Trek de verhouding van opwek van duurzame elektriciteit tussen zonne­ en windenergie gelijk, voor een meer evenredíge verdeling. H1.

Wij vragen Holland Rijnland om actief voor de regio te lobbyen op het aansluiten van zoveel mogelijk gemeenten aan een warmtenet dat gevoed wordt met restwarmte uit Rotterdam. En waar dit op korte termijn niet mogelijk is, een perspectief te bieden voor mogelijke aansluiting op de lange termijn. H2. Wij vragen Holland Rijnland om het maken van afspraken over bronverdeling m.b.t. de warmtetransitie te begeleiden en snel in gang te zetten. Dit om een logische bronverdeling tot stand te brengen i.p.v. 'wie het eerst komt, wie het eerst maalt'. Het gaat hier hoofdzakelijk om aquathermiebronnen, zoals de Ringvaart en de Kagerplassen, en geothermiebronnen. H3. De voor de Duin­ en Bollenstreek kenmerkende (beschermde) bollengronden zijn voor onze subregio van grote cultuurhistorische waarde. Wij steunen de opgave zoals vastgelegd in de Regionale Energiestrategie (RES) en willen hierin ons aandeel nemen, maar zijn niet voornemens om een onevenredig groot deel van duurzame opwekking te realiseren op deze beschermde bollenvelden. H4. Wij vragen Holland Rijnland om de kaarten horend bij de zoekgebieden of het referentiebeeld te herzien en te ontdoen van feitelijke onjuistheden, zoals bijvoorbeeld het plaatsen van zonnepanelen op een begraafplaats in de gemeente Katwijk. H5.

Wij vragen Holland Rijnland in de RES 1.0 uitdrukkelijk aandacht te besteden aan de omvang van de verwachte elektriciteitstoename naar aanleiding van het elektrificeren van (een deel van) de warmtevraag. H6. Wij vragen Holland Rijnland om in het traject naar de RES 1.0 niet te kiezen voor een van de twee denkrichtingen, maar te komen tot een denkrichting waarin gebruik wordt gemaakt van alle bouwstenen, waarbij per subregio voor verschillende bouwstenen gekozen kan worden; tevens vragen wij Holland Rijnland om de uiteindelijke denkrichting voldoende concreet te maken, zodat inwoners deze kunnen herkennen vanuit hun belevingswereld en beter kunnen beoordelen; naar aanleiding van het elektrificeren van (een deel van) de H7. We vragen Holland Rijnland om op korte termijn duidelijke kaders te schetsen ten aanzien van participatie warmtevraag. en communicatie en de rol die zij hierin willen spelen. H8. We zien een belangrijke rol weggelegd voor energiecoöperaties als aanjager van duurzame en lokale initiatieven. In die hoedanigheid vragen wij Holland Rijnland om energiecoöperaties een duidelijke rol te geven in het vervolgtraject richting de RES 1.0. H9.

Wij vragen Holland Rijnland om in het proces richting de RES 1.0 inzichtelijk te maken welk financieel instrumentarium er beschikbaar is, zowel vanuit de regio als hogere bestuurslagen, en inzichtelijk te maken hoe de beschikbaarheid van financiële middelen afweegt tegen de haalbaarheid en betaalbaarheid van voorgenomen ambities en Zuid­Holland doel. H10. Wij vragen provincie om helderheid te verschaffen over haar rol in het vervolgtraject richting de RES 1.0 en constructief mee te werken aan het realiseren van een maximaal bod zoals verwoord in paragraaf 5.2 van de concept­ RES. Hierbij gaat het met name om haar bestuurlijke positie ten aanzien van haar coalitieakkoord en de belemmeringen die dit oplevert ten aanzien van de ruimtelijke inpassing van duurzame energieopwekking.

H11. We vragen Holland Rijnland om een effectieve lobby vorm te geven voor aanvullend landelijke regelgeving en helder instrumentarium essentieel voor de volgende fase van het RES­proces, zoals bijvoorbeeld maatregelen om te sturen op energiebesparing van particulieren en woningbouwcorporaties. H12. Wij vragen Holland Rijnland om de concurrentie tussen de verschillende ruimtevragers, zoals bijvoorbeeld mobiliteit, woningbouw, en de opwekking van duurzame energie in relatie tot het (cultuur­)landschap inzichtelijk te maken binnen de RES 1.0. H13. Wij vragen Holland Rijnland om in het traject naar de RES 1.0 afstemming te zoeken met omliggende energieregio's. KB1. Voor energiebesparing zien wij een stevige ambitie op het bordje van de gemeenten (in samenwerking met de omgevingsdienst, de woningbouwcorporaties, de energiecoöperaties, wijkverenigingen en het bedrijfsleven). Op dit moment is 'verleiden' van inwoners en kleine bedrijven het enige instrumentarium dat gemeentes tot hun beschikking hebben. Holland Rijnland geeft aan dat het Rijk hierin een belangrijke rol speelt in het op tijd beschikbaar stellen van aanvullend instrumentarium. Wij zien een risico in het niet behalen van de ambitie vanuit het Energieakkoord van Holland Rijnland uit 2017 voor energiebesparing met als gevolg een grotere opgave rond duurzame opwek.

In de volgende fase zien we daarom graag hoe energiebesparing KB2. Voorkan watworden betreft de warmterotonde vanuit Rotterdam: hier hebben wij geen bezwaar tegen. Wij zwaarder ingezet. verwachten echter niet dat deze warmterotonde tot en met Kaag en Braassem zal reiken. Voor onze omgeving zullen andere, creatieve oplossingen moeten komen die voorkomen dat alle warmte geëlektrificeerd moet worden opgewekt (en daarmee een nog hogere claim op het elektriciteitsgebruik zal leggen en daarmee voor een opwekopgave). KB3.grotere Op dit moment worden overal in Europa in sneltreinvaart gasnetten aangelegd omdat aardgas als relatief 'schone' brandstof wordt gezien, die zeker nodig is in de transitiefase naar verder vergroening. Daarnaast worden de kansen van het in de toekomst gebruiken van het bestaande gasnet voor het transport van waterstof, met de dag hoger ingeschat. Het is daarom hoogst onverstandig op dit moment afscheid te nemen van ons uitgebreide en goed functionerende gasnet, wat later een belangrijke rol in de energietransitie kan vervullen. Wij zouden graag willen dat de instandhouding het bestaande gasnet een plaats krijgt in de willen concept KB4. Wij ondersteunen de regionalevan aanpak voor de duurzame opwek, tegelijkertijd wijRES. aangeven dat het voor ons niet vanzelfsprekend is dat wij als gemeente Kaag en Braassem de verduurzaming voor de regio oplossen.

We zien daarbij ook een relatie met het in beeld brengen van andere ruimtelijke claims binnen de regio (bedrijventerreinen, woningen, inclusief het ruimtebeslag dat gekoppeld is aan het uitbreiden/verzwaren van het elektriciteitsnetwerk.) We begrijpen dat het nu nog te vroeg is, maar wij zijn van mening dat de nadere uitwerking in de volgende fase een integraal beeld zou moeten bevatten waarin ook de andere, hiervoor genoemde, ruimtelijke claims meegenomen worden en een koppeling gemaakt moet worden met de Omgevingsvisie. KB5. De ligging van onze gemeente in het Groene Hart zien wij als een grote kwaliteit: het open landschap waarderen wij en willen we behouden. Bij voorkeur plaatsen we de energiebronnen nabij bestaande infrastructuren als A4 of N207. Voor de locatiekeuze hechten wij aan draagvlak van de omgeving en zetten wij ons er voor in dat de energieopbrengsten ten gunste komen aan (direct) omwonenden. Tegelijkertijd willen we ook ruimte bieden aan lokale initiatieven (zon of wind) opgezet voor en door particulieren. KB6. Voor de volgende fase vinden wij het belangrijk dat verder gewerkt wordt aan de sociaal economische randvoorwaarden voor het realiseren van grootschalige duurzame opwek. Dit houdt in hoe en op welke manier de inwoners kunnen meeprofiteren van de opwek in hun omgeving.

Zonder gemeenten lokaal maatwerk te ontzeggen, moeten we in de regio naar een gelijk speelveld en duidelijkheid voor onze inwoners en kan het niet zo zijn dat elke gemeente afwijkende voorwaarden voor inwoners kent. KB7. De aanleg van zonnevelden hebben een enorme impact op ons open landschap en dragen daarnaast relatief beperkt bij aan de opwek van duurzame energie. Als Kaag en Braassem spreken wij ons daarom uit tegen de aanleg van deze zonnevelden. KB8. Voor wat betreft duurzame mobiliteit zien wij een leidende rol, met name voor het rijk, om het aandeel van de A4 op de totale C02­uitstoot door verkeer en vervoer in Holland Rijnland te beperken. KB9. Gelet op de zich snel ontwikkelende technologie en het niet willen doorvoeren van onherroepelijke ingrepen, roepen wij op zo veel mogelijk te temporiseren met de meest ingrijpende maatregelen. En de komende 10 jaar vooral in te zetten op 'no­regret' maatregelen, om zo later in te kunnen spelen op het beschikbaar komen van technologische ontwikkelingen met minder impact op landschap en ruimtegebruik. KB10. Als het gaat om de bandbreedte bandbreedte met een boven­ en ondergrens van het bod in deze RES, zouden wij graag zien dat in een bijlage de boven­ en de ondergrens verder uiteen wordt gezet, inclusief een overzicht van de restricties die ervoor zorgen dat de realisatie lager binnen de bandbreedte uitkomt. KW1.

Met de partners in de regio onder duidelijke randvoorwaarden (financiële consequenties, businesscase, ruimtelijke planning, warmtevraag, Warmtewet 2.0, risicoanalyse en landelijke tegemoetkoming) inzetten op de komst van restwarmte uit Rotterdam. KW2. Biomassa voor invulling van de energievraag ­ en met name het gebruik van bomen en struiken ­ afwijzen.

KW3. Met de partners in de regio binnen 3 maanden komen tot één voorkeursdenkrichting voor duurzame opwekking en een realistisch overzicht van deze opgave per gemeente. KW4. Bij de vaststelling van de RES 1.0 moeten scenario’s zijn uitgewerkt die zorgen voor een stabiel elektriciteitsnet KW5. In de RESenenleveringszekerheid. het participatietraject moet uitgebreid aandacht zijn voor het onderwerp ‘arbeidsmarkt’ en ‘onderwijs’, waarbij als voorbeeld de reeds opgestelde uitgangspunten uit de RES van Zeeland kunnen worden genomen. KW6. Vanuit haar regierol moet Holland Rijnland een duidelijke leidende rol nemen in het proces naar de RES 1.0 en duidelijkheid geven over de positie van de provincie Zuid Holland. KW7. Vanuit haar regierol moet Holland Rijnland duidelijke kaders stellen voor de volgende fase van het RES proces. KW8. Vanuit haar regierol moet Holland Rijnland een duidelijk beeld schetsen van wat een kosten­effectieve aanpak is, zodat het voor gemeenten duidelijk wordt wat hun handelingsperspectief is en zij zoveel mogelijk in staat worden gesteld ervoor te zorgen dat de kosten van de energietransitie evenwichtig en rechtvaardig worden verdeeld. KW9. Vanuit haar regierol moet Holland Rijnland lobbyen voor aanvullende landelijke regelgeving en een helder instrumentarium tijdens de volgende fase van het RES proces. LD1.

In de Concept­RES ligt de focus op zonneweides en zon op grote daken. In onze verstedelijkte regio hebben niet alleen zonnepanelen op grote daken impact, alle particuliere daken vol zonnepanelen heeft zeker ook impact. Wij vragen Holland Rijnland om dit expliciet mee te nemen in de RES 1.0.

LD2. Binnen de uitvoeringslijn Warmte zijn we afhankelijk van twee belangrijke bovenregionale ontwikkelingen, namelijk de Warmtewet 2.0 en de verbinding met het restwarmtenet uit Rotterdam. We vragen het AB van Holland Rijnland nadrukkelijk hier aandacht voor te hebben en roepen het AB op de lokale restwarmtevraag te inventariseren en regionaal een bod richting de leveranciers uit te brengen, omdat dit helpt de onzekerheden te verminderen. LD3. Wij zien het belang van energiecoöperaties om te participeren in de RES en eigenaar te zijn van de op te wekken duurzame energie. Wij vragen Holland Rijnland dit nadrukkelijker op te nemen in de RES 1.0

LD4. We signaleren dat toekomstperspectief ontbreekt rondom afstemming met andere ruimtevragers, zoals bedrijventerreinen, laadinfrastructuur en netinfrastructuur. Wij vragen Holland Rijnland dit mee te nemen in de RES 1.0

LD5. Wij wensen dat de Provincie Zuid­Holland een actievere rol speelt in het RES­dossier en dat zij hun terughoudendheid loslaat.

Ldorp1. Terugdringen van de energievraag: Het besparen van energie zien wij als een belangrijke pijler binnen de regionale energiestrategie. Het is positief dat dit onderdeel een prominente plek heeft gekregen in de strategie. We realiseren ons dat voor dit onderdeel de gemeente samen met haar inwoners aan zet is en hiervoor concrete plannen moeten opstellen. Om onze energiebespaardoelstellingen te kunnen realiseren is het noodzakelijk dat er vanuit het rijk instrumenten beschikbaar komen om besparingen in en om het huis te stimuleren en ondersteunen met een aantrekkelijk aanbod van besparingsmogelijkheden. Hier kan geen sprake zijn van Ldorp2. Geef plaatstHolland aan zon op particuliere in de concept­RES de dwang. We roepen Rijnland explicietdaken: op om Bij bij zonne­energieopwekking het Rijk aan te dringen opwordt het beschikbaar stellen van nadruk gelegd op grootschalige zonneweides en zon op grote daken. Energieopwekking met zonnepanelen op adequate instrumenten. particuliere daken is in de concept­RES ondergebracht als besparing. Het ¡s hierdoor minder zichtbaar in de plannen. D¡t terwijl groei hiervan, gezien de ruimteclaim van de energietransitie in regio Holland Rijnland, zeker een substantieel aandeel kan spelen in de opwek van duurzame energie.

Wij verzoeken u om in de RES 1.0 de zon op particuliere daken als aparte categorie onder energ¡eopwekking op te nemen (en daarmee niet langer als besparingsmogelijkheid te beschouwen).

Ldorp3. Restwarmte uit Rotterdam noodzakelijk: Wij vinden het van groot belang dat wij als regio sterk in zetten om restwarmte vanuit de Rotterdamse haven hierheen te krijgen. Alleen op deze manier kunnen wij in onze warmtevraag voorzien. Wij verzoeken Holland Rijnland uitdrukkelijk om in de RES 1.0 duidelijkheid te geven over de haalbaarheid van restwarmte vanuit Rotterdam voor onze regio. lndien blijkt dat restwarmte geen haalbare optie of te onzeker is, dan vragen wij Holland Rijnland een alternatieve plan op te nemen in de RES 1.0. Ldorp4. Waterstof voor verwarming en opslag: Waterstof kan een belangrijke rol spelen in de energietransitie. Enerzijds als opslagmedium (zie ook W&88), anderzijds voor verwarming van gebouwen. De gemeente Leiderdorp onderzoekt graag de mogelijkheden van waterstof als serieus alternatief om aardgas te vervangen en zo op een duurzame manier in onze warmtebehoefte en energieopslag te voorzien. Wij vragen Holland Rijnland dan ook om in de definitieve RES de positie van waterstof in de energietransitie specifiek voor onze regio in kaart te brengen, inclusief een benodigde vergelijking van investeringen en kosten. Ldorp5. Solidariteit in ambitie: Bij de uitwerking van een ruimtelijke denkrichting vinden wij het belangrijk om te komen tot een realistische en regionaal gedragen denkrichting.

Hierbij ook aandacht te hebben voor een evenredige verdeling van zonne­ en windenergie voor het opwekken van duurzame elektriciteit. En verder, zoekgebieden concretiseren inwoners, instellingen en verkenning ondernemers hierbij tenaar betrekken. Ldorp6. Ambitietevan Leiderdorp:en Deonze gemeente heeft in 2016 een uitgevoerd de mogelijkheden van windenergie. Wij vragen Holland Rijnland kansrijke locaties in Leiderdorp te vergelijken met alternatieve locaties in de regio en mee te nemen in de uitwerking van de denkrichting(en). Wij vinden dat de RES 1.0 op basis van een integrale de andere ruimtevragen, tot stand komen. is er ook ruimte nodig Ldorp7. Landelijke regie:afweging, Naast demet ruimtelijke invloed van windturbines enmoet zonnevelden voor het elektriciteitsnetwerk om de duurzame opwek te kunnen faciliteren. Dit gaat gepaard met een forse ruimteclaim. Voor het realiseren van de benodigde infrastructuur (waaronder de onderstations) is gemiddeld vijf tot tien jaar nodig. Er is stevige regie nodig ook bovenregionaal om invulling te geven aan de uitdagingen die wij hebben op het gebied van de energieinfrastructuur. Wij vragen Holland Rijnland om deze rol expliciet op te nemen de RES 1.0.

Ldorp8.inAandacht voor opslag van energie: Opslag van energie gaat wat ons betreft een belangrijke rol spelen in het elektriciteitsnetwerk om instabiliteit in het netwerk op te vangen, dit ook in relatie tot de opgave om de bestaande infrastructuur met onderstations uit te breiden. ln de voorliggende concept RES is hier nog onvoldoende aandacht voor. Om efficiënt gebruik te maken van de energie­infrastructuur moeten we ook inzetten op opslag van energie (in de wijken, op mobiliteit gemeenteniveau en regionaal). Ldorp9. Focus op fiets: Wij pleiten bij het thema om sterker in te zetten op het gebruik van fiets en openbaar vervoer door deze vervoermiddelen als meest logische/voorkeursmodaliteit te laten zijn op met name korte en regionale afstanden. Op deze wijze maken we van de fiets en het openbaar vervoer een volwaardig alternatiefDoor voor de de coronacrisis auto. Ldorp10. zijn mensen genoodzaakt om te thuiswerken. Dit heeft impact op werksituatie en mobiliteit. Mogelijk verandert door deze crisis de kijk op de werksituatie en de mobiliteit blijvend. Wij vragen Holland Rijnland om in de definitieve RES deze ínzichten mee te nemen en een plek te geven inde RES 1.0. Ldorp11. Integrale afweging in schaarse ruimte: De energietransitie zal een forse impact op beschikbare ruimte hebben.

Ruimte die, zeker in onze regio,schaars is en die we ook voor andere opgaven, zoals de woningopgave en bedrijventerreinen, willen benutten. Wij vinden dat de RES 1.0 op basis van een integrale afweging, met de andere ruimtevragen, tot stand moet komen. Daarbij moet ook nadrukkelijk rekening worden gehouden met waarden als natuur, landschap, biodiversiteit en recreatie. Daarnaast verzoeken wij u in de RES 1.0 ook aansluiting te zoeken bij beleidsinitiatieven van andere domeinen, waaronder de Ldorp12. Laat geen ruimte onbenut: Wij willen, naast het belang van de integrale afweging met andere bedrijventerreinenstrategie en ruimtevragers, vragen om in de toekomstige locaties geen volgorde/prioritering aan te brengen. De (omvang het Rode boekje van Holland Rijnland. van de) opgave vereist dat kansen benut moeten worden (uiteraard mits voorzien van een goede inpassing). Prioritering in locaties verhoogt het risico dat kansen onbenut blijven en verlaagt het tempo van realisering van Ldorp13. Inwoners aan zet: Wij vragen u in het kadervan de RES 1.0 om een stev¡g participatie en de opgave. communicat¡eproces op te tuigen om ook onze inwoners, instellingen en ondernemers te betrekken bij de totstandkoming van dit document. Wij zien voor Holland Rijnland de rol om hiervoor een strategie te ontwikkelen en de gemeente hierin ondersteunen. Ldorp14.

Woonlastenneutraliteit: DeteGemeente Leiderdorp verzoekt Holland Rijnland om aandacht te geven aan de woonlastenneutraliteit in de RES L.0, dit begrip verder te operationaliseren, en deze belofte inzichtelijk en concreet te maken voor haar inwoners. LS1. Lisse loopt behoorlijk in de pas wat de doelstellingen voor energiebesparing betreft. Als gemeente maken wij ons desalniettemin zorgen over de groeiende elektriciteitsvraag door o.a. de verduurzaming van de gebouwde omgeving, de toenemende digitalisering, nieuwe vormen van communicatie en elektrisch vervoer. Wij vragen Holland Rijnland dan ook om dit mee te nemen in de scenario's van de RES 1.0. LS2. Het gebruik van restwarmte uit Rotterdam is cruciaal voor het invullen van de verduurzamingsopgave in Holland Rijnland. Lisse denkt geen gebruik te kunnen maken van restwarmte uit Rotterdam.

LS3. Wij vragen Holland Rijnland eveneens snel aan de slag te gaan met onderzoek naar de mogelijkheden van opslag en infrastructuur van de nieuwe energiebronnen, plus de bijbehorende ruimtevraag hiervoor. Naast de reeds opgenomen opties, denken wij bijvoorbeeld aan het gebruik maken van Warmte Koude Opslag (WKO). LS4. Op dit moment heeft een consortium een exploratievergunning voor diepe geothermie voor o.a. in de Duin­ en Bollenstreek in voorbereiding. De verwachting is dat dit consortium deze vergunning in april 2020 indient. Wanneer blijkt dat de vergunning verleend wordt en het consortium op termijn daadwerkelijk vruchtbare resultaten behaalt, dan ziet Lisse de resultaten hiervan graag meegenomen worden in de RES 1.0. LS5. De benodigde warmte voor Lisse wordt mogelijk uit geothermie, aquathermie en zonthermie in onze regio gehaald. Wij vragen Holland Rijnland om bij de keuze voor geothermie aandacht te hebben voor: 1.De levensduur van geothermiebronnen in relatie tot de kosten. We geven de voorkeur aan hernieuwbare bronnen van energie. 2.De invloed van geothermie op het grondwater. De bollenteelt, waar onze regio wereldberoemd om is, is afhankelijk van een specifieke grondwaterstand. Elke mogelijke invloed moet goed worden onderzocht. 3.De invloed van geothermie op drinkwater. Vlak bij onze regio wordt drinkwater gewonnen.

Elke mogelijke invloed hierop moet goed worden onderzocht. LS6. Wij vragen Holland Rijnland om in de RES 1.0 inzichtelijk te maken wat de verwachte toename van de elektriciteitsvraag is wanneer (een deel van) de warmtevraag, met name in de gebouwde omgeving, wordt geëlektrificeerd; LS7. De voor de Duin­ en Bollenstreek kenmerkende (beschermde) bollengronden die onder het GOM­mandaat vallen zijn voor Lisse van grote cultuurhistorische en economische waarde. Wij steunen de opgave zoals vastgelegd in het Energieakkoord Holland Rijnland en de Regionale Energiestrategie (RES), maar zijn niet van plan om duurzame opwekking, opslag of infrastructuur hiervoor te realiseren op deze beschermde bollenvelden. De voorkeur voor de ruimtelijke inpassing van duurzame opwek gaat wat Lisse betreft dan ook uit naar langs infrastructuur. LS8. In het energieakkoord van 2017 is afgesproken om 80% van de duurzame opwek te realiseren binnen de eigen energieregio. Deze ambitie wordt overgenomen in de voorliggende concept RES. Lisse vraagt zich af of dit een realistische doelstelling is en wacht de eerste doorrekening van het Planbureau van de Leefomgeving (PBL) af om stelling in te nemen. LS9. Lisse erkent dat wind­ en zonne­energie op dit moment de meest voor de hand liggende modaliteiten zijn voor de verduurzamingsopgave.

Het is echter van groot belang dat alternatieve duurzame energiebronnen niet buiten beschouwing gelaten worden. Lisse vraagt Holland Rijnland om alternatieve energiebronnen, zoals bijvoorbeeld waterstof, als volwaardige opties mee te nemen in de RES 1. 0. In volgende versies van de RES zien wij ook graag duidelijkheid vanuit het Rijk over andere opties voor de langere termijn: thorium, kernfusie, waterkracht, duurzaam gas van elders, en Europese netwerken. LS10. Wij vragen Holland Rijnland om de concurrentie tussen de verschillende ruimtevragers, zoals bijvoorbeeld mobiliteit, woningbouw, en de opwekking van duurzame energie in relatie tot het (cultuur­ )landschap inzichtelijk te maken binnen de RES 1.0. LS11. Wij vragen Holland Rijnland om de kaarten horend bij de zoekgebieden of het referentiebeeld te herzien en te ontdoen van feitelijke onjuistheden, zoals bijvoorbeeld het plaatsen van zonnepanelen op een begraafplaats in de gemeente Katwijk. LS12. Lisse grenst o.a. aan de Ringvaart, waarin aquathermie een potentiele duurzame energiebron is. Wij vragen Holland Rijnland om het maken van afspraken over bronverdeling m.b.t. de warmtetransitie te begeleiden en snel in gang te zetten. Dit om een logische bronverdeling tot stand te brengen i.p.v. 'wie het eerst komt, wie het eerst maalt'.

Het gaat hier hoofdzakelijk om aquathermiebronnen, zoals de Ringvaart en de Kagerplassen, en geothermiebronnen; LS13. Om de doelstellingen ten aanzien van duurzame mobiliteit te realiseren zal er op lokaal niveau gewerkt worden aan het uitrollen van duurzame laadinfrastructuur. Ondanks dat Lisse zich wil houden aan de doelstellingen zoals opgenomen in het Energieakkoord en de concept RES moet voorkomen worden dat er wildgroei van laadinfrastructuur zal plaatsvinden. Lisse vraagt Holland Rijnland om hier in het vervolgtraject richting de RES 1.0 rekening mee te houden. LS14. We zien een belangrijke rol weggelegd voor energiecoöperaties als aanjager van duurzame en lokale initiatieven. In die hoedanigheid vragen wij Holland Rijnland om energiecoöperaties een duidelijke rol te geven in het vervolgtraject richting de RES 1.0. LS15. Wij vragen Holland Rijnland om op korte termijn duidelijke kaders te schetsen ten aanzien van participatie en communicatie en de rol die zij hierin nemen. LS16. Lisse maakt zich zorgen over de haalbaarheid en betaalbaarheid van de energietransitie.

Wij vragen Holland Rijnland om in het proces richting de RES 1.0 inzichtelijk te maken welk financieel instrumentarium er beschikbaar is, zowel vanuit de regio als hogere bestuurslagen, en inzichtelijk te maken hoe de beschikbaarheid van financiële middelen afweegt tegen de haalbaarheid en betaalbaarheid van voorgenomen ambities en doelstellingen in de RES.

LS17. Wij vragen provincie Zuid­Holland om helderheid te verschaffen over haar rol in liet vervolgtraject richting de RES 1.0. Hierbij gaat het met name om haar bestuurlijke positie ten aanzien van haar coalitieakkoord en de belemmeringen die dit oplevert ten aanzien van de ruimtelijke inpassing van duurzame energieopwekking. Wij vragen de provincie constructief mee te werken aan het opstellen en uitvoeren van de komende (concept­)RESsen. LS18. We vragen Holland Rijnland om een effectieve lobby vorm te geven voor aanvullend landelijke regelgeving en helder instrumentarium essentieel voor de volgende fase van het RES­proces, zoals bijvoorbeeld maatregelen om te sturen op energiebesparing van particulieren en woningbouwcorporaties. N1. Verzoekt Holland Rijnland een hogere ambitie wat betreft ‘zon op dak’ dan de genoemde 50% te gaan ambiëren in RES 1.0. op te nemen en het inzetten op het opheffen van de belemmeringen hiervoor als nadrukkelijk actiepunt te agenderen in aanloop daarnaartoe. N2. Nieuwkoop vindt het van groot belang dat sterk wordt ingezet op het binnenhalen van restwarmte naar de regio Holland Rijnland vanuit de haven van Rotterdam. N3.

Nieuwkoop is onaangenaam verrast dat restricties rond Natura 2000 gebieden, die ten tijde van de voorbereiding en afsluiting van het Regionaal Energieakkoord erkend en gerespecteerd werden, in de concept RES 1.0 ter discussie worden gesteld. Voor Nieuwkoop is plaatsing van windturbines en zonnevelden in Natura 2000 en NNN gebieden onacceptabel. Nieuwkoop stelt zich op het standpunt dat deze zoeklocaties op de kortst mogelijke termijn geschrapt moeten worden en de restricties rond Natura 2000 en aansluitende bufferzones zoals deze in Europese regelgeving betreffende windmolens in relatie tot Natura 2000 gebieden N4. Nieuwkoop vindt hetgerespecteerd. van belang dat bij de uitwerking naar één ruimtelijke denkrichting alle restricties, met zijn vastgelegd, worden als onderlegger het referentiebeeld van de Provincie Zuid­Holland, worden betrokken om op deze wijze te komen tot één realistische, regionaal gedragen en participatie­waardige kaart. N5. Nieuwkoop is van mening dat opwek van duurzame elektriciteit langs grote infra mogelijk moet worden gemaakt. Wat betreft wegeninfrastructuur komen daarvoor allereerst de N11, A4 en A44 in aanmerking. N6.

Om een uitspraak te doen over de kansrijkheid van beoogde ontwikkelingslocaties en toekomstige aanvragen voor zonnevelden te kunnen toetsen, pleit Nieuwkoop om nog dit jaar binnen Holland Rijnland een regionaal ruimtelijk en sociaaleconomisch afwegingskader voor specifiek zonnevelden op te stellen. N7. Nieuwkoop pleit ervoor om in de uitwerking naar een definitieve RES nadrukkelijk aandacht te hebben of de Coronacrisis andere inzichten heeft opgeleverd over duurzame mobiliteit. N8. In het vervolgtraject naar een definitieve RES zijn wat Nieuwkoop betreft de ruimtelijke randvoorwaarden ­ met inachtneming van bescherming van belangrijke waarden zoals natuur, recreatie en cultuurhistorische waarden ­ bepalend of een gebied kansrijk is voor duurzame energieopwekking. N9. Nieuwkoop is van mening dat in een definitieve RES nadrukkelijk aandacht moet zijn voor de afstemming met andere ruimtevragers en vindt het van belang dat hierover het maatschappelijk gesprek wordt aangegaan. N10. Nieuwkoop acht het van belang dat in de uitwerking naar een definitieve RES er nadrukkelijk aandacht is voor de milieueffecten (CO2 en NOx) van de uitbreiding van duurzame elektriciteitsproductie, het winnen en/of gebruik van (rest)warmte en de toepassing mobiliteitsvormen. N11.

Nieuwkoop vraagt Holland Rijnland omvan op nieuwe korte termijn met een participatie en communicatiestrategie te komen met daarbij de rol die zij hierin nemen ter ondersteuning van het lokale participatietraject. N12. Nieuwkoop is daarom van mening dat de concept RES 1.0 ­ nog ­ niet gezien kan worden als een bod, maar gezien moet worden als een vingeroefening en denkrichting om te gaan komen tot een participatiewaardige kaart, waarmee zowel regionaal als lokaal het participatie­proces, dat leidt tot de definitieve RES 1.0, worden ingegaan. N13. Nieuwkoop staatkan daarom voor het vervolg een op transitie gerichte aanpak voor met een degelijke en zorgvuldige voorontwikkelingsfase. In die fase kan door participatie en co­creatie met de bevolking en met relevante stakeholders en koplopers een goede basis gelegd worden. Die voorontwikkelingsfase kan dan gevolgd worden door een versnelling in de uitvoeringsfase.(de N14. Nieuwkoop betwijfelt of de doelstelling van 80% opwek in zgn. eigenS­curve). regio met het oog op 2050 haalbaar is en pleit ervoor dat deze als een voorlopig en dynamisch doel moet worden beschouwd. Bij de tweejaarlijkse herijking van de RES moet dit doel steeds opnieuw geëvalueerd worden op noodzaak en haalbaarheid op basis van indicatoren binnen de regio en binnen Nederland als geheel.

Nieuwkoop vraagt Holland Rijnland om dit op te nemen in het proces rond de RES en verwijst daarbij nadrukkelijk naar het college van Rijksadviseurs, getiteld ‘Via Parijs’. N15. Nieuwkoop is van mening dat de (on)mogelijkheden van alternatieve energiebronnen en andere innovaties nadrukkelijk als volwaardige opties moeten worden meegenomen bij de tweejaarlijkse herijking van de RES en vraagt Holland Rijnland een strategie te ontwikkelen om innovatieve technieken structureel te kunnen blijven monitoren en ondersteunen. N16. Nieuwkoop benadrukt het belang van innovaties en is van mening dat bij het Rijk en provincie actief moet worden gelobbyd om nieuwe warmtebenutting (via geothermie, groen gas en waterstof) voor de regio te ontsluiten.

N17. Nieuwkoop wenst dat de regio zich actief positioneert als regio waar innovaties lokaal binnen proefprojecten nader onderzocht kunnen worden. Nieuwkoop wil daar best wel een pilot gemeente voor zijn. N18. Nieuwkoop is daarom van mening dat de Wensen en Bedenkingen van de betrokken gemeenten een onlosmakelijk onderdeel van de concept­RES zullen zijn en blijven, zodat ze bij de verdere uitwerkingen van de concept RES zichtbaar en bruikbaar blijven. N19. Verzoekt Holland Rijnland over het besluitvormingsproces duidelijkheid te verschaffen tijdens de AB vergadering van 24 juni 2020 en/of zo nodig een helder geformuleerd voorstel voor te leggen om dit te bekrachtigen. NO1. Wanneer we spreken over het besparen van energie, en met name elektriciteit ligt de opgave bij iedere gemeente individueel. Echter, in de besparingsopgave is geen rekening gehouden met een eventueel verhoogde vraag naar elektriciteit als gevolg van het uit­faseren van het aardgas gebruik binnen de gemeente. Wij zouden graag zien dat een eventueel verhoogde vraag naar elektriciteit in eerste instantie wordt verwerkt als een verhogingNoordwijk van de besparingsopgave, in tweede instantie verwerkt als een verhoging van NO2. Gemeente zou graag zien daten bijpas de ruimtelijke inpassingwordt van de opwekopgave de de opwekopgave.

bollengronden, die van zowel economische, cultuurhistorische als toeristische waarde zijn, zoveel mogelijk worden ontzien. Noordwijk onderschrijft de opwekdoelstellingen van de concept­RES, die een extrapolatie van NO3. Gemeente het Holland Rijnland Energieakkoord 2017 zijn. Zij onderschrijft daarmee ook de oproep in de concept­RES aan alle overheden om ruimtelijke restricties, als gevolg van bestaand of voorgenomen beleid, los te laten. Voorwaarde is daarbij wel dat alle partijen dit naar evenredigheid willen doen. NO4. Deze regio kent een aantal opgaven die allemaal een ruimtelijk beslag hebben. Om aan al deze opgave recht te kunnen doen is een integrale ruimtelijke benadering noodzakelijk. De gemeente Noordwijk zo daarom deze vragen inzichtelijk willen hebben in de RES 1.0. NO5. Het kaartmateriaal in de concept­RES bevat een aantal onvolmaaktheden en fouten. Noordwijk wil het kaartmateriaal graag ‘op orde’ hebben vóór dit gebruikt gaat worden in participatieprocessen. NO6. In de nu beschreven denkrichtingen staat het potentieel van de gehanteerde bouwstenen vermeld voor de hele regio. Wij hebben graag eenoverzicht van dit potentieel per gemeente. NO7. Wij vragen speciale aandacht voor de verhouding van wind­ en zonne­opwek in de denkrichtingen.

Niet alleen zijn deze op dit moment bijzonder ongunstig voor de netwerkinfra, maar door de huidige verhoudingen gaan wellicht meer hectaren verloren voor andere toepassingen dan noodzakelijk. NO8. Het gebruik van restwarmte uit Rotterdam is cruciaal voor het invullen van de verduurzamingsopgave in Holland Rijnland. Wij vragen Holland Rijnland daarom om actief te lobbyen op het aansluiten van zoveel mogelijk gemeenten aan het warmtenet uit Rotterdam. Indien dit op korte termijn niet mogelijk is, vragen wij Holland Rijnland een perspectief te bieden voor mogelijke aansluiting op de lange termijn. NO9. Wij vragen Holland Rijnland om in de RES 1.0 inzichtelijk te maken wat de verwachte toename van de elektriciteitsvraag is wanneer (een deel van) de warmtevraag, met name in de gebouwde omgeving, wordt geëlektrificeerd. NO10. Om de doelstellingen ten aanzien van duurzame mobiliteit te realiseren zal er op lokaal niveau gewerkt worden aan het uitrollen van duurzame laadinfrastructuur. Met name de mogelijkheden tot zogenaamd ‘snelladen’ zal op de korte termijn de lokale behoefte overstijgen. Wij vragen Holland Rijnland een regierol te nemen in het opzetten van een regionale snellaad­infrastructuur. NO11. De energietransitie zal gepaard gaan met substantiële financiële investeringen.

Wij zouden in het vervolgtraject graag zien dat, voor zover mogelijk, de verwachte kosten in beeld worden gebracht, met daaraan gekoppeld het beschikbare en nog benodigde financiële instrumentarium op de ambities waar te kunnen maken. NO12. Wij vragen provincie Zuid­Holland om helderheid te verschaffen over haar rol in het vervolgtraject richting de RES 1.0. Hierbij gaat het met name om haar bestuurlijke positie ten aanzien van haar coalitieakkoord en de belemmeringen die dit oplevert ten aanzien van de ruimtelijke inpassing van duurzame energieopwekking. NO13. Daarnaast vragen wij aandacht voor de dubbele positie die de provincie in dit proces inneemt. Enerzijds is zij een volwaardige partner bij het tot stand komen van de concept­RES (en toekomstige versies) terwijl zij het recht voorbehoudt hier later éénzijdig restricties aan toe te voegen. Ons inziens zou GS moeten uitspreken dat zijn de versies van een RES opgeleverd door regio’s waar zijn de provincie volwaardig participeert in het tot stand komen met een positief advies voorlegt aan de Provinciale Staten. NO14. Wij vragen Holland Rijnland om op korte termijn duidelijke kaders te schetsen ten aanzien van participatie en communicatie en de rol die zij hierin nemen. NO15.

We vragen Holland Rijnland om een effectieve lobby vorm te geven voor aanvullend landelijke regelgeving en helder instrumentarium essentieel voor de volgende fase van het RES­proces, zoals bijvoorbeeld maatregelen om te sturen op energiebesparing van particulieren en woningbouwcorporaties.

NO16. Noordwijk herhaalt haar eerdere verzoek om op zeer korte termijn, maar zeker vóór het starten van de participatietrajecten, te komen tot één gedragen denkrichting. NO17. De lokale participatie zal zich voor een groot gedeelte richten op het ruimtelijk effect van de RES. Daarbij is het essentieel lokale energiestrategie te kunnen opstellen als kader. Voor deze LES is het belangrijk zo snel mogelijk de regionale opgave te kunnen vertalen naar een lokale opgave. Wij vragen partijen binnen Holland Rijnland dan ook zo snel mogelijke tot een gedragen ‘verdeling’ van de opgave te komen. NO18. Noordwijk is voorstander (van de denkrichting) om de opwek van duurzame energie zo veel mogelijk te concentreren rondom bestaande infrastructuur en roept de provincie op de geldende restricties en normen op dit gebied te verruimen. NO19. Gemeente Noordwijk wil dat bij de ruimtelijke inpassing van de opwekopgave, alle duin­ & kuststrookgebieden, zowel binnen als buiten de Natura 2000 grenzen, worden ontzien voor opwekking van duurzame energieopwekking door middel van windmolens. NO20. Noordwijk betwijfelt of de doelstelling van 80% opwek in de dichtbevolkte eigen regio met het oog op 2050 haalbaar is en pleit ervoor dat deze doelstelling als een voorlopig en dynamisch doel wordt beschouwd.

Bij de tweejaarlijkse herijking van de RES moet dit doel steeds op basis van voor de gemeente en regio relevante indicatoren en ontwikkelingen worden herijkt, waarbij deze lijst van wensen en bedenkingen een terugkerende plek behoort te krijgen. Ook de ontwikkeling van relevante innovaties op het gebied van energieopwekking dient daarin meegenomen te worden. Noordwijk vraagt Holland Rijnland om dit op te nemen NO21. Wij vragen Holland Rijnland om in de RES 1.0 biomassa uit te sluiten als energiebron. in het proces rond de RES. NO22. Gemeente Noordwijk zou graag zien dat er al op korte termijn (0­5 jaar) volop wordt ingezet op lokale warmte bronnen, waarmee wordt voorkomen dat er (te) eenzijdig wordt inzet en (te) lang wordt gewacht op de beschikbaarheid van Rotterdamse restwarmte. NO23. Wij vragen Holland Rijnland om in de RES 1.0 en/of de Regionale Strategie Mobiliteit duidelijke en concrete doelen te stellen voor energiebesparing en hiervoor ook concrete richtingen te benoemen waarlangs deze doelen zullen worden gerealiseerd. NO24. Noordwijk vraagt Holland Rijnland om op korte termijn met een participatie en communicatiestrategie te komen met daarbij de rol die zij hierin nemen ter ondersteuning van het lokale participatietraject. NO25.

Verzoekt Holland Rijnland over het besluitvormingsproces duidelijkheid te verschaffen en daartoe een helder geformuleerd voorstel ter instemming voor te leggen aan de gemeenteraden. NO26. We vragen Holland Rijnland om de oprichting van lokale en regionale energiecoöperaties te stimuleren en te faciliteren met het oog op vergroting van het draagvlak voor duurzaamheidsmaatregelen en waar mogelijk beperking van de energielasten voor de inwoners. Bij de selectie van zoekgebieden en/of locaties wordenNoordwijk de exploitatiekosten als criteriumplek meegenomen. NO27. wenst een prominente in de RES voor de zich snel ontwikkelende technologie rondom de productie, en het gebruik, van waterstof opgewekt met duurzame energie. Waterstof kan als energiedrager en energiebron zowel, lokaal, regionaal als landelijk een substantiële bijdrage aan de totale energieopgave leveren. O1. Oegstgeest constateert dat energiebesparing en isolatiemaatregelen in veel gevallen essentiële stappen zijn voor de warmtetransitie in de gebouwde omgeving. In de Concept RES is gest eld dat het noodzakelijk is dat er landelijk fiscale of financiële maatregelen worden genomen om de ambitie voor energiebesparing te realiseren. We vragen Holland Rijnland bij de ontwikkeling en uitwerking naar de RES inzichtelijk en concreet te maken welke beleidsinstrumenten wij nodig hebben van het Rijk. O2.

Het installeren van zonnepanelen op daken, zowel op kleine als op grote, is door de eigenaar vrijwel altijd gemakkelijk terug te verdienen. Hoge investeringskosten zijn een drempel voor het installeren van zonnepanelen. Wijvragen Holland Rijnland het Rijk te vragen de mogelijkheden te onderzoeken om als overheid een investeringslening met laag rentepercentage te bieden aan eigenaren die de investeringskosten niet De kunnen dragen.2 is bepalend voor de bevoegdheden die gemeenten krijgen om de regie te voeren in de O3. Warmtewet warmtetransitie. Oegstgeest constateert dat die wetgeving nog in ontwikkeling is en dat nog onduidelijk is hoe de gemeentelij ke bevoegdheden en ordening van de warmtemarkt eruit zullen zien. We vragen Holland Rijn land om in de RES als randvoorwaarde op te nemen dat, wanneer gemeenten de bevoegdheid krijgen om warmtekavels vast te stel len waarvoor zij collectieve warmte overwegen, zij in staat moeten zijn te bepalen dat die dan de alte rnatieven betreffen met de laagste maatschappelijke kosten. Zo lang er geen vast ijkpunt is (zoals de gasprijs in de huidige Warmtewet) of onvoldoende helder is wat de kosten voor de inwoners zijn vergeleken met de hen ter beschikking staande alt ernat ieven, kan niet worden verwacht dat gemeentelijke besluitvorming over de warmtekavels kan plaatsvinden.

O4. De concept RES presenteert een warmtenet gevoed met restwarmte vanuit de Rotterdamse haven als een onontkomelijke component van de warmtevisie. Oegstgeest constateert dat er nog technische en financiële vragen leven rond deze oplossing. Een sluitende business case lijkt te ontbreken. Wijvragen Holland Rijnland voorlopig geen verder stappen te nemen voor het realiseren van dit warmtenet. Daarnaast vragen wij Holland Rijnland om een business case op te stellen voor dit warmtenet en deze te vergelijken met business cases voor alternatieve oplossingen om in deze ruim2OY"van de warmtebehoefte te voldoen en deze opties aan de raden voor te leggen.

Hierbij moeten de volgende randvoorwaarde voor alle opties in acht worden Senomen: ­ de oplossing zoekt naar duurzame bronnen buiten onze regio en voorziet in transport naar onze regio waar zedirect of na conversie gebruikt kunnen worden om in de reglonale warmtebehoefte te voorzien; ­ de oplossing voorziet in zowel de jaarlijkse behoefte als in de f luctuerende piekbehoeften die gedurende een jaar optreden; ­ de investeringskosten, vaste en variabele kosten voor Ínwoners en commerciële partijen en de flexibiliteit van de gekozen oplossing worden uitgebreid in kaart gebracht; ­ de mogelijkheid om bestaande infrastructuur (het gasnet en elektriciteit) te benutten wordt bekeken en de kosten voor eventuele investeringen in deze of nÍeuwe netten worden meegewogen; Oegstgeest ziet in ieder geval de volgende oplossing graag, naast het warmtenet gevoed vanuit de Rotterdamse haven, uitgewerkt: 1) het importeren van groene stroom die vervolgens met in de regio te bouwen centrales wordt geconverteerd O5. De gemeenteraad van Oegstgeest kiest voor wat betreft het Oegstgeester territorium als het gaat om het naar gassen (waterstof of groen gas) die door het gasnet gedistribueerd worden; bevorderen van 2) het importeren van elders in het land geproduceerde CO2­neutrale gassen (groen gas of groene/blauwe energieopwekking voor zonne­energie en andere passende vormen.

Voor het plaatsen van windmolens in of waterstof) die door het gasnet gedistribueerd worden. nabij het dorp is in Oegstgeest evenwel geen draagvlak en/of ruimte. De gemeenteraad verzoekt Holland­ Rijnland om dit gegeven teverwerken de definitieve RES. O6. De gemeenteraad van Oegstgeestingeeft mee dat in zijn visie de regio met al zijn facetten een waardevol gebied is voor alle inwoners van de regio: van het zicht op de horizon over de Noordzee, het enerverende duÍnlandschap, de traditionele bollenvelden, het water bij de Kaag, het Braassemermeer en de Nieuwkoopse plassen tot en met het Groene Hart. De gemeenteraad verzoekt verzoekt Holland­Rijnland in de definitieve RES als uitgangspunt een holistische blik op de regio te nemen, zodat op een zo hoog mogelijk schaalniveau passende ruimtelijke afwegingen kunnen worden gemaakt, waarbij de redelijke zienswijzen van lokale gemeenteraden als vertegenwoordigers van de directe leefomgeving zoveel mogelijk gerespecteerd worden.

De gemeenteraad van Oegstgeest oordeelt in dit kader dat in de voorliggende concept­RES vooralsnog te weinig aandacht is voor de impact op belangrijke concurrerende waarden, zoals de kwaliteit van het landschap, de natuur, het milieu, de economische effecten (toerisme en recreatie), de woningbehoefte en volksgezondheid, die als gevolg van de mogelijke maatregelen die uiteindelijk zouden kunnen voortvloeien uit de RES, met name ten aanzien van elektriciteitsopwekking, onder druk zouden kunnen komen te staan. ln dit kader verzoekt de gemeenteraad Holland­Rijnland met klem in de definitieve RES substantieel meer aandacht te hebben voor de impact op andere, concurrerende waarden, dan energieopwekking op eigen grond alleen, op een dusdanig niveau dat raadsleden de mogelijke uiterste strekking van de RES voldoende kunnen O7. In de Concept is gesteld dat participatie van inwoners nadrukkelijk invulling krijgt in de doorgronden en totRES een zinnige, waardevolle belangenafweging kunnen komen. Daarbij dient te ontwikkeling worden van de RES 1.0. Voor de participatie door andere sta keholders is een programmaraad ingericht. We vragen geanticipeerd op technologische ontwikkelingen en het van buiten de regio importeren van duurzame Holland Rijnland om bij de uitwerking van het regionale participatietraject nauw samen te werken met de elektriciteit te worden meegenomen.

gemeenten en andere RES partners en om gemeenten te ondersteunen bij de lokale participatietrajecten. Ook vragen we Hol land Rij nland hierb ij rekening te houden met de kaders die zijn gesteld vanuit de Omgevingswet. O8. De gemeenteraad van Oegstgeest markeert nogmaals dat hij de noodzaak voor een regionale verduurzamingsopgave onderstreept, maar juist vanwege dit belang verwacht dat realisme voorop staat. De gemeenteraad verzoekt Holland­Rijnland om te gaan werken met realistische doelen. De gemeenteraad van Oegstgeest verwacht dat de ambities uit het regionale Energie­akkoord in de vertaalslag naar concrete doelen periodiek worden herijkt, op basis van de kennis van dat moment, inclusief de geldende juridische en politieke kaders, opdat voortdurend zo realistisch mogelijk beelddat wordt geschetst. en draagvlak dominant dienen O9. De gemeenteraad van een Oegstgeest markeert nogmaals betaalbaarheid te zijn in de uitvoering, juist vanwege het belang van de verduurzamingsopgave. De gemeenteraad verzoekt Holland­Rijnland met klem om te komen tot een maximaal mogelijke inpassing van de dure belofte van'woonlastenneutraliteit', die door het kabinet, het parlement en uiteindelijk ook door de VNG aan alle inwoners van Holland­Rijnland is gedaan, als conditio sine qua non in de definitieve Regionale Energie Strategie.

T1. Teylingen wil alle potentiele bronnen van duurzaam opgewekte energie openhouden, zo ook restwarmte uit het Rotterdamse havengebied. In die hoedanigheid ziet Teylingen in het vervolgproces richting de RES 1.0 dat a) zwart­op­wit komt dat aansluiting op eerste tranche voor restwarmte uit Rotterdam niet mogelijk is en b) indien dit het geval is Teylingen op een wachtlijst wordt geplaatst voor een eventuele tweede tranche. Wij vragen Holland Rijnland om eveneens snel aan de slag te gaan met onderzoek naar de mogelijkheden van opslag en infrastructuur van de nieuwe energiebronnen, plus de bijbehorende ruimtevraag hiervoor. Naast de reeds opgenomen opties, denken wij bijvoorbeeld aan het gebruik maken van Warmte Koude Opslag. Teylingen wil alle potentiele bronnen van duurzaam opgewekte energie openhouden, zo ook waterstof. Teylingen ziet vraagt graag een businesscase tussen waterstof enteeen warmtenet Holland­ Rijnland zodat een T2. Teylingen Holland Rijnland daarnaast om actief blijven lobbyeninvoor het aansluiten van zoveel weloverwogen afweging mogelijk is. mogelijk gemeenten aan een warmtenet dat gevoed wordt met restwarmte uit Rotterdam. In de RES 1.0 een alternatief op te nemen voor het geval restwarmte uit Rotterdam niet beschikbaar komt. T3. Teylingen vraagt Holland Rijnland om het maken van afspraken over bronverdeling m.b.t.

de warmtetransitie te begeleiden en snel in gang te zetten. Dit om een logische bronverdeling tot stand te brengen i.p.v. ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’. Hetgaat hier hoofdzakelijk om aquathermiebronnen, zoals de Ringvaart en de Kaagerplassen, en geothermiebronnen; Wij vragen Holland Rijnland om bij de keuze voor geothermie aandacht te hebben voor: a. de levensduur van geothermiebronnen in relatie tot de kosten. We geven de voorkeur aan hernieuwbare bronnen van energie. b. de invloed van geothermie op het grondwater. De bollenteelt, waar onze regio wereldberoemd om is, is afhankelijk van een specifieke grondwaterstand. Elke mogelijke invloed moet goed worden onderzocht. c. de invloed van geothermie op drinkwater. Vlakbij onze regio wordt drinkwater gewonnen. Elke mogelijke invloed moet goed worden onderzocht.” T4. Ookhierop aquathermie wordt door Teylingen, met name door haar geografische ligging, alsinteressante potentiele duurzame energiebron gezien. Om die reden zien wij in de RES 1.0 graag terug dat de Kaagerplassen, welk onderdeel zijn van Teylings grondgebied, aangemerkt worden als potentiele energiebron voor de gemeente Teylingen, waarbij rekening gehouden wordt met wensen en bedenkingen nummer 10. T5. Op dit moment heeft een consortium een exploratievergunning voor diepe geothermie voor o.a. in Teylingen in voorbereiding.

De verwachting is dat dit consortium deze vergunning in april 2020 indient. Wanneer blijkt dat de vergunning verleend wordt en het consortium op termijn daadwerkelijk vruchtbare resultaten behaalt, dan zien wij de resultaten hiervan T6. Teylingen vraagt worden Hollandin Rijnland graag meegenomen de RESom 1.0de kaarten horend bij de zoekgebieden of het referentiebeeld te herzien en te ontdoen van feitelijke onjuistheden, zoals bijvoorbeeld het plaatsen van zonnepanelen op een begraafplaats in de gemeente Katwijk; T7. Gemeente Teylingen maakt zich zorgen over de groeiende elektriciteitsvraag door o.a. de verduurzaming van de gebouwde omgeving, en de toenemende digitalisering, nieuwe vormen van communicatie en elektrisch vervoer. Wij vragen Holland Rijnland dan ook om hier zicht op te houden in het proces naar de RES 1.0. T8. Teylingen erkent dat wind­ en zonne­energie op dit moment de meest voor de hand liggende modaliteiten zijn voor de verduurzamingsopgave. Het is echter van groot belang dat alternatieve duurzame energiebronnen niet buiten beschouwing gelaten worden. Teylingen vraagt Holland Rijnland om alternatieve energiebronnen, zoals bijvoorbeeld waterstof, als volwaardige opties mee te nemen in de RES 1.0. T9.

Teylingen vraagt Holland Rijnland om op korte termijn duidelijke kaders te schetsen ten aanzien van participatie en communicatie en de rol die zij hierin willen spelen; Teylingen ziet hierin graag ruimte voor co­ creatie en mede­eigenaarschap opgenomen. Teylingen ziet ook graag dat in het traject van participatie de verbinding wordt gelegd met de onderwijs­ en arbeidsmarkt. T10. Teylingen ziet een belangrijke rol weggelegd voor energiecoöperaties als aanjager van duurzame en lokale initiatieven. In die hoedanigheid vragen wij Holland Rijnland om energiecoöperaties een duidelijke rol te geven in het vervolgtraject richting de RES 1.0. T11. Teylingen vraagt provincie Zuid­Holland om helderheid te verschaffen over haar rol in het vervolgtraject richting de RES 1.0. Hierbij gaat het met name om haar bestuurlijke positie ten aanzien van haar coalitieakkoord en de belemmeringen die dit oplevert ten aanzien van de ruimtelijke inpassing van duurzame energieopwekking. T12. Teylingen vraagt Holland Rijnland om een effectieve lobby vorm te geven voor aanvullende landelijke regelgeving met een helder instrumentarium dat essentieel is voor de volgende fase van het RES­proces, zoals maatregelen om te sturen op energiebesparing door zowel particulieren als woningbouwcorporaties; T13.

Teylingen vraagt Holland Rijnland om in het proces richting de RES 1.0 inzichtelijk te maken welk financieel instrumentarium er beschikbaar is, zowel vanuit de regio als hogere bestuurslagen, en inzichtelijk te maken hoe de beschikbaarheid van financiële middelen afweegt tegen de haalbaarheid en betaalbaarheid van voorgenomen ambities en doelstellingen in de RES;

T14. De voor de Duin­ en Bollenstreek kenmerkende (beschermde) bollengronden zijn voor Teylingen van grote cultuurhistorische en economische waarde. Teylingen steunt de opgave zoals vastgelegd in het Energieakkoord Holland Rijnland en de Regionale Energiestrategie (RES) T15. Teylingen vraagt Holland Rijnland om de concurrentie tussen de verschillende ruimtevragers, zoals bijvoorbeeld mobiliteit, woningbouw, en de opwekking van duurzame energie in relatie tot het (cultuur­ )landschap inzichtelijk te maken binnen de RES 1.0; Te overwegen is om hiervoor het instrument van de m.e.r. te gebruiken. T16. Teylingen vraagt Holland Rijnland om de biologische opties, zoals biomassa, aan te merken als laatst mogelijke middel (alleen met certificatie en/of als kweekbos) om duurzame elektriciteit op te wekken. V1. In de Concept­RES ligt de focus op zonneweides en zon op grote daken. In onze verstedelijkte regio hebben niet alleen zonnepanelen op grote daken impact, alle particuliere daken vol zonnepanelen heeft zeker ook impact. Wij vragen Holland Rijnland dit expliciet mee te nemen in de RES 1.0. V2. Binnen de uitvoeringslijn Warmte zijn we afhankelijk van twee belangrijke bovenregionale ontwikkelingen. We vragen Holland Rijnland nadrukkelijk hier aandacht voor te hebben en een regionaal bod uit te brengen richting de Gasunie. V3.

Maatschappelijke initiatieven die een bijdrage leveren aan de energietransitie zijn een cruciale schakel bij het boeken van successen. Voorschoten zou graag zien dat de (belangrijkheid) rol van de samenleving in het nemen van regie en eigenaarschap nadrukkelijker verwoord wordt in de RES 1.0. V4. Bij de geplande periodieke herijking van de RES moet er aandacht blijven voor mogelijkheden van innovatie en bijsturing met de kennis van het moment. Denk hierbij aan het mogelijk beschikbaar komen van alternatieven als groen synthetisch gas of waterstof. Op deze wijze kunnen de best passende middelen worden ingezet om de doelstelling te behalen. Biomassa wordt niet als alternatief gezien. V5. Bij voorgestelde maatregelen als de warmterotonde, moet er zicht blijven op de uitvoerbaarheid en de mate waarin het bijdraagt aan het uiteindelijke doel: de reductie van CO2 uitstoot op de middellange termijn. V6. De maatregelen in het kader van de RES kunnen niet gestoeld zijn op dwang, bijvoorbeeld daar waar het eigendomsrecht in het geding komt. Het is daarom van groot belang om bij de uitwerking aandacht te hebben voor stimulerende maatregelen die maatschappelijk draagvlak behouden en bij voorkeur vergroten. We roepen Holland Rijnland op om bij het Rijk aan te dringen op het beschikbaar stellen van adequate instrumenten hiervoor. V7.

Wij roepen Holland Rijnland expliciet op om aan te dringen op een actievere rol van de Provincie Zuid­ Holland in het RES dossier. Z1. Energiebesparing en mobiliteit: wij zien graag dot het onderdeel van energiebesparíng in de concept RES meer nadruk kríigt Z2. Wij hechten groot belang aan het verrÍchten van inspanníngen, in regionaal verband en op korte termijn, om een groot deel van de regio Holland Rijnland te voorzien van restwarmte uit Rotterdam. Z3. Wij zien graag dat Holland Rijnland er bij het Rijk op aandringt dat ook onderzoek wordt gedaan in andere warmtebronnen dan de restwarmte uit Rotterdam. Z4. We zìen graag dat Holland Rijnland er bij het Rijk op aandringt dat op korte termiin duideliikheid wordt geschapen over bevoegdheden en verdntwoordelijkheden van gemeenten (en andere overheden) met betrekking tot de hetmogelijkheid voorzíen in de warmtevraag Z5. We willen open houden omvan ookwoningen. binnen de harde restricties te zoeken naar mogelijkheden voor opwek van duurzame elektricÍteit die passen bínnen de denkrichtíngen. Z6. Bij de uitwerking naar één ruimtelijke denkrichting gaat de voorkeur uit naar de denkrichting lnfrastructuur en Landschap. ln de Zoeterwoudse situatie biedt deze denkrichting tevens bouwstenen die grote kansen bieden voor Lokaal Eigenaarschap.

Met de denkrichtingen als bouwsteen, hechten wij grote waarde aan participatie van inwoners en ondernemers bij de lokale uitwerking met ruimte om creatief om te gaan met de bouwstenen. Z7. Wij zien graag een meer evenwichtige verdeling van opwek van duurzame elektriciteit tussen zonne­ en windenergie. HH1. Rijnland energieneutraal in 2025. Daarnaast verkennen we op welke wijzen Rijnland vanuit onze water gerelateerde taken actief bij zal dragen aan de energietransitie in de regio. HH2. Rijnland vraagt extra aandacht voor de uitwerking van de participatie. HH3. Rijnland ziet kansen voor een integrale benadering van de maatschappelijke opgaven en bevordering van multifunctioneel landgebruik. HH4. Zonnepanelen op water zijn onder strikte voorwaarden mogelijk en bieden soms zelf kansen voor verbetering van waterkwaliteit. HH5. Zonnepanelen en windmolens op dijken zijn mogelijk een probleem voor de veiligheid. HH6. Onderzoek naar en realisatie van geothermie vraagt om zorgvuldige beoordeling door Rijnland. HH7. Rijnland is geen voorstander van energieopwekking in Natura 2000 gebieden.

HH8. Aquathermie is mogelijk een belangrijke energiebron in de warmtetransitie. HH9. Het benutten van Thermische Energie uit Oppervlaktewater (TEO) heeft veel potentie maar vraagt om een zorgvuldige beoordeling ten aanzien van de waterkwaliteit. HH10. Het benutten van Thermische Energie uit Afvalwater (TEA) vanuit influentleidingen is niet altijd mogelijk. HH11. Rijnland vraagt aandacht voor het gezamenlijk uitwerken van de warmte­infrastructuur voor warmte in de regio’s, ook in relatie tot laagthermische warmtebronnen. HH12. De huidige restricties van de provincie Zuid­Holland ten aanzien van wind­ en zonne­energie maken het voor de RES onmogelijk de gestelde doelen te halen. HH13. Ten aanzien van de denkrichtingen voor duurzame opwek heeft Rijnland een lichte voorkeur voor de denkrichting Lokaal Eigenaarschap en Landschap. HH14. Rijnland werkt nog aan kaders en randvoorwaarden voor benutting van aquathermie waardoor mogelijk niet alle potentie kan worden benut. P1. De ambities in de RES lijken haalbaar, maar zijn vaak ook nog vaag en oningevuld. P2. Een aantal acties die een lange voorbereidingstijd vragen al in gang zetten voordat de RES definitief is omdat anders realisatie van de ambities voor 2030 niet mogelijk lijkt. P3. De raad ondersteunt het voornemen om het participatieproces lokaal te organiseren, met voldoende ondersteuning vanuit de regionale organisatie. P4.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=cf0b369a-d95c-4e68-b071-2c6f83f1efe8