Bijlage 03 Verkennend bodemonderzoek Oosterweg-Overloop (2023-12-21)
Tekst van het document
Oosterweg-Overloop, Leimuiden Milieuhygiënisch vooronderzoek Verkennend milieukundig bodemonderzoek Nader milieukundig bodemonderzoek
Kenmerk Datum
: :
A4657-06/PDI/rap1 21 december 2023
Opdrachtgever
: : : :
AW Groep De heer G. Dengering Postbus 109 2160 AC Lisse
Goedkeuring
Functie
Datum
De heer P. Dijkhuizen (Adviseur milieu)
Opsteller, auteur
21 december 2023
De heer A. van Dortmont (Senior projectleider)
2e lezerschap en vrijgave
21 december 2023
Handtekening
BRL SIKB 2000 protocol 2001, 2002
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING ........................................................................................................................................... 4
2.
MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK ......................................................................................... 6 2.1
AANLEIDING VOORONDERZOEK ................................................................................................. 6
2.2
AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED .......................................................................................... 7
2.3
POTENTIËLE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING ........................................................ 8
2.4
BODEMKWALITEIT EN ASBEST .................................................................................................... 9
2.5
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ................................................................................... 10
2.6
BEÏNVLOEDING ............................................................................................................................ 10
2.7
BODEMVERONTREINIGING ........................................................................................................ 11
2.8
TERREINVERKENNING ............................................................................................................... 12
2.9
BEOORDELING ............................................................................................................................ 12
2.10 CONCLUSIE EN HYPOTHESESTELLING.................................................................................... 13 3.
4.
VERKENNEND BODEMONDERZOEK ............................................................................................. 14 3.1
ONDERZOEKSSTRATEGIE ......................................................................................................... 14
3.2
UITVOERING VELDONDERZOEK................................................................................................ 14
3.3
UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK ............................................................................ 16
3.4
TOETSINGSKADER ...................................................................................................................... 17
3.5
INTERPRETATIE .......................................................................................................................... 18
3.6
TOETSING HYPOTHESE ............................................................................................................. 19
NADER BODEMONDERZOEK ......................................................................................................... 20 4.1
CONCEPTUEEL MODEL EN ONDERZOEKSVRAGEN ............................................................... 20
4.2
ONDERZOEKSSTRATEGIE ......................................................................................................... 21
4.3
UITVOERING VELDONDERZOEK................................................................................................ 21
4.4
UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK ............................................................................ 22
4.5
BESPREKING ONDERZOEKSRESULTATEN .............................................................................. 22
4.6
VERONTREINIGINGSSITUATIE ................................................................................................... 24
4.7
BEANTWOORDING ONDERZOEKSVRAGEN ............................................................................. 24
4.8 AANVULLEND ONDERZOEK INDICATIEVE BEPALING KWALITEITSKLASSE VRIJKOMENDE GROND ................................................................................................................................................... 24 4.9 5.
6.
7.
VOORLOPIGE VEILIGHEIDSKLASSE.......................................................................................... 24
INDICATIEF ONDERZOEK TEERHOUDENDHEID ASFALTPAD .................................................... 25 5.1
ONDERZOEKSOPZET .................................................................................................................. 25
5.2
VELDONDERZOEK ....................................................................................................................... 25
5.3
LABORATORIUMONDERZOEK ................................................................................................... 25
CONCLUSIES .................................................................................................................................... 27 6.1
OVERZICHT .................................................................................................................................. 27
6.2
AANBEVELINGEN ........................................................................................................................ 28
BETROUWBAARHEID ...................................................................................................................... 29
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Oosterweg-Overloop, Leimuiden Kenmerk rapportage: A4657-06/PDI/rap1
Pagina 2 van 29
BIJLAGEN
1. 1.1 1.2 1.3
Kaarten en tekeningen Topografische kaart Situatietekening verkennend bodemonderzoek Situatietekening nader bodemonderzoek
2. 2.1 2.2
Vooronderzoek Rapportage omgevingsdienst Fotoreportage
3. 3.1 3.2 3.3 3.4
Veldonderzoek Formulieren veldonderzoek Boorstaten verkennend bodemonderzoek Boorstaten nader bodemonderzoek Legenda
4. 4.1 4.2 4.3
Laboratoriumonderzoek Certificaten verkennend bodemonderzoek grond Certificaten verkennend bodemonderzoek grondwater Certificaten nader bodemonderzoek grond
5. 5.1 5.2 5.3
Toetsingstabellen Toetsingstabellen verkennend bodemonderzoek grond Toetsingstabellen verkennend bodemonderzoek grond water Toetsingstabellen nader bodemonderzoek grond
6. 6.1 6.2
Bepaling kwaliteitsklasse sterk verontreinigde grond Certificaat grond Toetsingtabellen Besluit bodemkwaliteit en PFAS
7. 7.1
Bepaling voorlopige veiligheidsklasse Rapport bepaling veiligheidsklasse
8. 8.1 8.2
Asfaltonderzoek Certificaat constructieopbouw en PAK-detectorproef Certificaat PAK in asfalt analyse
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Oosterweg-Overloop, Leimuiden Kenmerk rapportage: A4657-06/PDI/rap1
Pagina 3 van 29
1.
INLEIDING
In opdracht van AW Infrabouw B.V. is door IDDS een milieuhygiënisch vooronderzoek, een verkennend en een nader milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie staat bekend als Oosterweg-Overloop te Leimuiden (afbeelding 1).
Afbeelding 1: Onderzoeksgebied (bron: Luchtfoto 2022)
Aanleiding en doelstelling Het onderzoek is uitgevoerd in verband met de (geplande) aankoop van het terrein. In dit kader wenst de opdrachtgever inzicht te krijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. De doelstelling van het onderzoek is het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de landbodem (grond en grondwater) ter plaatse van de onderzoekslocatie. Verklaring onafhankelijkheid De werkzaamheden zijn aangenomen door IDDS B.V. Het veldwerk is deels uitgevoerd door IDDS B.V. en deels door Bodem Expert B.V. te Huissen. Bodem Expert B.V. is gecertificeerd voor de BRL SIKB 2000, protocollen 2001 en 20012 volgens het procescertificaat K97733/03. IDDS verklaart hierbij onafhankelijk te zijn van de opdrachtgever en geen belang te hebben bij de resultaten van het uitgevoerde onderzoek. Milieuhygiënisch vooronderzoek Voorafgaand aan een verkennend bodemonderzoek conform de onderzoeknorm NEN 5740:2023 dient een milieuhygiënisch vooronderzoek te worden uitgevoerd conform de onderzoeknorm NEN 5725:2023. Op basis van de informatie uit het vooronderzoek wordt een onderzoekshypothese geformuleerd.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Oosterweg-Overloop, Leimuiden Kenmerk rapportage: A4657-06/PDI/rap1
Pagina 4 van 29
Het doel van het vooronderzoek is inzicht te verkrijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen ter plaatse van de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. De te verzamelen informatie is afhankelijk van de aanleiding en het doel van het vooronderzoek en heeft betrekking op locatiegegevens, bodemopbouw, geohydrologie, te verwachten bodemkwaliteit en potentieel bodembedreigende activiteiten op de locatie waar het vooronderzoek betrekking op heeft. Verkennend bodemonderzoek Ter bepaling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit binnen de begrenzing van de onderzoekslocatie, is de onderzoeknorm NEN 5740:2023 gehanteerd. Deze norm beschrijft de werkwijze voor het opstellen van de onderzoeksstrategie bij een verkennend bodemonderzoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van bodemverontreiniging en de werkwijze voor het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en eventueel vrijkomende grond.
Op basis van de informatie uit het milieuhygiënisch vooronderzoek wordt een onderzoekshypothese geformuleerd. Elke uit het milieuhygiënisch vooronderzoek resulterende onderzoekshypothese over de aan- of afwezigheid van bepaalde verontreinigende stoffen en de wijze van verspreiding wordt getoetst met een locatiespecifieke onderzoeksstrategie. Nader bodemonderzoek Ter bepaling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit binnen de begrenzing van de onderzoekslocatie, is de onderzoeknorm NTA 5755;2022 gehanteerd. Deze norm beschrijft de werkwijze voor het opstellen van de onderzoeksstrategie bij een nader bodemonderzoek gericht op een vermoedelijk geval van ernstige bodemverontreiniging. Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het milieuhygiënisch vooronderzoek stapsgewijs besproken. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bestaat achtereenvolgens uit het vaststellen van de aanleiding en de afbakening van het onderzoeksgebied. Vervolgens wordt informatie verzameld van de voorgeschreven onderzoekaspecten en worden de onderzoeksvragen beantwoord. Op basis hiervan worden conclusies getrokken en wordt de hypothese voor de onderzoekslocatie vastgesteld. In hoofdstuk 3 wordt het verkennend bodemonderzoek stapsgewijs besproken. Als eerste stap wordt, op basis van de bij het milieuhygiënisch vooronderzoek voor de locatie vastgestelde hypothese, de onderzoeksstrategie vastgesteld.
Vervolgens worden de uitvoering en resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek apart besproken. Op basis van de onderzoekresultaten wordt de vastgestelde hypothese getoetst en worden indien van toepassing, aanbevelingen gedaan met betrekking tot eventueel te nemen vervolgstappen. Hoofdstuk 4 omvat de uitvoering van het nader onderzoek waarin de resultaten en conclusie zijn opgenomen. Hoofdstuk 5 betreft het uitgevoerd indicatief asfaltonderzoek. Hoofdstuk 6 betreft het overzicht van de geformuleerde conclusies en aanbevelingen. In hoofdstuk 7 wordt de betrouwbaarheid van het uitgevoerde onderzoek toegelicht.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Oosterweg-Overloop, Leimuiden Kenmerk rapportage: A4657-06/PDI/rap1
Pagina 5 van 29
2.
MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK
2.1
AANLEIDING VOORONDERZOEK
Afhankelijk van de aanleiding voor het verrichten van het vooronderzoek moet antwoord worden verkregen op een aantal onderzoeksvragen. Als eerste stap in het vooronderzoek dient derhalve de aanleiding te worden vastgesteld. In de NEN 5725:2023 zijn acht aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Opgemerkt wordt dat er sprake kan zijn van een combinatie van meerdere aanleidingen. In dat geval dienen de onderzoeksvragen voor elke afzonderlijke aanleiding te worden beantwoord. Voor onderhavig onderzoek is de volgende aanleiding vastgesteld: •
Uitvoeren van bodemonderzoek, saneren van een milieubelastende activiteit en/of realiseren van een gebouw op een bodemgevoelige locatie
De onderzoeksvragen, behorende bij de vastgestelde aanleiding, zijn in de navolgende paragrafen in tabelvorm aangegeven. Per onderzoeksvraag is, direct onder de betreffende vraag, het antwoord opgenomen.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Oosterweg-Overloop, Leimuiden Kenmerk rapportage: A4657-06/PDI/rap1
Pagina 6 van 29
2.2
AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED
TABEL 2.2.1: Afbakening onderzoeksgebied Onderzoeksvraag Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? Uitwerking
Bronnen
Situering
Globale ligging: zie overzichtskaart 1.1 in bijlage 1. Begrenzing onderzoekslocatie: zie situatietekening 1.2 in bijlage 1.
Adres
Nabij Oosterweg 5
Postcode / Plaats
2451 VT Leimuiden
Gemeente
Kaag en Braassem
Provincie
Zuid-Holland
RD-coördinaten
Omschrijving
Globaal middelpunt onderzoekslocatie
X
106.724
Y
470.937
Hoogte maaiveld
Z
Circa 4,45 m -NAP
Kadastraal
Gemeente
Leimuiden
Gemeentecode
LMD02
Sectie
B
Nummers
168, 169, (gedeeltelijk) 170, 171, 172, 173, 174 en 1452
Totaal
36.200 m2
Bebouwd
1.125 m2
Verharding
Asfaltpad Betonplaten
Alle richtingen
De locatie is gelegen tegen de bebouwde kom van Leimuiden en betreft agrarisch gebied en een kas. De locatie is omgeven door gelijksoortige agrarische percelen, bedrijfsterreinen en wonen (met tuin).
Oppervlaktes
Belendingen
#1 / #2
: ca 450 m² : ca 1.320 m²
Afbeelding 2: Onderzoekslocatie en belendingen (bron: Opentopo) Afbakening VO
25 meter buiten kadastrale / onderzoekgrenzen
-
Conclusie Afbakening voldoende #1: Omgevingsdienst West-Holland / Gemeente Kaag en Braassem #2: KadViewer / Pdok-viewer / IDDS Projectenkaart
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Oosterweg-Overloop, Leimuiden Kenmerk rapportage: A4657-06/PDI/rap1
Pagina 7 van 29
2.3
POTENTIËLE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING
TABEL 2.3.1: Potentiële bronnen van bodemverontreiniging Onderzoeksvraag Is sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn de verdachte parameters? Uitwerking Voormalig gebruik
Bronnen De locatie kent van oudsher een gebruik ten behoeve van glastuinbouw. De huidige kas dateert van eind jaren ’90 van de vorige eeuw. Eind jaren ’80 heeft demping van een watergang plaatsgevonden.
#1 / #2
Bij het gebruik voor glastuinbouw kan worden vermoed dat gebruik is gemaakt van (bovengronds opgeslagen) huisbrandolie en bestrijdingsmiddelen. Dit betreft echter een aanname gezien specifieke historische informatie hierover niet bekend is. Evenmin is bekend of, dan wel wanneer het gebruik hiervan is beëindigd. Potentiële bronnen
De potentiële bronnen van verontreiniging zijn het gebruik als glastuinbouw, met mogelijk gebruik van huisbrandolie, gebruik en opslag van bestrijdingsmiddelen en demping van watergangen. Met betrekking tot glastuinbouw is de grond verdacht op de aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen (OCB’s). De ligging van een eventuele (voormalige) HBO-tank en bestrijdingsmiddelenopslag zijn niet bekend en demping vond veelal plaats met gebiedseigen grond. Onderzoek hiernaar zal derhalve eerst op zintuiglijke basis plaats te vinden.
Huidig gebruik
Potentiële bronnen
De percelen worden gebruikt ten behoeve van landbouw. De kas wordt momenteel enkel gebruikt voor de (tijdelijke) opslag van materialen (aanhangers, bouwmaterialen, een boot en een oude tractor). In de huidige situatie zijn geen directe potentiële bronnen van bodemverontreiniging bekend.
Toekomstig gebruik
In de toekomst zal herontwikkeling plaatsvinden voor de aanleg van een industriepark.
-
Conclusie De potentiële bron van bodemverontreiniging betreft het voormalig gebruik ten behoeve van glastuinbouw. Hierdoor is de grond als verdacht aan te merken op verhoogde gehalten aan OCB’s. Ondanks dat demping veelal plaatsvond met gebiedseigen grond, dient de voormalige watergang als verdacht te worden aangemerkt op demping door materialen anders dan grond (met name zware metalen en PAK). #1: Omgevingsdienst West-Holland; Omgevingsrapportage (opgenomen in bijlage 2) #2: KadViewer / Pdok-viewer
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Oosterweg-Overloop, Leimuiden Kenmerk rapportage: A4657-06/PDI/rap1
Pagina 8 van 29
2.4
BODEMKWALITEIT EN ASBEST
TABEL 2.4.1: Bodemkwaliteit en asbest Onderzoeksvraag Is de bodem asbestverdacht? Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? Uitwerking Asbest
Bronnen Er is geen informatie beschikbaar omtrent een eventuele verdenking op de aanwezigheid van asbest in de bodem.
#1
Opgemerkt wordt dat, indien in de bodem sprake is van een puinbijmenging, de locatie, ongeacht de gradatie van het puin, dient te worden aangemerkt als asbestverdacht. Bodemkwaliteit
-
-
-
-
-
-
#2
Conclusie Leimuiden is opgenomen in de Nota Bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019. De locatie ligt echter in niet gezoneerd gebied. Informatie omtrent het voorkomen van asbest in de bodem is onbekend. Vooralsnog wordt de locatie als niet asbestverdacht beschouwd. #1: Omgevingsdienst West Holland; Omgevingsrapportage (opgenomen in bijlage 2) #2: Bodemarchieven IDDS #3: Nota Bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Oosterweg-Overloop, Leimuiden Kenmerk rapportage: A4657-06/PDI/rap1
Pagina 9 van 29
2.5
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE
TABEL 2.5.1: Bodemopbouw en geohydrologie Onderzoeksvraag Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? Uitwerking
Bronnen
Bodemopbouw (lokaal)
Grondwater (lokaal)
0,0 - 1,0 m-mv
Wisselend zand en klei
1,0 - 2,0 m-mv
Wisselend zand en klei
2,0 - 3,0 m-mv
klei
Grondwaterstand freatisch
Circa 0,75 m-mv
#1
Een eenduidige stromingsrichting van het grondwater is niet bekend. Verwacht wordt dat het grondwater een noordelijk tot noord-noordoostelijk stromingsrichting heeft. Deze zal lokaal worden beïnvloed door objecten in de ondergrond. Voor zover bekend wordt het grondwater op en in de nabijheid van de onderzoekslocatie niet beïnvloed door menselijk handelen (drainage, bemalingen, etc.). Geohydrologie
Bodemvreemde lagen
0,0 - 14,0 m-mv
Deklaag
14,0 - 54,0 m-mv
1e watervoerend pakket
54,0 - 64,0 m-mv
1e scheidende laag
> 60 m-mv
2de watervoerend pakket
Op de locatie zijn gedempte sloten aanwezig. Daarnaast is sprake van een dammetje waarbij onbekend materiaal kan zijn toegepast.
Conclusie Op het overgrote deel van het terrein worden geen bodemvreemde lagen verwacht. Uitgezonderd hierop zijn de demping en landbouwdam waarbij niet bekend is welke materialen hierin kunnen zijn verwerkt. #1: DINOloket / Bodematlas provincie Zuid-Holland / Archief IDDS
2.6
BEÏNVLOEDING
TABEL 2.6.1: Beïnvloeding Onderzoeksvraag Is sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? Uitwerking Beïnvloeding
Bronnen Er wordt op basis van de beschikbare informatie geen beïnvloeding vanuit de omgeving verwacht.
#1
Conclusie Er is voor zover bekend geen sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit en/of de kwaliteit van het grondwater. #1: Bodemloket.nl
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Oosterweg-Overloop, Leimuiden Kenmerk rapportage: A4657-06/PDI/rap1
Pagina 10 van 29
2.7
BODEMVERONTREINIGING
TABEL 2.7.1: Bodemverontreiniging Onderzoeksvraag Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? Uitwerking
Bronnen
Onderzoek ter plaatse van de locatie Verwachting o.b.v. eerder bodemonderzoek
Op de twee zuidelijke terreindelen (kadastraal nummers 173 en 174) is voor zover bekend eind jaren ’90 van de vorige eeuw eerder onderzoek uitgevoerd. Hierover ontbreekt echter detailinformatie. Mogelijk dat onderzoek samenhing met de ontwikkeling van het naastgelegen industrieterrein.
#1 / #2
Onderzoek nabij de locatie Verwachting o.b.v. eerder bodemonderzoek
Op de agrarische percelen ten noorden van onderhavige locatie is recent door IDDS B.V. verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Ter plaatse van de Oosterweg 7a is in het verleden milieukundig onderzoek verricht. Daarnaast zijn eind jaren ’90 van de vorige eeuw enkele onderzoeken verricht ten behoeve van de realisatie van het industrieterrein ten zuiden van onderhavige locatie. Hierover kan het volgende beknopt worden gemeld:
#1 / #2
Oosterweg 7a Op basis van onderzoek in het verleden zijn enkele parameters hooguit licht verontreinigd en wordt de locatie als ‘voldoende onderzocht’ beschouwd. Hierbij is ook onderzoek verricht ter plaatse van de bestrijdingsmiddelenopslag, bovengrondse HBO-tank en de gedempte sloot. Recent onderzoek IDDS B.V. Bakhuizenlaan-Oosterweg (#3) • In de boven- en ondergrond zijn plaatselijk bijmengingen met bodemvreemde materialen aangetroffen. Ter plaatse van de slootdemping zijn zintuiglijk geen afwijkende materialen waargenomen. Zintuiglijk en analytisch (indicatief) is geen asbest aangetoond. • De boven- en ondergrond is overwegend licht verontreinigd met enkele van de onderzochte parameters. Ter plaatse van de landbouwdam overschrijdt het gehalte PAK de betreffende interventiewaarden en overschrijdt het gehalte minerale olie de betreffende tussenwaarde. Vermoedelijk beperkt deze verontreiniging zich tot de landbouwdam en wordt de verhoogd gemeten gehalte minerale olie veroorzaakt door deze PAK’s. De omvang van de verontreiniging met PAK is nog niet in kaart gebracht en geadviseerd wordt dit nader te onderzoeken. • De initieel aangetoonde verontreiniging met PAK in de ondergrond ter hoogte van de gedempte sloot traject, geeft ons inziens geen aanleiding meer tot het uitvoeren van nader onderzoek naar de omvang.
• Het grondwater is overwegend licht verontreinigd met de onderzochte parameters. Zuidelijk industrieterrein • De resultaten van het grond en grondwater onderzoek geven overwegend geen aanleiding voor het uitvoeren van nader onderzoek. • Plaatselijke verontreinigingen in grond zijn volledig verwijderd waarbij géén aanvulling heeft plaatsgevonden en geen nazorg noodzakelijk is. Conclusie De aanwezigheid van een geval van ernstige bodemverontreiniging wordt niet verwacht. #1: Omgevingsdienst West Holland; Omgevingsrapportage (opgenomen in bijlage 2) #2: Bodemarchieven IDDS #3: Verkennend milieukundig bodemonderzoek. Opgesteld door IDDS B.V. in opdracht van AW Groep. Kenmerk: A4211-06/PDI/rap2, d.d. 8 juni 2023
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Oosterweg-Overloop, Leimuiden Kenmerk rapportage: A4657-06/PDI/rap1
Pagina 11 van 29
2.8
TERREINVERKENNING
De terreinverkenning heeft tot doel om te controleren of de gedocumenteerde informatie overeenkomt met de daadwerkelijke situatie ter plaatse en deze aan te vullen met relevante waarnemingen. De terreinverkenning is op 11 oktober 2023 uitgevoerd. Op basis van de terreinverkenning blijkt geen sprake te zijn van aanvullende bijzonderheden en hebben zich geen wijzigingen voorgedaan ten opzichte van de reeds verkregen gegevens. De navolgende afbeeldingen geven een beeld van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. Ter illustratie is in bijlage 2 een fotoreportage opgenomen.
Afbeelding 3: Onderzoekslocatie
2.9
Afbeelding 4: Onderzoekslocatie
BEOORDELING
Het vooronderzoek is beoordeeld op afwijkingen ten opzichte van de NEN 5725;2017. Indien er sprake is van afwijkingen zijn deze omschreven en is de reden van afwijking aangegeven. Beoordeeld is in hoeverre de afwijking gevolgen heeft op de betrouwbaarheid en in hoeverre er sprake is van beperkingen in relatie tot de onderzoeksvragen. Vervolgens is beoordeeld in hoeverre de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, op basis van de resultaten van het vooronderzoek, afdoende bekend is, of in hoeverre bodemonderzoek noodzakelijk is. In tabel 2.9.1 is de uitwerking met betrekking tot voornoemde onderzoeksvraag opgenomen. TABEL 2.9.1: Beoordeling Onderzoeksvraag Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Beantwoording Omschrijving
Reden afwijking
Afwijking
Geen
-
Gevolgen betrouwbaarheid
-
-
Beperkingen in relatie tot de onderzoeksvragen
-
-
Conclusie De milieuhygiënische bodemkwaliteit is niet afdoende bekend. Er is geen (actuele) informatie beschikbaar omtrent de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Oosterweg-Overloop, Leimuiden Kenmerk rapportage: A4657-06/PDI/rap1
Pagina 12 van 29
2.10
CONCLUSIE EN HYPOTHESESTELLING
Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn conclusies getrokken over de verwachting van de milieuhygiënische bodemkwaliteit en de aanwezige verontreinigende stoffen. Op basis van de getrokken conclusie is een hypothese geformuleerd. De hypothese betreft voor elke (deel)locatie, in zowel het horizontale als het verticale vlak, de verwachting met betrekking tot de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Bij eventueel bodemonderzoek dient de hypothesestelling als basis voor de onderzoeksstrategieën uit de desbetreffende normdocumenten. De hypothese en strategie zijn complementair aan elkaar. TABEL 2.10.1: Conclusie en hypothese Hypothese Algemeen Locatie
Gehele terrein
Conclusie
Er is geen informatie beschikbaar omtrent de actuele milieuhygiënische bodemkwaliteit van de locatie. Op basis van de resultaten van het milieuhygiënisch vooronderzoek worden in de bodem (inclusief de antropogene toplaag) geen noemenswaardige verontreinigingen verwacht.
Hypothese
Akkerland en kas: verdacht op bestrijdingsmiddelen Gedempte sloot: verdacht op zware metalen en PAK
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Oosterweg-Overloop, Leimuiden Kenmerk rapportage: A4657-06/PDI/rap1
Pagina 13 van 29
3.
VERKENNEND BODEMONDERZOEK
3.1
ONDERZOEKSSTRATEGIE
De onderzoeksstrategie is gebaseerd op de hypothese zoals deze is vastgesteld op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek, zie hoofdstuk 2. De onderzoeksstrategie is aangegeven in tabel 3.1.1. TABEL 3.1.1: Onderzoeksstrategie (Deel)locatie Onderzoeksstrategie Gehele terrein (akkerland en kas)
NEN 5740;2009+A1;2016; Onderzoeksstrategie voor een grootschalige onverdachte locatie (ONV-GR).
Gedempte sloten
Het onderzoek ter plaatse van de gedempte sloten heeft als doel om na te gaan in hoeverre de dempingen visueel nog zijn terug te vinden (afwijkend dempingsmateriaal, slib- en rietresten). Dit wordt gecombineerd met het onderzoek van het gehele terrein. Enkele diepe boringen worden ter plaatse van de voormalige sloten uitgevoerd.
Mogelijk gebruik huisbrandolie
Onderzoek vindt plaats op basis van visuele waarnemingen en wordt gecombineerd met het onderzoek van het gehele terrein uitgevoerd
3.2
UITVOERING VELDONDERZOEK
Een samenvatting van de tijdens het veldonderzoek uitgevoerde werkzaamheden is opgenomen in de navolgende tabel. De posities van de genoemde meetpunten zijn weergegeven op situatietekening 1.2 die in bijlage 1 is opgenomen. TABEL 3.2.1: Samenvatting veldonderzoek Uitvoeringsperiode Bemonstering grond Bemonstering grondwater Uitvoerende partij
IDDS Milieu
BRL SIKB / protocol
BRL SIKB 2000 Protocol 2001, 2002
Onderzoekaspect
Meetpunten
Gehele terrein
: 11 oktober 2023 : 19 oktober 2023
Type
Diepte [m-mv]
Aantal
Boring
0,5
21
Peilbuis
2,0 2,5
4 5
Codering
Bijzonderheden
01, 02, 03, 04, 07, 08, 09, 11, 12, 13, 15, 16, 18, 19, 21, 24, 25, 26, 27, 28 en 30 05, 10, 20 en 23 06, 14, 17, 22 en 29
-
-
Uitvoeringswijze Tijdens het veldonderzoek is niet afgeweken van de beoordelingsrichtlijn. Het veldverslag met daarin de gegevens van het veldwerkbureau en de namen van de veldwerkers is opgenomen in bijlage 3. Het procescertificaat en het hierbij behorende keurmerk zijn van toepassing op de activiteiten met betrekking tot het veldonderzoek en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie aan een erkend laboratorium of aan de opdrachtgever. Tijdens het verrichten van het veldonderzoek is de bodem zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen en is de bodemopbouw beschreven.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Oosterweg-Overloop, Leimuiden Kenmerk rapportage: A4657-06/PDI/rap1
Pagina 14 van 29
Bodemopbouw Per meetpunt is de texturele, minerale en organische samenstelling van de bodem nauwkeurig beschreven. Op basis van deze beschrijving is per meetpunt een boorstaat vervaardigd. De boorstaten zijn opgenomen in bijlage 3. De globale opbouw van de bodem ter plaatse van de gehele onderzoekslocatie, gebaseerd op de boorstaten, wordt als volgt omschreven: -
De bovengrond bestaat overwegend uit kleiig veen en plaatselijk klei. De ondergrond bestaat tot de geboorde dieptes van maximaal 2,5 m-mv uit siltige klei.
Zintuiglijk waargenomen bijzonderheden Het opgeboorde bodemmateriaal is visueel geïnspecteerd op afwijkingen en op het voorkomen van bodemvreemde bijmengingen die kunnen duiden op een mogelijke verontreiniging van de bodem. Het materiaal is met name beoordeeld op de aard, grootte en gradatie van voorkomen. Sommige verontreinigingen die in de bodem aanwezig zijn, kunnen aan de geur herkend worden. Benadrukt dient te worden dat, indien tijdens de veldwerkzaamheden passieve geurwaarnemingen worden gedaan, deze gekarakteriseerd worden en per boorpunt worden beschreven. Indien er sprake is van afwijkingen en/of bijmengingen zijn deze, per meetpunt en per bodemlaag, aangegeven in de boorstaten die zijn opgenomen in bijlage 3. Op basis van de boorstaten blijkt in hoofdlijnen het navolgende: -
In de grond is over het algemeen geen sprake van bijmengingen met bodemvreemde materialen. Ter plaatse van boring 17 is een slibhoudende laag in de ondergrond waargenomen. Ter plaatse van boring 23 zijn sporen kolen waargenomen.
Asbest Het veldonderzoek is uitgevoerd door veldwerkers welke zijn opgeleid voor het herkennen van asbestverdachte materialen. Tijdens de uitvoering van het bodemonderzoek is het maaiveld van de onderzoekslocatie, evenals het opgeboorde bodemmateriaal visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm). Indien asbestverdacht materiaal is aangetroffen is dit, per boorpunt en per bodemlaag, aangegeven in de boorstaten die zijn opgenomen in bijlage 3. Op basis van de visuele inspectie op asbest blijkt het navolgende: -
Op het maaiveld en in de opgeboorde grond is visueel geen asbestverdacht materiaal (fractie > 20 mm) aangetroffen.
Grondwater Voorafgaand aan de bemonstering van het grondwater is de actuele grondwaterstand opgenomen ten opzichte van het maaiveld. Van het bemonsterde grondwater is in het veld de zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en de mate van troebelheid (NTU) gemeten. Het bemonsterde grondwater is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen die kunnen duiden op een bodemverontreiniging.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Oosterweg-Overloop, Leimuiden Kenmerk rapportage: A4657-06/PDI/rap1
Pagina 15 van 29
In de navolgende tabel zijn de resultaten opgenomen van de uitgevoerde metingen en verrichtte waarnemingen. TABEL 3.2.2: Metingen uitgevoerd aan het grondwater Peilbuis
Filterstelling
Grondwaterstand
pH
EC
Troebelheid
Monstername
Zintuiglijke afwijkingen / overige bijzonderheden
[m-mv]
[m-mv]
[–]
[S/cm]
[NTU]
d.d.
06
1,50 - 2,50
0,10
6,7
2.468
12
19-10-2023
Geen bijzonderheden
14
1,50 - 2,50
0,58
7,0
738
8,3
19-10-2023
Geen bijzonderheden
17
1,50 - 2,50
0,20
6,7
1.495
9,3
19-10-2023
Geen bijzonderheden
22
1,50 - 2,50
0,38
6,8
3.073
9,4
19-10-2023
Geen bijzonderheden
29
1,50 - 2,50
0,11
6,5
2.213
7,3
19-10-2023
Geen bijzonderheden
Op basis van de veldwaarnemingen en metingen blijkt het navolgende: -
3.3
Aan het bemonsterde grondwater zijn geen afwijkingen waargenomen die kunnen duiden op een eventuele bodemverontreiniging. De gemeten waarden voor de zuurgraad, het elektrisch geleidingsvermogen en de troebelheid (NTU) duiden niet op een eventuele verontreiniging van het grondwater.
UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK
Voor de verrichting van het chemisch onderzoek zijn de monsters overgebracht naar een (RvA) geaccrediteerd en AS3000 erkend laboratorium. De naam en contactgegevens van het betreffende laboratorium, alsmede de data waarop de monstervoorbehandeling en het analytisch onderzoek is uitgevoerd, zijn aangegeven op de analysecertificaten die in bijlage 4 zijn opgenomen. Analysestrategie Bij de selectie van de grond(meng)monsters is, voor het verkrijgen van een representatief beeld van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, rekening gehouden met de bodemopbouw en eventuele zintuiglijk waargenomen afwijkingen. Voor het verkrijgen van een ruimtedekkend beeld is eveneens rekening gehouden met de situering van de boringen. In tabel 3.4.1 is een overzicht gegeven van de monsters, waar van toepassing de monstersamenstelling, de monstertrajecten en de uitgevoerde analyses. Aanvullend onderzoek (uitsplitsing PAK) Op basis van het uitgevoerd analytisch onderzoek en toetsing van de resultaten aan de kader van de Wet bodembescherming, is voor de parameter PAK een overschrijding van de zogeheten interventiewaarde vastgesteld. Omdat dit toetsoordeel is gebaseerd op samengestelde mengmonsters, is in overleg met de opdrachtgever besloten het betreffende mengmonster eerst uit te splitsen. Hierbij worden de individuele grondmonsters separaat geanalyseerd op de betreffende kritische parameter.
De resultaten hiervan zijn opgenomen in onderstaande tabel. Herbemonstering grondwater peilbuis 06 Vanwege een matig verhoogd gehalte olie in het grondwater uit peilbuis 06 heeft een herbemonstering van het grondwater plaatsgevonden en heeft heranalyse van het grondwater plaatsgevonden op de parameter minerale olie. De resultaten hiervan zijn opgenomen in tabel 3.4.1.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Oosterweg-Overloop, Leimuiden Kenmerk rapportage: A4657-06/PDI/rap1
Pagina 16 van 29
Samenstelling analysepakketten In het standaardpakket voor grond zijn de volgende analyses opgenomen: -
Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink). PAK (polycyclische aromatische koolwaterstoffen). Minerale olie (GC). PCB (PolyChloorBifenylen).
Ten behoeve van de toetsing van de analyseresultaten zijn van alle grondmonsters de percentages lutum en/of organische stof bepaald. De grond is aanvullend geanalyseerd op bestrijdingsmiddelen (OCB’s). In het standaardpakket voor grondwater zijn de volgende analyses opgenomen: 3.4
Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink). BTEXNS (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen en styreen). VOCl (vluchtige organochloorverbindingen). Minerale olie. TOETSINGSKADER
De resultaten van de chemische analyses zijn weergegeven op de analysecertificaten, die in bijlage 4 zijn opgenomen. De analyseresultaten zijn, waar van toepassing, getoetst middels de Bodem Toets en Validatieservice (BoToVa). De toetsingstabellen zijn opgenomen in bijlage 5. Wet bodembescherming (Wbb) Voor de interpretatie van de resultaten van de chemische analyses van de grondmonsters zijn de meetwaarden, conform bijlage G van de Regeling bodemkwaliteit, gecorrigeerd voor de gemeten percentages lutum en/of organische stof. De gecorrigeerde meetwaarden zijn vergeleken met het toetsingskader van de Wet bodembescherming. Dit toetsingskader bestaat uit de achtergrondwaarden, zoals opgenomen in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit, en de interventiewaarden, zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 (Staatscourant nr. 16675, 27 juni 2013). Naast het wettelijk kader zijn de gecorrigeerde meetwaarden getoetst aan de tussenwaarden, zijnde het rekenkundig gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarden voor de betreffende stof. Indien de gecorrigeerde meetwaarde voor één of meerdere stoffen de tussenwaarde overschrijdt kan in potentie sprake zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging (HandhavingUitvoeringsMethode Wbb, versie 7.5 van het SIKB) en is het uitvoeren van nader bodemonderzoek in veel gevallen noodzakelijk.
In tabel 3.4.1 zijn de resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek opgenomen alsmede de resultaten van de uitgevoerde toetsingen. <AW / <S niet verontreinigd: het gehalte / de concentratie is lager dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (grond) of streefwaarde (grondwater), dan wel de rapportagegrens; >AW / >S licht verontreinigd: het gehalte overschrijdt de achtergrondwaarde (grond) of streefwaarde (grondwater) en is lager dan of gelijk aan de tussenwaarde, zijnde licht verontreinigd; >T matig verontreinigd: het gehalte overschrijdt de tussenwaarde en is lager dan of gelijk aan de interventiewaarde; >I sterk verontreinigd: het gehalte overschrijdt de interventiewaarde.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Oosterweg-Overloop, Leimuiden Kenmerk rapportage: A4657-06/PDI/rap1
Pagina 17 van 29
TABEL 3.4.1: Overzicht monsters, monstersamenstelling, analyses en toetsingsresultaten Monstercodes, deelmonsters en bodemlagen (bodemlagen in cm-mv)
Matrix en eventuele bijzonderheden
Analyse
Toetsingsresultaten
Wbb (index) > AW / > S (licht verhoogd)
>T (matig verhoogd)
>I (sterk verhoogd)
Bovengrond MM01 BG
01 (0,00 - 0,50) 02 (0,00 - 0,20) 03 (0,00 - 0,30) 04 (0,00 - 0,20) 05 (0,00 - 0,20) 06 (0,00 - 0,30) 07 (0,00 - 0,40) 08 (0,00 - 0,40) 09 (0,00 - 0,30) 10 (0,00 - 0,30)
Veen, -
#1
Kwik (0,01) Lood (0,1)
-
-
MM2 BG
11 (0,00 - 0,20) 12 (0,00 - 0,50) 15 (0,00 - 0,50) 16 (0,00 - 0,50) 19 (0,00 - 0,30) 27 (0,00 - 0,30) 30 (0,00 - 0,10)
Klei, -
#1
Kwik (-) Lood (0,02)
-
-
MM03 BG
13 (0,00 - 0,40) 14 (0,00 - 0,50) 17 (0,00 - 0,50) 18 (0,00 - 0,50) 23 (0,00 - 0,30) 24 (0,00 - 0,30) 25 (0,00 - 0,50) 26 (0,00 - 0,30) 28 (0,00 - 0,30) 29 (0,00 - 0,50)
Veen, -
#1
Kwik (0,01) Lood (0,07)
-
-
MM4 BG
20 (0,00 - 0,40) 21 (0,00 - 0,30) 22 (0,00 - 0,50)
Veen, -
#1
Nikkel (0,04) Zink (0,01) Kwik (0,01) Lood (0,12)
MM09 OG
23 (0,30 - 0,50)
Klei, sporen kolen
#1
Olie (0,11) Kwik (-) Lood (0,04)
MM05 OG
05 (0,70 - 0,90) 06 (0,80 - 1,00) 10 (0,30 - 0,80) 14 (0,60 - 1,00) 29 (0,60 - 1,00)
Klei, -
#2
Kobalt (0,05) Nikkel (0,4)
MM06 OG
20 (0,40 - 0,90) 22 (0,50 - 1,00)
Klei, -
#2
-
MM07 OG
05 (0,90 - 1,20) 06 (1,00 - 1,50) 10 (0,80 - 1,30) 14 (1,00 - 1,50) 20 (1,00 - 1,50) 23 (0,80 - 1,30) 29 (1,00 - 1,50)
Klei, -
#2
-
MM08 OG
17 (0,80 - 1,00)
Klei, matig slibhoudend
#1
-
06-1-1 (1,50 – 2,50)
Grondwater
#3
Barium (0,06)
Olie (0,8)
-
06-1-1 (1,50 – 2,50) (heranalyse)
Grondwater
#4
-
-
-
14-1-1 (1,50 – 2,50)
Grondwater
#3
-
-
-
17-1-1 (1,50 – 2,50)
Grondwater
#3
Molybdeen (-)
22-1-1 (1,50 – 2,50)
Grondwater
#3
Molybdeen (0,02) Tetrachloormethaan (0,03)
29-1-1 (1,50 – 2,50) Grondwater Blanco : Niet geanalyseerd / onderzocht / getoetst #1 : Standaardpakket grond incl. OCB’s #2 : Standaardpakket grond’s #3 : Standaardpakket grondwater #4 : Minerale olie C10-C40 > AW : > Achtergrondwaarde >I : > Interventiewaarde Index : (GSSD - AW) / (I - AW)
#3
Nikkel (0,02)
-
-
PAK (4,43)
Ondergrond
Grondwater
3.5
INTERPRETATIE
Bovengrond De bovengrond ter plaatse van het akkerland en de kas bestaat overwegend uit kleiig veen en plaatselijk klei. De grond is overwegend vrij van bijmengingen met bodemvreemde materialen. Ter plaatse van boring 23 (naast het asfaltpad) zijn resten kolen aangetroffen. Visueel is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Oosterweg-Overloop, Leimuiden Kenmerk rapportage: A4657-06/PDI/rap1
Pagina 18 van 29
Op basis van de analyse- en toetsingsresultaten blijkt de bovengrond overwegend licht verontreinigd te zijn met kwik en lood en plaatselijk nikkel en zink. Ter plaatse van het asfaltpad is de grond licht verontreinigd met minerale olie en sterk verontreinigd met PAK. Ondergrond De ondergrond bestaat tot de geboorde dieptes van maximaal 2,5 m-mv uit klei. Er zijn ter plaatse van de waarschijnlijke locaties van de gedempte sloten in één boring (nr. 17) slibresten aangetroffen, maar geen duidelijk afwijkende bodemopbouw. Op basis van de analyse- en toetsingsresultaten blijkt de ondergrond slechts plaatselijk licht verontreinigd te zijn met kobalt en nikkel. Grondwater Aan het bemonsterde grondwater zijn geen afwijkingen waargenomen die kunnen duiden op een eventuele bodemverontreiniging. De gemeten waarden voor de zuurgraad, het elektrisch geleidingsvermogen en de troebelheid (NTU) duiden niet op een eventuele verontreiniging van het grondwater. In het grondwater overschrijden de concentraties barium, nikkel, molybdeen en tetrachloormethaan in geringe mate de desbetreffende streefwaarden. De concentraties van de overige onderzochte parameters zijn alle lager dan de betreffende streefwaarden. De initieel matig verhoogde concentratie minerale olie in peilbuis 06 is na heranalyse niet meer gereproduceerd (concentratie lager dan de detectielimiet).
Een eenduidige verklaring hiervoor is niet af te geven. De heranalyse is ingezet omdat ter plaatse van peilbuis 06 geen zintuiglijke waarnemingen zijn die duiden op een olieverontreiniging. Resumé Middels onderhavig onderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond niet in afdoende mate vastgelegd. De milieuhygiënische kwaliteit van het grondwater is ons inziens wel in afdoende mate vastgelegd. De onderzoeksresultaten voor grond geven aanleiding tot het uitvoeren van vervolgonderzoek dat is opgenomen in het hierna volgend hoofdstuk 4. 3.6
TOETSING HYPOTHESE
De op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek vastgestelde onderzoekshypothese is getoetst aan de resultaten van het verkennend bodemonderzoek. De toetsing van de hypothese is in onderstaande tabel opgenomen. Indien van toepassing is, bij een (gedeeltelijk) onjuiste hypothese de invloed op representativiteit van het onderzoek in relatie met de gevolgde onderzoeksstrategie aangegeven. TABEL 3.6.1: Hypothese en onderzoeksstrategie Algemeen Hypothese
Akkerland en kas: verdacht op bestrijdingsmiddelen Gedempte sloot: verdacht op zware metalen en PAK
Toetsing
Akkerland en kas: hypothese verworpen. Er zijn geen bestrijdingsmiddelen aangetoond. Gedempte sloot: hypothese verworpen. Er zijn geen verontreinigingen aangetoond
Representativiteit
Naar onze mening is de toegepaste onderzoeksstrategie voldoende representatief voor het vastleggen van de milieukundige bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie. Aanvullende onderzoeksinspanningen worden niet noodzakelijk geacht.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Oosterweg-Overloop, Leimuiden Kenmerk rapportage: A4657-06/PDI/rap1
Pagina 19 van 29
4.
NADER BODEMONDERZOEK
In het verkennend onderzoek is ter plaatse van boring 23 een sterke verontreiniging met PAK aangetroffen. Naar aanleiding hiervan is, in overleg met de opdrachtgever, een nader onderzoek naar PAK in grond uitgevoerd. Ter bepaling of wel/geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging met PAK binnen de begrenzing van de onderzoekslocatie, is aansluiting gezocht bij de Nederlandse technische afspraak NTA 5755:2022.
4.1
CONCEPTUEEL MODEL EN ONDERZOEKSVRAGEN
Voor het vaststellen van de omvang en ernst van de aangetoonde bodemverontreinigingen wordt, met betrekking tot de te volgen onderzoeksstrategie, aansluiting gezocht bij de wettelijk vastgestelde onderzoeksprotocollen en richtlijnen, te weten NTA 5755, Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek- onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging, juni 2022. Op basis van de beschikbare gegevens is een conceptueel model opgesteld waarbij de verwachte ligging, omvang, aard en mate van verontreiniging in zijn meegenomen. Het conceptueel model wordt getoetst door middel van veld- en laboratorium onderzoek. TABEL 4.1.1: Conceptueel model Conceptueel model Verontreinigingssituatie
Parameter Matrix Bodemtraject Mate Bron
Verdeling Aard Bodemsysteem
PAK (10 VROM) Grond 0,3 – 0,5 m-mv 170 mg/kg.ds (gestandaardiseerd gehalte) Sterk verhoogd; overschrijding interventiewaarde Geen duidelijke bron. Vooralsnog wordt aangenomen dat het sterk verhoogd gehalte lood is gerelateerd aan de aanwezige bodemvreemde bijmengingen, welk vermoedelijk afkomstig zijn van het fundatiemateriaal onder het naastgelegen asfaltpad. Aangetroffen bij één meetpunt (boorpunt 23), verspreiding onbekend. Immobiel
Ter plaatse van boorpunt 23 is sprake van de navolgende bodemopbouw: - 0,00 – 0,30 m –mv: veen (landbouwgrond) - 0,30 – 0,50 m -mv: matig siltige klei, sporen kolen - 0,50 –2,00 m –mv: sterk siltige klei, geen bodemvreemde bijmenging Aan de opgeboorde grond zijn bodemvreemde bijmengingen waargenomen welke gerelateerd zouden kunnen worden aan de verontreiniging met PAK.
Processen van invloed op verspreiding
Niet van toepassing (immobiel)
Risico’s
Risico’s worden in de huidige situatie (geen contactmogelijkheden) niet verwacht. Bij grondwerkzaamheden dienen mogelijk wel extra veiligheidsmaatregelen te worden genomen.
Identificatie kennishiaten
Onbekend is in hoeverre er met betrekking tot de sterke verontreiniging met PAK in de grond sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging en daarmee een saneringsnoodzaak.
Onderzoeksvragen Lood
1
Wordt voor PAK in de grond het volumecriterium van 25 m3 sterk verontreinigde grond, waarboven sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging, overschreden?
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Oosterweg-Overloop, Leimuiden Kenmerk rapportage: A4657-06/PDI/rap1
Pagina 20 van 29
4.2
ONDERZOEKSSTRATEGIE
Vaststellen verontreinigingsomvang Om de omvang van de verontreiniging te bepalen wordt de grond in het verticale en horizontale vlak onderzocht op de aanwezigheid van PAK. 4.3
UITVOERING VELDONDERZOEK
Een samenvatting van de tijdens het veldonderzoek uitgevoerde werkzaamheden is opgenomen in de navolgende tabel. De posities van de genoemde meetpunten zijn weergegeven op de situatietekening die in bijlage 1 is opgenomen. TABEL 4.3.1: Samenvatting veldonderzoek Uitvoeringsperiode 6 november 2023 en uitvoerende partij BodemExpert BRL SIKB / protocol
BRL SIKB 2000 Protocol 2001
Onderzoeksaspect
Meetpunten
Nader bodemonderzoek
29 november 2023 IDDS Milieu
Codering
Bijzonderheden
1
N13
-
1,0
18
N01 t/m N12 en N14 t/m N20
-
0,4
1
G01
Vrijgegraven direct naast asfaltpad
Type
Diepte [m-mv]
Aantal
Boring
0,5
gat
Uitvoeringswijze Tijdens het veldonderzoek is niet afgeweken van de beoordelingsrichtlijn. Het veldverslag met daarin de gegevens van het veldwerkbureau en de namen van de veldwerkers is opgenomen in bijlage 3. Het procescertificaat en het hierbij behorende keurmerk zijn van toepassing op de activiteiten met betrekking tot het veldonderzoek en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie aan een erkend laboratorium of aan de opdrachtgever. Tijdens het verrichten van het veldonderzoek is de bodem zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen en is de bodemopbouw beschreven. Bodemopbouw Per meetpunt is de texturele, minerale en organische samenstelling van de bodem nauwkeurig beschreven. Op basis van deze beschrijving is per meetpunt een boorstaat vervaardigd. De boorstaten zijn opgenomen in bijlage 3. De globale opbouw van de bodem ter plaatse van de gehele onderzoekslocatie, gebaseerd op de boorstaten, wordt als volgt omschreven: -
De grond bestaat tot de maximaal geboorde diepte van 1,0 m-mv overwegend uit zandig tot siltige klei. Plaatselijk zijn zand- en veenlagen aangeboord.
Zintuiglijk waargenomen bijzonderheden Het opgeboorde bodemmateriaal is visueel geïnspecteerd op afwijkingen en op het voorkomen van bodemvreemde bijmengingen die kunnen duiden op een mogelijke verontreiniging van de bodem. Het materiaal is met name beoordeeld op de aard, grootte en gradatie van voorkomen. Sommige verontreinigingen die in de bodem aanwezig zijn, kunnen aan de geur herkend worden.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Oosterweg-Overloop, Leimuiden Kenmerk rapportage: A4657-06/PDI/rap1
Pagina 21 van 29
Benadrukt dient te worden dat, indien tijdens de veldwerkzaamheden passieve geurwaarnemingen worden gedaan, deze gekarakteriseerd worden en per boorpunt worden beschreven. Indien er sprake is van afwijkingen en/of bijmengingen zijn deze, per meetpunt en per bodemlaag, aangegeven in de boorstaten die zijn opgenomen in bijlage 2. Op basis van de boorstaten blijkt in hoofdlijnen het navolgende: -
4.4
In de grond zijn diverse bijmenging in de vorm van baksteen, (metsel)puin, resten asfalt, glas en sporen kolen aangetroffen. UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK
Voor de verrichting van het chemisch onderzoek zijn de monsters overgebracht naar een (RvA) geaccrediteerd en AS3000 erkend laboratorium. De naam en contactgegevens van het betreffende laboratorium, alsmede de data waarop de monstervoorbehandeling en het analytisch onderzoek is uitgevoerd, zijn aangegeven op de analysecertificaten die in bijlage 4 zijn opgenomen. Analysestrategie Bij de selectie van de grond(meng)monsters is, voor het verkrijgen van een representatief beeld van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, rekening gehouden met de bodemopbouw en eventuele zintuiglijk waargenomen afwijkingen. De grond is geanalyseerd op PAK (10 VROM).
4.5
BESPREKING ONDERZOEKSRESULTATEN
De resultaten van de chemische analyses zijn weergegeven op de analysecertificaten, die in bijlage 4 zijn opgenomen. De analyseresultaten zijn, waar van toepassing, getoetst middels de Bodem Toets en Validatieservice (BoToVa). De toetsingstabellen zijn opgenomen in bijlage 5. Wet bodembescherming (Wbb) Voor de interpretatie van de resultaten van de chemische analyses van de grondmonsters zijn de meetwaarden, conform bijlage G van de Regeling bodemkwaliteit, gecorrigeerd voor de gemeten percentages lutum en/of organische stof. De gecorrigeerde meetwaarden zijn vergeleken met het toetsingskader van de Wet bodembescherming. Dit toetsingskader bestaat uit de achtergrondwaarden, zoals opgenomen in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit, en de interventiewaarden, zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 (Staatscourant nr. 16675, 27 juni 2013). Naast het wettelijk kader zijn de gecorrigeerde meetwaarden getoetst aan de tussenwaarden, zijnde het rekenkundig gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarden voor de betreffende stof. Indien de gecorrigeerde meetwaarde voor één of meerdere stoffen de tussenwaarde overschrijdt kan in potentie sprake zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging (Handhavingsuitvoeringsmethode Wbb, versie 7.5 van het SIKB) en is het uitvoeren van nader bodemonderzoek in veel gevallen noodzakelijk.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Oosterweg-Overloop, Leimuiden Kenmerk rapportage: A4657-06/PDI/rap1
Pagina 22 van 29
Beoordeling toetsingsresultaten PAK in grond Grond, verticale inperking Het bodemtraject vanaf 0,5 tot 0,8 m –mv is onderzocht op PAK. Op basis van de toetsingsresultaten blijkt dat geen sprake is van een overschrijding van de interventiewaarde. De grond is licht verontreinigd met PAK. TABEL 4.5.1: Overschrijdingstabel grond Monstercode Monstertraject Eventuele bijzonderheden
Analyse
Gehalte [mg/kg.ds]
[m –mv]
NO 1 Verticaal
0,50 - 0,80
Toetsingsresultaten AW : 1,5 mg/kg.ds I : 40 mg/kg.ds
Klei, -
#2
2,4
Toetsoordeel <I
#2: PAK (10 VROM), incl. AS3000 <AW: gehalte is lager dan de achtergrondwaarde = niet verontreinigd <I: gehalte is lager dan de interventiewaarde = niet sterk verontreinigd >I: overschrijding van de interventiewaarde = sterk verontreinigd
Grond, horizontale inperking Op basis van de verticale inperking zijn de bodemlagen vanaf het maaiveld als kritische bodemlagen aangemerkt. Betreffende bodemlagen zijn geanalyseerd op PAK. Op basis van de toetsingsresultaten blijkt dat meermaals de interventiewaarde wordt overschreden. TABEL 4.5.2: Overschrijdingstabel grond Monstercode en Monstertraject Eventuele bijzonderheden boring
Analyse
Toetsingsresultaten
AW I [m –mv]
: 1,5 mg/kg.ds : 40 mg/kg.ds
Gehalte [mg/kg.ds]
Toetsoordeel
NO 1
N02
0,30 - 0,70
Klei, matig baksteenhoudend, sporen puin, sporen glas
#2
59
>I
NO 2
N03
0,00 - 0,40
Klei, sporen baksteen resten asfalt
#2
110
>I
NO 3
N06
0,30 - 0,60
Zand, sporen baksteen
#2
120
>I
NO 4
N09
0,00 - 0,40
Klei, -
#2
1,9
<I
NO 5
G01
0,10 - 0,30
Klei, sterk baksteenhoudend, resten asfalt en sporen puin
#2
420
>I
NO 6
N15
0,07 - 0,50
Klei, betonhoudend
#2
130
>I
NO 7
N15
0,50 - 1,00
Klei, -
#2
1,1
<AW
NO 8
N13
0,06 - 0,50
Zand, -
#2
25
<I
NO 9
N16
0,00 - 0,50
Klei, -
#2
2,7
<I
NO 10
N17
0,00 - 0,50
Klei, matig baksteenhoudend en sporen kolen
#2
100
>I
NO 11
N18
0,00 - 0,50
Klei, sporen metselpuin
#2
47
>I
NO 12
N19
0,08 - 0,58
Klei, zwak metselpuinhoudend, sporen aardewerk, zwak sintelhoudend
#2
3,5
<I
NO 13
N19
0,60 - 1,10
Klei, -
#2
64
>I
#2
45
>I
NO 14 N20 0,00 - 0,50 Klei, matig baksteenhoudend #2: PAK (10 VROM), incl. AS3000 <AW: gehalte is lager dan de achtergrondwaarde = niet verontreinigd <I: gehalte is lager dan de interventiewaarde = niet sterk verontreinigd >I: overschrijding van de interventiewaarde = sterk verontreinigd
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Oosterweg-Overloop, Leimuiden Kenmerk rapportage: A4657-06/PDI/rap1
Pagina 23 van 29
4.6
VERONTREINIGINGSSITUATIE
PAK (10 VROM) De grond direct naast en onder het asfaltpad is heterogeen diffuus matig tot overwegend sterk verontreinigd met PAK. Naar verwachting wordt de verontreiniging veroorzaakt door de aanwezigheid van bodemvreemde bijmengingen die mogelijk afkomstig zijn van toegepast fundatiemateriaal bij de aanleg van het asfaltpad. De verontreiniging wordt aangetroffen in het bodemtraject vanaf het maaiveld tot een diepte van gemiddeld 0,7 minus maaiveld.
4.7
BEANTWOORDING ONDERZOEKSVRAGEN
Onderzoeksvraag 1 Wordt voor PAK in de grond het volumecriterium van 25 m3 sterk verontreinigde grond, waarboven sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging, overschreden? Antwoord: Op basis van de huidig verkregen onderzoeksresultaten is over een oppervlak van minimaal 185 m² de grond tot sterk verontreinigd met PAK. Het sterk verontreinigd bodemtraject begint vanaf het maaiveld tot een diepte van gemiddeld 0,7 meter minus maaiveld. Hierdoor is sprake van een sterk verontreinigd bodemvolume van minimaal 130 m3. Er is derhalve voor de grond ten aanzien van PAK sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
4.8
AANVULLEND ONDERZOEK INDICATIEVE BEPALING KWALITEITSKLASSE VRIJKOMENDE GROND
Voor het verkrijgen van een beeld van de kwaliteitsklasse van de sterk verontreinigde grond, is aanvullend een mengmonsters samengesteld en geanalyseerd op het standaard NEN-pakket en PFAS. De resultaten zijn getoetst aan de kaders van het Besluit bodemkwaliteit en Tijdelijk Handelingskader PFAS en opgenomen in bijlage 6. Onderstaand zijn de resultaten beknopt omschreven. Resultaat Besluit bodemkwaliteit Op basis van toetsing aan de kaders van het Besluit bodemkwaliteit komt, indien tijdens een formeel onderzoek vergelijkbare gehalten worden gemeten, de grond niet in aanmerking voor hergebruik op basis van de parameters PAK en minerale olie. Resultaat Tijdelijk Handelingskader PFAS De grond is licht verontreinigd met PFAS. Op basis van toetsing aan het Tijdelijk handelingskader PFAS, is de grond in te delen in klasse ‘Landbouw/natuur’. 4.9
VOORLOPIGE VEILIGHEIDSKLASSE
Met behulp van de onderzoeksresultaten is, vanwege de aangetoonde sterk verhoogde gehalten, de voorlopige veiligheidsklasse voor de uit te voeren grondwerkzaamheden berekend volgens de systematiek van de CROW-400. De toetsing is opgenomen in bijlage 7 van onderhavig rapport. Op basis van toetsing van het hoogst gemeten gehalten PAK, is geen veiligheidsklasse van toepassing en kan worden volstaan met het treffen van basis hygiënische maatregelen.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Oosterweg-Overloop, Leimuiden Kenmerk rapportage: A4657-06/PDI/rap1
Pagina 24 van 29
5.
INDICATIEF ONDERZOEK TEERHOUDENDHEID ASFALTPAD
5.1
ONDERZOEKSOPZET
De onderzoeksopzet is uitgevoerd in aansluiting met de CROW-publicatie 210 ‘richtlijn omgaan met vrijgekomen asfalt’. Het asfaltonderzoek bestaat uit een inspectie van het asfaltdek, een veldonderzoek en een laboratoriumonderzoek. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt een indicatieve uitspraak verricht omtrent de teerhoudendheid van het asfalt. Het onderzochte gebied is opgenomen in de navolgende tabel. TABEL 3.1.1: Onderzoeksgebied Te onderzoeken verhardingsconstructie Locatie
Aanleg#1
Deel asfaltpad Voor 1995 #1: tijdstip aanleg onbekend
5.2
Oppervlakte [m2] Circa 65 m
2
Tonnage Circa 15 ton
VELDONDERZOEK
De uitgevoerde kernboringen zijn aangegeven in tabel 5.3.1. De locaties van de kernboringen zijn aangegeven op de situatietekening, welke zijn opgenomen in bijlage 1.3. De asfaltboringen zijn mechanisch, met behulp van een kernboor, uitgevoerd. Alle verkregen asfaltkernen zijn gecodeerd en bemonsterd. Na afronding van het veldonderzoek zijn de gaten in het asfalt afgedicht met koud asfalt. De monsters zijn overgedragen aan een RvA geaccrediteerd laboratorium.
5.3
LABORATORIUMONDERZOEK
Het laboratoriumonderzoek bestaat uit twee onderzoeksfasen, zijnde een bepaling van de laagdikte en de constructieopbouw en een indicatieve PAK-bepaling van alle kernen [fase 1] en een nader analytisch onderzoek [fase 2].
Fase 1 Tijdens deze fase worden alle drie de asfaltkernen onderzocht waarbij de volgende bepalingen worden uitgevoerd: • •
Bepaling laagdikte en constructieopbouw: conform RAW 2015 proef 771; PAK-detectorproef: conform RAW 2015 proef 77.2.
Het certificaat van de bepaling van de laagdikte en constructieopbouw en de resultaten van de indicatieve PAK-bepaling zijn opgenomen in bijlage 8. De resultaten van de indicatieve PAK-bepaling zijn opgenomen in tabel 5.3.1. Ingeval bij de indicatieve PAK-bepaling teerhoudendheid wordt aangetoond, wordt uitgegaan van een gehalte PAK van meer dan 250 mg/kg.ds. Van deze lagen is dan vastgesteld dat ze teerhoudend zijn en hoeven niet verder analytisch te worden onderzocht. Ingeval bij de indicatieve PAK-bepaling geen teerhoudendheid wordt aangetoond, wordt uitgegaan van een gehalte PAK van minder dan 250 mg/kg.ds. Deze kernen zijn als potentieel teervrij aan te merken. Van deze lagen dient het gehalte PAK middels nader analytisch onderzoek te worden vastgesteld.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Oosterweg-Overloop, Leimuiden Kenmerk rapportage: A4657-06/PDI/rap1
Pagina 25 van 29
Fase 2 Tijdens deze fase wordt het potentieel teervrij asfalt geanalyseerd teneinde vast te kunnen stellen in hoeverre er sprake is van teerhoudend asfalt. Hiertoe worden de navolgende analyses uitgevoerd. •
Analyse PAK (10) in asfalt.
De voor onderhavig onderzoek geanalyseerde monsters zijn aangegeven in tabel 5.3.2. Het certificaat van de bepaling van de teerhoudendheid is opgenomen in bijlage 8. Het gehalte PAK wordt getoetst aan de maximale samenstellingswaarden zoals verwoord in het Besluit bodemkwaliteit. De grens waarboven sprake is van teerhoudend asfaltgranulaat (TAG) bedraagt in het kader van het Besluit bodemkwaliteit 75 mg/kg.ds aan PAK. De analyse- en toetsingsresultaten zijn opgenomen in tabel 5.3.1 en 5.3.2. TABEL 5.3.1: Samenvatting asfaltonderzoek indicatieve bepaling (PAK-marker tests, fase 1) Veldonderzoek Uitvoeringsperiode
29 november 2023 – bemonstering asfalt
Uitvoerende partij
IDDS Milieu
Locatie
Kernboringen Aantal
Deel asfaltpad
3
Boornummers
N13 N15 N19
Laboratoriumonderzoek Gemiddelde dikte asfalt [cm]
Code
6 7 8
AS01 N13 AS02 N15 AS03 N19
Teerhoudend o.b.v. PAK-detector proef #1
Nee Nee Nee
Traject teerhoudende asfaltlaag [indien > 250 mg/kg] -