Bijlage 02 Verkennend bodemonderzoek Burgemeester Bakhuizenlaan-Oosterweg (2023-06-08)
Tekst van het document
Burgemeester Bakhuizenlaan - Oosterweg Leimuiden Milieuhygiënisch vooronderzoek Verkennend milieukundig bodemonderzoek
Status Kenmerk Datum
: : :
Definitief A4211-06/PDI/rap2 8 juni 2023
Opdrachtgever
: : : :
AW Groep De heer K. Kuiper Postbus 109 2160 AC Lisse
Goedkeuring
Functie
Datum
De heer P. Dijkhuizen (Adviseur milieu)
Opsteller, auteur
8 juni 2023
Mevrouw P. Mulder (Projectleider milieu)
2e lezerschap en vrijgave
8 juni 2023
Handtekening
BRL SIKB 2000 protocol 2001, 2002
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING ........................................................................................................................................... 4
2.
MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK ......................................................................................... 6 2.1
AANLEIDING VOORONDERZOEK ................................................................................................. 6
2.2
AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED .......................................................................................... 7
2.3
POTENTIËLE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING........................................................ 8
2.4
BODEMKWALITEIT EN ASBEST.................................................................................................... 9
2.5
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ................................................................................... 10
2.6
BEÏNVLOEDING ............................................................................................................................ 10
2.7
BODEMVERONTREINIGING ........................................................................................................ 11
2.8
TERREINVERKENNING ............................................................................................................... 11
2.9
BEOORDELING............................................................................................................................. 12
2.10 CONCLUSIE EN HYPOTHESESTELLING.................................................................................... 12 3.
4.
VERKENNEND BODEMONDERZOEK ............................................................................................. 14 3.1
ONDERZOEKSSTRATEGIE ......................................................................................................... 14
3.2
UITVOERING VELDONDERZOEK................................................................................................ 14
3.3
UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK ............................................................................ 17
3.4
TOETSINGSKADER ...................................................................................................................... 18
3.5
INTERPRETATIE........................................................................................................................... 20
3.6
TOETSING HYPOTHESE ............................................................................................................. 21
3.7
CONCLUSIES ............................................................................................................................... 21
3.8
AANBEVELINGEN......................................................................................................................... 22
BETROUWBAARHEID ...................................................................................................................... 23
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Burgemeester Bakhuizenlaan – Oosterweg, Leimuiden Kenmerk rapportage: A4211-06/PDI/rap2
Pagina 2 van 23
BIJLAGEN 1. 1.1 1.2
Kaarten en tekeningen Topografische kaart Situatietekening
2. 2.1 2.2
Vooronderzoek Rapportage omgevingsdienst Fotoreportage
3. 3.1 3.2
Veldonderzoek Formulieren veldonderzoek Boorstaten en legenda
4. 4.1 4.2
Laboratoriumonderzoek Certificaten grond Certificaten grondwater
5. 5.1 5.2
Toetsingstabellen Toetsingstabellen grond Toetsingstabellen grondwater
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Burgemeester Bakhuizenlaan – Oosterweg, Leimuiden Kenmerk rapportage: A4211-06/PDI/rap2
Pagina 3 van 23
1.
INLEIDING
In opdracht van AW Groep is door IDDS een milieuhygiënisch vooronderzoek en een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie is gelegen aan de Burgemeester Bakhuizenlaan – Oosterweg te Leimuiden (afbeelding 1).
Afbeelding 1: Onderzoeksgebied (bron: TopoPlus)
Aanleiding en doelstelling Het onderzoek is uitgevoerd in verband met de (geplande) aankoop van het terrein. In dit kader wenst de opdrachtgever inzicht te krijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. De doelstelling van het onderzoek is het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de landbodem (grond en grondwater) ter plaatse van de onderzoekslocatie. Opgemerkt wordt dat initieel ons is verzocht enkel de twee oostelijk gelegen percelen te onderzoeken. In een later stadium is ons ook verzocht het westelijk perceel met daarop de kas te onderzoeken. Derhalve heeft er een splitsing in uitvoering plaatsgevonden. Verklaring onafhankelijkheid IDDS verklaart hierbij onafhankelijk te zijn van de opdrachtgever en geen belang te hebben bij de resultaten van het uitgevoerde onderzoek. Milieuhygiënisch vooronderzoek Voorafgaand aan een verkennend bodemonderzoek conform de onderzoeknorm NEN 5740;2009+A1;2016 dient een milieuhygiënisch vooronderzoek te worden uitgevoerd conform de onderzoeknorm NEN 5725;2017. Op basis van de informatie uit het vooronderzoek wordt een onderzoekshypothese geformuleerd.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Burgemeester Bakhuizenlaan – Oosterweg, Leimuiden Kenmerk rapportage: A4211-06/PDI/rap2
Pagina 4 van 23
Het doel van het vooronderzoek is inzicht te verkrijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen ter plaatse van de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. De te verzamelen informatie is afhankelijk van de aanleiding en het doel van het vooronderzoek en heeft betrekking op locatiegegevens, bodemopbouw, geohydrologie, te verwachten bodemkwaliteit en potentieel bodembedreigende activiteiten op de locatie waar het vooronderzoek betrekking op heeft. Verkennend bodemonderzoek Ter bepaling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit binnen de begrenzing van de onderzoekslocatie, is de onderzoeknorm NEN 5740;2009+A1;2016 gehanteerd. Deze norm beschrijft de werkwijze voor het opstellen van de onderzoeksstrategie bij een verkennend bodemonderzoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van bodemverontreiniging en de werkwijze voor het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en eventueel vrijkomende grond.
Op basis van de informatie uit het milieuhygiënisch vooronderzoek wordt een onderzoekshypothese geformuleerd. Elke uit het milieuhygiënisch vooronderzoek resulterende onderzoekshypothese over de aan- of afwezigheid van bepaalde verontreinigende stoffen en de wijze van verspreiding wordt getoetst met een locatiespecifieke onderzoeksstrategie. Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het milieuhygiënisch vooronderzoek stapsgewijs besproken. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bestaat achtereenvolgens uit het vaststellen van de aanleiding en de afbakening van het onderzoeksgebied. Vervolgens wordt informatie verzameld van de voorgeschreven onderzoekaspecten en worden de onderzoeksvragen beantwoord. Op basis hiervan worden conclusies getrokken en wordt de hypothese voor de onderzoekslocatie vastgesteld. In hoofdstuk 3 wordt het verkennend bodemonderzoek stapsgewijs besproken. Als eerste stap wordt, op basis van de bij het milieuhygiënisch vooronderzoek voor de locatie vastgestelde hypothese, de onderzoeksstrategie vastgesteld. Vervolgens worden de uitvoering en resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek apart besproken. Op basis van de onderzoekresultaten wordt de vastgestelde hypothese getoetst en worden indien van toepassing, aanbevelingen gedaan met betrekking tot eventueel te nemen vervolgstappen. In hoofdstuk 4 wordt de betrouwbaarheid van het uitgevoerde onderzoek toegelicht.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Burgemeester Bakhuizenlaan – Oosterweg, Leimuiden Kenmerk rapportage: A4211-06/PDI/rap2
Pagina 5 van 23
2.
MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK
2.1
AANLEIDING VOORONDERZOEK
Afhankelijk van de aanleiding voor het verrichten van het vooronderzoek moet antwoord worden verkregen op een aantal onderzoeksvragen. Als eerste stap in het vooronderzoek dient derhalve de aanleiding te worden vastgesteld. In de NEN 5725;2017 zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Opgemerkt wordt dat er sprake kan zijn van een combinatie van meerdere aanleidingen. In dat geval dienen de onderzoeksvragen voor elke afzonderlijke aanleiding te worden beantwoord. Voor onderhavig onderzoek is de volgende aanleiding vastgesteld: A. opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. De onderzoeksvragen, behorende bij de vastgestelde aanleiding, zijn in de navolgende paragrafen in tabelvorm aangegeven. Per onderzoeksvraag is, direct onder de betreffende vraag, het antwoord opgenomen.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Burgemeester Bakhuizenlaan – Oosterweg, Leimuiden Kenmerk rapportage: A4211-06/PDI/rap2
Pagina 6 van 23
2.2
AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED
TABEL 2.2.1: Afbakening onderzoeksgebied Onderzoeksvraag Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? Uitwerking
Bronnen
Situering
Globale ligging: zie overzichtskaart 1.1 in bijlage 1. Begrenzing onderzoekslocatie: zie situatietekening 1.2 in bijlage 1.
Adres
Hoek Oosterweg – Burgemeester Bakhuizenlaan – Overloop
Postcode / Plaats
2451 VT Leimuiden
Gemeente
Kaag en Braassem
Provincie
Zuid-Holland
RDcoördinaten
Omschrijving
Globaal middelpunt onderzoekslocatie
X
106.734
Y
471.032
Hoogte maaiveld
Z
Circa 4,5 m -NAP
Kadastraal
Gemeente
Leimuiden
Gemeentecode
LDM02
Sectie
B
Nummers
78, 166 en gedeeltelijk 1358
Totaal
Oostelijk terreindeel Westelijk terreindeel
Bebouwd
Ca. 1.000 m2
Verharding
Ca. 300 m² betonplaten
Alle richtingen
De locatie is gelegen in de bebouwde kom van Leimuiden en omgeven door agrarische percelen en woningen (met tuin).
Oppervlaktes
Belendingen
#1 / #2
: 16.560 m² : 8.575 m²
Afbeelding 2: Onderzoekslocatie en belendingen (bron: Luchtfoto 2022) Afbakening VO
25 meter buiten kadastrale / onderzoekgrenzen
-
Conclusie Afbakening voldoende #1: Omgevingsdienst West-Holland / Gemeente Kaag en Braassem #2: KadViewer / Pdok-viewer / IDDS Projectenkaart
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Burgemeester Bakhuizenlaan – Oosterweg, Leimuiden Kenmerk rapportage: A4211-06/PDI/rap2
Pagina 7 van 23
2.3
POTENTIËLE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING
TABEL 2.3.1: Potentiële bronnen van bodemverontreiniging Onderzoeksvraag Is sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn de verdachte parameters? Uitwerking Voormalig gebruik
Bronnen De locatie heeft van oudsher een gebruik ten behoeve van glastuinbouw. De huidige kas dateert van eind jaren ’90 van de vorige eeuw. Eind jaren ’80 heeft demping van een watergang plaatsgevonden.
#1 / #2
Bij het gebruik voor glastuinbouw is tevens gebruik gemaakt van een bovengrondse HBO-tank en een bestrijdingsmiddelenopslagplaats. De exacte ligging hiervan is echter niet bekend. Evenmin is bekend wanneer de bovengrondse tank is verwijderd. Potentiële bronnen
De potentiële bronnen van verontreiniging zijn het gebruik als glastuinbouw, bovengrondse HBO-tank, gebruik en opslag van bestrijdingsmiddelen en demping van watergangen. Met betrekking tot glastuinbouw is de grond verdacht op de aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen (OCB’s). De ligging van de HBOtank en bestrijdingsmiddelenopslag zijn niet bekend en demping vond veelal plaats met gebiedseigen grond. Onderzoek hiernaar dient derhalve eerst op zintuiglijke basis plaats te vinden.
Huidig gebruik
De percelen worden gebruikt ten behoeve van landbouw. De kas wordt momenteel enkel gebruikt voor de (tijdelijke) opslag van materialen (aanhangers, bouwmaterialen, een boot en een oude tractor.
Potentiële bronnen
In de huidige situatie zijn geen directe potentiële bronnen van bodemverontreiniging bekend.
Toekomstig gebruik
In de toekomst zal herontwikkeling plaatsvinden voor de aanleg van een industriepark.
-
Conclusie De potentiële bron van bodemverontreiniging betreft het voormalig gebruik ten behoeve van glastuinbouw. Hierdoor is de grond als verdacht aan te merken op verhoogde gehalten aan zware metalen en/of OCB’s. Ondanks dat demping veelal plaatsvond met gebiedseigen grond, dient de voormalige watergang als verdacht te worden aangemerkt op demping door materialen anders dan grond. #1: Omgevingsdienst West-Holland; Omgevingsrapportage (opgenomen in bijlage 2) #2: KadViewer / Pdok-viewer
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Burgemeester Bakhuizenlaan – Oosterweg, Leimuiden Kenmerk rapportage: A4211-06/PDI/rap2
Pagina 8 van 23
2.4
BODEMKWALITEIT EN ASBEST
TABEL 2.4.1: Bodemkwaliteit en asbest Onderzoeksvraag Is de bodem asbestverdacht? Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? Uitwerking Asbest
Bronnen Er is geen informatie beschikbaar omtrent een eventuele verdenking op de aanwezigheid van asbest in de bodem.
#1
Opgemerkt wordt dat, indien in de bodem sprake is van een puinbijmenging, de locatie, ongeacht de gradatie van het puin, dient te worden aangemerkt als asbestverdacht. Bodemkwaliteit
Bodemfunctieklasse
-
Bodemkwaliteitszone
-
Ontgravingskaart boven- en ondergrond
-
#2
Conclusie Leimuiden is opgenomen in de Nota Bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019. De locatie ligt echter in niet gezoneerd gebied. Informatie omtrent het voorkomen van asbest in de bodem is onbekend. Vooralsnog wordt de locatie als niet asbestverdacht beschouwd. #1: Omgevingsdienst West Holland; Omgevingsrapportage (opgenomen in bijlage 2) #2: Bodemarchieven IDDS #3: Nota Bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Burgemeester Bakhuizenlaan – Oosterweg, Leimuiden Kenmerk rapportage: A4211-06/PDI/rap2
Pagina 9 van 23
2.5
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE
TABEL 2.5.1: Bodemopbouw en geohydrologie Onderzoeksvraag Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? Uitwerking
Bronnen
Bodemopbouw (lokaal)
Grondwater (lokaal)
0,0 - 1,0 m-mv
Wisselend zand en klei
1,0 - 2,0 m-mv
Wisselend zand en klei
2,0 - 3,0 m-mv
klei
Grondwaterstand freatisch
Circa 0,75 m-mv
#1
Een eenduidige stromingsrichting van het grondwater is niet bekend. Verwacht wordt dat het grondwater en noordelijk tot noord-noordoostelijk stromingsrichting heeft. Deze zal lokaal worden beïnvloed door objecten in de ondergrond. Voor zover bekend wordt het grondwater op en in de nabijheid van de onderzoekslocatie niet beïnvloed door menselijk handelen (drainage, bemalingen, etc.). Geohydrologie
Bodemvreemde lagen
0,0 - 14,0 m-mv
Deklaag
14,0 - 54,0 m-mv
1e watervoerend pakket
54,0 - 64,0 m-mv
1e scheidende laag
> 60 m-mv
2de watervoerend pakket
Op de locatie zijn gedempte sloten aanwezig. Daarnaast is sprake van een dammetje waarbij onbekend materiaal kan zijn toegepast.
Conclusie Op het overgrote deel van het terrein worden geen bodemvreemde lagen verwacht. Uitgezonderd hierop zijn de demping en landbouwdam waarbij niet bekend is welke materialen hierin kunnen zijn verwerkt. #1: DINOloket / Bodematlas provincie Zuid-Holland / Archief IDDS
2.6
BEÏNVLOEDING
TABEL 2.6.1: Beïnvloeding Onderzoeksvraag Is sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? Uitwerking Beïnvloeding
Bronnen Er wordt op basis van de beschikbare informatie geen beïnvloeding vanuit de omgeving verwacht.
#1
Conclusie Er is voor zover bekend geen sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit en/of de kwaliteit van het grondwater. #1: Bodemloket.nl
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Burgemeester Bakhuizenlaan – Oosterweg, Leimuiden Kenmerk rapportage: A4211-06/PDI/rap2
Pagina 10 van 23
2.7
BODEMVERONTREINIGING
TABEL 2.7.1: Bodemverontreiniging Onderzoeksvraag Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? Uitwerking
Bronnen
Onderzoek ter plaatse van de locatie Verwachting o.b.v. eerder bodemonderzoek
Voor zover bekend is op het westelijk deel van de locatie één eerder bodemonderzoek uitgevoerd. Hierbij is ook onderzoek verricht ter plaatse van de bestrijdingmiddelenopslag, bovengrondse HBO-tank en de gedempte sloot. Op basis van het onderzoek zijn enkele parameters hooguit licht verontreinigd en wordt de locatie als ‘voldoende onderzocht’ beschouwd.
#1 / #2
Onderzoek nabij de locatie Verwachting o.b.v. eerder bodemonderzoek
Direct nabij de onderzoekslocatie zijn geen gegevens bekend omtrent uitgevoerde bodemonderzoeken.
#1 / #2
Conclusie Op de locatie (of een deel daarvan) wordt vooralsnog geen geval van ernstige bodemverontreiniging verwacht. In de bodem worden wel licht verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK en minerale olie verwacht.. #1: Bodemloket, Omgevingsrapportage Omgevingsdienst West-Holland #2: Archief IDDS
2.8
TERREINVERKENNING
De terreinverkenning heeft tot doel om te controleren of de gedocumenteerde informatie overeenkomt met de daadwerkelijke situatie ter plaatse en deze aan te vullen met relevante waarnemingen. De terreinverkenning is op 8 en 10 mei 2023 uitgevoerd. Op basis van de terreinverkenning blijkt geen sprake te zijn van aanvullende bijzonderheden en hebben zich geen wijzigingen voorgedaan ten opzichte van de reeds verkregen gegevens. De landbouwdam is tijdens de inspectie waargenomen. De navolgende afbeeldingen geven een beeld van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. Ter illustratie is in bijlage 2 een fotoreportage opgenomen.
Afbeelding 3: Onderzoekslocatie
Afbeelding 4: Onderzoekslocatie
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Burgemeester Bakhuizenlaan – Oosterweg, Leimuiden Kenmerk rapportage: A4211-06/PDI/rap2
Pagina 11 van 23
2.9
BEOORDELING
Het vooronderzoek is beoordeeld op afwijkingen ten opzichte van de NEN 5725;2017. Indien er sprake is van afwijkingen zijn deze omschreven en is de reden van afwijking aangegeven. Beoordeeld is in hoeverre de afwijking gevolgen heeft op de betrouwbaarheid en in hoeverre er sprake is van beperkingen in relatie tot de onderzoeksvragen. Vervolgens is beoordeeld in hoeverre de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, op basis van de resultaten van het vooronderzoek, afdoende bekend is, of in hoeverre bodemonderzoek noodzakelijk is. In tabel 2.9.1 is de uitwerking met betrekking tot voornoemde onderzoeksvraag opgenomen. TABEL 2.9.1: Beoordeling Onderzoeksvraag Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Beantwoording Omschrijving
Reden afwijking
Afwijking
Geen
-
Gevolgen betrouwbaarheid
-
-
Beperkingen in relatie tot de onderzoeksvragen
-
-
Conclusie De milieuhygiënische bodemkwaliteit is niet afdoende bekend. Er is geen (actuele) informatie beschikbaar omtrent de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie.
2.10
CONCLUSIE EN HYPOTHESESTELLING
Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn conclusies getrokken over de verwachting van de milieuhygiënische bodemkwaliteit en de aanwezige verontreinigende stoffen. Op basis van de getrokken conclusie is een hypothese geformuleerd. De hypothese betreft voor elke (deel)locatie, in zowel het horizontale als het verticale vlak, de verwachting met betrekking tot de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Bij eventueel bodemonderzoek dient de hypothesestelling als basis voor de onderzoeksstrategieën uit de desbetreffende normdocumenten. De hypothese en strategie zijn complementair aan elkaar.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Burgemeester Bakhuizenlaan – Oosterweg, Leimuiden Kenmerk rapportage: A4211-06/PDI/rap2
Pagina 12 van 23
TABEL 2.10.1: Conclusie en hypothese Hypothese Algemeen Locatie
Oostelijk terreindeel
Conclusie
Er is geen informatie beschikbaar omtrent de actuele milieuhygiënische bodemkwaliteit van de locatie. Op basis van de resultaten van het milieuhygiënisch vooronderzoek worden in de bodem (inclusief de antropogene toplaag) geen noemenswaardige verontreinigingen verwacht.
Hypothese
Onverdacht Als kritische parameters worden aangemerkt: Grond: zware metalen (Cu, Pb, Zn), PAK, minerale olie en OCB’s Grondwater: Zware metalen en minerale olie
Opmerking
Onderzoek ter plaatse van de demping en landbouwdam vindt in eerste instantie op zintuiglijke basis plaats.
Algemeen Locatie
Westelijk terreindeel
Conclusie
Er is geen informatie beschikbaar omtrent de actuele milieuhygiënische bodemkwaliteit van de locatie. Op basis van de resultaten van het milieuhygiënisch vooronderzoek worden in de bodem (inclusief de antropogene toplaag) geen noemenswaardige verontreinigingen verwacht.
Hypothese
Verdacht Als kritische parameters worden aangemerkt: Grond: zware metalen (Cu, Pb, Zn), PAK, minerale olie en OCB’s Grondwater: Zware metalen en minerale olie
Opmerking
Onderzoek ter plaatse van de demping vindt in eerste instantie op zintuiglijke basis plaats.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Burgemeester Bakhuizenlaan – Oosterweg, Leimuiden Kenmerk rapportage: A4211-06/PDI/rap2
Pagina 13 van 23
3.
VERKENNEND BODEMONDERZOEK
3.1
ONDERZOEKSSTRATEGIE
De onderzoeksstrategie is gebaseerd op de hypothese zoals deze is vastgesteld op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek, zie hoofdstuk 2. De onderzoeksstrategie is aangegeven in tabel 3.1.1. TABEL 3.1.1: Onderzoeksstrategie (Deel)locatie Onderzoeksstrategie Oostelijk terreindeel Opmerking
NEN 5740;2009+A1;2016; Onderzoeksstrategie voor een grootschalige onverdachte locatie (ONV-GR). -
Westelijk terreindeel Opmerking
NEN 5740;2009+A1;2016; Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie (VED-HE). -
Landbouwdam
Het onderzoek ter plaatse van de landbouwdam heeft als doel om na te gaan of en welk afwijkend materiaal hiervoor is toegepast en of hierbij de bodem verdacht is ten aanzien van mogelijke bodemverontreiniging. Dit wordt gecombineerd uitgevoerd met het onderzoek van het gehele terrein. Een boring wordt ter plaatse van de dam gezet en afgewerkt met een peilbuis.
Gedempte sloot
Het onderzoek ter plaatse van de demping heeft als doel om na te gaan in hoeverre de dempingen visueel nog zijn terug te vinden (afwijkend dempingsmateriaal, slib- en rietresten). Dit wordt gecombineerd met het onderzoek van het gehele terrein. Enkele diepe boringen worden ter plaatse van de voormalige sloten uitgevoerd.
3.2
UITVOERING VELDONDERZOEK
Een samenvatting van de tijdens het veldonderzoek uitgevoerde werkzaamheden is opgenomen in de navolgende tabel. De posities van de genoemde meetpunten zijn weergegeven op situatietekening 1.2 die in bijlage 1 is opgenomen. TABEL 3.2.1: Samenvatting veldonderzoek Uitvoeringsperiode Bemonstering grond
: 8, 9, 10 en 12 mei
Bemonstering grondwater Uitvoerende partij
IDDS Milieu
BRL SIKB / protocol
BRL SIKB 2000 Protocol 2001, 2002
Onderzoekaspect
Meetpunten
Oostelijk terreindeel
Westelijk terreindeel
: 17 en 30 mei
Type
Diepte [m-mv]
Aantal
Boring
0,5
17
Codering
Bijzonderheden
-
2,0
4
01, 02, 04, 05, 07, 08, 09, 10, 11, 12, 15, 17, 18, 20, 21, 22 en 24 13, 14, 19 en 23
Peilbuis
2,5
3
03, 06 en 16
-
Boring
0,5
13
102, 103, 104, 106, 107, 110, 111, 113, 114, 115, 116 en 118
-
Peilbuis
2,0 2,5
4 1
101, 108, 109 en 117 105
-
3,0
1
112
-
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Burgemeester Bakhuizenlaan – Oosterweg, Leimuiden Kenmerk rapportage: A4211-06/PDI/rap2
-
Pagina 14 van 23
Uitvoeringswijze Tijdens het veldonderzoek is niet afgeweken van de beoordelingsrichtlijn. Het veldverslag met daarin de gegevens van het veldwerkbureau en de namen van de veldwerkers is opgenomen in bijlage 3. Het procescertificaat en het hierbij behorende keurmerk zijn van toepassing op de activiteiten met betrekking tot het veldonderzoek en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie aan een erkend laboratorium of aan de opdrachtgever. Tijdens het verrichten van het veldonderzoek is de bodem zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen en is de bodemopbouw beschreven. Bodemopbouw Per meetpunt is de texturele, minerale en organische samenstelling van de bodem nauwkeurig beschreven. Op basis van deze beschrijving is per meetpunt een boorstaat vervaardigd. De boorstaten zijn opgenomen in bijlage 3. De globale opbouw van de bodem ter plaatse van de gehele onderzoekslocatie, gebaseerd op de boorstaten, wordt als volgt omschreven: -
De bovengrond bestaat overwegend uit zandige klei met plaatselijk (kleiig) zand. De ondergrond bestaat tot de geboorde dieptes van maximaal 3,0 m-mv eveneens overwegend uit zandige klei en plaatselijk uit (kleiig) zand.
Zintuiglijk waargenomen bijzonderheden Het opgeboorde bodemmateriaal is visueel geïnspecteerd op afwijkingen en op het voorkomen van bodemvreemde bijmengingen die kunnen duiden op een mogelijke verontreiniging van de bodem. Het materiaal is met name beoordeeld op de aard, grootte en gradatie van voorkomen. Sommige verontreinigingen die in de bodem aanwezig zijn, kunnen aan de geur herkend worden. Benadrukt dient te worden dat, indien tijdens de veldwerkzaamheden passieve geurwaarnemingen worden gedaan, deze gekarakteriseerd worden en per boorpunt worden beschreven. Indien er sprake is van afwijkingen en/of bijmengingen zijn deze, per meetpunt en per bodemlaag, aangegeven in de boorstaten die zijn opgenomen in bijlage 3. Op basis van de boorstaten blijkt in hoofdlijnen het navolgende: -
De grond is overwegend vrij van bijmengingen met bodemvreemde materialen. Ter plaatse van de landbouwdam zijn in de bovengrond bijmengingen met asfalt, baksteen en metselpuin waargenomen. Ter plaatse van de demping zijn in de bovengrond plaatselijk sporen baksteen en metselpuin waargenomen. Opgemerkt wordt dat, gezien dit in de bovengrond is aangetroffen, niet wordt verwacht dat dit een relatie heeft met het mogelijke dempingsmateriaal.
Asbest Het veldonderzoek is uitgevoerd door veldwerkers welke zijn opgeleid voor het herkennen van asbestverdachte materialen. Tijdens de uitvoering van het bodemonderzoek is het maaiveld van de onderzoekslocatie, evenals het opgeboorde bodemmateriaal visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm). Op basis van de visuele inspectie op asbest blijkt het navolgende: -
Op het maaiveld en in de opgeboorde grond is visueel geen asbestverdacht materiaal (fractie > 20 mm) aangetroffen. De bovengrond ter plaatse van boring 06 (landbouwdam) is aanvullend bemonsterd voor (indicatieve) analyse op asbest. Het certificaat is opgenomen in bijlage 5.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Burgemeester Bakhuizenlaan – Oosterweg, Leimuiden Kenmerk rapportage: A4211-06/PDI/rap2
Pagina 15 van 23
Grondwater Voorafgaand aan de bemonstering van het grondwater is de actuele grondwaterstand opgenomen ten opzichte van het maaiveld. Van het bemonsterde grondwater is in het veld de zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en de mate van troebelheid (NTU) gemeten. Het bemonsterde grondwater is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. In de navolgende tabel zijn de resultaten opgenomen van de uitgevoerde metingen en verrichtte waarnemingen. TABEL 3.2.2: Metingen uitgevoerd aan het grondwater Peilbuis
Filterstelling
Grondwaterstand
pH
EC
Troebelheid
Monstername
Zintuiglijke afwijkingen / overige bijzonderheden
[m-mv]
[m-mv]
[–]
[S/cm]
[NTU]
d.d.
03-1-1
1,50 - 2,50
0,82
7,1
1.670
14,8
17-5-2023
Geen bijzonderheden
06-1-1
1,50 - 2,50
0,86
7,2
1.690
19,4
17-5-2023
Geen bijzonderheden
16-1-1
1,50 - 2,50
0,76
7,1
1.690
21,6
17-5-2023
Geen bijzonderheden
105-1-1
1,40 - 2,40
0,71
7,1
4.310
16,2
17-5-2023
Geen bijzonderheden
105-1-2
1,40 – 2,40
0,79
7,0
3.187
9,8
30-5-2023
Betreft een herbemonstering
112-1-1
2,00 - 3,00
0,72
7,1
2.190
9,8
17-5-2023
Geen bijzonderheden
Op basis van de veldwaarnemingen en metingen blijkt het navolgende: -
Aan het bemonsterde grondwater zijn geen afwijkingen waargenomen die kunnen duiden op een eventuele bodemverontreiniging. De gemeten waarden voor de zuurgraad en het elektrisch geleidingsvermogen duiden niet op een eventuele verontreiniging van het grondwater. Opgemerkt wordt dat de gemeten waarden voor de troebelheid enigszins verhoogd zijn. Echter, een verklaring hiervoor is op basis van de voor de omgeving bekende gegevens niet bekend.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Burgemeester Bakhuizenlaan – Oosterweg, Leimuiden Kenmerk rapportage: A4211-06/PDI/rap2
Pagina 16 van 23
3.3
UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK
Voor de verrichting van het chemisch onderzoek zijn de monsters overgebracht naar een (RvA) geaccrediteerd en AS3000 erkend laboratorium. De naam en contactgegevens van het betreffende laboratorium, alsmede de data waarop de monstervoorbehandeling en het analytisch onderzoek is uitgevoerd, zijn aangegeven op de analysecertificaten die in bijlage 4 zijn opgenomen. Analysestrategie Bij de selectie van de grond(meng)monsters is, voor het verkrijgen van een representatief beeld van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, rekening gehouden met de bodemopbouw en eventuele zintuiglijk waargenomen afwijkingen. Voor het verkrijgen van een ruimtedekkend beeld is eveneens rekening gehouden met de situering van de boringen. In tabel 3.4.1 is een overzicht gegeven van de monsters, waar van toepassing de monstersamenstelling, de monstertrajecten en de uitgevoerde analyses. Aanvullend onderzoek (uitsplitsing PAK) Op basis van het uitgevoerd analytisch onderzoek en toetsing van de resultaten aan de kader van de Wet bodembescherming, is voor de parameter PAK een overschrijding van de zogeheten interventiewaarde vastgesteld. Gezien dit toetsoordeel is gebaseerd op samengestelde mengmonsters, is in overleg met de opdrachtgever besloten het betreffende mengmonster eerst uit te splitsen. Hierbij worden de individuele grondmonsters separaat geanalyseerd op de betreffende kritische parameter.
De resultaten hiervan zijn opgenomen in onderstaande tabel. Herbemonstering grondwater Vanwege een verhoogd gemeten concentratie koper in peilbuis 105, is besloten een herbemonstering uit te voeren en het grondwater opnieuw te analyseren op de parameter koper. De resultaten hiervan zijn opgenomen in onderstaande tabel.
Samenstelling analysepakketten In het standaardpakket voor grond zijn de volgende analyses opgenomen: - Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink). - PAK (polycyclische aromatische koolwaterstoffen). - Minerale olie (GC). - PCB (PolyChloorBifenylen). Ten behoeve van de toetsing van de analyseresultaten zijn van alle grondmonsters de percentages lutum en/of organische stof bepaald. Vanwege het gebruik als (glas)tuinbouw, wordt de bovengrond aanvullend onderzocht op bestrijdingsmiddelen (OCB’s). Voor het verkrijgen van een indicatie omtrent de aan/afwezigheid van asbest ter plaatse van de landbouwdam, is de bovengrond aanvullend geanalyseerd op asbest. Opgemerkt wordt dat dit geen onderzoek conform de NEN5707 betreft. In het standaardpakket voor grondwater zijn de volgende analyses opgenomen: -
Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink). BTEXNS (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen en styreen). VOCl (vluchtige organochloorverbindingen). Minerale olie.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Burgemeester Bakhuizenlaan – Oosterweg, Leimuiden Kenmerk rapportage: A4211-06/PDI/rap2
Pagina 17 van 23
3.4
TOETSINGSKADER
De resultaten van de chemische analyses zijn weergegeven op de analysecertificaten, die in bijlage 4 zijn opgenomen. De analyseresultaten zijn, waar van toepassing, getoetst middels de Bodem Toets en Validatieservice (BoToVa). De toetsingstabellen zijn opgenomen in bijlage 5. Wet bodembescherming (Wbb) Voor de interpretatie van de resultaten van de chemische analyses van de grondmonsters zijn de meetwaarden, conform bijlage G van de Regeling bodemkwaliteit, gecorrigeerd voor de gemeten percentages lutum en/of organische stof. De gecorrigeerde meetwaarden zijn vergeleken met het toetsingskader van de Wet bodembescherming. Dit toetsingskader bestaat uit de achtergrondwaarden, zoals opgenomen in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit, en de interventiewaarden, zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 (Staatscourant nr. 16675, 27 juni 2013). Naast het wettelijk kader zijn de gecorrigeerde meetwaarden getoetst aan de tussenwaarden, zijnde het rekenkundig gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarden voor de betreffende stof. Indien de gecorrigeerde meetwaarde voor één of meerdere stoffen de tussenwaarde overschrijdt kan in potentie sprake zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging (HandhavingUitvoeringsMethode Wbb, versie 7.5 van het SIKB) en is het uitvoeren van nader bodemonderzoek in veel gevallen noodzakelijk.
In tabel 3.4.1 zijn de resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek opgenomen alsmede de resultaten van de uitgevoerde toetsingen. <AW / <S niet verontreinigd: het gehalte / de concentratie is lager dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (grond) of streefwaarde (grondwater), dan wel de rapportagegrens; >AW / >S licht verontreinigd: het gehalte overschrijdt de achtergrondwaarde (grond) of streefwaarde (grondwater) en is lager dan of gelijk aan de tussenwaarde, zijnde licht verontreinigd; >T matig verontreinigd: het gehalte overschrijdt de tussenwaarde en is lager dan of gelijk aan de interventiewaarde; >I sterk verontreinigd: het gehalte overschrijdt de interventiewaarde.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Burgemeester Bakhuizenlaan – Oosterweg, Leimuiden Kenmerk rapportage: A4211-06/PDI/rap2
Pagina 18 van 23
TABEL 3.4.1: Overzicht monsters, monstersamenstelling, analyses en toetsingsresultaten Monstercodes, deelmonsters en bodemlagen (bodemlagen in cm-mv)
Matrix en eventuele bijzonderheden
Analyse
Wbb (index) > AW / > S (licht verhoogd)
>T (matig verhoogd)
>I (sterk verhoogd)
Bovengrond Oostelijk terreindeel MM01
01 (0,00 - 0,50) 05 (0,00 - 0,50) 08 (0,00 - 0,40) 11 (0,00 - 0,50) 13 (0,00 - 0,50) 14 (0,00 - 0,50) 18 (0,00 - 0,50) 20 (0,00 - 0,50) 22 (0,00 - 0,50) 24 (0,00 - 0,50)
Klei, zandig
#1
Kwik (-) Lood (0,06)
-
-
MM02
03 (0,00 - 0,50) 10 (0,00 - 0,50) 23 (0,00 - 0,40)
Zand, sporen baksteen en metselpuin
#1
Kwik (-) Lood (0,02) PAK 10 VROM (0,16)
-
-
MM03
06 (0,00 - 0,50)
Zand, brokken asfalt, matig baksteen- en metselpuinhoudend
#1
PCB (0,02) Kobalt (0,2) Nikkel (0,45) Koper (0,04) Zink (0,02) Molybdeen (0,01) Lood (0,04) alfa-HCH (-) beta-HCH (-) gamma-HCH (-) Heptachloor (-) Heptachloorepoxide (-) alfa-Endosulfan (-) Chloordaan (-) Drins (-)
Olie (0,93)
PAK (15,47)
Ondergrond Oostelijk terreindeel (inclusief uitsplitsing) MM04
13 (1,00 - 1,50) 14 (1,00 - 1,50) 16 (0,90 - 1,40) 19 (0,90 - 1,40)
Klei, zandig
#2
-
-
-
MM05
03 (0,90 - 1,40) 23 (0,40 - 0,80)
Zand, -
#2
Olie (0,07)
-
PAK (1,09)
03-3
03 (0,90 - 1,40)
Zand, -
#5
PAK (0,06)
-
-
23-2
23 (0,40 - 0,80)
Zand, -
#5
-
-
-
Grondwater Oostelijk terreindeel 03
1,50 - 2,50
Grondwater
#3
Molybdeen (0,04) Benzeen (0,01) Naftaleen (0,09) cis + trans- (0,02)
-
-
06
1,50 - 2,50
Grondwater
#3
Nikkel (0,05) Molybdeen (0,01) Naftaleen (-)
-
-
16
1,50 - 2,50
Grondwater
#3
Nikkel (0,02) Zink (0,01) Naftaleen (0,02)
-
-
Bovengrond Westelijk terreindeel MM101
104 (0,00 - 0,50) 105 (0,00 - 0,50) 114 (0,00 - 0,50)
Klei, zandig
#1
Kobalt (0,03) Nikkel (0,25) Koper (0,09) Zink (0,16) Cadmium (0,01) Kwik (0,01) Lood (0,1) Hexachloorbenzeen (-) DDD (som) (-) Chloordaan (-) Drins (0,03)
-
-
MM102
111 (0,00 - 0,15) 112 (0,00 - 0,50) 113 (0,00 - 0,50)
Zand, sporen baksteen
#1
-
-
-
MM103
101 (0,00 - 0,30) 103 (0,00 - 0,50) 107 (0,00 - 0,50) 109 (0,06 - 0,50) 115 (0,00 - 0,50) 117 (0,00 - 0,50) 119 (0,00 - 0,50)
Klei, zandig
#1
Kobalt (0,02) Nikkel (0,15) Koper (0,02) Zink (0,17) Kwik (-) Lood (0,11)
-
-
Ondergrond Westelijk terreindeel MM104
101 (1,00 - 1,50) 108 (0,80 - 1,30) 112 (1,00 - 1,40) 117 (1,00 - 1,50)
Zand, -
#2
Kobalt (0,01) Nikkel (0,13)
-
-
MM105
105 (1,20 - 1,70) 109 (1,00 - 1,50) 112 (1,40 - 1,90)
Klei, zandig
#2
-
-
-
Grondwater Westelijk terreindeel 105
1,40 - 2,40
Grondwater
#3
Nikkel (0,25) Molybdeen (0,04) Barium (0,02) Naftaleen (0,04)
Koper (0,52)
-
105*
1,40 - 2,40
Grondwater
#4
Koper (0,07)
-
-
112
2,00 - 3,00
Grondwater
#3
Molybdeen (-) Barium (0,07) Naftaleen (0,14)
-
-
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Burgemeester Bakhuizenlaan – Oosterweg, Leimuiden Kenmerk rapportage: A4211-06/PDI/rap2
Pagina 19 van 23
Blanco #1 #2 #3 #4 #5 * > AW >I Index
: Niet geanalyseerd / onderzocht / getoetst : Standaardpakket grond en OCB’s : Standaardpakket grond : Standaardpakket grondwater : Koper grondwater : PAK (10 VROM) grond : herbemonstering d.d. 30-5-2023 : > Achtergrondwaarde : > Interventiewaarde : (GSSD - AW) / (I - AW)
3.5
INTERPRETATIE
Oostelijk terreindeel De boven- en ondergrond bestaan overwegend uit zandige klei. Plaatselijk is sprake van (kleiig) zand. In de grond is zeer plaatselijk sprake van bijmengingen met bodemvreemde materialen. Het betreft met name zwakke bijmengingen met baksteen en metselpuin. Ter plaatse van de landbouwdam zijn ook brokken asfalt waargenomen. Visueel is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Op basis van de analyse- en toetsingsresultaten blijkt de bovengrond (MM01 en MM02) hooguit licht verontreinigd te zijn met kwik, lood en plaatselijk PAK. De bovengrond ter plaatse van de landbouwdam (MM03) is licht verontreinigd met zware metalen, PAK, PCB’s en OCB’s, matig verontreinigd met minerale olie en sterk verontreinigd met PAK. De verontreinigingen zijn vermoedelijk te relateren aan de aanwezige bijmengingen met bodemvreemde materialen. Het verhoogd gehalte minerale olie wordt naar verwachting veroorzaakt door PAK. In de ondergrond (MM05) is een sterk verhoogd gehalte PAK en een licht verhoogd gehalte aan minerale olie aangetoond. Deze gehalten zijn aangetoond ter hoogte van de slootdemping. Na uitsplitsing van het mengmonster met het sterk verhoogde gehalte PAK, is deze niet terug gevonden in de individueel geanalyseerde grondmonsters.
Opgemerkt wordt dat enkel zintuiglijk schoon zand is waargenomen (gebiedseigen grond) en geen waarnemingen zijn gedaan die direct duiden op de aanwezigheid van de watergang (slib, riet, e.d.) of dempingsmateriaal. De ondergrond van het overig onderzocht terreindeel is niet verontreinigd met de onderzochte parameters. Het grondwater is hooguit licht verontreinigd met enkele van de onderzochte zware metalen, VOCl’s en/of vluchtige aromaten. Westelijk terreindeel De boven- en ondergrond bestaan overwegend uit zandige klei. Plaatselijk is sprake van (kleiig) zand. In de grond is zeer plaatselijk sprake van bijmengingen met baksteen. Visueel is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. De bovengrond is overwegend licht verontreinigd met zware metalen en ter plaatse van de kas ook licht verontreinigd met OCB’s. De ondergrond is plaatselijk slechts licht verontreinigd met kobalt en nikkel. Het grondwater is licht verontreinigd met enkele zware metalen en naftaleen. De matig verhoogde concentratie koper ter plaatse van de kas is, na herbemonstering en -analyse, niet teruggevonden. De oorzaak van deze verhoging is mogelijk te relateren aan onvoldoende herstel van het chemisch bodemevenwicht. Naar verwachting was een iets langere standtijd benodigd voor voldoende herstel.
Resumé Middels onderhavig onderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater nog niet in afdoende mate vastgelegd. De aangetoonde overschrijdingen van de interventiewaarden in grond en tussenwaarde in grondwater, geven formeel aanleiding tot het uitvoeren van vervolgonderzoek.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Burgemeester Bakhuizenlaan – Oosterweg, Leimuiden Kenmerk rapportage: A4211-06/PDI/rap2
Pagina 20 van 23
3.6
TOETSING HYPOTHESE
De op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek vastgestelde onderzoekshypothese is getoetst aan de resultaten van het verkennend bodemonderzoek. De toetsing van de hypothese is in onderstaande tabel opgenomen. Indien van toepassing is, bij een (gedeeltelijk) onjuiste hypothese de invloed op representativiteit van het onderzoek in relatie met de gevolgde onderzoeksstrategie aangegeven. TABEL 3.6.1: Hypothese en onderzoeksstrategie Algemeen Oostelijk terreindeel
Westelijk terreindeel
Hypothese
Onverdacht
Verdacht
Toetsing
Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de hypothese:
Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de hypothese:
Verworpen (formeel)
Aangenomen
Reden: in de grond en het grondwater komen lichte tot sterke verontreinigingen voor. Onzes inziens heeft de toegepaste onderzoeksstrategie geen invloed gehad op de representativiteit van het onderzoek.
Reden: in de grond en het grondwater komen lichte verontreinigingen voor. Onzes inziens heeft de toegepaste onderzoeksstrategie geen invloed gehad op de representativiteit van het onderzoek.
Representativiteit
3.7
CONCLUSIES
In opdracht van AW Groep is door IDDS een milieuhygiënisch vooronderzoek en een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie is gelegen aan de Burgemeester Bakhuizenlaan – Oosterweg te Leimuiden. Het onderzoek is uitgevoerd in verband met de (geplande) aankoop en beoogde herontwikkeling van het terrein. In dit kader wenst de opdrachtgever inzicht te krijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Algemene bodemkwaliteit Op basis van de onderzoeksresultaten blijkt het volgende: •
•
• •
In de boven- en ondergrond zijn plaatselijk bijmengingen met bodemvreemde materialen aangetroffen. Ter plaatse van de slootdemping zijn zintuiglijk geen afwijkende materialen waargenomen. Zintuiglijk en analytisch (indicatief) is geen asbest aangetoond. De boven- en ondergrond is overwegend licht verontreinigd met enkele van de onderzochte parameters. Ter plaatse van de landbouwdam overschrijdt het gehalte PAK de betreffende interventiewaarden en overschrijdt het gehalte minerale olie de betreffende tussenwaarde. Vermoedelijk beperkt deze verontreiniging zich tot de landbouwdam en wordt de verhoogd gemeten gehalte minerale olie veroorzaakt door deze PAK’s. De omvang van de verontreiniging met PAK is nog niet in kaart gebracht en geadviseerd wordt dit nader te onderzoeken. De initieel aangetoonde verontreiniging met PAK in de ondergrond ter hoogte van de gedempte sloot traject, geeft ons inziens geen aanleiding meer tot het uitvoeren van nader onderzoek naar de omvang. Het grondwater is overwegend licht verontreinigd met de onderzochte parameters.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Burgemeester Bakhuizenlaan – Oosterweg, Leimuiden Kenmerk rapportage: A4211-06/PDI/rap2
Pagina 21 van 23
3.8
AANBEVELINGEN
Geadviseerd wordt om enkele aanvullingen uit te voeren: • Uitvoeren van nader bodemonderzoek naar de mate en omvang van de aangetroffen verhoging met PAK ter plaatse van de landbouwdam. Nader bodemonderzoek dient uitsluitsel te verschaffen omtrent het feit of er ten aanzien van de verontreiniging in de grond en/of het grondwater sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging in de zin van de Wet bodembescherming. Van een geval van ernstige bodemverontreiniging wordt gesproken indien de gemiddelde concentratie van een verontreinigde stof in 25 m 3 grond en/of 100 m 3 grondwater of meer de bijbehorende interventiewaarde overschrijdt. • Overwogen kan worden om ter plaatse van de landbouwdam de afwezigheid van asbest op basis van een NEN5707 onderzoek te verifiëren. Voor gevallen van ernstige bodemverontreiniging geldt, vanuit voornoemde wetgeving, een saneringsnoodzaak. De risico’s voor de volksgezondheid en het milieu die als gevolg van de aangetoonde bodemverontreiniging aanwezig kunnen zijn, bepalen of het geval van ernstige bodemverontreiniging spoedig moet worden gesaneerd. Als sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging zijn handelingen in de verontreinigde bodem alleen toegestaan nadat het bevoegd gezag heeft ingestemd met een saneringsplan hiervoor. Het bodemonderzoek is steekproefsgewijs uitgevoerd.
Hierdoor is het niet uit te sluiten dat plaatselijk sprake kan zijn van een afwijkende bodemopbouw. Ook is het niet uit te sluiten dat plaatselijk nog restanten van voormalige watergangen aanwezig zijn. Indien op de locatie graafwerkzaamheden worden uitgevoerd wordt derhalve aanbevolen om alert te blijven op plaatselijke afwijkingen in de bodem die kunnen wijzen op een eventuele bodemverontreiniging.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Burgemeester Bakhuizenlaan – Oosterweg, Leimuiden Kenmerk rapportage: A4211-06/PDI/rap2
Pagina 22 van 23
4.
BETROUWBAARHEID
Het onderhavige onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen geaccepteerde inzichten en methoden. Echter, een bodemonderzoek is gebaseerd op het nemen van een beperkt aantal monsters en chemische analyses. IDDS streeft naar een zo groot mogelijke representativiteit van het onderzoek. Toch blijft het mogelijk dat lokaal afwijkingen in de milieuhygiënische kwaliteit of opbouw van het bodemmateriaal voorkomen, ten opzichte van de in onderhavig rapport beschreven situatie. IDDS acht zich niet aansprakelijk voor eventuele schade die als gevolg van deze afwijkingen zou kunnen ontstaan. Hierbij dient tevens te worden gewezen op het feit dat het uitgevoerde onderzoek een momentopname is. Beïnvloeding van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) zou plaats kunnen vinden na uitvoering van dit onderzoek door, bijvoorbeeld het bouwrijp maken van de locatie, het aanvoeren van grond van elders, toevoeging van bodemvreemde materialen of het naar de onderzoekslocatie verspreiden van verontreinigingen van verder gelegen terreinen via het grondwater. Naarmate de periode tussen de uitvoering van het onderzoek en het gebruik van de resultaten langer wordt, zal meer voorzichtigheid betracht moeten worden.
In veel gevallen hanteren de beoordelende instanties termijnen (doorgaans maximaal 3 jaar voor een bedrijfslocatie en maximaal 5 jaar voor een woonlocatie) waarbinnen de onderzoeksresultaten representatief worden geacht te zijn. Bij het gebruik van de resultaten van dit onderzoek dient het doel van het onderzoek goed in ogenschouw te worden genomen. Zo zullen de resultaten van een onderzoek naar het voorkomen en/of verspreiding van één specifieke verontreinigende stof geen uitsluitsel bieden omtrent de aanwezigheid aan verhoogde concentraties van overige, niet onderzochte verontreinigende stoffen.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Burgemeester Bakhuizenlaan – Oosterweg, Leimuiden Kenmerk rapportage: A4211-06/PDI/rap2
Pagina 23 van 23
BIJLAGE 1.1 Topografische kaart
BIJLAGE 1.2 Situatietekening
BIJLAGE 2.1 Rapportage omgevingsdienst
A4211-06 PDI Omgevingsrapportage
Pagina 1 van 14
-
17-05-2023
Inhoudsopgave Voorblad Inhoudsopgave Inleiding HBB: his_code: A31AN012668 HBB: his_code: A31AN012683 Oosterweg 7a (Knelange-Adema VOF) Kaarten Disclaimer Toelichting
Pagina 2 van 14
-
17-05-2023
Voor U ligt een rapportage van de Omgevingsdienst West-Holland met de beschikbare informatie over de milieu-hygiënische kwaliteit van grond van het door U opgevraagde perceel.
Dit rapport is een samenvatting van gegevens afkomstig uit het bodeminformatiesysteem van de Omgevingsdienst West-Holland. Het bodeminformatiesysteem bevat gegevens met betrekking tot uitgevoerde bodemonderzoeken, aanwezige, gesaneerde en buiten gebruik gestelde ondergrondse brandstoftanks, historische bodembedreigende activiteiten en actuele bodembedreigende activiteiten.
Met nadruk wordt gesteld dat dit rapport een geautomatiseerde samenvatting is van het bodeminformatiesysteem van de Omgevingsdienst West-Holland aanwezige gegevens. Voor nadere informatie over de in deze rapportage genoemde rapporten dienen de betreffende dossiers te worden geraadpleegd. Rapporten kunt u aanvragen bij ODWH via bip@odwh.nl. Er kan niet worden uitgesloten dat elders relevante informatie aanwezig is, die niet in de informatiesystemen van de Omgevingsdienst West-Holland en dus in deze samenvatting is opgenomen.
Dit rapport bestaat uit vier delen: 1. Deze pagina bevat een tekening van het geselecteerde gebied. 2. Informatie over het geselecteerde gebied, per locatie gegroepeerd (de in het bodeminformatiesysteem van de Omgevingsdienst West-Holland aangetroffen informatie over locaties die zich binnen het geselecteerde gebied bevinden. 3. Disclaimer 4. Toelichting op de rapportage. Hier vindt u de uitleg van de gegevens die in dit rapport zijn vermeld.
Als u vragen heeft over de in dit rapport vermelde gegevens dan kunt u contact opnemen met de Omgevingsdienst West-Holland via email bip@odwh.nl
Pagina 3 van 14
-
17-05-2023
Locatie: HBB: his_code: A31AN012668 Locatie Adres Locatiecode
AA188401110
Locatienaam
HBB: his_code: A31AN012668
Plaats
Kaag en Braassem
Locatiecode bevoegd gezag WBB
Status Vervolg WBB
Uitvoeren historisch onderzoek
Status rapporten
Beschikking
Status besluiten
Status asbest
Is van voor 1987
Potentieel Ernstig
Beoordeling
Ja
Uitgevoerde onderzoeken Geen gegevens beschikbaar
Beschikbare documenten per onderzoek Geen gegevens beschikbaar
Verontreinigende activiteiten Activiteit
Start Einde Vervallen Benoemd Verontreinigd Spoed
demping met puin en/of bouw- en sloopafval
9999 9999 Nee
Nee
Onbekend
Geconstateerde verontreinigingen Geen gegevens beschikbaar
Beschikbare documenten Geen gegevens beschikbaar
Besluiten Geen gegevens beschikbaar
Sanering Geen gegevens beschikbaar
Saneringscontouren Geen gegevens beschikbaar
Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar
Pagina 4 van 14
-
17-05-2023
Voldoende onderzocht Onbekend
Pagina 5 van 14
-
17-05-2023
Locatie: HBB: his_code: A31AN012683 Locatie Adres Locatiecode
AA188401296
Locatienaam
HBB: his_code: A31AN012683
Plaats
Kaag en Braassem
Locatiecode bevoegd gezag WBB
Status Vervolg WBB
Uitvoeren historisch onderzoek
Status rapporten
Beschikking
Status besluiten
Status asbest
Is van voor 1987
Potentieel Ernstig
Beoordeling
Ja
Uitgevoerde onderzoeken Geen gegevens beschikbaar
Beschikbare documenten per onderzoek Geen gegevens beschikbaar
Verontreinigende activiteiten Activiteit
Start Einde Vervallen Benoemd Verontreinigd Spoed
demping met puin en/of bouw- en sloopafval
9999 9999 Nee
Nee
Onbekend
Geconstateerde verontreinigingen Geen gegevens beschikbaar
Beschikbare documenten Geen gegevens beschikbaar
Besluiten Geen gegevens beschikbaar
Sanering Geen gegevens beschikbaar
Saneringscontouren Geen gegevens beschikbaar
Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar
Pagina 6 van 14
-
17-05-2023
Voldoende onderzocht Onbekend
Pagina 7 van 14
-
17-05-2023
Locatie: Oosterweg 7a (Knelange-Adema VOF) Locatie Adres
Oosterweg 7 2451VT LEIMUIDEN
Locatiecode
AA064500202
Locatienaam
Oosterweg 7a (Knelange-Adema VOF)
Plaats
Kaag en Braassem
Locatiecode bevoegd gezag WBB
ZH188400650
Status Vervolg WBB
voldoende onderzocht
Beoordeling
Status rapporten
Nul- of Eindsituatieonderzoek
Beschikking
Status besluiten Is van voor 1987
Onverdacht/Niet verontreinigd
Status asbest Ja
Uitgevoerde onderzoeken Datum
01-10-1998
Type
Naam
Auteur Opdrachtnummer Archief Conclusie overheid
Oosterweg 7a Nul- of (Knelange-Adema Eindsituatieonderzoek VOF)
CBB
DIV MDWH
430
Tpv aanmaak meststoffen: bg: zw met. >S. Gedempte sloot: dempmateriaal: min. olie, PAK >S, EOX >d, og: Zn >S, EOX >d, gw:-.
Beschikbare documenten per onderzoek Geen gegevens beschikbaar
Verontreinigende activiteiten Activiteit
Start Einde Vervallen
bestrijdingsmiddelenopslagplaats 9999 8888
Niet van toepassing
Voldoende onderzocht
Benoemd
Verontreinigd Spoed
Per definitie
>T
Nee
Onbekend
Ja
>T
Nee
Onbekend
demping (niet gespecificeerd)
9999 9999 Nee
glastuinbouw
1930 8888
Niet van toepassing
Per definitie
>T
Nee
Onbekend
hbo-tank (bovengronds)
9999 8888
Niet van toepassing
Per definitie
>T
Nee
Onbekend
Geconstateerde verontreinigingen Geen gegevens beschikbaar
Beschikbare documenten Geen gegevens beschikbaar
Pagina 8 van 14
-
17-05-2023
Besluiten Geen gegevens beschikbaar
Sanering Geen gegevens beschikbaar
Saneringscontouren Geen gegevens beschikbaar
Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar
Pagina 9 van 14
-
17-05-2023
Pagina 10 van 14
-
17-05-2023
Deze rapportage betreft een geautomatiseerde samenvatting van de op het moment van de aanvragen aanwezige gegevens in de informatiesystemen van de Omgevingsdienst West-Holland. De basisgegevens uit de informatiesystemen zijn in de regel door derden aangeleverd.
Er kan niet worden uitgesloten dat elders relevante informatie aanwezig is, die niet in de informatiesystemen van de Omgevingsdienst West-Holland en dus in deze samenvatting is opgenomen. Ook is het vanzelfsprekend mogelijk dat na het moment van aanvragen aanvullende gegevens door de Omgevingsdienst West-Holland worden verkregen, of dat recent verkregen informatie nog niet in het informatiesysteem is ingevoerd. Deze rapportage dient derhalve te worden gezien als een momentopname.
Vanwege het mobiele karakter van sommige bodemverontreinigingen kan ook niet worden uitgesloten dat de verontreinigingssituatie sinds het uitvoeren van een bodemonderzoek is gewijzigd. Aangezien het invoeren van gegevens mensenwerk is, kan evenmin worden uitgesloten dat bij het invoeren invoer- en/of interpretatiefouten zijn gemaakt.
De Omgevingsdienst West-Holland is niet aansprakelijk voor enige directe schade dan wel enige andere indirecte incidentele of gevolgschade als blijkt dat in de praktijk de verontreinigingssituatie anders is dan in dit rapport is vermeld. In dit geval van koop/verkoop adviseert de Omgevingsdienst om bij twijfel representativiteit van de in dit rapport vermelde gegevens alsnog bodemonderzoek op de betreffende locatie te laten uitvoeren.
Deze rapportage kan in de regel niet worden gebruikt bij meldingen of vergunningsaanvragen waarvoor een bodemonderzoek is vereist. Kopieën van de in deze rapporten kunnen hier mogelijk wel voor worden gebruikt. Dit is afhankelijk van de onderzoekeisen vanuit de melding/vergunning en de aard, ouderdom en kwaliteit van het betreffende onderzoek.
Aan de totstandkoming van deze omgeving is uiterste zorg besteed. Desondanks is het gezien de aard van het gebruikte materiaal mogelijk dat kleine fouten in de exacte ligging van objecten voorkomen of dat de kaarten anderszins foutieve informatie afbeelden. De Omgevingsdienst West-Holland aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade als gevolg van het gebruik van de informatie. Wel stelt de Omgevingsdienst West-Holland het op prijs dat onjuistheden aan haar worden gemeld. Dit kan door een e-mail te sturen naar bip@odwh.nl
Pagina 11 van 14
-
17-05-2023
Toelichting Samenstelling van bodeminformatie in het bodeminformatiesysteem (BIS) Verontreinigende activiteiten (HBB) Dat verontreinigende stoffen toch in de bodem terecht komen is vaak het gevolg van bedrijfsactiviteiten. Maar er kan ook sprake zijn van bodemverontreiniging door bijvoorbeeld het ophogen van terreinen voor het bouwrijp maken, het lekken van een brandstoftank of een ongeval. Op basis van (archief)onderzoek zijn potentiële verontreinigingen op basis van (voormalige)bedrijfsactiviteiten (UBI’s) en de bekende bodemverontreinigingen in beeld gebracht, het zgn. landsdekkend beeld (LDB, 2004). De potentiële verontreinigingen vormen het zgn. HistorischBodemBestand (HBB). Deze gegevens vormen de basis voor de werkvoorraad van de provincie. Afhankelijk van de score van de UBI behoort een locatie tot de werkvoorraad (potentiële)bodemverontreiniging die voor 2030 gesaneerd danwel beheerst moet zijn of de spoedeisende werkvoorraad die voor 2015 gesaneerd danwel beheerst moet zijn. Ook voor het bewaken van de voortgang van de bodemsaneringsoperatie van de locaties waar de provincie bevoegd gezag is en de eigen werkprocessen maakt de provincie gebruikt van het BIS.
Het Wbb-traject / vervolg Wbb (potentiële)bodemverontreinigingslocaties doorlopen een zgn. Wbb-traject van onderzoek en sanering totdat de locatie niet meer tot de werkvoorraad van de provincie behoort. De locatie is dan voldoende onderzocht of gesaneerd. Indien op de locatie na sanering nog een restverontreiniging achterblijft (bijv. indien een verontreiniging wordt afgedekt met een verharding of leeflaag) dan is sprake van nazorg. Nazorgmaatregelen worden vastgelegd en gecontroleerd. In dit rappor twordt per locatie aangegeven in welke fase van het Wbb-traject een locatie zich bevindt (Vervolg Wbb-traject):
Wbb traject starten De locatie behoort op basis van vooronderzoek of vanuit het HBB tot de werkvoorraad van de provincie maar er is nog geen (historisch)onderzoek uitgevoerd. Op enig moment zal onderzoek plaats moeten vinden.
Bodemonderzoek uitvoeren Vooronderzoek of historisch onderzoek geeft aanleiding om bodemonderzoek te doen. Daarbij kan sprake zijn van verkennend of nader onderzoek.
Saneringsonderzoek uitvoeren Op basis van nader onderzoek is bepaald dat gesaneerd moet worden. Het saneringsonderzoek is gericht op de inventarisatie van de mogelijke wijzen van sanering en zal uitmondend in een keuze van de wijze van sanering
Saneringsplan opstellen Als op is vastgesteld dan sanering moet worden uitgevoerd dient een saneringsplan opgesteld te worden. Het saneringsplan wordt door het bevoegd gezag beschikt. In de beschikking op het saneringsplan kan het bevoegd gezag nadere eisen stellen aan de sanering. De saneerder voert de sanering uit overeenkomstig het door het bevoegd gezag goedgekeurde saneringsplan en de voorschriften die zij aan de instemming hebben verbonden.
Sanering en/of evaluatie uitvoeren Als het bevoegd gezag heeft ingestemd met het saneringsplan kan de sanering worden uitgevoerd. Na afronding van de sanering stelt de saneerder een evaluatierapport op. Op basis van het evaluatierapport zal het bevoegd gezag beoordelen of een sanering voldoende is uitgevoerd. Voldoende gesaneerde locatie behoren daarmee niet meer tot de werkvoorraad van de provincie.
Pagina 12 van 14
-
17-05-2023
Zorgmaatregelen uitvoeren Na sanering kan sprake zijn van restverontreiniging (bijv. indien sprake is van een afdeklaag als saneringsmaatregel). Deze maatregelen kunnen bestaan uit beperkingen in het gebruik van de locatie of het voorkomen blootstelling aan of verspreiding van de restverontreiniging.
Gesaneerd Indien een sanering is uitgevoerd wordt door het bevoegd gezag het evaluatierapport beoordeeld. Indien met een beschikking wordt ingestemd met de uitgevoerde sanering (aan de saneringsdoelstelling is voldaan) behoort de locatie niet meer tot de werkvoorraad van de provincie. Wel kan nog sprake zijn van nazorg zoals bijvoorbeeld het in stand houden van een afdeklaag of het verplicht melden van gewijzigd gebruik.
Geen werkvoorraad (meer) De locatie behoort op basis van de UBI score niet tot de werkvoorraad of is voldoende onderzocht of gesaneerd.
Toelichting op de gerapporteerde informatie
Locatie Algemene gegevens waaronder de locatie in het BIS bekend is. Daarnaast wordt aangegeven of de locatie betrekking heeft op een verontreiniging die na 1 januari 1987 is ontstaan (een zorgplicht geval dat onmiddellijk ongedaan gemaakt moet worden/zijn).
Status In de wet bodembescherming wordt onderscheid gemaakt tussen ernstige en niet ernstige verontreinigingen. Op basis daarvan wordt bepaald of een locatie door het bevoegd gezag wordt opgepakt. Voordat het bevoegd gezag hierover in een beschikking een uitspraak doet wordt de beoordeling op basis van historisch- en/of verkennend onderzoek vastgelegd (beoordeling). Indien er een uitspraak is van het bevoegd gezag dan wordt dat vermeld bij het veld ‘Beschikking’.