Beantwoording vragen PRO RES 1.0 Visie en Advies 17 mei 2021
Tekst van het document
Vragen RES PRO Kaag en Braassem voelt zich verantwoordelijk voor de opgave in de toekomst om niet- of minder afhankelijk te zijn van Russisch en Gronings gas en een bijdrage te leveren aan het terugdringen van de CO2 uitstoot. De ambitie om te werken aan een klimaatneutraal is zeer fors en blijft wel het streven waard. Eerder hebben we een MRSV 1.0; MRSV 2 en de omgevingsvisie deze ambitie ook bevestigd en herbevestigd. Als altijd hoort bij het realiseren van die ambities de uitdaging wanneer plannen concreter worden en gaan ambities mogelijk leiden tot ingrepen in het landschap. En, verandering is altijd uitdagend en soms lastig. We voelen mee met de insprekers en bezwaarmakers en ook wij vinden dat sommige zoekrichtingen een te forse ingreep is op ons landschap wat we met zijn allen ook beschermenswaardig vinden. Wij begrijpen als PRO dat de RES 1.0 een beginpunt is en nog verre is van concreetheid maar tegelijkertijd wordt wel heel duidelijk beschreven dat er in de bollenstreek voor bijvoorbeeld weinig tot geen energie opwekking middels wind mogelijk zijn. Kortom; enerzijds wordt er gesproken over een begin, maar er worden wel degelijk al keuzes gemaakt. In dat licht ook onderstaande vragen als voorbereiding op de V&A van 17 mei. Hierbij willen we opmerken dat er mogelijk nog meer vragen zullen volgens nav alle insprekers en vragen van andere fracties. 1.
Energie die niet verbruikt wordt, hoef je ook niet op te wekken. Prioriteit één was het isoleren van woningen en het terugdringen van het energieverbruik. Waar staan we in het realiseren van die ambitie en welke acties zijn/worden er in gang gezet het terugdringen van energiegebruik te stimuleren? Antwoord: Zie bijlage 3.1 Energiebesparing - Ontwikkeling, potentie en instrumentarium in beeld. Platgeslagen en samengevat komt het op het volgende neer: - Ga je uit van richtjaar 2010, dan liggen we als regio voor wat betreft energiebesparing op koers om de doelstelling van 2030 te halen. - Ga je uit van richtjaar 2014, dan liggen we niet op koers omdat het totale energieverbruik in de regio in de laatste vier / vijf jaar gelijk is gebleven. - Er wordt in die laatste jaren wel energie bespaard maar door ontwikkelingen als woningbouw, nieuwe bedrijventerreinen, etc. neemt het energieverbruik ongeveer in dezelfde mate toe als dat er sprake is van energiebesparing. - Deze ontwikkelingen zijn grotendeels ook van toepassing op alleen Kaag en Braassem. We zien daar dezelfde ontwikkelingen. Het gemiddelde energieverbruik per inwoner van de gebouwde omgeving (woningen, winkels, kantoren, scholen, zorg, gemeentehuis, etc. = zonder mobiliteit / landbouw, etc.) ligt wat lager dan het regionale, provinciale en landelijke gemiddelde maar niet veel.
- Een greep uit de acties (allemaal met een ‘verleidend karakter’ omdat juridische afdwingbaarheid ontbreekt) die momenteel zijn uitgevoerd of worden ingezet oom het energieverbruik terug te dringen in de gebouwde omgeving van Kaag en Braassem zijn als volgt: o Er staan nog circa 180 energiescans uit die de energiecoaches willen afnemen zodra de corona-omstandigheden dat toestaan. o Afgelopen najaar en begin dit jaar zijn er circa 900 energiebespaarbonnen verstrekt (totaal beschikbaar: 2550) voor het treffen van kleine energiebesparende maatregelen (circa 600 aankopen van ledverlichting, radiatorfolie, etc.) of het afnemen van een coronaproof-energiebespaaradvies door Klimaatroute (299 woningen hebben daarvan gebruik gemaakt waar 72
huishoudens in totaal 119 energiebesparende maatregelen zoals het aanbrengen van isolatie gaan uitvoeren). o We verstrekken nog steeds duurzaamheidsleningen die worden ingezet voor het financieren van energiebesparende maatregelen. o We ondersteunen en faciliteren initiatieven zoals Leimuiden Duurzaam en de energiecoaches om het geven van advies zo laagdrempelig, persoonlijk en kosteloos mogelijk te maken. o We werken samen met de ODWH om het energieverbruik in de commerciële en publieke dienstverlening inzichtelijk te maken en bedrijven en instanties te helpen met het terugdringen van het energieverbruik. o Ook de prestatieafspraken met de beide woningbouwcorporaties zijn gericht op energiebesparing en men is druk bezig om daar concrete stappen in te zetten. 2. We hebben heel duidelijk ingezet op energiebesparing als gemeente en ook binnen RES regio is ingezet op besparing, vanuit de overheid wordt juist die geldkraan dichtgedraaid en zouden we volgens de RES moeten lobbyen om weer meer budget te verkrijgen. Wat is hier de status van en waarom gebeurt dit? Staat volledig haaks op het hele idee van de RES, regionaal organiseren. Antwoord: We snappen waar de vraag vandaan komt, al is het nog de vraag of het daadwerkelijk gaat gebeuren, het dichtdraaien van de geldkraan voor energiebesparing. Om twee voorbeelden te geven.
Op dit moment zijn alle subsidiemogelijkheden voor het verduurzamen van woningen ook nog voor 2021 beschikbaar (isolatie en duurzame opwek). Subsidie voor het treffen van energiebesparende maatregelen is aan het einde van de looptermijn (eind 2020) verlengd tot het einde van dit jaar (2021). En ook het afschaffen van de salderingsregeling wordt mogelijk uitgesteld. Het tekent, in onze ogen, wel de onvoorspelbare koers die de rijksoverheid op dit gebied vaart. Het is voor ons gissen naar de beweegredenen van de rijksoverheid maar een verklaring zou kunnen liggen in de constatering dat een subsidie wellicht niet langer wenselijk is wanneer de terugverdientijd voor bijvoorbeeld het isoleren van een woning en het plaatsen van zonnepanelen ‘kort’ is. 3. Mensen kunnen zelf ook energie opwekken. Hoe ver staan we met de aanleg van zonnepanelen? Stimuleren we bedrijven om hun daken te benutten en zijn er, op bijvoorbeeld maatschappelijk vastgoed nog kansen die we kunnen benutten? Antwoord: In totaal wekten we in 2019 30 terajoule aan duurzame energie op middels zonnepanelen (= particuliere daken + bedrijfsdaken). Het doel voor 2025 is circa 140 terajoule. We doen ons best maar net als bij energiebesparing kunnen we hier als gemeente niet veel meer doen dan verleiden.
We stimuleren het plaatsen van zonnepanelen middels onze energiecoaches en de duurzaamheidslening die ons een aantrekkelijke gemeente maakt voor commerciële partijen om collectieve acties op te zetten. Volgende maand gaat een dergelijke actie starten en op basis van de resultaten van afgelopen jaar zal dit leiden tot een extra 800 of 900 panelen. We zien in 2020 een afname van de groei van duurzame energie opgewekt op particuliere daken en een exponentiële groei van de zonnepanelen op bedrijfsdaken. We weten echter niet hoe lang deze trends zich doorzetten. 4. PRO voelt zich verantwoordelijk voor de eerder genomen raadsbrede besluiten om ons landschap te willen beschermen en geen zonnevelden toe te staan in onze gemeente. We zijn er trots op dat er geen zoekgebieden voor zonnevelden zijn opgenomen in onze gemeente en deze eis is ingewilligd. Tegelijk hebben we gezegd dat we alleen ruimte voor grootschalige opwek zien langs de grootschalige infra. Zo bezien is ook deze eis ingewilligd omdat alleen langs de A4 ruimte is ingetekend. Echter is ongeveer de hele gemeente die doorkruist wordt door de A4 als zoekgebied opgenomen. Dit lijkt PRO Kaag en Braassem veel te fors en zou teruggedrongen moeten worden. Eerder hebben wij begrepen dat de hoogte van de hoogspanningsmasten opgeteld met de hoogte van de windmolens (en een veiligheidsmarge) wettelijke afstand moeten zijn.
Als we de hoogspanningsmasten en windmolens van een cirkel voorzien, dan worden de zoekgebieden toch een stuk kleiner? Antwoord: Een zoekgebied is nog een grote vlek, de zoeklocatie(s) is/zijn nog niet bepaald. De beoordeling op bijv. natuur, het landschap, veiligheid en geluidsnormen zijn onderdeel van PlanMER. De resultaten van deze PlanMER zijn nu nog slechts voor een klein deel meegenomen in de RES. Dat komt omdat de ontwikkeling van RES en PlanMER parallel naast elkaar liepen maar de PlanMER nog niet gereed is en pas na vrijgave van de RES 1.0 op wordt opgeleverd. Wat wel mee is genomen in de RES, is de haalbaarheidslag: wat zijn niet mitigeerbare wettelijke restricties
5.
6.
7.
8.
vanuit milieu en veiligheid waar geen kansen zijn voor de opwek van duurzame energie? De resultaten van de PlanMER worden meegenomen bij de ontwikkeling van de RES 2.0. De vraag over de hoogte van windturbines en de afstand tot de hoogspanningsmasten is uitgezet bij Holland Rijnland. Beantwoording volgt zo snel mogelijk. Nu staan er zoekgebieden op de plaats waar we onlangs voorkeursrechten hebben geplaatst voor de realisatie van Veenderveld 2. Zou dit zoekgebied niet moeten vervallen? Antwoord: Het klopt dat de op de kaart gearceerde gebieden niet volledig inzetbaar zijn. Soms hebben we te maken met beperkingen zoals bestaande bebouwing, aanwezige kabels en leidingen, geldende veiligheidsafstanden bij windturbines of hoogtebeperkingen vanuit Schiphol. Daarnaast hebben alle gemarkeerde gebieden al een functie. Dit betekent in de praktijk dat op specifieke locaties soms dingen niet kunnen vanwege wet- en regelgeving, soms vanwege eigendomsverhoudingen en soms vanwege andere (ruimtelijke) ontwikkelingen. In de RES 2.0 zal dit verder worden uitgewerkt. In de regionale agenda ruimte hint men op het clusteren van thema’s als mobiliteit, wonen en energie om daarmee het open landschap te beschermen.
Is het dan logisch om de hele gemeente te doorkruisen met windmolens en ook bijv in de nabijheid (ongeveer 300 meter) van een compleet dorp, Hoogmade? Is het niet logischer om het windmolencluster van de Haarlemmermeer (nabij Leimuiden in het oog van de A44 en A4) uit te breiden? Zou een tweede cluster van grootschalige opwek niet beter plaats kunnen hebben nabij het oog Leiderdorp, A4, HSL tunnel en kruispunt 380Kv/150Kv? Zo ver als mogelijk verwijderd van het dorp Hoogmade. Als je de huidige zoekgebieden ruilt voor twee zoekgebieden nabij een reeds bestaand windpark (nabij Haarlemmermeer) en een energieknooppunt (nabij Leiderdorp). Kunnen we daarmee -het door ons allen omarmde en beschermwaardige open landschap- niet veel beter beschermen en toch voldoen aan onze opgave? En zo beter voldoen aan de gewenste clustering van dergelijke voorzieningen en zoals de RES beschrijft, de overgang van stad naar land accentueren? Antwoord vragen 6 t/m 8: De zoekgebieden voor wind evenwijdig aan de A4 die nu op de kaart (bijlage 6.6) zijn ingetekend (voor de regio Holland Rijnland), zijn kansen voor de opwek van duurzame energie, rekening houdend met de binnen de RES 1.0 gegeven niet mitigeerbare wettelijke restricties vanuit milieu- en veiligheid (welke dit zijn, volgt nog vanuit experts Holland Rijnland, zie ook vraag gesteld op 17 mei door SvKB).
Dat betekent dat de niet ingetekende gebieden langs de A4 al afgevallen zijn omdat deze niet voldoen. De omvang van het gemarkeerde gebied zegt iets over de ruimte om te zoeken, maar het zegt niets over de omvang van de duurzame opwek.
9. Hoe komt de strook nabij Leimuiden-West, op de dijk, als zoekgebied op de kaart? We
hebben in onze Omgevingsvisie ‘nabij infra’ beschreven als mogelijkheid, deze plek voldoet daar volstrekt niet aan. Antwoord: dit zoekgebied is op de kaart gekomen om (conform de
vragen 6, 7 en 8) te kijken of er mogelijkheden zijn voor aansluiting op de RES van Haarlemmermeer zoals aangegeven door de raad in de behandeling van de participatie uitkomsten. 10. Geeft de RES1.0 al ruimte voor zelfrealisatie van windenergie door een lokale coöperatie. Wellicht is het zelf exploiteren van een windmolen, mogelijk in combinatie met een dorps coöperatie, iets wat op veel minder weerstand zal leiden en mogelijkheden kan bieden om ECHT eigen energie op te wekken en ook de financiële vruchten te plukken? Antwoord: De regio streeft, net als in het nationale Klimaatakkoord, naar minimaal 50 procent lokaal eigendom van de grootschalige opwek. Dit kan invulling krijgen via procesparticipatie en financiële participatie in energieprojecten. Overheden kunnen lokaal eigendom en andere vormen van financiële participatie alleen juridisch afdwingen wanneer zij zelf grondeigenaar zijn (privaatrecht). Als dat niet het geval is, kan de overheid met participatiebeleid wel aansturen op omgevingsparticipatie bij energieprojecten en lokaal eigendom. Daarvoor is het o.a. belangrijk dat de overheid participatiebeleid vaststelt en dit beleid in het vergunningsverleningsproces toepast. Bijlage 6.7 van RES 1.0 bevat een advies hoe het proces rondom het verankeren van lokaal eigendom kan worden ingericht.
Voor de N207 bestaat al sinds langere tijd een voorstel van een lokale energie coöperatie die 90% lokaal
eigendom beloofd. Los van het feit dat deze locatie niet door de provincie wordt gesteund (en dus -nog- niet mogelijk is) is door de raad geconcludeerd dat de grootschalige opwek voor windturbines alleen langs de A4 mogelijk moet zijn. Hiermee zijn de zoeklocaties langs de N207 afgevallen. 11. We begrepen dat de provincie het Groene Hart wil vrijwaren van windenergie. Wat is de status van dit provinciale standpunt? Antwoord: de provincie staat hier nog steeds zo in. 12. In de Rijnstreek hebben we, als input op de regio agenda, met elkaar besproken dat we het open landschap grotendeels willen sparen en een groot deel van ook onze KenB opgave langs de N11 te plannen. Welk deel van onze energie wekken, met de huidige zoekgebieden, lossen we zelf op en wat parkeren we elders? Met andere woorden, hoe groot is onze opgave en wat lost de regio voor ons op? Antwoord: In deze fase zijn nog geen zoeklocaties bepaald. Daarom kunnen ook geen aantallen windturbines worden genoemd of vergelijkingen worden gemaakt met de zoekgebieden langs de N11. 13. Als raad hebben we gekozen voor een ambitie 2040 ipv landelijk 2050. Wat is er voor nodig om in de pas te gaan lopen met de rest van de regio en Nederland? Antwoord: de ambitie 2040 staat niet meer genoemd in de omgevingsvisie.
Het Klimaatakkoord, waar de RES Holland Rijnland een uitwerking van is, vraagt om ambities voor 2030 en een doorkijk naar 2050. Daarmee voldoet de RES Holland Rijnland aan wat in het Klimaatakkoord wordt gevraagd en is het vergelijkbaar met andere RES-regio’s. 14. Kan het college aangeven of er voldoende onderzoek is gedaan naar de gezondheidsrisico’s die windturbines met zich mee kunnen brengen en liggen de benoemde zoekgebieden ver genoeg van de bebouwing om dit risico uit te sluiten? Antwoord: Voor geluid en slagschaduw bestaan wettelijke normen waar windparken aan moeten voldoen. Die normen zijn er, om omwonenden te beschermen tegen gezondheidseffecten van windturbines. Voor alsnog zijn er geen redenen om aan te nemen dat de bestaande wettelijke normen niet voldoen maar meer kennis en expertise zijn nodig om dit onderwerp uit te diepen. Ook dat zal in de opvolgende RES 2.0 of verder nader worden uitgewerkt. 15. Wat gebeurt er met de RES als er in 1 of meerdere gemeenten wordt tegengestemd? Wat gebeurt er als wij tegenstemmen? Er staat in de documentatie dat we dan terugvallen op het energieakkoord Holland Rijnland en anderzijds wordt er gezegd dat de overheid het overneemt en gaat beslissen, wat is het? Antwoord: Het één hoeft het ander niet uit te sluiten.
Als onze gemeente niet akkoord gaat, zou de gemeente zich daarmee distantiëren van een meerjarig proces waaraan ze actief heeft deelgenomen en hetgeen mede met haar eigen inzet tot stand is gebracht. Als dat toch gebeurt, treedt een proces in werking. Bestuurlijk overleg binnen regio, en zo nodig verder. Zie ook bijgaande factsheet van NP RES (zie https://www.regionale-energiestrategie.nl/bibliotheek/res++media/1889088.aspx). Het Klimaatakkoord is niet vrijblijvend. Met het ruimtelijk juridisch instrumentarium zijn de projectie en de uitvoer van projecten die bijdragen tot het behalen van klimaatakkoorddoelstellingen afdwingbaar. 16. Er is in het recente verleden al gesproken over een ondergronds energiestation (als we het goed hebben, van 6 hectare). Wat is hier de stand van zaken van? Komt dat mogelijk op grondgebied van Kaag en Braassem en als dat zo is, waarom wordt dit niet meegenomen? Dat is een wezenlijk onderdeel in de hele discussie. Antwoord: Het elektriciteitsnetwerk loopt tegen zijn grenzen aan, niet alleen door ontwikkelingen in de energietransitie maar ook door de verwachte economische groei. De eventuele komst van een nieuw 150 kV-station op onze gemeentegrond is niet direct gekoppeld aan wel/geen grootschalige duurzame opwek in Kaag en Braassem. 17.
Hoe worden jongeren nu echt betrokken in deze hele opgave? Er is wel een enquête geweest, maar uiteindelijk staat er maar 1 alinea in de RES aangaande jongeren. Zijn zij niet diegene waar we dit allemaal voor doen, zouden ze dan niet een stem moeten hebben en vooral krijgen? Antwoord: De gemeente wil graag meer jongeren betrekken. Dit vergt een andere manier van aanspreken en betrekken dan tot nu toe is gedaan met de RES in Kaag en Braassem.
18. Ontwerpbesluit provinciale staten voor 16 juni 2021. Wat betekent dit als het op deze wijze wordt aangenomen; 4. Vast te stellen de RES1.0 Holland Rijnland met uitzondering van: a. Zoekgebieden voor windenergie gelegen binnen het Groene Hart, waarbij er wel ruimte is om te onderzoeken of bestaande locaties – zoals vastgelegd in ons omgevingsbeleid –kunnen worden uitgebreid. En met de volgende aandachtspunten voor de uitwerking van zoekgebieden: a. De uitwerking van de zoekgebieden voor zon op land passen in provinciaal beleid (dat gebaseerd is op de zonneladder) en/of zijn onderdeel van een gebiedsgerichte uitwerking, waarbij opgaves rond de landbouw vanwege bodemdaling, waterkwaliteit, stikstof en biodiversiteit integraal aangepakt worden. Dit binnen de algemene uitgangspunten van ruimtelijke kwaliteit en in aansluiting bij het PARK-advies. b. Bij een verkenning naar nieuwe locaties voor wind is de provinciale omgevingsvisie leidend; langs grootschalige infrastructuur en bij grootschalige bedrijvigheid. Nieuwe locaties voor wind worden bovenregionaal afgewogen. Antwoord: Deze vraag is uitgezet bij Holland Rijnland. Hierop is het volgende antwoord gekomen: “De bestuurders binnen Holland Rijnland zijn het niet eens met dit ontwerpbesluit en hebben dat ook laten weten in een brief aan de raad en een brief aan de staten. We weten nog niet of PS dit voorstel overneemt.
En als dat het geval is, moet er bestuurlijk gekeken worden naar de consequenties. Die zijn nu ook voor Holland Rijnland nog onduidelijk en wij willen daar niet op vooruit lopen.”