Beantwoording vragen inwoner Hoogmade RES 1.0_Geredigeerd
Tekst van het document
Aan Burgemeester, Wethouders en Gemeenteraad gemeente Kaag & Braassem
Hoogmade, 10 mei 2021
Geachte dames en heren, Nu de RES 1.0 ter vaststelling aan de Gemeenteraad wordt aangeboden, wil ik u vooraf enkele vragen voorleggen. Aan de hand van uw antwoorden zal ik mijn inspraaktekst op 17 mei aanstaande verdere invulling geven.
Met betrekking tot het proces: 1. Zelf heb ik de mail d.d. 20-04-2021 ontvangen omdat ik deel heb genomen aan de Roadshow Energietransitie. Zoals de tussenstand (1055) van de petitie ‘Geen windturbines bij Hoogmade’ laat zien, is de Energietransitie meer gaan leven. Op welke manier en op welke momenten zijn inwoners van Hoogmade betrokken? Is hier verslaglegging van? Antwoord: In het laatste kwartaal van 2020 is het participatietraject opgestart over de concept Regionale Energiestrategie. Eind september – begin oktober, is er een raadpleging geweest van het inwonerspanel ‘Kaag en Braassem Spreekt’ waar ook bewoners uit Hoogmade in zitten. In de raadpleging kon men zijn of haar mening geven ten aanzien van grootschalige opwek van duurzame elektriciteit. Op 9 december is er een digitale bijeenkomst georganiseerd voor de inwoners van Hoogmade, Rijnsaterwoude, Woubrugge, Leimuiden en Bilderdam. Er is uitgebreid gecommuniceerd over bovenstaande momenten, zowel persoonlijke brieven aan elk adres als digitaal via social media als met spandoeken in de kernen. Via een e-mail zijn o.a. de dorpsraden, agrariers, ondernemers en sportverenigingen uitgenodigd.
Naast deze momenten voor specifiek de opwek van duurzame elektriciteit is er breder, in het kader van de energietransitie, dus ook de warmtetransitie, een bijeenkomst geweest over energiebesparing in basisschool Ter Does in 2019 en wordt er geregeld afgesproken en samengewerkt met de lokale energiecoach uit Hoogmade, Jan van der Meer 2. U schrijft in de mail d.d. 20-04-2021 dat de eerste versie van de RES ter bespreking en besluitvorming voorligt aan de gemeenteraad. In dat kader wil ik graag met u delen hoe de Dorpsraad van Hoogmade haar inwoners informeert: “Een volgende stap is de vaststelling van de RES 1.0 door onze gemeenteraad. Het gaat dus nog niet over de locatie waar windmolens komen.” Wat de Dorpsraad daarmee mijns inziens over het hoofd ziet, is dat bijlage 6.6 met de zoekgebieden wel degelijk ook ter vaststelling voorligt. Antwoord: Een zoekgebied is nog een grote vlek, de zoeklocatie(s) is/zijn nog niet bepaald. De gemeenteraad wordt gevraagd een besluit te nemen over de Regionale Energiestrategie. Als zij akkoord gaan, dan moet de gemeente de bouwstenen verder uitwerken in het lokale beleid zoals de omgevingsvisie. Niet alleen energie zal een plekje moeten krijgen in de gemeente maar ook de woningbouw, recreatie, bedrijventerreinen
enz. De totale afweging, waar gaat wat landen in de gemeente, vindt dus plaats in o.a de gemeentelijke omgevingsvisie en zal ook verder worden uitgewerkt in de RES 2.0. 3. Conform de verordening op de politieke avond maak ik graag gebruik van de inspreektijd. Wel vind ik het bijzonder te noemen dat ik, in tegenstelling tot diezelfde verordening, maar liefst 14 dagen van tevoren diende aan te geven gebruik te willen maken van de spreektijd. Daar waar de verordening omschrijft dat dit uiterlijk op de dag waarop de vergadering plaatsvindt, voor 12.00 uur aan de griffie dient te worden aangegeven. Wat wordt beoogd met het op dit punt afwijken van de verordening? Antwoord: Gelet op de agenda invulling van de raadsavonden willen we ruim van tevoren weten hoeveel insprekers er verwacht kunnen worden. Gezien het hoge aantal insprekers is daarom vorige week besloten om voor deze avond de andere agenda onderdelen te verschuiven naar een andere datum. Zo is er ruimte voor zowel de insprekers als voor de onderwerpen die behandeld moeten worden in de raad. Mocht u hier nog vragen over hebben, dan kunt u zich wenden tot de griffie.
Wat is de reden van het vooraf insturen van de inspraaktekst? Wat is de uiterste moment van toesturen van de inspraaktekst zodat deze bij de agenda kan worden gepubliceerd? Antwoord: De reden van inspraaktekst toesturen heeft met voorbereiding van de raad te maken. Het helpt de raadsleden als ze van te voren ook al de tekst hebben ontvangen, dan kunnen zij zich inlezen, vragen voorbereiden enz.
4. Wat valt te ‘besluiten’ over een product dat voortkomt uit een samenwerking tussen verschillende bestuurslagen? Een product dat geen plan, beleidsdocument, programmaplan of iets dergelijks is? Antwoord: De regionale aanpak is voort gekomen uit het Klimaatakkoord: onze gemeente werkt op die manier mee aan de afspraken om de CO2-uitstoot te verminderen. Deels is deze manier van bovenaf besloten, deels heeft de eigen gemeenteraad, met het ondertekenen van het Energieakkoord Holland-Rijnland, besloten om in de regio op deze manier samen te werken. De Regionale Energiestrategie is een visie, na vaststelling in de gemeenteraad, is het aan de gemeente om dit concreet te maken en verder uit te werken in het lokale omgevingsbeleid. De RES 1.0 is daarmee dus wel een beleidsdocument omdat het weliswaar ‘hoog-over-kaders’ biedt, het zijn en blijven kaders die vervolgens lokaal verder uitgewerkt moeten worden.
Regionale Energiestrategie (april 2021)
5. Holland Rijnland doet mee aan de pilot voor milieueffecten. Vooral de harde beperkingen voor veiligheid en milieu zijn meegenomen zo wordt gesteld op pagina 6. Welke harde beperkingen zijn dat? Mag ik aannemen dat deze beperkingen overeenkomen met de afbeelding op pagina 59 en de nationale en overige restricties zoals omschreven op pagina 69 van de Ruimtelijke Verkenning Energie en Klimaat (ISBN 978-90-828256-0-2) dat is geschreven als voorbereiding op het Klimaatakkoord? Antwoord: In deze fase zijn enkel de wettelijke restricties voor milieu en veiligheid gevolgd. De minimale afstand tot 'kwetsbare objecten' is wettelijk gezien 207 meter (op basis van activiteitenbesluit Milieubeheer (art. 3.15a) en op basis van de 3.6 MW turbine. 6. Aan welke aantallen windmolens per zoeklocatie moet ik denken? Antwoord: In deze fase zijn nog geen zoeklocaties bepaald. Daarom kunnen ook geen aantallen windturbines worden genoemd. 7. Wie zijn de ‘overige partijen’? Antwoord: De RES-regio Holland Rijnland is een samenwerkingsverband tussen Hoogheemraadschap van Rijnland, Omgevingsdienst West-Holland, provincie ZuidHolland en de regiogemeenten Alphen aan den Rijn, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude.
Daarnaast wordt samengewerkt met netbeheerder Liander en verschillende lokale en regionale partners (bijv. een regionale energie coöperatie). 8. Gesproken wordt over ambities en kansen, maar vervolgens wordt ingezet op huidige technologieën die breed inzetbaar zijn. Waarom wordt niet geprofileerd met nieuwe technieken en technologieën die landschappen niet aantasten en niet schadelijk zijn voor de volksgezondheid? Te denken valt aan het voorzien van daken door PowerNests. Dit leent zich ook voor toepassing in de bebouwde omgeving, juist daar waar de energie ook nodig is! Dat sluit aan bij hetgeen gesteld wordt op pagina 16: denk aan windturbines in de buurt van het elektriciteitsgebruik van stedelijke kernen. Op deze vraag heeft de provincie u het volgende antwoord gestuurd: Technieken zoals de huidige windturbines en zonnepanelen zijn technieken die door jarenlange ontwikkeling op dit moment de meest efficiënte manier zijn om duurzame elektriciteit op te wekken. Ter vergelijking: een powernest levert voldoende elektriciteit om ongeveer 7 huishoudens te voorzien; een moderne windturbine levert al snel elektriciteit voor 1700 huishoudens.
We willen hieraan toevoegen dat de opgave te groot is voor het benutten van alle daken alleen. Met de zogenaamde ‘no regret’ maatregelen (besparen, isoleren, zon op dak) kan ca. 30% (waarvan zon op dak slechts 4%) van de totale opgave behaald worden als IEDEREEN meedoet. De resterende opgave voor grootschalige opwek, zoals in deze RES omschreven voor windturbines en zonneweiden, betreft ca. 20% van de totale opgave. Dit moet bereikt worden voor 2030. Voor de resterende opgave tussen 2030 en 2050 van nog ca. 50% van de totale opgave gaat men uit van nog niet nader benoemde nieuwe technologieën, zoals thorium kerncentrales, geothermie en mogelijk de door u genoemde powernests. 9. Gesteld wordt dat de energietransitie met vernieuwende technologie economische kansen en daarmee ook werkgelegenheid biedt. Waar wordt op gedoeld? Antwoord: de overstap van fossiele brandstoffen naar duurzaam opgewekte energie levert meer werkgelegenheid op (zie het rapport over de economische gevolgen van de energietransitie van het Centraal Bureau voor de Statistiek - https://www.cbs.nl/nlnl/longread/diversen/2020/economische-ontwikkeling-van-deenergievoorziening?onepage=true): te denken valt o.a. aan het installeren van zonnepanelen op daken, isoleren van woningen en het produceren/bouwen van windturbines. 10. Figuur 2.6 op pagina 19 roept bij mij de nodige vragen op.
Bij beide grafieken wordt de Jaaropbrengst 1 TWh weergegeven. Tel je echter de grafieken op, kom ik bij de zon op het net uit op ruim 1,5 de hoeveelheid! Welke optelsom maakt u? Antwoord: ik heb deze vraag door gezet naar Liander. 11. Gesproken wordt over de toegenomen inzet van airco’s. Wat doet de gemeente aan voorlichting en facilitering van bijvoorbeeld isoleren, zonwerende folies etc? Antwoord: Het Duurzaam Bouwloket (www.duurzaambouwloket.nl) is een belangrijke pijler onder het energiebesparingsbeleid. Hier vinden particulieren informatie over bijvoorbeeld subsidies en leveranciers. Gemeenten blijven gezamenlijk het Duurzaam Bouwloket aanbieden aan hun inwoners. Daarnaast zijn er lokale energiecoaches actief die kosteloos, onafhankelijk en persoonlijk advies uitbrengen, verstrekken we duurzaamheidsleningen om aanpassingen te financieren voor zij die het niet kunnen betalen en communiceren we actief (persoonlijke brieven op elk adres) met verschillende acties (Regeling Reductie Energieverbruik) op uiteenlopende manieren over de genoemde maatregelen. 12. In de RES spreekt enige verwondering uit het feit dat sinds 2014 het energieverbruik nagenoeg gelijk is gebleven. Het energieverbruik van de gebouwde omgeving is gedaald ondanks de bouw van maar liefst 10.000 woningen. Logischerwijs vloeit daar een hoger gebruik wat betreft mobiliteit uit voort.
De nieuwe woningen worden immers niet opgeleverd inclusief elektrische auto’s. Als een gebied geïntensiveerd wordt, volgt daar vanzelfsprekend een ander energieverbruik uit voort. De woningen worden immers doorgaans om minder gebruikende landbouwgrond gebouwd en naar mijn idee slechts in beperkte mate op grond van diensten en energie. Hoe kijkt de Gemeenteraad hier naar?
Antwoord: Sinds 2010 zijn er meer mensen in Holland Rijnland komen wonen. Het energieverbruik door mobiliteit (bijvoorbeeld door benzineauto's) per persoon is maar beperkt gedaald. Omdat er tegelijkertijd wel meer inwoners in de regio wonen, is het totale energieverbruik gestegen. In andere sectoren is het energieverbruik juist flink afgenomen. Zo zijn nieuwe woningen steeds duurzamer geworden (gasloos, isolatie etc.) en is de energievraag in andere sectoren wel gedaald. De gemeenteraad heeft het Energieakkoord Holland-Rijnland ondertekend. Dat betekent de ambitie energieneutraal wat op haar beurt inhoudt: alle energie die we in de regio gebruiken dient lokaal en duurzaam te worden opgewekt. Dit is, uitgaande van de startsituatie in 2014, realistisch voor 80% van ons regionale energieverbruik. 20% moet van buiten komen. De ambitie is tot op heden nog niet veranderd en houdt dus concreet in dat we naast de toegenomen energievraag, ook de bestaande energievraag moeten verduurzamen. 13. Kaag en Braassem vormt een uitzondering in energieverbruik per gemeente. De behoefte aan brandstoffen zorgt in onze gemeente voor een groter gebruik. Hoe verhoudt het recreatieve verkeer en karakter dat de gemeente beoogt zich tot het regionaal bestemmingsverkeer binnen de mobiliteit? Antwoord: Dit hebben we niet in beeld, er is geen uitsplitsing gedaan binnen mobiliteit naar recreatief verkeer.
Op https://klimaatmonitor.databank.nl/dashboard/dashboard/mobiliteit/ kunt antwoord vinden op deze vraag. 14. Thuis werken zal het energieverbruik in woningen doen toenemen. Wanneer meer thuis wordt gewerkt zouden er logischerwijs minder (regionale) vervoersbewegingen moeten zijn. Hoe is deze insteek gezien de actualiteit verwerkt in het besparingsdoel gebouwde omgeving? Antwoord: Nog niet omdat we hier nog geen gegevens van hebben. 15. Binnen de basisstrategie huishoudens/woningen is de ambitie alle woningen minimaal label D in 2030. Waarom is de ambitie ook niet om alle nieuw te bouwen woningen minimaal energielabel A te laten hebben? Antwoord: Voor nieuwbouw gelden regels vanuit het bouwbesluit. We mogen niet meer eisen dan daarin staat. Echter deze regels, met toenemende duurzaamheidseisen, zorgen er al voor dat nieuwbouwwoningen, naast gasloos, beter scoren dan een energielabel-A-woning. 16. Waarom staat het realiseren van laadpalen niet als instrument genoemd in tabel 3.1? Een royaal aanbod van laadpunten zou de aanschaf van een elektrische auto aantrekkelijk maken. Antwoord: Tabel 3.1 gaat over instrumenten waarmee gemeenten energiebesparing kunnen stimuleren, duurzame mobiliteit wordt apart behandeld in hdst. 4 waaronder ook het stimuleren van elektrische vervoer. 17. Mobiliteit heeft in Kaag & Braassem het hoogste energiegebruik.
Nu de bus niet meer door Hoogmade rijdt, is het nog minder aantrekkelijk om in te stappen. Wat is het standpunt van de gemeente in deze? Antwoord: is doorgezet naar collega’s. 18. Voor de bijdrage van windturbines is gezocht naar passende locaties vanuit het
a. elektriciteitsnetwerk, b. de ruimtelijke kwaliteit en c. het bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak. Hoe is getoetst op bovengenoemde punten en wat maakt dat de locatie bij de A4 in Hoogmade als passend wordt bevonden? Welke afwegingen zijn hierbij gemaakt? Welke risico’s worden voorzien? Antwoord: Vanuit de ruimtelijke kwaliteit is ingezet op opwek langs grootschalige infrastructuur. Deze gebieden worden vaak gezien als hinderzones voor andere ontwikkelingen. Bovendien geeft duurzame opwek langs grootschalige infrastructuur wegen een extra accent. Er kunnen zogenaamde energiewegen door het (stedelijk) landschap ontstaan. Vanuit de participatie heeft de raad opgemerkt graag aan te willen sluiten bij de bestaande windturbines in de Haarlemmermeer en daarom wordt gezocht naar mogelijkheden om deze lijn te verlengen langs de A4. Voor het elektriciteitsnetwerk heeft Liander een uitgebreide analyse gemaakt bij welke onderstations nu ruimte is om aan te sluiten en waar mogelijk uitbreiding nodig is. 19. De Does vormt binnen de NNN de ecologische verbinding tussen gebieden. Op minder dan 1 km afstand staan windturbines gepland. Hoe valt dit uit te leggen? Antwoord: De NNN-gebieden zijn in de RES 1.0 geen zoekgebieden. Voor de overige gebieden moeten de gevolgen nog worden onderzocht.
Hiervoor wordt het milieu effefctrapportage (PlanMER) gebruikt: zo brengt het planMER de gevolgen voor onder meer het landschap, de natuur en de leefomgeving in beeld. Momenteel wordt nog gewerkt aan de PlanMER. De resultaten van de PlanMER worden meegenomen bij de ontwikkeling van de RES 2.0 en richting de verankering van de RES in het lokale omgevingsinstrumentarium. 20. Er worden zorgen gezien over de effecten van geluid en slagschaduw, effecten op gezondheid en effecten op natuur/milieu/omgeving. Effecten die ook uit velerlei onderzoeken naar voren komen. Hoe beschermt u de inwoners (zowel mens als dier) hiertegen? Op deze vraag heeft de provincie u een antwoord gestuurd: Voor geluid en slagschaduw bestaan wettelijke normen waar windparken aan moeten voldoen. Die normen zijn er, om omwonenden te beschermen tegen gezondheidseffecten van windturbines. Ieder windpark moet de effecten op natuur en milieu vooraf onderzoeken. Zo moet een windpark onderzoeken of er aanvaringen met beschermde soorten vogels of vleermuizen te verwachten zijn. Als dat zo is dan moeten zij daar maatregelen voor treffen of het windpark kan niet gebouwd worden. 21. Het vinden van kansrijke zoekgebieden is gedaan met behulp van grote topografische kaarten.
In bijeenkomsten met ambtelijke vertegenwoordigers, bestuurders, volksvertegenwoordigers en (regionale) stakeholders komt de voorkeur van meervoudig ruimtegebruik naar voren, de zogenaamde ‘energiewegen’. Is bijvoorbeeld in Hoogmade gekeken en geluisterd (A4, HSL, spoor, Wintrackmasten) wat dit betekent voor omwonenden van deze ‘energiewegen’? Wat gaat u hierin betekenen voor uw burgers? Antwoord: Nog niet alles is uitgezocht en verwerkt. In deze fase zijn enkel de wettelijke restricties voor milieu en veiligheid gevolgd, bij de uitwerking in het lokale
omgevingsbeleid van de gemeente worden de gevolgen voor onder meer het landschap, de natuur en de leefomgeving in beeld gebracht. Dit zal in de RES 2.0 tot uiting komen. 22. Is bij het intekenen van windturbines op een topografische kaart stilgestaan bij de omvang van de beoogde windturbines? Hoe kijkt de gemeente aan tegen deze roterende reuzen in het landschap? Zie antwoord bij vraag 23.
23. Hoe vallen windturbines met dergelijke omvangen in te passen in een landschap langs bestaande infrastructuur wanneer de Dikke van Dale de volgende definities hanteert? in·pas·sen (paste in, heeft ingepast)1een passende plaats voor iem. of iets maken 1pas·sen (paste, heeft gepast)1de goede maat of afmeting hebben, aansluiten Op deze vraag en vraag 22 heeft de provincie u het volgende antwoord gestuurd. Zuid-Holland is een energie-intensieve en drukbevolkte provincie met weinig open ruimte. We geven de energietransitie zo vorm dat wij daarbij zuinig zijn op de open ruimte. Om die reden maakt de provincie een voorbehoud als het gaat om zoekgebieden voor windenergie in het Groene Hart. Daarnaast hanteren we enkele uitgangspunten voor ruimtelijke kwaliteit in de beoordeling van zoeklocaties, zoals langs grote infrastructurele lijnen, langs grote overgangen van land en water en bij industrie en bedrijventerreinen. Voor de inpassing vinden we alleen een lijnopstelling of een cluster acceptabel. Daarnaast zijn er tal van regels die de inpassing van een windpark bepalen, zoals wettelijke normen voor geluid en slagschaduw en contouren vanuit veiligheid.
24. Hoe gaat het in zijn werk met grondeigenaren van de beoogde plekken? En wat levert het hen op? Op deze vraag heeft de provincie u het volgende antwoord gestuurd: Grondeigenaren krijgen een vergoeding voor het gebruik van de grond voor een windpark of zonneveld. Als er sprake is van veel verschillende grondeigenaren, waarbij vooraf nog niet duidelijk is waar de turbines komen te staan, is het mogelijk om tot een meer sociaal grondcontract te komen, waarbij alle grondeigenaren op een locatie delen in de grondopbrengsten. 25. Op welke manier is de Risicozonering Windturbines toe te passen op de beoogde locaties voor windturbines en wordt de veiligheid voor de omwonenden en de energiewegen geborgd bij bijvoorbeeld ijsafwerping, mastbreuk, afbreken turbineblad of gondel? Op deze vraag heeft de provincie u het volgende antwoord gestuurd: Er is een uitgebreid handboek Risicozonering windturbines, waarin is aangegeven op welke manier met dit soort risico’s moet worden omgegaan. Het handboek is vorig jaar geactualiseerd, omdat windturbines niet alleen groter worden, maar ook veiliger. Het handboek is geen wettelijke regelgeving, maar wordt door vergunningverlenende en beoordelende partijen, zoals de rechter en de Raad van State wel als zodanig gebruikt.
Graag zie ik de vragen schriftelijk beantwoord zodat ik voorzien van de nodige informatie verdere invulling kan geven aan mijn inspraakgelegenheid op 17 mei.
Met vriendelijke groet, Inwoner Hoogmade