Beantwoording voorafgestelde technische vragen jaarstukken 2025
Tekst van het document
Nr.
Fracti Vraag e
1
CDA
2
CDA
3
CDA
4
CDA
pp.
Waarom staan in deze tabel in 36 de laatste kolom weer de gegevens van 2024 i.p.v. 2025? In de jaarstukken 2024 stonden wel de juiste gegevens van dat jaar. Wanneer wordt er duidelijkheid 43 verwacht over het geschil met de aannemer over de zettingsproblematiek aan de Grietpolderweg? Hierbij wordt uitgegaan van de 45 algemene reserve ultimo 2025 van € 33.377K. Waarom wordt dit bedrag niet verhoogd met het jaarresultaat van € 6.317K dat na vaststelling jaarrekening ook wordt toegevoegd aan de algemene reserve? Dit is een heldere opsomming 46 van belangrijke ontwikkelingen met financiële impact welke nog niet in de (meer)jarenbegroting zijn opgenomen. Worden deze posten wel opgenomen in de eerstkomende (meer)jarenbegroting 2027 e.v.?
Programma / onderdeel jaarstukken Regeling beleidsindicatoren
Antwoord Het klopt dat in de verstrekte versie van de jaarrekening de kolom 2024 nog niet ge-update was. Dat was te kort voor oplevering vastgesteld. In de definitieve jaarrekening is dit gecorrigeerd.
Paragraaf 2 – Mondeling beantwoord in C&K Weerstandsvermogen en risicobeheersing Paragraaf 2 – Mondeling beantwoord in C&K Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Paragraaf 2 – Mondeling beantwoord in C&K Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Pagina 1 van 33
5
CDA
9
CDA
10
CDA
11
Kern1 1
In de tabel staat als toelichting 81 “indexering”. Dit komt niet overeen met de tekst eronder. De aanpassing komt voornamelijk door een geheel andere oorzaak dan indexering. Waarom is gekozen voor de term ‘indexering’. Er is zowel een voorziening 100 riolering van € 4.262K als een & bestemmingsreserve riolering 133 van € 3.456K. Waarom is dit en wat is het verschil tussen deze twee posten? Waarom zijn er in de bestemmingsreserve riolering geen mutaties in 2025 (en ook in 2024 waren er geen mutaties). Graag extra uitleg over de 116 voordelige post 0.8 ter grootte van € 335K, waarvoor een last was begroot van € 3.317K. Dus per saldo een positief verschil t.o.v. de bijgestelde begroting van € 3.652K. Onzekerheid neemt toe, 5 gemeente weet niet waar ze financieel aan toe is. Noodzakelijke investeringen worden mogelijk uitgesteld. Over welke bedragen hebben we het m.b.t. gemeentefonds en wat betekent dit voor welke investeringen?
Paragraaf 7 – Grondbeleid
Dit is aangepast in de gewijzigde versie van de jaarrekening. De term 'indexering' was niet juist.
Toelichting op de balans: Passiva / Overzicht mutaties reserves
Mondeling beantwoord in C&K
Toelichting algemene dekkingsmiddelen
De voordelige post van € 335K betreft het saldo van treasury. Gesaldeerd met de omvang van de budgettaire ruimte (die ook onderdeel vormt van dit taakveld) vormt dit het voordelig resultaat van €3.652K voordelig.
Algemene inleiding
Voor het gemeentefonds gaat het met name om jeugd en de effecten van de hervormingsagenda Van Ark. Voor de investering wordt verwezen naar paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing. In deze paragraaf staan de structurele risico's en nieuwe ontwikkelingen opgenomen. Voor al deze ontwikkelingen moeten nog besluiten worden genomen over de wijze van beheersing, inclusief een doorrekening van de Pagina 2 van 33
mogelijke (financiële) gevolgen voor de meerjarenbegroting.
12
Kern1 1
Samenwerking is geen doel op zich, maar moet meerwaarde opleveren. Met welke criteria wordt die meerwaarde getoetst?
7
Programma 1: Bestuur en regio
Er zijn momenteel geen expliciet vastgelegde toetsingscriteria; de meerwaarde wordt vooral in de praktijk beoordeeld op resultaat, voortgang en ervaren meerwaarde. Dit gebeurt impliciet via reguliere evaluaties, overlegmomenten en formele procedures zoals het vaststellen van zienswijzen. Het expliciteren hiervan zien we als een volgende stap in professionalisering. Ook zijn in de vorige bestuursperiode de speerpunten van Kaag en Braassem in de regio vastgelegd in de Regionale Agenda Kaag en Braassem.
Pagina 3 van 33
13
Kern1 1
Veel voorbeelden maar toch veel negatieve feedback m.b.t. partipatie bij diverse projecten. Is dit wel zo succesvol als geschetst? Wat wordt er gedaan om dit te verbeteren?
9
Programma 1: Participatie en communicatie
Het beeld dat projecten waarbij wordt geparticipeerd niet altijd succesvol of juist erg succesvol zouden zijn, vraagt om enige nuance. De meeste projecten raken tegenwoordig aan complexe (meervoudige) en soms gevoelige opgaven, waarbij belangen uiteenlopen en niet alle wensen tegelijk kunnen worden ingewilligd. Ook zit er wel eens verschil tussen verwachtingen van inwoners en de ruimte die er feitelijk is binnen beleid, wetgeving of financiële kaders. Wanneer die verwachtingen niet volledig op elkaar aansluiten, kan dit leiden tot teleurstelling, zelfs als het proces zorgvuldig is doorlopen. Verder zien we in de praktijk van participatietrajecten dat vaak een zogenaamd responsverschil optreedt: inwoners die ontevreden zijn, laten zich doorgaans nadrukkelijker horen dan inwoners die tevreden zijn of zich herkennen in het proces en de uitkomst. Participatie leidt daardoor niet altijd tot volledige tevredenheid bij iedereen, maar draagt in de praktijk vaak wel degelijk bij aan onder meer beter beleid, breder draagvlak en wederzijds begrip. Het is belangrijk om zowel de positieve ervaringen als de kritische signalen serieus te blijven nemen en daarvan te blijven leren. De ambtelijke organisatie van de gemeente Kaag en Braassem probeert dat te doen op verschillende manieren. De meest recente en verregaande manier is wat we verstaan onder het rolzuiver handelen en denken.
Daarmee wordt bedoeld dat we als ambtelijke organisatie - voordat we beginnen met een project, taak of verantwoordelijkheid - eerst goed nadenken over de vraag: wat is onze rol hier? Bij het beantwoorden wordt onderscheid gemaakt tussen de vier rollen die terug te vinden zijn in de Omgevingsvisie (hoofdstuk 1 - inleiding). Het structureel en op gezette tijden afvragen en vervolgens ook zuiver handelen op basis van deze verschillende rollen zou ertoe moeten leiden dat de kans op verwachtingen die uit elkaar liggen, kleiner wordt. Uit onderzoek en gesprekken met dorpen en inwoners heeft het er alle schijn van dat daar de sleutel zit voor wat betreft participatie: duidelijkheid, bij onszelf en ook buiten het gemeentehuis. Pagina 4 van 33
14
Kern1 1
Ondermijning is een toenemend probleem, ook in K&B. Er wordt ook regelmatig door het ministerie van J&V voor gewaarschuwd. Zijn genomen maatregelen voldoende en effectief ( gebleken )?
13
Programma 1: Veiligheid en handhaving
Ondermijning vormt een toenemend en complex vraagstuk, ook in Kaag en Braassem. De gemeente werkt hierbij samen met partners zoals de politie en het RIEC en zet onder meer in op toepassing van de Wet Bibob, (integrale) controles en het vergroten van bewustwording binnen de organisatie, evenals onder ondernemers en inwoners. Deze maatregelen hebben de afgelopen jaren bijgedragen aan een betere signalering van risico’s en een versterking van de informatiepositie. Tegelijkertijd ontwikkelt ondermijnende criminaliteit zich voortdurend, waardoor de aanpak blijvend moet worden aangepast en versterkt.
15
Kern1 1
16
Kern1 1
Er is gekozen voor 16 renovatie/herbouw van het gemeentehuis op de bestaande locatie. Is scenario nieuwbouw van de baan en wat waren de overwegingen voor deze keuze? Vindt u de ingevoerde 27 logiesbelasting terecht gezien het schrale aanbod in Kaag en Braassem?
Programma 1: Huisvesting
Programma 3 : Recreatie
Het is daarom niet mogelijk om in algemene zin te stellen dat de maatregelen “voldoende en definitief effectief” zijn. Wel is duidelijk dat de ingezette aanpak noodzakelijk is en bijdraagt aan bewustwording, samenwerking en vroegsignalering. Tegelijkertijd blijft verdere versterking van de integrale aanpak nodig om ondermijning effectief tegen te gaan. Daarbij is aanvullende investering in de keten van toezicht en handhaving van groot belang. Wij verwijzen graag naar het collegebesluit de dato 15 juli 2025 (inclusief bijlagen) en dan met name bijlage 1. Op 13 juli krijgt de nieuwe raad een overzicht van het proces tot op heden tijdens de C&K.
Het college heeft in opdracht van de gemeenteraad (via het raadsakkoord 2022-2026) een voorstel uitgewerkt om te komen tot de invoering van logiesbelasting. Dit betreft dus uitvoering van een raadsbesluit. Pagina 5 van 33
17
Kern1 1
Hoe worden de gemeentelijke 38 kostenontwikkelingen beheerst om de stijging van lokale heffinge beperkt te houden. K&B zit al aan de hoge kant ( 113% ) en stijgingen lijken door te zetten?
Paragraaf 1 Lokale heffingen
19
Kern1 1
Paragraaf 1 Lokale heffingen
20
Kern1 1
Overzicht belastingdomein. 39 Kunt u overzicht geven van de ontwikkeling in de laatste 3 jaar? Kunt u een indicatie geven van 43 de financiele impact van risico's die zich ( mogelijk ) voordoen op de middenlange en lange termijn en wat dat kan betekenen voor het weestandsvermogen?
21
Kern1 1
Op welk niveau bevindt zich het 43 integraal risicomanegement, is dat al voldoende geimplementeerd zodat ook niet financiele risico's ( bijv. Fraude ) kunnen worden gedetecteerd?
Het percentage van 113% is ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Dit gemiddelde wordt berekend nadat alle gemeenten hun begrotingen hebben aangeleverd. Dit maakt anticiperen op dit percentage erg lastig. Het percentage zelf komt tot stand door de woonlasten afvalstoffenheffing, rioolheffing (beide moeten kostendekkend zijn) en het OZB-tarief. Het OZBtarief is afhankelijk van de WOZ-waarde, waar de gemeente geen invloed op heeft. De gemiddelde WOZwaarde van een koopwoning lag in 2024 in onze gemeente hoger dan het landelijk gemiddelde. De omvang van de totale WOZ-waarde weegt mee in de uitkering die wij krijgen uit het gemeentefonds. Als bijlage is een overzicht toegevoegd van de inkomsten belastingdomein van 2023, 2024 en 2025.
Paragraaf 2 – Het weerstandsvermogen is primair bedoeld om risico’s Weerstandsop de korte termijn (korter dan één jaar) op te kunnen vermogen en vangen. Ontwikkelingen die zich op de (midden)lange risicobeheersing termijn gaan voordoen, moeten daarentegen via de begroting worden beheerst. In die zin zou er dan ook geen effect zijn op het weerstansvermogen. De financiële impact van de ontwikkeling op (midden)lange termijn worden momenteel inzichtelijk gemaakt en zal leidden tot het maken van keuzes. En die keuzes moeten weer passen binnen een sluitende begroting. Paragraaf 2 – In paragraaf 2 wordt verwezen naar paragraaf 5, waar Weerstandsdieper wordt ingegaan op het systeem van vermogen en risicomanagement en de stappen die daarin zijn gezet. risicobeheersing Daar staat ook beschreven dat wij jaarlijks een frauderisicoanalyse opstellen. Daarnaast besteden we binnen de verbijzonderde interne controle specifiek aandacht aan deze frauderisico’s door middel van Pagina 6 van 33
aanvullende controlewerkzaamheden. Tot op heden zijn er geen gevallen van fraude geconstateerd.
22
Kern1 1
23
Kern1 1
24
Kern1 1
U meldt een weestandsratio 46 van 10,3 wat prima is, maar structurele risico's en ontwikkelingen die gewoon bekend zijn en dus gaan komen zijn niet meegenomen in deze ratio. Hoe zou die er uit zien als ze wel worden meegenomen? Verduurzaming/renovatie 47 gemeentehuis, is hier een kostenraming van? IT-ontwikkelingen. Mede door 47 ontwikkelingen AI gaat dit bijzonder hard, maar er wordt m.i. weinig rekening mee gehouden in de meerjarenbegroting. Kunt u hier een reden voor geven en is hier aanpassing op te verwachten?
Paragraaf 2 – Zie ook beantwoording van vraag 20: het Weerstandsweerstandsvermogen is niet bedoeld om vermogen en (midden)lange-termijnrisico’s structureel mee op te risicobeheersing vangen. Deze risico’s en ontwikkelingen moeten worden verwerkt in een sluitende meerjarenbegroting, zodat de financiële effecten tijdig en structureel kunnen worden ingepast. Paragraaf 2 – Wij verwijzen graag naar het collegebesluit de dato 15 juli Weerstands2025 (inclusief bijlagen) en dan met name bijlage 1 voor vermogen en een globaal financieel overzicht op basis van de risicobeheersing massastudie. Op 13 juli krijgt de nieuwe raad een overzicht van het proces tot op heden tijdens de C&K. Paragraaf 2 – In de organisatie wordt AI in de vorm van Co-Pilot al Weerstandsgebruikt. In 2026 wordt er nader onderzoek uitgevoerd vermogen en naar een verdere implementatie van AI op specifieke risicobeheersing onderwerpen. Uit het onderzoek volgt een businesscase met bijbehorende kosten. Indien nodig zal hiervoor budget aangevraagd worden bij de raad.
Pagina 7 van 33
25
Kern1 1
Is de groei ( 2025 tov 2024 ) 61 van 9,8FTE niet heel fors en kunt u daar de noodzaak van uitleggen? Hoeveel inhuur is er in beide jaren geweest en wat waren de kosten daarvan?
Paragraaf 5 Bedrijsvoering
26
Kern1 1
Cyclus. Betekent de toetreding van 5 nieuwe gemeenten ook efficientie- en kostenvoordeel voor K&B en andere deelnemende gemeenten?
70
Ontwikkelingen verbonden partijen
27
Kern1 1
Resultaten van grondexploitaties zijn onderhevig aan grote schommelingen, jaarlijkse resultaten daardoor heel onzeker. Wat gaat hier mis? Is het beleid van de gemeente wel toereikend gezien de forse verliezen?
80
Paragraaf 7 Grondbeleid
28
Kern1 1
Waarom is bij de grondexploitatie Grietpolder de investeringskosten voor de verenigingen uit die exploitatie gehaald?
81
Paragraaf 7 Grondbeleid
De groei van 9,4 fte (2025 tov 2024) op basis van de aangepaste jaarrekening betreft de invulling van vacatures. In een aantal gevallen betreft dit de invulling van langer openstaande vacatures. De invulling past binnen de door de raad goedgekeurde formatie. Inhuur 2024 bedroeg € 3,086 mln.; inhuur 2025 bedroeg € 2,775 mln. De inhuur is niet direct in fte uit te drukken. De hoofdlijn is dat de inhuur wordt afgebouwd wanneer de vacature is ingevuld met een vaste medewerker. Cyclus geeft aan aan een efficiencyvoordeel te verwachten vanaf 2027. De hoogte hiervan is nog niet bekend. Dit betekent overigens niet dat de totale kosten voor de afvalinzameling en verwerking zullen dalen, aangezien er ook kostenverhogende elementen zijn, zoals de hoge brandstofprijs, de CO2 heffing en de verbrandingsbelasting. We hebben te maken met langjarige gebiedsontwikkelingen, waarbij allerlei verschillende ontwikkelingen van invloed kunnen zijn op afwijkingen. Gezien de schaal, omvang en looptijd van gebiedsontwikkelingen kunnen kleine afwijkingen vervolgens een groot effect hebben. Dit is inherent aan gebiedsontwikkeling. In 2025 hebben zijn er keuzen gemaakt die van invloed zijn op de resultaten.
Deze zijn echter niet volledig te wijten aan de onzekerheid in gebiedsontwikkelingen, maar zijn ook het gevolg van administratieve keuzen, zoals het splitsen van de voorzieningen in de grondexploitatie Grietpolder. Om verschillende administratieve redenen. De kosten van de investeringen in clubgebouwen en voorzieningen van verenigingen zijn geen kostensoorten die thuis horen in een grondexploitatie. Deze kosten dienen ook administratief op een andere manier (fiscaal) te worden verantwoord. Dit heeft geleid tot de splitsing ultimo 2025. Pagina 8 van 33
29
Kern1 1
Er is ten aanzien van borgstellingen een correctie van 561K toegepast op de beginbalans. Waarom zijn die borgstellingen afgegeven en vanwaar die correctie?
90
Jaarrekening
De borg-/garantstellingen waarop een correctie is toegepast op de beginbalans; betreft borg-/ garantstellingen die zijn afgegeven aan sportverenigingen en inwoners inzake hypotheken. Reden dat de borg-/garantstellingen hiervoor destijds zijn afgegeven is (zie toelichting in de jaarstukken blz 104) : Garantie sportverenigingen In het verleden stond de gemeente garant voor de leningen van sportverenigingen. Dat beleid is inmiddels aangepast. Met de maatschappelijk vastgoed lening kunnen verenigingen nu lenen tegen lasten die vergelijkbaar zijn met de gemeentelijke financiering (BNG). Garantie inwonershypotheken De gemeentegarantie was een garantie van een gemeente voor de hypotheekschuld van een woningeigenaar in de gemeente. Met ingang van 1995 is het stelsel van de gemeentegarantie vervangen door de Nationale Hypotheek Garantie. De regeling bestaat niet meer en dit betreft de hypotheken van vóór de nieuwe NHG. Reden dat er een correctie van 561k is toegepast op de beginbalans is (zie toelichting in de jaarstukken blz 90) : Uit de accountantscontrole 2024 is gebleken dat de gemeente borg/garant staat voor diverse partijen, waaronder sportverenigingen en inwoners inzake hypotheken; waarbij het saldo van de borg- en garantstelling per ultimo 2024 onvoldoende onderbouwd was.
Reden hiervoor is dat de Rabobank geen medewerking heeft verleend aan het verzoek van de gemeente om hier nadere informatie over te verstrekken; vanwege privacy redenen. Pagina 9 van 33
(zie pagina 10 voor de rest van de beantwoording) Ondertussen heeft de gemeente de sportverenigingen zelf benaderd voor benodigde informatie. Voor wat betreft inwoners inzake hypotheken waar de gemeente garant voor staat; gaat de gemeente uit van de ontvangen bevestigingen van banken/ Stater ten tijde van opstelling van de jaarrekening. Hiermee wordt voorkomen dat een aantal borg- en garantstellingen als onzeker aangemerkt worden door de accountant. Met een correctie in de beginbalans 2024 van € 561k, wordt de stand van de borg- en garantstellingen met terugwerkende kracht nu correct weergeven.
Pagina 10 van 33
30
Kern1 1
Wat zijn de totale verwachte verliezen op de bouwgrondexploitatie ( reserve en voorziening ) eind 2025 en in juni 2026?
99/ 100
31
Kern1 1
Is er een overzicht van bedragen ( afzonderlijk en totaal ) van de niet uit de balans blijkende verplichtingen?
104/ 105
32
Kern1 1
Hoe groot is het ( verwachte ) bedrag wat de gemeente nu moet bijstorten voor verplichte deelname in het eigen vermogen van de VOF Braassemerland?
Jaarrekening Toelichting op de balans: Passiva
Dit volgt uit Paragraf 7 van de jaarrekening, pagina 81 en 84. Totale benodigde voorziening vanwege verliesgevende grondexploitaties betreft EUR 6,9 mio. Totale reserve is 3,86 mio. Dit betreft een deel risico reserve voor grondexploitaties en deel specifieke reserveringen. Jaarrekening Bedrag jaar t Bedrag jaar t-1 Niet uit de Borg- en garantstellingen 53.496.000 56.576.000 balans blijkende Overige NUBBV 15.842.027 20.016.110 verplichtingen Totaal
105
69.338.027
76.592.110
Zie bijlage voor samenstelling overige NUBBV 2025. Jaarrekening Voor de gebiedsontwikkeling Braassemerland is een Niet uit de liquiditeitsprognose opgesteld. Deze prognose dient als balans blijkende basis van de te verwachten bijstortingen. verplichtingen Periodiek wordt deze prognose geactualiseerd op basis van feitelijke uitgaven en werkelijke voortgang van de gebiedsontwikkeling. Op basis hiervan worden dus ook de benodigde stortingen en terugstortingen geactualiseerd. Voor 2026 is de verwachting dat circa EUR 5,4 miljoen moet worden gestort. Afhankelijk van de voortgang van andere werkzaamheden en kosten zullen deze stortingen na verkoop gronden in 2027 grotendeels weer terug worden ontvangen. Grondexploitatie Braassemerland is budgetneutraal, wat inhoudt dat alle stortingen uiteindelijk weer terug worden gestort. Over de stortingen ontvangt de gemeente een rente.
Pagina 11 van 33
33
Kern1 1
34
Kern1 1
Loopt de gemeente het risico dat de financiële impact uit de langlopende verplichtingen groter is dan de bedragen die opgenomen zijn onder de niet uit de balans blijkende verplichtingen? Wat is de oorzaak van de niet voorziene stijging van plankosten Braassemerland?
105
Jaarrekening Niet uit de balans blijkende verplichtingen
Langlopende verplichtingen zijn gebaseerd op overeenkomsten. In de regel zijn de lasten bekend. In paragraaf 2 weerstandsvermogen en risicobeheersing is weergegeven welke risico’s de gemeente loopt bij een aantal gemeenschappelijke regelingen.
Mondeling gesteld in C&K
Vanwege alle ontwikkelingen die spelen rond de gebiedsontwikkeling Braassemerland is er sinds 2025 opgeschaald in de gemeentelijke inzet, begeleiding van deze gebiedsontwikkeling. Op dit moment ligt enerzijds de focus op de afronding, voorbereiding en uitvoering van fasen (1 tot en met 5) en anderzijds op de planontwikkeling van de komende fasen (7 tot en met 11). Ook wordt voorzien dat de gebiedsontwikkeling een langere doorlooptijd en dus langer inzet benodigd zal hebben. Dat heeft geleid tot hogere raming van plankosten. Deze kosten landen in de gemeentelijke grondexploitatie Braassemerland. De verwachting is wel dat nadat de planontwikkeling van fase 7 tot en met 10 is afgerond er een afbouw kan plaatsvinden van inzet. Tot die tijd zal de benodigde begeleiding vanuit de gemeente hoog blijven.
Pagina 12 van 33
35
36
D66
Hoe verhouden de kosten voor Jeugdzorg in Kaag en Braassem zich tot de kosten in andere gemeenten, waarbij de ene casus logischerwijs duurder is dan de andere?
Groep Wanneer wordt de Moore overeenkomst gesloten met n EMM waarbij de verantwoordelijkheid van de kunstgrasvelden wordt overgedragen naar de vereniging? Waarom is dit nog niet gebeurd? Gaan bij EMM dezelfde uitgangspunten gelden als bij de overige verenigingen?
Mondeling gesteld in C&K
Het is inderdaad belangrijk te erkennen dat jeugdzorgkosten per casus sterk kunnen variëren, afhankelijk van de complexiteit en intensiteit van de zorgbehoefte. Ook is het een gegeven dat 1 of meerdere gezinnen met zeer complexe zorgvragen in een (kleinere) gemeente als Kaag en Braassem direct (zichtbare) impact hebben op de omvang van de totale kosten jeugdzorg. Het afgelopen jaar heeft Kaag en Braassem te maken met een aanzienlijk aantal (grote gezinnen, gezinnen met 4-8 kinderen) met zeer complexe en zware casuïstiek. Dit zijn gezinnen waar onder andere zeer intensieve ambulante (soms in combinatie met verblijf) specialistische zorg wordt ingezet. Met de inzet van deze intensieve zorgvormen, passend bij de zorgbehoefte maakt dat de kosten voor jeugdzorg in Kaag en Braassem aanzienlijk toenemen. In basis zijn kosten Jeugdzorg in Kaag en Braassem in grote mate vergelijkbaar met soortgelijke gemeenten. Echter gezinnen zoals hierboven beschreven maakt dat de kosten Jeugdzorg in Kaag en Braassem toenemen en in totaliteit dus negatief afwijken van vergelijkbare en omliggende gemeenten. Zoals in september 2025 is gedeeld, zijn de gesprekken met E.M.M. '21 eind 2025 opgestart. Deze gesprekken lopen nog in verband met de werkzaamheden en oplevering van het sportpark. Het doel is om de overeenkomst in 2026 af te sluiten.
Hierbij gelden dezelfde uitgangspunten als bij de overige verenigingen.
Pagina 13 van 33
37
Groep Ik ontvang graag de business Moore case van het zwembad RV? n
38
Groep Ik ontvang graag van fase 4 Moore sportpad het energie concept? n
39
Groep Ik ontvang graag de opgestelde Moore overeenkomst met WY Wonen n wat betreft de Skave Huse NW?
Er bestaat geen separate businesscase van het zwembad. Net als in de oude situatie draagt de gemeente de lasten van het gebouw. En net als in de oude situatie maakt het beheer en de dagelijkse exploitatie van het nieuwe zwembad onderdeel uit van de bedrijfsvoering van het Sportbedrijf. In de oorspronkelijke planvorming was het idee om alle gebruikers op het Sportpad energetisch aan elkaar te koppelen tot één integraal energieconcept. Dit werd intern aangeduid als 'fase 4', een informele werknaam voor het onderzoek naar dit gezamenlijke energieconcept. Bij de verdere uitwerkingen is steeds gebleken dat dit vanwege technische complexiteit en weten regelgeving niet haalbaar is. Elke gebruiker op het sportpad behoud of krijgt daarom een eigen energievoorziening die voldoet aan de geldende duurzaamheidseisen. Gebruikers die direct rondom Kineo zijn gesitueerd, zullen wel gedeeltelijk energie of warmte met Kineo delen. Het college heeft de samenwerkingsovereenkomst met WyWonen voor de Scheve Huisjes niet vastgesteld, vanwege een mogelijke koerswijziging van de nieuwe raad en het nieuwe college.
Pagina 14 van 33
40
Groep Ik ontvang graag het overzicht Moore van; n Aantal jeugdigen met jeugdhulp vanuit het lokale team op peildatum 2025 Aantal jeugdigen met specialistische jeugdhulp Aantal mensen met een bijstandsuitkering
Aantal jeugdigen met specialistische jeugdhulp - Peildatum 1 januari 2025: 322 actieve cliënten - Peildatum 1 januari 2026: 360 actieve cliënten
41
Groep Hoeveel kinderen zijn Moore thuiszitter geweest van school n in 2025?
42
Groep Wat zijn de kosten geweest Moore voor het innen van n logiesbelasting in 2025
43
Groep Graag uitleg waarom Moore grafrechten van 89810 naar n 130235 zijn gestegen?
De definitie van thuiszitter is een leerling die staat ingeschreven op school, maar tenminste 3 maanden achtereen geen onderwijs volgt. De belangrijkste oorzaak dat leerlingen langere tijd niet naar school gaan, zijn psychische problemen. Gedurende het schooljaar 2024/205 waren er bij bureau leerrecht 328 thuiszitters, waarvan 7 uit Kaag en Braassem. Deze kosten zijn meegenomen in de herziene Dienstverleningsovereenkomst Uitvoering Belastingtaken die in het eerste kwartaal van 2025 door zowel het college van Alphen aan den Rijn als Kaag en Braassem ondertekend is. Zoals in de achtergrondinformatie van het raadsvoorstel invoering logiesbelasting gemeld bedragen de structurele kosten voor de heffing en inning van logiesbelasting € 27.000,- (bij ongewijzigd beleid). De extra inkomsten ontstaan met name door verlenging van bestaande grafrechten (21K) en meer aankoop van graven dan in 2024 (8K). Het restant zijn diverse posten die iets hoger zijn in 2025 t.o.v. 2024.
Aantal jeugdigen bij het lokale jeugd- en gezinsteam: - Peildatum 1 januari 2025 aantal actieve cliënten 189 - Peildatum 1 januari 2026 aantal actieve cliënten 236 Aantal inwoners met een bijstandsuitkering: - Peildatum 1 januari 2025: 345 uitkeringsgerechtigden (278 uitkeringen) - Peildatum 1 januari 2026: 329 uitkeringsgerechtigden (265 uitkeringen)
Pagina 15 van 33
44
Groep Kwijtscheldingsbeleid; Moore Graag uitleg van de grote n verschillen 2025 tov 2024
Het gaat om het aantal aanslagbiljetten. In 2024 konden wij de aanslag Diftar niet combineren met de aanslagen gemeentelijke heffingen 2024. Dit kwam omdat Diftar achteraf werd opgelegd voor belastingjaar 2023. Softwaretechnisch kon dit niet. Met ingang van 2025 kon dit echter wel. Nu is de aanslag tegelijk opgelegd met de reguliere aanslagen over 2025. Dit betekent dus voor de kwijtscheldingen van Diftar, dat het in 2024 nog om dubbele aanslagbiljetten ging en voor 2025 inmiddels niet meer. De kwijtscheldingsbedragen zelf ontlopen elkaar niet zo heel veel.
45
Groep Waarom wordt het risico met Moore de zzp mensen niet geregeld? n
Sinds het moment dat de Belastingdienst is gestart met de handhaving van de Wet DBA, heeft de gemeente ingezet op het minimaliseren van alle risico’s rondom schijnzelfstandigheid. Zo wordt iedere vorm van inhuur verplicht getoetst aan de hand van negen vastgestelde criteria. Wanneer uit deze toetsing blijkt dat er een risico bestaat op schijnzelfstandigheid, schrijft het gemeentelijk beleid voor dat inhuur van zzp’ers niet is toegestaan. De naleving hiervan wordt periodiek getoetst via interne controles. In het kader van het convenant met de Belastingdienst vinden daarnaast regelmatig gesprekken plaats over de toepassing van de Wet DBA en de wijze waarop wij deze beheersen. Tot op heden hebben onze werkwijze en de uitgevoerde controles niet geleid tot discussie met de Belastingdienst. Tegelijkertijd geldt dat het weerstandsvermogen is bedoeld om mogelijke risico’s financieel op te vangen. Er blijft immers altijd een kans bestaan dat de Belastingdienst op enig moment, met terugwerkende kracht, anders oordeelt over onze beoordeling in een specifieke casus. Mocht dat zich voordoen, dan is het weerstandsvermogen beschikbaar om de financiële gevolgen daarvan op te vangen. Pagina 16 van 33
46
Groep Een toename van 208 bomen Moore in 1 jaar tijd, waar zijn die n bomen in 2025 geplant?
Onderhoud De toename komt met name door het opnemen in het kapitaalgoedere beheerareaal van de nieuwbouwwijken in n Roelofarendsveen (De Poelen en WestEnd).
47
Groep Een afname van 154 kolken, Moore waar zijn de kolken exact n verwijderd?
48
Groep Een toename van 8 gemalen, Moore wat is de reden dat de n gemeente 8 gemalen rijker is geworden? Groep Een toename van 104 Moore prullenbakken, waar zijn die n 104 prullenbakken extra geplaatst
Onderhoud Binnen de gemeente wordt waar mogelijk en gewenst kapitaalgoedere steeds vaker gekozen voor meer water retentie in n tegenstelling tot water afvoer. Een logisch gevolg is dat er dan minder kolken worden toegepast na een reconstructie. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de Drechtlaan in Leimuiden. Daarnaast is er in 2024 een nieuwe, geautomatiseerde wijze van tellen doorgevoerd die gelinkt is aan het beheersysteem. Hierdoor is het areaal scherper in beeld. Dat wil zeggen dat we steeds scherper in beeld hebben hoeveel kolken we echt hebben. Deze twee zaken bij elkaar verklaren de afname van het totaal. Onderhoud Dat komt door het overnemen van nieuwe woonwijken. kapitaalgoedere n
49
50
Groep Een stijging van 364 Moore lichtmasten, waar zijn die 364 n lichtmasten geplaatst?
Onderhoud De verklaring is tweeledig. Door oplevering van nieuwe kapitaalgoedere wijken is er spraken van autonome groei van het areaal. n Dat gaat om een klein aantal. Daarnaast is er in 2024 een nieuwe, geautomatiseerde wijze van tellen doorgevoerd die gelinkt is aan het beheersysteem. Hierdoor is het areaal scherper in beeld. Na een verbeter slag worden de ondergrondse containers nu beter meegenomen in de telling. Dat verklaart de hoge stijging. Onderhoud De verklaring is tweeledig. Door oplevering van nieuwe kapitaalgoedere wijken is er spraken van autonome groei van het areaal. n Dat gaat in het geval van lichtmasten om een wat groter getal. Fase 3 Braassemerland is daar een voorbeeld van. Daarnaast is er in 2024 een nieuwe, geautomatiseerde wijze van tellen doorgevoerd die gelinkt is aan het beheersysteem. Hierdoor is het areaal scherper in beeld. Pagina 17 van 33
51
Groep Waar zijn die extra 79 Moore speeltoestellen geplaatst in n 2025?
52
Groep Er is een afname van asfalt, Moore graag uitleg hoe dit kan? n
53
Groep Er is een afname van 52 Moore bruggen, graag uitleg bij welke n eigenaren deze bruggen zijn gekomen? Groep Wat is de reden dat de Moore aflossingen van 10894 (2025) n naar 6804 (2029) gaan met de wetenschap dat het krediet niet verminderd?
54
Onderhoud Zoals bij de vragen over de jaarrekening 2024 al is kapitaalgoedere aangegeven, zegt de hoeveelheid speeltoestellen niet n zoveel. Er kan op een verouderde speelplek een groot speeltoestel zijn weggehaald waar drie losse toestellen voor terug zijn gekomen (bijvoorbeeld verschillende speelaanleidingen of leeftijdsverschillen per toestel). We houden geen specifieke lijst bij met het exacte aantal speeltoestellen per locatie voor en na renovaties. Hier volgen een aantal voorbeelden: Er zijn verschillende locaties in 2025 gerenoveerd waarbij toestellen zijn bijgeplaatst ten opzichte van de oude situatie, zoals de speelplekken aan de Van Veenstraat in Oude Wetering en het Waterryck in Roelofarendsveen. Ook zijn er meerdere sport- en speeltoestellen bijgekomen door het project Gezonde Buurten in Leimuiden. Maar ook door de nieuwe speelplekken voortkomende uit woningbouw, zoals bijvoorbeeld aan de Mastweg in Leimuiden en de Glanswier in Roelofarendsveen. Onderhoud Dit past in de trend van het afwaarderen van wegen. Bij kapitaalgoedere reconstructies wordt het asfalt dan vervangen door n element verharding. Onderhoud Er in 2024 een nieuwe, geautomatiseerde wijze van kapitaalgoedere tellen doorgevoerd die gelinkt is aan het beheersysteem. n Gekoppeld met een ambtelijke inzet om de gegevens nog beter in het systeem te verwerken verklaart deze daling.
Voor wat betreft de langlopende financiering in de begroting wordt uitgegaan van fixe leningen voor de duur van 10 jaar (daar is de rentevisie ook op gebaseerd; cf treasurystatuut). Kenmerkend van dit soort leningen is dat deze niet tussentijds afgelost worden maar in een keer op vervaldatum. Reden waarom deze ook als zodanig opgenomen zijn in de meerjarenbegroting. Op de meerjarenbalans is zichtbaar dat de leningenportefeuille meebeweegt met de investeringen. Pagina 18 van 33
55
Groep 2025 335410 voordelig Moore 2024 40454 voordelig n Waar zit het verschil in?
56
Groep Vof Braassermerland; Moore Wat zijn de kosten geweest van n het rioleringsprobleem fase 1, 2 en 3?
60
Renteberekenin Het verschil betreft het totaal aan taakvelden toe te g en rekenen rente en de aan taakvelden toegerekende rente renteresultaat (renteomslag). Dit verschilt per jaar maar binnen de kaders van de wet- en regelgeving mag het rentomslagpercentage binnen een marge van 0,5% worden afgerond. Bij de begroting wordt geprobeerd meerjarig een zo stabiel mogelijke renteomslagpercentage te hanteren. Wijziging in investeringen; betekent wijziging in financiering; wijzing aan taakvelden toe te rekenen rente; en mogelijk wijziging aan het renteomslagpercentage. Het renteresultaat is groter in 2025 met name doordat investeringen ogv Kineo/Sportpad achterbleven; waardoor ook de financiering hiervoor; en feitelijk minder rentetoerekening nodig was dan aan de taakvelden is toegerekend (renteomslag). VOF Fase 1 en 2 wordt op dit moment nog voorbereid door de Braassemerland VOF. En ook betaald door de VOF. Fase 3 is recent uitgevoerd door de VOF, omdat dit in de herstelovereenkomst viel heeft de gemeente hier niet aan betaald. Tijdens het werk bleek er nog één probleem te zijn die niet in de herstelovereenkomst viel tussen Dura Vermeer en de VOF. De gemeente heeft er voor gekozen om dit toch te laten herstellen. Dit heeft €17.700 ex btw gekost.
Pagina 19 van 33
57
Groep Graag uitleg HR stijging van Moore 39000 Regionaal bureau n leerplicht Bijdrage regulier HR-stijging van 20000
Verbonden partijen
De bijdrage van Kaag en Braassem aan het Regionaal bureau leerplicht (RBL) wordt anders weergegeven in de jaarrekening van 2025 dan in de jaarrekening van 2024. In 2024 worden er in de Jaarrekening 2024 (p. 58) 3 aparte bijdragen aan Holland Rijnland weergegeven: de reguliere bijdrage, de bijdrage voor het RBL en daarnaast een losse jaarlijkse bijdrage aan een programma ter voorkoming van vroegtijdige schoolverlaters (VSV). In de jaarrekening 2025 (p.78) spreken we nog maar van 2 bijdragen (de reguliere en een bijdrage aan het RBL). De bijdrage aan het programma (VSV) wordt vanaf 2025 geïnd via de bijdrage aan het RBL en is dus in de jaarrekening 2025 niet meer apart opgenomen. Dit is een van de redenen dat de bijdrage aan het Regionaal bureau leerplicht hoger lijkt. Andere reden is dat op 20 december 2023 het Algemeen Bestuur van Holland Rijnland instemde met het voorstel om de formatie van het RBL op te hogen en zo meer in lijn te brengen met de formatierichtlijn voor leerplichtorganisaties. De structurele lasten hiervan worden gedekt uit een verhoging van de bijdrage van de aan het RBL deelnemende gemeenten met € 307.257. Dit bedrag is in 2025 (gedeeld naar omvang gemeente over de 11 deelnemende gemeenten) voor het eerst in rekening gebracht en is de andere verklaring voor de hogere bijdrage aan het RBL.
Daarnaast is de reguliere bijdrage aan Holland Rijnland over 2025 (tov 2024) conform de indexaties voor Loonen prijscompensatie verhoogd.
Pagina 20 van 33
58
Groep Waarom een stijging van Moore bijdrage als het eigen n vermogen is verdubbeld bij de omgevingsdienst West?
Verbonden partijen
59
Groep Bedrijfsvoeringsorganisatie Rijn Moore en Braassem n Graag uitleg van het verschil omvang vreemd vermogen
Verbonden partijen
2024 6831842 2025 1905106
Onderdeel van het eigen vermogen zijn enkele bestemmingsreserves, waaronder een reserve taakstelling. Deze taakstelling betreft een korting op het tarief aan de deelnemende gemeenten. De tarieven stijgen wel, maar minder snel als gevolg van de korting. De bestemmingsreserve is nodig om dit ook in de toekomst op te blijven vangen. Op pagina 65 is de tekst opgenomen van BVO naar centrumregeling in de jaarstukken 2025. Zie vergadering C&K 10 juni 2026. Sinds begin 2018 is de gemeenschappelijke regeling “Bedrijfsvoering organisatie (BVO) Rijn en Braassem” opgericht. Dit is het samenwerkingsverband tussen de gemeente Kaag en Braassem en de gemeente Alphen aan den Rijn dat zorg draagt voor de ICT-dienstverlening. Op 25 november 2024 heeft uw raad ingestemd met het opheffen van de gemeenschappelijke regeling per 31 december 2025. De BVO is overgegaan per 1 januari 2026 in een centrumregeling Alphen aan den Rijn. Dit vanwege de behoefte om de bestuurlijke last te verminderen en meer te gaan samenwerken op gebied van informatisering, automatisering en innovaties. Het grootste voordeel van een centrumregeling ten opzichte van een BVO is dat beslissingen sneller kunnen worden genomen, omdat het niet meer langs het BVO-bestuur hoeft. De gemeente Alphen aan den Rijn is de centrumgemeente en de gemeente Kaag en Braassem is regiogemeente.
De regiogemeente neemt de diensten af van de centrumgemeente Alphen. Dit is dan ook gelijk de reden waarom het vreemd vermogen sterk is afgenomen eind 2025 alvorens de BVO is opgeheven. Pagina 21 van 33
60
Groep BNG Moore Graag uitleg waarom n uitgekeerde dividend met meer dan een ton is gedaald?
Verbonden partijen
61
Groep Cyclus heeft een stijging in Moore resultaat van 2,198 000, wat is n de bijdrage van de gemeente aan cyclus?
Verbonden partijen
62
Groep Alliander - Graag uitleg van Moore daling dividend 357.000 n
Verbonden partijen
63
Groep Vof Braassermerland Moore Jaarrekening 2024 gaat over n 010123 en 311223 Jaarrekening van 2025 gaat over 1125 en 1126 Mis ik nu een jaar?
Verbonden partijen
De nettowinst van de BNG daalde in 2025 ten opzichte van 2024. Omdat de BNG een vast dividendbeleid hanteert (circa 50% van de nettowinst wordt beschikbaar gesteld voor dividend), daalde de omvang van het uitgekeerde dividend mee. Het resultaat betreft het saldo 2024 omdat de jaarstukken over 2025 nog niet beschikbaar zijn. De gemeentelijke bijdrage aan Cyclus bedroeg in 2025 (op basis van bevoorschotting) € 2,8 miljoen. Na nacalculatie (korting en vergoedingen) komt dit op € 2,6 miljoen. In 2024 ontving de gemeente naast het dividend over 2023 ook een interim dividend 2024. In 2025 is het reguliere dividend 2024 ontvangen en geen interim dividend 2025. In 2024 heeft Alliander aangegeven het dividendbeleid opnieuw te onderzoeken. In 2025 zijn gemeenten schriftelijk geïnformeerd over de uitkomst en is er een voorstel gedaan voor een dividendplafond. Alliander wil een groter deel van de winst herinvesteren in de energienetten en zo de behoefte aan relatief dure externe financiering beperken. Ondanks dat Kaag en Braassem niet voor dit voorstel heeft gestemd, is dit wel aangenomen (Kaag en Braassem bezit 0,46% van de aandelen). De jaarrekening 2024 gaat over het boekjaar 2024. Dus er zou geen jaar moeten ontbreken., Het is niet helemaal duidelijk waar deze vraag vandaag komt. Kunt u aangeven op welke paginanummer deze informatie heeft aangetroffen?
Pagina 22 van 33
64
65
66
67
68
Groep Hoe komt het dat het Moore maaibestek jaarlijks moet n worden bijgesteld/verkeerd wordt aangenomen door de gemeente? Groep Onderwijshuisvesting is in 1 Moore jaar 211000 duurder geworden, n graag uitleg waar deze stijging in zit?
Groep Het openbaar vervoer laat een Moore een stijging zien van 77000, n graag uitleg waar deze stijging door komt? Groep Graag kostenspecificatie van Moore media 528000 euro en wat is n de reden van daling kosten tov 2024? Groep Wat is arbeidsparticipatie en Moore wat is de reden van de stijging n in kosten 173000?
Het feit dat de prijs door de gemeente onjuist wordt ingeschat, berust naar onze mening op een onjuiste aanname. Uit de recente aanbesteding blijkt dat de door uw raad gereserveerde budgetten, gezien de huidige marktomstandigheden, niet langer toereikend zijn. In 2025 zijn er hogere kosten met name door het huren van tijdelijke units voor Kaskade (halverwege 2024 gestart) en hogere afschrijvingskosten. Hogere afschrijvingen komen door afboeking: de voormalige school locatie in Rijnsaterwoude - de Woudse Juffen was nog niet volledig afgeschreven, met verkoop van de Woudse Juffen moest de nog resterende boekwaarde worden afgeboekt naar NUL euro (maakt na verkoop geen onderdeel meer uit van materiële vaste activa). Dit betreft de noodzakelijke kosten voor het vervangen van de motoren van de veerpont naar Kaag Eiland. Dit betreft de gemeentelijke subsidie aan de Bibliotheek en de kosten voor Informatiepunt Digitale Overheid (IDO). De kosten in 2025 zijn lager ten opzichte van 2024 vanwege het terugvorderen van inrichtingskosten uit 2024. (Netto) arbeidsparticipatie is het percentage van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de beroepsbevolking. Daarnaast is arbeidsparticipatie de benaming van een van onze grootboeknummers. Ten opzichte van de bijgestelde begroting is er minder uitgegeven dan verwacht. Dit is waar we op sturen.
Als we kijken naar de algemene kosten zien we onder andere dat we in 2025 meer begroot hebben voor de re-integratie van inwoners, dus de begeleiding naar werk.
Pagina 23 van 33
69
D66
70
CDA
71
CDA
In het jaarverslag worden 69 zorgen geuit over personeelstekort en werkdruk. Bijvoorbeeld bij Publiekszaken. Ook wordt in de kadernota het risico van kosten voor inhuur benoemd. Daar tegenover staat dat jong afgestudeerden van MBO/HBO/WO aantoonbaar moeilijk aan de slag komen. Biedt de gemeente K&B werkervaringsplekken, stages en/of traineeships om deze jongeren op te leiden en ervaring te bieden? Vanaf 2025 is de 27 logiesbelasting ingevoerd. Uitgangspunt hierbij was dat de opbrengsten moeten worden geïnvesteerd aan recreatie; Vraag 1; Wat zijn de ervaringen met de logiesbelasting in 2025
Paragraaf 6 Verbonden partijen
Waar mogelijk (indien tijd en mogelijkheid is voor begeleiding) bieden wij mogelijkheden voor stages (bijvoorbeeld BBL), traineeships en werkervaringsplekken. We zijn een erkend leerbedrijf. Daarnaast is er de mogelijkheid tot detachering vanuit andere overheidsinstellingen om nieuwe medewerkers uiteindelijk bij ons in dienst te laten treden. Om concurrerend te zijn op de arbeidsmarkt krijgen bij onze werving en selectie indien mogelijk starters en kandidaten die (nog) niet aan het functieprofiel voldoen kansen om geselecteerd te worden op basis van competenties, tenzij bepaalde kennis of vakopleidingen noodzakelijk zijn. Medewerkers kunnen door opleiding en ervaring doorgroeien naar een volgende functie.
Logiesbelasting
Vraag 2; Wegen de ambtelijke kosten van inning in 2025 op tegen de opbrengsten (in de begroting 2025 staat een opbrengst van 38 K)
Logiesbelasting
Indien met deze vraag wordt bedoeld hoe de invoering van de logiesbelasting in de uitvoering is verlopen, kan worden geconcludeerd dat de nieuwe heffing goed is ingepast binnen het takenpakket van de organisatie. Sinds de invoering zijn er enkele vragen van ondernemers ontvangen over het doen van aangifte. Deze ondernemers zijn persoonlijk te woord gestaan en begeleid bij het aangifteproces. Wanneer de vraag betrekking heeft op de daadwerkelijke investeringen in recreatie vanuit de opbrengsten van de logiesbelasting, wordt verwezen naar de beantwoording van vraag 72. Deze kosten zijn meegenomen in de herziene Dienstverleningsovereenkomst Uitvoering Belastingtaken die in het eerste kwartaal van 2025 door zowel het college van Alphen aan den Rijn als Kaag en Braassem ondertekend is. Zoals in de achtergrondinformatie van het raadsvoorstel invoering logiesbelasting gemeld bedragen de structurele kosten voor de heffing en inning van logiesbelasting € 27.000,- (bij ongewijzigd beleid).
27
Pagina 24 van 33
Logiesbelasting is als ingroeimodel opgenomen in de begroting, de daadwerkelijke opbrengst logiesbelasting 2025 bedroeg € 58.442,-
72
CDA
Vraag 3; Hoeveel van de opbrengst 2025 is daadwerkelijk geïnvesteerd in recreatie?
27
Logiesbelasting
73
CDA
De dekking bedraagt 103%. Baten mogen de kosten niet overschrijden. Zie tekst onderaan blz. 39. Vraag 1 Wordt het teveel geïnde bedrag (ongeveer € 150K) komend jaar teruggegeven aan de burgers door de tarieven dan te verlagen?
38
Afvalstoffenheffing
In het raadsakkoord, bij het CUP 2.0 én bij het vaststellen van de verordening logiesbelasting heeft de raad als uitgangspunt genomen om de te verwachte opbrengsten te investeren in de recreatieve sector. In 2025 is in totaal € 58.442 aan logiesbelasting geïnd. De uitgaven gericht op recreatie bedroegen meer dan de ontvangen logiesbelasting. Onder meer is geïnvesteerd in Kaag en Braassem Promotie, inclusief bijdragen aan de Nationale Molendag, Nationale Monumentendag en Sailin, de realisatie en het onderhoud van recreatieve steigers, boerenlandpaden en het watertappunt in Leimuiden. Daarnaast is bijgedragen aan de deelname aan diverse initiatieven, zoals de Hollandse plassen, de fietspont Kaag, Historisch Actief en de Jeneverboom. Op grond van het BBV moet het incidentele overschot ingezet worden ten gunste van de kosten voor afvalinzameling. Voor de begroting 2027 moeten wij een nieuwe kostenonderbouwing & tariefberekening maken. Het is nu nog niet aan te geven of dit leidt tot een tariefsverlaging, omdat er, als gevolg van nieuwe verbrandingsbelastingen en CO2-heffingen sprake is van sterke kostenstijgingen. Wel dit dient dit bedrag ingezet te worden om voorziene kosten te reduceren.
Pagina 25 van 33
74
CDA
Vraag 2; Op welke wijze gaan we voorkomen dat wij teveel afvalstoffenheffing innen?
38
Afvalstoffenheffing
75
CDA
In 2025 is een voorziening 53 gevormd van € 223K. en Voorheen was deze post er 101 niet. Onlangs was er een bericht in het nieuws over de enorme kostenposten die er landelijk aan zitten te komen voor het onderhoud van de civiele kunstswekren. Op blz. 53 staat in de tabel bij civiele kunstwerken in de kolom 'Achterstallig onderhoud" nnb. Echter in de toelichting op blz. 54 saat dat het nieuwe beheerplan voor de jaren 20252029 in 2025 is vastgesteld. Ons inzins zou er hierom financiële duidelijkheid over het achterstallig onderhoude moeten zijn. Onze vragen; Vraag 1; In hoeverre houdt deze voorziening rekeng met de hoge toekomstige kosten?
Voorziening onderhoud civiele kunstwerken
Gemeenten moeten voor het bepalen van de hoogte van de afvalstoffenheffing vooraf (bij de begroting) een tarifering berekenen die kostendekkend is. Het BBV sluit incidentele meevallers niet uit en heeft hier regelgeving voor: overschotten dienen ofwel toegevoegd te worden aan een reserve/voorziening, of gebruikt te worden voor verwerking in het tarief. Wij zien dit overschot nu nog als incidenteel (deed zich in voorgaande jaren niet voor), maar nemen dit mee in de kostenonderbouwing voor volgend jaar. De voorziening (en het verloop van stortingen en onttrekkingen daarin) is gevormd op basis van het vastgestelde beheerplan. De doorrekening hiervan is gedaan over een periode van 25 jaar, maar het beheerplan zelf wordt om de 4 jaar geactualiseerd. Het BBV staat niet toe om in de voorziening een willekeurig bedrag op te nemen voor achterstallig onderhoud. Een dergelijk bedrag moet onderbouwd zijn. Zolang de kosten niet bekend zijn, mag hier geen reservering voor worden gemaakt in de voorziening. Dit moet worden meegenomen in de eerstvolgende actualisatie van het plan.
Pagina 26 van 33
76
CDA
77
CDA
Vraag 2; Wat is de invloed van het onderhoud aan de civiele kunstwerken de komende jaren op de begroting? Vraag 3; In hoeverre is er een goede beheersing van de kosten voor de civiele kunstwerken?
53 en 101 53 en 101
Voorziening onderhoud civiele kunstwerken Voorziening onderhoud civiele kunstwerken
Als bijlage is het financiële overzicht opgenomen wat onderdeel vormde van het raadsvoorstel in 2025. Deze consequenties zijn reeds in de meerjarenbegroting verwerkt. De beheersing van de kosten voor de civiele kunstwerken is in belangrijke mate geborgd in het vastgestelde Beheerplan Civiele Kunstwerken. Dit plan is tot stand gekomen na een complete inventarisatie en biedt een zo volledig mogelijk inzicht in de huidige en toekomstige onderhoudsbehoefte, waardoor kosten tijdig worden voorzien en gespreid. Hierdoor houdt de gemeente structureel zicht op de te verwachten uitgaven en kan zij hierop adequaat sturen. Door het beheerplan periodiek te actualiseren, wordt het bovendien mogelijk om prioriteiten te stellen en onderhoud planmatig uit te voeren, wat bijdraagt aan het voorkomen van onverwachte kosten en budgetoverschrijdingen.
Pagina 27 van 33
78
CDA
Welke maatregelen uit de Taskforce zijn in 2025 al zichtbaar en welke nog niet?
4344
Jeugdzorg
Naar aanleiding van de integrale analyse van de gespecialiseerde jeugdhulp in Holland Rijnland (KokxDeVoogd, januari 2025) hebben de 13 gemeenten besloten prioriteit te geven aan de uitvoering van de eerste twee maatregelenpakketten. Deze zijn gericht op versterking van de lokale regie, betere sturing op zorggebruik, beheersing van wachtlijsten en kosten, en de ontwikkeling van een toekomstbestendig zorglandschap. Inmiddels is een regionale programmadirecteur aangesteld en zijn diverse implementatieactiviteiten in gang gezet. Belangrijke onderdelen hiervan zijn de herijking van de regiovisie, de verduidelijking van de reikwijdte van de jeugdhulpplicht, de actualisatie van de gemeentelijke jeugdverordeningen, de invoering van het werken met beschikkingen en de verdere professionalisering van governance en programmasturing. Over de herijkte regiovisie en de aangepaste verordening heeft eind 2025 regionale besluitvorming plaatsgevonden. De gemeentelijke besluitvorming wordt in 2026 afgerond. Ten aanzien van het werken met beschikkingen is, na zorgvuldige afweging van verschillende uitvoeringsvarianten, de voorkeur uitgesproken voor een decentrale inrichting. In oktober 2026 wordt hiervoor een uitgewerkt inrichtingsontwerp verwacht ter voorbereiding op de implementatie. (zie pagina 29 voor de rest van de beantwoording)
Pagina 28 van 33
Daarnaast is in 2026 het Regionaal Uitvoeringsplan 2026–2027 vastgesteld. Hiermee wordt gewerkt aan zowel de continuïteit van de uitvoering als aan structurele verbeteringen, met focus op instroombeheersing, versterking van regie, actieve sturing op door- en uitstroom en de doorontwikkeling van het zorglandschap. Voor wat betreft de regie op lopende jeugdhulpvoorzieningen loopt Kaag en Braassem vooruit op de regionale ontwikkeling. In samenwerking met de SOZ wordt gewerkt aan de verdere uitwerking hiervan, waarbij de positionering van het Jeugd- en Gezinsteam in relatie tot de gespecialiseerde aanbieders nader worden verkend. In basis voeren de screeners vanuit het JGT Kaag en Braassem, regie op alle casussen waar gecontracteerd aanbod wordt ingezet. Daarnaast voert het JGT op basis van het dashboard van de SOZ, specifiek regie op meest kostbare en 18-/18+ casussen.
79
CDA
Hoeveel woningaanpassing > 50.000 euro zijn er in 2025 uitgevoerd?
43
WMO
Die zijn er in 2025 niet geweest.
Pagina 29 van 33
80
CDA
Welke contractuele afspraken met Tom in de Buurt en Driemaster beperken de financiële risico's?
43
WMO
De Driemaster ontvangt per jaar een vastgesteld subsidiebedrag (binnen de contractduur). Binnen de vastgestelde opgaven is dit het maximale bedrag waar zij de activiteiten voor kunnen organiseren. Overschrijding van het subsidiebedrag is een financieel nadeel voor De Driemaster, niet voor de gemeente. Dit is contractueel afgesproken. Tom in de Buurt ontvangt per jaar een lumpsumbedrag (binnen de contractduur). Ook dit is een maximumbedrag waar Tom in de Buurt de ondersteuning voor moet leveren. Overschrijding van het lumpsumbedrag is een financieel nadeel voor Tom in de Buurt, niet voor de gemeente. Bovendien zijn met de verlenging van Tom in de Buurt de lumpsumbedragen tot en met 2029 reeds vastgelegd (exclusief indexering), waardoor dit contractueel al is afgesproken voor de komende jaren. Voor beide partijen geldt dat we als gemeente in control blijven door regelmatig contractgesprekken te voeren. En daarnaast zijn er contractafspraken dat de partijen 2x per jaar een inhoudelijke en financiële verantwoording afleggen aan de gemeente. Hierdoor kunnen wij tijdig bijsturen indien dit noodzakelijk is.
Pagina 30 van 33
81
CDA
Dit instrument dragen we al 19 jaren uit als een groot succes. Op pagina 19 worden 62 geregistreerde personen genoemd. Dat vinden we op de (gevoelsmatige) grote zorgvraag niet echt veel. Op welke wijze wordt dit geregistreerd? Is er een mogelijkheid om dit beter te monitoren?
Welzijn op recept
82
CDA
Hoeveel jongeren < 27 jaar hebben een uitkering aangevraagd en wat is de meerjarige prognose?
Werk en inkomen
83
CDA
Zijn de maximale impacts 44 gebaseerd op historische feiten of expertinschatting?
19
Weerstandscapaciteit
Welzijn op Recept is een groot succes omdat deze interventie bijdraagt aan de beweging van zorg naar welzijn, die we niet alleen binnen de gemeente maar ook landelijk, willen maken. Totaal zijn er in 2025 82 mensen doorverwezen naar Welzijn op Recept. Ook zien we de aantallen onder de jeugdigen die worden doorverwezen naar Welzijn op Recept stijgen. De aantallen worden geregistreerd door De Driemaster. In 2026 ligt de focus op het versterken van de samenwerking met verwijzers. Zichtbaarheid en samenwerking zijn van invloed op de cijfers. Voor het verbeteren van de monitoring ligt een kans in de registratie via het zorgplatform VIPLive. Het doel is om alle aanmeldingen via VIPLive te laten verlopen vanuit de eerstelijnszorg. Naar verwachting zullen de doorverwijzingen de komende jaren nog toenemen vanwege de doorontwikkeling van Welzijn op Recept. In 2025 hebben 20 jongeren onder de 27 jaar een uitkering aangevraagd. In totaal ontvingen in 2025 34 jongeren onder de 27 jaar een uitkering. Van jongeren onder de 27 bestaat er geen officiële meerjarige prognose. Landelijk stijgt het aantal jongeren in de bijstand de afgelopen 3 jaar. Hier is is geen eenduidige reden voor, maar in ons eigen bestand zien we dat er bij nagenoeg alle jongeren sprake is van psychische of fysieke belemmeringen, of beide. Voor elk risico onderbouwen we de maximale impact waar mogelijk - met data.
Bij sommige risico’s, zoals de open-einderegeling, combineren we historische gegevens met expertinschattingen. Andere risico’s, zoals het geschil Grietpolderweg, kunnen uitsluitend op deskundige beoordeling worden gebaseerd. Wanneer een risico zich nog nooit heeft voorgedaan—zoals een cyberaanval—ontbreekt eigen historische data. In die gevallen gebruiken we, waar beschikbaar, Pagina 31 van 33
ervaringscijfers van andere gemeenten. De onderbouwing is dus per risico afhankelijk, waarbij het streven wel is om deze te baseren op data en expertinschattingen.
84
CDA
Welke projecten lopen het grootste risico op overschrijding en welke middelen hebben we om overschrijding te voorkomen?
Bouwkosten
Het is niet eenduidig vast te stellen welke projecten het grootste risico lopen op overschrijding. Dit hangt sterk samen met externe factoren, waaronder (geo)politieke ontwikkelingen, die moeilijk te voorspellen zijn. Wel wordt er zorgvuldig voorbereid met aandacht voor risico’s, via goede planning, risicomanagement en continue monitoring. Waar mogelijk treffen we beheersmaatregelen, maar volledige voorspelbaarheid is niet realistisch.
85
Kern1 1
Wat willen ondernemers en 32 gemeente bereiken met het EOP en heeft dit al resultaten opgeleverd voor ondernemers?
Programma 3 : Economie en bedrijventerrein en
De intensieve samenwerking tussen het EOP en de gemeente zorgt voor korte lijnen, waardoor de gemeente snel weet wat er speelt en waarop geacteerd kan worden. Zo dragen de ondernemers samen met de gemeente bij aan een goed ondernemersklimaat. Dit vertaalt zich in samenwerkingen zoals het organiseren van bijvoorbeeld de Banenmarkt, maar ook in de totstandkoming van een standplaatsenbeleid, iets wat een uitgesproken wens van het EOP is. Ook op regionaal niveau heeft de samenwerking haar vruchten afgeworpen, zoals bij de lobby richting de provincie om verdere ontwikkeling van bedrijvenpark A4 mogelijk te maken. Zonder de inzet van onder andere het Pagina 32 van 33
EOP was dit een stuk lastiger geweest. Het uiteindelijke doel is om meer ruimte te creëren voor onze eigen lokale ondernemers.
Pagina 33 van 33