Beantwoording vooraf gestelde vragen (V&A) inzake Lokale energiestrategie Kaag en Braassem
Tekst van het document
Vooraf gestelde vragen Vergadering d.d. Soort vergadering Nummer agendapunt Titel agendapunt
: maandag 27 mei 2024 : Visie en Advies :6 : Lokale energiestrategie Kaag en Braassem.
Datum: Fractie: Vraag 1: Klopt het dat buurgemeente Alphen ervoor gekozen heeft om niet te gaan voor grootschalige windturbines maar voor kleine max 15 meter? 27 mei Mooi Waarom kiest het college hier ook niet voor? 2024 K&B Heeft het college berekend hoeveel kleine molens er nog geplaatst kunnen worden in K & B en hoeveel opwek kunnen we daarmee realiseren? Deelt het college de mening van Mooi K & B dat hier een grotere draagvlak onder de inwoners voor is en daarmee het aantal zienswijzen nihil zal zijn? Antwoord: De gemeente heeft zich, via de RES Holland Rijnland, verbonden aan de doelstelling om in 2050 een energie neutrale regio te worden. Alphen a/d Rijn heeft dit ook gedaan. Zij hebben een duurzaamheidsprogramma opgezet waarbij ook wordt gestreefd naar energieneutraal worden. Dit kan niet met alleen kleine molens van max. 15 meter. De opwek moet komen van zonnepanelen op grote daken, zonnevelden en windturbines. Zonnepanelen op kleine daken, erfmolens, powernest enz. tellen niet mee voor het RES-bod maar helpen uiteraard wel in het energieneutraal maken van de gemeente en de regio. Bovendien helpt het individuele inwoners en ondernemers in het verduurzamen van hun individuele energieverbruik. De gemeente wil dan ook via energiecoaches inzicht blijven bieden in de mogelijkheden tot het plaatsen van zonnepanelen en erfmolens.
Specifiek voor erfmolens wil de gemeente het voor agrariërs mogelijk maken om ook grotere erfmolens (tot 25m hoogte) op hun erf te plaatsen. Voorwaarden waaronder moet nog wel door uw raad worden vastgesteld.
Datum: Fractie: Vraag 2: Als de voorkeur voor windturbines langs de N 207 is, waarom dan 27 mei Mooi toch langs de a4 als zoeklocatie aan te wijzen? 2024 K&B Antwoord: In het voorkeursscenario zijn 3 zoekgebieden voor wind aan gegeven. Niet alle zoekgebieden zijn nodig om de opwekdoelstelling te realiseren. De doelstelling van 1 tot 2 windturbines kan al in een van de zoekgebieden gerealiseerd worden. Toch zijn er meerdere zoekgebieden in het scenario benoemd, indien het niet lukt om opwek in een zoekgebied te realiseren dan zijn er alternatieven beschikbaar. 1
Datum: Fractie: Vraag 3: Welke braakliggende gronden in eigendom gemeente zijn bestemd en 27 mei Mooi geschikt geacht voor zonnepanelen in K&B? 2024 K&B Antwoord: Dat is nog niet bekend. Wij zijn aangehaakt bij het traject met Rijkswaterstaat om te onderzoeken welke gronden, in eigendom van o.a. de gemeente, Staatsbosbeheer, waterschap en eventuele rijksgronden geschikt zijn en hoeveel hier kan worden opgewekt. (Opwek Elektriciteit op Rijksgronden (OER)).
Datum: Fractie: Vraag 4: Hoe gaat dit alles gefinancierd worden, wie zijn hier verantwoordelijk voor en is er een subsidiepot, graag een toelichting hierover? 27 mei Mooi 2024 K&B Antwoord: Niet duidelijk is wat vraagsteller met “dit alles” wordt bedoeld. Als wordt bedoeld: de aanleg van de windturbines en zonnevelden dan ligt de verantwoordelijkheid bij de eventuele exploitant.
Inzake vragen 5 t/m 9: Bij agendapunt 6 (LES) van de V&A van komende maandag heb ik vanuit SvKB een aantal vragen die ik zal stellen. Deze noem ik hieronder om u in de gelegenheid te stellen u voor te bereiden en/of deze schriftelijk te beantwoorden. Datum: Fractie: Vraag 5: Op blz 1 van het raadsvoorstel wordt uitgegaan van 11% CO2 besparing op mobiliteit en in het LES-rapport valt te lezen dat dit autonoom is. 27 mei SvKB 2024 Verwacht het college dat onze gemeente hier nog een actieve bijdrage aan gaat leveren en zo ja, waar zal dan op worden ingezet? Antwoord: De gemeente wil bewustwording vergroten en gedragsverandering stimuleren maar de overstap naar elektrisch vervoer blijft een individuele keuze die inwoners of bedrijven zelf maken. Zie voor mogelijke maatregelen verder bijlage 3 LES (bv. verbeteren van laadinfrastructuur, stimuleren deel auto gebruik).
Datum: Fractie: Vraag 6: Op blz. 1 van het raadsvoorstel worden braakliggende gronden en 27 mei SvKB restruimte genoemd zonder dat daarbij de verwachte opwek wordt vermeld. 2024 Op de kaart in het rapport zijn die gronden en ruimten ook niet duidelijk vermeld. In de LES-bijeenkomst van Holland Rijnland (24 april jl.) maakte de aanwezige landschapsarchitect ons bewust van het feit dat de huidige snipperinvulling 2
met zonnepanelen relatief weinig energie oplevert. De verrommeling van de omgeving en het gevoel dat er overal zonnepanelen liggen is daarentegen wel heel wezenlijk. Kan het college concreter worden over locaties, oppervlak en verwachtte opbrengst? Antwoord: Nee dat kunnen we niet. Wij zijn aangehaakt bij het traject met Rijkswaterstaat om te onderzoeken welke gronden, in eigendom van o.a. gemeente, Staatsbosbeheer, waterschap en eventuele rijksgronden geschikt zijn en hoeveel hier kan worden opgewekt. (Opwek Elektriciteit op Rijksgronden (OER)).
Datum: Fractie: Vraag 7: Op blz 1 van het raadsvoorstel staat de zinsnede “…in overleg met 27 mei SvKB andere partijen … onderzoeken waar mogelijkheden liggen binnen hun 2024 ruimtelijke beleid” Aan welke restricties behalve de hoogte van windturbines valt te denken en zijn deze restricties niet al meegenomen bij de LES? Antwoord: Met het rijk omdat zij het principe aanhouden geen zonneweides en -parken op landbouw- en natuurgronden toe te staan De provincie: ruimtelijk beleid mbt wind in het Groene Hart. Gaandeweg het proces van de LES heeft de provincie het signaal gegeven het ruimtelijk beleid te willen versoepelen. Liander: plannen voor duurzame opwek moeten binnen de capaciteit van het elektriciteitsnetwerk passen. Volgens de net-impactstudie is het voorkeursscenario inpasbaar maar blijft afstemming nodig.
Datum: Fractie: Vraag 8: Op blz 5 van het raadsvoorstel worden aantallen windmolens 27 mei SvKB genoemd van 3-5 en in de presentatie op de inwonersavond 1-2 (5,6 MWh). Er 2024 wordt dus van verschillende typen (hoogten) uitgegaan. Waarom werd bij de presentatie van de grote/hoge variant uitgegaan waarbij te verwachten is dat dit door Schiphol niet mogelijk is? Antwoord: Dit is niet op voorhand uit te sluiten. We zijn uit gegaan van de maximale variant (5,6 MW) omdat dit het meeste rendement oplevert. Overleg is dan wel nodig met Schiphol. De uiteindelijk te realiseren hoogte zal nav dit overleg moeten worden bepaald. De hoogtebeperking van Schiphol = 146m NAP Als er geen ontheffing mogelijk is, dan kunnen de zoekgebieden wind worden ingezet met een lager type. Als uit wordt gegaan dat we de doelstelling (0,09 TWh) willen realiseren met zon- en wind (50/50 verdeling), dan komt het neer op 6-7 windturbines van 2 MW. 3
Datum: Fractie: Vraag 9: Op blz 6 van het raadsvoorstel wordt betrouwbaarheid van 95% en 27 mei SvKB een foutmarge van 4,93% genoemd bij het inwoneronderzoek. 2024 Welke statische of onderzoek methodiek liggen ten grondslag aan deze cijfers? Antwoord: Moventem heeft de vragenlijst over de concept LES gemaakt en de resultaten geanalyseerd. Zij geven de volgende uitleg over de betrouwbaarheid en nauwkeurigheid: Betrouwbaarheid Elke steekproef geeft afwijkingen ten opzichte van de werkelijkheid, maar de uitkomsten moeten een zo goed mogelijk beeld geven van de populatie. In kwantitatief onderzoek is het gebruikelijk om te spreken van een statistisch betrouwbaar verschil, als de afwijking zo groot is dat deze niet door toeval wordt veroorzaakt. Het betrouwbaarheidsniveau is gedefinieerd als 1 (100%) minus het significantieniveau. Het is gangbaar uit te gaan van een significantieniveau van 5%. Dan is er sprake van een betrouwbaarheidsniveau van 95%. Dat wil zeggen dat, als het onderzoek op dezelfde wijze en op hetzelfde moment zou worden herhaald, de uitkomsten in 95% van de gevallen hetzelfde beeld zouden geven. Nauwkeurigheid De nauwkeurigheid (uitgedrukt in foutmarge) geeft het gebied van waarden aan, waarbinnen de werkelijke waarde in de populatie ligt.
Een foutmarge van bijvoorbeeld 5%, betekent dat de werkelijke waarde van de totale populatie 5% hoger of lager kan liggen dan de waarde van de steekproef. Concreet: indien een onderzoeksuitkomst van de steekproef aangeeft dat 50% van de respondenten een rapportcijfer 8 geeft voor een bepaald aspect, dan ligt dit percentage in werkelijkheid maximaal 5% boven of 5% onder deze 50%, ofwel tussen de 45% en 55%. Een foutmarge van 5% is gangbaar en algemeen geaccepteerd bij (statistisch) kwantitatief onderzoek. Met het omvangrijke aantal respondenten dat heeft deelgenomen (387) kunnen met 95% betrouwbaarheid en 4,93% nauwkeurigheid uitspraken worden gedaan op een algemeen niveau.
4