Beantwoording vooraf gestelde vragen (V&A) inzake bestemmingsplan Westeinde 25 Leimuiden (agendapunt 7 hoorzitting)
Tekst van het document
Vooraf gestelde vragen door raadsleden Vergadering d.d. Soort vergadering Nummer agendapunt Titel agendapunt
: 8 april 2024 : V&A (Hoorzitting) :7 : Bestemmingsplan 'Westeinde 25, Leimuiden'.
Datum: Fractie: Vraag 1: 4 april Mooi Mooi Kaag en Braassem ontvangt graag de schriftelijke reactie van de provincie 2024 K&B omtrent dit plan. Antwoord: Bijgaand een mailwisseling tussen de behandelend ambtenaar en onze contactpersoon bij de provincie Zuid-Holland. Daarnaast is het plan nog formeel voorgelegd aan de provincie op de gebruikelijke manier d.m.v. het invullen van een e-formulier, zowel in de vooroverlegfase als in de ontwerpfase. Uit de mailwisseling blijkt al dat de provincie geen belemmeringen voorzag en dit wordt nog eens bevestigd door het feit dat er geen reactie is gekomen op het ingediende e-formulier en er geen zienswijze is ingediend door de provincie.
Datum: Fractie: Vraag 2: 5 april SvKB 2024 Waarom zouden we als gemeente Kaag en Braassem toestaan om op deze plek een woning te laten bouwen in de polder? Antwoord: Het perceel ligt op de grens van het bestaand stads- en dorpsgebied. De woning sluit aan op het lint en maakt feitelijk dit cluster aan bebouwing af. Zoals ook aangegeven in de nota van beantwoording zienswijzen ligt het niet voor de hand om na deze woning oostelijker nog meer woningen toe te staan.
Datum: Fractie: Vraag 3: 8 april Mooi 2024 K&B Uit welke gesteld beleid blijkt dat het invoegen van een woning passend is met agrarische bestemming? Antwoord: Een woning toevoegen binnen een agrarische bestemming is niet passend, 1
daarom wordt er een bestemmingsplanwijziging voorgesteld.
Datum: Fractie: Vraag 4: 8 april Mooi 2024 K&B Waaruit blijkt met welke argumentatie met het toevoegen van een woning ruimtelijk gezien maakt het buurtschap af? Antwoord: Stedenbouwkundig gezien sluit de woning aan bij het bestaande lint aan de zuidzijde, het ritme wordt doorgezet. Daarnaast wordt er aangesloten bij de zes recreatiewoningen die hier gerealiseerd zijn. De oostelijke grens van de bouwkavel ligt gelijk met die van het recreatieperceel.
Datum: Fractie: Vraag 5: 8 april Mooi Uit het e-formulier; 2024 K&B 1. U geeft aan dat u een e-formulier ingevuld hebt en verstuurd, uit het e formulier staat bij plan opsturen nee, graag uitleg? 2. Graag motivering waarom dit bij kopje ruimtelijke kwaliteit inpassen is? 3. Waarom bevat dit plan ruimte voor ruimtelijke ontwikkelingen, immers het heeft de bestemming agrarisch en er wordt niets gesaneerd? 4. Waarom komt dit plan nu pas naar de raad? Principeverzoek dateert van 2020, mailwisseling met provincie is van 2021. 5. Hier wordt gesproken van art 6.9, bij Oudendijk van 7.3.7, wat is het verschil? Antwoord: 1. Het e-formulier wordt wel ingestuurd, maar de conclusie van het eformulier is dat het plan zelf niet opgestuurd hoeft te worden. 2. De ontwikkeling sluit aan bij de gebiedsidentiteit en voegt zich naar de bestaande structuur. 3. Het plan biedt ruimte voor (lees: betreft) een (ruimtelijke) ontwikkeling. De interpretatie dat het hier om een vraag omtrent de ruimte voor ruimteregeling zou gaan is onjuist. 4. Vooral een vraag aan de initiatiefnemer. Wat bij ons bekent is, is in ieder geval dat initiatiefnemer in de tussentijd nog meerdere plannen heeft overwogen (twee woningen, recreatiewoningen, etc.), dus dat zal in ieder geval een vertragende factor zijn geweest. 5. Wat bedoeld wordt met deze vraag is onduidelijk.
Artikel 6.9 verwijst in ieder geval naar de provinciale verordening.
2
Datum: Fractie: Vraag 6. 8 april Mooi 2024 K&B Waarom vermeld u niet aan de provincie dat het plan buiten de rode contour ligt? Antwoord: Omdat die vraag in het formulier pas aan de orde komt als er sprake is van twaalf woningen of meer. In dit geval hoeft de Ladder voor duurzame verstedelijking niet doorlopen te worden.
Datum: Fractie: Vraag 7: 8 april Mooi 2024 K&B Waarom is dit plan volgens u geen precedentwerking? Antwoord: Als gevallen één op één vergelijkbaar zijn, dan pas is er sprake van precedentwerking. Dat zal in de meeste gevallen niet aan de orde zijn. Mochten gevallen wel vergelijkbaar zijn, dan is het wat het college betreft ook niet per se een onwenselijke precedentwerking.
Datum: Fractie: Vraag 8: 8 april Mooi 2024 K&B Waarom werkt u aan dit plan mee met de wetenschap dat in augustus 2023 Kerklaan wel ruimte moest bijkopen voor een woning? Antwoord: Kerklaan 51-51a betrof een ruimte voor ruimte-regeling en daar is geen ruimte bijgekocht. Een ander plan waarbij ‘ruimte’ is bijgekocht van de Kerklaan, is het plan Vriezekoop 75. Dat betrof het bouwen van een woning aan de Vriezekoop. Beide locaties waren niet in aansluiting op het bestaand stads- en dorpsgebied en dus niet vergelijkbaar.
3