CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording vooraf gestelde vragen (V&A) inzake bestemmingsplan Regenboogweg Nieuwe Wetering

Gemeenteraad 17 juni 2024, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Regenboogweg, Nieuwe Wetering’.3.377 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vooraf gestelde vragen door raadsleden Vergadering d.d. Soort vergadering Nummer agendapunt Titel agendapunt

: 15 mei 2024 : Hoorzitting :7 : Bestemmingsplan ‘Regenboogweg Nieuwe Wetering’.

Datum: Fractie: Vraag 1: 8 mei D66 Hoe zag volgens u het plangebied er in 2004 en 2009 uit, de jaartallen 2024 waarnaar u verwijst als ‘toen werd er al een optie tot bouw genomen met de collegewijzigingsbevoegdheid’ en in 2006, toen de provinciale contour gewijzigd werd om het met oog op eventuele bebouwing ooit in bestaand dorpsgebied te laten vallen? Antwoord: Het plangebied bestond in 2006 uit grasland. In 2009 bestond het gebied uit jonge aanplant van bosplantsoen. Dit bosplantsoen is 2007/2008 aangeplant. Zie hiervoor ook de beantwoording onder 2.1 waar verklaard wordt waarom er aanplant heeft plaatsgevonden ondanks dat er woningbouw was/is voorzien. Zie ook de luchtfoto’s in de bijlage.

Datum: Fractie: Vraag 2: 8 mei D66 en Heeft er op enig moment sinds 2009 vanwege de intussen plaatsvindende 2024 CDA natuurontwikkeling en gebruik van De Bult voor recreatie een heroverweging plaatsgevonden bij de gemeente of de optie tot bouw in het bestemmingsplan nog wel passend was? Zo ja, op graag nadere duiding daarvan. Zo nee, hoe worden locaties met een aanwijzing in de verre geschiedenis voor ontwikkeling getoetst op hun actuele geschiktheid?

Antwoord: In het bestemmingsplan Nieuwe Wetering is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen, waarmee de gemeenteraad zich heeft uitgesproken voor woningbouw op deze locatie. Dit in de wetenschap dat er op dat moment aanplant van groen heeft plaatsgevonden. Het is een weloverwogen keuze geweest om binnen de HSL/A4 compensatiegronden deze locatie voor woningbouw aan te wijzen. Sindsdien heeft er geen heroverweging plaatsgevonden, ook niet bij de jaarlijkse vaststelling van de grondexploitatie.

1

Datum: Fractie: Vraag 3: 8 mei D66 2024 Wie heeft het initiatief genomen te komen tot nu voorliggende bouwplan: de gemeente of MeerWonen? Antwoord: De gemeente heeft een verantwoordelijkheid voor het realiseren van 30 procent sociale woningbouw binnen (gemeentelijke) projecten. Kavel 5 maakt onderdeel uit van de grondexploitatie Nieuwe Wetering Noord welke jaarlijks wordt vastgesteld door de gemeenteraad. MeerWonen heeft vervolgens het initiatief genomen om daaraan invulling te geven.

Datum: Fractie: Vraag 4: 8 mei D66 2024 Welke locaties in andere kernen zouden – naast de herontwikkeling van enkele straten in Roelofarendsveen en het project aan Floraweg 8b - in potentie ingezet kunnen worden voor sociale huurwoningbouw of voor tijdelijk woningen ter ontlasting van de woningnood als gemeente en provincie daar groen licht voor zouden geven? Antwoord: Er is een aantal locaties, zoals de dierenweide in Hoogmade en de IKContwikkeling in Woubrugge waar sociale woningbouw gerealiseerd gaat worden. Dit is ons inziens niet aan te merken als vervanging voor de geplande sociale woningbouw op kavel 5 in Nieuwe Wetering. Daarvoor is de vraag naar woningen te groot en het aantal geschikte locaties te gering. Getuige ook de uitkomsten van de werksessies met de raad vorig jaar, waarbij gezocht is naar locaties voor extra (sociale) woningbouw.

Datum: Fractie: Vraag 5: 8 mei D66 2024 De woningbouwopgave is urgent, maar we moeten niet enkel bouwen – bouwen – bouwen om vervolgens geen aantrekkelijke openbare ruimte meer voor onze inwoners te hebben. In dat kader: welk ander gebied in onze gemeente heeft eenzelfde recreatieve aantrekkingskracht en gebruik als De Bult of is dit gebied uniek in onze gemeente? Antwoord: De Bult mag zeker een unieke locatie genoemd worden en moet ook vooral behouden blijven. Het plangebied van Kavel 5 (10% van de totale Bult) maakt overigens geen onderdeel uit van de gebruiksovereenkomst met de Stichting en behoort daarmee niet tot de natuurbelevingstuin.

2

Datum: Fractie: Vraag 6: 8 mei D66 Ten aanzien van de ruimtelijke kwaliteit stelt het college dat er een vorm van 2024 ‘aanpassen’ plaatsvindt – waarmee het alleen toegestaan is mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. Het college stelt simpelweg in antwoord daarop dat ‘het geheel zorgvuldig ingepast wordt en past binnen de gebiedsidentiteit, de locatie licht immers in een woongebied van Nieuwe Wetering’. Graag ontvangen we een nadere motivatie op dat standpunt, in acht nemende dat (i) er een substantieel deel van de bomen en struiken op de Bult gekapt gaat worden, (ii) de Bult nu een consistent geheel is waar straks een grote hap uit genomen wordt en (iii) dit meer schaduwrijke/dichtgegroeide deel een belangrijk onderdeel vervuld in het ecosysteem ter plekke voor vogels, vlinders en andere dieren en (iv) dat lastig gesteld kan worden dat de locatie in het woongebied van Nieuwe Wetering ligt als het overgrote deel van de bebouwing westelijker ligt en u op p. 20 van de toelichting erkent dat het plangebied aan de oostzijde van Nieuwe Wetering ligt en niet erin. Antwoord: De overweging om hier woningbouw te realiseren heeft eerder plaatsgevonden.

Er is een bestemmingsplan vastgesteld in 2009 in de wetenschap dat er op dat moment groen op deze locatie was aangeplant en ooit weer zou moeten wijken. Die situatie is niet gewijzigd en voldoende beargumenteerd in de Nota van Beantwoording. Het gaat om 10% van de totale Bult, wat zeker waarde heeft. Maar dat betekent ook dat 90% van de Bult behouden blijft en een goede uitwijkmogelijkheid vormt voor genoemde dieren. Als de gemeenteraad in meerderheid van mening is dat woningbouw hier niet meer op zijn plaats is en de gemeente geen sociale woningbouw hoeft te realiseren binnen deze grondexploitatie, is het de bevoegdheid van die raad om daar toe te besluiten.

Datum: Fractie: Vraag 7: 8 mei D66 2024 Bij de toetsing aan Rijksbeleid noemt u nu voorliggend plan passend bijdragend aan de ambitie van het Rijk tot efficiënt ruimtegebruik en het realiseren van voldoende woningen op binnenstedelijke locaties door woningbouw te realiseren op onbebouwde ruimte in stedelijk gebied. Hoewel deze locatie binnen de grens van bestaand stads- en dorpsgebied valt (met de eerder vermeldde kanttekening dat dit gebeurde toen het gebied nog een wezenlijk ander karakter had), is het cf. lokaal beleid ‘landelijk dorps’ en lijkt het ons dat de Rijkswens niet primair bedoeld is om bomen/parken massaal te pakken maar van tussengelegen open gronden beter gebruik te maken. Graag ontvangen wij in dat licht een nadere reflectie op uw stelling. 3

Antwoord: In de toelichting wordt met een bepaald abstractieniveau ingegaan op het van toepassing zijnde rijksbeleid en hoe zich dat – op eenzelfde abstractieniveau – zich verhoudt met voorliggende ontwikkeling. Wat in planologisch juridische leidend is voor het abstractieniveau van uw vraag, is wat het moederplan Nieuwe Wetering voorschrijft op perceel niveau d.w.z. planologisch juridisch mogelijk maakt *bv. aan de hand van in het moederplan opgenomen wijzigingsbevoegdheden) dan wel wat volgens het moederplan bestemmingsplan Nieuwe Wetering eventueel als planologisch ongewenst beschouwd dient te worden.

Datum: Fractie: Vraag 8: 8 mei D66 en Waarom stelt u in de samenvatting van het raadsvoorstel dat het plangebied 2024 CDA ‘momenteel onbebouwd grasland met een watergang is’ als dat feitelijk niet waar is: het project vereist grootschalige bomenkap in het plangebied.

Antwoord: In de samenvatting wordt een (beknopte) omschrijving gegeven omtrent feitelijke situatie en de voorgenomen ontwikkeling zonder teveel in details te treden. Immers, daar is de samenvatting voor bedoeld. Met dien verstande dat het raadsvoorstel in zijn totaliteit wel een volledige weergave dient te geven van alle op deze ontwikkeling betrekking hebbende relevante feiten en bepaald detailniveau. (De stelling dat bij deze ontwikkeling vermeld dient te worden dat er ‘grootschalige bomenkap vereist’ is, overigens in deze buiten beschouwing latend.

Datum: Fractie: Vraag 9: 8 mei D66 2024 In de stukken staat dat het plangebied recent aangeplante, onbegaanbare bosschages betreft. De bomen zijn echter volgens elke redelijke definitie niet recent gepland (minstens 10 jaar geleden; en ter vervanging van volwassen bomen bij het HSL-trace). Ik heb er zelf rondgelopen: het is goed begaanbaar. Waarom schrijft u toch op dat het onbegaanbaar en recent is? Antwoord: Kortheidshalve kan t.a.v. deze vraag verwezen worden naar de beantwoording onder 7.4 van de Nota van Beantwoording. Deze vraag is al beantwoord onder 7.4 van de Nota van Beantwoording. Daarbij wordt opgemerkt dat in het plangebied van kavel 5 alleen sprake is van bosplantsoen. Er hoeven geen voor de HSL/A4 compensatie aangeplante bomen gekapt te worden.

4

Datum: Fractie: Vraag 10: 8 mei D66 Hoe gaan de grondgebonden woningen aangesloten worden op de 2024 natuurbelevingstuin, zoals u in het raadsvoorstel schrijft? Graag ontvangen wij een dwarsdoorsnede van het hoogteverloop met hoogteaanduiding en hoe het hoogteverschil tussen achtertuin (naar wij aannemen vlak aansluitend op de woning) en De Bult (die aan de oostkant van het bouwperceel dicht tegen diens hoogste punt aanzit) opgevangen gaat worden binnen de in de toelichting op het bestemmingsplan rood ingetekende contour Antwoord: zie bijlagen ter illustratie. Uit de doorsneden blijkt dat het hoogteverschil niet dusdanig is dat dit niet op een goede en betrekkelijk eenvoudige manier valt op te lossen.

Datum: Fractie: Vraag 11: 8 mei D66 en 2024 CDA Klopt het dat u consistent de term ‘bosplantsoen’ i.p.v. bomen voor de beplanting op de Bult gebruikt omdat Rijkswaterstaat ooit lang geleden ‘bosplantsoen’ gebruikte in hun beplantingsplan (4.3 nota van beantwoording zienswijzen)? Bent u ermee bekend dat ‘bosplantsoen’ jonge bomen en struiken bevat die bedoeld zijn om uit te groeien tot bomen, bosschages en bossen (en dit precies hetgeen is wat het afgelopen decennium plaatsvond)? Antwoord: In het beplantingsplan van Rijkswaterstaat wordt inderdaad onderscheid gemaakt tussen bomen en bosplantsoen. Om die reden wordt deze terminologie hier ook gebruikt. Daarmee wordt verder geen oordeel gegeven over kwaliteit van het groen. Zoals overigens ook in de Nota van Beantwoording is aangegeven.

Datum: Fractie: Vraag 12: 8 mei D66 2024 Wat hebben omwonenden aan compensatienatuur als we die zodra het enigszins volgroeid is kappen, volbouwen en aan de andere kant van het dorp enige – nog nader uit te werken - compensatie voor de compensatie planten? Antwoord: Zoals reeds eerder opgemerkt, is vanaf het begin bekend dat op kavel 5 woningbouw was voorzien. De reden dat er toch groen is aangeplant, is 5

verklaard onder punt 7.4 van de Nota van Beantwoording. De ten behoeve van kavel 5 te realiseren compensatie binnen de HSL/A4-compensatiegronden vinden niet plaats op locaties waar nu al een ander invulling wordt voorgestaan. Het is dus ook niet logisch te veronderstellen dat deze compensatie ook weer moet wijken in de nabije toekomst.

Datum: Fractie: Vraag 13: 8 mei D66 2024 Wat is de op p. 15 genoemde ‘bushalte op loopafstand’? U koppelt dat namelijk aan de provinciaal beleidsmatige voorwaarde om te bouwen nabij hoogwaardig openbaar vervoer, maar de enige bushalte op loopafstand is de enkele keren per dag rijdende buurtbus 723 (naar bussen 56 en 365 is het immers bijna een half uur lopen). Antwoord: De genoemde bushalte op loopafstand maakt onderdeel uit van een streefbeeld dat omschreven wordt in het provinciale beleidskader ‘verstedelijking en wonen’. Een streefbeeld van voldoende en geschikte woningen voor diverse doelgroepen die – in dat streefbeeld – gerealiseerd worden op regionaal niveau in een samenspel tussen provincie, gemeenten, marktpartijen en woningcorporaties. In de omschrijving van dat streefbeeld schets de provincie idealiter dat dit binnen stads- en dorpsgezicht plaatsvindt met een bushalte op loopafstand. Ook dat laatste maakt onderdeel uit van een streefbeeld, geen verplichtende voorwaarde die onverkort op een ontwikkeling van toepassing is.

Datum: Fractie: Vraag 14: 8 mei D66 2024 U definieert op pagina 23 het project als ‘plaatsvindend op een binnenstedelijke locatie, waarmee er geen schade ontstaat aan kwetsbare gebieden’. Zelfs als dit juridisch zo te definiëren valt, is voor ecologische systemen niet de juridische werkelijkheid relevant – maar de feitelijke. En daarin is De Bult absoluut geen binnenstedelijke locatie. Op welke wijze bent u tot de conclusie gekomen dat de situatie op de De Bult te vergelijken is met het centrum van Den Haag, Delft, Rotterdam etc. en hoe heeft u onderzocht dat er geen schade ontstaat aan een voor onze gemeente uniek ecosysteem? Antwoord: Van belang is dat in het kader van een goede ruimtelijke ordening ten aanzien van milieuaspecten – overeenkomstig voorgeschreven door milieuwet- en 6

regelgeving- dat bij iedere ontwikkeling aantoonbaar is gemaakt dat milieutechnisch gezien aan alle onderzoeksverplichtingen voldaan is en deze met goed gevolg getoetst zijn en van advies voorzien door de Omgevingsdienst West Holland. Ecologie (Flora en Fauna) maken onderdeel uit van deze onderzoeksverplichting (net als bv milieuaspecten als bodem en geluid).

Datum: Fractie: Vraag 15: 8 mei D66 en 2024 CDA De toelichtende stukken houden nadrukkelijk de optie open dat het plangebied als foerageergebied en vliegroute gebruikt wordt. Dat is in lijn met bevindingen van omwonenden en vrijwilligers van De Bult. Het stelt echter ook dat een groot deel van de natuurbelevingstuin behouden blijft waardoor er geen sprake is van wegnemen van een (essentiële) foerageerfunctie. Hoe is het college precies tot die conclusie gekomen en kunnen onderliggende rapporten zo nodig gedeeld worden? De verbeeldingen laten immers zien dat juist het meest aangesloten beboste gebied dreigt te verdwijnen. Antwoord: Er is een Quickscan in het kader van de Wet natuurbescherming uitgevoerd. Deze maakt onderdeel uit van de toelichting op het bestemmingsplan.

Datum: Fractie: Vraag 16: 8 mei CDA 2024 Bij beoordeling van wijzigingen bestemmingsplannen weegt de ‘ruimtelijke kwaliteitsverbetering’ altijd heel zwaar. Kan het college een toelichting geven hoe zij dit kader bij het verzoek tot wijziging bestemmingsplan Regenboogweg te Nieuwe Wetering heeft laten wegen? Antwoord: In de eerste plaats kan opgemerkt worden dat ‘ruimtelijke kwaliteit’ een breed begrip is waar geen standaarddefinitie voor is. Bij ruimtelijke kwaliteit gaat het niet enkel om de vraag of een voorgenomen ontwikkeling moet plaatsvinden, maar ook hoe deze het beste inpasbaar gemaakt kan worden, waar en in welke omvang. Een ruimtelijke ontwikkeling is vaak een samenhang van verschillende functies die binnen een plangebied inpasbaar gemaakt moeten worden, waarbij de ontwikkeling geen inbreuk op de ruimtelijke kwaliteit tot gevolg van hebben. Om die ruimtelijke kwaliteit te waarborgen moet er voldoende invulling en inzicht gegeven zijn in het kader van de inpassing aan aspecten als positionering van massa, parkeren, ontsluiting, behoud en waar mogelijk uitbreiden van zichtlijnen en de wijze van inrichting de functies in samenhang met elkaar en ten opzichte van de omgeving. Bij de wijze van inpassing dient dus rekening gehouden te worden met de gebiedskwaliteiten en karkatistieke kenmerken, richtpunten etc. en dan ook nadrukkelijk aan te sluiten bij de 7

bestaande identiteit en structuur van een dorpskern en/of landschap. Dergelijke kaders en randvoorwaarden liggen besloten in o.a. provinciaal beleid (Verordening en Omgevingsvisie) en gemeentelijk beleid (bv. Omgevingsvisie en Nota Inbreidingslocaties) en geven handvaten – naast stedenbouwkundige beginselen – om te kunnen bepalen in hoeverre een inpassing een impact heeft die een inbreuk doet op de ruimtelijke kwaliteit of zelfs een ruimtelijke kwaliteitsverbetering tot gevolg heeft. Specifiek op kavel 5 kan gesteld worden dat deze onderdeel uitmaakt van de HSL/A4 compensatiegronden, waarbij destijds zorgvuldig is afgewogen een mix van recreatief groen en beperkt woningbouw te realiseren. Tot heden is alleen (compensatie-)groen gerealiseerd en geen enkele woningbouw. Kavel 5 betreft een klein deel van de oorspronkelijk bedachte woningbouw. De resterende bedachte woningbouw zal waarschijnlijk ook niet meer gerealiseerd gaan worden. Daarvoor is ook geen wijzigingsbevoegdheid opgenomen in het bestemmingsplan Nieuw Wetering. Van de oorspronkelijk bedachte woningbouw sluit kavel 5 ruimtelijk gezien het beste aan op de bestaande bouw en infrastructuur.

Datum: Fractie: Vraag 17: 8 mei CDA 2024 Is er een plan op onze planlijst woningbouw waarvoor bij de Provincie lastig een bouwblok te verkrijgen is? Antwoord: Iedere ontwikkeling die op de planlijst staat dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening voldoende gemotiveerd te zijn en dat aan alle milieutechnische onderzoek aspecten voldaan is. Ook dient aantoonbaar gemaakt te worden op welke wijze planspecifiek de ontwikkeling zich verhoudt tot bv. provinciaal en gemeentelijk beleid. Oftewel, om tot een bouwtitel te komen dient ieder plan aan de wettelijke vereisten te voldoen. Waarbij opgemerkt kan worden dat in het kader van haalbaarheid en wenselijkheid inpassing van een voornemen binnen BSD veelal tot minder beleidsbelemmeringen leidt

8

Datum: Fractie: Vraag 18: 8 mei CDA 2024 Is er een plan van 1 van onze woondiensten waarbij ze voorliggend bouwvlak kunnen inpassen, waardoor deze locatie versneld gerealiseerd kan worden dan wel dat daar 12 woningen meer gerealiseerd kunnen worden? Antwoord: Wil je op deze vraag een goed en zorgvuldig antwoord krijgen, dan zullen alle lopende of aankomende projecten geanalyseerd moeten worden al dan niet in overleg met de woondiensten. Vooralsnog heerst het gevoel dat bestaande projecten optimaal worden benut voor sociale en betaalbare woningen. Optimaliseren is sowieso het uitgangspunt om enigszins te kunnen voldoen aan de vraag die altijd groter zal zijn dan dat we in de beschikbare locaties kunnen bieden.

Datum: Fractie: Vraag 19: 8 mei CDA 2024 Welke acties heeft het college ondernomen om het bouwvlak te verplaatsen binnen onze gemeente? (Of zijn hier geheel geen acties op ondernomen?) Antwoord: Binnen Nieuwe Wetering ziet het college geen beschikbare alternatieve locaties om een nieuw bouwvlak te creëren. Binnen de gemeentegrenzen zijn er ook niet of nauwelijks alternatieve locaties, waaraan (op korte termijn) 12 sociale huurwoningen toegevoegd kunnen worden. Voor wat betreft voorliggend plan (kavel 5) overschrijdt de planbegrenzing de plangrenzen van het wijzigingsraster niet. Voor wat betreft de definitieve inrichting van de ontwikkeling is uiteraard wel onderzocht op welke wijze de verschillende functies binnen het plangebied (wonen, water, ontsluiting, groen etc) zich zo optimaal mogelijk tot elkaar kunnen verhouden. Zo is er gekeken naar de eventuele meerwaarde de watergang om te leggen om het plan qua ruimtelijke kwaliteit te optimaliseren. Zo ook wordt er altijd bestudeerd hoe idealiter bouwvlakken stedenbouwkundig gezien leiden tot een optimale inpassing.

9

Datum: Fractie: Vraag 20: 8 mei CDA 2024 Indien de gemeenteraad besluit om geen wijziging bestemmingsplan op deze locatie goed te keuren; Zijn er andere gevolgen te verwachten dan alleen het niet realiseren van 12 (sociale) woningen)? Antwoord: Anders dan dat de gemeente niet voldoet aan haar eigen beleid om 30% sociale woningbouw te realiseren binnen projecten en er geen directe alternatieven zijn om aan de grote vraag tegemoet te komen, zijn er geen rechtsgevolgen te verwachten.

Datum: Fractie: Vraag 21: 15 mei SvKB 2024 Wie is de eigenaar van de grond? Antwoord: De gemeente is momenteel eigenaar en opvolgend MeerWonen (de koopovereenkomst is nog niet getekend)

Datum: Fractie: Vraag 22: 15 mei SvKB 2024 Hoe denkt de gemeente KenB over het opofferen van natuur voor sociale woningbouw? Antwoord: In de vraagstelling wordt gesproken van ‘Natuur’. Het plangebied bestond in 2006 uit grasland. In 2009 bestond het gebied uit jonge aanplant van bosplantsoen (bosplantsoen’ is de benaming die gebruikt wordt in het beplantingsplan van Rijkswaterstaat). Dit bosplantsoen is 2007/2008 aangeplant. Zie hiervoor ook de beantwoording onder 2.1 van de nota van beantwoording zienswijzen, waarin verklaard wordt waarom er aanplant van bosplantsoen heeft plaatsgevonden ondanks dat er woningbouw was/is voorzien. (Ter illustratie luchtfoto’s in de bijlage) Voor wat betreft woningbouw te laten prevaleren boven het laten van de locatie zoals deze is: de gemeente heeft een verantwoordelijkheid voor het realiseren van 30 procent sociale woningbouw binnen (gemeentelijke) projecten. Kavel 5 maakt onderdeel uit van de grondexploitatie Nieuwe Wetering Noord welke jaarlijks wordt vastgesteld door de gemeenteraad. MeerWonen heeft vervolgens het initiatief genomen om daaraan invulling te geven. Het is dan ook een weloverwogen keuze geweest om binnen de HSL/A4 compensatiegronden deze locatie voor woningbouw aan te wijzen. Het betrof daarbij een totaalvisie (structuurvisie Nieuwe Wetering) op de 10

compensatiegronden voor overwegend (recratief groen) en beperkte woningbouw. Kavel 5 betreft een klein deel van die toen bedachte beperkte woningbouw. Sindsdien heeft er geen heroverweging plaatsgevonden, ook niet bij de jaarlijkse vaststelling van de grondexploitatie Nieuwe Wetering waar Kavel 5 onderdeel van uitmaakt.

Datum: Fractie: Vraag 23: 15 mei SvKB 2024 Hoeveel bomen worden er gekapt als dit plan op deze plek doorgaat? Gaat het om snel groeiers of ook om langzaam groeiers. Antwoord: Het plangebied van Kavel 5 – BPOA Regenboogweg Nieuwe Wetering- en navolgende realisatie van de ontwikkeling gaat ten koste van maximaal 10% van de totale oppervlakte van de Bult. Kavel 5 bestaat volledig uit ‘bosplantsoen’. Groencompensatie voor kavel 5 biedt de mogelijkheid bomen en meer differentiatie in groen te realiseren. Er is op dit moment veel bosplantsoen aanwezig binnen de HSL/A4-compensatiegronden. Daarbij willen wij nogmaals benadrukken dat het niet zo is dat er geen waarde gehecht wordt aan bosplantsoen.

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=a87836e9-d4aa-4de3-8c50-8b16827b9263