CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording vooraf gestelde vragen SvKB inzake bodembeheernota

Gemeenteraad 18 september 2023, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Regionale bodemfunctieklassenkaart, bodemkwaliteitskaart en nota bodembeheer.1.208 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vooraf gestelde vragen door fractie SvKB Vergadering d.d. Soort vergadering Nummer agendapunt Titel agendapunt

: 4 september 2023 : V&A :6 : Regionale bodemfunctieklassenkaart, bodemkwaliteitskaart en nota bodembeheer

Vraag 1. In de bodembeheernota staan zaken vermeld waarover ik de volgende vraag heb. In beslispunt 3 wordt het volgende genoemd: "De bodemkwaliteitskaarten van de gemeenten Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude. Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude te accepteren als bewijsmiddel van de chemische kwaliteit van de toe te passen grond vanuit deze gemeenten." In de praktijk, b.v. Braassemerland, is gebleken dat de informatie over de kwaliteit van de grond niet altijd juist is. Om dan zomaar de informatie van bodemkaarten als bewijsmiddel aan te nemen lijkt dan ook geen logische keus. Bewijs is namelijk een flinke stap verder dan een indicatie waar dit meer op lijkt. Kan deze keuze worden onderbouwd? Antwoord: Omdat er een regionale bodemkwaliteitskaart is opgesteld dienen alle gemeenten officieel het gedeelte bodemkwaliteitskaart dat buiten hun eigen grondgebied ligt te accepteren als geldig bewijsmiddel om de kaart volledig te kunnen gebruiken. Vandaar dat dit beslispunt nodig is.

Wat betreft het gebruik van de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel: Of een bodemkwaliteitskaart mag worden gebruikt als bewijsmiddel van de chemische kwaliteit van toe te passen grond moet altijd worden aangetoond met een historisch onderzoek van zowel de ontgravings- als de toepassingslocatie. Dit historisch onderzoek moet worden uitgevoerd volgens de NEN 5725 (Aanleiding F: Toetsing gebruik bodemkwaliteitskaarten bij te ontgraven grond en het toepassen van grond). Alleen als uit het historisch onderzoek blijkt dat sprake is van een voor bodemverontreiniging onverdachte locatie, mag de bodemkwaliteitskaart gebruikt worden als bewijsmiddel van de chemische kwaliteit. Hiermee wordt voorkomen dat sterk verontreinigde grond wordt afgegraven en elders (ongewenst) wordt toegepast en/of dat een eventuele sterke grondverontreiniging illegaal wordt afgedekt. Indien geen sprake is van een onverdachte locatie is, dient men eerst een bodemonderzoek en/of AP04 keuring uit te voeren om vast te stellen wat de

kwaliteit van de bodem op de ontgravings- en toepassingslocatie is. Pas als daarmee de kwaliteit voldoende duidelijk is én er geen sprake is van sterke verontreinigingen mag grondverzet plaatsvinden. Vraag 2. In de bodembeheernota staan zaken vermeld waarover ik de volgende vraag heb. Onder het kopje ‘argumenten’ op pagina 2 staat het volgende: "Als deze kaart niet is opgesteld, mag alleen schone grond of baggerspecie worden toegepast.” De conclusie zou dan zijn dat als de kaart wel is opgesteld er ook niet schone (vervuilde) grond mag worden gebruikt. In welke situatie is het dan gewenst of niet schadelijk om vervuilde grond te gebruiken? Antwoord: Onder het Besluit bodemkwaliteit wordt grond ingedeeld in de klassen landbouw/natuur, wonen en industrie. Met die toetsing wordt aangegeven waar de grond toegepast mag worden. Grond met klasse landbouw/natuur wordt beoordeeld als achtergrondwaarde / schoon. Bij het toepassen van grond met klasse wonen of industrie, is sprake van maximaal licht verontreinigde grond die geen risico’s geeft voor mens en milieu. Er zijn voor bodem twee soorten wetgeving die qua toetsing van elkaar verschillen. Met de Wet bodembescherming wordt gekeken of een locatie geschikt is voor het voorgenomen gebruik, of dat sanerende maatregelen noodzakelijk zijn.

Hierbij wordt getoetst aan interventiewaarden – grond met gehaltes boven de interventiewaarde wordt aangeduid als sterk verontreinigde grond. Met het Besluit bodemkwaliteit wordt dus getoetst waar vrijkomende grond elders mag worden toegepast. Onderstaand plaatje laat deze verschillen zien.

Zoals te zien, liggen de drie kwaliteitsklassen landbouw/natuur, wonen en industrie uit het Besluit bodemkwaliteit ruim onder de interventiewaarde uit de Wet bodembescherming. Pas bij verontreinigingen boven de interventiewaarde is sprake van onaanvaardbare risico’s voor de mens en het milieu.

In de regionale nota bodembeheer is opgenomen dat in een woonwijk alleen grond met kwaliteit landbouw/natuur of kwaliteit wonen mag worden toegepast. In een industriegebied mag ook grond met kwaliteit industrie worden toegepast. Dit is dus grond die geschikt is voor de functies van het gebied en geen risico’s geeft. Door mogelijk te maken dat deze - maximaal licht verontreinigde - grond kan worden hergebruikt binnen de regio hoeft er minder bruikbare grond te worden afgevoerd én minder grondstoffen te hoeven worden gebruikt, aangekocht en aangevoerd. Vraag 3. In de bodembeheernota staan zaken vermeld waarover ik de volgende vraag heb. Er van uit gaande dat de grondstromen nauwkeurig en volledig zullen worden geregistreerd. Voor wie is die administratie dan inzichtelijk, wie controleert en op welke manier? Antwoord: Voor het toepassen van grond dient een melding in het kader van het Besluit bodemkwaliteit te worden gedaan via het landelijk meldpunt. Deze meldingen worden door de Omgevingsdienst beoordeeld en gearchiveerd. De melder krijgt een schriftelijke reactie of de melding juist is ingediend. Daarnaast worden door de toezichthouders van de Omgevingsdienst controlebezoeken uitgevoerd. Indien een toepassing niet is gemeld, wordt de uitvoerende partij hierop aangesproken.

Als een inwoner iets wil weten over de kwaliteit van de grond die in zijn leefomgeving wordt toegepast, dan kan hij kan dit bij de omgevingsdienst (via de mail of telefonisch) navragen. Vraag 4. In de bodembeheernota staan zaken vermeld waarover ik de volgende vraag heb. Welke invloed verwacht het college dat dit voorstel zal hebben op de grondstromen van buiten de regio West-Holland? Wij krijgen graag ook een onderbouwing. Antwoord: Voor grond van binnen de regio kan dus in veel gevallen de bodemkwaliteitskaart en de nota bodembeheer gebruikt worden om te toetsen of de toepassing is toegestaan. Voor grond van buiten de regio partijen is het altijd noodzakelijk dat middels een partijkeuring (specifiek soort bodemonderzoek) wordt aangetoond dat de

grond geschikt is voor het gebruik van de locatie. Ook mag voor deze grondstromen geen gebruik worden gemaakt van de opgestelde lokale maximale waarden. Vraag 5. In de bodembeheernota staan zaken vermeld waarover ik de volgende vraag heb. In het voorstel wordt onder het kopje duurzaamheid een reeks van voordelen genoemd. Aan elke wijziging zitten ook nadelen. Welke zijn dit? Antwoord: -

-

-

Voor onverharde kinderspeelplaatsen en moes-/volkstuin(complex)en schooltuinen zijn de regels van toepassing van grond strenger gemaakt. Hier mag alleen nog schone grond worden toegepast. Dit kan extra kosten geven. Voor een aantal gebieden zijn de regels voor toepassing van grond verruimd. Hierdoor kan het voorkomen dat op een locatie de kwaliteit van de grond iets verminderd. Dit blijft echter altijd beperkt tot de kwaliteitseisen voor de functie van het gebied (landbouw/natuur, wonen of industrie) en geeft dus geen risico’s voor mens en milieu. Voor grondverzet geldt het ‘standstill’ principe. Dit principe betekent dat de bodemkwaliteit binnen een beheergebied gelijk moet blijven een vermindering van de kwaliteit in één deel van een gebied mag dan ook alleen als elders in het gebied een verbetering wordt gerealiseerd. Doordat het beheergebied van de gemeente voor de toepassing van grond met de nieuwe nota bodembeheer wordt uitgebreid naar de regio West-Holland, geldt het ‘standstill’ principe nu dus ook binnen de hele regio. Het is daarmee mogelijk dat een verbetering in de ene gemeente plaatsvindt en de vermindering in een andere gemeente.

Dit kan als nadeel gezien worden, maar ook hierbij geldt: die vermindering van kwaliteit moet altijd beperkt blijven tot de kwaliteitseisen voor de functie van het gebied (landbouw/natuur, wonen of industrie) en geeft dus geen risico’s voor mens en milieu.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=1eb80909-cda9-4682-90a8-94948dbf2cd0