Beantwoording vooraf gestelde vragen (Hoorzitting/V&A) inzake Bestemmingsplan ‘Woudsedijk-Zuid 22, Woubrugge’
Tekst van het document
Vooraf gestelde vragen door raadsleden Vergadering d.d. Soort vergadering Nummer agendapunt Titel agendapunt
: 15-05-25 : Hoorzitting BP :8 : Woudsedijk-Zuid 22, Woubrugge Bestaande bouw slopen ten behoeve van 32 appartementen sociale huur voor werkende jongeren. De initiatiefnemer is Stichting Huisvesting Werkende Jongeren (SHWJ). Dit project ziet er op papier goed uit. Samen voor Kaag & Braassem heeft over dit plan nog vier vragen.
Datum: 15-05-24
Fractie: Vraag 1: Geldt dit plan uitsluitend voor werkende jongeren in de leeftijd van SvKB 18-27 jaar? Antwoord: Klopt, de SHWJ sluit enkel contracten af met werkende jongeren in de leeftijd van 18 t/m 27 jaar.
Datum: 15-05-24
Fractie: Vraag 2: Wordt 100% van de appartementen toegewezen aan jongeren uit SvKB Kaag en Braassem en/of jongeren die in de gemeente Kaag en Braassem werken? Antwoord: Ja, jongeren uit Kaag en Braassem hebben voorrang in de toewijzing.
Datum: 15-05-24
Fractie: Vraag 3: Geldt voor dit plan een financiële borgstelling van de gemeente SvKB Kaag en Braassem aan de initiatiefnemer? Antwoord: Nee, op dit moment is dat enkel voor het plan van de SHWJ aan de Floraweg geregeld. Het is aan de SHWJ om een dergelijk verzoek ook voor deze ontwikkeling aan de Woudsedijk-Zuid in te dienen bij de gemeente.
Datum: 15-05-24
Fractie: Vraag 4: Ligt de locatie binnen BSD of in het buitengebied? SvKB Antwoord: De locatie ligt buiten de indicatieve BSD-contour van de provincie. Wel past het binnen de definitie van bestaand stedelijk gebied. In de Omgevingsvisie hebben wij als gemeente deze locatie dan ook al aangemerkt als bestaand stedelijk gebied.
Datum: 15-05-24
Fractie: Vraag 5: Mooi Kaag en Braassem ontvangt graag het rapport van Mooi omgevingsdienst West-Holland omtrent hun advies geur K&B Antwoord: Zie bijlage. Hierbij dient opgemerkt te worden dat het advies van de Omgevingsdienst stelt dat de beoordeling van de aanvaardbaarheid van
de geursituatie nog ontbrak. Die beoordeling is vervolgens alsnog opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan dat ter inzage heeft gelegen: De hoogst berekende voorgrondbelasting bedraagt 11,8 ouE/m³. De geurnorm voor geurgevoelige objecten binnen het plangebied bedraagt 2,0 ouE/m³. Aan deze geurnorm wordt niet voldaan. Uit jurisprudentie blijkt dat wanneer de (op basis van de Wet geurhinder en veehouderij dan wel een geurverordening geldende) geurnorm wordt overschreden, dit niet per definitie inhoudt dat sprake is van een onaanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat. In deze situatie wordt de voorgrondbelasting aanvaardbaar geacht. De geurbelasting kan namelijk niet verder toenemen, omdat reeds sprake is van een overbelaste situatie. Daarnaast wordt voldaan aan de afstandseisen en is er geen significante invloed vanwege andere veehouderijen in de omgeving. Tevens zullen de toekomstige bewoners vooraf worden geïnformeerd over de geursituatie, waardoor zij dit kunnen meewegen in hun overweging om zich hier te vestigen.