BEANTWOORDING Vooraf gestelde vragen fractie D66 inzake Zienswijze Verordening Regionale Investeringsagenda Holland Rijnland
Tekst van het document
Vooraf gestelde vragen Vergadering d.d. Soort vergadering Nummer agendapunt Titel agendapunt
: maandag 4 november 2024 : Visie en Advies :6 : Zienswijze verordening Regionale Investeringsagenda Holland Rijnland.
Datum: Fractie: Vraag 1: Onder artikel 3:6 (Uitgangspunten project) staat dat het in elk geval naar 29 D66 cofinanciering voor ontwikkelingsprojecten en investeringsprojecten gezocht oktober wordt, om zo een multipliereffect voor de investering te bereiken. 2024 Maar zat het multipliereffect niet ook in de samenwerking tussen gemeenten en dat daardoor via de regio een resultaat bereikt kan worden die groter is dan de delen elk voor zich? Zou het in dat geval niet logisch zijn die maatschappelijke meerwaarde in de projectvoorwaarden van artikel 3:7-4 op te nemen? Waarom is daar niet voor gekozen? Antwoord: Met het multipliereffect zoals benoemd in artikel 3:6, lid 2, wordt bedoeld dat elke ingelegde euro vanuit de regio vermenigvuldigd met een ‘x’ bedrag door middel van cofinanciering van andere partijen. Samenwerking tussen gemeenten op zich kan en zal in het kader van de regionale investeringsagenda zeker een voordeel opleveren, maar dat wordt niet als multipliereffect bedoeld in de verordening. Gemeenten hebben in de zienswijzen op de totstandkoming van de Regionale Investeringsagenda expliciet gevraagd om zicht op cofinanciering van derden zoals bij het RIF bijvoorbeeld bij de Rijnlandroute en bij het Groenprogramma is gerealiseerd.
Als er geen zicht is op cofinanciering door andere partijen, zoals de provincie, de rijksoverheid, Europa of derden dan zal daarover verantwoord moeten worden. In de gestelde criteria in artikel 3:7 lid 4 is de samenwerking tussen gemeenten opgenomen doordat een project in de projectenportefeuille van regionale betekenis moet zijn en in het project ten minste twee deelnemende gemeenten samenwerken.
Datum: Fractie: Vraag 2: 29 D66 Bij artikel 2:2 (Beheer middelen) wordt het abstractieniveau van het oktober begrotingshoofdstuk RIA niet toegelicht. Kunnen we ervanuit gaan dat dat 2024 zicht is op de meerjarenprogrammering inclusief onder-/overprogrammering en dat er voor elk project binnen de projectenportefeuille en in het fonds een stand van zaken (in besluitvorming, onderzoeken, financieel, uitvoering) vermeld wordt?
1
Antwoord: Het begrotingshoofdstuk over de RIA geeft inzicht in de begroting per prioritair project en het regionaal fonds. Mogelijk onder- of over programmering (onderbesteding of overbesteding) zal via een begrotingswijziging aan het Algemeen Bestuur worden voorgelegd. Gemeenteraden worden gevraagd om hier een zienswijzen op te geven, waardoor raden kunnen reageren op de begrotingswijziging. Daarnaast worden gemeenteraden geïnformeerd indien een plan van aanpak voor een prioritair project wordt vastgesteld. In artikel 3:11 lid 3 leest u welke onderdelen van de begroting van het prioritair project in het plan van aanpak wordt vastgelegd. Als laatste wordt het Algemeen Bestuur elk half jaar op de hoogte gehouden van de voortgang van de RIA in z’n geheel. Via uw AB-leden in de gemeenteraad kunt u de stand van zaken opvragen.
2