Beantwoording vooraf gestelde vragen fractie D66 inzake Gedragscode integriteit college van burgemeester en wethouders gemeente Kaag en Braassem 2026
Tekst van het document
Vooraf gestelde vragen Vergadering d.d. Soort vergadering Nummer agendapunt Titel agendapunt
Datum: dinsdag 13 januari 2026
Indiener: D66 - Zwaaneveld (Carsten)
: maandag 19 januari 2026 : Visie en Advies :6 : Gedragscode integriteit college van burgemeester en wethouders gemeente Kaag en Braassem 2026 Vraag 1: Artikel 2, tweede lid, spreekt over het niet aanvaarden van nevenfuncties door burgemeester en wethouder die een risico vormen voor diens politieke functie. Een burgemeester is weliswaar een politieke ambtsdrager, maar heeft geen politieke functie. Hoe moet dit lid gelezen worden? Antwoord: Hier had ook ‘ambt’ of ‘ambt of functie’ kunnen staan in plaats van ‘functie’. De strekking van de bepaling is dat de bestuurder geen nevenfuncties vervult die het functioneren als bestuurder schade toe kunnen brengen of de schijn daarvan wekken.
Datum: dinsdag 13 januari 2026
Indiener: D66 - Zwaaneveld (Carsten)
Vraag 2: Artikel 2, vijfde lid, sluit het tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de gemeente tot een jaar na aftreden als wethouder en burgemeester uit. Een letterlijke lezing van dit artikel houdt mede een verbod van oud-collegeleden in om het eerste jaar na aftreden hun vergoeding als raadsleden te ontvangen als zij gedurende die periode verkozen worden (maar het nog wel ontvangen als zij direct na de verkiezingen tijdelijk een dubbelfunctie vervullen). Waarom is hiervoor gekozen? Het lijkt ons te ver gaan en in strijd met de Gemeentewet. Antwoord: Deze bepaling komt uit de model-gedragscode van de VNG. In de toelichting op artikel 2 lid 5 is opgenomen dat dit niet ziet op aanvaarding van het raadslidmaatschap.
Datum: dinsdag 13 januari 2026
Indiener: D66 - Zwaaneveld (Carsten)
Vraag 3: Artikel 3, derde lid, stelt dat de burgemeester en wethouders zorgvuldig moeten omgaan met social media van de gemeente. Wat wordt hiermee bedoeld? Het lijkt ons nietaannemelijk dat zij zelf inlogcodes/directe toegang hebben, maar dat hier altijd een communicatie-adviseur tussen zit. Antwoord: Bestuurders beheren inderdaad niet zelf de accounts van de gemeente, maar hebben soms wel een account dat verwijst naar hun ambt. Hier wordt bedoeld dat de bestuurder online via e-mail en sociale media dezelfde zorgvuldigheid betracht als offline, ook als het gaat om het delen van informatie.
Datum:
Indiener: D66 - Zwaaneveld (Carsten)
Vraag 4: Artikel 4, tweede en derde lid, specificeren niet waar de geschenken verkregen worden. Wat is de toegevoegde waarde van het vierde lid over woon-/huisadres? Er hoeft immers 1
dinsdag 13 januari 2026
geen sprake te zijn van minder openbaarheid van bij een geschenk onder het tweede of derde lid (denk aan een geschenk gegeven tijdens een overleg op het gemeentehuis in gesloten kamer versus voor de voordeur thuis met voorbijgangers). Antwoord: Een geschenk thuis ontvangen kan zich meer aan de openbaarheid onttrekken dan in het gemeentehuis, waar vrijwel altijd anderen aanwezig zijn bij een gesprek. Het gaat om het voorkomen van de schijn van beïnvloeding van de onafhankelijke positie van de bestuurder.
Datum: dinsdag 13 januari 2026
Indiener: D66 - Zwaaneveld (Carsten)
Vraag 5: Artikel 4, zevende lid onder a en c, alsook artikel 5, tweede en derde lid, lijken allebei met de nodige overlap de procedure rondom buitenlandse dienstreizen te regelen. Wat is de samenhang cq. het verschil? Wat is de relatie van artikel 5, tweede tot en met vierde lid, met het gebruik van gemeentelijke voorzieningen (waar artikel 5 over gaat)? Antwoord: Artikel 4 ziet op het voorkomen van beïnvloeding van de onafhankelijke positie van de bestuurder door uitnodigingen op kosten van anderen. Artikel 5 ziet op de bekostiging van onder meer een buitenlandse dienstreis en dus de (financiële) gemeentelijke voorzieningen.
Datum: dinsdag 13 januari 2026
Indiener: D66 - Zwaaneveld (Carsten)
Vraag 6: Artikel 6, derde lid, roept de vraag op of het niet bevorderlijk zou zijn het inwerkingtreden van het protocol niet automatisch te laten plaatsvinden maar slechts voor meldingen gedaan te goeder trouw of die niet kennelijk-ongegrond zijn? Dit ter bescherming van de integriteit van collegeleden tegen bewuste ondermijning en het borgen van de effectiviteit van de procedure. Antwoord: In artikel 3 van het protocol is opgenomen dat als er een vermoeden is dat de gedragscode wordt overtreden, hiernaar vooronderzoek wordt gedaan. Wanneer voor de burgemeester of gemeentesecretaris zonder twijfel duidelijk is dat geen sprake is van overtreding, kan dat vooronderzoek achterwege blijven en wordt ook het verdere protocol niet gevolgd. In geval van kennelijk ongegronde meldingen, wordt het protocol dus ook niet verder gevolgd.
Datum: dinsdag 13 januari 2026
Indiener: D66 - Zwaaneveld (Carsten)
Vraag 7: Het document spreekt waar het om burgemeester en wethouders gaat consistent over ‘hij/zij’, maar over de gemeentesecretaris slechts over ‘hij’ (terwijl dat in de toekomst ook een ander dan een man kan zijn). Zou het niet gemakkelijker zijn in alle gevallen neutraal of alomvattend te verwijzen? Antwoord: Dit betreft een omissie, in de tekst van de gedragscode is inderdaad bewust gekozen voor hij/zij. Een aangepaste versie met deze tekstuele wijziging is gereed.
Datum:
Indiener:
Vraag 8: redactie 2
dinsdag 13 januari 2026
D66 - Zwaaneveld (Carsten)
in artikel 4, zevende lid, moet een typfout (o i.p.v. of) hersteld worden. Antwoord: Dank voor de oplettendheid.
3