CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording vooraf gestelde vragen D66 (Hoorzitting 4 maart 2024)

Gemeenteraad 18 maart 2024, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Bestemmingsplan Parapluplan Karakteristieke Objecten.480 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vooraf gestelde vragen door raadsleden Vergadering d.d. Soort vergadering Nummer agendapunt Titel agendapunt

: 04-03-2024 : Hoorzitting BP : 13 : Ontwerpbestemmingsplan Parapluplan Karakteristieke Objecten.

Datum: Fractie: Vraag 1: 27-02- D66 In artikel 4.1.a staat dat een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding 2024 van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is en afwijkt van het plan gedeeltelijk vernieuwd of veranderd mag worden mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot (en dat bij teniet gaan ten gevolge van een calamiteit gehele vernieuwing en verandering mogelijk is). Dit roept de vraag op hoe afwijking vastgesteld wordt en vergroting gemeten (kwalitatief of kwantitatief, per karakteristiek kenmerk of op projectniveau, etc). Op basis van welke indicatoren, maatstaven en onderzoek wordt vastgesteld of een plan afwijking doet vergroten of afnemen? Dit ter voorkomen dat er creatievelingen zijn die gaan slopen op basis van onduidelijkheden in het overgangsrecht. Antwoord: Dit is een standaardbepaling die wettelijk is vastgelegd in artikel 3.2.1 Besluit ruimtelijke ordening. Onder het oude recht, dat op dit bestemmingsplan van toepassing is, was het verplicht de bepaling uit artikel 3.2.1 Besluit ruimtelijke ordening letterlijk over te nemen. Dat is in dit bestemmingsplan dan ook gedaan. De bepaling in het bestemmingsplan (letterlijk overgenomen uit de wet) is als volgt: Artikel 4 Overgangsrecht 4.1 Overgangsrecht bouwwerken a.

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1.

gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;

2.

na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan;

1

b.

het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10 %;

c.

het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

De toetsing of er sprake is van een afwijking of vergroting vindt plaats via de omgevingsvergunning. Er staat in het artikel ‘krachtens een omgevingsvergunning’. Met dit artikel is bedoeld dat indien er reeds een omgevingsvergunning is afgegeven maar er nog niet gebouwd is, de vergunninghouder de vergunning nog gewoon mag uitvoeren zonder dat hij gehouden is aan dit bestemmingsplan. Dit geldt evenals bij een calamiteit. Te denken is aan bijvoorbeeld brand. Op basis van de afgegeven vergunning wordt dan gekeken wat gebouwd mag worden en dat mag dan opnieuw worden opgericht.

2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=6b235894-3d33-43cf-bbe3-ae2960482869