CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording vooraf gestelde vragen D66

Gemeenteraad 18 december 2023, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: 8e wijziging Algemene plaatselijke verordening.1.976 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vooraf gestelde vragen door raadsleden Vergadering d.d. Soort vergadering Nummer agendapunt Titel agendapunt

: 18 december 2023 : Raadsvergadering : 11 : 8e wijziging Algemene plaatselijke verordening.

Datum: Fractie: Vraag: 1. 9 D66 december Artikel 2:31a introduceert een messenverbod. Anders dan bij artikel 2:44 2023 over het vervoer van inbrekerswerktuigen is hier geen doelvoorbehoud in opgenomen. Dit verschil wordt niet toegelicht, graag ontvangen wij dat alsnog. Antwoord: Er is wel een doelvoorbehoud opgenomen in lid 2 van artikel 2:31a. Het verbod geldt namelijk niet voor zaken die als steekwapen gebruikt kunnen maar zijn ingepakt en daardoor niet geschikt zijn voor onmiddellijk gebruik. Zie verder ook beantwoording vraag 2.

Datum: Fractie: Vraag 2. 9 D66 december De reikwijdte van het verbod in artikel 2:31a is bijzonder breed voor aangewezen wegen: messen of andere zaken die als steekwapen kunnen 2023 worden gebruikt bij zich te hebben (behalve als zij zodanig zijn ingepakt dat zij niet geschikt zijn voor onmiddellijk gebruik). Dit roept veel vragen op, zeker nu het doel waarvoor het mes/steekwapen op zak is niet relevant is volgens het artikel. a. Welk vereiste geldt voor ‘onmiddellijk gebruik’? Moet een mes of steekwapen in een harde beschermhoes zitten, of is inpakken in een keukenrol of plastic zakje voldoende? Hangt dit af van de scherpte en de vorm van het voorwerp? Is die grens subjectief of objectief? b. Huis- en autosleutels kunnen ook als steekwapen gebruikt worden. Zij zitten vaak ook los in een broekzak of in de hand, dus geschikt voor onmiddellijk gebruik. Idem voor een vork bij een wegwerpmaaltijd, bestek voor een picknick of mesje voor fruit in een tas. Gaat dit beboet worden? Indien niet, waarom staat dit dan wel onder het verbodsbereik? c. Op welke wijze wordt aan eenieder – inwoner en bezoeker – straks onmiskenbaar duidelijk gemaakt dat een aangewezen weg aangewezen is?

Antwoord: a. + b. Bij de toepassing van dit artikel gaat het in de praktijk ten alle tijden om de context binnen een bepaalde situatie om te bepalen of er sprake is van een overtreding. Het artikel is een aanvulling op de Wet wapens en munitie (Wwm) en verbiedt het bij zich hebben van andere dan in de Wwm aangeduide messen of van voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt, maar waarbij nog geen sprake is van een situatie waarin, gelet op hun aard of de omstandigheden waaronder deze voorwerpen worden aangetroffen, redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij zijn bestemd om letsel aan personen toe te brengen of te dreigen. Hierdoor kan aantasting van de openbare orde preventief worden voorkomen en wordt de veiligheid bevorderd. De Wwm verbiedt het dragen (= bij zich hebben) van wapens, waaronder nader aangeduide messen of voorwerpen die als wapen kunnen dienen als wel sprake is van bovengenoemde situatie. Voor de toepassing van de Wwm bepaalt de context dus of een voorwerp een wapen is of niet. c. Besluiten worden gepubliceerd artikel 3:42 van de Awb. In de praktijk betekent dit dat dergelijke besluiten minimaal worden gepubliceerd op de gemeentepagina in de krant en/of de website van de gemeente.

Daarnaast geldt in zijn algemeenheid dat wanneer er gebruik zal worden gemaakt van deze bevoegdheid er ook via voldoende andere kanalen (persberichten etc.) aandacht zal worden besteed aan een dergelijk verbod en de aanleiding voor een dergelijk besluit. Vanzelfsprekend geldt een eventueel verbod uitsluitend voor de aangewezen openbare wegen. Datum: Fractie: Vraag 3. 9 D66 Artikel 2:34f verbiedt happy hours. Dit artikel kent een geschiedenis vanuit december het voorkomen van drankmisbruik. Er is voor gekozen het ongewijzigd in 2023 stand te laten; betekent dit dat er een geëvalueerd positief effect is? Zou het loslaten van het verbod en dit vervangen door een samen met horecaondernemers op te zetten ‘bewust drinken’-campagne eveneens drankmisbruik kunnen tegengaan? Antwoord: Het betreffende artikel is binnen deze actualisatie niet inhoudelijk geëvalueerd. Er zijn ons momenteel geen signalen bekend vanuit de horeca die aanleiding geven om dit artikel inhoudelijk te wijzigen of te schrappen. Vanzelfsprekend is er altijd ruimte om (in de toekomst) deze bepaling inhoudelijk onder de loep te nemen al dan niet in combinatie met een bredere discussie rondom het onderwerp tegengaan van alcoholmisbruik.

In zijn algemeenheid geldt dat het verbieden van exorbitante prijsacties voor alcoholconsumpties effect sorteren om alcoholmisbruik tegen te gaan.

Datum: Fractie: Vraag 4. 9 D66 december Artikel 2:42, lid 1, onder b verbiedt zonder enig voorbehoud stoepkrijten op straat. Waarom is dit verbod niet beperkt tot commerciële activiteiten in 2023 plaats van mede kinderlijk spelen te omvatten? Antwoord: U doelt kennelijk op lid 2 (ipv 1). Juist met het wijzigen van dit artikel conform de laatste aanpassing binnen de modelverordening van de VNG wordt het expliciet benoemde ‘krijten’ verwijderd. Dit betreffende modelartikel is in 2017 door de VNG aangepast. De VNG zegt daarover het volgende: In de loop van 2017 is een aantal keren ophef ontstaan over wat in de pers het “stoepkrijtverbod” is gaan heten. Het beeld werd geschetst dat gemeenten handhavend optraden tegen krijtende kleuters en straatkunstenaars. Gelukkig zijn er weinig of geen voorbeelden bekend waarbij ook echt is opgetreden. Het lijkt er gelukkig op dat in de praktijk gemeentelijke handhavers het gezonde verstand hebben om te zien dat het niet de bedoeling is geweest om onschuldige vormen van stoepkrijten te verbieden. De VNG heeft er desondanks wel voor gekozen om het woordje “krijt” uit de model-APV te schrappen. Dit omdat naar de letter van de regel stoepkrijten inderdaad onder het verbod viel, en omdat krijt meestal al na een paar dagen, of één bui, niet meer zichtbaar is en niet of nauwelijks schadelijk is voor het milieu.

Datum: Fractie: Vraag 5. 9 D66 Artikel 5.34 verbiedt vuur te stoken. Hierop zijn uitzonderingen voor december sfeervuren, bbq’en en dergelijke indien er geen sprake is van gevaar, 2023 overlast of hinder voor de omgeving. Betekent dit dat als het RIVM een stookalert afgeeft, sfeervuren stoken en bbq’en verboden is onder de APV? Antwoord: De aanhef van het tweede lid biedt in beginsel een handvat om handhavend op te treden. Deze beoordeling moet per situatie worden gemaakt, omdat dit alleen kan als er geen sprake is van toepasbare hogere regelgeving en dat er sprake is van een motief in het kader van de openbare orde en veiligheid.

Datum: Fractie: Vraag 6. 9 D66 december Aan organisatoren van openbare betogingen (demonstraties) wordt in artikel 2.3 gevraagd zich minstens 48 uur tevoren schriftelijk te melden. In 2023 het begin dit jaar door onze fractie aan de burgemeester aangeboden manifest demonstratierecht van Amnesty doet deze mensenrechtenorganisatie de oproep zo min mogelijk drempels op te werpen in procedures en termijnen. Op welke wijze komen die oproepen tot uiting c.q. zijn ze meegewogen in het voorgestelde artikel? Antwoord: Er is voor gekozen om het artikel te formuleren conform het model van de APV. De Wet openbare manifestaties (Wom) om laat de gemeenteraad vrij in het stellen van regels betreffende het tijdstip waarop de kennisgeving voor het houden van een manifestatie moet zijn gedaan. De wetgever gaat er blijkens de parlementaire geschiedenis van uit dat gemeenten de kennisgevingstermijn zo kort mogelijk houden. Uit de MvT bij de Wom blijkt dat de wetgever daarbij 24 of 48 uren in gedachten had. Het merendeel van de Nederlandse gemeenten hanteert een kennisgevingstermijn van 48 uren. Ook internationaalrechtelijke organisaties bevelen aan een niet te lange kennisgevingstermijn te hanteren. Een termijn van 48 uren wordt genoemd als een redelijke termijn.

Langere termijnen hebben vanuit het perspectief van de grondwettelijk en verdragsrechtelijk beschermde betogingsvrijheid niet de voorkeur. In het manifest van Amnesty is o.a. een pleidooi opgenomen om deelname aan een niet aangemelde betoging niet te bestraffen. Het gaat niet zozeer over een pleidooi om de aanmeldprocedure van een betoging te schrappen.

Datum: Fractie: Vraag 7. 9 D66 Op grond van artikel 4:18 is het plaatsen of geplaatst houden van december kampeermiddelen voor recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen 2023 slechts toegestaan wanneer dit kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op van het terrein betreft. Klopt het dat daarmee alle logeerpartijtjes van kinderen verboden zijn? Zij zijn immers niet zelf eigenaar van die kampeermiddelen (dat zijn de ouders van een van hen). Waarom kan niet volstaan worden met een bepaling die zegt dat er toestemming van een grondeigenaar nodig is, dat er geen overlast mag zijn en– voor zover het ook openbare ruimte betreft – dat er sprake moet zijn van ‘leave no trace’? Antwoord: Wellicht ten overvloede vermelden wij dat er binnen dit raadsvoorstel geen voorstel is gedaan om artikel 4:18 te wijzigen. Het betreffende artikel gaat niet over logeerpartijtjes van kinderen. Het biedt een grondslag om

handhavend op te treden op het moment dat er sprake is van ongewenst recreatief nachtverblijf op niet hiervoor bestemde plaatsen. Denk aan kamperen op straat. Er is op dit moment geen aanleiding om af te wijken van het model van de VNG. Vanzelfsprekend is er altijd ruimte om (in de toekomst) deze bepaling inhoudelijk te wijzigen indien hiervoor aanleiding bestaat.

Datum: Fractie: Vraag: 8. 9 D66 december Artikel 6:5 van onze huidige APV bevat overgangsrecht voor het doorwerken 2023 van besluiten genomen onder de APV 2009. Er is voor gekozen dit artikel niet alsnog te doen vervallen. Voor welke besluiten is de grondslag nog steeds de in 2012 vervallen APV 2009? Waarom zijn die de afgelopen 14 jaar niet van een recentere en – vooral - meer kenbare rechtsgrondslag voorzien? Antwoord: Er zijn in het verleden vergunningen verstrekt (voor onbepaalde tijd) o.g.v. de APV 2009. In dergelijke gevallen behoudt de vergunning rechtskracht zolang een situatie niet wijzigt en/of er geen nieuwe aanvraag wordt ingediend. Er is geen aanleiding om de overgangsbepaling nu te wijzigen, omdat de huidige APV (incl. alle wijzigingen) nog altijd de juridische ‘opvolger’ is van de APV 2009. Oftewel, met het doorvoeren van deze voorgestelde wijzigingen ontstaat er juridisch gezien geen nieuwe APV. Er wordt voorgesteld om de overgangsbepaling pas te vervangen wanneer de nu geldende APV wordt ingetrokken en in geheel wordt vervangen. De VNG heeft recent aangekondigd een nieuw model APV te willen publiceren. De verwachting is dat deze in 2027 beschikbaar komt.

Datum: Fractie: Vraag 9. 9 D66 december Het huidige raadsvoorstel bevat geen overgangsrecht voor de nu gewijzigde 2023 APV-bepalingen: betekent dit dat geen van de gewijzigde artikelen grondslag is voor een ‘doorlevend’ besluit? Antwoord: Zie deels beantwoording vraag 8. Anders dan in 2009 is er nu geen sprake van het intrekken van een bestaande verordening en wordt er ook geen APV vastgesteld. Eerder genomen besluiten blijven gewoon van kracht. Het is niet nodig om een specifieke overgangsbepaling op te nemen voor de voorgestelde wijzigingen. De wijzigingen treden in werking wanneer de wijzigingsverordening na positieve besluitvorming is gepubliceerd. Voor die tijd gelden de bepalingen zoals deze nu nog luiden.

Datum: Fractie: Vraag: 10. 9 D66 december In artikelen 2:1 en 2:3 wordt ‘hij die’ gewijzigd in ‘degene die’. Wat is de 2023 reden dat dit slechts in enkele in dit artikel in plaats van alle artikelen gebeurt? Veel artikelen bevatten nog een verwijzing naar ‘hij’ of ‘zijn’. Dit is van belang omdat ‘hij van oudsher in regelgeving als neutraal in plaats van mannelijk gebezigd wordt, maar het college daar nu (deels) afstand van lijkt te nemen – met als gevolg dat voor de andere bepalingen het kan lijken alsof die zich slechts tot mannen richten.

Antwoord: Zoals vermeld in het raadsvoorstel is er voor gekozen om het VNG model aan te houden voor het doorvoeren van diverse technische wijzigingen. Naar aanleiding van uw vraag merken wij op dat in artikel 2:67 en 2:68 inderdaad (ook in het VNG model) nog wordt verwezen naar ‘hij’ i.p.v. ‘degene’. Wij vermoeden dat dit een omissie is. Ook wordt in diverse artikelen met ‘hij’ verwezen naar de burgemeester. Voorgesteld wordt om deze verwijzingen desgewenst aan te passen in een volgende actualisatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=ac4efcec-5390-4c78-a88b-b95a774ac247