CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording van de Vooraf gestelde vragen inzake coördinatiebesluit Bestemmingsplan Ripselaan 6 Rijpwetering en aanvraag omgevingsvergunning_

Gemeenteraad 17 juni 2024, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Coördinatiebesluit: Ontwerpbestemmingsplan Ripselaan 6 Rijpwetering en aanvraag omgevingsvergunning (477431 en 534912)847 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vooraf gestelde vragen Vergadering d.d. Soort vergadering Nummer agendapunt Titel agendapunt

: woensdag 5 juni 2024 : Hoorzitting bestemmingsplannen : 10 : Coördinatiebesluit: Bestemmingsplan Ripselaan 6 Rijpwetering en aanvraag omgevingsvergunning.

Datum: Fractie: Vraag 1: Wat zijn de uitkomsten van het in april 2023 aangekondigde dierenwelzijnsonderzoek van de branchevereniging FNRS? (Zie o.a. 3 juni D66 2024 KASSA en Leidsch Dagblad) Antwoord: Uitvoering en naleving van dierenwelzijnsbeleid in grotendeels in handen van het Rijk en de provincie (natuuebeheer) of organisaties zoals de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en omgevingsdiensten. In die zin is de invloedssfeer van een gemeente op dit thema dan ook veelal beperkt. Gemeenten die nadrukkelijk ten aanzien van dierenwelzijn bepaalde maatregelen willen kunnen nemen, hebben daar dan ook een specifieke nota dierenwelzijn door hun gemeenteraad laten vaststellen. Voor wat betreft borgen van eventuele verplichtende maatregelen geeft het bestemmingsplan daar geen mogelijkheden toe. Zo heeft de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State in de uitspraak van 21 januari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:84) bepaalt dat in een bestemmingsplan geen regels opgenomen kunnen worden over dierenwelzijn. Wat de uitkomsten zijn van het genoemde dierenwelzijnonderzoek is dan ook in het kader van voorliggend bestemmingsplan dan ook niet relevant noch van invloed.

` Datum: Fractie: Vraag 2: Voldoet de manage na doorvoeren van de in het bestemmingsplan genoemde (ver)bouwplannen aan alle wettelijke en 3 juni D66 2024 FNRS-dierenwelzijnseisen? Graag een gemotiveerd antwoord per eis/norm met in ieder geval de normen geduid waar op basis van de KASSA-uitzending en het FNRS-onderzoek twijfel over kan bestaan. Antwoord: Van belang is dat in het kader van een goede ruimtelijke ordening ten aanzien van milieuaspecten – overeenkomstig voorgeschreven door milieuwet- en regelgeving- dat bij iedere ontwikkeling aantoonbaar is gemaakt dat milieutechnisch gezien aan alle onderzoek verplichtingen voldaan is en deze met goed gevolg getoetst zijn en van advies voorzien door de Omgevingsdienst West Holland. Ecologie (Flora en Fauna) maken onderdeel uit van deze onderzoek verplichting (net als 1

bv milieuaspecten als bodem en geluid). In het verlengde van de beantwoording van vraag 1 over het planologisch niets kunnen / mogen vastleggen in het bestemmingsplan over dierenwelzijn merken wij dan ook op dat de toetsing zoals vraagsteller deze formuleert, niet heeft plaatsgevonden.

Datum: Fractie: Vraag 3: De managehouder stelde eerder al tien jaar bezig te zijn met het verkrijgen van een vergunning van de gemeente. Hoe ziet die 3 juni D66 2024 tijdslijn eruit? En wat is in de huidige aanvraag het verschil met eerdere plannen en aanvragen waardoor het nu wel tot een wijzigings- en vergunningsprocedure komt en eerder niet? Antwoord: Dat de initiatiefnemer meer dan 10 jaar bezig zou zijn met het verkrijgen van een vergunning wekt de suggestie dat een dergelijke tijdslijn een gevolg is van inhoudelijke belemmeringen om tot een vergunningverlening te kunnen komen. Initiatiefnemer heeft inderdaad in de achterliggende jaren op onderdelen aanvragen / verzoeken bij de gemeente neergelegd die niet zozeer de eindstreep niet haalden op inhoudelijke gronden. Met voorliggend plan heeft initiatiefnemer met hulp van een stedenbouwkundig adviesburo en in afstemming met de gemeente een plan / onderbouwing opgesteld waarbij de verschillende deelaspecten op zichzelf staand als in relatie tot elkaar in een bepaalde samenhang en balans vorm hebben gekregen met een toerekende motivering.

Datum: Fractie: Vraag 4: Op welke wijze heeft het college dierenwelzijn meegenomen in het principeverzoek en de besluitvorming over het aan de raad 3 juni D66 2024 voorgelegde besluit? Antwoord: Kortheidshalve wordt verwezen naar de beantwoording van vraag 1 en 2

Datum: Fractie: Vraag 5: Waarom gaan zowel het raadsvoorstel als bestemmingsplan niet in op hoe dierenwelzijn met de plannen geborgd wordt? 3 juni D66 2024 Antwoord: Kortheidshalve wordt verwezen naar de beantwoording van vraag 1 en 2 2

T.a.v. vraag 6: Het betreft een manage, paardenfokkerij en een opfokbedrijf voor jongvee. De wens is om het bouwvlak te vergroten naar 2 HA voor parkeren, een buitenrijbak van een overdekking voorzien, vergroten van de voeropslag en een recreatiewoning. Het bedrijf is gelegen in het buitengebied. Samen voor Kaag & Braassem heeft over dit plan één vraag. Datum: Fractie: Vraag 6: Heeft het bedrijf een bedrijfswoning? Zo nee, is het dan niet logischer om deze aan te vragen in plaats van een recreatiewoning? 3 juni SvKB 2024 Zo ja, waarom is er een recreatiewoning gewenst bij dit bedrijf? Antwoord: Het is niet ongebruikelijk dat in het buitengebied op agrarische percelen ‘recreëren bij de boer plaatsvindt’. Met dien verstande dat de recreatieve functie ondergeschikt dient te zijn ten opzichte van de agrarische hoofdfunctie er door de aanwezige recreatieve functie geen sprake is van aantasting van het landschap. Welnu, zowel de uitbreiding van het parkeerterrein als het vergroten van de voeropslag en het realiseren van een recreatiewoning hebben nauwelijks tot geen invloed op de openheid van het landschap en de vergezichten daarvan. De vorm, omvang, impact en positionering van deze recreatieve component op het perceel is dan ook geen belemmering en draagt bij aan de (financiële) stabiliteit en continuïteit van de (hoofd)bedrijfsvoering ter plaatse.

Overigens dient de recreatiewoning niet gezien te worden als een bedrijfswoning en zal dan ook op geen enkele wijze als bedrijfswoning fungeren.

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=b492e25b-1c7a-49b5-94ea-278ad6284eb1