Beantwoording technische vragen SvKB en PRO Regionale Energie Strategie 1.0 (RES)
Tekst van het document
Onderwerp Vragen
Technische vragen SvKB en Pro Kaag en Braassem naar aanleiding van behandeling RES 1.0 in Visie en Advies 17 mei 2021 1. Wat wordt precies verstaan onder de haalbaarheidslag die is mee genomen in de RES: wat zijn niet mitigeerbare wettelijke restricties vanuit milieu en veiligheid waar geen kansen zijn voor de opwek van duurzame energie? 2. Klopt het dat de hoogte van de hoogspanningsmasten opgeteld met de hoogte van de windmolens (en een veiligheidsmarge) een wettelijke afstand is?
Antwoord
Antwoord vraag 1 De kansenkaart van na de Concept-RES is als vertrekpunt genomen. Daarna zijn de volgende wettelijke restricties vanuit milieu en veiligheid meegenomen voor de bepaling van de initiële haalbaarheid: a. Veiligheidseisen uit het Handboek Risicozonering Windturbines (2014) ten opzichte van (beperkt) kwetsbare objecten, inrichtingen met opslag van gevaarlijke stoffen en infrastructuur (wegen, waterwegen en spoorwegen) b. Overschrijding van de 47 dB Lden geluidsnorm, rekening houdend met de toepassing van een geluidreducerende modus als mitigerende maatregel. Daarbij is rekening gehouden met een reductie van het brongeluid met 3 dB. c. Ruimtebeslag in Natura 2000- en NNNgebieden d. Fysieke objecten in het landschap, zoals bestaande windturbines Veiligheidsafstanden en overschrijdingen van de geluidsnorm zijn afhankelijk van de afmetingen en het brongeluid van het gekozen windturbinetype. De RES-regio wil niet bij voorbaat gebieden uitsluiten die mogelijk wel geschikt zijn bij de keuze van het juiste turbinetype. Daarom zijn voor de kansenkaart de contouren gehanteerd die horen bij een solitaire referentieturbine van 3,6 MW (ashoogte circa 110 meter), dit zijn de minimaal uit te sluiten gebieden op basis van milieu en veiligheid. Bij de keuze voor een grotere windturbine en/of bij het plaatsen
van windturbines in een lijnopstelling zijn grotere contouren van toepassing en zullen minder zoekgebieden overblijven. De exacte aan te houden afstanden dienen per project bepaald te worden. Naast wettelijke eisen gelden op basis van het Handboek Risicozonering Windturbines adviesafstanden tot buisleidingen en hoogspanningsverbindingen. Hier kan in overleg met de kabel- en leidingbeheerders van worden afgeweken. Omdat nog geen gesprekken zijn gevoerd met de beheerders, is het voorbarig om gebieden die binnen de adviesafstand liggen bij voorbaat uit te sluiten. Daarom staan onder andere de zoekgebieden langs de A4 (waar een hoogspanningsverbinding loopt) en langs de N11 (waar een buisleiding ligt) op de RES 1.0 kaart. Antwoord vraag 2 De afstanden tot hoogspanningsverbindingen zijn geen wettelijke afstanden maar adviesafstanden (zie ook pagina 49 en 50 van het Handboek Risicozonering Windturbines1) TenneT geeft hier richtafstanden en geeft op pagina 50 aan dat het nodig is om met TenneT in overleg te treden als niet aan deze afstandseisen wordt voldaan. In dat geval is een risicoanalyse nodig waarin de toename van de faalkans wordt berekend. Als richtlijn hanteert TenneT dat de windturbines de faalkans van de hoogspanningsverbinding met niet meer dan 10 % mag verhogen.
De faalkans is onder andere afhankelijk van de specifieke kenmerken van het project (zoals turbinetype, -afmetingen en -posities), in combinatie met het type asset van TenneT. Een gesprek met TenneT (op projectniveau) is noodzakelijk voor gesteld kan worden dat de zoekgebieden langs de A4 niet haalbaar zijn.
1
https://www.rvo.nl/sites/default/files/2014/09/Handboek%20Risicozonering%20Windturbines%20versie %20september%202014.pdf