Beantwoording mondeling gestelde vragen in de V&A-vergadering d.d. 4 december 2023
Tekst van het document
Mondeling in een vergadering gestelde vragen door raadsleden Vergadering d.d. Soort vergadering Nummer agendapunt Titel agendapunt
Fractie: VVD
: 4 december 2023 : Visie en Advies :6 : 8e wijziging Algemene Plaatselijke Verordening
Vraag: In de artikelen 2:25 (Evenementenvergunning) en 2:28 (Exploitatie openbare inrichting) wordt de weigeringsgrond ‘slecht levensgedrag’ geïntroduceerd. Hoe wordt deze beoordeling in de praktijk gemaakt en zorgen we voor een eenduidige lijn hierin? Antwoord: De burgemeester kent in beginsel een grote mate van beleidsvrijheid bij deze beoordeling. Bij de uitvoering van de landelijke Alcoholwet en artikel 3:4 (seksinrichting; escortbedrijf) van de APV vindt nu ook altijd een toetsing plaats op ‘slecht levensgedrag’ middels het raadplegen van onder andere politie en justitie. Hierbij wordt gekeken naar eventuele antecedenten tot 5 jaar terug. Als er gedragingen en/of veroordelingen in die periode hebben plaatsgevonden die leiden tot een beoordeling van het levensgedrag, kunnen gedragingen en veroordelingen langer dan vijf jaar voorafgaand aan het besluit in de beoordeling worden betrokken. Bij de toetsing weegt de burgemeester alle relevante feiten en omstandigheden in samenhang met, en in relatie tot, de vergunning. We zijn voornemens om dezelfde werkwijze toe te passen bij de beoordeling van het slechts levensgedrag i.h.k.v. deze APV-artikelen. De burgemeester zal na het doorvoeren van voorgenoemde wijzigingen in de APV zo spoedig mogelijk een beleidslijn vaststellen om eenduidig en transparant te zijn in de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan deze toets.
Deze toezegging is door de burgemeester ook gedaan op de V&A van 4 december.
Fractie: VVD
Vraag: Er lijkt een verschil te zitten in het genoemde sluitingsuur voor terrassen, zoals vermeld in artikel 2:29 (Sluitingstijden) en de eindtijd voor een evenement als genoemd in artikel 2:25 (Evenementenvergunning). Hoe wordt dit verklaard? Antwoord: Er is geen sprake van een verschil. Terrassen mogen in beginsel tot 23:00 uur geopend zijn. Wanneer er een evenement plaatsvindt nabij het terras waarvoor een vergunning is verleend, en het terras maakt onderdeel uit van dit evenement, is er toestemming om het terras langer geopend te hebben. Evenementen die een eindtijd hebben na 23:00 vallen per definitie onder een vergunningplicht.
Fractie: VVD
Vraag: In artikel 2:34b (Regulering paracommerciële rechtspersonen) zijn schenktijden bepaald ten aanzien van paracommerciële rechtspersonen. Er is o.a. bepaald dat zij de mogelijkheid hebben om alcohol te schenken tot 1 of 2 uur na afloop van activiteiten die passen binnen de statutaire doelomschrijving van de desbetreffende paracommerciële rechtspersoon. Dit brengt enige rechtsonzekerheid met zich mee. Hoe voorkomen we dat (sport)verenigingen onnodig worden beperkt in hun horecafunctie door de schenktijden op deze wijze te formuleren? Antwoord: Wellicht ten overvloede vermelden wij dat er in dit voorstel tot het wijzigen van de Apv geen inhoudelijke wijzigingen worden voorgesteld. De inhoudelijke bepaling die nu al van kracht is wordt technisch overgeheveld naar de Apv. Middels de huidige bepaling is destijds een balans vastgesteld om ‘paracommerciële rechtspersonen’ ruimte te geven om hun horecafunctie uit te oefenen zonder dat dit leidt tot onevenredig nadeel voor de commerciële horeca binnen onze gemeente. Er is gekozen voor een variant met nietabsolute schenktijden om zo flexibiliteit en vertrouwen te bieden aan verenigingen om hun horecafunctie uit te oefenen die past bij de doelstelling van hun vereniging of stichting. Er zijn enkele nadelen die kleven aan het invoeren van absolute schenktijden (i.p.v. de huidige variant).
Zo kan er een reguliere horecafunctie ontstaan waarmee oneerlijke concurrentie ontstaat voor de commerciële horeca. Anderzijds bestaat het risico dat deze schenktijden niet voor alle verenigingen toereikend zijn. Momenteel zijn ons geen signalen bekend dat er aanleiding is om deze bepaling inhoudelijk te wijzigen. Vanzelfsprekend blijven wij in gesprek met alle partijen over het thema paracommercie en zullen wij, indien hiertoe aanleiding bestaat, een voorstel doen om regels ten aanzien van paracommercie te wijzigen.
Fractie: VVD / CDA
Vraag: Er is nader duiding gevraagd omtrent artikel 2:34f (Verbod ‘happy hours’). Antwoord: Ook voor dit artikel geldt volledigheidshalve dat er in dit voorstel tot het wijzigen van de Apv geen inhoudelijke wijzigingen worden voorgesteld. De inhoudelijke bepaling die nu al van kracht is wordt technisch overgeheveld naar de Apv. Dit artikel verbiedt ‘happy hours’ in de horeca. Deze bepaling is gebaseerd op artikel 25d van de Alcoholwet dat het mogelijk maakt om bij gemeentelijke verordening, ter bescherming van de volksgezondheid of in het belang van de openbare orde, regels te stellen over prijsacties voor alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse in een horecalokaliteit of op een terras. Het geeft de gemeente de mogelijkheid om op te treden tegen ‘happy hours’ waar tijdens bepaalde tijdspanne fikse kortingen op alcoholhoudende drank wordt gegeven. Dit ook in het kader van alcoholmatiging/ voorkomen overmatig alcoholgebruik, etc.
Fractie: VVD
Vraag: Er is nader duiding gevraagd omtrent artikel 5:34 (Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken). Is het nog mogelijk vreugdevuren etc. te organiseren. Antwoord: Ja dit is net als voorgaande jaren mogelijk. Op grond van lid 3 kan het college ontheffing verlenen en eventuele voorschriften opnemen om zaken te reguleren.
Fractie: VVD
Vraag: Er is nader duiding gevraagd omtrent artikel 5:13 (Inzameling van geld of goederen). Vallen veel lokale acties en initiatieven van verenigingen etc. ook onder een vergunningplicht? Antwoord: In beginsel geldt een vergunningplicht voor een inzameling van geld, goederen en het werven van donateurs wanneer de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. Er geldt een vrijstelling van de vergunningplicht als dit in besloten kring plaatsvindt. Daarnaast kan het college een rooster vaststellen met daarin periodes en/of instellingen die worden vrijgesteld van deze vergunningplicht. Momenteel is hier eerder nog geen invulling aan gegeven. Het college zal komend jaar invulling geven aan een dergelijke beleidsregel. Bestaande (lokale) instellingen en verenigingen zijn bekend met bovengenoemde werkwijze en dit leidt in de praktijk niet tot problemen.