b_NL.IMRO.1884.BPNOORDEINDE89-VAS1_Waterverg..022009152
Tekst van het document
uw kenmerk:
1295/ olo-6925459
uw brief van:
22 april 2022
ons kenmerk:
2022-009152
bijlagen:
3
inlichtingen:
C. van der Zee
doorkiesnummer:
(071) 306 308 8 Besluit watervergunning dempen en graven water Noordeinde 89A Roelofarendsveen
onderwerp:
Mevr. S Verhaar Westeinde 6A 2371 BA Roelofarendsveen
Leiden, 27 juni 2022
Geachte mevrouw Verhaar, Op 22 april 2022 heb ik uw aanvraag ontvangen voor het dempen en graven (of verbreden) van ‘overig’ oppervlaktewater ter plaatse van Noordeinde 89A te Roelofarendsveen. Uw aanvraag is ingeschreven onder kenmerk 2022-009152. U krijgt toestemming van Rijnland Het besluit en de bijbehorende voorwaarden kunt u vinden in de bijlagen. • Bijlage I watervergunning; • Bijlage II algemene regel; • Bijlage III zorgplicht. Start melding werkzaamheden Wij vragen u uiterlijk 5 werkdagen voor aanvang van de werkzaamheden de definitieve startdatum en de verwachte einddatum te melden via www.rijnland.net/melden-start-einde-werkzaamheden. Als u dit niet doet, kan Rijnland handhavend optreden. Vragen? Heeft u nog vragen? Neem dan contact op met het Klant Contact Team via telefoonnummer (071) 306 34 94 of vergunningen@rijnland.net. Ik verzoek u daarbij bovengenoemd zaaknummer te vermelden.
2
Met vriendelijke groet, Namens dijkgraaf en hoogheemraden,
S. Veldkamp Afdeling Vergunningverlening & Handhaving Teamleider Vergunningverlening
Een afschrift van dit besluit wordt verzonden aan: 1. Gemachtigde: STILI architectuur, t.a.v. Dhr. H.G. de Kruijf, Kroeskarperlaan 92 2215 XR Voorhout; 2. Gemeente Kaag & Braassem.
Kenmerk: 2022-009152
3
BIJLAGE I WATERVERGUNNING 1. Besluit Op 22 april 2022 heb ik uw aanvraag ontvangen voor het dempen en graven (of verbreden) van ‘overig’ oppervlaktewater ter plaatse van Noordeinde 89A te Roelofarendsveen. Uw aanvraag is ingeschreven onder kenmerk 2022-009152. Gelet op de bepalingen van de Waterwet, het Waterbesluit, de Waterregeling, de Waterverordening Rijnland, de Keur van het hoogheemraadschap van Rijnland met de daarbij behorende uitvoeringsregels, de Algemene wet bestuursrecht en de bij onderdeel 4 genoemde overwegingen besluiten dijkgraaf en hoogheemraden van het hoogheemraadschap van Rijnland als volgt: I. De gevraagde vergunning te verlenen voor: a. Het dempen van 308 m² ‘overig’ oppervlaktewater in de Veender- en Lijkerpolder Buiten de bedijking; ter plaatse van Noordeinde 89 A in Roelofarendsveen zoals weergegeven op de één gewaarmerkte bijlage die bij dit besluit behoort: - Situatietekening herontwikkeling Noordeinde 89 Roelofarendsveen opgesteld door Stili architectuur met kenmerk HHRS-01, 22 april ’22. II. Aan de vergunning de in onderdeel 3 opgenomen voorschriften te verbinden met het oog op de in artikel 2.1 van de Waterwet genoemde doelstellingen. Dit besluit is genomen voor Mevrouw S. Verhaar, Westeinde 6A 2371 BA Roelofarendsveen.
Kenmerk: 2022-009152
4
2. Ondertekening Besloten te Leiden op 27 juni 2022 Namens dijkgraaf en hoogheemraden,
S. Veldkamp Afdeling Vergunningverlening & Handhaving Teamleider Vergunningverlening
3. Voorschriften Bijzondere voorschriften 1. De grond moet bij uitvoering in de richting van het blijvende oppervlaktewater worden aangebracht, waarbij geen bagger in dit resterende oppervlaktewater terecht mag komen. 2. Het oppervlaktewater dat dient ter compensatie van de demping moet voor of tijdens het uitvoeren van de demping gegraven zijn.
Kenmerk: 2022-009152
5
Algemene voorschriften 3. Meldingsplicht Minstens 5 werkdagen voordat u met de uitvoering van de werken begint, moet u de uitvoering melden aan de afdeling Vergunningverlening en Handhaving, door middel van een meldingsformulier of via https://www.rijnland.net/melding-start-werkzaamheden. 4. Controle op de uitvoering De houder van dit besluit moet medewerkers van Rijnland toegang verlenen tot alle locaties waarvoor dit besluit geldt. Daarbij wordt alle gewenste informatie door of namens de vergunninghouder verstrekt. 5. Aanwezigheid besluit Dit besluit of een afschrift ervan moet tijdens de uitvoering van het werk aanwezig zijn en op aanvraag van een medewerker van het team Vergunningverlening van het hoogheemraadschap direct ter inzage worden gegeven. 6. Wijziging werk De houder moet wijzigingen schriftelijk melden. Deze melding moet hij doen aan de teamleider van het team Vergunningverlening van het hoogheemraadschap. Het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het hoogheemraadschap van Rijnland kan eisen dat voor de wijziging een nieuwe aanvraag wordt ingediend. Het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het hoogheemraadschap van Rijnland kan de houder verplichten de werken waarvoor vergunning is verleend, te wijzigen. Dit kan gebeuren in verband met werken die het hoogheemraadschap zelf uitvoert of werkzaamheden in het belang van de waterstaat. 7.
Calamiteiten Als de houder als gevolg van calamiteiten of bijzondere omstandigheden niet aan de vergunningsvoorschriften kan voldoen, moet hij dit direct telefonisch melden en schriftelijk bevestigen aan de teamleider van het team Vergunningverlening van het hoogheemraadschap. De aanwijzingen van het hoogheemraadschap moeten direct worden opgevolgd. 8. Onderhoud Het werk waarvoor dit besluit is verleend, moet voortdurend door of namens de houder in goede staat worden gehouden. 9. Adreswijziging De houder moet een wijziging in zijn adres binnen 4 weken schriftelijk of per e-mail melden aan de teamleider van het team Vergunningverlening van het hoogheemraadschap.
Kenmerk: 2022-009152
6
10. Rechtsopvolging Op grond van artikel 6.24 van de Waterwet geldt deze vergunning voor de houder en diens rechtsopvolger(s). De houder is verplicht het besluit aan de rechtsopvolger over te dragen. De nieuwe houder moet de overdracht binnen 4 weken na rechtsopvolging schriftelijk of per e-mail melden aan het team Vergunningverlening van het hoogheemraadschap van Rijnland. 11. Intrekking vergunning Op grond van artikel 6.22 lid 2 van de Waterwet kan het college een vergunning geheel of gedeeltelijk intrekken, indien de vergunning gedurende drie achtereenvolgende jaren niet is gebruikt. Op grond van artikel 6.22 lid 3 van de Waterwet trekt het college de vergunning geheel of gedeeltelijk in: ‒ op aanvraag van de vergunninghouder, voor zover de doelstellingen en belangen, bedoeld in artikel 2.1 van de Waterwet,; ‒ Door omstandigheden waardoor de handeling of handelingen waarvoor de vergunning is verleend, niet langer toelaatbaar worden geacht met het oog op de in artikel 2.1 van de Waterwet bedoelde doelstellingen en belangen; ‒ Als een voor Nederland bindend verdrag of besluit van een volkenrechtelijke organisatie, dan wel een wettelijk voorschrift ter uitvoering daarvan, daartoe verplicht. Het werk waarvoor vergunning is verleend, moet in dit geval door of namens de vergunninghouder worden verwijderd.
De kosten en eventuele schade hiervan zijn voor rekening van de vergunninghouder tenzij bijzondere omstandigheden aanleiding geven tot het overeenkomen van een andere regeling. 12. Niet-naleving voorschriften Als de houder in gebreke blijft de voorschriften na te leven, kan Rijnland hierin voorzien, op kosten van de houder, ingevolge artikel 61 van de Waterschapswet.
Kenmerk: 2022-009152
7
4. Grondslag en overwegingen Wettelijke grondslag In artikel 2.1 van de Waterwet zijn de algemene doelstellingen aangegeven die richtinggevend zijn bij de uitvoering van het waterbeheer: a. voorkoming en waar nodig beperking van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste; b. bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; c. vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen. Het hoogheemraadschap van Rijnland heeft deze doelstellingen concreet gemaakt via normen en beleid ten aanzien van veiligheid, waterkwantiteit, waterkwaliteit en maatschappelijke functievervulling door watersystemen. Dit is gebeurd in de Keur Rijnland 2020, de bij deze keur behorende uitvoeringsregels en het Waterbeheerplan 2022-2028. Deze normen en dit beleid is − in samenhang met de Algemene wet bestuursrecht, de Waterwet, het Waterbesluit, de Waterregeling, en het provinciaal Waterplan − het kader waarbinnen de besluitvorming van Rijnland plaatsvindt. Binnen dit kader is beoordeeld of uw aanvraag verenigbaar is met de doelstellingen van het waterbeheer. Overwegingen Dijkgraaf en hoogheemraden hebben het volgende overwogen: Het dempen van meer dan 100 m² overig oppervlaktewater is vergunningplichtig op grond van artikel 3.3, eerste lid, van de Keur Rijnland 2020. De handeling is getoetst aan beleidsregel 3.4 Dempen.
Uit de aanvraag en de daarbij overlegde gegevens is gebleken dat de handeling voldoet aan artikel 2 en 6 uit deze beleidsregel. Inleiding De initiatiefnemer is voornemens om het oppervlaktewater binnen de projectgrenzen te verleggen. Het oppervlaktewater dat wordt gedempt en gegraven bevindt zich in de polder Veender- en Lijkerpolder Buiten de bedijking met zomerpeil NAP –1,48 m en winterpeil NAP -1,52 m. Voor het te dempen water wordt uitgegaan van het wateroppervlak vanuit de Legger oppervlaktewateren. Deze zijn ingemeten tussen 2007 en 2009. Demping en compenseren De te dempen watergang ligt ten noorden van het perceel AKM01 K 1005. De 308 m² demping vindt plaats in de watergang met leggercode 143-058-00453. Deze watergang is circa 65 meter lang bij 5,5 meter breed. In de watergangen met code: 143-058-00163 en 143-058-00202 vindt de verbreding plaats van in totaal 308 m². Op de kopse kant van het perceel (143-058-00163) vindt afgraving plaats over een lengte van circa 19 meter bij gemiddeld 1,7 meter. Aan de zuidzijde (143-058-00202) vindt afgraving plaats over een lengte van circa 75 meter bij gemiddeld 3,7 meter. Kenmerk: 2022-009152
8
Door de demping wordt de wateraanvoer en waterafvoer naar en uit het achterliggend/aangrenzend gebied en gemaal niet belemmerd. Het perceel wordt hier afgegraven en voorzien van een beschoeiing. Conclusie Op grond van het vorenstaande is gebleken dat de aangevraagde handelingen onder het stellen van voorwaarden verenigbaar zijn met de doelstellingen van het waterbeheer. Daarom achten dijkgraaf en hoogheemraden de handelingen aanvaardbaar en bestaan er geen overwegende bezwaren tegen het verlenen van de vergunning.
5. Bezwaarprocedure Als u het niet eens bent met een besluit waarbij uw belang rechtstreeks is betrokken, neem dan contact op met mevrouw C.F. van der Zee (06 50073654) of het Klant Contact Team: (071) 306 34 94. U kunt zo meer uitleg krijgen over het besluit en over het eventueel indienen van een bezwaarschrift. U kunt een bezwaarschrift indienen tegen de inhoud van een besluit, het niet op tijd nemen van een besluit of een weigering van uw aanvraag. Watersysteembelangen De besluiten van het Hoogheemraadschap van Rijnland worden genomen op gronden die de waterveiligheid, waterkwantiteit en de waterkwaliteit waarborgen. Dat betekent dat bezwaren alleen gemaakt kunnen worden op grond van waterhuishoudkundige belangen. Bezwaren die niet watergerelateerd zijn, leiden dus in principe niet tot een andere vergunning omdat dit buiten het toetsingskader van Rijnland valt. Indienen van uw bezwaarschrift De meest eenvoudige en snelste manier om uw bezwaarschrift in te dienen is via de digitale weg. Als burger kunt u uw bezwaarschrift digitaal indienen door middel van DigiD. Ondernemers en bedrijven kunnen digitaal een bezwaarschrift indienen door middel van eHerkenning. Mocht het voor u niet mogelijk zijn om uw bezwaarschrift digitaal in te dienen, dan kunt u dit per post doen.
Het postadres voor bezwaarschriften bestemd voor het Hoogheemraadschap van Rijnland is:, Postbus 156, 2300 AD Leiden. Vermeld bovenaan de brief en op de envelop: “Bezwaarschrift”. Vergeet hierbij niet: - De naam en het adres van de indiener; - De datum; - Een omschrijving van het besluit waartegen u een bezwaar wilt indienen; - De argumenten waarom er bezwaar wordt gemaakt (gronden); - Een eventuele machtiging als u namens iemand anders bezwaar maakt; - Een ondertekening.
Kenmerk: 2022-009152
9
De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift bedraagt 6 weken en begint op de dag nadat het besluit bekend is gemaakt. Bij niet tijdige indiening, wordt uw bezwaarschrift inhoudelijk niet in behandeling genomen. Besluit blijft van kracht Zolang uw bezwaarschrift bij ons in behandeling is, blijft het besluit van kracht. Als u vindt dat het besluit zodanige gevolgen voor u heeft, dat u de bezwaarprocedure niet kunt afwachten, dan kunt u de rechter verzoeken om een ‘voorlopige voorziening’ te treffen. Hieraan zijn kosten verbonden, de zogenaamde griffierechten. De voorwaarde hiervoor is wel dat u een bezwaarschrift heeft ingediend. De rechter oordeelt of het besluit kan worden opgeschort. Uw verzoek moet u indienen bij de Rechtbank ’s-Gravenhage (sector Bestuursrecht, Postbus 20302, 2500 EH in Den Haag). Burgers hebben ook de mogelijkheid om digitaal, via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht, een voorlopige voorziening te verzoeken bij bovenstaande rechtbank. Voor meer informatie over het indienen van een bezwaarschrift zie: Bezwaar tegen beslissing bestuursorgaan (rijnland.net).
Kenmerk: 2022-009152
10
BIJLAGE II ALGEMENE REGEL Algemene regel 5.3 Graven van oppervlaktewater Het ter compensatie graven van 308 m² overig oppervlaktewater mag u uitvoeren, mits u zich houdt aan de eisen uit de onderstaande algemene regel: Artikel 1: Reikwijdte van deze algemene regel Deze algemene regel is van toepassing op het graven van oppervlaktewater, wanneer: a. het oppervlaktewater niet wordt aangelegd in een op kaart 2 weergegeven kwetsbaar kwelgebied, en b. het graven niet alleen het verflauwen van een talud en/of het verdiepen van een bestaande watergang betreft. Artikel 2: Nieuwe watergang a. Wanneer een nieuwe overige watergang wordt gegraven, moet deze watergang aan de volgende afmetingen voldoen: 1. aanlegdiepte minimaal 0,60 meter; 2. breedte waterbodem minimaal 0,40 meter; 3. breedte watergang op de waterspiegel bij winterpeil minimaal 2,50 meter. b. Wanneer een nieuwe hoofdwatergang wordt gegraven, moet deze watergang aan de volgende afmetingen voldoen: 1. aanlegdiepte minimaal 1,10 meter; 2. breedte waterbodem minimaal 0,40 meter; 3. breedte watergang op de waterspiegel bij winterpeil minimaal 7 meter.
Artikel 3: Uitvoering compensatieverplichting Wanneer een bestaande watergang wordt verbreed om te voldoen aan de compensatieplicht op basis van hoofdstuk 3 over dempingen of hoofdstuk 11 over toename van verhard oppervlak, moet deze verbreding gemeten uit de oeverlijn minimaal 0,50 meter bedragen.
Kenmerk: 2022-009152
11
BIJLAGE III ZORGPLICHT De volgende werkzaamheden uit uw aanvraag vallen volgens de Keur 2020 onder de zogenaamde zorgplicht: - Plaatsen beschoeiing in overig oppervlaktewater. Dit houdt in dat u direct aan de slag mag gaan met bovenstaande werkzaamheden, mits u zorgvuldig werkt en schade aan het watersysteem voorkomt. Voor veel werkzaamheden bestaat een zogenaamde erkende maatregel. In dat geval wordt geadviseerd om de werkzaamheden uit te voeren volgens deze erkende maatregel. Dan weet u zeker dat u aan de zorgplicht voldoet. Meer informatie kunt u vinden op www.rijnland.net/loket/vergunningen/keur-alleregels-op-een-rij/zorgplicht/.
Kenmerk: 2022-009152