Analyse Werk en Inkomen 2022
Tekst van het document
Werk en inkomen Ontwikkelingen in 2022
1
Inhoudsopgave A.
Analyse van omvang en oorzaken van het tekort..............................................................3
1. Samenvatting en analyse .....................................................................................................3
2.
1.1
Samenvatting .............................................................................................................3
1.2
Doel ............................................................................................................................4
1.3
Beoogd effect .............................................................................................................4
1.4
Tekort BUIG en berekening Vangnetuitkering............................................................4
Ontwikkelingen WW Kaag en Braassem en regio.............................................................5 2.1
3.
4.
Spanning op de arbeidsmarkt: personeelstekorten....................................................5
Inkomensondersteuning ....................................................................................................5 3.1
Groeiend bestand.......................................................................................................5
3.2
Bestandsopbouw – wie zitten er in de bijstand? ........................................................6
3.3
Startkwalificatie van de bijstandsgerechtigden...........................................................7
3.4
Bemiddelbaarheid ......................................................................................................7
3.5
Beeld van de instroom en uitstroom...........................................................................8
3.6
Mogelijke verklaringen voor groeiend bestand...........................................................9
Evaluatie van beleid ..........................................................................................................9 4.1
Participatie-intake.......................................................................................................9
4.2
Samenwerking in de arbeidsmarktregio Holland Rijnland..........................................9
4.3
Getroffen maatregelen om het tekort te reduceren ..................................................10 4.3.1 Plan van aanpak ‘ombuiging bestand’.............................................................11 4.3.2 Sociale activering ............................................................................................12 4.3.3 Taalniveau uitkeringsgerechtigden..................................................................13 4.3.4 Verbinding tussen ondernemers en Rijnvicus .................................................13
B.
Beoogde effect van de genoemde maatregelen ..........................................................14
5.
De verwachtingen voor 2023..........................................................................................14 5.1
Prognose aantal uitkeringen 2023............................................................................14
5.2
Sturen op resultaten en effecten ..............................................................................14
5.3
Financiële vooruitblik naar 2023...............................................................................14
2
A. Analyse van omvang en oorzaken van het tekort 1. Samenvatting en analyse 1.1. Samenvatting Op basis van CBS cijfers heeft in Kaag en Braassem 1% van alle inwoners (2022: 27.895) een Participatiewet uitkering. Ten opzichte van het aantal huishoudens (2023: 12.035) heeft 2,5% een Participatiewet uitkering. Het landelijk gemiddelde in 2022 is 4,2% (8,1 miljoen huishoudens waarvan 341.000 huishoudens een bijstandsuitkering ontvangen). Het niveau van Kaag en Braassem ligt daarmee onder het landelijk gemiddelde. In 2022 hebben echter ontwikkelingen plaatsgevonden die vragen opriepen. Het bestand maakte in 2022 een groei van 33 bijstandsuitkeringen door. Dit is een stijging van 12.5 %. Gezien de grote vraag naar personeel op de arbeidsmarkt is dit een onverwacht beeld. De groei van het bestand is vanaf het derde kwartaal gestabiliseerd. Gemeenten ontvangen jaarlijks een budget om de bijstandsuitkeringen mee te kunnen betalen. Dit is geregeld in artikel 69 van de Participatiewet. Dit budget wordt het BUIG budget genoemd.
Naast de bijstandsuitkeringen worden hier nog een aantal andere zaken uit gefinancierd: - Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) - Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) - Loonkostensubsidies (ook voor beschut werk) - Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (BBZ) Starters Levensonderhoud In deze analyse richten we ons op de bijstandsuitkeringen, omdat hierin een stijging heeft plaats gevonden. De kosten voor de IOAW, IOAZ, loonkostensubsidie en BBZ zijn allemaal dusdanig laag en stabiel dat laag dat deze weinig invloed heeft op eventuele tekorten of overschotten. Daarom nemen we deze uitkeringen niet mee in de analyse. Gemeenten tot 15.000 inwoners ontvangen de BUIG-gelden op basis van historische uitkeringslasten. Hun aandeel in het macrobudget in het uitkeringsjaar is gelijk aan hun aandeel in de macro-uitkeringslasten twee jaar daarvoor. Gemeenten boven 40.000 inwoners ontvangen de BUIG-gelden volledig op basis van de objectieve verdeling. De BUIG-budgetten van gemeenten met 15.000 tot 40.000 inwoners worden deels historisch en deels objectief bepaald. De verhouding is naar rato van het aantal inwoners. Voor Kaag en Braassem is de verhouding 50-50.
Een objectieve verdeling houdt in dat er via een model berekend wordt wat de kans is dat een huishouden afhankelijk is van een bijstandsuitkering. Die kans is afhankelijk van kenmerken van het desbetreffende huishouden (leeftijd, samenstelling, gezondheid), de buurt waar dit huishouden woont (overlast, onveiligheid) en de gemeente (arbeidsmarktkansen). Hoewel dit verdeelmodel moet zorgen voor een betere verdeling van de middelen over de gemeenten, kampen veel gemeenten met een tekort op hun BUIG-budget. Van 2014 tot en met 2017 was er in Kaag en Braassem sprake van een tekort, en werd er een aanvraag ingediend voor de Vangnetuitkering (tot 2015 heette dit de Incidentele Aanvullende Uitkering), de compensatieregeling van het Rijk voor gemeenten die een tekort hebben op hun BUIGbudget. Tot en met 2020 was er sprake van een overschot op het BUIG-budget, en in 2021 3
was het tekort € 251.170. Dit bedrag lag onder de eigen risicodrempel van 7,5%, waardoor wij geen aanspraak konden maken op de Vangnetuitkering. Ook in 2022 is er weer sprake van een tekort. Ditmaal is het tekort hoger van 7,5% van het toegekende budget, waardoor er wel een aanvraag kan worden gedaan voor de Vangnetuitkering. 1.2. Doel Het doel van deze notitie is de raad informeren over de ontwikkelingen rondom Werk en Inkomen. De informatie is voor de raad van belang om inzicht te hebben in hoe de Participatiewet uitgevoerd wordt. Tegelijkertijd informeren we u over de aanvraag van de Vangnetuitkering 2022. Deze biedt de gemeente financiële compensatie voor een tekort op het Rijksbudget. Onderdeel van de aanvraag is instemming van de gemeenteraad met de verklaring van het college. 1.3 Beoogd effect Een succesvolle aanvraag Vangnetuitkering 2022. Wanneer de raad niet instemt met de verklaring van het college kan er geen beroep worden gedaan op de Vangnetuitkering waardoor het tekort op het BUIG-budget geheel voor eigen rekening van de gemeente komt. 1.4 Tekort BUIG en berekening Vangnetuitkering Het bijstandsbestand is in 2022 gegroeid met 33 uitkeringen. De totale kosten hiervoor bedragen € 4.493.572. De vergoeding vanuit het Rijk bedraagt €4.072.625. Dit betekent dat we een tekort hebben van € 420.947. Voor een tekort op het BUIG-budget geldt een eigen risicodrempel.
Tot een tekort van 7,5% dient de gemeente dit zelf op te vangen. Voor 2022 heeft Kaag en Braassem een tekort van 10,34%, wat betekent dat er een aanvraag kan worden ingediend. Voorwaarde is dan wel dat het cumulatieve tekort over 2020 tot en met 2022 ook minimaal 7,5% was ten opzichte van het toegekende budget 2023. Dit was voor Kaag en Braassem het geval. De vangnetuitkering biedt een compensatie van €57.750. Zie onderstaande berekening. Tabel 1: Overzicht financiën BUIG 2022 BUIG Rijksvergoeding
€ 4.072.625
Uitgaven 2022
€ 4.493.572
Tekort of overschot Overschrijding uitgaven t.o.v. Rijksvergoeding
€ -420.947
Eigen risicodrempel (7,5% van het toegekende budget) Resteert Compensatie 7,5% en 12,5% (= 50%)
10,34%
€
305.447
€
115.500 €
Compensatie > 12,5% Totaal compensatie vangnetuitkering
57.750 -
€
57.750
4
2. Ontwikkelingen WW Kaag en Braassem en regio 2.1. Spanning op de arbeidsmarkt: personeelstekorten Het aantal vacatures dat niet vervuld kan worden liep het afgelopen jaar snel op. Niet vervulde vacatures tegenover een groot aantal werkzoekenden betekent een mismatch op de arbeidsmarkt. Dat willen zeggen: het bestand van werkzoekenden sluit niet aan bij de beschikbare vacatures. Tabel 2: aantal ingeschreven inwoners bij UWV als werkzoekend en aantal openstaande vacatures (bron: werk.nl) Werkzoekenden Holland % Kaag en Aantal zonder Rijnland verandering Braassem openstaande dienstverband vacatures in HR December 2021 16.882 100% 682 100% 9550 100% December 2022 15.953 - 5,5% 684 + 0,29% 10.500 + 9,9%
Waarbij het aantal werkzoekenden zonder dienstverband in Holland Rijnland afnam, zagen we in Kaag en Braassem een kleine stijging. In Q1 van 2023 laat Holland Rijnland inmiddels ook een kleine stijging zien ten opzichte van december 2022. Beroepsklassen die verhoudingsgewijs een forse toename lieten zien, waren technische en leidinggevende beroepen (bron: UWV).
3. Inkomensondersteuning 3.1. Groeiend bestand Het bestand maakte in 2022 een groei van 33 bijstandsuitkeringen door. Dit is een stijging van 12,5% ten opzichte van 2021. In onderstaande tabel wordt de groei gedurende het jaar uiteengezet. 2022 Ontwikkeling t.o.v. Tabel 3: Aantal bijstandsuitkeringen per einde Q1, Q2, Q3 en Q4 2022 2022 Ontwikkeling t.o.v. 2021 voorafgaand kwartaal Q1 275 Plus 11 283 Q2 288 Plus 13 284 Q3 297 Plus 9 276 Q4 297 Gelijk 264
Gezien de grote vraag naar personeel op de arbeidsmarkt is dit een onverwacht beeld. De uitstroom is lager dan de instroom waardoor er per saldo sprake is van een groeiend bestand. Een verklaring voor de lagere uitstroom kan zijn dat er sprake is van een slechte match tussen mensen met een uitkering Participatiewet en de vraag vanuit de arbeidsmarkt. Er is in 2022 een plan van aanpak ‘ombuiging bestand’ in werking gesteld om deze ontwikkeling om te buigen. De uitvoering daarvan is gericht op het totale bestand van de drie Rijnstreek gemeenten samen. In het hoofdstuk ‘evaluatie van beleid’ geven we hierop een toelichting. Wat betreft de groei van het bestand komt uit de cijfermatige analyse en het dossieronderzoek dat is uitgevoerd geen duidelijk aanwijsbare, specifieke oorzaak naar voren. In algemene zin kan gezegd worden dat qua positie ten opzichte van de arbeidsmarkt Kaag en Braassem, in 5
vergelijking met Alphen aan den Rijn en Nieuwkoop het grootste percentage uitkeringsgerechtigden in categorie A (bemiddelbaar naar werk) heeft: dus met de kortste afstand tot de arbeidsmarkt. Hier staat tegenover dat in Kaag en Braassem het grootse percentage is ingedeeld op de onderste trede van de participatieladder en dus het verst van de arbeidsmarkt afstaat. Een bestand met opvallende uitersten dus. Het percentage uitkeringsgerechtigden met een achtergrond als statushouder wijkt niet af van dat in de andere twee Rijnstreek gemeenten. Ook het deel uitkeringsgerechtigden zonder startkwalificatie is in de drie gemeenten ongeveer even hoog. Kaag en Braassem kent in vergelijking met de andere Rijnstreek gemeenten wel het laagste percentage jongeren binnen het bestand. De groei van het bestand in 2022 is vanaf het derde kwartaal gestabiliseerd. Dit komt overeen met de start van de uitvoering van het eerder genoemde plan van aanpak ‘Ombuiging bestand’, maar of hier sprake is van een verband kan op dit moment nog niet geconcludeerd worden. Dit behoeft nadere analyse. 3.2. Bestandsopbouw – wie zitten er in de bijstand? Het bestand wordt opgedeeld in meerdere categorieën die iets meer zeggen over hun achtergrond. Deze staan genoemd in tabel 4.
Meest opvallend hierin is de toename van het percentage statushouders en de groei van het aandeel uitkeringen met een duur van minder dan één jaar. Dit correspondeert met voornoemde opvallende groei van het uitkeringsbestand over de eerste 3 kwartalen van 2022. Tabel 4: Bestandsopbouw in percentages 31-1231-122022 2021 50-plussers tot 65 jaar 36% 39% 65 jaar en ouder
4%
2%
Jongeren t/m 27 jaar
8%
8%
Statushouders
26%
20%
Geen startkwalificatie
82%
80%
Uitkeringsduur < 1 jaar
27%
16%
Uitkeringsduur > 5 jaar
27%
26%
Hieronder lichten we het aantal statushouders in het uitkeringenbestand extra uit. 26% van de uitkeringsgerechtigden is statushouder. Hoewel statushouders tijdens de inburgering geactiveerd worden om deel te nemen aan de samenleving, en sommige statushouders er al in slagen (betaald) werk te vinden, ervaren veel statushouders de Nederlandse taal, en de inspanning die het behalen van hun inburgeringsdiploma met zich meebrengt, als een belemmering bij het vinden van (betaald) werk. Indien statushouders niet op tijd inburgeren riskeren ze een hoge boete, waardoor men de eerste jaren in Nederland (statushouders krijgen 3 jaar om in te burgeren) veelal de focus volledig op de inburgering legt.
6
Tabel 5: Aantal en % statushouders Leeftijdscategorie Statushouders 18 - 26 9 27 - 35 24 36 - 45 32 46 - 55 22 > 55 8 Totaal 95
Totaal 30 66 90 80 105 371
% statushouders 30% 36% 36% 28% 8% 26%
3.3. Startkwalificatie van de bijstandsgerechtigden Een startkwalificatie is een diploma havo, vwo, mbo niveau 2 of hoger. In totaal heeft 82% van de uitkeringsgerechtigden in Kaag en Braassem geen startkwalificatie. Als we kijken naar het aantal inwoners met een bijstandsuitkering zonder startkwalificatie. dan valt voor Kaag & Braassem op dat dit percentage het hoogst is onder de doelgroep 46-plussers. Voor deze doelgroep zal het lastig blijven om aan werk te komen, ook omdat er vaak fysieke beperkingen zijn. De gemiddelde leeftijd van uitkeringsgerechtigden in Kaag en Braasem is 45,8. Tabel 6 Aantal en % klanten zonder startkwalificatie Leeftijdscategorie Aantal zonder Totaal startkwalificatie 18 - 26 27 - 35 36 - 45 46 - 55 > 55 Totaal
25 44 73 69 94 305
% zonder startkwalificatie
30 66 90 80 105 371
83% 67% 81% 86% 90% 82%
3.4. Bemiddelbaarheid Om inzicht te hebben in de bijstandsgerechtigden gebruiken we een aantal manieren: een indeling in bemiddelbaarheid en positie op de participatieladder gespecificeerd naar wel of geen ontwikkelpotentieel (mogelijkheden). De kolom ‘onbekend’ is te verklaren door tijd die nodig is om de klantsituatie in beeld te krijgen en de verwerking en de centrale verwerking hiervan in de systemen. Tabel 7: Aantal klanten in relatie tot hun afstand tot de arbeidsmarkt Stand per 31-12-2022 Personen Bemiddelbaar (nog)niet bemiddelbaar Kaag & Braassem 371 113 209
Niet bemiddelbaar 34
Onbekend 15
Tabel 7 laat zien dat ruim 65% van de klanten dusdanige belemmering ondervindt bij het traject richting betaald werk, en daardoor (momenteel) niet bemiddelbaar is. Dit kunnen psychische belemmeringen zijn, maar ook fysieke belemmeringen, of een combinatie van beide. Belangrijk om te vermelden is dat van de 113 inwoners die als bemiddelbaar werden geclassificeerd, het taalniveau van 60 daarvan als onvoldoende werd bestempeld. Dit bemoeilijkt de begeleiding richting werk, en kan ook als een belemmering worden ervaren.
7
3.5. Beeld van de instroom en uitstroom In tabel 8 en tabel 9 zetten we de in -en uitstroomredenen uiteen. Tabel 8: Instroomredenen in aantallen Stand per 31-12-2022
Totaal
Kaag & Braassem
Statushouder*
222
Einde ander inkomen
Nieuwkoop
46
Alphen aan den Rijn 135
119
27
82
10
Einde arbeid in loondienst
48
6
39
3
Einde zelfstandig beroep of bedrijf
39
15
20
4
Einde uitkering werkloosheid (WW)
37
4
30
3
Oorzaak bij partner
37
9
24
4
Einde uitkering ziekte/arbeidsong.(ZW/WIA) Einde huwelijk/relatie
23
2
18
3
23
3
19
1
Einde studiefinanciering
21
2
18
1
Einde detentie
17
1
15
1
Overige
7
3
2
2
593
118
402
73
Totaal
41
*Als een inwoner ingeburgerd is valt deze niet meer in de categorie statushouder. Zo lang deze inwoner in de uitkering zit zal de instroomreden wel ‘statushouder’ blijven, tot dat hij/zij uitstroomt.
Tabel 9: Uitstroomredenen in aantallen Stand per 31-12-2022 Totaal
Kaag & Braassem
Alphen aan den Rijn
Nieuwkoop
Arbeid in dienstbetrekking
154
14
117
23
Verhuizing andere gemeente
65
8
46
11
Aangaan relatie
42
8
27
7
Oorzaak bij partner
38
8
25
5
Pensioengerechtigde leeftijd bereikt
35
4
30
1
Zelfstandig beroep of bedrijf
20
6
9
5
Op verzoek van belanghebbende
19
4
14
1
Ander inkomen
16
2
13
1
Overlijden
14
0
12
2
Aanvang studie
13
1
8
4
Uitk. ziekte/arbeidsongeschkt.
11
0
9
2
Detentie
11
0
11
0
Geen inlichtingen
7
0
6
1
Overige
12
2
8
2
457
57
335
65
Totaal
Uit de cijfers blijkt dat uitstroom naar een dienstbetrekking achterblijft ten opzichte van de andere Rijnstreek gemeenten, ondanks dat de inzet die Alphen a/d Rijn doet op het bereiken van uitstroom voor alle drie de gemeenten gelijk is. 8
3.6. Mogelijke verklaringen voor groeiend bestand Er zijn voor Kaag en Braassem verschillende oorzaken mogelijk, zoals bovengemiddelde groei van het aantal inwoners, toename van woningen waar mensen met een Participatiewet uitkering in komen wonen, toegankelijkheid openbaar vervoer binnen en in de omgeving van de gemeente, beschikbaarheid van vacatures voor mensen met een Participatiewet uitkering binnen en in de omgeving van de gemeente. Als we kijken naar de data die beschikbaar zijn van de mensen met een Participatiewet uitkering, komt er op dit moment geen eenduidige verklaring naar voren wat betreft de stijging van het aantal bijstandsuitkeringen. Naar aanleiding van deze stijging hebben we samen met Alphen naar de dossiers gekeken van de inwoners die in 2022 zijn ingestroomd. Bij ieder dossier dat steekproefsgewijs werd getrokken was er sprake van (meervoudige) psychische of fysieke problematiek. Opvallend is dat Nieuwkoop een ander beeld laat zien. Een mogelijke verklaring hiervoor, is dat er in Nieuwkoop veel inwoners met een uitkering geplaats kunnen worden bij sociale ondernemingen, zoals Samen Sterker BV. In 2022 hebben zij meerdere inwoners met een bijstandsuitkering in dienstgenomen.
4.
Evaluatie van beleid
4.1. Participatie-intake Om de dienstverlening aan inwoners die een uitkering in het kader van de Participatiewet aanvragen nog beter te organiseren, is in de klantroute de participatie-intake opgenomen. Hierin wordt samengewerkt door professionals van het Serviceplein in Alphen aan den Rijn en van Team Ontwikkeling van Rijnvicus (leerwerkbedrijf van Alphen aan den Rijn, Nieuwkoop en Kaag en Braassem). Zij verzorgen gezamenlijk de participatie intake. Het doel is om met de inwoner direct na het indienen van een aanvraag voor een uitkering, via een brede intake de onderwerpen participatie en de mogelijkheden naar werk te bespreken. We willen immers dat iemand waar mogelijk zo kort mogelijk in de uitkering zit. In de intake onderzoeken we de afstand tot de arbeidsmarkt en bepalen we met en voor de inwoner de juiste route. Inwoners die direct bemiddelbaar zijn, worden ondersteunt met intensieve matching. Inwoners waarbij meer ondersteuning nodig is, maken de stap naar ‘Opstap’ bij Rijnvicus, voor een uitgebreide diagnose. ‘Opstap’ geeft inzicht in de talenten en ontwikkelpunten van werkzoekenden. Werkzoekenden laten bij ‘Opstap’ zien wat ze kunnen en waar (mogelijk) ondersteuning nodig is. Door deze gezamenlijke intake, is sneller duidelijk wat het best passende vervolg is voor alle betrokkenen.
Wanneer een vervolg intake nodig is om de uitkeringsaanvraag te beoordelen vindt deze daarna plaats. 4.2. Samenwerking in de arbeidsmarktregio Holland Rijnland Het afgelopen jaar heeft het Rijk het plan ‘Dichterbij dan je denkt’ uitgerold binnen de verschillende arbeidsmarktregio’s. Kern van dit plan is om de krapte op de arbeidsmarkt aan te pakken en te zorgen dat de mismatch tussen werkzoekenden en werkgevers minder wordt. Het plan van aanpak is in het tweede halfjaar vastgesteld. De coördinatie ligt bij centrumgemeente Leiden. De informatieverstrekking en voortgang vindt plaats in het Ambtelijk Overleg Participatie Holland Rijnland waar alle gemeenten in Holland Rijnland aan deelnemen.
9
Daarnaast is het plan Perspectief op Werk (POW) in 2022 nog actueel geweest en waren er middelen beschikbaar vanuit het Rijk. Dit plan heeft het Rijk de afgelopen jaren bij de regio’s uitgezet om verder vorm te geven. Hier is een verstevigde regionale samenwerking van de werkgeversservicepunten (WSP) uit voortgekomen: er is nu één regionaal WSP voor de arbeidsmarktregio Holland Rijnland, wat de dienstverlening aan werkgevers ten goede komt. In het tweede halfjaar hebben de gemeenten van de arbeidsmarktregio Holland Rijnland het Uitvoeringsplan voor 2022 en 2023 vastgesteld. Het regionale WSP wordt gevormd door samenwerking op basis van brancheteams van de sub regionale ontwikkelbedrijven in Holland Rijnland, te weten DZB, Provalu en Rijnvicus. De informatieverstrekking en voortgang vindt plaats in het Ambtelijk Overleg Participatie Holland Rijnland waar alle gemeenten in Holland Rijnland aan deelnemen. In 2022 is verder het regionaal mobiliteitsteam (RMT) actief geweest. Het Rijk heeft tijdens de coronaperiode deze crisisinterventie ingesteld. Onderdeel was de inrichting van een RMT per arbeidsmarktregio. Leiden heeft hierin als centrumgemeente de coördinatie. Deze interventie is door het Rijk verlengd en loopt door in 2023. Voor de arbeidsmarktregio zijn middelen beschikbaar gesteld.
De informatieverstrekking en voortgang vindt plaats in het Ambtelijk Overleg Participatie Holland Rijnland waar alle gemeenten in Holland Rijnland aan deelnemen. Op 11 oktober jl. heeft het ministerie van SZW een brief naar de Tweede Kamer gestuurd, waarin is aangegeven dat er per arbeidsmarktregio een regionale arbeidsmarkt infrastructuur moet komen die voldoet aan bepaalde voorwaarden. Er is ook een start gemaakt door het ministerie om bij gemeenten, UWV en andere samenwerkende partners als vakbonden en werkgeversorganisaties op te halen hoe die regionale infrastructuur er dan uit zou moeten komen te zien. Dit vraagt veel van de afzonderlijke gemeenten in de arbeidsmarktregio. Binnen de Rijnstreek heeft een brainstorm bijeenkomst plaatsgevonden op beleidsniveau om na te gaan wat wij als sub regio belangrijk vinden. Wat er van gemeenten en binnen de arbeidsmarktregio wordt verwacht is nog niet scherp. In de regio is besloten om in het eerste kwartaal van 2023 een verkenning te laten plaatsvinden die inzicht geeft in cijfers over de situatie in onze arbeidsmarktregio en inzicht in de behoefte die er is. 4.3. Getroffen maatregelen om het tekort te reduceren Om inzicht te kunnen bieden in de mogelijkheden van mensen met een Participatiewet uitkering, maken we naast de indeling bemiddelbaar en (nog) niet bemiddelbaar, gebruik van de participatieladder.
Dit is een landelijk instrument dat door meerdere gemeenten gebruikt wordt en de afstand tot de arbeidsmarkt illustreert. Wij hebben elke stap op de Participatieladder in twee treden opgedeeld. Deze indeling van klanten maakt zichtbaar of bepaalde klanten wel of niet in de omstandigheden zijn of het potentieel hebben om nog een stap omhoog te zetten. Deze opdeling zorgt er voor dat wij niet onnodig instrumenten inzetten voor klanten die de voor hen hoogste haalbare trede behaald hebben. Zie tabel 10.
10
Tabel 10: Participatieladdertrede in %
Rijnstreek
Kaag en Braassem
01 Geïsoleerd met groeipotentieel 01 Geïsoleerd zonder groeipotentieel 02 Sociale contacten buitenshuis met groeipotentieel 02 Sociale contacten buitenshuis zonder groeipotentieel 03 Deelname georganiseerde activiteiten met groeipotentieel 03 Deelname georganiseerde activiteiten zonder groeipotentieel 04 Onbetaald werk met groeipotentieel 04 Onbetaald werk zonder groeipotentieel 05 Betaald werk met ondersteuning met groeipotentieel 05 Betaald werk met ondersteuning zonder groeipotentieel
6% 4% 19% 13% 30% 5% 5% 4% 5% 4%
11%
06 Betaald werk Onbekend
3% 2%
5%
Stand per 31-12-2022
3% 18% 10% 31% 4% 6% 5% 5% 2% 2%
4.3.1. Plan van aanpak ‘ombuiging bestand’ Elk kwartaal vindt er in Alphen een analyse plaats van de cijfers Participatiewet. Hierbij viel de stijging in Kaag en Braassem op. Met de eerste analyse viel op dat de instroom niet zozeer is toegenomen, maar de uitstroom ten opzichte van de vorige kwartalen lager is. Dit heeft ertoe geleid dat er een plan van aanpak is gemaakt waarin concrete acties zijn opgenomen die ertoe bijdragen de toename af te remmen. Hierbij is rekening gehouden met het gegeven dat ook in 2022 veel op het bordje ligt bij de uitvoering, naast het reguliere werk. Voor het Serviceplein gaat het om de inzet rondom de afhandeling van de kinderopvangtoeslag, de uitvoering van de energietoeslag en vluchtelingen uit Oekraïne. Voor Rijnvicus gaat het om de interne ontwikkelingen van de leerwerkroutes (Werkstap) en ondersteuning aan Vluchtelingen uit Oekraïne. Onderstaand de acties die in 2022 zijn ingezet voor de gehele Rijnstreek. •
•
•
Met het verder uitrollen van de Participatie intake wordt er ingezet op passende dienstverlening en willen we bereiken dat eerder en mensen met een Participatiewet uitkering zich ontwikkelen en een traject volgen naar werk. Er is ingezoomd op de groep die is ingedeeld als bemiddelbaar A doelgroep maar niet gekoppeld is aan een klantregisseur bij Rijnvicus. Het betrof 91 personen.1 Na dossiercontrole zijn de gegevens geactualiseerd en bleek de groep kleiner te zijn. Deze mensen zijn gesproken en onderzocht is of deze personen aangemeld kunnen worden voor een traject bij Rijnvicus. Zo niet, dan wordt er gekeken of een traject Sociale activering passend is. Het is de verwachting dat deze actie leidt tot een verhoging van het aantal aanmeldingen bij Rijnvicus. Er is ingezoomd op de groep die parttime werkt. Wat blijkt is, dat 14% van de uitkeringsgerechtigden een parttimebaan heeft.2 De vraag is of dit voor deze groep het maximaal haalbare is of dat er mogelijkheden zijn voor uren uitbreiding of zelfs een andere baan waarmee uitkeringsgerechtigden kunnen uitstromen. Deze groep is geanalyseerd en gesproken vanuit Rijnvicus en waar mogelijkheden zijn, wordt actie
1 Betreft gehele Rijnstreek 2 Betreft gehele Rijnstreek
11
•
•
•
ondernomen. Het is de verwachting, dat deze actie leidt tot toename van arbeidsinschakeling in 2023. Vanuit Handhaving heeft in 2022 een Themaonderzoek ‘instroom corona’ plaatsgevonden. Het betreft 40 uitkeringsgerechtigden die sinds corona een uitkering ontvangen3. Het thema onderzoek kan aanleiding geven tot een heronderzoek dan wel gesprek. In het onderzoek is meegenomen om te onderzoeken of een aanmelding bij Rijnvicus aan de orde is. Het is de verwachting, dat deze actie (naast de verwachtingen van het onderzoek vanuit Handhaving) zal leiden tot een verhoging van het aantal aanmeldingen bij Rijnvicus in 2023. We hebben een gerichte actie gezet op de groep (nog)niet bemiddelbaar die actief zijn doordat zij bij instroom in de uitkering al actief waren door bijvoorbeeld mantelzorg, vrijwilligerswerk of een traject vanuit een andere organisatie als Brijder of Reclassering (categorie ‘eigen inzet’). Op basis van data is een gerichte groep samengesteld die is gesproken en onderzocht is wat de mogelijkheden zijn om zich te ontwikkelen en of een traject naar Rijnvicus mogelijk is. Het is de verwachting, dat deze actie leidt tot een verhoging van het aantal aanmeldingen bij Rijnvicus in 2023.
4.3.2. Sociale Activering Voor sommige inwoners is de stap naar betaald werk te groot om in één keer te maken. Een taak binnen de Participatiewet is om mensen met een Participatiewet uitkering sociaal te activeren. Er zijn diverse manieren waarop dit plaats kan vinden. Vanaf 2022 voert de Driemaster het instrument (re-integratie voorziening) sociale activering uit voor de gemeente Kaag en Braassem. Tussen de Driemaster en team inkomen van het Serviceplein van Alphen a/d Rijn zijn afspraken gemaakt over aanmelden en samenwerking. Dit verloopt goed. De Driemaster verantwoordt aan de gemeente Kaag en Braassem. Daarnaast zijn er andere trajecten die erop gericht zijn, dat mensen zich ontwikkelen en zoveel mogelijk participeren naar vermogen als een traject naar werk nog niet mogelijk is. In onderstaande tabel 11 is te zien welke trajecten/ondersteuning dit betreft. Tabel 11: Inzet
Resultaten van de zaken Eigen inzet op sociaal gebied, geen begeleiding nodig Individuele omstandigheden (geen deelname aan een traject (veelal medische oorzaak of door mantelzorgtaak) Informeles (organisatie die een traject biedt om voor mantelzorgtaak een vergoeding te krijgen) IPS-traject (individuele plaatsing en steun) GGZ Maatschappelijke begeleiding Kaag en Braassem Meedoen Sociale activiteit* Samen op weg naar werk Kaag en Braassem Sociale Activering Driemaster Integrale toegang UWV-traject
Aantal 54 62 1 3 40 13 14 1 20 3 2
3 Betreft gehele Rijnstreek
12
Totaal
213
* deze trajecten moeten administratief nog worden verwerkt naar de actuele stand van zaken. Resultaten Sociale Activering De Driemaster zet wat betreft Sociale Activering (SA) in op groepsbijeenkomsten. Onderdeel van SA is immers het uitbreiden van het netwerk. In de eerste helft van 2022 heeft een groepstraining plaatsgevonden aan 7 deelnemers met een afstand tot de arbeidsmarkt. De training bestond uit 10 bijeenkomsten. Naast de groepstraining werden de deelnemers ook individueel begeleid door de 2 trajectbegeleiders van De Driemaster. Omdat niet alle deelnemers Sociale Activering geschikt zijn voor de groepstraining, is er ook nog een aantal cliënten dat alleen maar individueel begeleid wordt. In de eerste helft van 2022 ging dat om 17 deelnemers. In totaal heeft de Driemaster in 2022 dus 24 sociale activeringsdeelnemers begeleid. Tabel 12: Uitstroom Sociale activering
Uitstroomreden Betaald werk Opleiding Structureel vrijwilligerswerk
Aantal 3 1 9
Hoewel begeleiding richting structureel vrijwilligerswerk natuurlijk in eerste instantie betekent dat deze inwoner een uitkering behoud, is dit voor vele wel een eerste opstap richting betaald werk. 4.3.3. Taalniveau van uitkeringsgerechtigden Uit de beschikbare data kwam naar voren dat een deel van de uitkeringsgerechtigden die als ‘bemiddelbaar naar werk’ worden gecategoriseerd onvoldoende de Nederlandse taal beheerst. Dit vormt een belemmering bij de (duurzame) uitstroom naar werk. In Kaag en Braassem is NT2 (Nederlands als Tweede taal) onderwijs beschikbaar voor alle inwoners die niet (meer) inburgeringsplichtig zijn. Samen met de taalschool die dit voor onze regio uitvoert, Rijnvicus en de Driemaster gaan we een plan van aanpak opstellen om het taalniveau van deze bijstandsontvangers te verhogen, zodat de kans op uitstroom naar betaald werk vergroot wordt. 4.3.4. Verbinding tussen ondernemers en Rijnvicus Ondernemers zouden een grote(re) rol kunnen spelen bij het aan het werk krijgen van mensen in de uitkering. Essentieel hierbij is het versterken van de verbinding tussen Rijnvicus en de ondernemers. Rijnvicus heeft immers de opdracht om onze inwoners naar werk te begeleiden. Voor de coronacrisis organiseerde Rijnvicus, samen met de gemeente Kaag en Braassem ‘Pak je kans’, een speeddate concept waarbij ondernemers uit de gemeente gekoppeld werden aan werkzoekenden.
Tijdens de coronacrisis is dit stil komen te liggen. Inmiddels zijn de eerste gesprekken opgestart, waarbij we willen kijken of we dit samen met Nieuwkoop kunnen opzetten, en daardoor groter kunnen aanpakken. De planning is om dit in Q3 op te zetten.
B. Beoogde effect van de genoemde maatregelen
13
5. De verwachtingen voor 2023 5.1. Prognose ontwikkeling aantal uitkeringen 2023 In het derde kwartaal van 2022 is het aantal uitkeringen gestabiliseerd. In het eerste kwartaal van 2023 vond er nog een lichte stijging plaats, maar inmiddels is het aantal bijstandsuitkering weer op hetzelfde niveau als op 31-12-2022 (-1). Op 15 mei 2023 stond het aantal uitkeringen op 292, dus er lijkt sprake van een lichte daling. Tabel 13:Ontwikkeling aantal bijstandsuitkeringen 2023 Q1 en Q2
Maand 1 februari 2023 1 maart 2023 1 april 2023 1 mei 2023
Aantal 299 305 306 296
Het is nog te vroeg om te concluderen dat dit het resultaat is van de al genomen maatregelen. 5.2. Sturen op resultaten en effecten De gemeente Kaag en Braassem stuurt op doelen en resultaten, vanuit vertrouwen en gezamenlijke verantwoordelijkheid. Het is belangrijk dat daarbij een goede balans is tussen vertrouwen en controle. Alphen informeert ons middels een half jaar en een jaarrapportage over de ontwikkelingen rondom de bijstandsuitkeringen, en welke inzet er gepleegd wordt. Doordat er in 2022 een stijging van het aantal uitkeringsgerechtigden is geweest, hebben we met Alphen afgesproken dat we hierover structurele overleggen inplannen, om vinger aan de pols te houden, en gezamenlijk de analyse van ons stijgende bestand op te pakken. Hoewel er in deze analyse meerdere mogelijke verklaringen genoemd worden, zal voor het vinden van een eenduidige verklaring voor deze afwijkende stijging verder onderzoek noodzakelijk zijn. Hoewel we natuurlijk sturen op een kleiner uitkeringenbestand, zijn we ons ervan bewust dat het huidige bestand veel belemmeringen kent. Dat is niet geheel verrassend, gezien de huidige tekorten op de arbeidsmarkt. We zien dat deze doelgroep maatwerk vereist. Het effect dat we met de genoemde maatregelen willen bereiken is: - Hij bijstandsbestand bestaat voornamelijk uit inwoners die langer dan twee jaar een uitkering hebben én geen arbeidsvermogen hebben.
- Iedere inwoner van Kaag en Braassem met arbeidsvermogen doet mee door: o Betaald werk, de inwoner is niet (of nauwelijks) afhankelijk van een uitkering o Vrijwilligerswerk indien betaald werk (nog) niet mogelijk is. 5.3. Financiële vooruitblik naar 2023 De rijksvergoeding BUIG voor 2023 is voorlopig vastgesteld op € 4.214.370 (op basis van het nader voorlopig budget). Dit is een verhoging ten opzichte van het definitieve budget van 2022 met € 141.745. De verwachte kosten over 2023 (berekend door middel van extrapolatie van de eerste vier maanden van 2023), liggen op een bedrag van € 4.865.000. Dit is een stijging van ruim € 371.000. De hogere rijksvergoeding is dus lang niet voldoende om de stijgende kosten te dekken. 14
De stijgende kosten worden mede veroorzaakt door het feit dat het kabinet heeft besloten om per 1 januari 2023 de minimumlonen te indexeren met 10,15%. Dit betekent een forse stijging van de bijstandsnormen. Per 1 juli kan nog een verdere indexatie plaatsvinden. Bij het vaststellen van de definitieve budgetten 2023 (in oktober 2023) ontvangen gemeenten daarom extra budget voor deze loon- en prijsbijstellingen. Een indicatieve berekening van het ministerie van SZW geeft een geïndexeerd budget voor Kaag en Braassem van € 4.667.000. Zetten we dit geïndexeerde budget tegenover de verwachte kosten, dan volgt er uiteindelijk een tekort van € 198.000.
15