Afwijkingenbeleid RO
Tekst van het document
logies:
Het bedrijfsmatig (nacht)verblijf aanbieden voor een periode van maximaal 6 maanden, waarbij de betreffende persoon het hoofdverblijf elders heeft.
logiesgebouw
Een gebouw specifiek ingericht voor het bedrijfsmatig (nacht)verblijf aanbieden waarbij de betreffende personen het hoofdverblijf elders hebben. Pagina 25 van 36
overkapping:
Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een (overwegend) gesloten dak met geen, of maximaal één wand.
voorgevelrooilijn:
Voorgevelrooilijn als bedoeld in het bestemmingsplan, de beheersverordening dan wel de gemeentelijke bouwverordening.
Pagina 26 van 36
Bijlage II Lijst aan huis gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten Aan-huis-gebonden beroepen Uitoefening van (para-)medische beroepen waaronder: individuele praktijk voor huisarts, psychiater, psycholoog, fysiotherapie of bewegingsleer, voedingsleer, mondhygiëne, tandheelkunde, logopedie, dierenarts enz. Advies- en ontwerpbureaus, waaronder: reclameontwerp; grafisch ontwerp; architect. (Zakelijke) dienstverlening, waaronder: notaris; advocaat; accountant; assurantie-/verzekeringsbemiddeling; exploitatie en handel in onroerende zaken. Kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten Kledingmakerij; (maat)kledingmakerij en kledingverstelbedrijf. Kantoorfunctie ten behoeve van bedrijvigheid die elders wordt uitgeoefend, zoals: schoonmaakbedrijf, schoorsteenveegbedrijf, glazenwasserij, maar ook ten behoeve van bijvoorbeeld een groothandelsbedrijf. Reparatiebedrijfjes ten behoeve van particulieren, zoals: schoen-/lederwarenreparatiebedrijf; uurwerkreparatiebedrijf; goud- en zilverwerkreparatiebedrijf; reparatie van kleine (elektrische) gebruiksgoederen; reparatie van muziekinstrumenten; (auto- en motorreparatiebedrijven zijn uitgezonderd). Overige dienstverlening, zoals: kappersbedrijf; nagelstudio; schoonheidssalon. Onderwijs, zoals: autorijschool; naaicursus; computercursus; (werkplaatsen en laboratoria zijn uitgezonderd).
Pagina 27 van 36
Bijlage III Haalbaarheidscheck Ruimtelijk
Ruimtelijke samenhang en stedenbouwkundige/landschappelijke context …………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………
Groenvoorziening/speelgelegenheid …………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………
Monumenten en cultuurhistorische waarden …………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………
Functioneel
Verkeersveiligheid …………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………
Bereikbaarheid …………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………
Parkeren …………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………
Privacy …………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………
Bezonning …………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………
Brandveiligheid …………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………
Pagina 28 van 36
Sociale veiligheid …………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………
Inrichting openbare ruimte (LIOR) …………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………
Milieu etc.
Duurzaamheid …………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………
Geurhinder …………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………
Geluidhinder …………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………
Flora en fauna …………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………
Externe veiligheid …………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………
Bodem …………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………
Archeologie …………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………
Lichthinder …………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………
Pagina 29 van 36
Beleid
Landelijk beleid …………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………
Provinciaal beleid …………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………
Beleid hoogheemraadschap …………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………
MRSV …………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………
Welstand …………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………
Overig gemeentelijk beleid (zoals onder meer Nota inbreidingslocaties) …………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………
Financieel
Planschade/ planschadeovereenkomst …………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………
Anterieure overeenkomst …………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………
Exploitatieplan …………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………
Te verwachten hoge bijkomende kostenposten …………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………
Pagina 30 van 36
Puntsgewijze toelichting op checklist haalbaarheid Ruimtelijk Ruimtelijke samenhang en stedenbouwkundige/landschappelijke context Het vigerende bestemmingsplan blijft (buiten de betreffende afwijking) zoveel mogelijk maatgevend. Bij voorkeur levert het initiatief een bijdrage aan het behouden/verbeteren van de ruimtelijke structuur. Dit kan bijvoorbeeld door het oplossen of opheffen van een bestaand ruimtelijk of milieuhygiënisch knelpunt. Te denken valt aan het verdwijnen van een klein overlastgevend bedrijf of het vervangen van vervallen bebouwing door een of enkele woningen. Bij het afwijken van het bepaalde in het bestemmingsplan moet de impact van de ingreep op de openbare ruimte zoveel mogelijk beperkt blijven. Bij het afwijken van het bestemmingsplan moet altijd nagegaan worden of er van het plan geen nadelige precedentwerking uitgaat. De nieuwe invulling moet in beginsel aansluiten bij de bestaande situatie. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het woningtype, de massa en de situering op de kavel in relatie tot de omgeving. Voor ontwikkelingen in het buitengebied moet rekening gehouden worden met een goede landschappelijke inpassing. Groenvoorzieningen en speelgelegenheid Bestaande groengebieden en doorzichten die binnen de kernen functioneel of ruimtelijke een belangrijke rol voor het woongebied vervullen, mogen in principe niet worden opgeofferd.
Daarnaast moet gekeken worden of de ontwikkeling een bijdrage kan leveren aan het versterken van de aanwezige groenstructuur of, indien noodzakelijk, het creëren van speelgelegenheid. Monumenten en cultuurhistorische waarden Bij de ontwikkeling moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van monumenten en landschappelijke en/of cultuurhistorische waarden op of in de omgeving van de locatie. Hierbij gaat het om gemeentelijke en rijksmonumenten en beschermde dorpsgezichten maar tevens om waardevolle bomen of bosschages, karakteristieke bebouwingstypologieën, landschappelijke structuren (o.a. watergangen, dijken en wegen) en historische bebouwingsen verkavelingspatronen (o.a. linten, centra). Verder zal gekeken moeten worden of molens beperkt worden in hun vrije windvang; in de bestemmingsplannen zijn hiervoor ‘molenbiotopen’ opgenomen. De ontwikkeling mag geen afbreuk doen aan monumenten of cultuurhistorische waarden. Bij de uitwerking van de ontwikkeling moet de aanwezigheid ervan als uitgangspunt worden genomen. In het geval van een beschermd dorpsgezicht of monument vindt daarnaast een extra toets plaats door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Functioneel Verkeersveiligheid Bij de ontwikkeling moet rekening gehouden worden met de gevolgen voor het zicht op de openbare weg in verband met de verkeersveiligheid.
Met name waar dicht op de weg wordt gebouwd kunnen verkeersonveilige situaties ontstaan. Bereikbaarheid Indien de nieuwe ontwikkeling een woning, een maatschappelijke voorziening of een bedrijf betreft moet het altijd direct bereikbaar zijn vanuit de openbare ruimte, eventueel door middel van een recht van overpad. Daarnaast mag de ontwikkeling geen negatieve invloed hebben op de bereikbaarheid van andere percelen of openbare ruimte. Ook zal rekening gehouden moeten worden met de bereikbaarheid voor hulpdiensten.
Pagina 31 van 36
Parkeren De ontwikkeling mag niet leiden tot een toename van de parkeerdruk in de omgeving. Nieuwe parkeerplaatsen moeten daarom op eigen terrein worden gerealiseerd. De te hanteren parkeernormen zijn afhankelijk van het woningtype of de bedrijfsfunctie, waarbij de CROW publicatie 182 ‘Parkeerkencijfers - Basis voor parkeernormering’ als uitgangspunt wordt genomen. Voor kleine inbreidingsverzoeken zal in de meeste gevallen sprake zijn van twee verplichte parkeerplaatsen op eigen terrein. Privacy De nieuwe ontwikkeling moet voldoen aan de privacyeisen zoals opgenomen in het Burgerlijk Wetboek, artikel 5:50. Deze eisen gaan onder meer uit van een minimale afstand van 2 meter tussen de erfgrens en de nieuwe bebouwing. Indien bebouwing dichter bij de erfgrens is gesitueerd, is het niet toegestaan openingen in de betreffende gevel aan te brengen (tenzij de eigenaar van het naburige erf daarvoor toestemming heeft gegeven). Bezonning Een belangrijk aspect bij het bouwen in stedelijk gebied vormt de bezonning van naastgelegen percelen en bebouwing. De bezonning kan door het toevoegen van bebouwing negatief worden beïnvloed. Dit hoeft uiteraard niet te betekenen dat een ontwikkeling ongewenst is, maar moet wel meegenomen worden in de uiteindelijke beslissing.
Brandveiligheid Met name bij het realiseren van gebouwen binnen een bestaande kern kunnen onveilige situaties met betrekking tot de brandveiligheid ontstaan. Hierbij gaat het in het bijzonder om het ontbreken van voldoende vluchtwegen of een slechte toegankelijkheid voor groot materieel in geval van nood. In het geval van twijfel kan advies ingewonnen worden bij de brandweer. Er zal altijd voldaan moeten worden aan het bepaalde in het Bouwbesluit 2012. In bepaalde gevallen moet een gebruiksmelding worden gedaan, in andere gevallen moet binnen de omgevingsvergunning ook de activiteit 'brandveilig gebruiken' vergund worden. Sociale veiligheid Het toevoegen van bebouwing kan ertoe leiden dat een verbetering of verslechtering ontstaat van het toezicht op een bepaalde locatie of route. De eventuele positieve of negatieve gevolgen moeten meegenomen worden in de uiteindelijke afweging. Inrichting openbare ruimte Indien een plan van een particulier toekomstige openbare ruimte bevat, dan zal deze ruimte op kosten van de aanvrager conform de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) ingericht moeten worden. Dit moet in een anterieure overeenkomst geregeld worden. Milieu etc. Duurzaamheid Bij elke ontwikkeling moet gekeken worden welke mogelijkheden er bestaan om het plan op een duurzame wijze in te passen.
Duurzaam betekent waar mogelijk een zuinig en intensief gebruik van de ruimte, bestaande elementen zoveel mogelijk behouden en integreren, een goed beheer mogelijk maken en de bouw van bijvoorbeeld flexibele/levensloopbestendige bouwvormen. Verwezen wordt naar het beleid Duurzaam Bouwen en het regionaal beleidskader Duurzame Stedenbouw. Geurhinder Indien de ontwikkeling een gevoelige functie betreft, zoals wonen, moet rekening gehouden worden met eventuele geurhinder vanuit de omgeving. Hiernaast moet er voor worden gewaakt dat bedrijven door de ontwikkeling niet belemmerd worden in hun (concrete) Pagina 32 van 36
uitbreidingsmogelijkheden. Deze problematiek speelt zich met name af aan de rand van de kernen, waar omliggende veeteeltbedrijven geurhinder kunnen veroorzaken. Als het ontwikkelingen betreft die zelf geurhinder veroorzaken, moet worden afgewogen in hoeverre dat toelaatbaar is op de betreffende locatie. In deze afweging zal ook rekening gehouden moeten worden met de toekomstbestendigheid van de ontwikkeling. De gemeenteraad heeft een Geurverordening vastgesteld die op 16 februari 2012 in werking is getreden. In deze verordening zijn de richtafstanden tussen dierenverblijven en geurgevoelige objecten vastgelegd. Er geldt een onderscheid tussen veehouderijen binnen en buiten de bebouwde kom. Geluidhinder Op grond van de Wet Geluidhinder zijn langs een groot aantal wegen geluidszones aanwezig waarbinnen geen woningbouw mogelijk is. Het gaat dan om zones waarbinnen de geluidsbelasting op de gevels van de woningen hoger is dan 48 dB(A) (de voorkeurgrenswaarde). Onder bepaalde voorwaarden is een ontheffing mogelijk voor een hogere waarde; de gemeente kan deze ontheffing verlenen. Voor het oplossen c.q. beperken van geluidhinder kunnen maatregelen worden genomen. Deze maatregelen zijn voor rekening van de verzoeker en moeten passen binnen de ruimtelijke karakteristiek van de omgeving.
Naast verkeerslawaai moet ook rekening gehouden worden met beperkingen in het kader van het Luchthavenindelingsbesluit Schiphol. Een deel van Leimuiden en van Kaag en omgeving liggen in de zone ‘beperkingen geluid en veiligheid’ (zone 4). Hier zijn in principe geen nieuwe woningen toegestaan. Afwijken van deze regel is in bepaalde gevallen mogelijk als vooraf door of namens de betrokken minister(s) een verklaring van geen bezwaar is afgegeven. Indien de nieuwe ontwikkeling zelf een geluidhinder veroorzakende functie betreft, moet worden bezien in hoeverre de ontwikkeling op die plek mogelijk is. Hierbij zal ook gekeken moeten worden naar eventuele groeiruimte van het bedrijf in kwestie. Flora en fauna De plannen mogen geen onaanvaardbare gevolgen hebben op eventueel aanwezige natuurwaarden, volgens nationale en internationale richtlijnen (Vogel- en Habitatrichtlijn, Wet natuurbescherming). Voor elke ruimtelijke ingreep moet vastgesteld worden of de ontwikkeling geen negatieve invloed heeft op beschermde dier- en plantsoorten. Externe veiligheid Naast geur- en geluidshinder kan er ook sprake zijn van veiligheidsrisico’s. Deze risico’s kunnen bestaan uit bijvoorbeeld bedrijven, leidingen, vulpunten voor gas of routes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.
Dergelijke voorzieningen zijn altijd voorzien van een risicocontour waarbinnen de wenselijkheid van gevoelige functies, zoals woningbouw, moet worden vastgesteld. Bodem Op een bouwlocatie kan sprake zijn van bodemverontreiniging. Of dit het geval is blijkt uit een bodemonderzoek. De Omgevingsdienst West-Holland kan aangeven of een dergelijk onderzoek nodig is. Voor bijvoorbeeld nieuwe woningen zal dit altijd zo zijn. Indien de locatie (sterk) verontreinigd blijkt te zijn moet de grond eerst gesaneerd worden voordat er gebouwd kan worden. In andere gevallen kan het zijn dat een melding volstaat. Archeologie Voordat er door bouwen of aanleggen grondingrepen gedaan mogen worden, moet bekeken worden of onderzoek nodig is naar eventuele archeologische resten. Op basis van de gemeentelijke archeologische beleidsadvieskaart kan worden bepaald welke archeologische Pagina 33 van 36
verwachting ter plaatse geldt. De verwachting geeft aan of het noodzakelijk is extra archeologisch onderzoek te laten verrichten. Lichthinder Bij onder meer lichtmasten op sportvelden, bij paardenbakken en bij kassen kan lichthinder optreden. Dit kan een rol spelen bij de afweging of de betreffende ruimtelijke ontwikkeling wenselijk is. Het is derhalve van belang dat het aspect lichthinder in voorkomende gevallen meegewogen wordt in de uiteindelijke beslissing. Beleid Landelijk beleid Voor zover relevant zal een nieuwe ontwikkeling moeten aansluiten bij landelijk beleid. Hierbij is de AMvB Ruimte het harde toetsingskader. Provinciaal beleid Afhankelijk van de planologische procedure (binnenplans niet, kruimelgevallen wel) zal de provincie Zuid-Holland in staat gesteld worden een standpunt over de betreffende ontwikkeling in te nemen. Wanneer een UPA doorlopen wordt is het bevoegd orgaan verplicht vooroverleg te voeren met onder andere de provincie. Vervolgens heeft de provincie nog de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen of met een aanwijzing te komen. De provincie zal de betreffende ontwikkeling langs de meetlat van haar eigen beleid leggen. In deze gevallen geldt de Verordening Ruimte als hard toetsingskader. Maatschappelijk Ruimtelijke Structuurvisie (MRSV) Op 12 december 2011 heeft de gemeenteraad de MRSV Kaag en Braassem vastgesteld.
Deze wordt op korte termijn geactualiseerd. In deze visie worden onder andere uitspraken gedaan over de gewenste ontwikkelingsrichting van de gemeente als geheel en de kernen afzonderlijk. Zo is er een onderscheid gemaakt tussen 'groeikernen' en 'groenkernen'. Ook zaken die voorheen geregeld waren in de gemeentelijke woonvisies zijn tegenwoordig geregeld in de MRSV. Verzoeken voor ontwikkelingen moeten passen binnen de kaders van deze structuurvisie. Welstand De gemeenteraad van Kaag en Braassem heeft besloten een groot deel van de gemeente welstandsvrij te verklaren. Dit wil zeggen dat voor bouwplannen in het overgrote deel van de gemeente geen advies van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit nodig is. Een uitzondering is gemaakt voor ontwikkelingen in beschermde dorpsgezichten en gemeentelijke en rijksmonumenten en de invloedsfeer van deze monumenten. Dergelijke ontwikkelingen worden aan de hand van het bouwplan door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Kaag en Braassem beoordeeld en voorzien van een advies. Als een welstandsadvies noodzakelijk is kan een vooroverleg plaatsvinden op basis van een principeschets. Dit overleg kan zeer waardevol zijn om al in een vroeg stadium duidelijkheid te krijgen over de wenselijkheid van het plan.
Pagina 34 van 36
Bijlage IV Nota inbreidingslocaties
Pagina 35 van 36
Bijlage V Beleidsnotitie Huisvesting Arbeidsmigranten
Pagina 36 van 36