Adviesmemo Parapluplan algemene afwijkingen
Tekst van het document
ONDERBOUWING NIEUW AFWIJKINGENBELEID: RICHTING PARAPLUPLAN 1. Inleiding 1.1. De aanleiding van dit advies
In de gemeente Kaag en Braassem wordt relatief veel afgeweken Dit is ten opzichte van de andere gemeenten in de regio. De afgelopen jaren werd er bij ~53% van de aanvragen afgeweken van het bestemmingsplan. De redenen hiervoor zijn uiteenlopend. Het is niet toe te schrijven aan een enkel ‘probleem’. Het is een gevolg van beleidskeuzes die door de jaren gemaakt zijn, zonder gerelateerd en onderliggend beleid daarop aan te sluiten. Als een initiatief niet past in het bestemmingsplan moet de gemeente ook afwijken beoordelen Afwijken is slechts een procedure als omschreven in de wet. De gemeente moet altijd beoordelen en motiveren waarom wel of niet wordt afgeweken als iets in strijd is. Het biedt een aanvullende manier om een initiatief mogelijk te maken. Afwijken is nodig om maatwerk mogelijk te maken voor onvoorziene initiatieven, die wel wenselijk bevonden worden door de gemeente. Of iets wenselijk is, kan vooraf worden vastgelegd in een afwijkingenbeleid. Dit vermindert de capaciteit die nodig is om het maatwerk te beoordelen en versnelt de procedure voor de omgevingsvergunning.
Het beleidsdocument ‘Afwijkingenbeleid Ruimtelijke Ordening 2020’ is de afgelopen jaren een aantal keer onder de aandacht gekomen Vanwege het feit dat dit beleid ter motivering is gebruikt voor het verlenen van bepaalde omgevingsvergunningen, waaronder recentelijk voor realiseren van het project Eijmershof te Kaag. Vooral het feit dat grote projecten gerealiseerd kunnen worden met behulp van de motiveringen in het afwijkingenbeleid heeft vragen opgeroepen. Het afwijkingenbeleid in zijn huidige vorm is zeer complex en voor initiatiefnemers moeilijk te begrijpen. Bovendien zorgt de complexiteit van het document ervoor dat de motivering van omgevingsvergunningen soms moeilijk te volgen is. Onder de Omgevingswet heeft ook uitgebreid afwijken een reguliere termijn van 8 weken Dus ook als de gemeenteraad wel een adviesrecht heeft. De gemeente mag dan wel een besluit nemen om toch de uitgebreide procedure van 26 weken te volgen. Dat kan in gevallen waarin het plan aanzienlijke gevolgen heeft voor de fysieke leefomgeving en er veel belanghebbenden betrokken zijn. Maar over het toepassen van die keuze moeten we wel beleid opstellen. De aanvrager kan in dat geval immers een zienswijze indienen. Zijn we te laat met besluiten? Dan mag de aanvrager de gemeente een dwangsom opleggen.
Als gevolg daarvan heeft het bestuur vragen gesteld over het afwijkingenbeleid Die vragen betroffen onder andere de vraag waarom de gemeente Kaag en Braassem een afwijkingenbeleid heeft en of dit document wel helpt bij de uitvoering. Ook stelde het bestuur de vraag of het afwijkingenbeleid afgeschaft zou kunnen worden en wat daarvan de gevolgen zouden zijn. Dit adviesstuk gaat in op deze vragen. Bovendien wordt het voorstel gedaan om het afwijkingenbeleid grondig te herzien.
1.2. Het ambtelijke advies Naar aanleiding van de vragen van het bestuur is er intern overleg geweest tussen bestuur, management en medewerkers van juridische zaken, ruimtelijke ordening en vergunningen. De uitkomst van dit overleg was dat het afschaffen van het afwijkingenbeleid een negatief gevolg heeft voor onder andere de doorlooptijd van vergunningenprocedures en de juridische houdbaarheid van besluiten. Beide gevolgen hebben vooral impact op inwoners die een vergunning aanvragen. Zij hebben baat bij een vlot vergunningenproces en de zekerheid dat hun vergunning ook standhoud bij eventueel bezwaar van buren. Ambtelijk werd wel het standpunt gedeeld dat het huidige afwijkingenbeleid lastig te begrijpen is en mede met het oog op de Omgevingswet aangepast moet worden. Ook werd aangegeven dat het mogelijk is om het afwijkingenbeleid toe te spitsen op de kleinere veelvoorkomende projecten van particulieren. Particulieren hebben immers niet altijd de middelen om een (dure) ruimtelijke onderbouwing op te laten stellen door een professioneel ruimtelijk adviesbureau. Zij hebben vooral baat bij een afwijkingenbeleid waarin de veelvoorkomende initiatieven van te voren door de gemeente zijn afgewogen.
1.3. Het externe advies van Hiemstra en De Vries Daarnaast heeft adviesbureau Hiemstra en De Vries heeft een analyse uitgevoerd van de houdbaarheid van de vergunningenketen ten tijde van de Omgevingswet. Uit deze analyse is gebleken dat verschillende beleidsstukken, zoals bestemmingsplannen en het afwijkingenbeleid, niet eenvoudig en niet goed uitvoerbaar zijn. Daarom is geadviseerd om een ‘voorjaarsschoonmaak’ van gemeentelijke beleidsstukken uit te voeren.
1.4. Het voorstel: herziening in de vorm van een paraplubestemmingsplan De praktische uitwerking van de ambtelijk voorgestelde aanpassingen aan het afwijkingenbeleid en het advies van Hiemstra en De Vries is een parapluherziening van de bestemmingsplannen op verschillende onderwerpen. De onderwerpen omvatten o.a. het afwijkingenbeleid, uniforme begripsbepalingen tussen bestemmingsplannen en erfgoed. In dit document komt het afwijkingenbeleid aan bod.
2. Onderbouwing van het paraplubestemmingsplan 2.1. Waarom is herzien van het huidige beleidsstuk niet voldoende? Het huidige afwijkingenbeleid is bedoeld ter ondersteuning van de wettelijke bevoegdheid om af te wijken van het bestemmingsplan. Deze bevoegdheid staat in de Wabo. Het afwijkingenbeleid is geen zelfstandig kader, maar dient als invulling van de motivering van omgevingsvergunningen. De wettelijke procedure voor het afwijken van het bestemmingsplan wordt verder uiteengezet in paragraaf 2.2. Het doel van het afwijkingenbeleid is het motiveren van de omgevingsvergunning Het beleid legt uit in welke gevallen de gemeente wel of niet medewerking wil verlenen aan een bepaald initiatief. Het beleid zegt niet in welke gevallen de gemeente medewerking kan verlenen. Die bevoegdheid staat in de wet en is dus door de wetgever bepaald. Door de Omgevingswet kan het afwijkingenbeleid in zijn huidige vorm niet langer bestaan Het huidige afwijkingenbeleid gaat namelijk nog uit van de Wabo en de bevoegdheden die daarin
staan. Bestemmingsplannen worden op termijn vervangen door één omgevingsplan voor de gehele gemeente. Afwijken van dit omgevingsplan blijft een wettelijke bevoegdheid. Deze procedure heet de Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (BOPA). Deze BOPA komt in de plaats van de activiteit ‘buitenplans afwijken’ in de Wabo. Hoe het huidige proces eruit ziet, staat in paragraaf 2.4.
2.2. Met de BOPA wordt afgeweken van het (tijdelijk) omgevingsplan De huidige bestemmingsplannen gaan automatisch op in een ‘tijdelijk omgevingsplan’ Op 1 januari heeft de gemeente Kaag en Braassem een tijdelijk omgevingsplan. Dit heet het ‘omgevingsplan van rechtswege’. Dit wordt op termijn vervangen door het nieuwe omgevingsplan. Het tijdelijk omgevingsplan bestaat uit: - alle vastgestelde bestemmingsplannen, uitwerkingsplannen, en andere vergelijkbare ruimtelijke besluiten, waaronder bepaalde ruimtelijke regels in de APV; - regels over bodemkwaliteit; - rijksregels die de wetgever overdraagt naar de gemeente, ook wel de ‘bruidsschat’ genoemd. Als een initiatief in strijd is met het bestemmingsplan, is het in strijd met het (tijdelijk) omgevingsplan Dan moet er afgeweken worden middels de BOPA. Dit geldt voor zowel kleine als grote initiatieven. Voor een aanvraag voor een (strijdige) dakkapel geldt dezelfde procedure en inhoudelijke eisen als bij één of meerdere woningen. Hoewel in de praktijk de invulling van deze eisen zal verschillen, gaat het nog steeds om een tijdsintensieve en relatief zware procedure ten opzichte van de huidige systematiek. Dit geldt vooral voor de kleinere initiatieven. Een aanvraag voor de BOPA moet voldoen aan strenge eisen Het initiatief moet voldoen aan de eis van de ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ (ETFAL).
Het gaat om de eisen die staan in hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Deze zogenaamde ‘instructieregels’ gaan om bijvoorbeeld zaken als milieu, ruimtelijke ordening en verkeer. Dit moet de aanvrager aantonen, bijvoorbeeld door middel van een ruimtelijke onderbouwing. Dat is veel werk, vooral voor een inwoner of MKB-ondernemer. Grotere projecten hebben hier naar verwachting relatief minder last van, omdat men dan meestal toch al vast contact heeft met ruimtelijke adviesbureaus.
2.3. Waarom een paraplubestemmingsplan? Met een paraplubestemmingsplan kunnen kleine initiatieven binnenplans vergund worden Dat betekent een eenvoudige procedure en geen zware onderbouwing voor de meest voorkomende initiatieven van inwoners. Een paraplubestemmingsplan is een herziening van meerdere bestemmingsplannen. Het kan ook gaan om het gehele grondgebied van de gemeente. Hierin kunnen zaken geregeld worden zoals dakkapellen, aanbouwen bij woningen en dergelijke bouwwerken. Het paraplubestemmingsplan gaat onderdeel uitmaken van het tijdelijk omgevingsplan Initiatieven die voldoen aan het paraplubestemmingsplan, voldoen dus ook aan het omgevingsplan. Een BOPA is dan niet nodig. Dat geldt ook wanneer dit als een binnenplanse afwijking wordt geformuleerd. Binnenplans afwijken wordt namelijk onder de Omgevingswet gezien als een binnenplanse vergunning en als iets dat voldoet aan het omgevingsplan. Hoe dat precies in elkaar zit, staat in paragraaf 2.4.
Het paraplubestemmingsplan vormt één set aan regels voor veelvoorkomende initiatieven Dit is nodig zodat de gemeente initiatieven van inwoners mogelijk kan maken. Het gaat om veelvoorkomende gevallen. Denk daarbij aan specifieke regels voor dakkapellen, uitbouwen en aan verduurzaming van de woning. Een warmtepomp voldoet bijvoorbeeld soms niet aan het bestemmingsplan. Dat wordt dan normaal gesproken een BOPA. Het paraplubestemmingsplan maakt die warmtepomp dan alsnog mogelijk, zonder dat de inwoner de kosten voor de BOPA moet dragen. Natuurlijk wordt nog wel getoetst op de ruimtelijke onderdelen van het plan. Waar komt de warmtepomp bijvoorbeeld? Is het geluid richting het perceel van de buren acceptabel? Dat komt terug in de algemene uitgangspunten van het paraplubestemmingsplan. Het paraplubestemmingsplan is eenvoudiger om uit te leggen aan inwoners Dit is in vergelijking tot het huidige beleid, wat veel ‘mits en maar’ bevat. Wanneer een inwoner aanklopt met een initiatief voor bijvoorbeeld de woning, kan een ambtenaar eenvoudiger uitleggen wat de regels zijn en waar de inwoner zich aan moet houden. Bovendien hoeft de inwoner slechts de legeskosten van een reguliere vergunning te betalen, en niet nog daarbovenop de legeskosten voor het afwijken. Hierdoor worden oneerlijke situaties voorkomen. Denk bijvoorbeeld aan twee buren, waarvan de woningen iets van elkaar afwijken.
In sommige gevallen betaalt de ene buur niets of veel minder voor de vergunning dan de andere buur. Zie daarvoor het onderstaande voorbeeld. Voorbeeld: het verschil in legeskosten tussen twee dakkapellen
Dit voorbeeld betreft twee woningen in hetzelfde blok op de Acacialaan te Leimuiden. Dakkapel links - hogere nok t.o.v. de woning aan de rechterkant - voldoet aan het bestemmingsplan - beoordeling: reguliere vergunning (soms is een dakkapel ook vergunningvrij) - legeskosten: € 392,-1 Dakkapel rechts - lagere nok t.o.v. de woning aan de linkerkant - de afstand tussen dakkapel en nok is daardoor korter - strijd met het bestemmingsplan - beoordeling: afwijken - legeskosten: €959,502 De dakkapellen zijn vergelijkbaar. Toch betaalt de ene buur meer dan de ander. 1 Berekening: Gemiddelde dakkapel à €8.000 x 4,9% op basis van de legesverordening 2023.
2 Berekening: 392 + 567,50 (leges voor afwijken). Dit is op basis van de legesverordening van 2023. Deze
verordening wordt herzien in het kader van de Omgevingswet. De kosten voor afwijken kunnen hoger uitkomen in 2024.
Het paraplubestemmingsplan zorgt er niet voor dat opeens alles mogelijk wordt gemaakt Weigeren blijft een mogelijkheid bij ongewenste initiatieven. Algemene regels in het paraplubestemmingsplan zorgen ervoor dat bij elk initiatief maatwerk mogelijk blijft. Dat kan op basis van de algemene regels, zoals stedenbouwkundige inpasbaarheid. Het kan ook op basis van specifieke regels per soort bouwwerk. Dit wordt per initiatief beoordeeld. Met het paraplubestemmingsplan wordt de procedure voor de inwoner duidelijker, eerlijker, goedkoper en eenvoudiger Dit ten opzichte van de situatie waarin alle afwijkingen met de BOPA vergund moeten worden. Het vervallen van de landelijke kruimellijst komt ook niet voor de rekening van de inwoner. Maatwerk voor inwoners blijft mogelijk, en het wordt duidelijker waarbij de gemeente wel of niet medewerking verleent, ten opzichte van het huidige beleid. Dit biedt ook rechtszekerheid. Het doel is dat inwoners niet de dupe worden van relatief zware BOPA-procedures Veel van deze procedures kunnen vooraf voorkomen kunnen worden door veelvoorkomende kleine afwijkingen vast te leggen in een paraplubestemmingsplan. Dit paraplubestemmingsplan vormt een brug tussen het maatwerk dat de gemeente de inwoner biedt onder de huidige wetssystematiek, en de regels in het nieuwe omgevingsplan dat pas later wordt vastgesteld.
Het is dus tijdelijk, totdat er een volledig omgevingsplan is vastgesteld door de raad.
2.4. Wat is afwijken van het bestemmingsplan?
Deze paragraaf dient ter ondersteuning en onderbouwing van hetgeen onder paragraaf 2.1. is benoemd. Hieronder wordt de procedure van de omgevingsvergunning kort uiteengezet onder zowel het oude als het nieuwe recht na 1 januari 2024.
2.4.1. Vergelijking van soorten procedures onder de oude en nieuwe wet
De omgevingsvergunningplicht onder de Wabo kent 4 varianten, waaronder 3 voor afwijken Het uitgangspunt is dat een aanvraag moet voldoen aan het bestemmingsplan. In dat geval is het besluit om de vergunning te verlenen eenvoudig te motiveren, omdat de belangenafweging al bij het opstellen van het bestemmingsplan is uitgevoerd. Voldoet het plan niet aan het bestemmingsplan? Dan wordt er gekeken of medewerking mogelijk is voor het afwijken van het bestemmingsplan. Volgens de wet wordt die activiteit automatisch toegevoegd aan de aanvraag. Ook als de gemeente wil weigeren moet zij motiveren waarom afwijken niet mogelijk is. Hoe zwaar de motivering is, ligt aan de variant van afwijken die van toepassing is. De Wabo kent drie varianten. Variant 1 – Binnenplans afwijken Een initiatief is in strijd met de regels in het bestemmingsplan. Maar het bestemmingsplan bevat voor deze specifieke activiteit randvoorwaarden om af te wijken van de hoofdregel. Als deze randvoorwaarden in het bestemmingsplan staan, heet dit ‘binnenplans afwijken’. Hiervoor geldt een reguliere termijn van 8 weken. Het college is bevoegd gezag. Er geldt een minder zware motiveringsplicht. De afwijkingsregels in het bestemmingsplan zijn vaak wel open normen, maar deze kunnen eenvoudig onderbouw worden uit bijvoorbeeld een advies.
Denk hierbij aan het afwijken van parkeernormen voor een ontwikkeling waarbij de parkeerdruk naar verwachting lager is.
Onder de Omgevingswet wordt binnenplans afwijken gezien als een ‘binnenplanse omgevingsplanactiviteit’. Een strijdig initiatief waarvoor binnenplans afgeweken kan worden onder het huidige recht, wordt gezien als een initiatief voldoet aan het (tijdelijke) omgevingsplan onder het nieuwe recht. Onder het nieuwe recht is in die gevallen dus geen sprake meer van ‘afwijken’. Variant 2 – Buitenplans afwijken – kruimellijst Een initiatief is in strijd met de regels in het bestemmingsplan en het bestemmingsplan zelf bevat geen regels om af te wijken. Dit heet daarom ‘buitenplans afwijken’. Het kan zijn dat de activiteit wel benoemd in artikel 4 van het Bor. Dit is de zogenaamde ‘kruimellijst’. Deze lijst bestaat uit 11 categorieën. Hoewel dit een limitatieve opsomming is, is deze lijst van toepassing op heel veel gevallen. Het zijn namelijk breed geformuleerde categorieën. Bij het buitenplans afwijken voor een initiatief dat in de kruimellijst past, geldt een reguliere termijn van 8 weken. Het college is bevoegd gezag. Er geldt een zware motiveringsplicht, tenzij hierover beleid is opgesteld. Dit wordt later in dit advies verder toegelicht. Het bereik van de kruimellijst is zeer breed. Denk aan bijvoorbeeld een uitbouw buiten het gebied waar het bestemmingsplan dit toestaat (het ‘bouwvlak’). Of het realiseren van appartementen in een voormalig schoolgebouw.
Wanneer een bepaald plan binnen het kader van de kruimellijst past, moet de gemeente het volgens de reguliere procedure behandelen. Bij de reguliere procedure heeft het college de beslissingsbevoegdheid volgens de Wabo. Onder de Omgevingswet vervalt de kruimellijst Als er buitenplans wordt afgeweken, dan gaat dat door middel van de BOPA. Hierbij geldt de reguliere procedure van 8 weken. De raad heeft een adviesrecht in de gevallen die zij zelf aanwijst. De overige BOPA’s doet het college af. Zoals eerder aangegeven wordt bij de BOPA het initiatief getoetst aan ETFAL. ETFAL wordt ingevuld door de instructieregels uit het Bkl. Dat zijn dezelfde eisen als bij een wijziging van het omgevingsplan. Dat betekent dat een ruime ruimtelijke onderbouwing vereist is. Ook bij kleinere initiatieven. Variant 3 – Buitenplans afwijken – UPA Een uitgebreide planologische afwijking (UPA) is van toepassing op een initiatief dat niet voldoet aan de regels van het bestemmingsplan en niet voorkomt op de kruimellijst in artikel 4 van het Bor. In dit geval wordt de uniforme procedure uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gevolgd. De termijn is dan 26 weken. Het college is bevoegd gezag, maar de raad wordt gevraagd om een verklaring van geen bedenkingen (VVGB). De raad doet de belangenafweging en mag dan het besluit nemen om wel of niet medewerking te verlenen aan het initiatief.
Er geldt een zware motiveringsplicht. Deze motivering mag vooraf in beleid worden vervat. Gezien de aard van dit soort initiatieven heeft dit alleen niet veel zin.. Uiteindelijk vindt het gros van de belangenafweging plaats ten tijde van vergunningverlening. Onder de omgevingswet geldt ook hier de BOPA.
Het onderstaande schema vat dit nog eens samen -
Wabo Plan voldoet aan bestemmingsplan Binnenplanse afwijking (regels in BP) Buitenplanse afwijking – kruimel Buitenplanse afwijking – uitgebreid
– = = = =
Omgevingswet binnenplanse omgevingsvergunning binnenplanse omgevingsvergunning BOPA BOPA
-
De grootste veranderingen o Binnenplanse afwijkingen onder het huidige regime worden gebonden beschikking onder het nieuwe regime o De kruimellijst vervalt, buitenplans afwijken wordt BOPA ▪ Qua inhoud te vergelijken met de uitgebreide procedure ▪ Maar met een reguliere een termijn van 8 weken
Het afwijkingenbeleid zelf bevat geen bevoegdheden Die bevoegdheid vloeit voort uit de Wabo. Het college kan volgens de Wabo afwijken. Het afwijkingenbeleid is slechts een invulling van dit woordje ‘kan’. De bovenstaande varianten worden genoemd in art. 2.12 lid 1(a) onder 1°, 2° en 3°. Deze categorieën worden ook allemaal behandeld in het huidige afwijkingenbeleid. Dat hoeft niet. Dit is slechts een keuze. Er kan bijvoorbeeld ook gekozen worden om alleen een aantal soorten bouwwerken te benoemen. De rest zal dan zwaarder gemotiveerd moeten worden in de vergunningverlening. De gemeente mag ‘nee’ verkopen Het weigeren van een omgevingsvergunning moet het college wel onderbouwen. Daarom stel je beleid op: het afwijkingenbeleid. Dat werkt onder de huidige wet zo: - Past het plan in het afwijkingenbeleid? Dan werkt de gemeente mee. - Past het niet in het beleid? Dan weigert het college in principe de vergunning. - Staat het niet expliciet benoemd in het beleid? Dan een zwaardere motiveringsplicht. Het huidige afwijkingenbeleid is zo opgesteld dat bij strijdigheid alsnog ‘afgeweken’ kan worden van het afwijkingenbeleid. Dit komt in praktijk voor. Bijvoorbeeld wanneer er afgeweken wordt voor een dakkapel aan de voorzijde. Het huidige beleid verbiedt dit, terwijl het in veel bestemmingsplannen wel toegestaan is om een dakkapel te bouwen aan de voorzijde.
Die beleidslijn is dus inmiddels veranderd.
2.4.2. Heeft de gemeente nog een apart beleidsdocument voor afwijkingen nodig? Bij de BOPA is niet helemaal te voorzien welke initiatieven aangevraagd zullen worden Net als bij de UPA onder het huidige recht. Het is een brede categorie. Wat te voorzien is, kan benoemd worden in beleid. Het opstellen van beleidsregels is echter niet meer nodig als de meest voorzienbare bouwwerken al van te voren benoemd worden in een (paraplu)bestemmingsplan. Dan is worden deze eenvoudige bouwwerken automatisch onderdeel van het omgevingsplan. Wat is het idee achter de BOPA versus afwijken onder de Wabo? Alle gemeenten hebben straks een omgevingsplan met daarin meer open normen. Nu is dat nog het tijdelijk omgevingsplan met daarin onder andere de huidige bestemmingsplannen. Bestemmingsplannen hebben gesloten normen. Het idee daarbij is nu nog dat je kan ‘kruimelen’. Dat kan straks niet meer.
Geen kruimellijst betekent veel BOPA’s, namelijk ongeveer 53% van de aanvragen Want nu wordt voor ongeveer 53% van de aanvragen afgeweken. Het merendeel daarvan gaat via de kruimelregeling.3 Het resultaat daarvan is dat bij een heel groot deel van de aanvragen een verregaande ruimtelijke toets uitgevoerd moet worden. Een aanvullend beleidsstuk bij de BOPA lost nog niet het probleem voor initiatiefnemers op Ook al worden daarin de gevallen die wél voorzienbaar zijn in een aanvullend beleidsstuk opgesteld. In dat geval moet nog steeds de BOPA-procedure gevolgd worden. Dan moet de aanvraag voldoen aan de strenge eisen die eerder genoemd zijn. Dat betekent langere doorlooptijden en duurdere vergunningen voor initiatiefnemers. Dit kan voorkomen worden als gekozen wordt voor een paraplubestemmingsplan Daarin worden de meest voorkomende en voorzienbare initiatieven benoemd. Het gaat om initiatieven waarbij op beleidsniveau meestal wenselijk zijn, maar volgens de bestemmingsplannen niet toegestaan zijn. Dat heeft een aantal voordelen: 1. De initiatiefnemer hoeft geen uitgebreide ruimtelijke onderbouwing aan te leveren. 2. Het is goedkoper voor de relatief ‘kleine’ initiatiefnemer, want die betaalt geen leges voor een BOPA. 3. Geen BOPA toets betekent een snellere vergunningverlening. Dat maakt ook tijd vrij voor betere dienstverlening richting inwoners bij hun initiatieven. 4.
De regels zijn eenvoudiger om uit te leggen en sneller te vinden voor initiatiefnemers.
3. Bronnen -
Afwijkingenbeleid Kaag en Braassem 2020 Legesverordening Kaag en Braassem 2023 De Wet algemene bepaling omgevingsrecht (Wabo) Het Besluit omgevingsrecht (Bor) De Omgevingswet en bijbehorende AMvB’s, waaronder de instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)
3 Er is een overzicht gemaakt van binnengekomen aanvragen in 2020 met de activiteit ‘afwijken’. Daaruit is
gebleken dat bij het overgrote deel van de aanvragen de kruimelregeling toegepast moest worden.