CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

Aderpolder Kaag bijlage_ruimtelijke onderbouwing

Gemeenteraad 21 november 2022, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Ontwerpbesluit verklaring van geen bedenkingen inzake aanvraag omgevingsvergunning W2022/0296.518 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ruimtelijke onderbouwing Aderpolder nabij 4 Kaag Gemeente Kaag en Braassem

Ruimtelijke onderbouwing Aderpolder nabij 4 Kaag

Adromi B.V. Reeweg 146 3343 AP Hendrik-Ido-Ambacht

Gemeente Kaag en Braassem

T 078 – 684 55 55 F 078 – 684 55 59 algemeen@adromi.nl www.adromi.nl K.v.K. 230.825.46 te Rotterdam BTW: 8050.63.286.B.01 IBAN: NL75RABO0385477481

Kenmerk: Status: Datum: Auteur: Geaccordeerd:

wil/R202206/2201b ingediend 30-3-2022 S. Zonneveld J. Wildschut

Ruimtelijke onderbouwing Aderpolder nabij 4 Kaag

Inhoudsopgave Inleiding ........................................................................................................................................... 5 Aanleiding en doel ................................................................................................................... 5 Locatie projectgebied .............................................................................................................. 5 Geldend bestemmingsplan...................................................................................................... 6 Aanduidingen .................................................................................................................. 6 Bestemmingen................................................................................................................. 6 Conclusie ......................................................................................................................... 7 Leeswijzer ................................................................................................................................ 7 Planbeschrijving............................................................................................................................... 8 Bestaande situatie ...................................................................................................................

8 Beoogde situatie...................................................................................................................... 8 Beleidskaders................................................................................................................................... 9 Rijksbeleid................................................................................................................................ 9 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) ................................................................................... 9 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) .................................................... 9 Ladder voor duurzame verstedelijking .......................................................................... 10 Provinciaal beleid: Zuid-Holland ............................................................................................ 10 Omgevingsvisie Zuid-Holland ........................................................................................ 10 Omgevingsverordening ................................................................................................. 12 Gemeentelijk beleid ..............................................................................................................

13 Conclusie ............................................................................................................................... 13 Sectorale aspecten ........................................................................................................................ 14 Verkeer en parkeren.............................................................................................................. 14 Water ..................................................................................................................................... 14 Ecologie ................................................................................................................................. 15 Gebiedsbescherming ..................................................................................................... 15 Soortenbescherming ..................................................................................................... 16 Archeologie en cultuurhistorie .............................................................................................. 18 Archeologie.................................................................................................................... 18 Cultuurhistorie...............................................................................................................

18 Milieu............................................................................................................................................. 20 Mer-beoordeling ................................................................................................................... 20

Adromi B.V.

wil/R202206/2201b

Pagina 3 van 27

Ruimtelijke onderbouwing Aderpolder nabij 4 Kaag

Geluid .................................................................................................................................... 20 Luchtkwaliteit ........................................................................................................................ 21 Geur ....................................................................................................................................... 22 Bodem ................................................................................................................................... 23 Externe veiligheid .................................................................................................................. 23 Algemeen juridisch kader .............................................................................................. 23 Bedrijven en milieuzonering.................................................................................................. 24 Algehele conclusie milieu ...................................................................................................... 25 Uitvoerbaarheid ............................................................................................................................ 26 Maatschappelijke uitvoerbaarheid .......................................................................................

26 Financiële uitvoerbaarheid .................................................................................................... 26 Procedure .............................................................................................................................. 26 Bijlagen .................................................................................................................................................. 27

Adromi B.V.

wil/R202206/2201b

Pagina 4 van 27

Ruimtelijke onderbouwing Aderpolder nabij 4 Kaag

Inleiding Aanleiding en doel Deze ruimtelijke onderbouwing heeft betrekking op het voornemen om nabij de Aderpolder 4 in Kaag een tweetal afmeervoorzieningen te realiseren t.b.v. recreatievaartuigen met bijbehorende faciliteiten. De afmeervoorzieningen zullen jaarlijks in gebruik kunnen zijn vanaf 1 april tot en met 31 oktober. Op basis van het huidige bestemmingsplan is dit niet mogelijk binnen de geldende regels. Voor de beoogde ontwikkeling wordt daarom een omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan aangevraagd. De gemeente heeft aangegeven in principe bereid te zijn medewerking te verlenen aan het afwijken van het bestemmingsplan door middel van een omgevingsvergunning. Locatie projectgebied Het perceel, kadastraal bekend als gemeente Alkemade, sectie A, nummer 380, is gelegen aan de Aderpolder nabij nummer 4 in Kaag op de grens met Oud Ade. Het perceel betreft een eiland, gelegen in de Kever naar de entree van de Balgerij. Het eiland is hoofdzakelijk begroeid met riet en brandnetels. Er is sprake van extensief onderhoud. Langs de randen van het eiland is sprake van een rietkraag. Onderstaande afbeelding 1 geeft een impressie van de omgeving van het projectgebied.

Afbeelding 1: Projectgebied indicatief weergegeven met rode omlijning (bron: Openstreetmap)

Adromi B.V.

wil/R202206/2201b

Pagina 5 van 27

Ruimtelijke onderbouwing Aderpolder nabij 4 Kaag

Geldend bestemmingsplan Voor het projectgebied geldt het bestemmingsplan ‘Buitengebied West”, vastgesteld op 17 juni 2013, na reactieve aanwijzing van 9 juli 2013 en voor zover relevant onherroepelijk geworden op 27 mei 2015. Aanduidingen De betrokken gronden zijn in dit bestemmingsplan grotendeels aangeduid voor ‘Natuur’. Binnen deze aanduiding is tevens sprake van de aanduidingen ‘Waarde-Archeologie 1’, ‘Waarde-Cultuurhistorie’ en ‘vrijwaringszone – molenbiotoop 2’. Voor een deel zijn de gronden aangeduid voor ‘Water’. Binnen deze aanduiding is tevens sprake van de aanduidingen ‘Waarde – Natuurwaarde’ en ‘vrijwaringszone – molenbiotoop 2’. Verwezen wordt naar afbeelding 2.

Afbeelding 2: uitsnede geldend bestemmingsplan indicatief rood aangeduid (bron: website www.ruimtelijkeplannen.nl)

Bestemmingen Gronden welke zijn aangeduid voor natuur, zijn bestemd voor behoud en beheer van aanwezige natuurwaarden, water, bruggen, dammen, recreatievaart en oevers. De bestemming laat enkel op specifieke plekken elders dagrecreatief gebruik met bijbehorende voorzieningen toe. Op grond van de aanduiding ‘Waarde-Archeologie 1’ geldt een dubbelbestemming ter bescherming van archeologische verwachting, relevant voor bodemroering over een oppervlak vanaf 2.500 m2 en dieper dan 30 cm -MV. Op grond van de aanduiding ‘Waarde-Cultuurhistorie’ is sprake van een dubbelbestemming voor beschermd dorpsgezicht alsook voor het behoud of herstel van aanwezige landschappelijke, cultuurhistorische, (historisch-)stedenbouwkundige en (historisch-)architectonische waarden.

Adromi B.V.

wil/R202206/2201b

Pagina 6 van 27

Ruimtelijke onderbouwing Aderpolder nabij 4 Kaag

Gronden, welke aangeduid zijn voor water, zijn bestemd voor de waterhuishouding. Gebruik voor extensieve dagrecreatie alsook de bouw van afmeervoorzieningen is enkel op specifiek aangeduide locaties toegelaten. Op grond van de aanduiding ‘Waarde – Natuurwaarde’ is sprake van een dubbelbestemming voor het behoud en het herstel van waterstaatkundige en natuur- en landschapswaarden van de bestaande plassen en oevers. Tot slot geldt op grond van de aanduiding ‘vrijwaringszone – molenbiotoop 2’ een dubbelbestemming welke bouwhoogtebeperkingen stelt ter waarborging van de vrije windvang van de Kagermolen. Conclusie Gelet op het voorgaande laat het geldende bestemmingsplan geen verblijfsrecreatief gebruik toe in de vorm van (afmeren voor) recreatieve vaartuigen met bijbehorende voorzieningen zoals meerpalen. Binnen de waterbestemming is recreatief vaarverkeer al wel toegelaten. Leeswijzer In dit hoofdstuk is kort ingegaan op de aanleiding van deze ruimtelijke onderbouwing en de bestemming van het projectgebied. In hoofdstuk 2 wordt de bestaande situatie en het project beschreven. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het geldende ruimtelijke beleid van rijk, provincie en gemeente. In hoofdstuk 4 wordt aandacht besteed aan sectorale aspecten. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de mogelijkheden van milieuhinder.

De onderbouwing wordt afgesloten met de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het project, als uiteengezet in hoofdstuk 6.

Adromi B.V.

wil/R202206/2201b

Pagina 7 van 27

Ruimtelijke onderbouwing Aderpolder nabij 4 Kaag

Planbeschrijving Bestaande situatie Het perceel wordt thans extensief dagrecreatief gebruikt. Onderhavige ruimtelijke onderbouwing is bedoeld ter legalisering van de bestaande situatie. Het eiland is via het water en de Aderpolder (weg) ontsloten, alhoewel het niet direct over de weg bereikbaar is. Zie afbeelding 3.

Afbeelding 3: Projectgebied (bron: Google maps)

Beoogde situatie Initiatiefnemer is voornemens langs de zuidoostkant van het eiland een aantal meerpalen in stand te houden, bedoeld voor het afmeren van een tweetal recreatievaartuigen. Er zullen alleen vanaf 1 april tot en met 31 oktober vaartuigen worden afgemeerd. Via het eiland zal worden voorzien in walstroomvoorziening en een septic tank. Bij wijze van alternatief kunnen afgemeerde schepen gebruik maken van elektriciteit welke aan boord met zonnepanelen is opgewekt en zal afvalwater worden gebufferd in tanks aan boord. Er zal hoe dan ook geen sprake zijn van lozingen vanaf de recreatievaartuigen.

Adromi B.V.

wil/R202206/2201b

Pagina 8 van 27

Ruimtelijke onderbouwing Aderpolder nabij 4 Kaag

Beleidskaders Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. De NOVI komt als structuurvisie uit onder de bestaande Wet ruimtelijke ordening (WRO). Het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4, 2001) en de Rijksnatuurvisie 2014 gaan op in en worden vervangen door de NOVI en het bijbehorende Nationaal Milieubeleidskader. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervalt geheel, behalve paragraaf 4.9 Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone. De NOVI geldt verder als wijziging van enkele onderdelen van het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP) op grond van de Waterwet. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als een omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen wordt gewerkt aan de prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie, een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel, sterke en gezonde steden en regio’s en een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Bovenstaande vergt een goed samenspel tussen Rijk, provincie, waterschappen en gemeenten, maar ook tussen overheden en bedrijven, maatschappelijke instellingen en burgers Centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als van de ondergrond. We spreken hier over ‘omgevingsinclusief’ beleid. De NOVI onderscheidt daarbij drie afwegingsprincipes: 1) Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, 2) Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en 3) Afwentelen wordt voorkomen. Het Rijk zal bij de uitvoering van de NOVI zichtbaar maken hoe de omgevingsinclusieve benadering vorm krijgt en de afwegingsprincipes benut worden. Voorliggend project is te kleinschalig om van invloed te zijn op het beleid genoemd in de NOVI. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Barro is op 22 augustus 2011 vastgesteld en sinds die tijd enkele malen herzien.

In de geconsolideerde versie van het Barro zijn bepalingen opgenomen ten aanzien van: a) Rijksvaarwegen; b) Project Mainportontwikkeling Rotterdam; c) Kustfundament; d) Grote rivieren; e) Waddenzee en waddengebied; f) Defensie; g) Hoofdwegen en hoofdspoorwegen; h) Elektriciteitsvoorziening; i) Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; j) Natuurnetwerk Nederland; k) Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; Adromi B.V.

wil/R202206/2201b

Pagina 9 van 27

Ruimtelijke onderbouwing Aderpolder nabij 4 Kaag

l) IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); m) Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde; n) Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Het project heeft geen gevolgen voor de ruimtelijke belangen welke in het Barro zijn benoemd. Ladder voor duurzame verstedelijking Per 1 oktober 2012 is de ladder voor duurzame verstedelijking (ook wel duurzaamheidsladder) als motiveringseis opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De regeling is laatstelijk gewijzigd op 1 juli 2017. De duurzaamheidsladder formuleert een aantal voorwaarden om te komen tot een zorgvuldige afweging van iedere stedelijke ontwikkeling. Dat wil zeggen dat overheden nieuwe stedelijke ontwikkelingen moeten motiveren aan de hand van behoefte in de regio, beschikbare ruimte binnen bestaand stedelijk gebied en een multimodale ontsluiting. Deze vraaggerichte programmering heeft als doel de nodige groei te faciliteren, te anticiperen op stagnatie en regio’s waar sprake is van krimp leefbaar te houden. Ruimte dient zorgvuldig te worden benut en overprogrammering moet worden voorkomen. De ontwikkeling waar deze onderbouwing in voorziet, heeft betrekking op een bestaande situatie, zodat de behoefte aan die ontwikkeling als een gegeven kan worden beschouwd. Het beoogde recreatieve gebruik van de locatie kan geen plaats worden gegeven in bestaand stedelijk gebied.

Immers het recreatieve verblijf op een recreatievaartuig ontleent zijn waarde aan deze aantrekkelijke locatie in de Kager veenmeren. Provinciaal beleid: Zuid-Holland De Zuid-Hollandse Omgevingsvisie en Omgevingsverordening zijn per 1 april 2019 in werking getreden (laatst herzien op 1 juli 2020) en vervangen de Provinciale Structuurvisie ‘Visie ruimte en mobiliteit’ en de Provinciale Verordening (2014, laatst gewijzigd op 29 juni 2018). De Omgevingsvisie en Omgevingsverordening zijn samengebracht tot het Omgevingsbeleid. Onderdeel van het Omgevingsbeleid zijn het ‘Programma ruimte’ en het ‘Programma mobiliteit’. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Omgevingsvisie Zuid-Holland Het Programma ruimte is parallel aan de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening opgesteld. Het Programma ruimte bevat een nadere invulling en operationalisering van ruimtelijk relevante onderdelen van de Omgevingsvisie geeft hiermee richting aan de door de provincie beoogde ontwikkeling van Zuid-Holland. Het Programma is zelfbindend voor de provincie en is ook bindend voor lagere overheden. De Omgevingsvisie toont middels het integraal kaartbeeld aan dat voor een goede ruimtelijke ordening een integrale aanpak nodig is.

Het hoofddoel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Daarbij streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en

Adromi B.V.

wil/R202206/2201b

Pagina 10 van 27

Ruimtelijke onderbouwing Aderpolder nabij 4 Kaag

een goede leefomgevingskwaliteit. Er wordt een zorgvuldige afweging gemaakt tussen de verschillende functies. De Omgevingsvisie en het Programma ruimte bieden tevens voldoende flexibiliteit om in de ruimtelijke ontwikkeling te reageren op maatschappelijke initiatieven. De vier belangrijkste leiddraden van de Omgevingsvisie geven richting aan de gewenste ontwikkeling en het handelen van de provincie. Deze leiddraden zijn: 1. Het behoud en opwaarderen van de bestaande ruimtelijke kwaliteit; 2. Het vergroten van de agglomeratiekracht: stedelijke ontwikkelingen binnen de bestaande stads- en dorpskernen; 3. Zorgen voor een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving; 4. Het bevorderen van de transitie naar een water- en energie-efficiënte samenleving: een reductie van het energieverbruik en de CO2-emissie. Om te voldoen aan de maatschappelijke en economische vraag dient eerst gekeken te worden of dat wat er al is beter benut of opgewaardeerd kan worden. Ook een groene dooradering van de steden en een aantrekkelijke groene ruimte buiten de steden zijn voorwaarden voor een duurzaam woon- en leefklimaat en een wervend vestigingsklimaat binnen het stedelijk gebied. Om de leefbaarheid van de groene gebieden te verbeteren, streeft de provincie Zuid-Holland ernaar de leefbaarheid en de ruimtelijke kwaliteit van de landelijke gebieden in de Delta en het Groene Hart te bevorderen.

De provincie Zuid-Holland heeft in de visie het projectgebied aangeduid als ‘beschermingscategorie 2’. De provincie wil een aantal specifieke waarden en gebieden in stand houden omdat ze landschappelijk, ecologisch of qua gebruikswaarde bijzonder en kwetsbaar zijn. In die hoedanigheid leveren ze een belangrijke en specifieke bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit van Zuid-Holland. De instandhouding van deze waarden vraagt om hierop toegespitste vormen van bescherming en ontwikkeling, naast de generieke bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit. Ruimtelijke ontwikkelingen in deze gebieden zijn mogelijk, maar met inachtneming van het instandhouden van de specifieke waarden. Het betreft gebieden met de volgende kwaliteiten: - Belangrijke weidevogelgebieden, gelegen buiten het NNN, vanwege de specifieke maatschappelijke verantwoordelijkheid voor deze karakteristieke en kwetsbare vogels, die mede de kwaliteit van het Zuid-Hollandse (veen)weidelandschap bepalen. - Openbare recreatiegebieden, vanwege hun onmisbare bijdrage aan de leef- en vestigingskwaliteit in zowel het stedelijk als het landelijk gebied in de provincie. - Groene buffers. Als landschap zijn deze gebieden relatief klein, soms ruimtelijk versnipperd en altijd medebepaald door stadsranden. Behoud van deze ruimtes is van belang voor de identiteit en leefkwaliteit van het stedelijk gebied.

De stedelijke druk is relatief groot, maar tegelijkertijd vormen ze op de schaal van de provincie een onmisbare ‘tegenhanger’ van de stedelijke dynamiek en verdichting. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn hier mogelijk, maar extra bescherming tegen (grootschalige) stedelijke ontwikkeling is van belang om de schaal en het karakter van deze gebieden in stand te houden. Toetsing In de huidige situatie wordt het projectgebied beperkt ingezet voor dagrecreatie, waarbij extensief onderhoud plaatsvindt. Door verbetering van de biodiversiteit (zie paragraaf 4.3.2) in combinatie met

Adromi B.V.

wil/R202206/2201b

Pagina 11 van 27

Ruimtelijke onderbouwing Aderpolder nabij 4 Kaag

de verbetering van de beleefbaarheid van het gebied (zie paragraag 4.4.2) door het kunnen aanbieden van de ligplaatsen, levert de ontwikkeling kwaliteitsverbetering op. Omgevingsverordening De Omgevingsverordening stelt concrete regels die bij ruimtelijke ontwikkelingen in acht genomen moeten worden en vormt de doorvertaling van de Omgevingsvisie in concrete regels die van toepassing zijn op bestemmingsplannen. Voorliggende onderbouwing heeft uitsluitend betrekking op het afmeren voor de recreatievaart. Dit kan worden beschouwd als een stedelijke ontwikkeling. Onder artikel 7.3.7.1. van de Omgevingsverordening wordt aangegeven dat de volgende voorwaarden in acht moeten worden genomen bij het mogelijk maken van een nieuwe stedelijke ontwikkeling: in de motivering wordt ingegaan op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking, indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte.

Afbeelding 4: recreatietoervaartnetwerk Omgevingsverordening (bron: provincie Zuid-Holland)

In 3.1.3. wordt reeds ingegaan op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking en kan worden geconcludeerd dat voorliggend project geen stedelijke ontwikkeling is. Van belang hierbij is ook, dat de locatie onderdeel uitmaakt van het recreatietoervaartnetwerk zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening, zie afbeelding 4. De ontwikkeling past bij dit toervaartnetwerk.

Adromi B.V.

wil/R202206/2201b

Pagina 12 van 27

Ruimtelijke onderbouwing Aderpolder nabij 4 Kaag

Geconcludeerd kan worden dat deze ontwikkeling niet in strijd is met het provinciale beleid. Gemeentelijk beleid De gemeenteraad van Kaag en Braassem heeft op 24 januari 2021 de Omgevingsvisie Kaag en Braassem 2021 vastgesteld. Deze omgevingsvisie geeft de toekomstige ontwikkelingen weer en dient als het actuele toetsingskader voor maatschappelijke en ruimtelijke plannen. In de omgevingsvisie is vastgelegd dat bij ruimtelijke ontwikkelingen sprake dient te zijn van participatie. Verder worden per beleidsveld ambities geformuleerd. De gemeente wil het platteland vitaal, leefbaar en beleefbaar houden. In lijn daarmee wordt in de omgevingsvisie wordt onder meer ingezet op stimulatie van recreatieve initiatieven, rekening houdend met de groenblauwe structuur en de schoonheid van zowel het buitengebied als de kernen. Bestaande watersport- en recreatiebedrijven krijgen ruimte om te groeien, terwijl de gemeente in principe ook open staat voor nieuwe bedrijvigheid op het vlak van dag- en verblijfsrecreatie, al dan niet in combinatie met bestaande agrarische bedrijvigheid. Kleinschalige mogelijkheden op het vlak van dag- en verblijfsrecreatie behoren tot de mogelijkheden. Het behoud en de ontwikkeling van recreatieve voorzieningen dient plaats te vinden met oog voor ontwikkeling en versterking van biodiversiteit.

Ontwikkelingen dienen te passen in het gebied en dienen indien mogelijk ook een kwaliteitsimpuls te geven. Toetsing Onderhavige ontwikkeling vindt plaats met respect voor de bestaande landschappelijke structuur en beeldkwaliteit van het gebied. Er is geen sprake van een relevante aantasting van de bestaande landschappelijke waarden. De biodiversiteit wordt versterkt door de verbetering van rietkragen rondom het eiland, wat leidt tot een verbetering van de vestigingsmogelijkheden voor rietvogels. Voor deze ecologische aspecten wordt verwezen naar paragraaf 4.3. Conclusie Op basis van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat de gewenste ontwikkeling van een tweetal recreatieve ligplaatsen inpasbaar zijn in het provinciale en gemeentelijke beleid.

Adromi B.V.

wil/R202206/2201b

Pagina 13 van 27

Ruimtelijke onderbouwing Aderpolder nabij 4 Kaag

Sectorale aspecten Verkeer en parkeren Het project voorziet in het legaliseren van een afmeerlocatie voor de recreatieve vaart. Deze functie heeft geen verkeersaantrekkende werking, noch is sprake van een parkeervraag. De afmeervoorzieningen zijn bedoeld voor maximaal twee recreatievaartuigen. Op de locatie kan worden afgemeerd zonder gevaar of hinder te veroorzaken voor het doorgaande vaarverkeer. Water In het plangebied is het hoogheemraadschap van Rijnland het bevoegd gezag voor het beheer van waterkeringen, oppervlaktewater en grondwater. Dit beheer heeft drie hoofddoelen: veiligheid tegen overstromingen, voldoende water en gezond water. Het Waterbeheersplan (WPB5) is in 2016 vastgesteld, waarin het hoogheemraadschap richting geeft aan het waterbeheer in de periode van 2015 – 2021. Naar de toekomst heeft het Hoogheemraadschap een ontwerp waterbeheersprogramma opgesteld voor de periode tot 2028 dit programma is mede uitvoeringsgericht voor het waterschap zelf. Veiligheid tegen overstromingen Cruciaal voor de veiligheid is dat de waterkeringen hoog en stevig zijn en dat blijven. Ook dient er rekening gehouden te worden met mogelijke toekomstige dijkverbeteringen. Zoals uit onderstaande uitsnede (afbeelding 5) van de legger van het Hoogheemraadschap blijkt, zullen de afmeervoorzieningen deels aanwezig zijn in de beschermingszones van de regionale kering.

Hiervoor zal een vergunning in de zin van de Waterwet vereist zijn.

Afbeelding 5: uitsnede legger regionale waterkeringen (bron: Hoogheemraadschap van Rijnland)

Adromi B.V.

wil/R202206/2201b

Pagina 14 van 27

Ruimtelijke onderbouwing Aderpolder nabij 4 Kaag

Voldoende water Het complete watersysteem moet goed en adequaat beheerd en ingericht worden om het Rijnland van voldoende water te voorzien. Watergangen en kunstwerken, zoals gemalen, duikers en stuwen, moeten daarbij op orde zijn en toekomstbestendig worden gemaakt rekening houdend met klimaatverandering. Onderhavige ontwikkeling heeft betrekking op drijvende voorzieningen. In lijn daarmee is geen sprake van effect op het waterkwantiteitsbeheer. Gezond water Het hoogheemraadschap van Rijnland heeft taken en bevoegdheden op het gebied van gezond water. Deze betreffen het reguleren van lozingen op oppervlaktewater en het zuiveren van afvalwater. Met betrekking tot het zuiveren van afvalwater beheert het hoogheemraadschap rioolgemalen, persleidingen en zuiveringsinstallaties. Europese regelgeving stelt hierbij de kaders in de Kaderrichtlijn Water. Naast reeds genoemde taken en bevoegdheden dragen ook het voorkomen van verontreiniging en een goede inrichting van oppervlaktewateren in grote mate bij aan gezond water. Onderhavige ontwikkeling gaat niet gepaard met waterkwaliteitseffecten, nu alle afvalwater afkomstig van de recreatieschepen zal worden opgevangen in buffertanks en niet zal worden geloosd op oppervlaktewater. Ecologie Vanaf 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van toepassing.

Deze wet beschermt de van nature in Nederland in het wild voorkomende planten en dieren. Deze wet vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. In de Wet natuurbescherming is onder andere de Nederlandse implementatie van de Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn opgenomen. Onderdeel van de wet is dat er beschermde gebieden worden aangewezen (netwerk van de zogenaamde Natura 2000-gebieden en de Beschermde natuurmonumenten) gericht op de bescherming van ongeveer 500 soorten in het wild voorkomende planten en dieren. Op provinciaal niveau hebben bepaalde natuurgebieden eveneens een beschermingsniveau toegewezen gekregen, in de vorm van Natuurnetwerk Nederland (NNN). Gebiedsbescherming In de directe omgeving van het projectgebied zijn geen gebieden gelegen die onderdeel uitmaken van een Natura 2000-gebied of Natuur Netwerk Nederland. De dichtstbijgelegen Natura 2000 gebieden betreffen Coepelduynen en Kennemerland Zuid op een afstand van 9,5 tot 10 kilometer. Verwezen wordt naar afbeelding 6 en naar afbeelding 7. Van de ontwikkeling is enige stikstofdepositie te verwachten vanwege de emissie van scheepsmotoren. Op dat vlak is evenwel relevant dat de afmeerlocatie op zeer korte afstand van de doorgaande route is gelegen, zodat dit verkeer snel is opgenomen in het algemene verkeersbeeld.

Adromi B.V.

wil/R202206/2201b

Pagina 15 van 27

Ruimtelijke onderbouwing Aderpolder nabij 4 Kaag

Afbeelding 6: ligging Natura-2000 gebieden, locatie indicatief rood omcirkeld (bron: Aerius)

Soortenbescherming Het projectgebied wordt in de huidige situatie voor natuur en extensief dagrecreatief gebruik. De toevoeging van afmeermogelijkheden en gebruik van de locatie door recreatievaartuigen kan gepaard gaan met extra invloed op de plaatselijke natuur. Om die reden is een ecologisch onderzoek uitgevoerd1. Uit de onderzoeksrapportage blijkt dat tijdens de opname ter plaatse geen beschermde soorten zijn aangetroffen. In de rapportage wordt verder aangegeven dat het eiland weliswaar onderdeel uitmaakt van beschermd weidevogelgebied, maar dat het eiland vanwege de vegetatie van riet en brandnetels niet geschikt is voor weidevogels. Door aanleg en gebruik van de aanlegplaatsen naar het eiland wordt het niet minder geschikt voor weidevogels. Wel is het eiland geschikt als broedgebied voor vogelsoorten die ruige vegetatie prefereren. In lijn daarmee wordt geadviseerd om de aanleg van de afmeervoorzieningen plaats te laten vinden buiten het broedseizoen. Voor de gebruiksfase wordt het volgende geadviseerd: 1

Jansen en Jansen, Quickscan natuurbescherming De Kaag, 21 november 2017, nog betrekking hebbend op vijf in plaats van twee aanlegplaatsen.

Adromi B.V.

wil/R202206/2201b

Pagina 16 van 27

Ruimtelijke onderbouwing Aderpolder nabij 4 Kaag

-

Gebruik aanlegplaatsen beperkt tot buiten het broedseizoen (half maart – half juli); Afmeerplaatsen zo ver mogelijk van het eiland af situeren; Geen betreding van het eiland door recreanten; Rustig recreëren zonder geluid en licht welke verstorend kunnen zijn voor aanwezige vogels; Versterking van de rietkraag rondom het eiland ten einde meer vestigingsmogelijkheden te bieden voor rietvogels.

Door deze adviezen op te volgen zal sprake zijn van een afgewogen inpassing van deze recreatieve functie, waarbij de maatregelen gericht op het verbeteren van vestigingsmogelijkheden voor rietvogels ook bijdragen aan de biodiversiteit. Het is daarbij wel de bedoeling om de aanlegplaatsen vanaf 1 april in gebruik te nemen, maar het is mogelijk om de voorzieningen op het eiland (zie paragraaf 2.2) niet te gebruiken in de periode vanaf 1 april tot en met 15 juli.

Figuur 7: Natuurnetwerk Nederland, locatie indicatief rood omcirkeld (bron: Provincie Zuid-Holland)

Adromi B.V.

wil/R202206/2201b

Pagina 17 van 27

Ruimtelijke onderbouwing Aderpolder nabij 4 Kaag

Archeologie en cultuurhistorie Archeologie Met de Erfgoedwet beschermt de overheid het cultureel erfgoed in Nederland. Vóór 2016 waren er verschillende wetten en regels voor behoud en beheer van cultureel erfgoed. Sinds juli 2016 zijn die allemaal samengegaan in één wet. Het gemeentelijk archeologiebeleid is vertaald in de bestemmingsregelingen, waarbij via een dubbelbestemming eventuele archeologische verwachtingswaarde wordt beschermd. Op daadwerkelijk aangetroffen archeologische resten is de Erfgoedwet van toepassing. Toetsing In het geldende bestemmingsplan is een vrijstellingsoppervlakte van 2.500 m2 opgenomen en een vrijstellingsdiepte van 30 cm. De te realiseren afmeervoorzieningen zullen deze drempel niet overschrijden. Gelet hierop behoeft niet te worden gevreesd voor aantasting van archeologische waarden. Cultuurhistorie Als er gesproken wordt over cultuurhistorie in relatie tot ruimtelijke ordening wordt vaak een onderscheid gemaakt in historische geografie en historische bouwkunst. Historische geografie gaat over landschappelijke en stedenbouwkundige elementen en structuren zoals dijken, slotenpatronen, stratenpatronen en verkavelingen. Historische bouwkunst heeft betrekking op bebouwing en architectuur. Blijkens de cultuurhistorische atlas van de provincie Zuid-Holland is de locatie gelegen in het cultuurhistorisch waardevolle Kroonjuweel Kagerplassen en Molens.

Verwezen wordt naar afbeelding 8.

Afbeelding 8: uitsnede cultuurhistorische atlas provincie Zuid-Holland, locatie rood omcirkeld

Adromi B.V.

wil/R202206/2201b

Pagina 18 van 27

Ruimtelijke onderbouwing Aderpolder nabij 4 Kaag

Aan het gebied wordt een bijzondere kwaliteit toegekend vanwege de samenhang tussen de natuurlijke veenmeren, het unieke patroon van onregelmatig verkavelde veenweidepolders en een groot aantal molens. Het plassengebied was oorspronkelijk een laag en moerassig gebied doorsneden door kronkelige veenstromen: de Oude Ade, Warmonderleede, Zijl en Ade. Het onregelmatige verkavelingspatroon is hiervan afgeleid. In tegenstelling tot andere veenweidegebieden in Zuid-Holland zijn de kavels niet lang en smal, maar blokvormig. De Kagerplassen zijn samengesteld uit natuurlijke meren die stammen van voor de ontginning en uit meren die door oeverafslag en erosie van de veenstromen zijn ontstaan. De structuur in de veengebieden is sterk bepaald door de rivieren en veenstromen, de op enige afstand daarvan aangelegde weteringen en andere ontginningsbasissen. Het landschap is tussen deze structuren weids met lange zichtlijnen. Andere kenmerken zijn de sloten met hoog waterpeil en overwegend grasland als bodemgebruik. Veenstromen, dijken en kades vormen landschappelijke structuurdragers en begrenzen de (open) poldereenheden. Het gebruik richt zich op behoud van de maat van de poldereenheden, het verkavelingspatroon, de beplanting, de kades en dijken en de zichtbaarheid van water in de vorm van sloten, weteringen en boezems.

Toetsing Voor de instandhouding van waardevolle landschappen is van belang dat dit door maatschappelijke en globale economische ontwikkelingen niet alleen meer kan geschieden door de agrarische sector. Waardevol landschap vormt geen rustig bezit. Niet langer vormt dit een bijproduct van (traditioneel) agrarisch grondgebruik dat gratis, vanzelfsprekend en automatisch in stand wordt gehouden. Er dienen nieuwe kostendragers te worden gevonden. In de context hiervan wordt de waarde van het landschap mede bepaald en behouden door dit ook beleefbaar te maken voor anderen dan de toevallige bewoners. Onderhavig initiatief draagt hieraan bij door realisatie van afmeervoorzieningen voor recreatievaartuigen. De afmeervoorzieningen op het water zullen het landschap zelf niet aantasten. De invloed op het vrije uitzicht van de beide vaartuigen zal ook beperkt zijn. Tegelijkertijd draagt onderhavige ontwikkeling bij aan de beleefbaarheid en instandhouding van het landschap, waaronder een verbetering van de ecologische functie van het eiland (zie paragraaf 4.3.2). Het aspect cultuurhistorie staat het beoogde project dan ook niet in de weg.

Adromi B.V.

wil/R202206/2201b

Pagina 19 van 27

Ruimtelijke onderbouwing Aderpolder nabij 4 Kaag

Milieu Mer-beoordeling Voor stedelijke ontwikkelingsprojecten dient te worden beoordeeld of voor de betreffende ontwikkeling een milieueffectrapportage nodig is. Het Besluit m.e.r. bevat verschillende onderdelen waarin criteria voor ontwikkelingen en activiteiten zijn opgenomen. Een belangrijk onderscheid wordt gemaakt tussen onderdeel C en D. Voor activiteiten die voldoen aan diverse criteria uit onderdeel C geldt een m.e.r.-plicht. In onderdeel D zijn activiteiten opgenomen waarvoor een beoordeling uitgevoerd moet worden om te bepalen of er voor de betreffende activiteiten een m.e.r.-plicht geldt. De m.e.r.-beoordelingsplicht treedt in werking wanneer er sprake is van stedelijke ontwikkelingsprojecten als genoemd bijlage onder D categorie 11.2 van het Besluit milieueffectrapportage. Dit heeft betrekking op het aanleggen, wijzigen of uitbreiden van een stedelijk ontwikkelingsproject. Toetsing Deze beoordelingsplicht is voor dit project niet aan de orde, omdat het beoogde project uitsluitend toeziet op het realiseren van twee afmeervoorzieningen in het bestaande recreatietoernetwerk. Hierdoor wordt het project niet gezien als een stedelijk ontwikkelingsproject in het kader van het Besluit milieueffectrapportage.

Geluid Bij ruimtelijke plannen dient rekening te worden gehouden met de geluidbelasting als gevolg van eventueel verkeerslawaai en industrielawaai op de geluidgevoelige objecten in de zin van de Wet geluidhinder. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient daarnaast te worden beoordeeld of los van dit wettelijk kader een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden bereikt. Toetsing Met onderhavig voornemen worden geen te beschermen geluidgevoelige functies toegevoegd. Evenmin kan relevante geluidhinder worden verwacht vanwege de beide recreatievaartuigen. De locatie is gelegen op grote afstand van doorgaande autowegen en spoorwegen, relevante bedrijvigheid en is daarnaast ook gesitueerd buiten de voor reguliere woningen relevante contouren van luchthaven Schiphol (afbeelding 9). In lijn hiermee zal de recreatieve functie voldoende aantrekkelijke stilte en rust bieden. Het aspect geluid staat de ontwikkeling niet in de weg.

Adromi B.V.

wil/R202206/2201b

Pagina 20 van 27

Ruimtelijke onderbouwing Aderpolder nabij 4 Kaag

Afbeelding 9: Geluidcontour Schiphol dag (bron: PDOK – bewerkt)

Luchtkwaliteit Indien mensen met regelmaat luchtverontreinigende stoffen inademen kan dit leiden tot effecten op de lichamelijke gezondheid. Daarom moet bij ruimtelijke planvorming rekening worden gehouden met de effecten de plannen op de luchtkwaliteit en de luchtkwaliteit ter plaatse. De Wet luchtkwaliteit (artikel 5.16, eerste lid, Wet milieubeheer, hierna ook: Wm) stelt dat een ruimtelijke plan of project doorgang kan vinden indien een plan niet tot het overschrijden van een van grenswaarde leidt, de luchtkwaliteit ten gevolge van het plan (per saldo) verbetert of ten minste gelijk blijft, een plan “niet in betekenende mate” (NIBM) bijdraagt aan de concentratie van relevante stoffen in de buitenlucht of een plan is opgenomen of past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Lucht (NSL). Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Zie tabel 1 voor de grenswaarden. Tabel 1 Grenswaarden maatgevende stoffen Wm stof

toetsing van

grenswaarde

stikstofdioxide (NO2) jaargemiddelde concentratie

40 µg/m³

fijn stof (PM10)1)

40 µg/m³

jaargemiddelde concentratie

24-uurgemiddelde concentratie max. 35 keer per jaar meer dan 50 µg/m³ fijn stof (PM2,5)

Adromi B.V.

jaargemiddelde concentratie

25 µg/m³

wil/R202206/2201b

Pagina 21 van 27

Ruimtelijke onderbouwing Aderpolder nabij 4 Kaag

Toetsing In de huidige situatie is binnen het projectgebied sprake van natuur. In de beoogde situatie zal sprake zijn van een tweetal afmeerlocaties. Dit is een dermate geringe ontwikkeling dat het project ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdraagt aan de concentratie van relevante stoffen in de buitenlucht. In onderstaand figuur 10 is een uitsnede opgenomen van de NLS-monitoringsviewer. Zichtbaar is dat de Huigsloterdijk de dichtstbijzijnde relevante weg is. Dichterbij zijn geen rekenpunten bekend. De grenswaarden worden niet overschreden. De omgeving van het plangebied kent dus een goede luchtkwaliteit en kan dus gesproken worden van een goede ruimtelijke ordening.

Figuur 10: Uitsnede NSL-monitoringstool en projectgebied (Bron: https://www.nsl-monitoring.nl/viewer/)

Geconcludeerd kan worden dat ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen zijn voor de totstandkoming van het plan. Geur Bij het oprichten van geurgevoelige objecten dient in bepaalde gevallen rekening te worden gehouden met de geurhinder van eventueel aanwezige veehouderijbedrijven. Voor vergunningplichtige veehouderijen gelden de geurregels uit de Wet geurhinder en veehouderij en het Activiteitenbesluit. Hierin zijn naast normen voor geur, ook afstandseisen gesteld. Voor wat betreft geurhinder wordt een normafstand van 50 meter aangehouden vanaf het dichtstbijzijnde emissiepunt tot de dichtstbijzijnde

Adromi B.V.

wil/R202206/2201b

Pagina 22 van 27

Ruimtelijke onderbouwing Aderpolder nabij 4 Kaag

geurgevoelige objecten buiten stedelijk gebied. Krachtens gemeentelijk beleid mag deze afstand worden gereduceerd. Toetsing De beoogde recreatievaartuigen kunnen niet worden beschouwd als te beschermen geurgevoelige objecten. In de directe omgeving is daarbij ook geen sprake van geurrelevante bedrijvigheid zoals veehouderijen. Geconcludeerd kan worden dat het aspect geur geen belemmering vormt voor de totstandkoming van dit project. Bodem Mede op grond van artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het projectgebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de milieukundige bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat deze kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Toetsing Aangezien sprake is van een ontwikkeling op het water, is geen sprake van relevantie op het vlak van bodemverontreiniging.

Op basis van informatie van de Bodemkwaliteitskaart behoeft daarbij ter plaatse en in de omgeving ook geen rekening te worden gehouden met bekende waterbodemverontreinigingen bijvoorbeeld afkomstig van industriële lozingen of ander relevant historisch grondgebruik ter plaatse of in de omgeving. Externe veiligheid Algemeen juridisch kader Doel van het externe veiligheidsbeleid is om de kans op overlijden van mensen in de omgeving van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen vrijkomen, binnen aanvaardbare grenzen te houden. Deze risicobenadering kent een tweetal begrippen om het risiconiveau weer te geven, het plaatsgebonden risico en groepsrisico. Het plaatsgebonden risico is een maat voor het overlijdensrisico op een bepaalde plaats. Bij het plaatsgebonden risico gaat het om de kans per jaar dat een gemiddelde persoon op een bepaalde geografische plaats in de omgeving van een transportroute of industriële risicobron overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen op deze transportroute, er van uitgaande dat die persoon onbeschermd en permanent op die plaats aanwezig is. Anders gezegd, het plaatsgebonden risico is een rekenkundig begrip. Het plaatsgebonden risico kan worden weergegeven door een lijn op een kaart die de punten met een gelijk risico met elkaar verbindt (zogeheten risicocontour).

Dergelijke contouren zijn van belang bij de beoordeling of een risicovolle activiteit of

Adromi B.V.

wil/R202206/2201b

Pagina 23 van 27

Ruimtelijke onderbouwing Aderpolder nabij 4 Kaag

een risicovolle bestemming op een bepaalde plaats kan worden toegelaten. Voor het plaatsgebonden risico is door de rijksoverheid voor nieuwe situaties een grenswaarde vastgesteld van 10 -6 per jaar. (De norm van 10-6 per jaar betekent dat de kans op een dodelijke situatie door een ongeval met gevaarlijke stoffen binnen de 10-6 begrenzing/plek = 1:1.000.000, 10-5 = kans van 1:100.000). Het groepsrisico drukt de kans uit per jaar dat een groep mensen van minimale omvang overlijdt als direct gevolg van één ongeval op de transportroute waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken. Het groepsrisico is te beschouwen als een maat voor de maatschappelijke ontwrichting als gevolg van een incident. Dit risico laat zich niet in de vorm van een risicocontour op een kaart weergeven, maar kan wel worden vertaald in een dichtheid van personen per hectare. Hoe meer personen per hectare in het schadegebied van een hier bedoeld ongeval aanwezig zijn, hoe groter het aantal (potentiële) slachtoffers is. Het groepsrisico is in tegenstelling tot het plaatsgebonden risico een oriënterende waarde. Voor wat betreft het groepsrisico spelen ook andere aspecten een rol, zoals de afstand van de ontwikkeling tot aan de risicobron, de snelheid waarmee een calamiteit zich kan ontwikkelen alsook de duur van een calamiteit, de toename van het groepsrisico t.o.v.

de bestaande situatie, het nut en de noodzaak van de beoogde ontwikkeling, de aanwezigheid van bouwwerken die kunnen worden gebruikt om te schuilen, de voorhanden of te realiseren infrastructuur welke dienst kan doen als vluchtroute en de mate waarin de aanwezige personen zelfredzaam zijn (in staat om zichzelf en anderen te helpen en te (helpen) vluchten). Vanuit de rijksoverheid wordt daarbij het belang van voldoende zelfredzaamheid benadrukt. Tot slot speelt ook de aard van het risico (waaronder de beheersbaarheid in geval van een incident) en de responstijd van de hulpdiensten een rol. Toetsing De recreatievoertuigen kunnen, indien ter plaatse afgemeerd, worden aangemerkt als een kwetsbaar object. Op basis van de risicokaart blijkt geen sprake van relevante risicobronnen in de omgeving, zoals bijvoorbeeld LPG tanks, risicovolle inrichtingen, transportroutes voor gevaarlijke stoffen of hogedruk gasleidingen Bedrijven en milieuzonering Ten gevolge van aanwezige bedrijvigheid kan mogelijk hinder voor de omgeving optreden met betrekking tot de milieuaspecten geluid, geur, stof en gevaar. Nieuwe situaties, waarin milieubelastende activiteiten en milieugevoelige functies met elkaar worden gecombineerd, moeten worden beoordeeld op mogelijke hindersituaties.

Daarbij wordt getoetst aan de Wet milieubeheer, Algemene Maatregelen van Bestuur onder de Wet milieubeheer en de brochure Bedrijven en Milieuzonering (VNG, 2009). Bedrijven en Milieuzonering geeft richtafstanden per categorie en per type bedrijvigheid aan. Binnen deze richtafstanden is bij een gemiddelde bedrijfsvoering hinder van bedrijven te verwachten. De gegeven afstanden zijn richtafstanden en geen harde afstandsnormen en dienen als handvat om concrete situaties maatwerk te kunnen leveren.

Adromi B.V.

wil/R202206/2201b

Pagina 24 van 27

Ruimtelijke onderbouwing Aderpolder nabij 4 Kaag

Hierbij wordt gekeken naar nieuwe milieugevoelige bestemmingen ten opzichte van bestaande bedrijven/inrichtingen of nieuwe bedrijven/inrichtingen ten opzichte van bestaande milieugevoelige bestemmingen. Toetsing Alhoewel afgemeerde recreatievaartuigen in principe niet relevant zijn in het kader van de Handreiking, zijn in de relevante omgeving geen bedrijven gelegen. Algehele conclusie milieu Ten aanzien van milieu, zoals in dit hoofdstuk behandeld, zijn er op het gebied van geluid, geurhinder, bodemkwaliteit, luchtkwaliteit, externe veiligheid en bedrijven en milieuzonering geen aspecten die het plan in de weg staan. Voor wat betreft de invloed op het omliggende gebied heeft de aanwezigheid van de recreatievaartuigen geen beperkende werking.

Adromi B.V.

wil/R202206/2201b

Pagina 25 van 27

Ruimtelijke onderbouwing Aderpolder nabij 4 Kaag

Uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Initiatiefnemer heeft direct omwonenden op de hoogte gesteld van het beoogde project. Hier werd positief op gereageerd. In het kader van de te volgen procedure zal het ontwerpbesluit ter visie worden gelegd. Hierbij wordt eenieder in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op het project. Financiële uitvoerbaarheid In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan worden besloten om geen exploitatieplan vast te stellen indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is en er –kort gezegd- ook voor wat betreft fasering of andere bijzondere omstandigheden geen exploitatieplan nodig is. Dit is in de gegeven situatie aan de orde, nu met de initiatiefnemer een zogenaamde anterieure overeenkomst is gesloten voor wat betreft vergoeding van de gemeentelijke exploitatiekosten. Een ander aspect dat in het kader van de economische uitvoerbaarheid dient te worden beoordeeld, is de vraag of er aanleiding bestaat voor omwonenden om vergoeding te vragen van schade die volgens artikel 6.1 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) niet voor hun rekening dient te blijven.

Bij de beoordeling van verzoeken om schadevergoeding ex artikel 6.1 Wro is het van belang om te bezien of er sprake is van een wijziging van een planologisch regime, waardoor een belanghebbende in een nadeliger positie is komen te verkeren, ten gevolge waarvan hij schade lijdt of zal lijden. Een planschadeovereenkomst als bedoeld in artikel 6.4a, lid 1 van de Wro vormt onderdeel van de met de ontwikkelaar gesloten anterieure overeenkomst. De ontwikkeling van de afmeervoorzieningen is een particulier initiatief. Er is sprake van een haalbare exploitatie. Het plan is financieel uitvoerbaar als met deze vergunning de benodigde zekerheid kan worden verkregen dat de ontwikkeling wordt toegelaten. Procedure Het ontwerp besluit heeft van XXXXXXXX tot en met XXXXXXXXXX ter inzage gelegen. Er zijn <aantal> zienswijzen ingediend ten aanzien van dit ontwerp.

Adromi B.V.

wil/R202206/2201b

Pagina 26 van 27

Ruimtelijke onderbouwing Aderpolder nabij 4 Kaag

Bijlagen Bijlage 1 – Ecologisch onderzoek

Adromi B.V.

wil/R202206/2201b

Pagina 27 van 27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=6d713e5b-e6a2-4055-b6c2-576b72647deb